Aanhef
Ten behoeve van het Omgevingsprogramma Mobiliteit onderdeel Elektrisch Laden
2. Plaatsingsstrategie
2.2 Strategisch
2.2.1 Gebiedsontwikkeling
Bij gebiedsontwikkeling worden laadpunten strategisch geplaatst voor een dekkend netwerk. In een zo vroeg mogelijk stadium leggen we locaties voor publieke laadvoorzieningen vast. Bij de inrichting van de buurt en de aanleg en capaciteit van het stroomnet wordt op deze manier in een vroeg stadium rekening gehouden met (toekomstige) laadvoorzieningen. Indien de locatie zich daarvoor leent verkennen we bovendien de combinatie van parkeren/laden met de opwek van energie.
We houden richting de toekomst rekening met laadpunten bij maximaal 20% van de parkeervakken. De energie-infrastructuur dient hierop te zijn voorbereid. Wanneer de buurt woonrijp is, worden laadpunten gerealiseerd op vooraf bepaalde locaties. Voor het aantal te realiseren laadpunten wordt rekening gehouden met de richtlijnen van het CROW (parkeerkerncijfers) in combinatie met specifieke kenmerken van de buurt.
2.3 Datagestuurd
2.3.1 Richtlijn bijplaatsen laadpalen
We monitoren het gebruik van de publieke laadpunten aan de hand van gebruiksdata van de aanbieders van publieke laadpalen. Belangrijke data voor het bijplaatsen van laadpalen zijn het gebruik in kW en het aantal laadsessies per maand. Vanaf een verbruik per laadpaal van 1.250 kWh per maand of 50 laadsessies per maand gemiddeld over de laatste drie maanden, realiseren we een extra laadvoorziening in de buurt. Het gaat bij deze richtlijn over het totaalverbruik van beide aansluitpunten. We hebben bij de beoordeling ook oog voor het gebruik van laadpalen in de directe omgeving.
2.3.2 Richtlijn beborden parkeervakken
Bij het plaatsen van een laadpaal met twee laadpunten wordt een verkeersbesluit genomen voor het toewijzen van twee parkeervakken voor alleen elektrisch laden. Minimaal één parkeervak wordt na plaatsing ook direct met verkeersborden ingericht voor alleen elektrisch laden. Op grotere parkeerlocaties worden beide parkeervakken ingericht. Daar waar in eerste instantie één parkeervak met verkeersborden is ingericht voor alleen elektrisch laden, hanteren we gebruiksdata voor het inrichten van het tweede parkeervak. Vanaf een gebruik van 750 kW per laadpaal of 30 laadsessies per maand (gemiddeld over de laatste drie 3 maanden) plaatsen we ook bij het tweede parkeervak een verkeersbord. Het gaat hierbij om het totaalverbruik van beide aansluitpunten.
3. Plaatsingsleidraad
3.1 Uitgangspunten en afwegingscriteria
3.1.1 Wensen
1We plaatsen de laadpaal binnen 250 meter loopafstand vanaf het adres van de aanvrager. Waar dat niet haalbaar is, streven we naar een maximale loopafstand van 400 meter.
2De laadpaal wordt bij voorkeur geplaatst bij centrale en grotere parkeerterreinen waar het mogelijk is in de toekomst één of meerdere laadpalen bij te plaatsen.
3Bij gereguleerd parkeren wordt de laadpaal geplaatst op basis van de laadbehoefte in de betreffende zone.
4We plaatsen laadpalen geclusterd bij elkaar.
5Laadpalen worden niet geplaatst op locaties waar uitsluitend kort geparkeerd wordt.
6De laadpaal wordt geplaatst op een locatie waar deze zichtbaar en goed toegankelijk is voor voertuigen. Vaak is dit bij de ingang/inrit van het parkeerterrein of zijn het de eerste of laatste vakken van een parkeervoorziening.
7De laadpaal wordt niet direct voor een monument of deur/raam van een woning geplaatst. Waar mogelijk wordt de laadpaal tegen een blinde gevel geplaatst.
8De laadpaal wordt geplaatst bij haaksparkeerplaatsen in plaats van langsparkeerplaatsen.
9De laadpaal wordt geplaatst op een locatie binnen 25 meter van het laagspanningsnet.
10Bij haaks- en langsparkeren wordt de laadpaal in het midden tussen 2 parkeervakken geplaatst.
11Bij haaksparkeren is de afstand tussen trottoirband/varkensrug en laadpaal 50 cm. Wanneer deze afstand kleiner is, dient bij voorkeur aanrijdbeveiliging geplaatst te worden.
12Bij plaatsing van de laadpaal in het parkeervak (zonder trottoirband of varkensrug) zijn de haaksparkeervakken 6 meter lang en wordt aanrijdbeveiliging geplaatst.
13De laadpaal wordt bij voorkeur in het straatwerk geplaatst. Bij plaatsing in het groen heeft een locatie waar geen of beperkt beplanting verwijderd hoeft te worden de voorkeur. Een groenperk heeft doorgaans de voorkeur boven een grasstrook of heg/haag.
14Bij plaatsing in een groenperk wordt rondom de laadpaal grondversteviging aangebracht bestaande uit grasbetontegels (of vergelijkbaar).
15Bij plaatsing van de laadpaal in het voetpad is er 120 cm doorloopruimte.
16De laadpaal staat even ver van een boom als de kruin van de boom breed is (en minimaal 3 meter vanaf de stam van de boom).
17Rondom de laadpaal is 50 cm ruimte voor onderhoud beschikbaar.
3.1.2 Eisen
1De laadpaal wordt geplaatst op grond in eigendom en beheer van de gemeente.
2De laadpaal wordt geplaatst bij twee herkenbare publieke parkeervakken die 24/7 toegankelijk zijn.
3De laadpaal wordt niet hinderlijk dicht bij straatmeubilair, fietsenrekken, afvalcontainers of andere objecten in de publieke ruimte geplaatst.
4Bij plaatsing van de laadpaal in het voetpad is er minimaal 100 cm doorloopruimte.
5Een laadpaal wordt op minimaal 3 meter van een elektriciteitskast geplaatst.
6Een laadpaal wordt op minimaal 1 meter van het middenspanningsnet geplaatst.
7Een laadpaal wordt niet boven kabels of leidingen geplaatst.
8Een laadpaal wordt niet boven de buizen van de stadverwarming, gastransport of riolering geplaatst.
9De laadpaal wordt niet geplaatst op een locatie waarvan bekend is dat deze opnieuw wordt ingericht.