Aanhef
Besluit
1De ‘Leidraad Toezicht en Handhaving Kinderopvang gemeente Meppel’ vast te stellen.
2De ‘Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel houdende regels omtrent kinderopvang Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018’ in te trekken.
3. Taken van de gemeente
4. Vier hoofdtaken
1. Registratie en controle (taak 1 en 2)
De wet stelt eisen aan de manier waarop de toestemming tot exploitatie, registratie van voorzieningen, wijzigingen in deze registratie, het toezicht en de handhaving plaatsvinden. De gemeente is verantwoordelijk voor het geven of intrekken van toestemming en de registratie, het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit en kan binnen de wettelijke kaders haar taken invullen. Wanneer op dit gebied overtredingen worden geconstateerd, is de gemeente aan zet om te handhaven. Alle kinderopvanginstellingen worden geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).
2. Toezicht op de kwaliteit (taak 3 en 4)
Om de kwaliteit in de kinderopvang te waarborgen heeft de rijksoverheid kwaliteitseisen vastgesteld waar kinderopvangorganisaties zich aan moeten houden. De gemeente moet controleren of de organisaties zich aan die eisen houden. Het gaat om eisen aan het pedagogisch klimaat, personeel en groepen, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting en de omgang met ouders. Daarnaast zijn er eisen gesteld aan de administratie van een kinderopvangvoorziening. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet kinderopvang. Daarnaast zijn deze kwaliteitseisen verder uitgewerkt in nadere regelgeving:
•Besluit kwaliteit kinderopvang;
•Regeling Wet kinderopvang;
•Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;
•Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorziening voor gastouderopvang;
•Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
•Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.
Direct vanaf de start van een opvanglocatie moet aan deze kwaliteitseisen worden voldaan.
De GGD Drenthe is aangewezen als toezichthouder voor de kwaliteit van de kinderopvang namens de gemeente Meppel. De toezichthouder onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen door middel van inspecties en legt de bevindingen vast in een inspectierapport. De gemeente is in beginsel verplicht te handhaven wanneer de toezichthouder een overtreding heeft vastgesteld.
In deze richtinggevende leidraad leest u hoe het college in de meeste gevallen zijn bevoegdheid gebruikt. Dat neemt niet weg dat er altijd ruimte blijft voor maatwerk en het college hiervan kan afwijken.
5. Registratie en controle van wijzigingen bij bestaande kinderopvangvoorzieningen
11. Wijzigingen registratiegegevens LRK
3. Wijziging houder of rechtsvorm
Als een andere houder een kinderopvangvoorziening wil overnemen moet deze nieuwe houder hiervoor vooraf toestemming vragen. Dit geldt ook als de houder een andere rechtsvorm krijgt, zelfs als de bestuurder hetzelfde blijft.
Een houderwijziging behandelt de gemeente als een nieuwe aanvraag. Dit betekent dat de gemeente en de toezichthouder ‘Streng aan de poort’ toepassen en een afhandelingstermijn van 10 weken geldt. Want ook als een andere houder een kinderopvangvoorziening voortzet, is het van belang dat de voorziening aan de kwaliteitseisen blijft voldoen. De gemeente houdt zo veel mogelijk rekening met het belang van de continuïteit van de opvang. Hierbij is het wel essentieel dat de houder de aanvraag tijdig indient en alle benodigde stukken zijn bijgevoegd.
4. Wijziging aantal kindplaatsen
Bij de toestemming tot exploitatie is het maximumaantal kindplaatsen aangegeven. Dit maximumaantal kindplaatsen neemt de toezichthouder mee in de beoordeling of de houder redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen voldoet, bijvoorbeeld met betrekking tot de eisen in het domein accommodatie en groepen.
Wanneer dit aantal later wijzigt is het van belang dat de houder dit als wijziging doorgeeft. Voor een verhoging van het aantal kindplaatsen is aanvullende toestemming van de gemeente nodig. Om hierover een besluit te kunnen nemen is een advies van de toezichthouder nodig. De gemeente geeft toestemming voor de wijziging als de houder aan de kwaliteitseisen blijft voldoen.
5. Wijziging extra bemiddelingsrelatie en beëindiging bemiddelingsrelatie
Als een gastouder zich wil aansluiten bij een extra gastouderbureau, dan moet dit gastouderbureau deze extra bemiddelingsrelatie aanvragen via een wijzigingsformulier. Ook het beëindigen van een bemiddelingsrelatie moet tijdig worden gemeld. Bij het toezicht op een gastouderbureau kijkt de gemeente ook naar de aangesloten gastouders.
6. Verhuizing
Verhuizing van een kinderopvangvoorziening behandelt de gemeente als een nieuwe aanvraag. Dit betekent dat de gemeente en de toezichthouder ‘Streng aan de poort’ toepassen en een afhandelingstermijn van 10 weken geldt.
Bij een gastouderbureau kan sprake zijn van een verhuizing zonder dat een nieuwe aanvraag tot exploitatie nodig is. De verhuizing van een gastouderbureau kan daarom via een wijzigingsformulier worden doorgegeven.
7. Handhaving op overtredingen
28. Handhavingsmiddelen
7. De aanwijzing
Met een aanwijzing (in de vorm van een brief) draagt de gemeente de houder op om de overtreding zo snel mogelijk te beëindigen. Daarnaast moet de houder ook maatregelen nemen om te voorkomen dat zij de overtreding opnieuw begaat. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welk termijn, moet nemen om de wettelijke voorwaarden na te leven. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie. De aanwijzing blijft geldig, ook nadat de overtreding is hersteld. De gemeente betrekt deze aanwijzing bij handhavingsbesluiten in de opvolgende 3 jaar.
8. De last onder dwangsom
Als de aanwijzing niet tot structureel herstel van de overtreding heeft geleid, legt de gemeente in principe een last onder dwangsom op. De gemeente kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven. En als er binnen 3 jaar, sinds de laatste opgelegde aanwijzing, een overtreding van dezelfde kwaliteitseis is vastgesteld legt de gemeente doorgaans een last onder dwangsom op. Ook als de kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld en er geen overtreding is vastgesteld.
Met een last onder dwangsom legt de gemeente de houder de plicht op om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen. Wordt vastgesteld dat een overtreding niet is opgeheven of is herhaald, dan moet de houder de dwangsom betalen. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen tegelijk worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag. Met een last onder dwangsom kan op meerdere herhalingen worden gehandhaafd. Een last onder dwangsom kent daarvoor een maximumbedrag.
De last onder dwangsom is de best geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na de aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is. Wordt de overtreding na het opleggen van een last onder dwangsom toch herhaald, dan heeft dat financiële gevolgen zonder dat de bedrijfsvoering wordt onderbroken. Daarmee is de last onder dwangsom een handhavingsmaatregel met een gedoseerde financiële prikkel om de overtreding structureel op te heffen.
9. Verlengen van een bevel
Als de toezichthouder een schriftelijk bevel heeft opgelegd (zie hoofdstuk 6, paragraaf 9) en de overtreding(en) zijn naar het oordeel van de toezichthouder niet of onvoldoende hersteld, dan verlengt de gemeente het bevel met minimaal 7 dagen en zolang de houder nodig heeft om de overtreding(en), naar het oordeel van de toezichthouder, structureel te herstellen. De overtreding moet ook na verlenging wel binnen een kort tijdsbestek (gedacht wordt aan maximaal 14 dagen) opgeheven kunnen worden, anders moet doorgegaan worden met de volgende stap.
10. Tijdelijke sluiting van de voorziening (exploitatieverbod)
Zodra uit een inspectieonderzoek blijkt dat geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit de gemeente de kinderopvang tijdelijk. Wat onder verantwoorde kinderopvang wordt verstaan is vastgelegd in artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt.
Daarnaast gaat de gemeente over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit blijvend verbeterd is en aan de eisen voldoet, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.
Het sluiten van een locatie voor kinderopvang is een ingrijpende maatregel die niet alleen gevolgen heeft voor de houder maar ook voor diens personeel, ouders en kinderen. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Met een gesloten locatie kan de houder zich samen met het personeel volledig richten op herstel van de kwaliteit van opvang zonder dat (emotionele) veiligheid en/ of gezondheid van de opgevangen kinderen nog langer in het geding is.
Als de gemeente een kinderopvanglocatie sluit, moet de houder de ouders zelf op de hoogte stellen van deze sluiting. Als de houder dit niet doet, informeert de gemeente of de toezichthouder ouders hierover. Dit gebeurt schriftelijk of mondeling.
11. Permanente sluiting van de voorziening (intrekken toestemming exploitatie)
Lukt het de houder na sluiting van een locatie niet om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen dan kan de gemeente de toestemming tot exploitatie intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet naleeft, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit de gemeente de kinderopvang permanent. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK. De gemeente kan de toestemming ook direct intrekken bijvoorbeeld als:
•niet langer wordt voldaan aan de definitie van kinderopvang, ouderparticipatiecrèche, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau;
•er sprake is van (een) overtreding(en) die, naar het oordeel van de toezichthouder, niet hersteld kan (kunnen) worden.
12. De last onder bestuursdwang
De manier waarop de houder de kinderopvang wil vormgeven is aan de houder. Bij een last onder bestuursdwang neemt de gemeente bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dat maakt dat de last onder bestuursdwang doorgaans geen geschikt handhavingsmiddel is. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld wel geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.
13. Bestuurlijke boete
Voor enkele ernstige overtredingen legt de gemeente altijd een boete op, ook als de houder maatregelen neemt om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Deze boetes staan in de bijlage (Directe boete).
Elke overtreding beoordeelt en bestraft de gemeente afzonderlijk. Ook als één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Daarnaast legt de gemeente een boete op als een houder na het opleggen van een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt de gemeente of het totale boetebedrag dat kan worden opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed.
Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Deze draagkracht is voor de gemeente immers moeilijk vast te stellen. Een boete treft niet elke overtreder even zwaar. Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat de continuïteit van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan.
Ook het (vrijwillig) sluiten van een locatie is geen reden om van het opleggen van een boete af te zien. Overtredingen van de in het afwegingsmodel genoemde voorschriften kunnen dusdanig ernstige gevolgen hebben dat kinderen deze levenslang met zich mee kunnen dragen. Dit zijn dan ook zeer ernstige overtredingen, in beginsel legt de gemeente hiervoor altijd een boete op.
29. Gastouderopvang
14. Handhaving bij een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente
De toezichthouder kan bij een onderzoek bij een voorziening voor gastouderopvang binnen onze gemeente een overtreding vaststellen, begaan door een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente. Aan gastouderbureaus gevestigd buiten onze gemeente kan de gemeente geen aanwijzing of een last onder dwangsom opleggen. Immers, de gemeente is doorgaans niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze bureaus en kan niet controleren of de aanwijzing of last is opgevolgd. Het enige handhavingsmiddel dat geschikt en daarmee noodzakelijk is voor handhaving bij deze bureaus is het opleggen van een bestuurlijke boete.