Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel;
gelet op de Nota parkeernormen 2012;
dat bij de Nota parkeernormen uitvoeringsregels horen hoe de parkeernormen moeten worden toegepast
b e s l u i t e n:
De volgende Uitvoeringsregels vast te stellen.
1. Uitvoeringsregels
1.1. Algemeen
Een ontwikkeling, een bouwactiviteit en/of een wijziging van gebruik, kan tot gevolg hebben dat er (meer) ruimte nodig is voor het parkeren van auto’s. De aanvrager moet er voor zorgen dat er in voldoende mate voorzien wordt in ruimte voor het parkeren van auto’s. Op basis van de parkeernormen wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn voor een bepaalde bouwactiviteit en/of wijziging van gebruik, de parkeereis. Daarbij is rekening gehouden met de verstedelijkingsgraad van de Gemeente Meppel (matig stedelijk).
De parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijke gehanteerde richtlijn van de CROW publicatie 182, ‘De parkeerkencijfers- Basis voor parkeernormering’.
Parkeerplaatsen moeten altijd op eigen terrein aangelegd worden. Naast het aantal parkeerplaatsen wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door de gemeente beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. De benodigde ruimte voor het parkeren van auto’s dient afgestemd te zijn op gangbare personenauto’s. Bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan dienen gecompenseerd te worden.
Afmeting parkeervak.
1langs een straat haaksparkeren 5 x 2,5 meter
2langs een straat langsparkeren 2 x 5,5 meter
3op een parkeerterrein 5 x 2,5 meter dan wel 6 x 2,5 meter, afhankelijk van de breedte van de rijweg. Bij een rijwegbreedte van 6 meter een parkeervakdiepte van 5 meter. Bij een rijwegbreedte van 5 meter een parkeervakdiepte van 6 meter.
1.2. Berekenwijze bij wijziging van gebruik en sloop
Bij een wijziging van gebruik wordt op basis van parkeernormen een parkeereis berekend. Hierbij geldt dat het berekende aantal aan te leggen parkeervakken op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeereis van de functie die in de laatst verleende omgevingsvergunning met de activiteit bouw is vastgelegd, of voor het huidig gebruik nodig zijn.
De huidige situatie is de nulsituatie. Ook bij de sloop van bestaande panden wordt de parkeereis voor deze panden berekend en verrekend met de nieuwe parkeereis. Het gevolg van deze werkwijze is dat historisch gegroeide en bestaande parkeerproblemen niet op het conto komen van de ontwikkelaar van de betreffende ontwikkeling. Hiermee wordt wel voorkomen dat de parkeerdruk door de nieuwe ontwikkeling groter wordt.
1.3. Dubbelgebruik
Indien in een bouwplan verschillende functies worden ondergebracht dient voor het bepalen van de gemeentelijke parkeereis een parkeerbalans te worden opgesteld. Hiermee kan het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen lager uitvallen dan wanneer deze voor de afzonderlijke functies worden berekend en opgeteld. De aanwezigheidspercentages die gebruikt worden voor het opstellen van de parkeerbalans zijn opgenomen in tabel 1 (bron CROW).
Tabel 1: Aanwezigheidspercentages
Functie
Werkdag overdag
Werkdag middag
Werkdag avond
Koop-avond
Zaterdag- middag
Zaterdag-avond
Zondag-middag
Woningen
50
60
100
90
60
60
70
Detailhandel
30
70
20
100
100
0
0
Kantoor
100
100
5
10
5
0
0
Bedrijven
100
100
5
10
5
0
0
Sociaal Cultureel
10
40
100
100
60
90
25
Sociaal medisch
100
100
30
15
15
5
5
Ziekenhuis
85
100
40
50
25
40
40
Dagonderwijs
100
100
0
0
0
0
0
Avondonderwijs
0
0
100
100
0
0
0
Bibliotheek
30
70
100
70
75
0
0
Museum
20
45
0
0
100
0
90
Restaurant
30
40
90
95
70
100
40
Café
30
40
90
85
75
100
45
Bioscoop, theater
15
30
90
90
60
100
60
Sport
30
50
100
90
100
90
85
De mogelijkheden voor dubbelgebruik hangen in de praktijk af van de mate van openbaarheid, de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van de verschillende functies in de tijd samenvallen, de locatie van de parkeervoorzieningen en van de loopafstanden naar de diverse bestemmingen. De aanwezigheidspercentages die gebruikt worden voor het opstellen van de parkeerbalans kunnen alleen worden toegepast wanneer verschillende doelgroepen gebruik kunnen maken van dezelfde parkeergelegenheid. Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met de vindbaarheid van de locatie door de verschillende doelgroepen.
1.4. Bezoekersaandeel
In hoofdstuk 2 is de tabel opgenomen waarbij per functie de parkeernorm vermeld staat. In deze tabel is een kolom opgenomen dat het bezoekersaandeel per functie aangeeft. Dit bezoekersaandeel geeft het percentage bezoekers aan ten opzichte van het totaal aantal aanwezige personen. Het aandeel bezoekers parkeren heeft een openbaar karakter en deze parkeerplaatsen dienen dan ook vrij toegankelijk te zijn.
1.5. Afwijken van de norm
Op twee wijzen kunnen afwijkingen voorkomen. Enerzijds kunnen er te weinig parkeerplaatsen in een ontwikkeling meegenomen zijn. Anderzijds kunnen er te veel parkeerplaatsen gecreëerd worden.
Indien in een ontwikkeling te veel parkeerplaatsen opgenomen zijn, moet hier een toets op plaatsvinden in hoeverre dit overschot gewenst is. Hierbij moet bekeken worden of het een mogelijk parkeerprobleem in de omgeving oplost, of het de ruimtelijke kwaliteit van het plan of de omgeving aantast en dit niet een te grote toename van het verkeer met zich meebrengt. Onder bepaalde voorwaarden is het dus mogelijk, bij een ontwikkeling meer parkeerplaatsen toe te staan dan de norm voorschrijft.
Als er onvoldoende parkeerplaatsen in het plan zijn opgenomen, dient te worden bekeken of in het plan realisatie van meer parkeerplaatsen mogelijk is. Als dit niet mogelijk is moet bekeken worden of het bouwvolume naar beneden bijgesteld moet worden, dan wel de haalbaarheid van het plan bepalen. Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, maar wanneer de initiatiefnemer wel over de benodigde parkeercapaciteit op acceptabele afstand beschikt, kan het College besluiten het aantal beschikbare parkeerplaatsen op acceptabele afstand (200 meter) in mindering te brengen op het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen. Onder parkeerplaatsen op acceptabele afstand wordt verstaan:
1Parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid (200 meter) heeft.
Indien die niet aanwezig zijn,
2Parkeerplaatsen die behoren tot het openbaar aanbod, waarbij via een parkeerdrukmeting aangetoond dient te worden of er binnen een straal van 200 meter voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn (de parkeerdruk mag inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven de 85% bezettingsgraad komen).
Indien na bovenstaande nog steeds een tekort aan parkeerplaatsen in het plan opgenomen is, kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. De beslisbevoegde instantie kan overwegen om gemotiveerd een ontheffing te verlenen van de vastgestelde norm. Het evenwicht in het algemene belang is daarbij uitgangspunt.
1.6. Uitzondering beroep aan huis
Voor een beroep aan huis (zoals tekstschrijver, schoonheidsspecialist, hondentrimmer etc.) is het veelal niet mogelijk om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, waardoor een ontheffing aangevraagd kan worden.
Voorwaarde hierbij is dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling, waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeereis niet meer dan drie extra parkeerplaatsen bedraagt. Ook moet aangetoond worden dat de parkeereis redelijkerwijs (geheel of gedeeltelijk) niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. En dat het gaat om een beroep of praktijk waar een van de hoofdbewoners een eenpersoonszaak runt als zelfstandige zonder personeel (zzp).
1.7. Grote getallen reductie
Een (uitbreiding van) een ontwikkeling van grote omvang zal niet leiden tot een
rechtevenredige verhoging van de parkeervraag. Bij grotere ontwikkelingen met een groot aandeel bezoekers (> 80%), mag indien uit de parkeereisberekening volgt dat er 80 parkeerplaatsen of meer gerealiseerd moeten worden, een reductie van 15% op de parkeereis worden toegepast. En bij een berekening van 68 tot 80 parkeerplaatsen moeten er minimaal 68 parkeerplaatsen gerealiseerd worden.
1.8. Functionele toetsing
Een ontwikkeling, en dan met name een bedrijfsmatige ontwikkeling, heeft vaak meerdere functies binnen één ontwikkeling. Voor de toetsing op de parkeernormen voor werkgelegenheid zal dan ook functioneel getoetst worden. Aan de hand van de bouwtekeningen worden de verschillende functies bepaald. Per functie zal vervolgens een parkeereis bepaald worden, die zal resulteren in een totale parkeereis.
1.9. Realisatie van de normen
Bij het toetsen van de parkeernorm bij werkgelegenheid wordt getoetst op welke functie de ontwikkeling heeft en niet op de daadwerkelijke invulling van het gebouw. De reden hiervoor is dat als een gebouw van eigenaar wisselt de functie gelijk kan blijven maar de invulling kan veranderen. Hierdoor moeten soms meer parkeerplaatsen gerealiseerd worden dan het huidig gebruik vereist. Om een ontwikkeling niet onnodig tot hoge aanleg kosten te dwingen, wordt de ontwikkelaar de ruimte geboden slechts het aantal parkeerplaatsen aan te leggen dat bij de invulling past. Daarbij wordt wel de eis gesteld dat er voldoende ruimte op het perceel moet zijn (en blijven) om het aantal benodigde parkeerplaatsen uit de parkeereis alsnog aan te leggen, wanneer de invulling van de ontwikkeling wijzigt. Om te voorkomen dat met deze uitvoeringsregel het parkeren op het openbaar gebied wordt afgewend, wordt op de bedrijfsterreinen in de gemeente Meppel een algeheel parkeerverbod ingesteld.
1.10. Parkeervoorzieningen bij woningen
In een woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn in theorie mogelijk voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk zal blijken dat een groot gedeelte van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt en dat auto's toch regelmatig op de openbare weg worden geparkeerd. De manier waarop het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de functie Wonen wordt bepaald, kan behoorlijk verschillend zijn. Dit is namelijk afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of als gedeeltelijke parkeerplaats meetelt. Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein door middel van een oprit of een garage voor de functie Wonen meetelt aan de aanbodzijde wordt onderstaande tabel gehanteerd. Deze berekeningsaantallen voor parkeervoorzieningen bij woningen sluiten aan bij de berekeningsaantallen zoals deze zijn opgenomen in het CROW.
Parkeervoorzieningen
Theoretisch
aantal
Berekenings
aantal
Opmerkingen
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
6,0 meter diep en 2,5 meter breed
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
11,0 meter diep en 2,5 meter breed
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
11,0 meter diep en 5,0 meter breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
6,0 meter diep en 2,80 meter breed
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
6,0 meter diep en 2,80 meter breed
Garage met enkele oprit
2
1,0
6,0 meter diep en 2,5 meter breed
Garage met lange oprit
3
1,3
11,0 meter diep en 5,0 meter breed
Garage met dubbele oprit
3
1,8
6,0 meter diep en 5,0 meter breed