Aanhef
De raad van de gemeente Meierijstad,
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 mei 2017
Gelet op de Gemeentewet alsmede de bepalingen in het Besluit Begroting en Verantwoording
Tekst
Besluit gemeenteraad:
Tot vaststelling van de onderstaande uitgangspunten zoals die in uitgebreide nota waardering en afschrijving zijn opgenomen:
1De kosten die verbonden zijn aan het sluiten van geldleningen inclusief het saldo van agio en disagio worden geactiveerd wanneer de kosten hoger zijn dan € 20.000.
2De kosten van onderzoek en ontwikkeling van immateriële vaste activa activeren en schrijven we in maximaal 5 jaar af.
3Bijdragen aan activa in eigendom van derden activeren we indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 van het BBV. Jaarlijks bekijken we of er extra afschrijvingen mogelijk zijn.
4Dekkingsreserves vallen vrij in overeenstemming met de afschrijvingstermijn van de desbetreffende investering.
5Bij investeringen worden de bijdragen van derden in mindering gebracht op de investering.
6Investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd.
7Investeringen met verkrijging – of vervaardigingsprijs van € 20.000 of minder worden niet geactiveerd maar worden ten laste van de exploitatie gebracht.
8Afschrijvingen vinden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar plaats.
9In principe wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd tenzij een directe koppeling bestaat tussen kapitaallasten en opbrengsten. Indien hiervan wordt afgeweken, wordt dit toegelicht bij de jaarrekening.
10Investeringen in het kader van het rioolbeheerplan worden op annuïteitenbasis afgeschreven.
11De geactiveerde vaste activa schrijven we in principe af tot nihil. We hanteren alleen een restwaarde bij een actief, daar waarbij een budgethouder een reële inschatting kan geven.
12Compensabele of verrekenbare BTW wordt niet geactiveerd. Kostprijsverhogende BTW wordt wel geactiveerd.
13In het kader van het voorzichtigheidsprincipe, de opvattingen in het maatschappelijk verkeer en het BBV wordt de economische gebruiksduur gehanteerd conform bijlage 2.
14In incidentele gevallen is afwijking van de afschrijvingstermijnen zoals beschreven in bijlage 2 van deze notitie mogelijk, mits gemotiveerd.
15Het College stelt de te hanteren afschrijvingstermijn vast voor activa die niet in bijlage 2 is opgenomen.
16Bij investeringen met een economisch nut splitsen we de grondprijs, voor zover deze is begrepen in de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, af en activeren we deze afzonderlijk.
17De afschrijvingen starten per 1 januari volgende op het jaar van in gebruik name.
18Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
19De componentenmethode wordt alleen toegepast bij investeringen als er wezenlijke verschillen zijn in afschrijvingstermijnen én het een substantieel deel van de investeringen betreft.
20Voor de rentetoerekening hanteren we het omslagpercentage.
21De rentetoerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde op 1 januari.