Aanhef
De Raad van de gemeente Meerssen;
Gelezen het voorstel van het college de dato 11 november 2025 strekkende tot vaststelling van een nieuwe verordening inzake reinigingsheffingen;
Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
B E S L U I T:
Vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Meerssen 2026.
Hoofdstuk I Algemene Bepalingen
Artikel 1 Inleidende bepaling
Krachtens deze verordening worden geheven:
a.een afvalstoffenheffing;
b.reinigingsrechten.
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.bedrijfsafval: van bedrijven afkomstige afvalstoffen die gelijk te stellen zijn aan huishoudelijk afval.
b.grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;
c.gebruik maken in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruikmaken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing
Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, dan wel het aanbieden van afvalstoffen bij een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats als bedoeld in hoofdstuk 1.2. onderdeel 1.2.2. van de tarieventabel behorende bij deze verordening.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht
1De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1.en hoofdstuk 1.2., onderdelen 1.2.1. en 1.2.3. van de tarieventabel wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel
2De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2., onderdeel 1.2.2. van de tarieventabel wordt geheven van degene die afval aanbiedt bij het milieupark.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1.1. en 1.2. van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt.
Artikel 7 Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
1De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.
2De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2. van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8a Minimum aanslag
1Betreffende de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel worden belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet geheven.
2Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
5De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2. van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald:
a.bij niet-automatische incasso:
in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.
b.bij automatische incasso:
in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt.
2In afwijking van het eerste lid, onder b geldt dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet vermelde aanslag(en) hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
3De belasting geheven bij kennisgeving als bedoeld in artikel 8 tweede lid moet worden betaald ingeval de kennisgeving:
a.mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen zes weken na dagtekening van de kennisgeving.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten
Artikel 11 Belastbaar feit
Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven voor het doen inzamelen van gemeentewege van bedrijfsafval, gelijktijdig met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 12 Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht, tenzij door de gebruiker kan worden aangetoond dat geen gebruik wordt gemaakt van deze dienstverlening.
Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2.1. en 2.2. van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 14 Belastingjaar
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 15 Wijze van heffing
1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1. van de tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven.
2De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.2. van de tarieventabel worden geheven bij wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het verschuldigde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 15a Minimum aanslag.
1Betreffende de rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.1. van de tarieventabel worden bedragen van minder dan € 5,00 niet geheven.
2Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1. van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1. van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1. van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
5De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.2. van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 17 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de op grond van artikel 15, eerste lid, verschuldigde rechten worden betaald:
a.bij niet-automatische incasso:
in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.
b.bij automatische incasso:
in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt.
2In afwijking van het eerste lid, onder b geldt dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet vermelde aanslag(en) hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
3De op grond van artikel 15, tweede lid, verschuldigde rechten moeten worden betaald op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen zes weken na de dagtekening van de kennisgeving.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen
Artikel 18 Overgangsrecht
De “Verordening reinigingsheffingen Meerssen 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 19, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 19 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 20 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als:
“Verordening reinigingsheffingen Meerssen 2026”.
Tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen Meerssen 2026
Algemeen
De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1.1. Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
1De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een éénpersoonshuishouden: € 327,60
2De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een meerpersoonshuishouden: € 354,72
3De toeslag bij gebruik van ondergrondse afvalcontainer voor een éénpersoonshuishouden bedraagt: € 30,00
4De toeslag bij gebruik van ondergrondse afvalcontainer voor een meerpersoonshuishouden bedraagt: € 40,00
Hoofdstuk 1.2. Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing
1.2.1.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van een gemeentelijke restafvalzak:
per gemeentelijke restafvalzak van 25 L: € 0,50
per gemeentelijke restafvalzak van 50 L: € 1,00
1.2.2.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats het tarief als genoemd bij de afzonderlijke afvalsoorten als omschreven in bijlage 1 en naar de hoeveelheden daar benoemd.
1.2.3.
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op verzoek aan huis ophalen van:
-Grof huishoudelijk afval (GHA), max. 2 m3 per keer, € 29,80 inclusief 0,5 uur van een belader en chauffeur. Indien beladen langer duurt dan 0,5 uur, wordt € 29,80 per 0,5 uur extra gerekend.
Plus verwerkingskosten: het starttarief voor de verwerkingskosten voor de eerste 0 tot 100 kg bedraagt € 22,00. Boven de 100 kg wordt een tarief van € 1,10 gerekend per staffel van 5 kg.
-Grote elektrische en elektronische apparaten al dan niet samen met GHA, voor 1 of meerdere apparaten uit één huishouden, hoeft niet te worden bijbetaald.
Hoofdstuk 2.1. Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten
De rechten bedragen per perceel per belastingjaar: € 354,72
Hoofdstuk 2.2. Maatstaven en overige tarieven reinigingsrechten
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1. bedragen de rechten voor het ter beschikking stellen van een gemeentelijke restafvalzak:
per gemeentelijke restafvalzak van 25 L: € 0,50
per gemeentelijke restafvalzak van 50 L: € 1,00
Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Meerssen van 11 december 2025.
Mij bekend,
De Griffier,
Bijlage 1. Bij de tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen Meerssen 2026
Afvalsoort:
Tarief:
Hoeveelheid:
Elektronische apparatuur (afgedankte)
gratis
onbeperkt
Wit en gekleurd glas
gratis
onbeperkt
Vlakglas (schoon, geen gewapend glas, geen autoruiten)
gratis
onbeperkt
Metaal
gratis
onbeperkt
Textiel
gratis
onbeperkt
Papier en karton
gratis
onbeperkt
PMD (kleine plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons)
gratis
onbeperkt
Luier- en incontinentiemateriaal. Uitsluitend aanleveren via speciale witte en half-doorzichtige zakken (eis van de verwerkingsfabriek)
gratis
onbeperkt
Grof tuinafval (snoeiafval, bladeren, gras,
onvervuilde boomschors)
gratis
maximaal 2 m3 per bezoek
Frituurvet
gratis
onbeperkt
Klein Chemisch Afval (accu’s, batterijen, etc.)
gratis
onbeperkt
Afgewerkte olie
gratis
maximaal 5 liter
Asbest. Asbest moet verpakt zijn in stevig, luchtdicht, dubbel naad overlappend plastic (dikte minimaal 0,2 mm). Asbest kan alleen worden ingeleverd bij milieupark Beatrixhaven
gratis
maximaal 15 m2
Huishoudelijk afval in gemeentelijke restzak
gratis
zak 25 liter:
max. 3,5 kg.
zak 50 liter:
max. 7 kg.
Banden (auto, motor en scooter met of zonder velg, geen tractorbanden).
gratis
maximaal 4 per keer
Harde kunststoffen (plastic tuinmeubelen, plastic speelgoed, etc. dat niet vervuild is met stof, hout, ijzer etc.).
gratis
onbeperkt
Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik).
gratis
maximaal 2 per bezoek
Piepschuim (Polystyreen, alleen witte verpakkingspiepschuim. Gekleurde, vervuilde en grijze piepschuim hoort bij restafval. Flopak verpakkingsschuimpjes horen niet bij piepschuim).
gratis
maximaal 1 m3 per bezoek
Gips (schoon) (Hele of gebroken gipsplaten, gipsblokken en giboblokken die marginaal zijn voorzien van papiercoating, behang, spijkers, schroeven en tegels. Sterk verontreinigd gips, of gasbeton - cellenbeton - ytongblokken worden als grof huishoudelijk afval afgeprijsd of dienen bij een erkend verwerkingsbedrijf te worden aangeboden)
gratis
maximaal 2 m3 per bezoek
Grof tuinafval (Plantaardig afval afkomstig van onderhoud van de tuin, dat qua afmetingen niet in de GFT-container past)
gratis
maximaal 2 m3 per bezoek
Afvalsoort:
Tarief:
Hoeveelheid:
Matrassen (matrassen schoon en droog aanbieden).
gratis
eenpersoons
gratis
tweepersoons
gratis
kinderbedje
Dakleer.
gratis
0t/m 0,25 m3
gratis
meer dan 0,25 m3 t/m 0,5 m3
max. 0,5 m3 per bezoek
C-hout: Geïmpregneerd hout, hout dat verontreinigd is door bijv. dakleer, plastic, stof, etc. hout dat rot is of beschimmeld, hout dat plaatmateriaal of ijzeren delen bevat anders dan schroeven of spijkers, bielzen, tuinschuttingen.
gratis
0t/m 0,25 m3
gratis
meer dan 0,25 m3 t/m 0,5 m3
gratis
meer dan 0,5 m3 t/m 1 m3
gratis
meer dan 1 m3 t/m 1,5 m3
gratis
meer dan 1,5 m3 t/m 2 m3
max. 2 m3 per bezoek
Houtafval (A- en B hout)
A-hout: schoon en onbehandeld hout.
B-hout: geverfd en gelakt hout, zoals plaatmaterialen.
gratis
0t/m 0,25 m3
gratis
meer dan 0,25 m3 t/m 0,5 m3
gratis
meer dan 0,5 m3 t/m 1 m3
gratis
meer dan 1 m3 t/m 1,5 m3
gratis
meer dan 1,5 m3 t/m 2 m3
max. 2 m3 per bezoek
Gemengd steenachtig materiaal ((mergel en gemengd steenachtig materiaal gemengd met gips of stucwerk aanbieden bij een erkend verwerkingsbedrijf)
gratis
0t/m 0,25 m3
gratis
meer dan 0,25 m3 t/m 0,5 m3
gratis
meer dan 0,5 m3 t/m 1 m3
gratis
meer dan 1 m3 t/m 1,5 m3
gratis
meer dan 1,5 m3 t/m 2 m3
max. 2 m3 per bezoek
Afvalsoort:
Tarief:
Hoeveelheid:
Schone grond (vervuilde grond aanbieden bij een erkend verwerkingsbedrijf).
gratis
0t/m 0,25 m3
gratis
meer dan 0,25 m3 t/m 0,5 m3
gratis
meer dan 0,5 m3 t/m 1 m3
gratis
meer dan 1 m3 t/m 1,5 m3
gratis
meer dan 1,5 m3 t/m 2 m3
max. 2 m3 per bezoek
Huishoudelijk afval in andere afvalzak dan restzak.
€ 1,70
per zak van 50 liter: max. 7 kg.
€ 3,40
per zak van 100 liter: max. 14 kg.
Grof huishoudelijk afval.
€ 7,50
0t/m 0,25 m3
€ 15,00
meer dan 0,25 m3 t/m 0,5 m3
€ 30,00
meer dan 0,5 m3 t/m 1 m3
€ 45,00
meer dan 1 m3 t/m 1,5 m3
€ 60,00
meer dan 1,5 m3 t/m 2 m3
max. 2 m3 per bezoek
Behoort bij besluit van de gemeenteraad van Meerssen van 11 december 2025.
Mij bekend,
De Griffier,