Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Omgevingsrecht Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2024-2027

Gemeente Meerssen · geldt sinds 24 juli 2025

Aanhef

Uitvoeringsstrategie VTH

BIJLAGE: Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

Als onderdeel van deze uitvoeringsstrategie wordt de “Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – versie 12 oktober 2022” gevolgd die onderdeel uitmaakt van dit beleidsplan omgevingsrecht:

https://vng.nl/nieuws/landelijke-handhavingsstrategie-omgevingsrecht-vastgesteld

Bijlage Omgevingsanalyse VTH

Deze omgevingsanalyse is de onderlegger voor het beleidsplan. Het uitgangspunt is dat bij uitvoering van VTH-taken de prioriteit ligt bij de grootste risico’s en opgaven en dat we passende VTH-instrumenten en capaciteit kunnen inzetten om de risico’s en opgaven aan te pakken. Om zicht te hebben op de risico’s is een omgevingsanalyse gemaakt van het grondgebied en de activiteiten.

De risicoanalyse is hieronder toegelicht.

B1 Illegaal Gebruik

Strijdig gebruik van panden (1-6)

Gebruik of aanpassing van bestaande panden in strijd met de regels van ons omgevingsplan. We onderscheiden de volgende vormen:

1Woongebouwen en woningen: activiteiten die niet zijn toegestaan zoals het uitoefenen van horeca of detailhandel, bewoning zonder dat de persoon is ingeschreven, recreatief gebruik (verhuur).

2Bedrijfsgebouwen: activiteiten zoals wonen, extra gebouw, verbouwing of opslag van goederen.

3Agrarische gebouwen: activiteiten zoals recreatie, stalling.

4Recreatiegebouwen: permanente bewoning van recreatiewoningen.

5Woonwagens: uitoefenen van bedrijfsactiviteiten, strijdige bewoning

6Mantelzorgwoningen: gebruik voor andere doeleinden dan mantelzorg

Strijdig gebruik grond of perceel (7)

Gebruik van gemeentegrond als eigen perceel (bij tuin of bedrijfsperceel), erfafscheidingen die te ruim staan, bouwwerken die (fors) oversteken, opslag van goederen op gemeentegrond.

Het gaat ook om strijdig gebruik van grond/perceel dat in eigendom is, zoals het gebruik van een tuin of perceel als stalling of parkeerplaats, plaatsen van containers op het perceel voor opslag, het opslaan van goederen op eigen perceel dat niet is toegestaan.

Illegale bewoning door arbeidsmigranten (8)

De industriële en agrarische bedrijvigheid maakt gebruik van arbeidsmigranten. Illegale bewoning gaat om niet toegestane verhuur van een pand of verblijfsruimte in woon- en bedrijfsgebouwen. Dergelijke verhuur vormt een verdienmodel voor de verhuurder en kan leiden tot overbewoning, verloedering, onveilige bewoning en overlast voor de omgeving. Bij illegale bewoning voldoet de huisvesting vaak niet aan de eisen van brandveiligheid, constructie, ventilatie en daglichttoetreding.

Bedrijfs- en beroepsmatige activiteiten die niet zijn toegestaan (9)

In ons omgevingsplan is vastgelegd in welke mate het is toegestaan om bedrijfsmatige en ondergeschikte nevenactiviteiten te verrichten (thuiskapper, webshop, bed & breakfast, administratiekantoor, klusbedrijf). Bij groei is het kostbaar voor de ondernemer om activiteiten ‘over te hevelen’ naar een (bedrijfs)pand. Strijdig gebruik gaat om bedrijfsmatige activiteiten die niet als nevenactiviteit in de uitgevoerde omvang zijn toegestaan en om activiteiten die niet zijn toegestaan (bijvoorbeeld metaalbewerking, onderhoud auto’s, houtbewerking).

Niet toegestane activiteiten in archeologisch waardevol gebied (10)

Archeologisch waardevolle gebieden kunnen worden aangetast door activiteiten in de bodem zoals graven of het aanbrengen van een fundering. We hebben onze archeologische waarden vastgelegd en het is bekend in welke gevallen een onderzoek is vereist. Er vindt archeologisch onderzoek plaats door initiatiefnemers als dat is vereist.

Niet toegestane woningsplitsing of woningverhuur (11)

Dit betreft twee verschillende activiteiten die leiden tot overlast (parkeerdruk, geluid), niet voldoen aan bouwkundige regels, risico’s voor brandveiligheid en strijdig gebruik. Het gaat om het oneigenlijk gebruik van het pand door splitsing (realisatie meerdere wooneenheden) of verhuur wat niet is toegestaan.

Ondermijnende activiteiten in panden (12)

Dit betreft ondermijnende activiteiten, zoals de productie of opslag van drugs, heling van gestolen goederen of bedrijfsactiviteiten gericht op het witwassen van geld. We treffen panden aan voor de productie van hennep en synthetische drugs en constateren dumpingen van afval vanuit drugsproductie. De ondermijnende activiteiten vormen een groot risico voor brand of ontploffing, dumping van afval, aantasting van de veiligheid en leefbaarheid en ondermijning van de samenleving. Vanuit VTH ondersteunen we en bij een vondst van productieruimten of andere ondermijnende criminaliteit. We kunnen dan overgaan tot tijdelijke sluiting. Ook signaleren we vanuit onze toezichthoudende rol.

Niet toegestane activiteiten in grondwaterbeschermings- en waterwingebieden (13)

Een groot deel van de gemeente Meerssen is een waterwingebied en vormt de grootste leverancier van drinkwater in de provincie Limburg. Dit betekent een hoge beschermingsgraad en een verbod op nieuwe activiteiten die effect kunnen hebben op de kwaliteit van het grondwater. Bestaande activiteiten blijven toegestaan; bij het voortzetten onder een nieuwe eigenaar dienen we activiteiten soms wel opnieuw te beoordelen.

Strijdige bewoning van een bedrijfswoning (14)

Ons omgevingsplan maakt onderscheid in de woning en bedrijfswoning. Een bedrijfswoning heeft een functionele binding met het bedrijf, mag niet door derden worden bewoond en kan een lager beschermingsniveau hebben dan een woning. Bij verkoop of beëindiging van het bedrijf kan het voorkomen dat de bedrijfswoning niet als zodanig wordt aangemerkt en als woning overgaat naar een nieuwe eigenaar of dat de bedrijfsbewoning geen binding meer heeft met het bedrijf. Dit veroorzaakt strijdigheid.

B2 Bouwveiligheid en brandveiligheid

Brandveilig gebruik (1-3)

De regels voor brandveilig gebruik zijn vastgelegd in het landelijke Besluit bouwwerken leefomgeving. Per gebruiksfunctie is vastgelegd vanaf welk aantal aanwezige personen een meldingsplicht geldt. In het omgevingsplan kunnen we maatwerkregels stellen voor bijzondere gevallen.

We maken onderscheid in gebouwen met:

▪ Zelfredzame personen: gebouwen waar mensen verblijven die zelfstandig kunnen vluchten bij brand zoals kantoren, winkels.

▪ Niet-zelfredzame personen: kinderdagverblijf, verzorgingstehuis, ziekenhuis.

▪ Veel bezoekers: horeca, bioscoop, theater

In gebouwen met niet-zelfredzame personen (ziekenhuis, scholen, kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen) is het risico op slachtoffers bij uitbreken van brand groot. De niet-zelfredzame personen kunnen niet of zeer beperkt op eigen kracht het pand verlaten.

In gebouwen waar veel bezoekers komen (bioscopen, horeca, winkels) is het risico op slachtoffers bij het uitbreken van brand ook vrij groot. Bezoekers kennen beperkt vluchtwegen en zijn niet op de hoogte hoe te handelen in geval van brand. Het voorkomen van branden in deze panden is van groot belang, evenals brandsignalering, alarmering en doormelding, vluchtwegen, rook- en brandbeheersing en het voorkomen van brandoverslag.

Bij brandveilig gebruik gaat het ook om het voldoen aan de bouwkundige vereisten van het gebouw. De benodigde voorzieningen en installaties dienen in voldoende mate aanwezig en onderhouden te zijn om het risico op (verspreiding van) brand te verminderen.

Verwaarlozing van een leegstaand pand (4)

Dit gaat om langdurige leegstand of verwaarlozing van een pand zodat er gevaar dreigt voor instorting of dat het pand gebruikt wordt voor feesten / samenkomsten. We ontzeggen door middel van afzetting en bebording de toegang. Bij particulier eigendom trachten we met de eigenaar in contact te komen over de voorgenomen afzetting van de toegang.

Omgevingsveiligheid bij bouwen en slopen (5)

Dit gaat om de omgevingsveiligheid rondom bouwplaatsen en werkterreinen zoals steigers, kranen, aanvoer en opslag. Bij de grotere bouwprojecten is omgevingsveiligheid aan de orde en het speelt bij verbouwingen waar naastgelegen panden er mee te maken hebben of doorgaande wegen met verkeer of voetgangers.

Tijdelijke bouwwerken bij evenementen (6)

Bij evenementen worden regelmatig tijdelijke bouwwerken gerealiseerd en gebruikt zoals podia, tribunes, (feest)tenten, attracties. Hierbij speelt de bouwveiligheid ten aanzien van constructie, verankering, montage en gebruik. We zien risico’s toenemen bij extreme weersomstandigheden (hoosbui, onweer, windstoten). Ook zien we dat organisatoren op het laatste moment een ander bouwwerk realiseren dan is vermeld in de (vergunning)aanvraag en die we hebben beoordeeld. Dit komt doordat de beschikbaarheid op het laatste moment wijzigt. De beoordeling van tijdelijke bouwwerken is al diepgaand bij vergunningaanvragen en meldingen en we houden actief toezicht. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator en deze is steeds professioneler in het anticiperen op veranderende weersomstandigheden.

Constructieve risico’s bouwwerken door mijnschade (7)

Bewoners kunnen melden bij de gemeente als zij een vermoeden hebben van constructieve schade als gevolg van de vroegere mijnbouw en kolenwinning. Op basis van deze meldingen controleert de gemeente vanuit bouwtoezicht en constructie op eventuele zichtbare schade en rapporteert aan de bewoner de bevindingen en vervolgadviezen. Mijnbouwschade komt voor een vergoeding in aanmerking indien de schadeoorzaak kan worden aangetoond.

B3 Bouwen gevolgklasse 1 Wkb

Bouwwerk voldoet niet aan eisen BBL op grond van melding Wkb (1)

Het betreft (ver)bouw onder de Wet kwaliteitsborging bouwen waarvoor een kwaliteitsborger de bouwtechnische toetsing en toezicht uitoefent. Uit de beoordeling van de kwaliteitsborger (of eigen waarneming van de gemeente of brandweer) blijkt dat het bouwwerk in strijd is met de eisen uit het Bbl op bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid, duurzaamheid.

(ver)bouw in strijd met de OPA/BOPA (2-3)

Het betreft (ver)bouw die niet voldoet aan de voorwaarden van de (buitenplanse) omgevingsvergunning. Dit kan betrekking hebben op elk type regel van de fysieke leefomgeving, met uitzondering van bouwtechnische regels die geen onderdeel zijn van de (B)OPA maar het landelijke Bbl.

Bouwwerk geen gebouw zijnde in strijd met melding of regels (voorerf/achtererf) (4-5)

Dit betreft bouwwerken die geen gebouw zijn zoals overkapping, zonnepanelen, stellages en waarover klachten komen. We onderscheiden het voorerf en het achtererf.

Bijgebouw in strijd met melding of regels (voorerf/achtererf) (6-7)

Het plaatsen van bouwwerken in het voorerf of het achtererf die niet zijn toegestaan.

B4 Bouwen

(ver)bouw in strijd met vergunning of regels (1-7)

Bij het realiseren/aanpassen van bouwwerken zijn landelijke regels van toepassing en regels in het omgevingsplan. Voor steeds meer bouwwerken hoeft geen vergunning meer aangevraagd te worden (vergunningsvrij). Initiatiefnemers realiseren soms hun bouwwerk zonder vergunning, terwijl tijdens of na de bouw blijkt dat een vergunning noodzakelijk was.

Bij verbouw kan het gaan om constructieve doorbraken met veiligheidsrisico en bepaalde eisen die onvoldoende worden meegenomen (ventilatie, daglicht, maximaal bouwvlak).

Doordat een toenemend deel van de bouwactiviteiten niet meer vergunningplichtig is of doordat de toetsing en het toezicht bij een externe kwaliteitsborger ligt, hebben we steeds minder beeld van veranderingen aan bouwwerken via de vergunningaanvraag.

In de analyse onderscheiden we:

▪ Publieksgebouw

▪ Agrarisch gebouw

▪ Bedrijfsgebouw

▪ Woongebouw

▪ Bouwwerk geen gebouw

▪ Bijgebouw

▪ Monument

Vergunningsvrij bouwwerk dat niet voldoet aan eisen BBL (8)

Dit gaat om de (ver)bouw van een bouwwerk waarvoor geen vergunning nodig is en waarvoor wel de eisen uit het landelijke Bbl van toepassing zijn.

Overlast geluid en trillingen door installaties (9)

Het duurzaam opwekken van energie is een positieve ontwikkeling en draagt bij aan de realisatie van de energietransitie. De aanleg en het gebruik van zonnepanelen, airco’s, warmtepompen, zonneweiden en batterij-opslag kan echter negatieve gevolgen hebben. Denk aan hinder (licht, geluid) en (brand)veiligheid. Het gebruik ervan neemt toe.

Strijdigheid met eisen van welstand/excessenregeling (10)

Onze welstandsnota bevat eisen voor het aanzien van een bouwwerk vanuit de gedachte dat welstand bijdraagt aan een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Er zijn gebieden benoemd met een bijzonder welstandsniveau waar meer aandacht is voor de inpassing van een bouwplan en de bijdrage aan de kwaliteit van het straatbeeld.

Aanleg van een werk/weg zonder of in afwijking vergunning (11-12)

Ons omgevingsplan bevat een verbod om zonder vergunning een weg aan te leggen of te veranderen. Het komt nauwelijks voor dat dit zonder of in afwijking plaatsvindt.

Realisatie van een inrit/uitweg (13)

De Verordening Fysieke Leefomgeving Gemeente Meerssen 2024 bevat een verbod om zonder vergunning een uitweg te maken of veranderingen aan te brengen in een bestaande uitweg.

B5 Slopen

Slopen zonder of in afwijking van de melding (1-2) / Slopen asbest zonder of in afwijking van de melding (3-4)

Om verschillende redenen (kosten, tijdsduur) kan door particulieren worden overgegaan tot het slopen van een bouwwerk zonder of in afwijking van een ingediende sloopmelding. Indien er in het bouwwerk asbesthoudende materialen zijn toegepast, kan het uitvoeren van de sloopactiviteiten leiden tot verspreiding van asbesthoudende deeltjes. De veiligheid en gezondheid komt dan in het geding. Soms herkennen burgers niet goed waar asbest in zit of zijn de regels over de verwijdering niet goed bekend. Tenslotte brengt het kosten met zich mee om een asbestinventarisatierapport op te stellen.

B5 Stoken

Stoken van open haarden (D1)

Het (foutief) stoken van haarden leidt tot overlast van rook en geur en tot negatieve gezondheidseffecten. Het stoken van haarden is niet verboden. Optreden bij overlast is niet gemakkelijk en handhaving kan op basis van technische eisen voor het afvoerkanaal die zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving of een (dure) meting naar de luchtkwaliteit. We krijgen regelmatig meldingen binnen van overlast. Afhankelijk van de omvang en ernst beoordelen we of we een rol hebben.

Verbranden afvalstoffen zonder ontheffing (D2)

Er staat een verbod op het stoken van afval in ons omgevingsplan. In de praktijk komt het stoken van afvalstoffen zoals groenafval voor. Met name in de zomerperiode is er brandgevaar, naast geur- en rookoverlast.

B.6 Openbare ruimte

Woonoverlast (1)

Bij diverse huishoudens wordt jaarlijks door de verhuurder een aanzegging gedaan tot huisuitzetting indien sprake is van excessieve overlast, criminele activiteiten of het niet betalen van de huur.

Van woonoverlast als gevolg van vervuiling / hoarding is sprake als een bewoner een zodanig verzameling aanhoudt dat de eigen veiligheid en gezondheid in het geding komt. Bij extreme verzamelwoede komt de constructieve veiligheid en de brandveiligheid van de woning in gevaar. Er kan sprake zijn van zodanige vervuiling dat de gezondheid van de bewoner en de omwonenden in gevaar komt of dat omwonenden hinder ondervinden

Illegale kap of ontbreken herplant (2)

Een deel van de bomen in onze gemeente is beschermwaardig. Er geldt een vergunningprocedure voor het kappen van beschermde bomen die is vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving en er zijn regels opgenomen voor het rooien van houtgewas in ons omgevingsplan. In de Omgevingswet (natuurbescherming) is vastgelegd voor welke grotere percelen of bomenrijen een melding moet worden gedaan.

Het illegaal kappen van een boom of aantasten van groen is onomkeerbaar en leidt tot verlies van groen, natuur en de omgevingskwaliteit

Onvoldoende invulling van landschappelijke inpassing (3)

Bij diverse ruimtelijke initiatieven stellen we eisen en voorwaarden aan de landschappelijke inpassing om de gevolgen voor natuur, landschap en groen te compenseren. De voorwaarden zijn opgenomen in de vergunning, het omgevingsplan en soms in overeenkomsten met de initiatiefnemer. Bij het realiseren of uitbreiden van panden of voorzieningen kan de landschappelijke inpassing als voorwaarde van toepassing zijn. De realisatie van een inpassingsplan of beplantingsplan versterkt de ruimtelijke uitstraling.

We constateren dat de verplichtingen voor realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing niet altijd goed worden opgevolgd. Bij herontwikkeling of sloop worden bijvoorbeeld te weinig bomen geplant (of herbeplant) t.a.v. het erf-inpassingplan.

Illegale reclame (4)

In onze APV en welstandsnota zijn regels vastgelegd voor het plaatsen van lichtreclame en bebording. Er kan lichthinder ontstaan, reclame kan de openbare ruimte ontsieren en afleiden in het verkeer. Er zijn veel reclame-uitingen die niet aan de technische of welstandsvoorwaarden voldoen. Ondernemers krijgen veelal een vergoeding voor het plaatsen van reclame en we constateren dat reclames worden aangebracht op bedrijfspanden, in de openbare ruimte of op percelen van bedrijfsgebouwen die niet zijn toegestaan.

Dumpen van afval (5)

Het dumpen van afval gaat over verschillende stromen: bouwafval, bedrijfsafval, huishoudelijk afval, huisraad, autobanden, drugsafval, etc. Ook het in grote hoeveelheden bijzetten van afval bij afvalcontainers. Onze buitendienst zorgt voor het opruimen van dit afval wat geld kost. Tevens zijn er negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid en verloedert het straatbeeld of de kwaliteit van het buitengebied.

Zwerfaval (6)

Zwerfafval ontstaat doordat diverse soorten verpakkingen, kunststoffen, blikjes en papier in de openbare ruimte terecht komen. Het is niet eenvoudig om goed in kaart te brengen waar sprake is van zwerfafval en hoe dit is te voorkomen doordat het een groot gebied betreft, het om persoonlijk gedrag gaat en er veel bronnen zijn waar het ontstaat. Binnen de gemeente is er geen concentratie van horeca of fastfood waar zwerfafval in ruime mate ontstaat.

Voorwerpen op of aan een openbare plaats (7)

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg zoals een container, bouwkeet, lichtinstallatie of goederen is opgenomen in ons omgevingsplan. Het kan voorkomen dat de wegafzetting, doorgang of plaatsing niet voldoet. Dit heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid. Soms ontstaan hier kosten voor het verwijderen.

Evenementen (geringe/enige/hoge risico’s) (8-10)

In de APV is vastgelegd in welke gevallen een vergunning of melding is vereist. Afhankelijk van het risico van het evenement en de verwachte bezoekersaantallen is een evenement vergunningplichtig of meldingsplichtig en bepalen we samen met onze partners (zoals politie, brandweer) het risicoprofiel. Bij de vergunningaanvraag en bij het toezicht is er een integrale aanpak vanuit de gemeente, politie, brandweer, GGD/GHOR en waar nodige andere instanties.

Evenementen brengen levendigheid en vertier met zich mee; om die reden stimuleren we ze. Bij evenementen kunnen veel aspecten aan de orde zijn: parkeren, geluid, openbare orde, veiligheid van personen, gezondheid (alcohol, drugs), afval, brandveiligheid, duurzaamheid. Bij grotere en terugkerende evenementen zijn professionele organisatoren betrokken die onze voorwaarden kennen en waar we structureel overleg mee voeren.

Terrassen (11)

De terrassen verhogen de levendigheid in ons centrum en bij de horeca. Aan de andere kant kan er sprake zijn van geluidoverlast, niet houden aan de sluitingstijden of innemen van meer ruimte dan is toegestaan. In het buitengebied staan terrassen bijna altijd op eigen terrein.

Gevaar/overlast of verontreiniging door huisdieren (12-13)

Dit kan gaan om individuele huisdieren zoals loslopende honden/blaffen/hondenpoep of het hobbymatig houden van veel dieren (honden, katten, duiven of kippen). Het is een ergernis voor inwoners en soms speelt diergezondheid of veiligheid (bijtincidenten) een rol. We ontvangen meldingen over loslopende honden en hondenpoepoverlast. De APV bevat een grondslag om een muilkorfgebod op te leggen. In het buitengebied kan overlast ontstaan door loslopende honden wat gevolgen kan hebben in het broedseizoen.

Gebruik van (illegaal) vuurwerk en carbid (14)

Het afsteken van zwaar illegaal vuurwerk en carbid en het afsteken van vuurwerk buiten de periode waarin dit is toegestaan heeft risico’s voor de veiligheid, leidt tot overlast en richt schade aan. Het schieten met carbid is verboden op grond van de APV. Er is geen gebiedsverbod (vuurwerkvrije zone) ingesteld in onze gemeente voor het afsteken van vuurwerk. Er is een landelijk verbod op het afsteken van knalvuurwerk en vuurpijlen.

De politie houdt toezicht en handhaaft op het illegaal bezit van vuurwerk, de ODZL houdt toezicht op de opslag van vuurwerk door handelaren en de landelijke Inspectie Leefomgeving en Transport op het vervoer van illegaal vuurwerk. De gemeente coördineert het toezicht met de partners, reageert op overlastmeldingen en zorgt voor gebiedstoezicht / surveillance op het afsteken van vuurwerk.

Innemen standplaatsen en (week)markten (15)

Voor het innemen van een standplaats voor kramen en wagens die verkopen is een vergunningstelsel van kracht op basis van het omgevingsplan. Weekmarkten zijn gereguleerd in een aparte marktverordening. We kennen diverse vaste standplaatshouders; de kans op het (onrechtmatig) innemen van standplaatsen is zeer laag.

Verkeer- of parkeeroverlast en parkeren blauwe zones (16 en 17)

Het komt regelmatig voor dat voertuigen (personenauto’s, bussen, vrachtwagens) te lang parkeren of op plekken laden en lossen waar dat niet is toegestaan. Denk aan parkeren in de blauwe zone of op stoepen/groenstroken, stallen van caravans/campers op openbaar terrein, bij bevoorrading van winkels of het afleveren van pakketten. Dit heeft invloed op de verkeersveiligheid en de uitstraling van de openbare ruimte.

Aantasting sociale veiligheid door (dreigende) inbraak (18)

Het risico op inbraak neemt toe tijdens de vakantieperiodes en de ‘donkere dagen’ in de herfst- en winterperiode. Bewoners kunnen hun afwezigheid doorgeven en dan houden BOA’s extra toezicht op deze woningen.

Overlast openbare orde door (groepen van) personen (19)

Dit gaat over overlast en verstoring van de openbare orde door groepen die rondhangen, vernielingen aanrichten, rotzooi achterlaten of drugs gebruiken/verhandelen. De overlast wordt door inwoners als bedreigend ervaren, geeft een onveilig gevoel en kan leiden tot vervuiling. Op basis van meldingen van inwoners, eigen constateringen en signalen van instanties treden de BOA’s op. Bij jongerenoverlast is dat in samenwerking met jongeren- of welzijnswerkers of de politie. We plaatsen cameratoezicht indien dit nodig en juridisch mogelijk is.

Verkeersoverlast bij scholen (20)

In de nabije omgeving van (basis)scholen staat de veiligheid soms onder druk door parkeeroverlast, hard rijden en door verkeersituaties met een combinatie van auto’s, fietsers en voetgangers. Er komen meldingen binnen van inwoners over deze veiligheidsaspecten.

Illegaal crossen door natuurgebied of weilanden (21)

Dit gaat over motorcross in de bosgebieden of door weilanden en akkers. De handhaving is niet eenvoudig: het gaat om het op heterdaad betrappen en op het beboeten vanwege veroorzaken van geluidoverlast of verstoring van de openbare orde.

Stropen (22)

In het buitengebied zijn er verschillende vormen van stroperij. Dit betreft afvangen van vogels, het zetten van vallen voor wild en het met terreinwagens en vuurwapens doden van dieren op percelen. Het neemt in sommige gevallen een professionele vorm aan. Stropen heeft een negatieve invloed op de biodiversiteit. Het vraagt gerichte acties om stropers te betrappen.

B.8 Bedrijven

Exploitatie van horeca activiteiten (1)

Dit gaat om het exploiteren van een logies-, drink- of eetgelegenheid waarvoor een vergunning is vereist. Wanneer bij de inrichting ook een terras hoort dan wordt dit terras meegenomen in de exploitatievergunning. Daarnaast geldt op basis van onze APV, onder andere voor horeca, een kennisgevingsplicht voor het afwijken van de geluidvoorschriften gedurende een beperkt aantal festiviteiten per jaar. Bij de horeca spelen aspecten zoals brandveiligheid, milieu/geluid, sluitingstijden, overlast voor de woonomgeving of verstoring openbare orde (buiten roken, lawaai bezoekers, muziek). De horeca is vooral te vinden in het centrumgebied, kleinschalig in de kernen en wijken.

B.9 Bijzondere Wetten

Seksinrichtingen (1)

Van seksinrichtingen is sprake als bedrijfsmatig de gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling of het aanbieden van materiaal tegen betaling. Seksinrichtingen kunnen gepaard gaan met ondermijnende activiteiten zoals mensenhandel of witwassen van geld. Vanuit VTH ondersteunen we bij een controle of onderzoek en signaleren we illegale activiteiten vanuit toezicht.

Kansspelautomaat, loterij of bingo (2-3)

Met betrekking tot kansspelen is er een vergunningstelstel van kracht voor het exploiteren van een speelgelegenheid, de aanwezigheid van kansspelautomaten en het organiseren van kansspelen (loterij).

B.10 Overig

Afkoppeling hemelwaterafvoer, waterinfiltratie (1)

Bij nieuwbouw boven een bepaalde omvang van het bebouwd oppervlak is de afkoppeling van de afvoer van hemelwater verplicht gesteld. Indien de afkoppeling onvoldoende functioneert of de infiltratie in de bodem of naar het oppervlaktewater problematisch is bij hevige regenval dan kan wateroverlast ontstaan.

Onderhoud aan werken en ontheffing geluid (2)

In de APV is geregeld wanneer er een ontheffing nodig is voor het verrichten van werkzaamheden die hinder kunnen veroorzaken aan bijvoorbeeld wegen, spoor en bruggen met een grotere geluidproductie. Effect en kans zijn laag.

B.10 Alcoholwet

Het doel van de Alcoholwet is om gezondheidsschade door alcoholgebruik te voorkomen en verstoring van de openbare orde door alcoholmisbruik terug te dringen. We richten ons conform het preventiebeleid op evenementen, para commerciële instellingen, horeca-inrichtingen en alcoholverstrekking door supermarkten en slijterijen. Paracommercie zijn instellingen en verenigingen die sportieve, recreatieve of culturele activiteiten verrichten en horeca-activiteiten ontplooien. Horeca is niet de hoofdactiviteit. De gemeente is op basis van de Alcoholwet verplicht om de horeca activiteiten te beperken.

Paracommercie, strijdige alcoholverstrekking (1)

Paracommercie zijn instellingen zoals verenigingen die sportieve, recreatieve of culturele activiteiten verrichten en horeca-activiteiten ontplooien. Horeca is niet de hoofdactiviteit. De gemeente is conform de Alcoholwet verplicht om de horeca activiteiten van de instellingen in te perken. De reden is hun concurrentievoordeel (subsidies, vrijwilligers, fiscaal) op commerciële horeca ondernemers. De risico’s liggen – naast concurrentie met reguliere horeca - op het schenken van alcohol door onbevoegden of aan minderjarigen (NIX18), overlast door bezoekers.

Alcoholverstrekking horeca (2) / Naleving leeftijdsgrens alcoholverstrekking door supermarkten en slijters (3

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.