Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden gemeente Medemblik 2026

Gemeente Medemblik · geldt sinds 10 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Medemblik;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025;

Gelet op artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden gemeente Medemblik 2026.

Artikel 1 Definities

Standplaats: plaats op of aan de openbare weg buiten een markt waarop ambulante handel wordt uitgeoefend;

Dag: periode van 00.00 tot 24.00 uur waarbij een gedeelte van een dag als dag geldt;

Kwartaal: een kalenderkwartaal;

Jaar: een kalenderjaar;

Jaarmarkt: de jaarmarkt, aangeduid als lappendag, op de laatste dag van de kermis in de kern Medemblik;

Marktgeld: een heffing voor het innemen van een standplaats op het voor het houden van de wekelijkse warenmarkt bestemde terrein;

Staangeld: een heffing voor het innemen van een standplaats op het daartoe aangewezen terrein anders dan de wekelijkse warenmarkt.

Artikel 2 Belastbare feiten

1Onder de naam ‘marktgelden’ wordt een recht geheven voor het toewijzen van een standplaats en het hebben van een vaste standplaats op de wekelijkse warenmarkt en voor het innemen van een standplaats op de jaarmarkt.

2Onder de naam ‘staangeld’ wordt een recht geheven voor het toewijzen van een vaste standplaats en het hebben van een vaste standplaats op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, anders dan bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene die een standplaats als vermeld in artikel 2 heeft ingenomen.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

1De marktgelden worden berekend op basis van de frontbreedte van de standplaats in strekkende meters (m1).

2De staangelden worden berekend op basis van het aantal per standplaats ingenomen vierkante meters (m2).

Artikel 5 Belastingtarief

1De marktgelden op de wekelijkse warenmarkt bedragen voor het innemen van elke m1 of een gedeelte daarvan per dag of een gedeelte daarvan voor de kern Medemblik € 2,28

2De marktgelden op de wekelijkse warenmarkt bedragen voor het innemen van elke m1 of gedeelte daarvan per dag of een gedeelte daarvan voor de kern Andijk € 2,28

3De marktgelden op de jaarmarkt bedragen voor het innemen van elke m1 of gedeelte daarvan per dag of een gedeelte daarvan € 2,28

4In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 1 bedraagt het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de wekelijkse warenmarkt per m2 of een gedeelte daarvan, per kalenderjaar € 22,48

5In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 2 bedraagt het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de wekelijkse warenmarkt per m2 of een gedeelte daarvan, per kalenderjaar € 22,48

6De staangelden bedragen per m2 voor één dag of een gedeelte daarvan per week gedurende een kalenderjaar € 22,48

7Als men gebruikt maakt van de gemeentelijke voorziening voor elektra voor één dag of een gedeelte daarvan per week worden de staangelden in afwijking van artikel 5 lid 6 verhoogd met:

Categorie I Marktkramen en verkoopwagens met standaard verlichting € 3,47

Categorie II Marktkramen en verkoopwagens met verlichting en andere stroomverbruikers € 16,81

8De staangelden bedragen voor het innemen van een incidentele standplaats per vierkante meter voor één dag of een gedeelte daarvan € 22,48 (excl. electra).

Artikel 6 Wijze van heffing

De markt- en staangelden worden geheven door middel van een mondelinge of een gedagtekende schriftelijke factuur, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling of door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingwet 1990 moeten de leges worden betaald als de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

a.mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De markt- en staangelden zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, of als een vrijstelling als genoemd in artikel 9 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in het jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, of als een vrijstelling als genoemd in artikel 9 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4De marktgelden voor het innemen van een vaste standplaats op de wekelijkse warenmarkt worden, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 eerste lid, bij de belastingplichtige middels kwartaalnota’s in rekening gebracht.

5Als het gebruik van een vaste standplaats voor het einde van het kalenderkwartaal wordt beëindigd, wordt ontheffing verleend voor zoveel volle kalendermaanden als er na beëindiging van het gebruik van de vaste standplaats in het kalenderkwartaal overblijven.

Artikel 9 Vrijstellingen

Geen staangeld wordt geheven voor het innemen van ideële incidentele standplaatsen door instellingen of personen voor een standplaats op het gebied van maatschappelijk/sociaal-culturele activiteiten of activiteiten op het gebied van de volksgezondheid.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van markt- en staangelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

1De ‘Verordening marktgelden 2025’ vastgesteld op 21 november 2024 door de raad van de gemeente Medemblik wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Als de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

3Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening marktgelden gemeente Medemblik 2026'.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.