Aanhef
Gelijke kansen, gelukkige kinderen!
Inhoudsopgave
1Introductie
1.1. Inleiding
1.2. Totstandkoming
2Kaders en rolverdeling
2.1. De kaders
2.2. De rolverdeling
3Doel van het beleid en de situatie in Medemblik
3.1. Algemeen doel
3.2. Huidige situatie onderwijsachterstanden in Medemblik
3.3. Doelgroependefinitie
4Wat willen we bereiken en wat gaan we doen
4.1. Onze ambities
•Ambitie 1: Voldoende gespreid en kwalitatief goed aanbod
•Ambitie 2: Waarborgen van een doorgaande lijn
•Ambitie 3: Toeleiding naar VVE
•Ambitie 4: Monitoren van bereik, kwaliteit en resultaten
•Ambitie 5: Aandacht voor talent
•Ambitie 6: Samenwerking rondom de ontwikkeling van kinderen
•Ambitie 7: Voor ieder kind een zo passend mogelijke plek
5Samenwerking
6Volgen, evalueren en verbeteren beleid
6.1. Inleiding
6.2. Monitoring van resultaten
7Financieel kader
7.1. Inleiding
7.2. Besteding van de budgetten
Bijlagen:
•Bijlage 1: Begroting onderwijskansenbeleid
•Bijlage 2: Doelgroependefinitie VVE
•Bijlage 3: Overlegstructuur tussen gemeente en partners
•Bijlage 4: Lijst met begrippen en afkortingen
Bijlage 1: Begroting 2025
Inkomsten 2025
Uitgaven 2025
GOAB middelen 2025 (voorlopig)
€ 1.402.923
Voorschoolse Educatie* in gemengde peutergroepen
€ 695.000
Voorschoolse Educatie in hele dagopvang
€ 50.000
VE-coach/pbm
€ 39.000
VE scholing
€ 38.500
VE kleine kernen subsidie
€ 41.000
Subtotaal
€ 863.500
Ambitie 5: Inzetten op talenten
€ 50.000
Ambitie 6: Samenwerking rondom de ontwikkeling van kinderen
€ 50.000
Ambitie 7: Voor ieder kind een zo passend mogelijke plek
€ 50.000
Subtotaal
€ 150.000
Indiceren en toeleiden door JGZ* (ambitie 2)
€ 50.000
Activiteiten, mede gericht op toeleiding naar VE (bijv. Samen voorlezen / ambitie 2)
€ 26.500
€10.500
Doorgaande lijn en overdracht opvang-onderwijs* (ambitie 3)
€ 10.000
Monitoren bereik, kwaliteit, resultaten VVE* (ambitie 4)
€ 10.000
Advies over tarieven, subsidieafspraken VE en OAB (ambitie 4)
€ 5.000
Doorbelasting personele kosten gemeente
€ 50.000
Subtotaal
€ 197.000
subtotaal bedragen
€ 863.500
€ 150.000
€ 197.000
Te besteden in overleg met partners
€ 192.423
Totaal uitgaven
€ 1.402.923
* Dit betreft een wettelijke eis
Bedragen zijn indicatief. Tussen kostenposten kan geschoven worden.
Bijlage 2: Doelgroep definitie gemeente Medemblik
Inleiding:
In deze doelgroependefinitie staat beschreven welke kinderen in aanmerking komen voor voorschoolse educatie (VE) in de peuteropvang. Kinderen hebben voor deelname aan VE een indicatie nodig. De subsidievoorwaarden staan beschreven in de Nadere regels subsidie voorschoolse voorzieningen en onderwijskansenbeleid.
Doelgroependefinitie per 2019:
De jeugdarts of jeugdverpleegkundige van de JGZ (het consultatiebureau) in Medemblik geeft de VE indicatie af indien er sprake is van één of meer van de volgende kenmerken:
1Een gesignaleerde (dreigende) taalachterstand.
2Een gesignaleerde (dreigende) taalachterstand door een niet Nederlandstalige opvoeding.
3Een gesignaleerde (dreigende) taalachterstand door een niet Nederlandstalige opvoeding én een sociaal-emotionele achterstand.
4Een gesignaleerde (dreigende) taalachterstand door een niet Nederlandstalige opvoeding én sociale gezinsfactoren.
5Een gesignaleerde (dreigende) taalachterstand én sociale gezinsfactoren.
6Een sociaal-emotionele achterstand.
7Sociale gezinsfactoren.
Doelgroependefinitie nieuw voorstel:
De jeugdarts of jeugdverpleegkundige van de JGZ (het consultatiebureau) in Medemblik geeft de VE indicatie af indien er sprake is van één of meer van de volgende kenmerken:
1Een achterstand in de taalontwikkeling of een gerede kans op het oplopen van een achterstand in de ontwikkeling van de Nederlandse taal.
2De thuistaal is niet-Nederlands én er is sprake van een achterstand in de taalontwikkeling of een gerede kans op het oplopen van een achterstand in de ontwikkeling van de Nederlandse taal.
3Naast (de kans op) een achterstand in taalontwikkeling, komen ook kinderen in aanmerking die een achterstand of een kans daarop hebben in de motorische ontwikkeling of de sociaal emotionele ontwikkeling (gemeten door de JGZ);
4De jeugdarts of verpleegkundige beoordeelt op basis van eigen expertise en professionaliteit of er sprake is van omgevingsfactoren die de ontwikkeling van kinderen belemmeren, die niet onder de kenmerken 1 t/m 3 vallen. Het betreft kinderen uit gezinnen waar mogelijk meerdere (sociale, economische, culturele) factoren spelen die effect hebben op hun ontwikkeling.
Aanvullende afspraken:
•De VE-kinderopvang heeft de mogelijkheid om op basis van objectieve observatiegegevens kinderen te laten (her)indiceren op basis van een (dreigende) taalontwikkelingsachterstand en/of een achterstand in de motorische of sociaal-emotionele ontwikkeling. De JGZ beoordeelt dit verzoek en geeft zo nodig de indicatie af.
•Jaarlijks wordt de doelgroependefinitie geëvalueerd met de VE-partners. Een voorstel tot bijstelling van deze doelgroependefinitie wordt voorgelegd aan de LEA. Vervolgens besluit het college van b en w.
Bijlage 3: Overlegstructuur tussen gemeente en partners
Bestuurlijk overleg
De Lokaal Educatieve Agenda (LEA) is een overleg van de gemeente met bestuurders van primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en de (VE) kinderopvang. In de LEA worden afspraken gemaakt over het onderwijskansenbeleid en wordt een beroep gedaan op het gezamenlijk belang. De in dit beleidsplan vastgestelde koers geldt als richtlijn voor de komende jaren. Op bestuurlijk niveau worden de gemaakte afspraken helder en eenduidig richting de werkvloer gecommuniceerd.
Overleg over en met de uitvoering
We stellen een regisseur aan voor VVE en GOAB activiteiten. De regisseur zal met de betrokken partners een overlegstructuur ontwikkelen. De betrokken partners zijn in ieder geval:
-Kinderopvang
-Samenwerkingsverband
-Basisscholen
-Jeugdgezondheidszorg
-Bibliotheek
Er kunnen werkgroepen worden gevormd op gebiedsniveau en/of thema’s, of de regisseur sluit aan bij bestaande overleggen zoals de knooppunten van het primair onderwijs.
Doel is om elkaar meer op te zoeken en meer samenhang tussen verschillende activiteiten en beleidsterreinen te bewerkstelligen. Daarnaast om de GOAB activiteiten (ambities uit dit beleidsplan) blijvend te versterken.
Evaluatie met partners
We vragen advies aan een externe partij bij monitoring, data-analyse en evaluatie van de VVE- en overige GOAB activiteiten. We zoeken naar een eenvoudige manier om kennis en inzichten met partners te delen om beleid verder te ontwikkelen.
Bijlage 4: Lijst van begrippen en afkortingen
VVE
Voor- en vroegschoolse educatie,
•Voorschoolse educatie is bedoeld voor doelgroeppeuters op de kinderopvang (peuteropvang en kinderdagverblijven);
•Vroegschoolse educatie is bedoeld voor doelgroepkleuters uit groep 1 en 2
VE
Voorschoolse educatie
Doelgroep kinderen
Peuters en leerlingen uit het basisonderwijs met (een risico op) een onderwijsachterstand
Doelgroependefinitie
Lijst met criteria om vast te stellen welke kinderen met een risico op een onderwijsachterstand in aanmerking komen voor voorschoolse educatie in Medemblik
JGZ
Jeugdgezondheidszorg; ook wel het consultatiebureau genoemd. De GGD Hollands Noorden voert de JGZ uit.
VE-indicatie
Een door JGZ afgegeven indicatie waarmee een doelgroep peuter gebruik kan maken van een gesubsidieerd voorschools aanbod
(G)OAB-middelen
Rijksmiddelen om het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid uit te voeren. Het GOAB-budget (ook wel OAB-budget) wordt jaarlijks bepaald aan de hand van de achterstandsscores van de gemeente. GOAB-middelen zijn geoormerkt en moeten jaarlijks verantwoord worden binnen de wettelijke kaders.
Startpositie onderwijs
De mate waarin kinderen vaardig zijn en zich hebben ontwikkeld op het gebied van taalontwikkeling, beginnende rekenvaardigheid, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling op het moment dat een kind start in groep 1 van de basisschool.
Leerplicht
Leerlingen van 5 tot 16 jaar zijn leerplichtig.
Verzuim
Alle kinderen tussen 5 en 16 jaar zijn leerplichtig. Er is sprake van schoolverzuim als een leerling zonder geldige reden niet voldoet aan de leerplicht.
LEA
Lokaal Educatie Agenda. Deelnemers: gemeente, bestuurders van primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en de kinderopvang.