Gemeentelijke regelgeving

Notitie wonen en zorg

Gemeente Medemblik · geldt sinds 8 november 2022

3. Vormen van wonen met zorg

1. Jeugd

1. Pleegzorg

Pleegzorg is een bijzondere groep in deze nota. Pleegzorg is een verblijfsvorm in het kader van de Jeugdwet, maar de toetsing van de pleegzorgouders wordt gedaan door de aanbieders. Pleegouders kunnen starten zonder tussenkomst van de gemeente, de bestemming op de woning blijft wonen. Toch staat deze nota stil bij pleegzorg, zodat er enerzijds een beeld is van wat het betreft en de behoefte vanuit Medemblik. Anderzijds valt de doelgroep wel onder de Jeugdwet waardoor wij als gemeente verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de geleverde zorg.

Wat is het

(Netwerk)pleegzorg is het voor korte of lange tijd opvoeden en verzorgen van een jeugdige door vervangende ouders (niet door de biologische ouders). Pleegouders bieden jeugdigen een thuis, waar ze kunnen rekenen op aandacht en een eigen plek, tot de jeugdige terug naar huis kan of zelfredzaam is. Pleegzorg is voor de jeugdige die zich in de eigen gezinssituatie niet veilig kan ontwikkelen en/of gezond kan opgroeien. In het pleeggezin staat het 'zo gewoon mogelijk opgroeien' centraal. Pleegzorg is een unieke vorm van hulpverlening aan jeugdigen, omdat die het mogelijk maakt dat kinderen die niet thuis kunnen wonen toch in een gezinssituatie opgroeien (CoAct Consult, 2000).

Behoefte Medemblik (incl. prognose)

Er is tot op heden sprake van een bovenregionale samenwerking omtrent pleegzorg. In 2016 is de transformatieagenda specialistische jeugdhulp door de gemeenten in NHN vastgesteld. Deze is uitgewerkt in een plan van aanpak Pleegzorg 18 gemeenten Noord-Holland-Noord. Er zijn naar schatting 280 pleeggezinnen actief in de 18 gemeenten van Noord-Holland- Noord.

2Plan van aanpak Pleegzorg 18 gemeenten Noord-Holland-Noord.

De bekende pleegzorgorganisaties in Noord-Holland-Noord zijn Parlan, Levvel, William Schrikker Gezinsvormen en het Leger Des Heils.

Sinds 2018 is er een stijging van het aantal pleegkinderen ouder dan 18 jaar. Dit houdt direct verband met de wijziging dat pleegkinderen vanaf heden tot hun 21e levensjaar in het pleeggezin mogen (ver)blijven. Het algemene beeld binnen NHN is dat er meer vraag naar passende pleeggezinnen is dan aanbod. De gemeente Medemblik heeft relatief gezien al veel pleeggezinnen. We weten ook dat er jeugdigen in de gemeente Medemblik geplaatst worden die geen inwoners waren van de gemeente Medemblik. Door het nieuwe woonplaatsbeginsel komen de kosten voor de gemeenten waar de jeugdige vandaan komt en niet voor de gemeente Medemblik. Het is wel van belang dat ook de jeugdigen vanuit Medemblik een plek kunnen krijgen binnen de gemeente als daar behoefte aan is.

Aantal pleeggezinnen met plaatsingen op 20 augustus 2020:

Totaal

Netwerkpleeggezin

Pleeggezin

West-Friesland

143

Drechterland

9

6

2

Enkhuizen

11

6

5

Hoorn

44

27

17

Koggenland

14

8

6

Medemblik

36

13

23

Opmeer

12

5

7

Stede Broec

17

9

8

Aanvulling op het afwegingskader

Om pleegkinderen te ondersteunen bij hun problematiek als gevolg van uithuisplaatsing, ervaringen of erfelijke belasting zijn geschikte en beschikbare pleegouders nodig. Aanwezigheid bij en emotionele beschikbaarheid voor het pleegkind (-eren), letterlijk en figuurlijk de ruimte hebben en openstaan voor begeleiding vanuit de plaatsende instantie om kennis van problematiek te vergroten zijn hierbij belangrijk. Dat is de reden dat we een maximum instellen van 4 pleegkinderen

3Richtlijn Grote Pleeggezinnen, Beleidsnotitie aantal kinderen binnen een pleeggezin. Rubicon

binnen een pleeggezin. De lokale toegang of de Gecertificeerde Instelling (GI) zijn betrokken bij de plaatsing en kunnen hierop sturen. Afhankelijk van verschillende factoren in het pleeggezin, wordt per situatie afgewogen wat verantwoord is. Bij meer dan 4 pleegkinderen bestaat een verhoogd risico dat kinderen tekortkomen aan de aandacht en beschikbaarheid van de pleegouder(s). Uitzonderingen zijn (zowel naar boven als naar beneden), mits goed onderbouwd door een gedragswetenschapper en vanuit alle betrokkenen (pleegkinderen, ouders, pleegouders, eigen kinderen) bezien, mogelijk.

2. Gezinshuizen

De verschillen tussen een pleeggezin en een gezinshuis zitten vooral in de organisatie, de begeleiding en de financiering. Pleegouders blijven meestal gewoon werken. Ze krijgen een vergoeding voor de onkosten. Belangrijk is vooral dat de leefsituatie stabiel is en dat de pleegouders een kind structuur, warmte en veiligheid kunt bieden. Een belangrijk verschil is dat gezinshuisouders professionele opvoeders zijn, één van de gezinshuisouder aan opleidingseisen moet voldoen en voor het werk betaald krijgt. Door de professionele rol van de gezinshuisouder en de intensiteit van de begeleiding van het gezinshuis, kan van een gezinshuis meer verwacht worden op het gebied van het hanteren van de problematiek van het kind.

Net als pleegzorg zijn gezinshuizen eenzelfde bijzondere groep in deze nota. De toetsing van de gezinshuisouders wordt gedaan door de aanbieders of door gezinshuis.com. Gezinshuisouders kunnen starten zonder tussenkomst van de gemeente. Bij de plaatsingen van jeugdigen is er wel altijd betrokkenheid vanuit de lokale toegang of GI. Voor het starten van gezinshuis is er geen maatschappelijke (=zorg) bestemming nodig op de woning omdat de nadruk niet ligt op de te leveren zorg maar op het wonen (handboek gezinshuizen).

Wat is het

Een gezinshuis is een kleinschalige vorm van jeugdhulp - georganiseerd vanuit een natuurlijk gezinssysteem - waar gezinshuisouders volgens het 24x7-principe opvoeding, ondersteuning en zorg bieden aan bij hen in huis geplaatste kinderen en jeugdigen die tijdelijk of langdurig zijn aangewezen op intensieve en professionele hulpverlening als gevolg van beschadigende ervaringen en/of complexe problematiek.

Behoefte Medemblik (incl. prognose)

Het aantal kinderen dat opgroeit in een gezinshuis in Nederland stijgt, net als het aantal gezinshuizen. Het percentage gezinshuizen voor heel Noord-Holland is 13,4%. 27% van de gezinshuizen in loondienst bevindt zich in de regio van Noord-Holland (93 van de 347 gezinshuizen). Daarnaast zijn er in heel West-Friesland 4 zelfstandige gezinshuizen (4 van de 509 zelfstandige gezinshuizen) (bron: Gezinshuizen Cijfers in Context 2020). Dit past ook bij de visie van het zo thuis mogelijk opgroeien, ook jeugdigen die voor korte of langere tijd niet bij hun ouders kunnen wonen.

Parlan heeft 12 gezinshuizen in de regio West-Friesland waarvan 4 in de gemeente Medemblik. BijElkaar heeft 2 gezinshuizen in Wognum.

De opmerking bij pleegzorg geldt ook voor gezinshuizen. De gemeente Medemblik heeft relatief gezien al veel gezinshuizen. We weten ook dat er jeugdigen in de gemeente Medemblik geplaatst worden die geen inwoners waren van de gemeente Medemblik. Door het nieuwe woonplaatsbeginsel komen de kosten voor de gemeenten waar de jeugdige vandaan komt en niet voor de gemeente Medemblik. Het is wel van belang dat ook de jeugdigen vanuit Medemblik een plek kunnen krijgen binnen de gemeente als daar behoefte aan is.

Het is wenselijk om de kleinschaligheid te bewaken en niet tot een gezinsgrootte te komen die de grootte van een behandelgroep gaat benaderen of evenaren. Dit is belangrijk, omdat het aantal kinderen, hun achtergrond en problematiek (risico’s, behoeften en responsiviteit, de zogenaamde ‘RNR’-beginselen) samenhangen met de kwaliteit van het leefklimaat in gezinshuizen. Onder gunstige omstandigheden en bij een hoge gezamenlijke zorgzwaarte (hoge risico’s en behoeften en lage responsiviteit) kunnen gezinshuizen doorgaans 4 geplaatste kinderen aan. Bij een lagere gezamenlijke zorgzwaarte kunnen gezinshuizen doorgaans 6 geplaatste kinderen aan. Wanneer er ook eigen kinderen in huis wonen is het totale aantal kinderen doorgaans niet groter dan acht. Desalniettemin kunnen omstandigheden en samenstelling alsmede ruimte en organisatie per gezinshuis variëren. Het uitgangpunt van deze aanbeveling is dan ook: ‘pas toe of leg uit’

4https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Kwaliteitscriteria-Gezinshuizen.pdf

.

Het gezinshuis is in het bezit van het keurmerk gezinshuizen of een gelijkwaardig alternatief, of aantoonbaar bezig te zijn met het keurmerktraject welke binnen een jaar na inwerkingtreding van de overeenkomst moet zijn behaald.

3. Kleinschalige voorzieningen

Wat is het

Een kleinschalige voorziening is een 24/7-verblijf binnen een gesloten of open residentiële jeugdzorginstelling, op een instellingsterrein of in een woonwijk, van maximaal zes - en bij voorkeur vier - jeugdigen tussen 8 en 23 jaar, in een huiselijke setting door een vast team van begeleiders met een minimum ratio op de groep van 1 op 4, waarbij een intensieve, individuele behandeling en/of begeleiding op maat - en zolang als nodig - wordt gegeven, met perspectief op wonen, zorg en onderwijs/arbeid tijdens verblijf en/of daarna

5Samen kleinschalige jeugdzorg realiseren, NJI 2021

.

Deze vorm van kleinschalige voorzieningen richt zich op jeugdigen die niet thuis kunnen wonen en voor wie een plaatsing in een pleeggezin of gezinshuis niet mogelijk is. Reden daarvoor is dat jeugdigen zelf niet meer in een gezin willen wonen of dat zij zodanige problemen hebben dat dit de draagkracht van pleegouders of gezinshuisouders overvraagt. De jeugdigen hebben ernstige en complexe problemen. Soms is het doel om kortdurend een woonplek te bieden totdat de jeugdige weer thuis kan wonen. In andere gevallen is het verblijf erop gericht dat jeugdigen er kunnen opgroeien tot volwassenheid of dat zij er een thuis krijgen na een opname in een residentiële voorziening.

Bovenregionaal is een plan ontwikkeld, gekoppeld aan een bestuursopdracht

6De bestuursopdracht is in 2020 vastgesteld door het college

. Het betreft het bovenregionale plan ‘Een Thuis voor Noordje’. Dit plan is tot stand gekomen door de samenwerking tussen de 9 jeugdhulpregio’s

7De betrokken jeugdzorgregio’s zijn: Amsterdam-Amstelland, Alkmaar/Noord-Kennemerland, Gooi en Vechtsteek, Haarlemmermeer, Kop van Noord-Holland, West-Friesland, IJmond, Zaanstreek Waterland en Zuid-Kennemerland.

, de zorgaanbieders

8De betrokken aanbieders zijn: GGZ Noord-Holland Noord, ’s Heerenloo, iHub (Horizon), Levvel en Parlan.

, de gecertificeerde instellingen, de samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs en ervaringsdeskundigen voor jeugdigen met een complexe zorgvraag gekoppeld aan een intensieve behandel en verblijfsbehoefte. Voor deze jeugdigen met deze complexe intensieve zorgvragen is er onvoldoende lokaal en regionaal aanbod beschikbaar. De bovenregionale samenwerking is hierin dan ook essentieel. De ambitie is om te komen tot een sluitend zorglandschap en de uitstroom buiten de provincie terug te dringen naar nul.

Behoefte Medemblik (incl. prognose)

Ruim 600 jeugdigen uit West-Friesland had in 2020 behoefte aan een verblijfsplek, waarvan op dat moment 50 jeugdigen een gesloten of open kleinschalige woonvoorziening nodig hadden. Naar verwachting zal een deel van deze jeugdigen ook met intensieve ambulante begeleiding/ behandeling geholpen kunnen worden (dit project is eind 2022 afgerond), waardoor er voor ongeveer 24 jeugdigen ook daadwerkelijk een kleinschalige woonvorm nodig is. Deze intensieve ambulante hulp moet nog wel ontwikkeling worden. Maar als dat opgezet is zal naar verwachting de regio West-Friesland 6 kleinschalige woonvoorzieningen nodig hebben. Dit zal regionaal afgestemd moeten gaan worden, zodat er een goede spreiding ontstaat in de regio

9Bovenregionaal plan Een Thuis voor Noordje, 24-12-2021

.

Aanvulling op het afwegingskader

-De doelgroep voor kleinschalige woonvormen zijn jeugdigen met meervoudige complexe problematiek met een stagnerende ontwikkeling en (dreigende) onveiligheid. De doelgroep kenmerkt zich door zware gedragsproblematiek, meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een (licht) verstandelijke beperking.

-Initiatief regionaal en bovenregionaal afstemmen.

-Kleinschalige, gezinsgerichte woonvorm met 4 tot maximaal 6 jeugdigen, waarbij het uitgangspunt is zo normaal mogelijk op kunnen groeien, en dus geïncludeerd worden door de maatschappij.

4. Kortdurend Verblijf/Respijtzorg (logeren)

Wat is het

Kortdurend Verblijf/Respijtzorg (logeren) is een woonvorm om ouders en het gezin te ontlasten zodat ze de opvoeding weer aan kunnen, aandacht kunnen hebben voor de andere kinderen in het gezin en een uithuisplaatsing kan worden voorkomen.

Behoefte Medemblik (incl. prognose)

Er is geen duidelijk beeld van de behoefte en het aanbod rondom logeren in de gemeente Medemblik. Er worden op dit moment wel wachtlijsten ervaren.

Aanvulling op het afwegingskader

De begeleiding wordt uitgevoerd onder supervisie van een SKJ-geregistreerde medewerker die in dienst is bij de zorgaanbieder en minimaal 10% van de Verblijfsduur aanwezig is op de locatie. De begeleider is in het bezit van een zorg gerelateerde opleiding.

2. Wet Maatschappelijke Ondersteuning

5. Mantelzorgunits (wonen in de nabijheid van de mantelzorger)

Wat is het

Steeds vaker zullen mantelzorgers en zorgvragers overwegen om in elkaars directe nabijheid te kunnen gaan wonen. Dat kan in de vorm van een ‘mantelzorgwoning’. Van een mantelzorgwoning spreken we als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aan- of bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt. Een mantelzorgwoning kan bijdragen aan het langer zelfstandig wonen, het tegengaan van vereenzaming en kan zorgen voor een minder groot beroep op dure geïndiceerde zorg vanuit de Wmo. Onderzoek heeft aangetoond dat preventieve ondersteuning van mantelzorgers en het inrichten van goede voorzieningen zoals mantelzorgunits een groot maatschappelijk voordeel oplevert

13https://www.mantelzorg.nl/nieuws/waarde-van-mantelzorg-is-22-miljard-per-jaar/

. Mantelzorgwoningen kunnen zonder vergunning worden geplaatst, als er voldaan wordt aan de voorwaarden.

Kijk vanuit Medemblik

We willen in de gemeente Medemblik zorgzame wijken zodat inwoners van Medemblik een ‘woonzorgcarrière’ kunnen maken in de eigen woonomgeving, zodat buren, familie en mantelzorgers betrokken blijven. Met name in de kleine kernen binden inwoners zich aan de kern en willen inwoners blijven wonen in de kern. Dit vraagt soms dat mensen de eigen woning aanpassen aan de toenemende zorgbehoefte of ondersteund worden door familie of vrienden.

Aanvulling op het afwegingskader

Voorwaarden voor een mantelzorgunit:

-Er moet sprake zijn van intensieve zorg of ondersteuning,

-Er bestaat tussen personen een bestaande sociale relatie (vriend, familielid),

-De geboden ondersteuning overstijgt de gebruikelijke hulp (ondersteuning of zorg die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de partner, ouders, inwonende kinderen of anderen die tot het huishouden van de inwoner behoren) van huisgenoten voor elkaar.

-Het betreft ondersteuning die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een zorgvrager of betaald wordt via een pgb, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie.

-De behoefte is aangetoond door middel van een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur. In het geval van de gemeente Medemblik is dat de Wmo-consulent. De Wmo-consulent, in geval van geen verklaring van een externe, een check op:

o Het aantal uren mantelzorg per week (minimaal 8 uur per week) en

o Chronische of voortschrijdende ziekte of

o Leeftijd van minimaal 80 jaar.

Voorwaarden aan de mantelzorgunit

14https://www.mantelzorg.nl/onderwerpen/wonen/mantelzorgwoning/

:

-Zowel degene die mantelzorg krijgt als de mantelzorgverlener mag in de mantelzorgwoning wonen.

-De mantelzorgwoning mag bewoond worden door maximaal één huishouden. Dit huishouden mag bestaan uit maximaal twee personen, van wie minstens één persoon mantelzorg ontvangt of verleent.

-Wordt een bestaand bouwwerk bij het huis omgebouwd tot mantelzorgwoning, dan hoeft de omvang hiervan niet te voldoen aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen.

-Een mantelzorgwoning mag alleen op het achtererf én als je dan nog voldoende plek hebt (dit is een maximum percentage van je achtererf); Het mag niet op grond met de bestemming “Groen en niet op agrarische grond m.u.v. het agrarische bouwvlak.

-Het moet voldoen aan het bouwbesluit. Hierin staan regels op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.

-Wanneer de mantelzorg ophoudt dan moet de mantelzorgwoning weer verwijderd worden óf de keuken, badkamer dan wel toilet moeten eruit. Dit moet aangetoond worden.

-Een compacte, tijdelijke/ verplaatsbare, wooneenheid of woning, voorzien van een woonkamer, slaapkamer, keukentje, doucheruimte (evt. domotica voorziening) die aan- of bij een bestaande woning wordt geplaatst.

-De mantelzorgwoning moet veilig en levensloop- en toekomstbestendig.

-De woonsituatie in het algemeen mag niet slechter worden.

-Er moet ruimte zijn voor één extra parkeerplaats op eigen grond, tenzij de ontvangers van de mantelzorg aantoonbaar niet meer kunnen autorijden en/of niet meer in bezit zijn van een auto.

-Er moet participatie hebben plaatsgevonden met bewoners en/of bedrijven in de omgeving.

We onderscheiden vijf verschillende situaties waarin een mantelzorgwoning in of bij een woning kan worden gerealiseerd.

1Een bestaand gedeelte van of een bijgebouw bij het huis van de mantelzorger of de verzorgde wordt geschikt gemaakt voor bewoning (bijvoorbeeld een garage of een tuinhuis).

2Ten behoeve van de verzorging wordt tijdelijk (voor de duur van de mantelzorgrelatie) een zorgunit aan de woning van de mantelzorger of verzorgde geplaatst met daarin een slaap- en/of een badkamer.

3Ten behoeve van het verlenen van mantelzorg wordt tijdelijk (voor de duur van de mantelzorgrelatie) een zelfstandige mantelzorgwoning (eigen ingang, woon/slaapkamer, sanitair en keuken) op het erf bij het huis van de mantelzorger of de verzorgde geplaatst.

4Het huis van de mantelzorger of verzorgde wordt voorzien van een permanente aanbouw die onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw, waarin de verzorgde of de mantelzorger wordt gehuisvest.

5Bij het huis van de mantelzorger of verzorgde wordt voor de huisvesting van de verzorgde of mantelzorger een permanent bijgebouw gerealiseerd, dat geen onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw.

Bron: Ministerie van VWS: Vragen en antwoorden over mantelzorgwoningen, januari 2015 Companen

6. Pré-Mantelzorgunits

Een pré-mantelzorgwoning is een zelfstandige woning/ woonunit die het mogelijk maakt voor een toekomstige zorgbehoevende en zorgverlenende om alvast op hetzelfde erf te gaan wonen. Het doel van de pré-mantelzorgwoning is om te anticiperen op een toekomstige zorgbehoefte. Bij aanvragers van een pré-mantelzorgwoning ontbreekt op het moment van aanvraag dus de medische noodzaak tot mantelzorg, maar is er wel een grote waarschijnlijkheid dat mantelzorg in de nabije toekomst noodzakelijk zal zijn. Door de ruimtelijke eisen voor een pré-mantelzorgwoning te versoepelen, worden inwoners ondersteund in hun wens voor elkaar te zorgen en kunnen inwoners langer zelfstandig blijven wonen. De gemeente Medemblik stelt de volgende voorwaarden aan een pré-mantelzorgunit:

-Hoewel de zorgvrager nu nog geen behoefte heeft aan mantelzorg, is de verwachting dat deze behoefte in de nabije toekomst (binnen 10 jaar) wel ontstaat, want:

o Er is sprake van een progressief verlopend ziektebeeld (bijvoorbeeld COPD, de ziekte van Parkinson, MS); of

o De zorgvrager/aanvrager heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

-Er bestaat tussen personen een bestaande sociale relatie (vriend, familielid).

-Er moet een bestaand gebouw gebruikt worden of een tijdelijk gebouw worden neergezet, volgens de regels voor bouwen in de achtertuin. Wanneer de mantelzorg ophoudt dan moet de mantelzorgwoning weer verwijderd worden of de keuken, danwel badkamer, danwel toilet moeten eruit, tenzij de mantelzorgwoning past binnen de kaders van het beleid voor het splitsen van woningen en het wonen in bijgebouwen.

-De woonsituatie in het algemeen mag niet slechter worden.

-Er moet ruimte zijn voor één extra parkeerplaats op eigen grond, tenzij de ontvangers van de mantelzorg aantoonbaar niet meer kunnen autorijden en/of niet meer in bezit zijn van een auto.

-Er moet participatie hebben plaatsgevonden met bewoners en/of bedrijven in de omgeving om de belangen van de bewoners en/of bedrijven goed te kunnen afwegen.

-De pré-mantelzorgwoning moet veilig en levensloop- en toekomstbestendig zijn en voldoen aan het bouwbesluit.

-De aanwezigheid van een pré-mantelzorgwoning kan worden meegenomen in het onderzoek bij een eventuele Wmo-aanvraag.

-Dit kan niet vergunningsvrij. Hiervoor is een vergunning nodig.

7. Geclusterd wonen

Wat is het

Geclusterd wonen is een woonvorm van een aantal (minimaal 5) woningen/appartementen, waarin mensen zelfstandig wonen en waarbij er een gezamenlijke ruimte is waar deze mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zij kunnen indien nodig ondersteuning krijgen. Zorg zou vanuit een nabijgelegen zorginstelling kunnen worden geleverd. Kenmerken van geclusterd wonen zijn: gemeenschap en zorg (voor elkaar). Dit is aantrekkelijk voor huishoudens die elkaar goed begrijpen en kunnen helpen. Ontmoeting is een expliciet onderdeel van dit concept. Voorzieningen (huisarts, supermarkt en voorzieningen specifiek gericht op senioren) zijn in de omgeving aanwezig.

Aanvulling op het afwegingskader

-Clusters van minimaal vijf wooneenheden, maximaal acht wooneenheden.

-Er moet een gezamenlijke ontmoetingsruimte zijn op locatie of elders mits het bestemd is voor de bewoners van de geclusterde woonvorm.

-De woonvorm is voor minimaal 50% bestemd voor 55-plussers.

-Het gaat niet om intramurale zorginstellingen. Er kan sprake zijn van gezamenlijk ingekochte zorg- en/of servicediensten, maar niet noodzakelijk.

15https://www.monitorgeclusterdwonen.nl/toelichting/

8. Kleinschalige voorzieningen

Wat is het

Bij kleinschalige voorzieningen woont een kleine groep van zes tot acht mensen, die intensieve zorg en ondersteuning nodig heeft, met elkaar in een groepswoning. Hierdoor kunnen zij een zo normaal mogelijk leven leiden. Kleinschalige voorzieningen zijn er over het algemeen in vier vormen:

-Zelfstandige woning in de vorm van een eengezinswoning in de wijk. Meestal gaat het om meerdere woningen bij elkaar die samen de woonzorgvoorziening vormen. De inwoner kan in deze vorm gebruikmaken van buurtvoorzieningen en woont tussen ‘normale’ gezinnen en huishoudens.

-Zelfstandige woonruimte in een gespecialiseerde woonzorgvoorziening. De huurappartementen zijn geschikt voor je naaste met dementie en er is 24 uur zorg en hulp aanwezig. Andere zorg zoals huishoudelijke hulp kun je voor je naaste apart erbij regelen.

-Aparte groepswoningen in een verzorgingshuis. Het verzorgingshuis heeft een deel (vaak een gang) geschikt gemaakt voor kleinschalige groepsbewoning. Je naaste kan in deze vorm gebruikmaken van de voorzieningen van het verzorgingshuis.

-Verpleeghuizen met kleinschalige afdelingen. Sommige – nieuwe – verpleeghuizen zijn al volledig ingericht op kleinschalige huiskamergroepen. Je naaste kan gebruikmaken van alle faciliteiten van het verpleeghuis.

Kijk vanuit Medemblik

Gezien de omvang van de gemeente Medemblik en de transitie naar kleinschalige woonvoorzieningen, is er geen ruimte voor nieuwe grootschalige intramurale instellingen (meer dan 8 wooneenheden) in de gemeente.

Aanvulling op het afwegingskader

-Zorgaanbieders die zorg leveren die geheel wordt betaald vanuit een PGB hebben geen WTZi-toelating (Wet Toelating Zorg instellingen) nodig. Dat geldt wel voor zorgaanbieders die worden gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz).

9. Kortdurend verblijf

Wat is het

Kortdurend verblijf (KDV) vanuit de Wmo betekent dat mensen die thuis begeleiding of ondersteuning krijgen, voor een korte tijd in een instelling verblijven. Het gaat om personen die permanent toezicht en/of zorg nodig hebben. Het doel van KDV is mantelzorgers tijdelijk rust te geven. KDV wordt soms ook logeeropvang of respijtzorg genoemd. KDV wordt ingezet als het noodzakelijk is de mantelzorger te ontlasten. KDV is te karakteriseren als logeren ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet als wonen in een instelling voor het grootste deel van de week of van het jaar. Deze ondersteuningsvorm bestaat uit de verblijfscomponent, inclusief ondersteuning in de vorm van individuele begeleiding en/of dagbesteding, in passende mate voor de betreffende cliënt.

De vergoeding voor de verblijfscomponent betreft de huisvestings- en verblijfskosten, waarbij in ieder geval de volgende kosten zijn inbegrepen:

-Huishoudelijke verzorging.

-Keuken(personeel).

-Facilitaire dienst.

-Dagelijkse welzijnsactiviteiten.

Per etmaal wordt ten minste drinken, een ontbijt, lunch en avondmaaltijd aangeboden aan de cliënt.

Aanvulling op het afwegingskader

-Een veilig omgevingsklimaat waarin de veiligheid van de cliënt in de breedste zin van het woord is geborgd.

-Zit/slaapvoorzieningen worden aangepast aan de zorgbehoefte van de cliënt.

-De locatie waar het aanbod plaatsvindt voldoet aan alle wettelijke eisen

-Er zijn rolstoeltoegankelijke douche/toiletvoorzieningen aanwezig indien relevant voor de cliënt.

-Er is alarmering op de kamer aanwezig indien relevant voor de cliënt.

10. Beschermd Wonen en Beschermd Thuis

In het regionaal beleidskader ‘Herstel en Participatie; toekomstvisie (psychisch)kwetsbare inwoners 2018-2023’ is de overgang beschreven van de nadruk van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. In dit rapport worden gemeenten, hulpverleners, corporaties en buurtbewoners geadviseerd hoe zij hun (psychisch) kwetsbare inwoners samen het best kunnen helpen. Daarbij is gelet op de grote inhoudelijke samenhang met de Maatschappelijke Opvang (MO)

Bij Beschermde woonvormen wordt bescherming en veiligheid geboden in de context (van een accommodatie) van een instelling en waarbij thuis wonen niet meer gaat. Vanuit een breed scala aan woonvormen kan precies worden aangesloten op iemands specifieke ondersteuningsbehoeften. Gemene deler is dat inwoners die hier gebruik van maken een mate van toezicht en (on)geplande ondersteuning nodig hebben die binnen 5 minuten en 24/7 geboden kan worden.

Beschermd Thuis is een tussenvorm tussen een Wmo-maatwerkvoorziening en Beschermd Wonen. Binnen Beschermd Wonen is de hulp binnen 5 minuten ter plaatse, bij Beschermd Thuis betreft het een maximum van 30 minuten. De inwoners verblijven zoveel mogelijk in hun eigen thuissituatie. De zorg is oproepbaar en er wordt wel 24/7 bescherming en veiligheid geboden. Regionaal is de inschatting dat 1/3e van de groep van 250 inwoners mogelijk in de toekomst thuis kan blijven wonen onder Beschermd Thuis.

Kijk vanuit Medemblik

Twee lokale initiatieven van beschermd wonen in de gemeente Medemblik vinden we in Opperdoes ‘Zuyderlant’ en in Benningbroek. De Familiehoeve Benningbroek is een stolboerderij met een diverse bewonersgroep. Bewoners in de leeftijd van 60 t/m 100 jaar met o.a. niet aangeboren herstenletsel, geheugenproblematiek en lichtverstandelijke beperking kunnen hier terecht.

Zuyderlant is een landgoed met een 24uurs voorziening voor bewoners in de leeftijd van 18 t/m 100 jaar met o.a. angststoornissen, niet aangeboren hersenletsel, autisme spectrum, verslavingsproblematiek, adhd en lichtverstandelijke beperking.

Aanvulling op het afwegingskader

-Voldoen aan de bestemming maatschappelijk

11. Verwarde personen met een veiligheidsrisico

Uit het rapport Maatwerkvoorzieningen onder dak van de veiligheidsregio Noord-Holland-Noord blijkt dat er een groot tekort is aan woon-maatwerkoplossingen voor de doelgroep verwarde personen. Ontbrekende voorzieningen in West-Friesland zijn onder meer hoog beveiligde overbruggingsplekken (beveiligingsniveau 3 en 4), sociaal pensions, time-out voorzieningen en woonvoorzieningen voor mensen die niet in een reguliere wijk of woning kunnen wonen.

16Informatiebrief aanpak Verwarde Personen met een veiligheidsrisico, 15 februari 2021

Het project Aanpak verwarde personen met een veiligheidsrisico richt zich voor Noord-Holland-Noord op de verbetering van leefomstandigheden voor deze doelgroep en vermindering van overlast, (escalatie)gevaar en maatschappelijke kosten. Het is voor deze doelgroep zeer belangrijk dat er naast het uitbreiden van de bestaande woonvormen, tevens wordt geïnvesteerd in het ontwikkelen van aanbod zoals de ontbrekende voorzieningen zoals hierboven omschreven.

Het project maakt onderscheid tussen:

-Housing First,

-Sociaal pension,

-Long care en

-Woonvoorzieningen voor mensen die niet in een reguliere wijk of woning kunnen wonen

Housing First omhelst het vestigen van personen die voldoende zelfstandig een huishouden kunnen voeren. Iedere woning kan als Housing First woning ingezet worden. Een voorwaarde is dat ambulante begeleiding geregeld is en geaccepteerd wordt, de huur wordt betaald en wordt voldaan aan algemeen goed burgerschap.

Het Sociaal pension is een woonvorm voor personen die niet zelfstandig een huishouden kunnen voeren. Er wordt zorg verleend in de vorm van ondersteuning, toezicht en hulp. Er is (vaak) een gezamenlijke plaats in de woning om de maaltijden te nuttigen. Deze woonvorm wordt ook wel in verband gebracht met beschermd wonen, begeleid wonen, trainingshuizen, Domushuizen, hospitas en wooncirkels.

Long Care voorzieningen. “Long Care wordt geboden aan mensen die wegens psychosociale of psychiatrische problematiek langdurig niet zelfstandig kunnen wonen en waarbij door middel van een beveiligingsniveau 3-4 rekening gehouden wordt met een veiligheidsrisico voor zowel zichzelf als de omgeving. In de regio Noord-Holland Noord is er geen Long Care voorziening.”

17Bijlage bij Informatiebrief aanpak Verwarde Personen met een veiligheidsrisico, 15 februari 2021, Informatiepagina Woonvormen project aanpak Verwarde Personen

Uit inventarisatie is gebleken dat 32% van de pilotgroep verwarde personen met een veiligheidsrisico behoefte heeft aan een zeer gestructureerde behandel- /woonplek zoals een Long Care voorziening. Veel van deze personen verblijven momenteel in het kader van een strafrechtelijke of civielrechtelijke maatregel in hoog beveiligde behandelinstellingen buiten de regio.

Woonvoorzieningen voor zorgmijdende en langdurig dakloze personen die niet functioneren in reguliere woonwijken. Er wordt zorg verleend in de vorm van ambulante begeleiding en toezicht. Vaak gaat het om 4 tot 8 kleine woningen, omheind. De bewoners leven zelfstandig. Er zijn drie vormen:

1Zonder toezicht of begeleiding (solitair),

2Contact op afstand met een begeleider (toezicht).

3De 24/7 vorm houdt in, dagelijks contact met een hulpverlener, wijkagent of BOA en toezicht op afstand.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.