Aanhef
De raad van de gemeente Medemblik,
gelezen het bijbehorend voorstel van het college van burgemeester en Wethouders van Medemblik 8 oktober 2024;
gelet op Artikel 169 van de Gemeentewet;
besluit
1De Nota uitgifte openbaar groen en restpercelen 2024 vast te stellen;
2De Nota uitgifte openbaargroen en restpercelen 2011 in te trekken zodra de Nota uitgifte openbaar groen en restperoelen 2024 in werking is getreden.
1. Inleiding
1.1. Aanleiding
1.1.1. Beleid tot nu toe
De Gemeente neemt een terughoudende houding aan ten aanzien van de uitgifte van openbaar groen en restpercelen. Groen vervult een belangrijke functie voor de inrichting van de woonomgeving. Openbaar groen is er voor iedereen en een groene woonomgeving straalt kwaliteit en leefbaarheid uit. In situaties waar inwoners of derden stroken grond in gebruik hebben genomen zonder toestemming van de Gemeente, wordt eerst onderzocht of dit gebruik gelegaliseerd kan worden.
6. Legaliseren van in gebruik genomen gemeentegrond
6.2. Verjaring
6.2.1. Aanpak verjaarde stroken gemeentegrond
Indien een inwoner van mening is dat hij/zij door langdurig bezit eigenaar is geworden van een strook gemeentegrond dan kan hij/zij zich hierop beroepen. De Gemeente wenst in gevallen van langdurig gebruik van gemeentegrond samen met de inwoner te komen tot een zo goed mogelijke oplossing voor beide partijen.
6.2.2. Schadevergoeding bij verjaarde grond
Door een geslaagd beroep op verkrijgende of bevrijdende verjaring verliest de Gemeente haar grond. Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverlies door bevrijdende verjaring aangemerkt kan worden als een onrechtmatige daad. De Gemeente kan daardoor een beroep doen op schadevergoeding van de nieuwe eigenaar op grond van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). Het uitgangspunt is hierbij dat er in beginsel een schadevergoeding in geld kan worden gevorderd. Daarbij kan de Gemeente de geldende grondprijzen als uitgangspunten nemen. Het is daarnaast ook mogelijk om schadevergoeding in natura (in plaats van geld) door middel van terug levering van de grond te vorderen. Dit is mogelijk als de Gemeente hiertoe zwaarwegende belangen heeft, zoals herinrichting van het openbare gebied of toegankelijkheid tot kabels en leidingen in de grond.
6.2.3. Ontruimen van gemeentegrond
In sommige situaties is legalisatie van het gebruik niet mogelijk of zijn er situaties waarin de inwoner niet welwillend is om het gebruik te legaliseren. De Gemeente zal alleen handhavend optreden als er geen andere mogelijkheden meer zijn om samen met de inwoner tot een minnelijke oplossing te komen. In dat geval zal de Gemeente de inwoner vragen de grond te ontruimen en weer beschikbaar te stellen aan de Gemeente. Dit houdt in dat de grond binnen een redelijke termijn moet worden vrijgemaakt van alle aangebrachte zaken zoals beplanting, bestrating, erfafscheidingen en eventuele opstallen. De Gemeente geeft geen vergoeding voor de verwijderde zaken, noch voor de eventueel gemaakte kosten van het verwijderen. Privaatrechtelijk handhaven is het uitgangspunt.
6.2.4. Privaatrechtelijk handhaven
Kan het gebruik van gemeentegrond niet worden gelegaliseerd en wordt de grond niet vrijwillig ontruimd, dan kan de Gemeente haar eigendom terugvorderen door privaatrechtelijk te handhaven op ontruiming. De Gemeente handelt als private persoon: als eigenaar en rechthebbende van de grond. Het handhaven heeft als doel het terugvorderen van eigendom en het voorkomen van het verlies van eigendom door verjaring. De Gemeente is als eigenaar van de grond bevoegd de grond van eenieder die haar zonder recht houdt, op te eisen (artikel 5:2 Burgerlijk Wetboek), indien noodzakelijk bij de civiele rechter. Bij privaatrechtelijke handhaving moeten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen.
6.2.5. Publiekrechtelijk handhaven
Bij oneigenlijk gebruik van gemeentegrond is het ook mogelijk grond terug te vorderen middels publiekrechtelijke handhaving. Bij deze route staat niet het eigendom, maar de (openbare) functie van de grond centraal. Publiekrechtelijke handhaving kan dan op diverse gronden plaatsvinden, bijvoorbeeld omdat de grond in strijd met het omgevingsplan of een Algemene Plaatselijke Verordening wordt gebruikt. De bestuursrechter kan hier echter oordelen dat gekeken moet worden of de situatie gelegaliseerd kan worden. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan de privaatrechtelijke weg bij handhaving.