1 Inleiding
1.1 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 vindt u de belangrijkste wijzigingen en aanvullingen ten opzichte van de vorige nota en een samenvatting van de belangrijkste uitgangspunten van ons beleid.
Hoofdstuk 3 gaat nader in op de doelstellingen van risicomanagement en over de inventarisatie, kwantificering en het beheersen van risico’s.
Hoofdstuk 4 gaat nader in op de berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen.
Hoofdstuk 5 beschrijft wie waarvoor verantwoordelijk is.
In bijlage 1 is een lijst opgenomen met specifieke begrippen en definities.
2 Samenvatting
2.1 Belangrijkste wijzigingen
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige vastgestelde nota zijn:
Hoofdstuk 3 Risicomanagement
Bij de beoordeling hoe groot de kans is dat een risico voorkomt passen we de klassen als volgt aan:
Klasse
kans wordt
kans was
1
Zeer klein
3%
Zeer klein
10%
2
Klein
10%
Klein
30%
3
Matig
25%
Matig
50%
4
Groot
50%
Groot
70%
5
Zeer groot
75%
Zeer groot
90%
Bij de beoordeling van het financieel gevolg nemen we de risico’s met een financiële impact lager dan € 50.000 niet mee in onze berekening, omdat we deze risico’s kunnen opvangen zonder dat onze financiële positie direct in gevaar komt.
Bij de financiële impact passen we de bandbreedtes als volgt aan:
Klasse
impact wordt
impact was
1
€ 50.000 - € 100.000
< € 30.000
2
€ 100.000 - € 250.000
€ 30.000 - € 100.000
3
€ 250.000 - € 500.000
€ 100.000 - € 250.000
4
€ 500.000 - € 1.000.000
€ 250.000 - € 500.000
5
> € 1.000.000
> € 500.000
Hoofdstuk 4 Weerstandsvermogen
Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaat de gemeente Medemblik uit van de volgende middelen:
•Algemene reserve;
•Onbenutte belastingcapaciteit;
•Stelpost onvoorzien, voor zover aanwezig;
•Stille reserves, voor zover ze voldoen aan de criteria.
De stille reserves nemen we alleen mee in de berekening voor de beschikbare weerstandscapaciteit als wordt voldaan aan onderstaande door de toezichthouder gestelde richtlijnen:
•de actuele marktwaarde reëel is onderbouwd, bijvoorbeeld door een officiële taxatie;
•de stille reserve geen gebruiksnut meer heeft voor de gemeente;
•de stille reserve op korte termijn beschikbaar kan komen.
De raad heeft vastgesteld dat we een financieel gezonde gemeente willen zijn. In lijn daarmee streven we naar een weerstandsvermogen die genoeg is om niet begrote kosten te kunnen dekken, zonder dat een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden.
We streven naar een ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 dit betekend ‘Ruim voldoende’ (waarderingscijfer B) in plaats van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (Voldoende, waarderingscijfer C).
De nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 treedt in werking per 1 januari 2023.
2.2 Uitgangspunten
Hieronder vindt u een samenvatting van de uitgangspunten van ons risicomanagementbeleid. Deze komen in het vervolg van deze nota aan de orde.
Hoofdstuk 3 Risicomanagement
1Twee keer per jaar wordt er een risico-inventarisatie uitgevoerd en vastgelegd.
2Risico’s worden per afdeling vastgelegd, gemonitord en bijgesteld.
3Bij de inventarisatie van risico’s worden de klassen voor kans en impact zoals in paragraaf 3.2 Risico-inventarisatie staan beschreven gehanteerd.
4In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de actuele top 10 financiële risico’s gepresenteerd met een toelichting op de risico’s die nieuw zijn.
Hoofdstuk 4 Weerstandsvermogen
5De ratio van het weerstandsvermogen dient minimaal uit te komen op waarderingscijfer B (ruim voldoende), volgens de waarderingstabel. Indien het waarderingscijfer lager uitvalt dan B, dan legt het college opties aan de raad voor om de ratio te verbeteren.
6Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de volgende bestanddelen:
•Algemene reserve;
•Onbenutte belastingcapaciteit;
•Stelpost onvoorzien, voor zover aanwezig;
•Stille reserves, voor zover ze voldoen aan de criteria.
7Voor de kwantificering van het totaal aan risico’s wordt gebruik gemaakt van de Monte-Carlosimulatie.
8Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 90%.
Hoofdstuk 5 Rollen en verantwoordelijkheden
9De raad stelt de kaders vast voor het risicomanagement en weerstandsvermogen.
10Het college informeert de raad over de belangrijkste risico’s via raadsvoorstellen en de reguliere Planning & Control cyclus.
11De directie is verantwoordelijk voor de inrichting van het risicomanagement en de afdeling overstijgende risico’s.
12De afdelingsmanagers zijn verantwoordelijk voor de risico’s van de afdeling en informeren de directie over de risico’s en de wijze waarop ze worden beheerst.
13De medewerkers zijn als risico-eigenaar verantwoordelijk voor het monitoren, beheersen en bijsturen van hun risico.
14De concerncontroller is verantwoordelijk voor monitoring en toetsing van de werking van het risicomanagement.
3 Risicomanagement
3.1 Risico-inventarisatie
Risico
We definiëren een risico als een kans op het optreden van een gebeurtenis met een mogelijk (financieel) gevolg die invloed kan hebben op het behalen van de gemeentelijke doelstellingen. Als er maatregelen genomen zijn dan verlagen we de kans en of impact van het risico of is er geen sprake meer van een risico.
Inventarisatie
Om de risico’s in kaart te brengen wordt er twee keer per jaar een gemeentebrede risico-inventarisatie uitgevoerd en vastgelegd. Het belangrijkste doel is om de grootste risico’s, lees het grootste gevolg (kans * impact), in beeld te hebben en te beheersen.
Kans, impact en risicoscore
We beoordelen hoe groot de kans is dat een risico voorkomt en wat de financiële impact van het risico kan zijn. De risico’s met een financiële impact lager dan € 50.000 nemen we niet mee in onze berekening, deze risico’s kunnen we opvangen zonder dat onze financiële positie direct in gevaar komt.
Klasse
Kans in percentage
Klasse
Impact in euro’s
1
Zeer klein
3%
1
€ 50.000 tot € 100.000
2
Klein
10%
2
€ 100.000 tot € 250.000
3
Matig
25%
3
€ 250.000 tot € 500.000
4
Groot
50%
4
€ 500.000 tot € 1.000.000
5
Zeer groot
75%
5
groter dan € 1.000.000
Als de impact van het risico in klasse 5 valt, groter dan € 1.000.000, dient voor dat risico ook de maximale impact in euro’s te worden aangegeven.
Bij de klassen kans worden de volgende referentiebeelden gehanteerd:
Kans
Referentiebeeld
Aantal keer
1Zeer klein 3%
Risico’s waarvan het zeer onwaarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaren voordoen.
< of 1x per 10 jaar
2Klein 10%
Risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in de komende jaren voordoen.
1xper 5 – 10 jaar
3Matig 25%
Risico’s met een beperkte kans dat ze zich in het komende jaar voordoen.
1xper 2 – 5 jaar
4Groot 50%
Risico’s die nog beiden kanten op kunnen. Het kan zijn dat ze zich komend jaar voordoen, het kan ook zijn van niet.
1xper 1 – 2 jaar
5Zeer groot 75%
Risico’s waarvan de kans groot is dat ze zich in het komend jaar voordoen.
1xper jaar of >
Met de risicoscore worden de risico’s geprioriteerd en wordt inzichtelijk welke risico’s de grootste invloed hebben op het realiseren van de doelstellingen. Dit wordt gebruikt voor de inventarisatie van de beheersmaatregelen.
De risicoscore wordt bepaald door de klassen van kans en impact te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule.
Risicoscore = kans * impact (maximale score is 25)
Kans
1Zeer klein (<3%)
2Klein (10%)
3Matig (25%)
4Groot (50%)
5Zeer groot (>75%)
Impact
5Zeer groot
5
10
15
20
25
4Groot
4
8
12
16
20
3Matig
3
6
9
12
15
2Klein
2
4
6
8
10
1Zeer klein
1
2
3
4
5
3.2 Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten met betrekking tot risicomanagement zijn als volgt:
1Twee keer per jaar wordt er een risico-inventarisatie uitgevoerd en vastgelegd.
2Risico’s worden per afdeling vastgelegd, gemonitord en bijgesteld.
3Bij de inventarisatie van risico’s worden de klassen voor kans en impact zoals in paragraaf 3.2 Risico-inventarisatie staan beschreven gehanteerd.
4In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de actuele top 10 financiële risico’s gepresenteerd met een toelichting op de risico’s die nieuw zijn.
4 Weerstandsvermogen
4.1 Beschikbare weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, we noemen dit de beschikbare weerstandscapaciteit.
Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaat de gemeente Medemblik uit van de volgende middelen:
•Algemene reserve;
•Onbenutte belastingcapaciteit;
•Stelpost onvoorzien, voor zover aanwezig;
•Stille reserves, voor zover ze voldoen aan de criteria.
Hieronder worden de mogelijke middelen toegelicht.
Algemene reserve
De algemene reserve is onderdeel van het eigen vermogen. Deze reserve is gevormd uit overschotten uit de exploitatie en is in principe vrij aanwendbaar. De algemene reserve is een buffer die kan worden ingezet om incidentele en niet voorziene financiële tegenvallers en risico’s op te vangen. Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is de stand van de reserve per balansdatum bepalend.
Bestemmingsreserves
De bestemmingsreserves zijn door de raad ‘geoormerkt’ ofwel gevormd voor een specifiek doel. De bestemmingsreserves horen bij het eigen vermogen maar worden niet meegerekend als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit omdat ze niet tot het vrij besteedbaar vermogen behoren.
Bij een heroverweging van beleid kunnen de bestemmingsreserves een andere bestemming krijgen dan wel aan de (vrij aanwendbare) algemene reserve worden toegevoegd.
Stille reserves
Stille reserves kunnen een onderdeel vormen van de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor het waardeverschil tussen de actuele marktwaarde en de boekwaarde, zoals weergegeven in de laatste vastgestelde jaarrekening. De boekwaarde is (veelal) gebaseerd op de historische kostprijs minus de afschrijvingen. De actuele marktwaarde van de bezittingen kan hoger zijn dan de boekwaarde. Het verschil wordt aangeduid als ‘stille reserves’.
De toezichthouder heeft richtlijnen voor het meenemen van deze reserves bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Deze zijn:
•de actuele marktwaarde reëel is onderbouwd, bijvoorbeeld door een officiële taxatie;
•de stille reserve geen gebruiksnut meer heeft voor de gemeente;
•de stille reserve op korte termijn beschikbaar kan komen.
Voor zover wordt voldaan aan bovenstaande criteria nemen we de stille reserves mee in de berekening voor de beschikbare weerstandscapaciteit.
Onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit kan worden gedefinieerd als het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd als tegenvallers zich voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen (OZB), aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of substantieel van geringe betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven en het normtarief voor de zogenoemde artikel 12-gemeente.
Stelpost onvoorzien
Indien er een bedrag is opgenomen in de meerjarenbegroting, voor onvoorziene en onvermijdelijke uitgaven die niet kunnen worden uitgesteld, en dit bedrag is beschikbaar, dan nemen we deze mee in de beschikbare weerstandscapaciteit.
Bezuinigingsmogelijkheden
Met het doorvoeren van bezuinigingen of ombuigingen (het verscherpen / versoberen van bestaand beleid) kan er ruimte in de begroting worden gecreëerd. In de praktijk betekent bezuinigen of ombuigen dat er ofwel gesneden wordt in voorzieningen (die het functioneren van de gemeente aantasten) of dat er sprake is van een meerjarige afbouw. Het berekenen van een bedrag hiervoor is niet eenvoudig omdat de gemeente zowel wettelijke als niet-wettelijke taken heeft en niet volledig vrij is om bepaalde taken niet meer uit te voeren. Daarnaast kan een bezuiniging leiden tot een verhoogd risico. We nemen dit niet mee in de beschikbare weerstandscapaciteit.
4.2 Benodigde weerstandscapaciteit
De berekening van de gemeentebreed geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s, dit zijn alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die een materieel financieel belang hebben, noemen we de benodigde weerstandscapaciteit.
Op grond van de risicoscore wordt een risicosimulatie uitgevoerd van de risico’s met
een financieel gevolg. Dat is een Monte-Carlosimulatie waarbij ervan uit wordt gegaan dat de risico’s zich nooit op één moment én allemaal tegelijk én allemaal in hun maximale omvang voordoen. We gaan uit van een zekerheidspercentage van 90%. De benodigde weerstandscapaciteit wordt dan zo berekend dat deze in 90% van de gevallen toereikend is om de financiële risico’s af te dekken.
4.3 Beoordeling weerstandsvermogen
Het is belangrijk om te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. De raad heeft vastgesteld dat we een financieel gezonde gemeente willen zijn. In lijn daarmee streven we naar een weerstandsvermogen die genoeg is om niet begrote kosten te kunnen dekken, zonder dat een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden.
We streven naar een ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 dit betekend ‘Ruim voldoende’ (waarderingscijfer B).
De benodigde weerstandscapaciteit die is berekend door de risicosimulatie wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen.
Voor de beoordeling van de ratio gebruiken we onderstaande waarderingstabel.
Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
>= 2
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Als het weerstandsvermogen gelijk is aan 1,0, dan zijn beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit ofwel risico’s aan elkaar gelijk.
Bij een weerstandsvermogen < 1,0 is de gemeente financieel kwetsbaar. Er is dan niet voldoende weerstandscapaciteit om eventuele financiële tegenvallers volledig op te vangen.
Bij een weerstandsvermogen > 1,0 is de gemeente financieel minder kwetsbaar. Maar ook dan is er niet de garantie dat eventuele financiële tegenvallers volledig kunnen worden opgevangen, omdat ze hoger kunnen uitvallen dan van tevoren is ingeschat.
4.4 Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten met betrekking tot weerstandsvermogen zijn als volgt:
5De ratio van het weerstandsvermogen dient minimaal uit te komen op waarderingscijfer B (ruim voldoende), volgens de waarderingstabel. Indien het waarderingscijfer lager uitvalt dan B, dan legt het college opties aan de raad voor om de ratio te verbeteren.
6Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de volgende bestanddelen:
•Algemene reserve;
•Onbenutte belastingcapaciteit;
•Stelpost onvoorzien, voor zover aanwezig;
•Stille reserves, voor zover ze voldoen aan de criteria.
7Voor de kwantificering van het totaal aan risico’s wordt gebruik gemaakt van de Monte-Carlosimulatie.
8Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 90%.
5 Rollen en verantwoordelijkheden
5.1 Uitgangspunten
De belangrijkste uitgangspunten met betrekking tot verantwoordelijkheden zijn als volgt:
9De raad stelt de kaders vast voor het risicomanagement en weerstandsvermogen.
10Het college informeert de raad over de belangrijkste risico’s via raadsvoorstellen en de reguliere Planning & Control cyclus.
11De directie is verantwoordelijk voor de inrichting van het risicomanagement en de afdeling overstijgende risico’s.
12De afdelingsmanagers zijn verantwoordelijk voor de risico’s van de afdeling en informeren de directie over de risico’s en de wijze waarop ze worden beheerst.
13De medewerkers zijn als risico-eigenaar verantwoordelijk voor het monitoren, beheersen en bijsturen van hun risico.
14De concerncontroller is verantwoordelijk voor monitoring en toetsing van de werking van het risicomanagement.
Bijlage 1: Begrippen en definities
Begrotingsruimte
De ruimte van middelen in de begroting die nog niet bestemd zijn voor specifieke doeleinden.
Benodigde weerstandscapaciteit
De hoeveelheid middelen die nodig is om risico’s op te kunnen vangen.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De hoeveelheid middelen die beschikbaar is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat deels uit al aanwezige weerstandscapaciteit en deels uit potentiële weerstandscapaciteit.
Onbenutte belastingcapaciteit
Het verschil tussen de werkelijke inkomsten uit belastingen en de mogelijke inkomsten.
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Onderdeel van de programmabegroting en de verantwoording, waarin ingegaan wordt op het weerstandsvermogen en de risico’s.
Reserves
De reserves zijn een onderdeel van de balans. Reserves behoren tot het eigen vermogen van de gemeente, wat wil zeggen dat gemeenten in beginsel zelf bepalen waaraan dit geld uitgegeven wordt.
Risico
Een risico is een onzekere gebeurtenis met (gewenste of ongewenste) gevolgen voor de gemeente.
Risicomanagement
Het geheel aan activiteiten en maatregelen gericht op het expliciet en systematisch omgaan met en het beheersen van risico’s.
Stille reserves
Het verschil tussen de marktwaarde van gemeentelijke bezittingen en de waarde waarvoor deze op de balans staan opgenomen.
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt.