Gemeentelijke regelgeving

Nota Activabeleid 2022

Gemeente Medemblik · geldt sinds 20 mei 2022

1 Inleiding

Tekst

Voor u ligt de nota Activabeleid 2022. Deze nota is de uitwerking van het financiële beleid rondom de waardering en afschrijving van vaste activa zoals opgenomen in de Financiële verordening gemeente Medemblik 2020.

Door vernieuwingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 2019 alsmede de notitie Materiële Vaste Activa uit 2020 van de commissie BBV wordt de laatste nota Investerings- en afschrijvingsbeleid uit 2017 herzien.

Een groot deel van het gemeentelijk investeringsbeleid is vastgelegd in externe wet- en regelgeving. Op bepaalde punten is sprake van beleidsvrijheid voor een gemeente.

Deze nota geeft inzicht in de uitgangspunten om investeringen te activeren (op de balans op te nemen) en inzicht in de termijnen waarop deze investeringen moeten worden afgeschreven. We (her)formuleren richtlijnen en beleid en leggen dit vast in uniforme regels.

Bijlage 1: Afschrijvingstermijnen

In dit overzicht staan de afschrijvingstermijnen van de meest voorkomende investeringen.

Investeringen

Termijn in jaren

Immateriële vaste activa

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

20-40

Kosten van onderzoek en ontwikkeling

5

Materiële vaste activa

Automatisering

•Hardware mobiele devices

•Hardware overige

•Software (geen SaaS)

4

5

4

(Bedrijfs)gebouwen (zoals kantoren, schoolgebouwen/MFA)

•Aankoop bestaande bouw

•Nieuwbouw

•Renovatie, verbouwing, restauratie en uitbreiding

•Vernieuwbouw

20

40

20

20-40

Bedrijfsmiddelen

•Duurzame aanpassingen (zoals zonnepanelen)

•Inrichting en meubilair

•Installaties

•Personenauto’s, lichte motorvoertuigen en aanhangwagens

•Vervanging materieel

15-20

10

15

7

10

Groen, plantsoenen en sportterreinen

•Aanleg, renovatie en (her)inrichting

•Kunstgrasveld onderbouw

•Kunstgrasveld toplaag

•Speeltoestellen

20

30

12-15

10

Gronden en terreinen

•Grond

•Schoolplein

•Parkeerterrein

•Woonwagenstandplaats, industrieterrein

niet

20

20

25

Monumenten

•Aankoop

•Restauratie

40

20-40

Grond-, weg en waterbouwkundige werken

Begraafplaatsen

•Aanleg

•Aanleg en uitbreiding urnen

•(Her)inrichting en renovatie

40

25

25

Riolering

•Aanleg en renovatie

•Bouwkundige constructies

•Elektromechanische delen

50

45

15

Weg- en waterbouw

•Aanleg, reconstructie of vervanging

•(Her)inrichting en verbetering

•Kunstvoorwerpen met cultuur-historische waarde

•Openbare verlichting (armaturen)

•Straatmeubilair

40

20

1

20

15

Bijlage 2: Begrippen en definities

Activa

De bezittingen van de gemeente, zoals gronden, gebouwen, voertuigen en voorraden. Deze worden ingedeeld in vaste activa en vlottende activa.

Activeren

Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde bezit/kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd.

Afschrijven

Het op een methodische wijze in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een kapitaalgoed over een bepaalde periode.

Annuïtaire afschrijving

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk blijven gedurende de gehele afschrijvingsperiode van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind van de periode ligt deze verhouding andersom.

Boekwaarde

Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

Componentenbenadering

De componentenbenadering houdt in dat een investering wordt opgedeeld in verschillende onderdelen. Deze onderdelen kennen een ander verloop van de waarde. Per onderdeel verschilt hierdoor de economische levensduur.

Financiële vaste activa

Activa die een financiële waarde vertegenwoordigen, zoals deelnemingen, aandelen en verstrekte leningen.

Immateriële vaste activa

Investeringsuitgaven waar geen bezit tegenover staat (bijvoorbeeld kosten sluiten geldlening).

Investeringen

Onder investeringen wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

Uitbreidingsinvesteringen zijn investeringen of bijdragen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of expansie van de huidige activiteiten.

Vervangingsinvesteringen zijn ten behoeve van de vervanging van een bestaand actief als gevolg van economische veroudering of slijtage. Een bijzondere vervangingsinvestering is een rehabilitatie van een weg. Dit betreft een vervanging op basis van einde levensduur, waarbij groot- en klein onderhoud (economisch) niet meer toereikend is. De weg wordt weer volledig nieuw aangelegd op het oorspronkelijke structurele en functionele niveau, zonder aanpassingen in vormgeving of gebruik. Er is sprake van een nieuw actief met een nieuwe levensduur. Indien de oude weg nog een boekwaarde heeft, dient deze boekwaarde geheel afgeboekt te worden.

Investeringskrediet

Het bedrag dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering.

Investeringen met een economisch nut

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

Investeringen met een maatschappelijk nut

Investeringen die geen economisch nut opleveren (geen middelen genereren en/of verhandelbaar zijn) maar wel duidelijk een publieke taak vervullen, bijvoorbeeld wegen.

Kapitaalgoed

Is een aangekocht of geproduceerd goed met waarde.

Kapitaallasten

De jaarlijks terugkerende exploitatielasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit de afschrijvingen en de toegerekende rente.

Levensduur

De levensduur van een actief wordt onderscheiden in economische en technische levensduur. De technische levensduur van een actief is de maximale periode waarover dat actief een bijdrage aan de productie kan leveren. De economische levensduur is de maximale periode waarover het economisch verantwoord is van een actief gebruik te maken. Met andere woorden: slijtage van activa door veroudering.

Lineaire afschrijving

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van de dalende boekwaarde neemt de jaarlijks toegerekende rentelast af.

Materiële vaste activa

Activa waar een bezit tegenover staat en waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend.

Onderhoud, klein

Preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau.

Onderhoud, groot

Uitvoering van correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Groot onderhoud dient zich in de regel aan, is daarom vaak gepland, is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object.

Restwaarde

De restwaarde is de schatting van de opbrengstwaarde, tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van het) actief, op het moment dat het actief buiten bedrijf wordt gesteld.

Toegerekende rente

Een vergoeding (administratief) voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De toegerekende rente is onderdeel van de kapitaallasten.

Vaste activa

Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan 1 jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen, gronden en uitgezette leningen.

Verkrijgingsprijs

Het bedrag dat betaald is om activa aan te schaffen, inclusief de bijkomende kosten. Ontvangen bijdragen voor aanschaf van het actief moeten in aftrek worden gebracht van de aanschafprijs. Eventuele inruil van het te vervangen actief mag niet worden afgetrokken van de aanschafprijs.

Vervaardigingsprijs

De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het vervaardigen van een actief.

Waarderen

De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Bijlage 3: Stellige uitspraken en aanbevelingen

De commissie BBV heeft in de notitie Materiële Vaste Activa (nMVA) uit 2020 meerdere stellige uitspraken en één aanbeveling opgenomen die hieronder zijn weergegeven.

Stellige uitspraken

•Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35 lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut). Hoofdstuk 3.4 nMVA.

•Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht vallen onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a BBV (investeringen met een economisch nut). Hoofdstuk 3.4 nMVA.

•Voor vastgoed met een economische functie is – ingeval van een duurzame

•waardevermindering - afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de

•directe opbrengstwaarde voorgeschreven. Hoofdstuk 5.3 nMVA.

•Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. Hoofdstuk 6.3 nMVA.

•Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven. Hoofdstuk 6.3 nMVA.

•Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het einde (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad. Hoofdstuk 6.3 nMVA.

•Klein en groot onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is dus niet van invloed op de bepaalde gebruiksduur (afschrijvingstermijn) van het object en mag daarom niet worden geactiveerd. Hoofdstuk 7.4 nMVA.

•Voorzieningen die vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan. Hoofdstuk 7.5 nMVA.

•Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken. Hoofdstuk 7.5.2 nMVA.

•Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud. Hoofdstuk 7.5.2 nMVA.

•In geval van achterstallig onderhoud waarbij sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties wordt er op basis van artikel 44 lid 1a BBV een voorziening gevormd. Hoofdstuk 7.6 nMVA.

Aanbeveling

•De commissie BBV beveelt aan om de wijze waarop met investeringen en afschrijvingen wordt omgegaan vast te leggen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, een nota investeringen of de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. In aanvulling hierop kan een investeringsplan voor het huidige en de komende jaren een bijlage vormen die jaarlijks geactualiseerd wordt. Hoofdstuk 2.1 nMVA.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.