Gemeentelijke regelgeving

Antennebeleid

Gemeente Medemblik · geldt sinds 2 mei 2026

Aanhef

Nota Richtlijnen Antennes Medemblik

Voorwoord

Voor u ligt onze Nota Richtlijnen Antennes Medemblik. Met de richtlijnen kunnen wij als gemeente meer de regie houden op de inrichting en de kwaliteit van onze leefomgeving in de woonkernen en het buitengebied, door voldoende ruimte voor antenne-installaties voor telecomaanbieders in onze gemeente aan te wijzen. De richtlijnen zijn met de gemeenten van Westfriesland afgestemd.

Met de richtlijnen geven we mede invulling aan de behoefte aan mobiele communicatie (digitale connectiviteit); een belangrijke pijler voor economische en sociaal-maatschappelijke activiteiten binnen onze gemeente. Onze inwoners, bedrijven, andere organisaties en bezoekers van onze gemeente, willen altijd en overal bereikbaar zijn en connectiviteit wordt dan ook steeds meer een basisbehoefte. Connectiviteit is cruciaal voor onze ondernemers en organisaties die in hun dienstverlening en interne bedrijfsvoering (zoals Cloud services en telewerken) afhankelijk zijn van de kwaliteit daarvan. Er is ook een toenemend connectiviteitsbelang vanuit de gezondheidszorgsector om invulling te geven aan moderne en passende zorg- en dienstverlening aan onze inwoners. Steeds meer mensen willen langer zelfstandig wonen, ook als ze een zwaardere zorgbehoefte hebben. In samenhang daarmee is een goed dekkend netwerk nodig, om toekomstige apps en applicaties in de zorg en dienstverlening, zoals eHealth en Domotica, te kunnen toepassen en/of te laten werken in onze woonkernen en het buitengebied.

Als wij in onze gemeente de connectiviteit verder willen verbeteren, zullen we naast de aanleg van ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen), ook de aanleg van bovengrondse infrastructuur (antenne-installaties) door telecombedrijven moeten faciliteren. Voor de beschikbaarheid van goed en snel internet en een goed mobiel bereik, is het noodzakelijk dat er antenne-installaties in onze gemeente worden bijgeplaatst.

2 Wet- en regelgeving

2.4 Telecommunicatiewet

2.4.1 Dekkings- en snelheidseis

De drie landelijke mobiele operators (KPN, T-Mobile, Vodafone) zijn via hun frequentievergunning gebonden aan een landelijke dekkings- en snelheidseis. In de vergunning voor het gebruik van de 700 MHz frequentieband staat een verplichting om 8 Mbit/s en in 2026, 10 Mbit/s aan te bieden in 98% van het grondgebied van elke gemeente. Hiervan zijn Natura 2000 gebieden uitgezonderd. Om te voldoen aan deze eisen kan een mobiele operator een vergunning aanvragen voor antenneplaatsing. De gemeente is vanuit de Telecommunicatiewet niet verplicht een aanvraag toe te kennen op grond van de dekkingseis voor die locatie. Zij kunnen hun eigen afweging maken bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning voor antenneplaatsing. In gebieden waar geen bouwwerken beschikbaar zijn voor vergunningvrije antennes kan de gemeente bepalend zijn bij het mogelijk maken van dekking. Overleg tussen gemeenten en mobiele operators, onder andere in het plaatsingsplangesprek, kan bijdragen aan het voorkomen van gaten in de dekking op gemeentelijk grondgebied en het vinden van goede locaties voor antennes.

2.4.2 Gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur

Voor de ruimtelijke ordening zijn voor de gemeente in sommige gevallen de regels uit de Telecommunicatiewet relevant die gaan over gedeeld gebruik en medegebruik van fysieke infrastructuur, ondergronds en bovengronds.

Site-sharing

Telecom- en radio-operators en beheerders van telecominfra moeten over en weer infrastructuur delen na een onderling redelijk verzoek (site-sharing). De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar kan zich hierover laten informeren in het plaatsingsplangesprek. Site-sharing houdt in dat operators of mastbeheerders zowel technisch, constructief, financieel als juridisch het delen van een bouwwerk voor antenneplaatsing met elkaar afstemmen. Het gaat vaak om een vrijstaande zendmast.

Op een enkele zendmast van een telecomprovider kunnen immers best meerdere antenne- installaties aanwezig zijn. Op een enkele zendmast van circa 40 meter hoog, kunnen in theorie 3 telecomproviders hun antenne-installaties ophangen.

Een masteigenaar zal het medegebruik in het algemeen slechts kunnen weigeren wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie. Deze regel slaat niet op private eigenaren van opstelpunten zoals een woningbouwvereniging. Zij bepalen zelf hoeveel ‘huurders’ zij toestaan op hun dak (Tw, art. 5a.3 lid 2 en 3).

Medegebruik bij gedoogplicht

Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken moeten over en weer voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van fysieke infrastructuur waarop de gedoogplicht van toepassing is (Tw, art. 5a.3 lid 4). Het gaat om de passieve elementen van een bekabeld netwerk, zoals mantelbuizen en kabelgoten. Die kunnen bijvoorbeeld nodig zijn voor de aansluiting van antenne-installaties op een vast glasvezelnetwerk.

De gemeente heeft een taak bij het faciliteren en coördineren van werkzaamheden in openbare grond en kan in haar instemmingsbesluit voorschriften opnemen over het bevorderen van medegebruik van ondergrondse voorzieningen (Tw art. 5.2, 5.4 en 5.5).

Voor het beleid rond graven en aanleg kabels en leidingen in de openbare grond wordt verwezen naar de gemeentelijke regelgeving vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving (Afdeling 5.3 Ondergrondse infrastructuur).

Opleggen colocatie of gedeeld gebruik

Artikel 5b.1 van de Telecommunicatiewet stelt dat in specifieke gebieden bevoegd gezag (gemeente, provincie, waterschap en het Rijk) op basis van publieke belangen aan aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, colocatie of gedeeld gebruik kan opleggen van netwerkelementen (inclusief bijbehorende faciliteiten) en gedeeld gebruik van eigendom.

Het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik als instrument uit de Europese Telecomcode heeft als doel om naast de stedelijke gebieden, ook de rurale gebieden (buitengebied) zo spoedig mogelijk van snel internet te voorzien, door de uitrol van glasvezelnetwerken. Met deze bevoegdheid heeft de gemeente een instrument in handen om de uitrol van nieuwe openbare elektronische communicatienetwerken op een eerlijke, efficiënte en zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het delen van netwerkelementen (inclusief bijbehorende faciliteiten) en gedeeld gebruik van eigendom, kan de ruimtelijke impact die de uitrol van infrastructuur met zich brengt op het straatbeeld in de dorpen en/of in een landschap in het buitengebied beperken en kan daarmee bijdragen aan het realiseren van de stedenbouwkundige en planologische doelstellingen van de gemeente. Bij het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik geldt als voorwaarde dat de betreffende infrastructuur is aangelegd onder de gedoogplicht (Hoofdstuk 5c, Tw), of dat er sprake is van bestaande site-sharing (Hoofdstuk 5a, Tw) of van medegebruik van publieke infrastructuur (Hoofdstuk 5c, Tw).

Medegebruik van publieke infrastructuur

Hoofdstuk 5c van de Telecommunicatiewet stelt dat overheden na een redelijk verzoek van een telecomnetwerkbeheerder hun publieke infrastructuur beschikbaar moeten stellen voor het plaatsen van small cells. Het gaat bijvoorbeeld om gebouwen of straatmeubilair waarvan de gemeente-eigenaar is of het economisch eigendom heeft. In een privaatrechtelijke overeenkomst worden afspraken vastgelegd, zoals voorwaarden waaronder het medegebruik plaats vindt en een vergoeding voor het medegebruik of de coördinatie. De gemeente kan voor het medegebruik een marktconforme vergoeding vragen. In bijlage 4 kunt u een concept model overeenkomst terugvinden, die u hiervoor kunt gebruiken.

2.7 Omgevingswet

2.7.1 Vergunningvrije antenne-installaties

De vergunningvrije antenne-installaties zijn met de inwerkingtreding van de Ow geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bepaald dat voor het bouwen van antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie die niet hoger zijn dan 5 meter (gemeten vanaf de voet van de installatie), geen vergunning nodig is voor de technische bouwactiviteit (Bbl, artikel 2.26) en ook niet voor de omgevingsplanactiviteit (Bbl, artikel 2.29).

2.7.2 Vergunningplichtige antenne-installaties

Het bouwen van een vergunningplichtige antenne-installatie levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk.

Technische bouwactiviteit

Een zendmast is een bouwwerk zonder dak en hoger dan 5 meter. Het plaatsen ervan levert een vergunningplicht op voor de technische bouwactiviteit. (Bbl, artikel 2.26). De gemeente toetst een vergunningaanvraag voor een bouwactiviteit aan de technische regels van het Bbl en aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Antennes tot 20 meter hoogte zijn bouwwerken in gevolgklasse 1 (Bbl, artikel 2.17 onder g).

Op grond van de Wet kwaliteitsborging, geldt voor antenne- installaties van 5 tot 20 meter hoogte een bouwmeldingsplicht in plaats van een vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit. Een onafhankelijke kwaliteitsborger ziet toe of aan de voorschriften van het Bbl wordt voldaan. Dit staat los van de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit.

Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk

Via artikel 2.29 van het Bbl en de artikelen 22.26 en 22.27 van het Invoeringsbesluit Ow (bruidsschat) geldt het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 5 meter als een vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit.

2.7.3 Omgevingsplan

Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 Omgevingswet). Onze huidige bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen zijn via overgangsrecht onderdeel van het ‘tijdelijk omgevingsplan’. Dit staat in artikel 4.6 van de Invoeringswet Ow. Zo zijn de huidige planologische toetsingskaders voor het plaatsen van vergunningplichtige antenne-installaties, ook geldig onder de Ow.

Een zendmast is in planologische zin geen zelfstandige functie. Binnen functies als wonen, werken, verkeer en recreatie zijn antennes nodig voor mobiel bereik. Een vrijstaande mast vraagt relatief weinig bouwoppervlak, zodat het apart intekenen in een omgevingsplan niet noodzakelijk is. Een antenne-installatie heeft hoogte én rondom vrij zicht nodig. Dat is noodzakelijk voor een goede verbinding met mobiele apparaten die zich op straatniveau bevinden. Een hoogte tot 40 meter biedt doorgaans voldoende ruimte om van drie aanbieders de afzonderlijke antenne-installaties onder elkaar te plaatsen.

Via artikel 2.29 onder m van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de artikelen 22.26 en 22.27 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (bruidsschat) geldt het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 5 meter als een vergunningplichtige binnenplanse omgevingsplanactiviteit tijdens de overgangsfase naar een definitief omgevingsplan.

Vergunning op grond van het omgevingsplan

In het (tijdelijke) omgevingsplan wordt bepaald welke (bouw)activiteiten vergunningplichtig zijn: de zogenaamde (binnenplanse-) omgevingsplanactiviteiten (artikel 5.1 lid 1 sub a Ow). Een aanvraag voor een vergunning wordt dan getoetst aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervoor is het college het bevoegd gezag. De aanvraag voor een vergunning vindt plaats via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Indien de omgevingsactiviteit voldoet aan de regels van het omgevingsplan is de reguliere vergunningprocedure (8 weken) van toepassing.

Vergunning wegens strijd met het omgevingsplan

Indien een activiteit niet past binnen het (tijdelijke) omgevingsplan, dan is een vergunning wegens het in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan noodzakelijk: de zogenaamde ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’.

Een aanvraag voor een vergunning wordt dan getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Verder gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. De aanvraag voor een vergunning vindt plaats via het DSO.

De reguliere procedure (in beginsel een beslistermijn van acht weken plus eventueel zes weken verlenging) is het uitgangspunt voor de vergunningverlening.

Op grond van artikel 16.65 lid 4 Omgevingswet kan het college van burgemeester en wethouders echter in de volgende gevallen (alsnog) de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren (afdeling 3.4 Awb) op de voorbereiding van de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

a) als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en

b) waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Dit is een discretionaire bevoegdheid van het college. Het college heeft dan ook bij elke aanvraag beoordelingsruimte om te beslissen of aan bovenstaande criteria is voldaan en kan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (alsnog) van toepassing verklaren op de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

2.7.4 Milieubelastende activiteit

De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Elektromagnetische velden die worden veroorzaakt door frequentiegebruik kunnen, bij zeer hoge waarden die in de praktijk zelden gemeten zijn, gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Hiermee vallen zij in beginsel onder de reikwijdte van de Omgevingswet. Uit paragraaf 3.2.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), volgt dat een zendmast geldt als milieubelastende activiteit indien het opgenomen vermogen dat wordt omgezet in stralingsenergie groter is dan 4 kW. Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie werken meestal met opgenomen vermogens die lager zijn dan 4 kW. Er zijn geen algemene gebruiksregels in het Bal aangewezen voor de milieubelastende activiteit zendmast.

2.7.5 Regels over participatie

Op grond van de Ow moet in elke aanvraag voor een vergunning, dus ook voor antenneplaatsing, door de initiatiefnemer aangegeven zijn of er participatie heeft plaatsgevonden (Omgevingsregeling art. 7.4 lid 1 en 2).

Bij de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan of derden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij de voorbereiding zijn betrokken. Als dit het geval is meldt de aanvrager ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. De gemeente neemt de informatie mee bij de behandeling van de aanvraag.

Vormvrije participatie

Er zijn in de Ow geen regels opgenomen over de wijze waarop participatie moet plaatsvinden. De initiatiefnemer moet aan participatie doen, maar de wijze waarop de initiatiefnemer derden bij de aanvraag en/of initiatief heeft betrokken is vormvrij. De gemeente verzoekt de initiatiefnemer om participatie te organiseren.

Als de gemeente van mening is dat van derden onvoldoende informatie is om tot een goede belangenafweging te komen, kan de gemeente eventueel zelf en/of in overleg met de initiatiefnemer informatie verzamelen bij derden. Dat kan voorafgaande aan de daadwerkelijke aanvraag voor een vergunning, gedurende het zogenaamde vooroverleg, maar ook bij de aanvraag. Na indiening van de aanvraag door de initiatiefnemer, kan de gemeente op drie manieren tot een goede belangenafweging komen: de ontwerpaanvraag wordt in overleg met de aanvrager ter inzage gelegd, de definitieve aanvraag wordt ter inzage gelegd voor zienswijzen of de gemeente benadert zelf belanghebbenden.

2.7.6 Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie

De gemeenteraad van Medemblik heeft met toepassing van artikel 16.15, eerste lid, Ow met een raadsbesluit op 17 februari 2022 buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen waarop zij het bindend adviesrecht van toepassing heeft verklaard. Ook heeft de gemeenteraad in datzelfde besluit, met toepassing van artikel 16.55, zevende lid, van de Ow diezelfde gevallen aangewezen als gevallen waarop de participatie verplicht is. Het realiseren van een antenne-installatie is door de raad niet aangewezen als omgevingsplanactiviteit waar zij adviesrecht over heeft en zodoende is er ook geen verplichte participatie van toepassing.

2.7.7 Monumenten en beschermde stad- en dorpsgezichten

Onder de Ow (Bbl) is het plaatsen van een antenne-installatie op een monument of in een (rijks)beschermd stad- of dorpsgezicht in de meeste gevallen een vergunningplichtige omgevingsactiviteit. Dit geldt zowel alle door het Rijk en de Provincie of door de gemeente aangewezen monumenten of beschermde stad- en dorpsgezichten.

Bij de inwerkingtreding van de Ow en bijbehorende Bbl en Bkl, is het begrip ‘kwaliteit van de omgeving van het monument’ of beschermde stad- en dorpsgezicht’ geïntroduceerd. Dit om te voorkomen dat de omgeving van rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd (=gemeentelijke en provinciale monumenten) wordt aangetast, voor zover die aantasting een negatieve invloed heeft op het aanzicht of de waardering van die monumenten.

In de regel geldt onder de Ow de reguliere vergunningprocedure (8 weken).

2.7.8 Natuur

Als het initiatief gewenst is binnen een gebouw of object en natuurwaarden in het geding zijn, is volgens de Omgevingswet een omgevingsvergunning vereist voor Natura 2000-activiteiten en/of Flora- en fauna-activiteiten, met het oog op de gevolgen van de activiteit voor natuur en/of milieu.

Voor een Natura 2000-activiteit is meestal een omgevingsvergunning vereist (artikel 5.1, 1e lid, sub e, Omgevingswet). De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing (artikel 10.24, 1e lid, Omgevingsbesluit).

Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dieren van bijlage IX, onder A van het Bal (artikel 11.54, eerste lid, Bal).

Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij planten van bijlage IX, onder B van het Bal (artikel 11.54, eerste lid, Bal).

2.7.9 Beperkingengebied

Bij het plaatsen van een antenne-installatie nabij een rijksweg kunnen er beperkingen gelden waardoor een vergunning- of meldingsplicht geldt (art. 8.16 en 8.17 Bal). Bij antenneplaatsing naast een provinciale weg kan de provinciale Omgevingsverordening regels bevatten voor de beperkingengebied-activiteit provinciale weg. Bij een spoorweg kan het gaan om een beperkingengebied-activiteit spoorweg (art. 5.1, lid 2, onder f, sub 4 Ow). Voor een gemeenteweg kunnen regels gelden uit het (tijdelijke) Omgevingsplan voor een Omgevingsplanactiviteit beperkingengebied-activiteit gemeentelijke weg. In de buurt van waterstaatswerken kunnen eveneens beperkingen gelden (art. 5.1, lid 2, onder f, sub 2 Ow).

Bijlage 1: Begrippenlijst

Antennes voor mobiele communicatie worden in de praktijk aangeduid met verschillende termen, bijvoorbeeld met zendmast. De Telecommunicatiewet bevat de termen antennes, antennesystemen en opstelpunten. Het Besluit omgevingsrecht en Besluit bouwwerken leefomgeving hanteren het begrip antenne-installatie. Hieronder volgt een uitleg van de belangrijkste termen.

Aanbieder:

Een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk, -dienst of bijbehorende faciliteit. Doorgaans is een aanbieder een landelijke telecomprovider (operator) of een beheerder van antenne-opstelpunten (ook wel tower company genoemd).

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur:

De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur voert de wet- en regelgeving uit die gaat over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de digitale infrastructuur. De Rijksinspectie houdt toezicht op relevante regels, eisen en voorwaarden. De organisatie verdeelt onder andere frequentieruimte en verleent frequentievergunningen aan gebruikers. Ook het toezicht op frequentiegebruik behoort tot de hoofdtaken. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur valt onder het ministerie van Economische Zaken.

Antenne:

Een antenne is een onderdeel van een antenne-installatie. In het dagelijks taalgebruik bedoelt men met antenne vaak een typische antenne-installatie voor mobiele communicatie met drie antennepanelen. Een antennepaneel ziet er aan de buitenkant vaak uit als een rechthoekige bak. Een antennepaneel van een antenne-installatie voor mobiele communicatie bevat meerdere antennes.

Antennebureau:

Het informatie- en voorlichtingsbureau van de rijksoverheid over antennes en de beheerder van het Antenneregister. Het Antennebureau is ondergebracht bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Antenne-installatie:

Een antenne-installatie betreft het bij elkaar behorend geheel van één of meer antennes, antennedragers, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt door een telecomoperator voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden.

Mobiele netwerken:

Er zijn drie netwerken voor mobiele communicatie met landelijke dekking. Elke netwerkoperator heeft -via een zendvergunning- zijn eigen frequenties. De antenne- installaties zenden daarmee gegevens naar en ontvangen gegevens van gebruikerstoestellen in het verzorgingsgebied van de antenne-installatie. Een mobiel netwerk heeft een cellulaire structuur te vergelijken met een honingraat. Iedere raat staat voor een specifiek gebied, een cel. Een antenne-installatie verzorgt het bereik in een cel. De cellen samen vormen het mobiele netwerk. Het frequentiegebruik in de cellen wordt nauwkeurig op elkaar afgestemd om een goede mobiele verbinding te kunnen garanderen: de radioplanning. Elke cel (antenne) heeft een bepaalde capaciteit en kan een beperkt aantal gebruikers bedienen. Meer gebruikers en meer datagebruik betekent een grotere capaciteitsbehoefte en daardoor mogelijk meer antennes. Een te kort aan capaciteit in het netwerk kan bij de gebruiker de beleving van ‘geen bereik’ geven.

Mobiele Network Operator:

Bedrijf dat een mobiel netwerk exploiteert en aan wie een zendvergunning voor het gebruik van frequenties voor mobiele communicatie is toegekend. De netwerkoperator verzorgt alle techniek die nodig is voor het gebruik en beheer van het mobiele netwerk. Naast toegang aan gebruikers via eigen abonnementen biedt een netwerkoperator ook toegang aan derden, de zogenaamde Mobiele Virtuele Netwerk Operators.

Monet:

Vereniging van Nederlandse netwerkoperators met een landelijke vergunning voor mobiele telecommunicatie.

Opstelpunt:

Een opstelpunt is een bouwwerk waarop één of meerdere antenne-installaties geplaatst wordt. Een opstelpunt kan bijvoorbeeld het dak van een gebouw, een zendmast, een schoorsteen, licht- of een hoogspanningsmast zijn. Voor small cells kunnen dit bestaande opstelpunten van mobiele operators zijn, maar ook bushokjes, lantaarnpalen en gevels van gebouwen.

Small cell:

Een small cell is een kleine antenne-installatie met klein bereik dat onderdeel is van een mobiel netwerk. Ten opzichte van de traditionele antenne-installaties zijn small cells kleiner van formaat en gewicht, hebben ze een lager vermogen en een kleiner bereik. In de Europese verordening EU 2020/1070 zijn de eigenschappen gespecificeerd van een small cell die vergunningvrij geplaatst kan worden. Er geldt bijvoorbeeld een maximale omvang van 30 liter.

Tower company / mastbeheerder:

Bedrijf dat opstelpunten (vaak masten) exploiteert voor antenneplaatsing, meestal antenne-installaties voor mobiele communicatie. Mobiele operators en andere aanbieders kunnen ruimte huren van een mastbeheerder voor de plaatsing van een antenne-installatie.

Zendmast:

Een zendmast is een (vaak) vrijstaande mast die als opstelpunt gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden.

Bijlage 2: Achtergrondinformatie

1.1Antenne-installaties

Draadloze signalen kunnen door elektromagnetische velden of radiofrequenties verstuurd worden. Mobile communicatie kan niet zonder antenne-installaties tot stand komen. Afhankelijk van de te overbruggen afstand tussen de zender en ontvanger en de te gebruiken frequentie, is er een bepaald zendvermogen nodig. Hoe groter de te overbruggen afstand, des te krachtiger het zendvermogen moet zijn. De huidige locaties van 2G/3G/4G/5G antenne-installaties in de gemeente Medemblik zijn te raadplegen via het antenneregister

6Antenneregister is te raadplegen via: https://antenneregister.nl/viewer/

. Deze antenne-installaties kunnen op of aan een hoog (woon-)gebouw zijn geplaatst of in een zendmast.

Naast de traditionele antenne-installaties met een relatief groot bereik zijn er kleinere antenne-installaties de zogenaamde small cells. Een small cell is een kleine antenne- installatie met een relatief laag vermogen en dus klein bereik. En dus alleen effectief op locaties waar veel mensen samen komen, zoals bijvoorbeeld bij evenementen of in stadscentra van grote steden. Grootschalige uitrol van deze small cells wordt pas na 2026 verwacht en dan in eerste instantie in de grote steden, zoals Amsterdam, Den Haag of Rotterdam. Small cells kunnen op bestaande opstelpunten zoals een zendmast worden geplaatst, maar ook op bushokjes, lantaarnpalen en aan gevels van gebouwen.

Voor het verder verbeteren van de bereikbaarheid de mobiele dekking en voor de verdere uitbouw van 5G-netwerk, is de inschatting voor de komende 6 tot 10 jaar, dat het aantal antenne- installaties in de gemeente verder zullen toenemen. Daarbij bestaat behoefte aan meer inzicht in een vertaling naar de ruimtelijke impact van een antenne-installatie plaatsing. De ruimtelijke impact van een antenne-installatie plaatsing op of aan een bestaand hoog (woon-)gebouw is kleiner dan een antenne-installatie plaatsing waarvoor een nieuw opstelpunt, een (vrijstaande) zendmast, in een dorp of in het buitengebied moet worden gerealiseerd.

1.2Gezondheid

Antenne-installaties en mobiele telefoons communiceren met elkaar door middel van draadloze signalen. Deze kunnen alleen door elektromagnetische velden of radiofrequenties verstuurd worden. De Nederlandse Gezondheidsraad en Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geven aan dat negatieve gezondheidseffecten door elektromagnetische velden van antennes en zendmasten niet zijn aangetoond. Voorwaarde is dat de blootstellinglimieten niet worden overschreden. Deze limieten zijn opgesteld door een onafhankelijke groep internationale wetenschappers, de Internationale Commissie voor Bescherming tegen Niet-Ioniserende Straling (ICNIRP). Nederland hanteert deze ICNIRP- limieten, zoals ook aanbevolen door de Nederlandse Gezondheidsraad en de Europese Unie. De limieten bevatten uit voorzorg een ruime veiligheidsmarge om ook rekening te houden met kinderen en mensen met een zwakke gezondheid. De blootstellingslimieten gelden voor alle bronnen van elektromagnetische velden waaronder Wifi, radio-omroep, C2000 en alle generaties mobiele communicatie (2G/3G/4G/5G).

De rijksoverheid volgt de nieuwste wetenschappelijke resultaten op het gebied van antennes en elektromagnetische straling. Indien wetenschappelijk onderzoek daartoe aanleiding geeft, treft de rijksoverheid passende maatregelen. Het onafhankelijke Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid biedt informatie over elektromagnetische velden (EMV) en gezondheid en duidt relevant wetenschappelijk onderzoek

7www.kennisplatform.nl

.

De rijksoverheid heeft een infographic

8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/07/17/5g-straling-en-gezondheid-hoe-is-dat-geregeld-in-nederland

gemaakt waarin wordt uitgelegd hoe het beleid rond straling en gezondheid is geregeld in Nederland. Door de opname van de basisrestricties voor radiofrequente elektromagnetische velden (EMV) in het Frequentiebesluit 2013 geldt er een landelijk EMV-regime, waarbij gemeenten geen rol hebben. De blootstelling aan radiofrequente EMV (straling) mag nergens te hoog zijn, ongeacht de afstand tot antenne-installaties. Of het nou om afstand tot woningen, scholen, kindercentra of gezondheidsinstellingen gaat, er gelden landelijke normen die een ieder beschermen tegen een te hoge blootstelling aan radiofrequente straling. De frequentiegebruikers moeten zich houden aan deze landelijke normen voor radiofrequente EMV en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur is de toezichthouder. De Rijksinspectie meet regelmatig de elektromagnetische straling en toetst of de optelsom van alle bronnen van radiofrequente elektromagnetische straling onder de blootstellingslimieten blijft (cumulatieve vermogensdichtheid). De metingen zijn openbaar en staan in het Antenneregister.

Bijlage 3: Overzicht uitvoeringstaken

De verantwoordelijkheden van alle collega’s die betrekking hebben op het toepassen van de richtlijnen worden hier omschreven. Zo worden de taken geborgd in de organisatie.

Coördinator kabels & leidingen (Coördinator antennes)

•is het aanspreekpunt voor (potentiële) initiatiefnemers van antenneplaatsing en coördineert de toepassing van de richtlijnen;

•draagt zorg voor de registratie van contactgegevens bij VNG (antenneconvenant@vng.nl) t.b.v. plaatsingsplannen en kennisgeving vooraf rondom voorgenomen grootschalige plaatsing small cells;

•neemt kennis van het plaatsingsplan en deelt deze met de collega’s van Beheer & Onderhoud en Vastgoed;

•draagt zorg voor het inplannen van het plaatsingsplangesprek;

•neemt deel aan het plaatsingsplangesprek;

•is verantwoordelijk voor de interne toegankelijkheid van relevante data rondom antenne(plaatsing);

•volgt de afspraken die voortkomen uit het antenneconvenant;

•draagt zorg voor communicatie door de initiatiefnemer naar de bewoners, huurders, omwonenden e.d. van de gemeentelijke grond, een gemeentegebouw of een gemeentelijk bouwwerk geen gebouw zijnde over de plaatsing van zowel een vergunningplichtige als een vergunningvrije antenne.

Specialist vergunningverlener

•is verantwoordelijk voor de behandeling van een aanvraag voor een vooroverleg of een vergunningsaanvraag voor antenneplaatsing. Toetst daarbij aan het antennebeleid, de bestaande wet- en regelgeving en de ruimtelijke toetsingskaders zoals het omgevingsplan (algemene doelstelling: goede dekking met zo weinig mogelijk opstelpunten);

•zorgt voor behandeling van het initiatief op de intake- of omgevingstafel om het initiatief te toetsen op kansrijkheid (wenselijkheid) respectievelijk haalbaarheid. Is verantwoordelijk voor het betrekken van interne en externe adviseurs;

Beleidsadviseur Welzijn en Sociaal Domein – accounthouder GGD HN

•wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of toezegging van een antenneplaatsing;

•is de contactpersoon voor de GGD. Dit betrekt zich specifiek tot het onderwerp gezondheid. Bijvoorbeeld wanneer er een conflict is over een antenne over mogelijke gezondheidsrisico’s, neemt de beleidsadviseur gezondheid contact op met de GGD. De hulpvraag richt zich met name op kennis en advies van de GGD.

Vastgoed

•ontvangt bij voorkeur voor dan wel na een plaatsingsplangesprek een overzicht van alle gebouwen en gronden waar de provider een vergunningvrij of vergunningplichtige antenne wil plaatsen. Zo kan het team Vastgoed en Grondzaken beoordelen of het mogelijk is, of dat er complicaties zijn, waardoor het niet mogelijk of later pas mogelijk is om een antenne te plaatsen;

•wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing, als de antenne op een gemeentelijk gebouw, grond of -bouwwerk wordt geplaatst;

•controleert de geschiktheid van het gebouw (incl. voeding) voor de antenne bij een aanvraag voor een vergunning voor antenneplaatsing op een gemeentelijk gebouw;

•maakt een verkenningsrapport over de geschiktheid van een gebouw, grond of ander bouwwerk van de gemeente, als hier om wordt gevraagd door een vergunningverlener. Dit is meestal ter voorbereiding van een vooroverleg;

•is (desgewenst) aanwezig bij het vooroverleg;

•draagt er zorg voor dat het team Vastgoed en Grondzaken een huurovereenkomst voor een vergunningvrije antenne op een gemeentelijk gebouw of grond verzorgt. De gemeente streeft naar een marktconforme vergoeding;

Beheerder Openbare Ruimte

•ontvangt bij voorkeur voor of na een plaatsingsplangesprek een overzicht van alle bouwwerken (geen gebouw zijnde) , infrastructuur en gronden waar de provider een vergunningvrij of vergunningplichtige antenne wil plaatsen. Zo kan Team Beheer en Onderhoud beoordelen of het mogelijk is, of dat er complicaties zijn (korte termijn onderhoud o.i.d.), waardoor het niet mogelijk of later pas mogelijk is om een antenne te plaatsen;

•wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing, als de antenne op gemeentegrond wordt geplaatst;

•beoordeelt of het mogelijk is om een antenne te plaatsen met betrekking tot de bezetting van de (gemeente)grond, met het oog op bijvoorbeeld het groen, de riolering en de leidingen en kabels. Dit geldt voor zowel vergunningvrije als vergunningsplichtige antennes. Er wordt dan ook gekeken naar grondverontreiniging. Wanneer dit het geval is, moeten wij dat melden bij de potentiële gebruiker;

•is (desgewenst) aanwezig bij het vooroverleg;

•regelt zowel de interne als de externe afstemming over infrastructurele werkzaamheden;

(Juridisch) Beleidsadviseur of beleidsmedewerker Ruimte (Ruimtelijke Ordening)

•wordt (indien nodig) geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing;

•is (desgewenst) aanwezig bij het vooroverleg;

•bevordert integrale besluitvorming en samenhang;

•draagt zorg voor de afweging om bij nieuwe ontwikkelingen juridisch-planologische ruimte in het planinitiatief of omgevingsplan te reserveren voor een antenneplaatsing.

Communicatieadviseur

•wordt geïnformeerd over de aanvraag van een vooroverleg, een aanvraag van een vergunning en/of een afwijzing of toezegging van een antenneplaatsing, alleen indien er problemen worden verwacht of ondervonden met betrekking tot communicatie;

•kan ingeschakeld worden om maatwerk te leveren in probleemsituaties met betrekking tot de aanvraag van een vergunning of bij de plaatsing een vergunningvrije antenne;

•ondersteunt, indien nodig intern, bij standaard communicatieprocedures met betrekking tot het vooroverleg en de aanvraag van de vergunning;

•is sparringpartner op het gebied van communicatie over dit onderwerp;

•is aanspreekpunt voor de pers rondom het thema antennes en digitale connectiviteit.

Grondzaken

•draagt zorg voor een privaatrechtelijke overeenkomst evt. gevolgd door de vestiging van een recht van opstal voor een antenne op gemeentegrond of een gemeentelijk gebouw of een gemeentelijk bouwwerk geen gebouw zijnde. De gemeente streeft naar een marktconforme vergoeding. Dit geldt voor zowel vergunningvrije als vergunningplichtige antennes.

Bijlage 4: conceptovereenkomst Medegebruik publieke infrastructuur voor plaatsen small cells

OVEREENKOMST

MEDEGEBRUIK PUBLIEKE INFRASTRUCTUUR

VOOR PLAATSEN SMALL CELLS

tussen

GEMEENTE Medemblik

en

[BEDRIJFSNAAM]

Gebruik van deze modelovereenkomst

Deze overeenkomst is onderdeel van de ‘Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells’ en is bedoeld voor Gemeenten en partijen die publieke infrastructuur willen medegebruiken op basis van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet. Bij sommige artikelen geeft een blauw kader zoals deze een toelichting. Deze kaders zijn geen onderdeel van de overeenkomst en moeten door partijen worden verwijderd bij gebruik. Optionele artikelen zijn in blauwe tekst weergegeven.

Disclaimer

Op het moment van totstandkoming van dit modelcontract wordt tot medio 2026 geen grootschalige uitrol van small cells verwacht. In hoeverre dit model passend en werkbaar is voor de uitrol van small cells moet blijken in de praktijk. Deze modelovereenkomst kan daarom worden geëvalueerd op verzoek van een van de partijen die betrokken waren bij het opstellen ervan en in onderlinge overeenstemming worden herzien. Daarnaast is het mogelijk dat een gemeente en aanbieder in onderling overleg hun overeenkomst laten afwijken van de modelovereenkomst als een specifieke situatie daarom vraagt. Inhoudelijke reacties op en ervaringen met dit model zijn welkom viaantenneconvenant@vng.nleninfo@overalsnelinternet.nl.

Ondergetekenden:

1De Gemeente Medemblik, gevestigd en kantoorhoudend aan de Dick Ketlaan 21, 1687 CD Wognum, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer 37159672, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer M. Pijl, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d........, nr. DOC-24- @@@@@@@;

hierna te noemen: hierna te noemen “De Gemeente”

2<volledige bedrijfsnaam>, gevestigd en kantoorhoudend te <postcode - vestigingsplaats> aan de <adres>, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer <nummer>, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer/mevrouw;

hierna te noemen “De Medegebruiker”

In aanmerking nemende dat:

a.De in Bijlage 1 vermelde Publieke Infrastructuur, gespecificeerd met [kadastrale nummers/ identificatienummers/tekeningen] onder zeggenschap van De Gemeente staat;

b.De Medegebruiker aan De Gemeente heeft verzocht voornoemde Publieke Infrastructuur mede te gebruiken voor de plaatsing van een of meerdere Small Cells op grond van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet;

c.De Gemeente verplicht is in te stemmen met een verzoek van een Aanbieder voor medegebruik conform hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet;

d.Medegebruiker een Aanbieder als bedoeld in de Telecommunicatiewet is;

e.De door De Medegebruiker te plaatsen Small Cells voldoen aan de Uitvoeringsverordening EU 2020/1070;

f.De Gemeente instemt met medegebruik, mits door De Medegebruiker aan het in deze overeenkomst gestelde wordt voldaan;

g.Voor zover deze overeenkomst niet duidelijk genoeg is, deze kan worden uitgelegd in de context van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet.

Verklaren het navolgende overeen te zijn gekomen

DEFINITIES

Aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en/of - dienst of de aanbieder van bijbehorende faciliteiten zoals gedefinieerd in de Telecommunicatiewet.

Small Cells: draadloze toegangspunten met klein bereik, zoals gedefinieerd in de Uitvoeringsverordening EU 2020/1070.

Publieke Infrastructuur: een onder zeggenschap van De Gemeente staand openbaar gebouw, fysieke infrastructuur of installatie die onderdeel is van het straatmeubilair, zoals gedefinieerd in artikel 5c.1 van de Telecommunicatiewet.

ALGEMEEN

Artikel 1 - Publieke Infrastructuur

De Gemeente en De Medegebruiker verklaren in medegebruik te hebben gegeven, respectievelijk in medegebruik te hebben aangenomen de Publieke Infrastructuur zoals gedefinieerd in Bijlage 1.

Artikel 2 - Continuïteit

2.1 Gedurende de looptijd van deze overeenkomst staat het De Gemeente en De Medegebruiker vrij om, in gezamenlijke overeenstemming, de aangewezen Publieke Infrastructuur te wijzigen en de Small Cells te verplaatsen. Bijlage 1 dient in geval van een dergelijke wijziging te worden geactualiseerd.

2.2 Wanneer ook praktische zaken, zoals afspraken over aansluiting en bevestiging, in Bijlage 1 zijn opgenomen, kunnen deze in gezamenlijke overeenstemming worden gewijzigd.

Artikel 3 - Eigendom Small Cells

De Small Cells en bijbehorende apparatuur en verbindingen blijven eigendom van De Medegebruiker. Indien de Small Cells van rechtswege door natrekking of vermenging tot de Publieke Infrastructuur is gaan behoren, zal De Gemeente bij het einde van de overeenkomst de Small Cells om niet terug (laten) leveren aan de Medegebruiker.

AANVANG EN DUUR OVEREENKOMST

Artikel 4 - Aanvang en duur

Deze overeenkomst tot medegebruik gaat in op [00-00-0000] en geldt voor onbepaalde tijd.

Toelichting: Is op voorhand duidelijk dat alleen kortlopend medegebruik mogelijk is? Dan kunnen partijen kiezen voor een beperkte contractduur, bijvoorbeeld als het voor De Medegebruiker een beperkt aantal testlocaties betreft, of als van tevoren bekend is dat de infrastructuur na een bepaalde periode niet meer beschikbaar is. Bij een overeenkomst voor bepaalde tijd moet een bepaling worden toegevoegd over verlenging.

Artikel 5 - Opzegging overeenkomst door De Gemeente

Deze overeenkomst kan geheel of gedeeltelijk door de gemeente worden opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden. Van deze bevoegdheid kan gebruik worden gemaakt indien de gemeente aantoont dat een wijziging is opgetreden waardoor een situatie is ontstaan waarbij sprake is van een weigeringsgrond, zoals omschreven in artikel 5c.3 Telecommunicatiewet en daardoor de publieke infrastructuur niet langer beschikbaar kan worden gesteld voor medegebruik, onder andere bij:

a.een wijziging in het Omgevingsplan;

b.wijzigingen aan straatmeubilair om redenen van (verkeers)veiligheid;

c.het feit dat de gemeente de publieke infrastructuur teniet laat gaan.

Toelichting: De gronden voor opzegging door de Gemeente moeten gebaseerd zijn op de weigeringsgronden van artikel 5c.3 Tw en gepaard gaan met een motivering. Lid c is toegevoegd omdat de situatie zich kan voordoen dat infrastructuur het einde van haar levensduur bereikt. In dat geval kan De Gemeente het object/infrastructuur tenietdoen/opheffen en eindigt het recht op medegebruik.

Artikel 6 - Opzegging overeenkomst door De Medegebruiker

Deze Overeenkomst kan op elk moment, met inachtneming van een opzegtermijn van 2 maanden, schriftelijk door De Medegebruiker worden opgezegd indien De Medegebruiker van mening is dat door een verandering in de bebouwing of omgeving van de Publieke Infrastructuur als vermeld in Bijlage 1, of door een verandering in de netwerkplanning de Publieke Infrastructuur geen waarde meer heeft voor De Medegebruiker. Alleen De Medegebruiker zal kunnen beoordelen of een dergelijk geval zich voordoet.

Artikel 7 - Tussentijdse evaluatie [optioneel]

Partijen spreken af jaarlijks een evaluatiemoment over het medegebruik in te plannen. De gemeente organiseert dit overleg. Partijen kunnen op basis van de tussenevaluatie in onderling overleg de voorwaarden van de overeenkomst wijzigen.

Toelichting: Op verzoek van De Gemeente kan een tussentijds evaluatiemoment georganiseerd worden door De Gemeente. Partijen kunnen in onderling overleg de voorwaarden van de overeenkomst wijzigen.

Artikel 8 - Ingebruikname

a.De in medegebruik gegeven publieke infrastructuur wordt uiterlijk per [00-00-0000] in gebruik genomen door feitelijke plaatsing van de Small Cells ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en/of dienst, te weten 16 weken na ingaan van de overeenkomst.

b.De overeenkomst eindigt automatisch 16 weken na het ingaan van de overeenkomst indien de Small Cells niet geplaatst zijn.

c.De Medegebruiker is na het ingaan van deze overeenkomst verplicht tot betaling van de marktconforme vergoeding, ook wanneer de Small Cells niet zijn geplaatst.

d.Plaatsingswerkzaamheden voor de Small Cells vinden plaats in overleg met De Gemeente.

Toelichting: Artikel 8 is bedoeld om speculatie te voorkomen. Een datum voor feitelijke plaatsing voorkomt dat een partij medegebruik bedingt zonder tot daadwerkelijke plaatsing van small cells over te gaan.

BESTEMMING EN GEBRUIK

Artikel 9 - Doelbinding

9.1 De in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur zal gedurende de gehele duur van de overeenkomst door De Medegebruiker slechts gebruikt worden voor de volgende doeleinden:

a.Het plaatsen en exploiteren van Small Cells;

b.Het verbinden van Small Cells met een backbonenetwerk.

[Optioneel: in overeenstemming kan de doelbinding worden uitgebreid]

9.2 Indien de Publieke Infrastructuur door De Medegebruiker wordt gebruikt voor andere dan bovengenoemde zaken, kan De Gemeente die andere zaken op kosten van De Medegebruiker verwijderen, nadat De Medegebruiker tevergeefs in gebreke is gesteld om die andere zaken binnen een redelijke termijn te verwijderen.

Toelichting: Op grond van de Telecomcode en de Telecommunicatiewet is De Gemeente gehouden medegebruik in principe toe te staan. De doelbinding van artikel 9 is hierop gericht. Het staat partijen vrij om de doelbinding van de overeenkomst ruimer in te vullen dan verplicht is gesteld.

Wordt de fysieke infrastructuur door de Medegebruiker gebruikt voor andere dan de hierboven afgesproken doeleinden, bijvoorbeeld de plaatsing van reclame-uitingen, dan kan de Gemeente dit op kosten van de Medegebruiker verwijderen. De Medegebruiker dient wel eerst schriftelijk gesommeerd te worden die zaken te verwijderen.

Artikel 10 - Uitsluiting exploitatie derden

De Medegebruiker is op grond van deze overeenkomst niet gerechtigd om de in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur aan een derde beschikbaar te stellen ter exploitatie, tenzij er sprake is van gedeeld gebruik als bedoeld in artikel 11.

Artikel 11 - Colocatie en gedeeld gebruik

Het staat De Gemeente vrij om na plaatsing van de Small Cells, de Publieke Infrastructuur als vermeld in Bijlage 1 aan te wijzen voor colocatie of gedeeld gebruik zoals bedoeld in artikel 5b.1 van de Telecommunicatiewet, zonder dat De Medegebruiker recht heeft op vermindering van de vergoeding.

Toelichting: De bevoegdheid om colocatie of gedeeld gebruik op te leggen geldt voor specifieke gebieden en onder voorwaarden. Het kan gaan om drukke binnensteden om de impact op het straatbeeld te beperken. Er moet voor de aanwijzing van colocatie of gedeeld gebruik al sprake zijn van een vorm van medegebruik conform hoofdstuk 5A of 5C van de Telecommunicatiewet.

Artikel 12 - Primaire functie

De Medegebruiker zal erop toezien dat de plaatsing en het gebruik van de Small Cells op de Publieke Infrastructuur de primaire functie en het gebruik hiervan op geen enkele manier verstoren.

Artikel 13 - Hinder

De Medegebruiker is verplicht er zorg voor te dragen, dat hij, dan wel een derde die voor hem werkzaam is, geen onredelijke hinder veroorzaakt bij het gebruik, plaatsing, verwijdering, vervanging en onderhoud aan Small Cells die geplaatst zijn op de Publieke Infrastructuur waarvoor medegebruik geldt. Dit geldt ook voor de directe omgeving van de Small Cells. Onredelijke hinder is bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot:

a.Het onnodig lang blokkeren van toegangsroutes bij de Publieke Infrastructuur in verband met werkzaamheden bij de Small Cells;

b.Het veroorzaken van belemmeringen aan het primaire doel van de Publieke Infrastructuur door het gebruik, plaatsing of onderhoud, tenzij met voorafgaande toestemming van De Gemeente;

c.Het uitvoeren van werkzaamheden tijdens de gebruikelijke rusturen, tenzij met voorafgaande toestemming van De Gemeente of ingeval van storingen en/of calamiteiten.

d.Het uitvoeren van werkzaamheden tijdens momenten met grote verkeersdrukte en tijdens publieke evenementen, tenzij met voorafgaande toestemming van De Gemeente.

Artikel 14 - Onderhoud en wijzigingen Small Cells en bevestigingsconstructie

a.Indien De Medegebruiker (onderhouds-)werkzaamheden aan de Small Cells of de bevestigingsconstructie verricht dan wel laat verrichten, stelt De Medegebruiker De Gemeente hiervan tijdig, doch uiterlijk tien (10) werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden, schriftelijk in kennis. Deze termijn is niet van toepassing bij storingen of calamiteiten.

b.De Medegebruiker is niet bevoegd, anders dan na voorafgaande schriftelijke toestemming, wijzigingen aan te brengen aan de technische constructie van de in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur, dan wel in, op, aan of rond de Publieke Infrastructuur uitbreidingen en/of verbouwingen of andere wijzigingen aan te brengen.

Artikel 15 - Oplevering bij einde overeenkomst

a.Na beëindiging van deze overeenkomst tussen De Gemeente en De Medegebruiker, draagt De Medegebruiker er zorg voor dat de Small Cells voor diens rekening zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand na aflopen van de overeenkomst, zonder schade verwijderd worden van de Publieke Infrastructuur. Gedurende deze periode draagt De Gemeente conform artikel 31 geen aansprakelijkheid voor schade aan de Small Cells, tenzij sprake is van schuld of nalatigheid door De Gemeente.

b.Indien zich schade voordoet aan de Publieke Infrastructuur, herstelt Medegebruiker deze schade op eigen kosten, ofwel kan deze worden verhaald op De Medegebruiker indien Medegebruiker ondanks tevergeefse ingebrekestelling hiertoe niet overgaat.

c.Indien na tevergeefse ingebrekestelling De Medegebruiker de Small Cells niet binnen afgesproken tijd verwijdert, behoudt De Gemeente zich het recht voor om zelf tot verwijdering van de Small Cells over te gaan en de kosten daarvan op De Medegebruiker te verhalen.

PLICHTEN GEMEENTE

Artikel 16 - Overdracht Publieke Infrastructuur

Overdracht van de Publieke Infrastructuur, waarop de overeenkomst tot medegebruik betrekking heeft, doen de rechten en verplichtingen van De Gemeente uit deze overeenkomst, die daarna opeisbaar worden, overgaan op de verkrijger.

Toelichting: De Gemeente houdt de zeggenschap om de infrastructuur, waar het recht tot medegebruik op rust, te verkopen. Koop breekt echter geen huur. Dit brengt met zich mee dat de partij die bij de (ver)koop in de voetsporen van De Gemeente treedt, partij wordt in deze overeenkomst.

Artikel 17 - Plichten De Gemeente

a.De Gemeente zal De Medegebruiker in staat stellen om haar rechten uit deze overeenkomst uit te oefenen. De Gemeente zal De Medegebruiker in staat stellen de Small Cells te plaatsen, te onderhouden, te exploiteren en te inspecteren.

b.Het is De Gemeente of derden die in zijn opdracht werken, niet toegestaan Small Cells en aanverwante apparatuur dan wel de elektriciteitsvoorziening van De Medegebruiker te verplaatsen, te verwijderen, te beschadigen of uit te schakelen, zonder voorafgaande toestemming van De Medegebruiker.

Artikel 18 - Gebrekenregeling

Anders dan bepaald bij het regelend recht worden de volgende situaties niet gezien als een gebrek in de zin van artikel 7:204, tweede lid, BW:

a.Gebreken van welke aard en omvang dan ook door wijzigingen in de directe omgeving die van invloed zijn op het functioneren van de Small Cells, signaalkwaliteit, dekking en de bijbehorende netwerkverbindingen en straalverbindingen.

b.Zichtbare en/of onzichtbare gebreken van welke aard dan ook aan de Publieke Infrastructuur, behalve voor zover de gebreken het gevolg zijn van schuld of nalatigheid van De Gemeente met betrekking tot het voor zijn rekening komend onderhoud.

Artikel 19 - Onderhoud De Gemeente

a.Tenzij het werkzaamheden betreffen aan zaken die niet door of vanwege De Gemeente zijn aangebracht, zijn alle werkzaamheden en onderhoud aan de Publieke Infrastructuur voor rekening van De Gemeente.

b.Indien De Gemeente (onderhouds-)werkzaamheden - waaronder renovatie en/of vernieuwing - verricht of laat verrichten aan de Publieke Infrastructuur, stelt De Gemeente De Medegebruiker hiervan tijdig, doch uiterlijk dertig (30) werkdagen voor aanvang van de (onderhouds-)werkzaamheden schriftelijk in kennis. Dit om De Medegebruiker - zulks in overleg met De Gemeente of derden die in zijn opdracht werken - in de gelegenheid te stellen afdoende maatregelen te nemen om verstoring van de doorgifte van radiosignalen ten gevolge van voornoemde (onderhouds-)werkzaamheden te voorkomen.

Artikel 20 - Tijdelijk alternatief bij wijzigingen aan de Publieke Infrastructuur

a.Wijzigingen aan de door De Gemeente in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur zijn toegestaan, mits deze geschikt blijft voor plaatsing van de Small Cells.

b.Indien er infrastructurele wijzigingen plaatsvinden gedurende de looptijd van de overeenkomst, zoals de uitvoering van grootschalige renovaties en/of bouwwerkzaamheden, waardoor tijdelijke verwijdering van Publieke Infrastructuur vereist is, zullen De Gemeente en De Medegebruiker gezamenlijk bespreken welk tijdelijk alternatief mogelijk is om de Small Cells te plaatsen. Dit tijdelijke alternatief is geschikt voor het oorspronkelijke doel waarvoor de Small Cells werden geplaatst. Met wederzijdse instemming kan het alternatief permanent worden in plaats van de originele Publieke Infrastructuur.

c.In geval van noodzakelijke verplaatsing van geplaatste Small Cells in verband met infrastructurele wijzigingen door De Gemeente treden partijen in overleg over een redelijke verdeling van de kosten van verplaatsing.

Toelichting: Artikel 20 betreft de situatie dat er tijdelijke wijzigingen aan de publieke infrastructuur zullen plaatsvinden. Eventueel kan De Gemeente de overeenkomst opzeggen voor een deel van de infrastructuur in bijlage 1, mits er sprake is van een voorwaarde conform artikel 5.

Artikel 21 - Informatieverstrekking derden en contactgegevens

a.Bij vragen van derden over het medegebruik in deze overeenkomst is De Gemeente het aanspreekpunt. Bij informatieverstrekking door De Medegebruiker vindt afstemming met De Gemeente plaats.

•Contactgegevens van De Gemeente zijn: […]

•Contactgegevens van De Medegebruiker zijn: […]

b.De medegebruiker is gehouden voor de plaatsing zorg te dragen voor een objectieve openbare communicatievoorziening en een participatieproces met direct belanghebbenden, dat is gebaseerd op de uitgangspunten van de Omgevingswet. De medegebruiker stemt deze beide trajecten af met de gemeente.

c.Bij verwijdering en eventueel bij tussentijdse vragen is de medegebruiker verplicht zorg te dragen voor objectieve openbare communicatie

PLICHTEN MEDEGEBRUIKER

Artikel 22 - Kosten

De Medegebruiker is verantwoordelijk voorde kosten van plaatsing, exploitatie en onderhoud van de Small Cells inclusief de werkzaamheden en materialen die benodigd zijn voor het aansluiten en in werking stellen van de Small Cells.

Artikel 23 - Overdracht rechten en verplichtingen

Het recht op medegebruik is vatbaar voor (gedeeltelijke) overdracht aan een andere Aanbieder, mits deze aanspraak kan maken op het recht op medegebruik zoals vervat in hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet. De Medegebruiker stelt De Gemeente hiervan tijdig, doch uiterlijk 2 maanden voor de overdracht, schriftelijk in kennis.

a.Na overdracht van het recht op medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals gedefinieerd in Bijlage 1 wordt een nieuwe overeenkomst opgesteld tussen De Gemeente en de partij die de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst heeft overgenomen van De Medegebruiker.

b.Bij gedeeltelijke overdracht van het recht op medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals gedefinieerd in Bijlage 1 zal de huidige overeenkomst worden gewijzigd door een aanpassing van de in Bijlage 1 vermelde en in medegebruik gegeven Publieke Infrastructuur en de marktconforme vergoeding. Tussen De Gemeente en de partij die de overeenkomst tot medegebruik gedeeltelijk heeft overgenomen van De Medegebruiker, zal een nieuwe overeenkomst worden opgesteld, inclusief een overzicht zoals gesteld in Bijlage 1, omvattende de betreffende Publieke Infrastructuur.

c.Wanneer er sprake is van rechtsopvolging onder algemene titel blijft de huidige overeenkomst onverkort van toepassing.

Toelichting: Het medegebruik is een beperkt recht dat over kan gaan op een rechtsopvolger. Artikel 23 specificeert wat er bij een overdracht moet gebeuren. Gaat het om rechtsopvolging? Dan blijft de volledige overeenkomst in stand. Wordt het specifieke recht tot medegebruik in zijn geheel of deels aan een derde overgedragen? Dan is een nieuwe overeenkomst nodig tussen De Gemeente en de nieuwe partij die een deel (sub b) of het gehele recht (sub a) tot medegebruik verkrijgt.

PRIJSBEPALING

Artikel 24 - Marktconforme vergoeding

De Medegebruiker is jaarlijks aan De Gemeente voor het medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals vermeld in Bijlage 1 een marktconforme vergoeding verschuldigd van … (zegge: … euro), nader gespecificeerd als volgt: […] aantal x […] euro = […]. Deze vergoeding is in ieder geval ter dekking van de hierna te noemen gemaakte kosten:

a.Afschrijvingskosten;

b.Onderhoudskosten fysieke infrastructuur;

c.1e controle na plaatsing;

d.Periodiek toezicht op de naleving van deze overeenkomst;

e.gebruiksvergoeding publieke infrastructuur.

De Gemeente maakt de prijsopbouw inzichtelijk voor De Medegebruiker.

alternatief, zonder specificatie van het aantal:

De Medegebruiker is jaarlijks aan De Gemeente voor het medegebruik van de Publieke Infrastructuur zoals vermeld in Bijlage 1 een marktconforme vergoeding verschuldigd van … (zegge: … euro). Deze vergoeding is in ieder geval ter dekking van de hierna te noemen gemaakte kosten:

a.Afschrijvingskosten;

b.Onderhoudskosten fysieke infrastructuur;

c.1e controle na plaatsing;

d.Periodiek toezicht op de naleving van deze overeenkomst;

e.gebruiksvergoeding publieke infrastructuur.

De Gemeente maakt de prijsopbouw inzichtelijk voor De Medegebruiker.

Toelichting: Indien het om een groep dezelfde soort infrastructuur gaat, is het praktisch een vergoeding per object te berekenen. Als de lijst met infrastructuur divers van aard is, ligt een totaalbedrag voor de gehele bijlage meer voor de hand.

De marktconforme vergoeding is te zien als ‘de huur van de locatie’. Hierbij kan De Gemeente vergoeding vragen voor (materiële) kosten, zoals aanpassingen aan infrastructuur, aanvullend onderhoud als ook de controle van en het toezicht op de naleving van het medegebruik.

De marktconforme vergoeding mag meer dan kostendekkend zijn, mits deze is onderbouwd en overeenkomt met in de markt gebruikelijke vergoedingen voor het gebruik van opstelpunten voor small cells.

Artikel 25 - Energiekosten

a.Bij gebruik van de energietoevoer van De Gemeente, wordt jaarlijks een vast gebruikstarief voor het gemiddelde verbruik van een Small Cell in rekening gebracht.

b.De Medegebruiker zal aan De Gemeente een onderbouwde bestuurdersverklaring verstrekken van het gemiddeld gebruikte vermogen per Small Cell per jaar. De Gemeente zal dit opgeven bij en afrekenen met de netbeheerder en de energiekosten verrekenen met De Medegebruiker.

c.Partijen kunnen onderling afspreken voor de uitvoering van de leden a) en b) van dit artikel te werken met een tussenmeter voor het energieverbruik.

alternatief:

a.De Medegebruiker mag gebruik maken van de elektriciteitsvoorziening van De Gemeente.

b.De Medegebruiker is verplicht om op haar kosten een tussenmeter te plaatsen die het energieverbruik registreert.

c.Als voorschot op de verbruikskosten is De Medegebruiker een bedrag van [€ …] verschuldigd. De verbruikskosten worden jaarlijks achteraf berekend op basis van het energietarief dat aan De Gemeente in rekening wordt gebracht. Hierop vindt verrekening plaats met het voorschot van het daaropvolgende jaar.

Artikel 26 - Prijsindexatie

a.De marktconforme vergoeding zal telkens na verloop van 1 jaar worden geïndexeerd, voor het eerst op 1 januari van het jaar volgend op de datum van ondertekening van deze overeenkomst, op basis van het Consumptieprijsindexcijfer (CPI), reeks alle huishoudens (2015=100), zoals dit cijfer wordt berekend en gepubliceerd door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Bij een negatieve indexering zal het bedrag niet worden verlaagd.

b.Indien De Gemeente de indexatie niet doorvoert in een jaar, mag zij indexeren vanaf het jaar dat zij voor het laatst de vergoeding heeft geïndexeerd. Er vindt geen naheffing plaats voor eventueel niet-geïndexeerde jaren.

Artikel 27 - Doorbelasting belastingen en heffingen

De Medegebruiker is verplicht alle (gemeentelijke) belastingen en heffingen, verband houdende met het plaatsen, houden en exploiteren van de Small Cells, inclusief verhogingen hiervan, op correcte wijze aan de betreffende instanties te betalen, ook indien De Gemeente hiervoor wordt aangeslagen.

Artikel 28 – Toekomstige toeslagen

Eventuele toekomstige wettelijk verplichte toeslagen als gevolg van medegebruik van de Publieke Infrastructuur zullen door De Gemeente één op één aan De Medegebruiker worden doorbelast.

BETALING

Artikel 29 - Vooruitbetaling

a.Betaling van de marktconforme vergoeding dient jaarlijks bij vooruitbetaling te geschieden, voor het eerst uiterlijk op de ingangsdatum van deze overeenkomst en vervolgens telkens vóór 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. De Gemeente brengt de uit hoofde van deze overeenkomst aan De Gemeente verschuldigde bedragen van [€…] per jaar door middel van een conform artikel 24 gespecificeerde factuur in rekening, onder vermelding van [referentienummer]. Deze gespecificeerde factuur ontvangt De Medegebruiker uiterlijk één maand voor het nieuwe kalenderjaar waarop de factuur ziet. De facturen zullen worden gezonden naar het factuuradres van De Medegebruiker: […]

b.De eerste betaling heeft betrekking op de periode vanaf de ingangsdatum tot het einde van dat kalenderjaar en zal naar rato worden berekend. De factuur voor het eerste jaar wordt voor het einde van het eerste jaar verstuurd. Bij tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst zal geen restitutie van de vooruitbetaalde som van dat jaar plaatsvinden.

Artikel 30 - Verzuim/ wettelijke rente

Indien De Medegebruiker de kosten niet tijdig voldoet, is De Medegebruiker over (het nog verschuldigde deel van) de marktconforme vergoeding de wettelijke rente verschuldigd, nadat De Gemeente De Medegebruiker hiervoor tevergeefs in gebreke heeft gesteld.

SCHADE EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 31 - Uitsluiting aansprakelijkheid

De Gemeente is niet aansprakelijk voor:

a.de gevolgen van welke aard en omvang dan ook van zichtbare en/of onzichtbare gebreken aan de Publieke Infrastructuur, behalve voor zover de gebreken het gevolg zijn van schuld of nalatigheid van De Gemeente met betrekking tot het voor zijn rekening komend onderhoud, maar beperkt tot de kosten van de vervanging en installatie van de Small Cells;

b.gevolgen van welke aard en omvang dan ook van schade aan de Small Cells welke veroorzaakt worden door derden of natuurlijke omstandigheden;

c.enige vorm van schade van De Medegebruiker of haar klanten door verstoring van of wijziging in de dienstverlening die plaats vindt via de Small Cells, ongeacht de oorzaak, tenzij sprake is van niet nakoming van artikel 17 van deze overeenkomst door schuld of nalatigheid van De Gemeente;

d.de gevolgen van welke aard en omvang dan ook van wijzigingen in de openbare ruimte die van invloed zijn op het functioneren van de Small Cell, signaalkwaliteit, dekking en de bijbehorende netwerkverbindingen en straalverbindingen;

e.enige vorm van gevolgschade die bij De Medegebruiker ontstaat uit werkzaamheden of onderhoud aan de infrastructuur, de openbare ruimte en omgeving door De Gemeente of derden, behalve voor zover de schade het gevolg is van schuld en/of nalatigheid van De Gemeente.

Artikel 32 - Voorkomen van schade

a.De Medegebruiker is gehouden om alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om schade aan de Publieke Infrastructuur te voorkomen.

b.De Medegebruiker is voorts gehouden De Gemeente tijdig, zo mogelijk schriftelijk, op de hoogte te brengen indien aan de Publieke Infrastructuur, schade is of dreigt te ontstaan.

c.De Gemeente is voorts gehouden De Medegebruiker tijdig, zo mogelijk schriftelijk, op de hoogte te brengen indien aan de Small Cells schade is of dreigt te ontstaan.

SLOTBEPALING

Artikel 33 - Toepasselijk recht en bevoegde rechter

a.Op deze Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

b.Geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Overeenkomst of naar aanleiding van overeenkomsten die hiervan het gevolg zijn omtrent de uitleg van hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet kunnen worden voorgelegd aan de Autoriteit Consument en Markt.

c.Alle overige geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze Overeenkomst of naar aanleiding van overeenkomsten die hiervan het gevolg zijn, zullen bij uitsluiting worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van het arrondissement van de Gemeente.

Aldus overeengekomen en in drievoud opgemaakt en ondertekend te Wognum,

De Gemeente

Bedrijf ……

Namens deze, de heer M. Pijl

Namens deze, de heer/mevrouw

Datum:_____________

Datum:_____________

BIJLAGE 1 ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1

Toelichting: wees er bij het opstellen van de bijlage alert op dat voldoende duidelijk is op welk deel of oppervlak van de Publieke Infrastructuur het medegebruik betrekking heeft. Denk aan een beschrijving of tekening waardoor een deel van een gevel in medegebruik wordt gegeven in plaats van een geheel gebouw.

Modelovereenkomst medegebruik publieke infrastructuur voor plaatsen small cells

Versie 1.0 | 1 mei 2022 | auteur: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Pagina < # > van < # >

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.