3. TRENDS & ONTWIKKELINGEN
3.2 Monitoring en Onderzoek 2022-2023
3.2a. GGD-jeugdmonitor 2023
In het najaar van 2023 werd de Gezondheidsmonitor Jeugd afgenomen onder jongeren uit leerjaar 2 en 4 (13 tot 17 jaar) van het regulier voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd bestaat uit een groot aantal vragen over verschillende thema’s o.a. alcohol, roken en drugs. In totaal hebben 25 reguliere voortgezet onderwijs scholen uit Zuid-Limburg meegedaan aan het onderzoek. We hebben het dan over 5.971 jongeren.
Alcohol
In 2023 geeft 32% van de jongeren in Zuid-Limburg aan in de afgelopen 4 weken alcohol te hebben gedronken. Dit is gelijk gebleven ten opzichte van 2021. Maar ligt wel 5% hoger dan het landelijk cijfer. Landelijk is het percentage ook nog eens met 2% gedaald ten opzichte van 2021.
Daarnaast geeft 18% van de jongeren in Zuid-Limburg aan in de afgelopen 4 weken dronken of aangeschoten te zijn geweest. Dit is 4% hoger dan in 2021. En ook hier ligt het percentage in Zuid-Limburg hoger dan in Nederland waar 15% van de jongeren dit aangeeft. In bijlage IV worden verschillen tussen o.a. jongens en meisjes toegelicht en hoe de jongeren aan alcohol komen.
Roken
Bij de vragen over roken is een onderscheid tussen sigaretten en elektrische sigaretten (vapes). Deze cijfers laten zien dat het aantal jongeren dat sigaretten rookt in de afgelopen twee jaar is gestegen. Op dit moment geeft 6% van de jongeren aan wekelijks te roken. Daarnaast is een duidelijke trend te zien in het percentage jongeren dat vapet. Dat is in 4 jaar tijd met 8% gestegen. Dit is bijna een verviervoudiging (tabel 2). Net zoals bij alcoholgebruik, roken en vapen meer jongeren in klas 4 (respectievelijk 9% en 16%) dan in klas 2 (respectievelijk 4% en 7%). In bijlage V staat de vergelijking met de rest van Nederland.
2015
2019
2021
2023
Rookt wekelijks
6%
5%
4%
6%
Vapet wekelijks
-
-
3%
11%
Tabel 2: Rookt en vapet wekelijks
Drugs
Onder de jongeren in Zuid-Limburg geeft 12% aan wel eens wiet of hasjiesj te hebben gebruikt. 15% van de vmbo-leerlingen heeft wel eens wiet of hasjiesj gebruikt ten opzichte van 8% van de leerlingen op havo/vwo. In klas 4 heeft 18% dit wel eens gebruikt tegenover 4% in klas 2. Het gebruik door jongens en meisjes is ongeveer hetzelfde. Naast wiet en hasjiesj zijn jongeren ook gevraagd naar het gebruik van XTC, cocaïne, paddo's en lachgas. 3,5% van de jongeren geeft aan ooit één van deze soorten drugs te hebben gebruikt. Dit is ten opzichte van 2015 met 2,1% gedaald. Deze drugs zijn meer gebruikt door vmbo-leerlingen dan havo/vwo leerlingen en meer in klas 4 dan in klas 2. Er is geen verschil tussen jongens en meisjes.
3.2b. Nalevingsonderzoek 2023
In het najaar van 2023 werd een nalevingsonderzoek in Zuid-Limburg uitgevoerd. In dit nalevingsonderzoek zijn 988 aankooppogingen bij vijf verschillende categorieën verkooppunten uitgevoerd, hetgeen een representatief beeld geeft van de naleving in Zuid-Limburg. De verkooppunten zijn bezocht door zowel een minderjarige jongen als een minderjarig meisje.
De naleving van de leeftijdsgrens wordt gedefinieerd als een weigering van de verkoper om alcohol te verstrekken aan een minderjarige. Bij 328 van de 988 aankooppogingen werd in Zuid-Limburg de leeftijdsgrens nageleefd (33,2%). Zuid-Limburg heeft hiermee een lager nalevingscijfer dan het landelijk gemiddelde (46,6%).
In het nalevingsonderzoek is een vergelijking gemaakt met de resultaten in 2015 en 2018. In 2015 werd in 21,6% van de aankooppogingen de leeftijdsgrens nageleefd. Het totale nalevingscijfer van de leeftijdsgrens voor alcohol in 2023 van 33,2% blijkt niet veel te verschillen ten opzichte van het totale nalevingscijfer in 2018 van 31%. Uit het onderzoek blijkt dat de naleving ten opzichte van eerdere onderzoeken onvoldoende is verbeterd. Met name in cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines moeten betere resultaten worden nagestreefd. Een uitgebreide uitleg van de cijfers staat in bijlage VI.
3.2c. GGD-panelonderzoek 2023
Naast de gezondheidsmonitors voert de GGD ook panelonderzoeken uit. Begin 2024 is een panelonderzoek uitgevoerd over roken en vapen. In totaal hebben 8.078 inwoners deze vragenlijst ingevuld. Belangrijk om te weten is dat de gemiddelde leeftijd van de deelnemers 59,5 jaar is.
De belangrijkste resultaten uit dit panelonderzoek:
•jongeren weten meer over vapen dan ouderen;
•46% van de panelleden geeft aan last te hebbenvan zowel de rook van sigaretten als de damp van vapes;
•86% van de deelnemers is bekend met de Rookvrije Generatie;
•plekken die volgens onze inwoners rookvrij moeten zijn:
◼︎ Kinderopvang en scholen: 97%
◼︎ Kinderboerderijen en speeltuinen: 94%
◼︎ Sportterreinen: 90%
◼︎ Openbare ruimte: 84%
◼︎ Pretparken en dierentuinen: 81%
◼︎ Terrassen: 72%
◼︎ Op straat: 36%
•40% van de ouders uit het gezondheidspanel geven aan niets nodig te hebben om in de opvoeding aandacht te besteden aan roken of vapen;
•28% van de ouders uit het gezondheidspanel geeft aan informatie of ondersteuning vanuit school wenselijk te vinden.
4. SAMENWERKING EN INTEGRALITEIT
4.6 Belangrijke partners
4.6a Boa's
De buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa's) van gemeenten spelen een belangrijke rol bij de aanpak en het signaleren van problemen en verslavingen bij jongeren. In onze regio zijn er Boa's die gespecialiseerd zijn in jeugd. Boa's voeren samen met de politie zogenaamde stopgesprekken als jongeren veelvuldig in contact zijn gekomen met de Boa’s en/of politie. Boa's kunnen ondersteuning bieden of extra ingezet worden op straat om overlast te beperken.
4.6b Politie
De politie grijpt in bij acute noodsituaties en heeft een belangrijke rol in het signaleren van onrust in de samenleving. De taken van de politie op het gebied van jeugd zijn voornamelijk:
•Signaleren (melden bij Veilig Thuis of het team Jeugd van de gemeente).
•Adviseren (aansluiten bij diverse overleggen m.b.t. jeugdigen).
•Opsporen van strafbare feiten.
In de veiligheid kan de politie assistentie verlenen onder het mom van “de sterke arm” (der wet). Dat betekent dat er voor een inzet altijd een wettelijke grondslag moet zijn. De politie speelt een rol in het regisseren van redenen van wetenschap (van een delict) en deelt deze in het netwerk, waardoor zorgprofessionals en gemeenten een beeld en geluid krijgen over goede en minder goede praktijken rond het middelengebruik van jeugdigen. Tevens kan de politie (wijkagenten) binnen dit beleidsplan ondersteunen bij campagnes en activiteiten om middelengebruik te verminderen.
4.6c Stichting Halt
Halt staat voor Het Alternatief. Jongeren van 12 tot 18 jaar vallen onder het jeugdstrafrecht. Als zij worden betrapt op bijvoorbeeld vandalisme, baldadigheid of overlast gevend gedrag, openbare dronkenschap, schoolverzuim of (winkel)diefstal en nog niet eerder met de politie in aanraking zijn geweest, worden ze bijna altijd doorgestuurd naar Halt. In het kader van het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 – 2028 kent Halt de volgende diensten:
•De Halt-interventie: Zowel politie als Boa's kunnen alcohol- en drugsgerelateerde feiten naar Halt verwijzen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het voorhanden hebben van alcohol, openbare dronkenschap of alcohol- en drugsgerelateerde feiten die strafbaar zijn gesteld in Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV of AV). Bij Halt krijgen jongeren een pedagogische interventie. Het delictgedrag wordt besproken, maar ook verschillende leefgebieden en eventuele hulpvragen. Door middel van gesprekken en leeropdrachten is er aandacht voor reflectie, sociale vaardigheden (waaronder het omgaan met alcohol, drugs en/of groepsdruk), ouderbetrokkenheid, herstel en toekomstperspectief. Zo leert de jongere te reflecteren op het eigen handelen, de gevolgen voor zichzelf en voor de ander in te zien en krijgt de jongere handelingsalternatieven aangeboden. Gedurende het traject wordt samengewerkt met de lokale Instelling voor Verslavingszorg (IVZ). Zo gaan jongeren bijvoorbeeld op gesprek bij de preventieve afdeling van de IVZ als onderdeel van het Halt-traject. Waar nodig wordt doorverwezen naar verdere hulpverlening.
•Het Halt-loket: Het Halt-loket is een tijdelijke constructie waarbij een Halt-medewerker aansluit bij een handhavingsactie bij (grote) evenementen. Denk aan kermissen, festivals en carnaval. Jongeren tussen 12 en 18 jaar die staande worden gehouden met alcohol, kunnen direct naar Halt verwezen worden. Ter plekke vindt het eerste gesprek plaats en waar mogelijk worden ouders direct betrokken. Halt geeft ook voorlichting op het basis- en voortgezet onderwijs over de gevolgen van strafbaar gedrag en thema’s zoals groepsdruk. Tenslotte kan Halt aansluiten bij overleggen om kennis, trends en ontwikkelingen te delen over lokale problematiek. Halt denkt mee over passende reacties op casuïstiek en stemt daarbij af met partners zoals politie, Boa’s, gemeenten, scholen en lokale zorgpartners.
4.6d Mondriaan verslavingspreventie
Mondriaan heeft een professionele (verslavings-)preventieafdeling. Hun expertise ligt op alcohol en andere drugs, maar ook op gamen en gokken. Al deze activiteiten zijn ondergebracht in het zogenaamde basispakket van Mondriaan (zie basispakket verslavingspreventie).
Verslavingspreventie richt zich in onze regio vooral op jongeren en jongvolwassenen, maar de laatste jaren krijgen ook oudere groepen steeds meer aandacht (bijvoorbeeld alcoholpreventie bij volwassenen en specifiek bij 55-plussers). Mondriaan preventie richt zich soms op de hele bevolking (universele preventie), maar vaak op specifieke groepen (selectieve en geïndiceerde preventie) en op intermediairs. Daarbij wordt gekozen voor het kaliber van de inzet dat past bij de zwaarte van de problematiek. De epidemiologie in Zuid-Limburg is steeds leidend in de planning van Mondriaan. Deze werkwijze wordt, als goed voorbeeld van evidence based werken, in dit beleidsplan overgenomen (zoals beschreven in paragraaf 2).
Mondriaan preventie is actief in diverse settingen: school, opvoedingssituatie, vrije tijd en sport en uitgaanscircuit. Professionele verslavingspreventie berust op drie pijlers: kwaliteit, integraliteit en focus op gezondheid. Een uitgebreide uitwerking van deze pijlers staat in bijlage XI.
Bijlage I – Begrippenduiding soorten middelen
Stimulerend
Verdovend
Bewustzijn veranderend
Stimulerende middelen, ook wel uppers genoemd, geven de gebruiker een energiek en alert gevoel. De ademhaling en hartslag worden sneller, de bloeddruk gaat omhoog en de spierspanning neemt toe.
Bij verdovende middelen, ook wel downers genoemd, gaat het lichaam juist in de vertraging: ademhaling en hartslag gaan omlaag en spieren ontspannen.
Middelen die het bewustzijn veranderen, ook wel trippers genoemd, maken dat de gebruiker de wereld anders waarneemt en beleeft dan normaal. Denk aan een veranderend tijdsbesef of het door elkaar lopen van zintuigelijke sensaties.
Speed of amfetamine
XTC (dubbel effect bewustzijn veranderend)
Cocaïne
GHB
Crystal meth
2cb (dubbel effect bewustzijn veranderend)
4fmp (dubbel effect bewustzijn veranderend)
Crack
Lachgas
Poppers
Cafeïne
Tabak
Stimulerende medicijnen
Heroïne
Morfine
Slaapmiddelen
Alcohol
Cannabis (eersteeffect)
GHB
Ketamine
Andere opiaten
Cannabis (tweede effect) -o.a. Hasjiesj en wiet
Ketamine (overdosis)
Ayahuasca
Paddo’s
Truffels
LSD
DMT
Bron: Trimbos Instituut en Drugs algemeen – DRUGSinfo.nl
Bovenstaand overzicht geeft weer wat momenteel (d.d. oktober 2024) bekend is, maar de situatie verandert voortdurend naarmate nieuwe middelen (denk hierbij aan Nieuwe Psychoactieve Stoffen, NPS) op de markt komen en gebruikspatronen verschuiven.
Bijlage II – Effectieve interventies
Werken met effectieve interventies is niet nieuw. Instellingen voor Verslavingszorg (IVZ) en GGD-en werken hier al langer mee. Alle IVZ’s die zijn aangesloten bij Verslavingskunde Nederland en werken met het Basispakket Verslavingspreventie; een combinatie van kwalitatief goede interventies die passen in de preventieketen. Zij gebruiken onder meer interventies uit de database van het Loket Gezond Leven (RIVM) en het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) om effectieve interventies in te zetten.
De IVZ (in onze regio Mondriaan) kan gemeenten ondersteunen bij het monitoren van ontwikkelingen ten behoeve van het verslavingspreventiebeleid. De IVZ heeft zicht op landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen met betrekking tot middelengebruik, gokken en gamen en heeft kennis van effectieve preventieve aanpakken en interventies. Op basis daarvan adviseert zij gemeenten over onder meer:
•ontwikkelen van lokaal beleid verslavingspreventie;
•kansspelbeleid;
•aanpak van problematiek rond een specifiek middel, bijvoorbeeld lachgas of GHB;
•aanpak van problematiek rond specifieke doelgroepen of settings;
•duiding van trends en ontwikkelingen (ook op het gebied van zogenaamde designers drugs).
Op verschillende niveaus van preventie én van de maatschappij kunnen wij er voor kiezen in het uitvoeringsplan het aanbod van de IVZ-instelling in Zuid-Limburg in te zetten.
Bijlage III – Veranderingen in de Alcoholwet
Op 1 juli 2021 is de Alcoholwet in werking getreden. Deze wet vervangt de drank- en horecawet. Deze nieuwe Alcoholwet bevat een aantal veranderingen, voor zowel verkopers van alcohol als voor particulieren. Het gaat om de volgende wijzigingen:
•Verbod op bepaalde prijsacties:
Prijsacties met een prijsverlaging van meer dan 25% zijn verboden. Dit geldt voor de verkoop van alcoholhoudende dranken voor ‘gebruik elders dan ter plaatse’ en daarmee dus voor verkooppunten waar drank gekocht wordt om thuis te drinken, zoals supermarkten, slijterijen en webshops. Prijsacties van meer dan 25% voor ‘gebruik ter plaatse’, zijn wél toegestaan.
•Verbod op wederverstrekking:
Als een volwassene in de publieke ruimte alcoholische drank koopt om door te geven aan een minderjarige (jonger dan 18 jaar), spreken we van ‘wederverstrekking’. Dit is strafbaar. Ook is het verboden om alcoholhoudende drank te schenken of verkopen aan iemand van 18 jaar of ouder wanneer de drank duidelijk bestemd is voor een minderjarige in diens omgeving. In de oude Drank- en Horecawet was al opgenomen dat minderjarigen zélf strafbaar zijn als ze op openbare plekken alcoholhoudende dranken bij zich hebben; dit is in de Alcoholwet nog steeds zo.
•Nieuwe regels voor verkoop van alcohol op afstand:
Onder ‘verkoop van alcohol op afstand’ wordt het verkopen van alcoholhoudende dranken via internet of telefoon bedoeld, waarna de dranken worden afgeleverd op het adres van de koper. Het was in de oude wet al verplicht om bij verkoop op afstand op het moment van aflevering vast te stellen dat de koper 18 jaar of ouder is. In de nieuwe Alcoholwet zijn verkopers ook verplicht om de leeftijd van de koper te controleren bij de bestelling.
•Betaalde proeverijen in slijterijen toegestaan:
In een gemeentelijke verordening mag worden vastgelegd dat slijterijen in hun zaak betaalde proeverijen mogen organiseren. Dit mag alleen op dagen en tijden waarop de slijterij normaal gesproken gesloten is en de Winkeltijdenwet opening wél toestaat.
•Aanwijzen van alcoholoverlast-gebied toegestaan:
De gemeente mag volgens de Alcoholwet een gemeentelijke verordening opstellen waarin een bepaald gebied binnen de gemeente wordt aangewezen als ‘alcoholoverlast-gebied’. Dit kan zinvol zijn als het alcoholgebruik in dat gebied voor ernstige overlast zorgt.
•Kennis van sociale hygiëne bij alcoholverkoop onderweg:
Er wordt soms alcohol verkocht in of op bepaalde vervoersmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan bierfietsen en partybussen. Om de risico’s op overlast te verkleinen kan met een gemeentelijke verordening worden bepaald dat hierbij altijd een medewerker aanwezig moet zijn met een erkend Diploma Sociale Hygiëne.
•Overbodige inrichtingseisen horeca en slijterijen vervallen:
In de oude Drank- en Horecawet stonden een aantal eisen voor de inrichting van horecagelegenheden en slijterijen die onnodig aanvullend zijn op de algemene eisen uit het Bouwbesluit of niet meer actueel zijn om de volksgezondheid te waarborgen. Deze eisen zijn vervallen. Ook is er een nieuwe regel: gemeenten krijgen de bevoegdheid om voor horecagelegenheden een afwijkend (groter) vloeroppervlak vast te leggen in een gemeentelijke verordening. Door te eisen dat horecagelegenheden een groter vloeroppervlak moeten hebben dan de minimaal vereiste 35m2 wordt het moeilijker om een alcoholvergunning te krijgen.
•Toegangsverbod slijterij minderjarige zonder begeleiding vervalt:
De regel dat een minderjarige een slijterij alleen mag betreden onder begeleiding van iemand van 21 jaar of ouder vervalt.
Bijlage IV – Verdieping alcoholgebruik
Bij de verschillen in alcoholgebruik per klas en geslacht is te zien dat de percentages in klas 4 aanmerkelijk hoger liggen dan in klas 2. Maar dat er bijna geen verschil is tussen jongens en meisjes.
Jongeren onder de 18 jaar zouden zelf geen alcohol moeten kunnen kopen. Daarnaast is ook het geven van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar strafbaar. Aan de jongeren is gevraagd hoe ze aan de alcohol komen. Hieruit blijkt dat 48% van de jongeren alcohol krijgt van hun ouders en 45% van vrienden. 17% heeft de alcohol zelf gekocht.
Bijna de helft van de ouders vindt het goed of zegt er niks van als hun kinderen alcohol drinken. 14% van de ouders raden het af of verbieden het.
Bijlage V – Roken en vapen vergelijking Zuid-Limburg en Nederland
Wanneer de cijfers van roken en vapen van Zuid-Limburg vergeleken worden met de landelijke cijfers is te zien dat wat betreft roken Zuid-Limburg gelijk scoort met Nederland. Ook is de trend zo goed als gelijk met Nederland.
Bij de cijfers over wekelijks vapen is te zien dat de cijfers in Zuid-Limburg 2% hoger liggen dan de rest van Nederland. Ook is het percentage wekelijks vapen ten opzichte van 2019 sterker gestegen in Zuid-Limburg.
Bijlage VI – Nalevingsonderzoek 3.0
Op 1 juli 2021 is, ter vervanging van de Drank- en Horecawet, de Alcoholwet in werking getreden. Het doel van het nalevingsonderzoek 3.0 jeugd en alcohol is inzicht krijgen in de stand van zaken met betrekking tot de naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcohol. Dit wordt gedaan om problematisch alcoholgebruik te verminderen. Gemeenten houden toezicht op de naleving van de leeftijdsgrens en kunnen maatregelen nemen om de mate van naleving te verbeteren.
De meetresultaten van het nalevingsonderzoek beschrijven de naleving bij verschillende categorieën verkooptypen., Hierbij wordt naleving van de leeftijdsgrens gedefinieerd als een weigering van de verkoper om alcohol te verstrekken aan een minderjarige. Het nalevingsonderzoek is op Zuid-Limburgse schaal uitgevoerd in de sub-regio’s Maastricht-Heuvelland, Parkstad en de Westelijke Mijnstreek. Jongeren hebben daadwerkelijk alcohol gekocht en er is gemeten hoeveel verkooppunten in Zuid-Limburg zich aan de leeftijdsgrens van alcohol hebben gehouden.
Tijdens dit onderzoek heeft bij 988 verkooppunten een aankooppoging plaatsgevonden, hetgeen een representatief beeld geeft van de naleving in Zuid-Limburg. Het gaat hierbij om de volgende verkooptypen: supermarkten, slijterijen, cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines. In het onderzoek zijn 16- en 17-jarige studenten ingezet als testkoper om alcohol te kopen. Daarnaast zijn een coördinator en een aantal auditoren ingezet voor de begeleiding van de studenten en de planning van de aankooppogingen. De verkooppunten zijn bezocht door zowel een minderjarige jongen als een minderjarig meisje.
Bij 328 van de 988 aankooppogingen werd in Zuid-Limburg de leeftijdsgrens nageleefd (33,2%). Bij supermarkten is de naleving van de leeftijdsgrens 60,1%. De naleving bij slijterijen is 50% en bij cafetaria’s is een naleving van 31,1% geconstateerd. De naleving bij horecagelegenheden en sportkantines is het laagst. Bij horecagelegenheden is de leeftijdsgrens in 21,1% van de gevallen nageleefd. De naleving bij sportkantines is 14,5%.
Het vragen naar een identiteitsbewijs in het kader van een poging van een minderjarige om alcohol te verkrijgen, loopt ook sterk uiteen tussen de verschillende verkooptypen. In totaal wordt in 38,8% van de gevallen naar een identiteitsbewijs gevraagd. Bij supermarkten en in mindere mate bij slijterijen wordt relatief vaak naar een identiteitsbewijs gevraagd. Cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines vragen niet vaak naar de leeftijd en/of identiteitsbewijs en gebruiken zeer zelden een hulpmiddel.
Uit het onderzoek blijkt dat de naleving ten opzichte van eerdere onderzoeken onvoldoende is verbeterd.
Met name in cafetaria’s, horecagelegenheden en sportkantines zouden betere resultaten moeten worden nagestreefd. Met name supermarkten gebruiken vaak een hulpmiddel om de leeftijd vast te stellen. Het inzetten van een hulpmiddel als alcoholverkoper zorgt voor een grotere kans op naleving van de leeftijdsgrens, namelijk 89,7%.
Het volledige rapport van het nalevingsonderzoek staat op de website van uw gemeente.
Bijlage VII – Cijfers HALT alcohol- en drugsgerelateerde delicten 2021 t/m eerste helft 2024
Woongemeente:
In onderstaand overzicht wordt weergegeven in welke gemeente de jongeren die een alcohol- of drugsdelict plegen wonen en in welke gemeente het delict heeft plaatsgevonden. Kanttekening: alcoholzaken kunnen door BOA én politie worden verwezen. De drugszaken alleen door politie.
Delict gemeente:
In onderstaand overzicht worden het aantal alcohol- en drugsdelicten per gemeenten weergegeven.
Bijlage VIII – SWOT-analyse
In 2024 is een interne en externe analyse door een vertegenwoordiging van de 16 Zuid-Limburgse gemeenten uitgevoerd t.o.v. de preventie en handhaving van middelengebruik. De interne analyse brengt sterktes en zwaktes van de gemeenten (overheidsinstanties) t.o.v. onze rol in het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 - 2028 in beeld. Denk hierbij aan de invloed die gemeenten kunnen uitoefenen op de doelgroep of het vertrouwen wat de doelgroep heeft in de overheid. Deze analyse brengt duidelijk in kaart waar wij als gemeenten goed in zijn (sterkte) en waar we niet zo goed in zijn (zwaktes). In onderstaande tabellen staat een overzicht van de uitkomsten van deze interne analyse.
Sterktes
S1
Gemeenten hebben indirect invloed (via subsidies) op preventieve en effectieve interventies.
Gemeenten kunnen indirect invloed uitoefenen op partners/interventies (effectieve interventies). Denk aan subsidies voor Mondriaan verslavingszorg. Door hun invloed kunnen gemeenten kiezen voor zoveel mogelijk evidence based/theoretisch goed onderbouwde interventies, liefst in samenhang aangeboden.
S2
Gemeenten kunnen een gezamenlijke boodschap uitdragen.
Gemeenten kunnen indirect invloed uitoefenen door een gezamenlijke boodschap uit te dragen namens 16 Zuid-Limburgse gemeenten. Gezamenlijk staan ze sterker en zijn ook de lasten eerlijker samen te dragen.
S3
Gemeenten kunnen barrièresweghalen die invloed hebben op het gedrag van inwoners.
Gemeenten kunnen barrières wegnemen die invloed hebben op gedrag van inwoners (ASE-model).
S4
Gemeenten hebben cijfermatige kennis.
Gemeenten beschikken over cijfermatige kennis over inwoners (GGD, Halt, Mondriaan cijfers), in samenwerking met GGD en Mondriaan kunnen die cijfers goed geduid worden en vergeleken met bijvoorbeeld landelijke cijfers.
S5
Gemeenten zijn procesmatig de spin in het web.
Gemeenten zijn procesmatig de spin in het web. Momenteel wordt enkel aangestuurd vanuit de centrumgemeenten. Gemeenten moeten een regierol nemen in het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 – 2028.
S6
Gemeenten kennen een stevige regionale samenwerking.
Gemeenten kennen een stevige regionale samenwerking in de uitvoering van de Wet Publieke Gezondheid.
S7
Gemeenten spelen een grote rol in de uitvoering en handhaving van de Alcoholwet.
Gemeenten spelen een grote rol in de uitvoering en handhaving van de Alcoholwet. In de Alcoholwet zijn verschillende taken en verantwoordelijkheden voor gemeenten opgenomen voor preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren, en de handhaving van de wet. Een sterkte is ook de toezicht- en handhavingstaken waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Voor het toezicht en handhaving kunnen gemeenten een sanctiestrategie en een handhavingsarrangement opstellen.
S8
In gemeenten waar de handhaving van alcohol, drugs en roken gerichter wordt aangepakt, scoort naleving beter.
Blijkt uit het nalevingsonderzoek 2023.
Zwaktes
Z1
Gebrek aan capaciteit en financiële middelen bij gemeentelijke handhaving, geen focus op jongeren, alcohol, drugs en roken.
We zien dat er door matige capaciteit en financiële middelen (t.o.v. andere sectoren) bij de gemeentelijke handhaving geen prioriteit en focus ligt op thema's en gespreksvoering met jongeren over alcohol, drugs en roken. Kijk hier ook naar kleiner gemeenten. In Beekdaelen en Brunssum pakken we dit kleinere aan en daar zien we dat het nalevingscijfer beter scoort.
Z2
Vertrouwen in de overheid is laag.
We zien dat het vertrouwen in de overheid, bij inwoners, erg laag is (CBS).
Z3
Lokale beleid heeft minder invloed dan nationaal- en subnationaal beleid.
We zien dat lokaal beleid op alcohol- en drugspreventie minder invloed heeft dan nationaal- en subnationaal beleid (International Journal of Drug Policy). Lokale preventie heeft echter wel degelijk invloed.
Z4
Geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan + monitoringsplan gerealiseerd.
We zien dat er geen Zuid-Limburgs uitvoeringsplan inclusief Monitoring is ontwikkeld inzake het Preventie- en Handhavingsplan 2021-2024.
Z5
Invloed van gemeenten is beperkt op de intentie van het individu.
We zien dat de intentie van het individu essentieel is om gedrag te veranderen (ASE-model), onze invloed hierin is beperkt.
Verder heeft een externe analyse plaatsgevonden waarin we de trends en ontwikkelingen in onze omgeving onderzoeken. T.o.v. het Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025 – 2028 geeft dit concrete kansen en bedreigingen waar we op moeten anticiperen. In onderstaande tabellen staat een overzicht van de uitkomsten van deze externe analyse.
Kansen
K1
Hulpmiddelen leeftijdscheck hebben een positieve bijdrage op de naleving.
We zien dat de inzet van hulpmiddelen (voor de leeftijdscheck) een positieve bijdrage heeft op het naleven van geen alcoholverloop onder de 18 jaar (nalevingsonderzoek).
K2
Er is winst te halen bij de bewustwording van alcoholverstrekking in cafetaria, sportkantines en horeca.
We verwachten dat meer winst gehaald kan worden uit de bewustwording van alcohol verstrekking onder de 18 jaar bij cafetaria, sportkantines en horecagelegenheden (nalevingsonderzoek).
K3
Risico gestuurd toezicht biedt mogelijkheden.
We zien dat risico gestuurd toezicht mogelijkheden biedt voor het omgaan met beperkte beschikbaarheid in de handhaving (nalevingsonderzoek).
K4
Interventies, herhaling en naleving loont.
We zien dat het toepassen van preventie interventies, de kracht van herhaling op naleving en vervolgens te handhaven zorgt voor positief effect op de naleving (nalevingsonderzoek).
K5
Normalisatie dat kinderen mogen drinken in bijzijn van ouders.
We zien dat ouders het normaal vinden dat kinderen thuis/in hun bijzijn drinken zodat zij denken controle te hebben.
K6
Verandering van wetgeving helpt in het beperken van middelengebruik.
We zien dat de wetgeving verandert waarmee de verkoop van middelengebruik wordt beperkt. Dit helpt de handhaving en verleiding van inwoners tegen te gaan.
K7
Leeftijdsgenoten hebben meer invloed op jongeren.
We zien vanaf de leeftijdsfase 14-15 jaar dat jongeren zich meer gaan conformeren aan leeftijdsgenoten.
K8
Goed werkende interventies in gemeenten hebben effect op de naleving van alcoholgebruik.
We zien dat interventies (uit andere gemeenten) een positief effect hebben op de naleving van de leeftijdsgrens alcoholgebruik.
K9
Effectieve en preventieve aanpak t.a.v. alcohol en drugs komt overeen.
De vier pijlers van effectief- en preventief aanpakken komen bij alcohol en drugs overeen (Loket gezond leven RIVM).
K10
Drugsvoorlichting gericht op sociale omgeving blijkt effectiever.
Het is vaak effectiever om drugsvoorlichting en educatie te richten op de sociale omgeving van jongeren dan op de jongeren zelf.
Bedreigingen
B1
Verkoop van drugs wordt makkelijker voor jongeren.
We zien dat (online) verkoop van gevaarlijke drugs steeds toegankelijk en aantrekkelijker wordt bij jongeren (onderzoek RIEC).
B2
Jaarlijks zijn er tientallen nieuwe varianten van drugs op de markt.
Jaarlijks verschijnen er tientallen nieuwe varianten op de NPS-markt (NPS = verzamelnaam van een groep nieuwe drugs) (onderzoek RIEC).
B3
Leeftijdscheck zonder hulpmiddel leidt niet tot naleving.
We zien dat enkel het vragen naar de leeftijd niet significant voor naleving zorgt als er geen hulpmiddel is (nalevingsonderzoek).
B4
Normalisatie bij verkopers dat jongeren drinken.
We zien dat verkopers begrip hebben voor het alcoholgebruik onder de 18 jaar, zij vinden het normaal dat er onder de 18 jaar wordt gedronken zolang het met mate is (nalevingsonderzoek).
B5
Lokale verkopers stoeien met maatschappelijk belang en business case.
We zien dat lokale verkopers stoeien met hun maatschappelijk belang en hun business case.
B6
Vernieuwende middelen komen via nieuwe kanalen bij jongeren.
We zien dat vernieuwende middelen op de markt komen en nieuwe kanalen om dit bij jongeren te krijgen (hypes).
B7
Gebrek aan kennis bij ouders over gezondheidseffecten van alcohol en drugs bij hun kinderen.
We zien een gebrek aan kennis bij ouders over gezondheidseffecten van alcohol en drugs op hun kind.
B8
Leeftijdsgenoten hebben meer invloed op jongeren dan ouders.
We zien dat peers meer invloed hebben op de doelgroep jongeren dan ouders (nalevingsonderzoek 2018).
B9
Drugsvoorlichting maakt jonge niet-gebruikers juist nieuwsgierig.
We zien dat drugsvoorlichting bij impulsieve jonge niet-gebruikers juist nieuwsgierigheid kan wekken (Loket gezond leven RIVM). Daarom moeten we ons richten op de omgeving.
B10
Gebrek aan wetgeving op nieuwe drugs (ze wordt nog legaal bevonden) en het aantal gebruikers stijgt.
Er is een gebrek aan wetgeving in Nederland op NPS (het is legaal). Omringende landen hanteren inmiddels een ruimer verbod wat het gebruik in Nederland in stand houdt. Er wordt geen aanpak in Nederland toegepast op NPS handelaren, ook in het Wetboek van Strafrecht en Warenwet wordt dit niet toegepast.
B11
Normalisatie bij verkopers dat jongeren drinken.
Drugsgebruik en normalisatie ervan bij jongvolwassenen https://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/en/artikelen/article/50-13303_Drugsgebruik-en-normalisatie-erva n-bij-jongvolwassenen-monitor-naar-drugsgebruik
Bijlage IX – Doelen en acties vanuit GALA ten aanzien van preventie van middelengebruik
Binnen het GALA thema ‘voorkomen en vroegsignalering van middelengebruik’ zijn verschillende doelen geformuleerd. Daarbij zijn ook acties voor gemeenten geformuleerd. Hieronder staat een overzicht van de doelen en daarbij geformuleerde acties.
•Effectieve lokale drugspreventie:
Het verschil in de populariteit van bepaalde drugs tussen verschillende gemeenten is groot. Gemeenten kunnen dan ook veel doen om gericht op lokaal niveau drugsgebruik tegen te gaan. Daarnaast is de verantwoordelijkheid voor het preventie-onderwijs op scholen lokaal belegd. Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen in het zorgen voor wetenschappelijk bewezen effectieve drugspreventie op lokale scholen.
Acties gemeenten:
Wanneer de lokale situatie daarom vraagt, zetten gemeenten een netwerksamenwerking op met relevante partijen om een drugspreventiebeleid op te stellen, waaronder in elk geval de GGD en de IVZ.
•Voorkomen van middelgebruik onder jongeren:
Vroeg beginnen met preventie is noodzakelijk zo blijkt uit de cijfers over de leefstijl en gezondheid van jongeren. Zo zijn er nog steeds veel jongeren die op jonge leeftijd beginnen met alcohol drinken, drugs gebruiken en/of roken.
Acties gemeenten:
Gemeenten zetten een samenwerkingsverband op met relevante stakeholders waaronder in elk geval de GGD en de IVZ, stellen een projectleider aan voor het projectmanagement, voeren de tweejaarlijkse jeugdgezondheidsmonitor uit en zetten effectieve interventies in om de gestelde doelen te bereiken.
•Leeftijdsgrens op verkoop van alcohol:
Met de leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van alcohol heef het Rijk in 2014 een belangrijke norm gesteld voor het gebruik van deze middelen. Een leeftijdsgrens is, samen met andere preventieve activiteiten, een essentieel sluitstuk bij het voorkomen van middelengebruik. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van de leeftijdsgrens op alcohol door verstrekkers. Met de Alcoholwet is ook een verbod op wederverstrekking geïntroduceerd. Ook hebben gemeenten een aantal nieuwe bevoegdheden gekregen, onder meer om overlast gebieden aan te wijzen. Recente cijfers over naleving laten zien dat jongeren nog steeds gemakkelijk aan alcohol kunnen komen.
Acties gemeenten:
Gemeenten zijn zich bewust van het belang van toezicht op en naleving van de leeftijdsgrens en spannen zich in voor een zo goed mogelijke uitvoering van de beginselplicht tot handhaving en het optimaliseren van het bereik van de handhaving. Gemeenten kunnen hierbij gebruik maken van de kennis en expertise van het Trimbos-instituut. Bovendien kunnen gemeenten de bestaande onderlinge samenwerkingsvormen bestendigen en eventueel uitbreiden.
•Vroegsignalering alcoholproblematiek:
Er wordt preventief veel bereikt door mensen met een (beginnend) alcoholprobleem tijdig te herkennen en snel effectieve hulp te bieden. Zo kan (ernstig) problematisch alcoholgebruik voorkomen worden. Het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholproblematiek (SVA) heeft hiervoor verschillende laagdrempelige tools ontwikkeld die mensen uit verschillende doelgroepen (zoals jongeren, ouderen, zwangere vrouwen) kunnen helpen bij het signaleren en erkennen van problemen met hun alcoholgebruik. Met dit programma wordt een lokaal samenwerkingsverband opgezet en het gebruik van effectieve interventies voor vroegsignalering gestimuleerd. Door het betrekken van professionals, vrijwilligers en naasten kan het makkelijker worden om problemen adequaat te signaleren, hulp te bieden of door te verwijzen naar de juiste hulp. Op deze manier kan voorkomen worden dat mensen uitvallen, ziek worden en niet meer mee kunnen doen in de maatschappij.
Acties gemeenten:
Gemeenten zetten een netwerksamenwerking op met relevante partijen om een aanpak voor vroegsignalering uit te voeren, waaronder in elk geval de GGD en de IVZ. Daarvoor wijst de gemeente een projectleider aan, voert monitoringsactiviteiten uit en maakt een plan van aanpak met partners.
•Terugdringen van roken:
Om het doel van een rookvrije generatie te halen, is het belangrijk dat extra ingezet wordt op het terugdringen van roken.
Acties gemeenten:
Gemeenten nemen de rookvrije generatie met concrete doelen en activiteiten op in een lokaal preventieakkoord of hun eigen Nota Gezondheidsbeleid. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld het invoeren van rookvrije omgevingen stimuleren, het op wijkniveau stoppen met roken ondersteunen en maatschappelijke organisaties zoals kinderboerderijen, beheerde speeltuinen, speelplekken, zwembaden, scoutinggroepen en sportverenigingen stimuleren om rookvrij beleid te voeren. Het Nationaal Preventieakkoord is hierbij een belangrijke leidraad.
Bijlage X – Preventie met Gezag
In 2022 investeerde het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) fors in de aanpak van georganiseerde misdaad. Zo kregen meer gemeenten structureel geld om te voorkomen dat kleine jongens uitgroeien tot grote criminelen.
In de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen is, net als in de rest van Nederland, sprake van een (cijfermatige) afname van jeugdcriminaliteit. Tegelijkertijd is een verontrustende stijging van het aantal jonge minderjarigen dat betrokken is bij ernstige criminaliteit. Om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen de (georganiseerde) criminaliteit ingaan of hier verder in afglijden, zet het ministerie van J&V zich in om deze trend te doorbreken. Zij heeft daarom de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen uitgenodigd om mee te doen aan het landelijk programma Preventie met Gezag: een langjarig programma met als doel duurzaam te investeren in onze (kwetsbare) jeugd. Het programma Preventie met Gezag is daarmee een kans om de integrale aanpak van georganiseerde (jeugd)criminaliteit te versterken waar nodig.
Met de aanpak Preventie met Gezag willen de gemeenten samen met haar ketenpartners een domein en organisatie overstijgende netwerkaanpak vormgeven. De strategie is jongeren en jongvolwassenen weerbaar te maken tegen criminelen in combinatie met het bieden van alternatieven en perspectief. Jongeren en jongvolwassenen die al stappen in de criminaliteit hebben gezet worden gerichter aangepakt en begrensd: we bieden kansen én stellen grenzen.
De preventieve aanpak kent 2 uitingsvormen/lijnen namelijk:
1inzet/aanbieden van voldoende en passende preventieve interventies die aansluiten bij fysieke en digitale vindplaatsen van jeugdigen en hun ouders. Denk aan de inzet van jongerenwerkers en straatcoaches en het versterken van de weerbaarheid van jeugdigen, ouders en professionals op en via scholen, sport en de wijk;
2het verbeteren van tijdig signaleren en proactief ingrijpen als risico’s zich toch voordoen.
Professionals en netwerkpartners geven aan dat zij problematiek met jeugdigen in de georganiseerde criminaliteit terugzien op school en op straat en zich zorgen maken over een aantal ontwikkelingen. Zo lijkt er een verjonging van criminaliteit zichtbaar: jongeren die betrokken zijn bij criminele activiteiten lijken jonger te worden. Waarbij jeugdigen zich (soms al op basisschool leeftijd) proactief aanmelden voor ‘klusjes’ via onlinekanalen op sociale media en Telegram. Deze signalen – ook de concrete voorbeelden van proactief aanmelden voor klusjes - worden gedeeld en herkend door een breed scala aan partijen in het voorliggend veld.
Om deze verjonging te begrijpen, wijzen betrokken partijen en professionals op de positie van Maastricht als grensgemeente. En op de normalisering van drugsgebruik en drugshandel op zowel het voortgezet alsook het primair onderwijs. Op steeds jongere leeftijd worden harddrugs gebruikt, ook als vervanging van alcohol. Een van de professionals gaf in de focusgroepen aan: “pubers mogen met 15-16 jaar niet de kroeg in, maar we zien ze wel in de stad rondhangen met cocaïne”.
Kortom, onze ambitie met de aanpak Preventie met Gezag is proactief voorkomen van criminele betrokkenheid onder jongeren in de leeftijd van 8 tot en met 27 jaar. Dat doen wij informatie gestuurd en met de focus op het versterken van beschermende factoren en het verminderen van risicofactoren van jongeren. Dit bereiken we door jeugdigen, ouders en professionals weerbaarder te maken en door middel van maatwerk, door het bieden van kansen, perspectieven, door de inzet van gerichte preventieve en repressieve interventies en met een sterke ketensamenwerking. Jongeren worden actief bij de aanpak betrokken en er wordt geïnvesteerd in preventie en handhaving met gezag. We investeren daarmee in het creëren van een broedplaats voor samenwerking en ontmoeting voor professionals, jongeren en ouders.
De preventieve en repressieve interventies worden ingezet voor de jongeren die wonen, werken en leren in Maastricht, Heerlen of Sittard-Geleen. De focus ligt hierbij op de vindplaatsen van jongeren, scholen en voor criminele invloeden kwetsbare gebieden. Het versterken van de samenwerking en het zicht krijgen op de jongeren gaan we vandaaruit op regionaal niveau uitrollen. Dit om een waterbedeffect te voorkomen. Onze kennis en ervaringen delen wij onderling en met andere gemeenten om van elkaar te leren.
Met deze aanpak voorkomen we dat bestaande risico’s tot erger leiden. We voorkomen dat jongeren zich (mogelijk) inlaten met criminele activiteiten. Om dit te bewerkstellingen dienen professionals vroegtijdig (sociale) problematiek te kúnnen signaleren en voldoende handelingsperspectief te hebben om te kunnen reageren op een zorgsignaal.
Bijlage XI – Visie Mondriaan
Mondriaan (verslavings)preventie
Mondriaan heeft een professionele preventieafdeling. Hoewel het zwaartepunt nog steeds op verslavingspreventie ligt, neemt de omvang van activiteiten gericht op mentale gezondheid in brede zin snel toe.
In het Meerjarenplan 2022-2026 van Mondriaan
1Verder op de ingeslagen weg; Mondriaan 2023-2026
wordt dit als volgt geformuleerd: Preventie ontwikkelt zich tot een stevige en professionele ‘allround’ preventieafdeling. Mondriaan heeft de ambitie zich de komende beleidsperiode nog duidelijker te profileren als breed georiënteerde zorgpartner. In lijn met deze ambitie is het initiatief genomen om het actuele preventieaanbod verder te verbreden.
Al onze activiteiten, zowel voor wat betreft verslavingspreventie als GGZ-preventie, hebben we ondergebracht in een zogenaamde preventiematrix, die voor belangstellenden beschikbaar is.
Verslavingspreventie richt zich in onze regio vooral op jongeren en jongvolwassenen, maar de laatste jaren krijgen ook oudere groepen steeds meer aandacht (bijvoorbeeld alcoholpreventie bij 55-plussers). We richten ons soms op de hele bevolking (universele preventie), maar vaak op specifieke groepen (selectieve en geïndiceerde preventie) en op intermediairs. Daarbij kiezen we het kaliber van de inzet dat past bij de zwaarte van de problematiek. De epidemiologie in Zuid-Limburg is steeds leidend bij onze planning. We zijn actief in diverse settingen: school, opvoedingssituatie, vrije tijd en sport en uitgaanscircuit (zie ook
2https://www.verslavingskundenederland.nl/documents/2022/09/Lokaal-samenwerken-aan-verslavingspreventie-2022-06-1.pdf
)
Professionele verslavingspreventie berust op drie pijlers: kwaliteit, integraliteit en focus op gezondheid.
Pijler 1: Kwaliteit
De eerste pijler onder onze visie is kwaliteit. Onze interventies zijn zoveel als mogelijk bewezen effectief, bevatten werkzame principes of zijn minimaal zo goed beschreven dat ze in de toekomst op effectiviteit onderzocht kunnen worden. Daaronder verstaan we ook interventies die wellicht geen gemeten effectieve uitkomstmaat hebben, maar waarvan naar redelijkheid kan worden gezegd dat ze voor de burger wel degelijk van waarde zijn.
Om een kwalitatief goed aanbod te kunnen bieden, nemen we onder andere deel aan landelijke activiteiten, waar pakketten voor preventie worden ontwikkeld. Deze preventiepakketten vormen een optimale mix van interventies en daarmee in hun samenhang een (integrale) preventieketen. Zo voeren we al geruime tijd het Basispakket Verslavingspreventie2 uit, dat is ontwikkeld vanuit Verslavingskunde Nederland (een samenwerkingsverband van 14 IVZ’s, waaronder Mondriaan).
Pijler 2: Integraliteit
Wij zien in de maatschappij ontwikkelingen die erop duiden dat individuen steeds meer zelf verantwoordelijk worden gehouden voor hun gezondheid, maar ook dat zij veel meer invloed op hun eigen gezondheid kunnen hebben dan lang werd aangenomen.
Het Ecologisch Model (Figuur 1) ondersteunt gedachten over hoe positieve gezondheid kan worden bevorderd. Gezondheid kent naast een individuele ook een sociale en maatschappelijke component en dient daarom ook op integrale wijze te worden bevorderd. In onze visie is integraliteit essentieel. We proberen in onze activiteiten behalve het individu ook de andere niveaus te betrekken.
Integraliteit is een verdere verdieping van kwaliteit: door integraal te werken verwachten we meer resultaat te sorteren dan door activiteiten ad hoc aan te bieden
Pijler 3: Focus op gezondheid
Door het verleggen van de focus van ziekte naar gezondheid wordt meer ingezet op inzicht en begrip van de menselijke geest, verantwoordelijkheid en zelfmanagement. Het gaat daarbij veel meer om ontwikkeling als persoon. Er is aandacht voor de relatie tussen persoon en omgeving, gericht op het versterken van een gezonde levenshouding en van de mogelijkheden om bedreigende situaties het hoofd te bieden en vermijdbare psychische problemen te voorkomen.
Bij preventie hanteren we reeds langere tijd positiviteit als concept, waarin gezondheid wordt beschouwd als het vermogen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Het begrip ‘positieve gezondheid’, zoals door Machteld Huber geformuleerd, is van meer recente datum en een concrete uitwerking van dit concept.
Praktische uitwerking
De concrete uitwerking van ons aanbod in verschillende settingen is mooi te illustreren met het schema ‘Lokaal samenwerken aan verslavingspreventie’2 dat we i.s.m. onze landelijke collega’s voor verslavingspreventie hebben ontwikkeld. Eenzelfde aanpak is ook voor de GGZ-preventie in de maak.
Figuur 3: Het basispakket verslavingspreventie als informatie-instrument
Een en ander laat zich illustreren met een voorbeeld. Voor de setting onderwijs is in het overkoepelende project Helder op School het aanbod van verslavingspreventie te vinden, waarbinnen ruimte is om naar het beleid en de regels te kijken, ouderparticipatie (denk aan ouderavonden) weg te zetten, lessen voor leerlingen te geven of over te dragen, maar ook om, zodra er beginnende problemen gesignaleerd worden, een Moti4 of een adviesgesprek in te zetten. Als er sprake is van verslavingsproblemen bij de ouders dan kan een KOPP-KOV- interventie worden ingezet bij kinderen.