Aanhef
DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT,
gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 16 september 2025, afdeling Financieel Beleid en Ontwikkeling, no. 2025.03208;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
BESLUIT VAST TE STELLEN DE VOLGENDE VERORDENING:
Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Maastricht 2026
(Verordening reinigingsheffingen Maastricht 2026)
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1. Inleidende bepaling
Krachtens deze verordening worden geheven:
a.een afvalstoffenheffing;
b.reinigingsrechten.
Artikel 2. Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
‘gebruikmaken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: ‘gebruikmaken’ in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing
Artikel 3. Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en artikel 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, dan wel het aanbieden van afvalstoffen bij een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel behorende bij deze verordening.
Artikel 4. Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5. Belastingplicht
1De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel.
2De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven van degene die afval aanbiedt bij een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats.
Artikel 6. Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 7. Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8. Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.
2De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
5De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
Artikel 10. Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
3Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
4De afvalstoffenheffing moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:
a.mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan.
5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Tegemoetkoming vanwege medisch indicatie
1De belastingplichtige als bedoeld in artikel 5, eerste lid, komt in aanmerking voor een tegemoetkoming van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel en/of een bewaarmiddel voor het medisch afval, indien de belastingplichtige, dan wel personen die behoren tot zijn of haar huishouden:
a.door een ziektebeeld medisch afval (m.n. stoma-, nierdialyse en beademingsmateriaal) produceert, waardoor structureel meer onvermijdbaar restafval, en daarmee hogere afvalkosten, ontstaan; en/of
b.vanwege zijn/haar fysieke, geestelijke, verstandelijke en/of chronische beperking(en) structureel niet in staat is om zelfstandig incontinentiemateriaal naar de daarvoor ingerichte wijkvoorziening (milieuperron) te brengen, hiervoor ook geen hulp in de (eigen) sociale kring (partner, buren, familie, vrienden, mantelzorg, vrijwilligers etc.) kan inschakelen en hierdoor hogere afvalkosten heeft.
2De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming vindt eenmalig per belastingjaar plaats:
a.bij een grondgebonden woning en niet grondgebonden woning door 20 restzakken van 50 liter ter beschikking te stellen;
b.bij een niet-grondgebonden woning, waarbij het huishoudelijk afval wordt gestort in een ondergrondse container voorzien van toegangsregulatie, door het overmaken van het bedrag dat overeenkomt met de aanschafprijs van 20 restzakken van 50 liter.
3Bij een niet-grondgebonden woning, waarbij het huishoudelijk afval wordt gestort in een stortkoker of container niet voorzien van toegangsregulatie, ontstaan geen hogere kosten en bestaat geen recht op een tegemoetkoming;
4De belastingplichtige als bedoeld in het eerste lid, wonend in een niet-grondgebonden woning en vallend onder lid 2, onderdeel a, ontvangt bovendien éénmalig gratis een bewaarmiddel voor het medisch afval. Deze is na ontvangst eigendom van de belastingplichtige.
5De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor een tegemoetkoming en/of een bewaarmiddel voor het medisch afval op grond van het eerste lid, dient daarvoor een verzoek in bij de heffingsambtenaar.
6Er wordt slechts één tegemoetkoming en/of één bewaarmiddel voor het medisch afval per huishouden verleend.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten
Artikel 12. Belastbaar feit
Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.
Artikel 13. Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 14. Belastingplicht
De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt.
Artikel 15. Vrijstellingen
De rechten worden niet geheven ter zake van het inzamelen van bedrijfsafval bij onroerende zaken waarvan de gemeente of een van haar instellingen gebruiker is.
Artikel 16. Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 17. Belastingjaar
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 18. Wijze van heffing
1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1, van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
2Het recht bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.2, van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge kennisgeving, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 19. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
1De rechten, bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.1, van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.
5De rechten bedoeld in hoofdstuk 2, onderdeel 2.2, van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 20. Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
3Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
4Het recht moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 18, tweede lid:
a.mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan.
5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen
Artikel 21. Aanslaggrens
1Belastingbedragen als bedoeld in hoofdstuk 1.1 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel van minder dan € 5,00 worden niet geheven.
2Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 22. Kwijtschelding
De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Maastricht 2026.
Artikel 23. Overgangsrecht
De ‘Verordening reinigingsheffingen Maastricht 2025’ van 12 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 24, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 24. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 25. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening reinigingsheffingen Maastricht 2026’.
Tarieventabel behorende bij de “Verordening reinigingsheffingen Maastricht 2026”
Algemeen
De bedragen genoemd in deze tabel zijn exclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
Hoofdstuk 1.1Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
Bedrag 2025 in €
Bedrag 2026 in €
1.1.1
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar
349,80
357,12
1.1.2
Indien het huishoudelijk afval wordt gestort in een stortkoker of container niet voorzien van toegangsregulatie, bedraagt de belasting per perceel per belastingjaar
427,80
436,80
1.1.3
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1.1 en 1.1.2, bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van een gemeentelijke restafvalzak
Van 50 liter
1,17
1,19
Van 25 liter
0,68
0,69
1.1.4
Indien het huishoudelijk afval wordt gestort in een ondergrondse container voorzien van toegangsregulatie, bedraagt de belasting per tik
1,17
1,19
Hoofdstuk 1.2 overige maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 van deze tarieventabel bedraagt de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats (brenglocatie) zonder weegvoorziening
Hoeveelheid
Bedrag 2025 in €
Bedrag 2026 in €
Elektronische apparatuur (afgedankte)
onbeperkt
0
0
Wit en gekleurd glas
onbeperkt
0
0
Vlakglas, schoon (schoon, geen gewapend glas, geen autoruiten)
onbeperkt
0
0
Metaal
onbeperkt
0
0
Textiel
onbeperkt
0
0
Papier en karton
onbeperkt
0
0
PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons)
onbeperkt
0
0
Grof tuinafval (plantaardig afval afkomstig van onderhoud van de tuin, wat qua afmetingen niet in de GFT-container past)
Max 2 m³ per bezoek
0
0
Frituurvet
onbeperkt
0
0
Klein Chemisch Afval (accu’s, batterijen, etc.)
onbeperkt
0
0
Afgewerkte olie
Max 5 liter
0
0
Asbest, Asbest moet verpakt zijn in stevig, luchtdicht, dubbel naadoverlappend
plastic (dikte minimaal 0,2 mm)
Max 15 m2
0
0
Oud gereedschap
(“Gered Gereedschap” zamelt oud gereedschap in en schenkt dit aan derdewereldlanden. www.geredgereedschap.nl.)
onbeperkt
0
0
Banden (auto, motor en scooter) met of zonder velg
Maximaal 4 per keer
0
0
Harde kunststoffen zoals plastic tuinmeubelen, plastic speelgoed, etc. (dat niet vervuild is met stof, hout, ijzer, etc.)
onbeperkt
0
0
Gasflessen (voor huishoudelijk gebruik)
Max. 2 per bezoek
0
0
Matrassen;
Matrassen schoon en droog te worden aangeboden. Matrassen niet schoon of niet droog worden geaccepteerd als grof huishoudelijk afval
Max. 2 per bezoek
matras kinderbedje
0
0
eenpersoonsmatras
0
0
tweepersoonsmatras
0
0
Piepschuim (Polystyreen, alleen witte verpakkingspiepschuim.
Gekleurde, vervuilde en grijze piepschuim hoort bij restafval. Flopak
verpakkingsschuimpjes horen niet bij piepschuim)
Max. 1 m3 per bezoek
0
0
Gips, niet vervuild (met tegels of hout vervuild gips aanbieden bij een erkend verwerkingsbedrijf)
Max. 2 m3 per bezoek
0
0
Huishoudelijk afval in gemeentelijke restzak
Zak 25 liter
(max 3,5 kg)
0
0
Zak 50 liter
(max 7 kg)
0
0
Huishoudelijk afval in andere zak dan gemeentelijke restzak (aantal zakken niet beperkt)
Zak 50 liter
(max. 7 kg)
1,70
1,70
Zak 100 liter
(max. 14 kg)
3,40
3,40
Grof huishoudelijk afval (aangeboden bij een ander milieupark dan milieupark ‘Het Rondeel’)
Max 2m³ per bezoek
0,25m³
7,50
7,50
0,50m³
15,00
15,00
1,00m³
30,00
30,00
1,50m³
45,00
45,00
2,00m³
60,00
60,00
C-hout: Geïmpregneerd hout, hout dat verontreinigd is door bijvoorbeeld dakleer, plastic, stof, etc., rot of beschimmeld hout, hout dat plaatmateriaal of ijzeren delen bevat anders dan schroeven of spijkers, bielzen, tuinschuttingen
Max 2m³
0,25m³
0
0
0,50m³
0
0
1,00m³
0
0
1,50m³
0
0
2,00m³
0
0
Dakleer (aangeboden bij een ander milieupark dan milieupark ‘Het Rondeel’)
Max 0,5 m³
Van 0 tot 0,25 m³
0
0
Vanaf 0,25 t/m 0,50 m³
0
0
Houtafval (A- en B-hout)
A-hout: schoon en onbehandeld hout.
B-hout: geverfd en gelakt hout, zoals plaatmaterialen
Max 2m³
Van 0 t/m 0,25 m3
0
0
Vanaf 0,25 t/m 0,5 m3
0
0
Vanaf 0,5 t/m 1 m3
0
0
Vanaf 1 t/m 1,5 m3
0
0
Vanaf 1,5 t/m 2,0 m3
0
0
Gemengd steenachtig materiaal: niet vervuild met bv. Mergel, Gips, tegels en dergelijke. Vervuild materiaal aanbieden bij erkende verwerker
Max 2 m³ per bezoek
Van 0 t/m 0,25 m3
0
0
Vanaf 0,25 t/m 0,5 m3
0
0
Vanaf 0,5 t/m 1 m3
0
0
Vanaf 1 t/m 1,5 m3
0
0
Vanaf 1,5 t/m 2,0 m3
0
0
Schone grond
(vervuilde grond aanbieden bij een erkende verwerker)
Max 2 m³ per bezoek
Van 0 t/m 0,25 m3
5
0
Vanaf 0,25 t/m 0,5 m3
0
0
Vanaf 0,5 t/m 1 m3
0
0
Vanaf 1 t/m 1,5 m3
0
0
Vanaf 1,5 t/m 2,0 m3
0
0
Op verzoek ophalen grof huishoudelijk afval en/of elektrische en elektronische apparaten aan huis, max. 2 m3, 1e keer per huishouden
Ophaalkosten
inclusief 0,5 uur van een belader en chauffeur
0
0
Op verzoek ophalen van grof huishoudelijk afval en/of elektrische en elektronische apparaten aan huis, max. 2 m3 per keer, 2e en volgende keer per huishouden:
Ophaalkosten
inclusief 0,5 uur van een belader en chauffeur
29,70
29,70
Extra tijd
Indien beladen langer duurt dan 0,5 uur, per 0,5 uur:
29,70
29,70
Verwerkingskosten
Starttarief voor de eerste 0 tot 100 kg (incl. elektrische en elektronische apparaten)
22,00
22,00
Extra bij meer dan 100 kg
per staffel van 5 kg (incl. elektrische en elektronische apparaten)
1,10
1,10
Hoofdstuk 2. Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten
Bedrag 2025 in €
Bedrag 2026 in €
2.1
De rechten bedragen per perceel belastingjaar
349,80 excl. BTW
357,12 excl. BTW
2.2
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van een afvalzak
Van 50 liter
1,17
1,19
Van 25 liter
0,68
0,69
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 november 2025.
De Griffier,
P. Peeters.
De Voorzitter,
W.A.G. Hillenaar.