Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Inclusieve Stad gemeente Maastricht 2027

Gemeente Maastricht · geldt sinds 15 oktober 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht,

overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op het stimuleren van activiteiten die bijdragen aan een inclusieve stad door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Inclusieve Stad gemeente Maastricht 2027.

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

-Aanvrager: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of alliantie die subsidie aanvraagt;

-Activiteit: een afgebakend project(onderdeel) gericht op de in artikel 4 genoemde aanvraaglijnen;

-Alliantie: een samenwerkingsverband van ten minste drie organisaties, die hun middelen, kennis of invloed bundelen om een gedeeld doel te bereiken, zonder winstoogmerk;

-Asv: Algemene Subsidieverordening 2020 Maastricht;

-Boekjaar: het subsidiejaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december;

-College: het college van burgemeester en wethouders van Maastricht;

-Discriminatie: is het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van personen of groepen in gelijke gevallen, op basis van kenmerken die er niet toe mogen doen, zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging;

-Inclusie: is het actief bevorderen dat iedereen gelijkwaardig kan deelnemen aan de samenleving en zich daarbij welkom en gewaardeerd voelt;

-Inclusie Agenda Maastricht 2026-2029: een brede benadering van inclusie waarin niet alleen inwoners met een beperking worden meegenomen, maar ook inwoners die door middel van andere factoren een kwetsbare positie hebben, zoals afkomst, gender, seksuele identiteit of andere kenmerken;

-Toegankelijkheid: de mate waarin de sociale, fysieke en digitale omgeving voor iedereen begrijpelijk, bereikbaar en bruikbaar is; waaronder sociale toegankelijkheid (welkom voelen, bejegening, informatie), fysieke toegankelijkheid (gebouwde/buitenruimte) en digitale toegankelijkheid (waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk, robuust);

-Uitvoerders: de personen die de activiteiten uitvoeren.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is alleen van toepassing op het verstrekken van subsidies door het college van burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

1Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor een of meer van de volgende aanvraaglijnen:

a.Discriminatie & Racisme

Activiteiten die bijdragen aan het voorkomen, verminderen en inzichtelijk maken van discriminatie (bijvoorbeeld bewustwording, meldingsbereidheid, zichtbaarheid van voorzieningen, omgevingsinterventies);

b.Regenboogstad (LHBTIQ+)

Activiteiten die veiligheid, zichtbaarheid, acceptatie en weerbaarheid van LHBTIQ+ inwoners vergroten, inclusief (maar niet uitsluitend) community building, voorlichting en inclusieve evenementen;

c.Slavernijverleden & Koloniale Geschiedenis

Activiteiten die kennis en bewustzijn vergroten over het slavernijverleden en de doorwerking in het heden, inclusief herdenking, viering en educatie;

d.Kennis, Ervaringsdeskundigheid & Expertiseontwikkeling

Activiteiten gericht op onderzoek, dataverzameling, training en kennisdeling over diversiteit, inclusie en toegankelijkheid, inclusief sociale/fysieke/digitale toegankelijkheid en het bevorderen van de deskundigheid van professionals/vrijwilligers.

2Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan een inclusieve stad Maastricht, en een bijdrage leveren aan Speerpunt 4 van de Inclusie Agenda, door te voldoen aan een of meerdere van de volgende punten:

a.bewustwording en kennis te vergroten;

b.(ervaren) discriminatie en uitsluiting tegen te gaan;

c.gelijke kansen te versterken;

d.de positie en stem van ondervertegenwoordigde groepen te versterken;

3De activiteiten moeten gericht zijn en aantoonbaar ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Maastricht.

4Activiteiten tussen 1 januari en 31 december van het boekjaar

Artikel 4. Aanvrager

1Subsidie op grond van de regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk of alliantie.

2In een alliantie moet 1 organisatie optreden als penvoerder. Deze organisatie dient de subsidieaanvraag in en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit én voor de financiële verantwoording van de subsidie.

Artikel 5. Subsidieplafond

1Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond per boekjaar € 153.150,-.

2Het subsidieplafond worden jaarlijks geïndexeerd volgens de systematiek die door het college is vastgesteld.

3Wijzigingen in het subsidieplafond na de vaststelling, worden door het college vastgesteld en openbaar gemaakt.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

1Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.

2Subsidiabel zijn kosten die direct aan de activiteit zijn toe te rekenen, zijnde:

a.inzet van uitvoerders

b.huur van faciliteiten;

c.materialen;

d.communicatie;

e.training;

f.noodzakelijke maatregelen voor sociale, fysieke en/of digitale toegankelijkheid.

3De kosten met betrekking tot de inzet van uitvoerders mag maximaal 50% van het totale subsidiebedrag bedragen.

4Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen:

a.kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie;

b.kosten voor activiteiten die reeds uit eigen middelen worden verricht en gefinancierd;

c.kosten die door de aanvrager zijn gemaakt voorafgaande het indienen van de aanvraag;

d.Door de aanvrager betaalde btw die in aftrek kan worden gebracht op basis van artikel 15 Wet op de omzetbelasting 1968;

e.Kosten voor een kleine versnapering en niet-alcoholische dranken komen in aanmerking voor vergoeding. Kosten voor alcoholische dranken worden niet vergoed.

Artikel 7. Hoogte van subsidie

1Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten met een looptijd van maximaal 12 maanden.

2Het maximaal te verlenen subsidiebedrag per activiteit bedraagt per aanvraaglijn:

a.Discriminatie, Racisme & Polarisatie: €2.500,-

b.Regenboogstad (LHBTIQ+): €2.500,-

c.Slavernijverleden & Koloniale Geschiedenis €2.500.,-

d.Kennis, Ervaringsdeskundigheid & Expertiseontwikkeling €1.500,-

5Een aanvrager kan op meerdere aanvraaglijnen indienen en, indien passend binnen het subsidieplafond, meerdere subsidies aanvragen en ontvangen, tot een maximaal bedrag van €20.000,-.

6Voor een aanvraag die wordt ingediend door een alliantie geldt per alliantie dat het maximaal aan te vragen subsidiebedrag niet meer bedraagt dan tweemaal het maximum subsidiebedrag voor een activiteit per aanvraaglijn.

Dit betekent voor:

a.Discriminatie, Racisme & Polarisatie: maximaal €5000,-

b.Regenboogstad (LHBTIQ+): maximaal €5000,-

c.Slavernij & Koloniale Geschiedenis: maximaal €5000,-

d.Kennis, Ervaringsdeskundigheid & Expertiseontwikkeling: maximaal €3000,-

7Het in lid 5 bedoelde maximumbedrag voor een aanvraag door een alliantie valt buiten het maximale subsidiebedrag van € 20.000 per organisatie zoals bedoeld in lid 4. Een alliantie kan per aanvraaglijn uitsluitend subsidie aanvragen voor één activiteit. Het combineren of stapelen van meerdere activiteiten binnen dezelfde aanvraag is niet toegestaan, ook niet wanneer deze activiteiten onder verschillende aanvraaglijnen vallen. Voor iedere afzonderlijke activiteit dient een alliantie een aparte subsidieaanvraag in te dienen. Een organisatie kan daarbij deelnemen aan meerdere allianties en/of optreden als penvoerder, mits voor elke activiteit een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.

8De subsidiebedragen zijn inclusief BTW.

Artikel 8. Wijze van verdeling

1Subsidieaanvragen in het kader van deze regeling worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Voor de verdeling van het subsidieplafond is de datum waarop de complete aanvraag is ontvangen bepalend.

2Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

3Indien er meerdere complete aanvragen op dezelfde datum ontvangen zijn en deze binnen het subsidieplafond niet allemaal kunnen worden gehonoreerd, dan worden de complete aanvragen gerangschikt op volgorde van tijdstip van binnenkomst.

Artikel 9. Aanvraag

1De aanvraag bevat in ieder geval:

a.een activiteitenplan (doelen, doelgroep, aanpak, beoogde resultaten, planning);

b.een sluitend financieel overzicht te geven van de aan de activiteit verbonden begroten inkomsten en uitgaven;

c.informatie over toegankelijkheid (sociaal/fysiek/digitaal) en inclusieve communicatie;

d.bij allianties: een samenwerkingsovereenkomst en aanwijzing van de penvoerder.

2Een aanvraag voor een subsidie voor de periode wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: https://subsidies.gemeentemaastricht.nl/.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de uitvoering van het project.

Artikel 11. Beslistermijn

Het college beslist uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de complete aanvraag.

Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden

Subsidie kan worden geweigerd als:

a.met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen;

b.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;

c.aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunnen worden uitgevoerd;

d.de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

e.het college op basis van de aanvraag er onvoldoende van overtuigd is dat de uit te voeren activiteiten kunnen worden gerealiseerd;

f.de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

g.de middelen niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

h.voor het project reeds subsidie is verleend door het college;

i.de activiteiten enkel een politieke of godsdienstige boodschap hebben;

j.reguliere exploitatiekosten die ook zonder de activiteit worden gemaakt;

k.commerciële winstuitkeringen en giften.

Artikel 13. Verantwoording en vaststelling

1Subsidies tot en met € 5.000,- worden direct vastgesteld. Uiterlijk 13 weken na afloop van de activiteit dient de subsidieontvanger een korte inhoudelijk verslag in, inclusief foto’s van de activiteit(en).

2Bij het indienen van de aanvraag ontvangt de subsidieaanvrager een afzonderlijke, optionele akkoordverklaring voor het gebruik van het aangeleverd beeldmateriaal (waaronder foto’s).

3Het geven van toestemming voor het gebruik van dit beeldmateriaal is volledig vrijwillig en heeft geen enkele invloed op de beoordeling of toekenning van de subsidie.

4Indien de subsidieaanvrager geen toestemming verleent, worden de aangeleverde foto’s uitsluitend gebruikt voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.

5Bij subsidies van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 20.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling in.

6De aanvraag zoals bedoeld in lid 5 bevat:

a.Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; en

b.Een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

7Bij niet naleving van verplichtingen kan het college de subsidie lager vaststellen of intrekken.

8Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000,- vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.

9Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website: https://subsidies.gemeentemaastricht.nl/.

Artikel 14. Verplichtingen

Het college kan in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.

Artikel 15. Bevoorschotting

1In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste €5.000,- wordt een voorschot verstrekt van 100%.

2In geval van verlening van een subsidie van €5.000,- of meer wordt een voorschot verstrekt van 90%. Nabetaling van 10% vind plaats na een positief vastgestelde verantwoording.

3Een voorschot wordt binnen 6 weken na verzenddatum van de verleningsbeschikking overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger.

Artikel 16. Hardheidsclausule

1In gevallen, die betrekking hebben op de uitvoering van deze subsidieregeling, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

2Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 17. Slotbepalingen

1Deze subsidieregeling treedt in werking op 15 oktober 2026.

2Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Inclusieve Stad Gemeente Maastricht.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.