Aanhef
DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 6 september 2016, organisatieonderdeel Veiligheid en Leefbaarheid, no. 2016-29150;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT vast te stellen de volgende geluidhinderverordening Maastricht 2016:
Geluidhinderverordening Maastricht 2016
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
“bevoegd gezag”: het college van burgemeester en wethouders
"geluid": met het menselijke oor waarneembare luchttrillingen;
"geluidhinder": gevaar, schade of hinder als gevolg van geluid;
"geluidsapparaat": een apparaat, bestemd of mede bestemd voor het voortbrengen van geluid.
"recreatietoestel": een toestel, bestemd of mede bestemd voor gebruik bij sport, spel en recreatie.
"feesttent": tijdelijk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Artikel 2 Regels omtrent geluidhinder in de openlucht, in feesttenten of panden waarop het Activiteitenbesluit milieubeheer van de Wet milieubeheer niet van toepassing is.
1Het is verboden in de openlucht danwel in een feesttent of panden waarop het Activiteitenbesluit milieubeheer van de Wet milieubeheer niet van toepassing is een geluidsapparaat of een recreatietoestel in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving, geluidhinder wordt veroorzaakt.
2Het bevoegd gezag kan van het bepaalde in het vorige lid ontheffing verlenen.
3aHet verbod in het eerste lid geldt niet voor activiteiten die behoren tot een door het bevoegd gezag aangewezen categorie, waarvoor regels zijn vastgesteld.
3bHet verbod in het eerste lid geldt niet voor terreinen, pleinen, straten en wateren die door het bevoegd gezag zijn aangewezen en waarvoor algemene regels zijn vastgesteld.
4Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van activiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 3, sub a en ten aanzien van de terreinen, pleinen, straten en wateren als bedoeld in artikel 2, lid 3, sub b.
5Deze verordening is niet van toepassing op evenementen zoals bedoeld in de Evenementenverordening Maastricht 2023.
Artikel 3 Aanvraag ontheffing
1De aanvraag tot het geven van de ontheffing wordt op papier of digitaal ingediend bij
Het bevoegd gezag.
2De aanvraag dient zowel op papier alsmede digitaal te worden ondertekend door de aanvrager en bevat ten minste:
a.de naam en adres van de aanvrager;
b.de dagtekening;
c.de locatie alwaar de activiteit dient plaats te vinden;
d.tijden en dagen, danwel perioden waarop de activiteit plaatsvindt.
3De aanvrager verschaft indien noodzakelijk, op verzoek van het bevoegd gezag, tevens gegevens en bescheiden die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Artikel 4 Beslissingstermijn ontheffing
1Het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om ontheffing binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2Het bevoegd gezag kan zijn beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
Artikel 5 Voorschriften, verbonden aan ontheffing
1Ter voorkoming of beperking van geluidhinder kunnen voorschriften worden verbonden aan de ontheffing.
2Tot de voorschriften, verbonden aan de ontheffing, kunnen onder meer behoren voorschriften:
a.bepalende de ten hoogste toegelaten geluidproductie van de gebruikte geluidsapparaten danwel recreatietoestellen;
b.bepalende het ten hoogste toegelaten niveau van voor omwonenden waarneembaar geluid;
c.houdende de verplichting bij het voorschrift aangegeven geluidreducerende danwel beperkende maatregelen te treffen;
d.bepalende de tijden en dagen gedurende welke de geluidsapparaten danwel recreatietoestellen in werking mogen zijn.
Artikel 6 Weigering ontheffing
De ontheffing wordt geweigerd indien te duchten geluidhinder niet op een redelijke wijze valt te beperken door het verbinden van voorschriften aan de ontheffing.
Artikel 7 Subjectief karakter ontheffing
De ontheffing geldt enkel voor de aanvrager.
Artikel 8 Intrekking of wijziging van de ontheffing
De ontheffing kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:
a.ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens blijken te zijn verstrekt;
b.op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang ter bescherming waarvan de ontheffing is verleend;
c.de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen.