Wat willen we bereiken? 3
3.1 Normaliseren
3.1.1 Een andere manier van het gesprek voeren (Ik zit aan het stuur)
•Perspectief jeugdige centraal stellen
Vanaf het eerste moment dat jeugdigen/ouders of anderen contact met ons zoeken met een hulpvraag, gaan wij in gesprek. Dat gesprek voeren we vanuit een open houding, samen verkennend naar wat er speelt. We staan naast jeugdigen en ouders in het zoeken naar wat er speelt en wat er kan. Deze basis van partnerschap is voor onze professionals bij elk contact het uitgangspunt van het gesprek dat met ouders en jeugdigen wordt gevoerd. Om dit te kunnen is het nodig dat wij onze professionals faciliteren in het kunnen aannemen van deze houding: een luisterende houding.
Voor iedere jeugdige en zijn ouder(s) is helder verwoord wat het perspectief is en waar naartoe wordt gewerkt (ook als dat langdurige ondersteuning bij het behoud van kwaliteit van leven omhelst). Daarbij is beschreven welke interventies worden ingezet om dit perspectief te bereiken. Het gesprek over wat we zien als een ‘normaal’ perspectief voor de jeugdige en zijn ouder(s) in hun specifieke situatie staat hierbij centraal.
“Ik word gezien en gehoord en krijg de hulp die aansluit bij mijn toekomstperspectief.”
3.1.2 Wederzijds vertrouwen tijdens het gesprek (Er wordt naar mij geluisterd)
•Informele steun bevorderen
•Structurele cliëntparticipatie borgen
•Bevorderen van ervaringsdeskundigheid
We borgen dat de jeugdige centraal wordt gesteld in onze regio en stimuleren aanbieders en toegangen in het werken met persoonlijke vertrouwenspersonen van jeugdigen. In onze contractering hebben we de positie van deze vertrouwenspersoon/mentor geborgd: elke jeugdige heeft recht op deze persoon die een gelijkwaardige positie inneemt in het ronde tafel overleg.
Om de jeugdigen en ouders meer te betrekken en toe te werken naar de luisterende houding die we willen aannemen is het van belang dat we inzetten op cliëntparticipatie en ervaringsdeskundigheid (zie hoofdstuk 4 Participatie).
“Ik weet bij wie ik terecht kan, dit is iemand uit mijn directe omgeving.”
“We gaan met elkaar in gesprek over wat tot het normale leven behoort.”
3.1.3 Ondersteunen daar waar nodig
(We kijken eerst naar wat gebruikelijke zorg is)
•Het dialoog voeren
•Het bepalen van de reikwijdte
We gaan met elkaar (gemeenten, jeugdigen, ouders, aanbieders) in gesprek over wat tot een normale ontwikkeling en tot normale uitdagingen in het leven behoort.
Hierbij zoeken we ondersteuning van de VNG.
We zetten in op de ondersteuning van ouders en onderwijs bij het oppakken van hun eigen verantwoordelijkheden in het opvoeden en opgroeien van jeugdigen. We gaan hiervoor het gesprek aan met ouders en onderwijs om te achterhalen wat maakt dat zij zich handelings- verlegen voelen of ondersteuning vanuit de jeugdzorg nodig hebben. De draagkracht en draaglast van het gezin wordt daarbij onderzocht. We sluiten aan bij de ervaren problematiek, versterken de beschermende factoren en zijn tegelijkertijd kritisch op de oplossingsrichting. Deze ligt niet prioritair in de jeugdzorg.
Daarnaast gaan we beter sturen op de afspraken. Wij willen kwalitatief goede zorg kunnen bieden aan die kwetsbare gezinnen en jeugdigen die niet zonder ondersteuning op een veilige manier kunnen functioneren. Dit betekent dat we onder andere gaan werken aan:
•Een afbakening van de jeugdzorg conform de landelijke afspraken uit de Hervormingsagenda jeugd. Dit betekent dat wij met de gemeentelijke toegangen en verwijzers (GI, medische route) een intensieve dialoog aangaan over wat tot het normale leven behoort. Hierbij sluiten we aan bij de landelijke maatschappelijke dialoog.
•Risico inschatting wordt onderdeel van ieder verzoek om ondersteuning conform de uitgangspunten van de Hervormingsagenda. De inschatting wordt met de samenwerkingspartners zoals de GGD opgepakt. We sluiten aan bij Geweld In afhankelijkheidsrelaties (GIA). Wij zetten geen jeugdzorg in als de veiligheid van de jeugdige niet in het geding is en het perspectief is dat deze veiligheid ook niet in het geding gaat zijn. De lokale toegangen en andere verwijzers bieden we de mogelijkheid om kennis te verwerven op welke manier je kunt stoppen met inzetten van jeugdzorg als geen ontwikkelingsbedreiging voor de jeugdige (meer) speelt.
3.1.4 Normaliseren samengevat
Het doel normaliseren en de bijbehorende leidende principes zijn in onderstaande bloem gevisualiseerd. De prioriteit bij normaliseren ligt op het perspectief van de cliënt centraal stellen en het vormgeven en goed behouden van cliëntparticipatie. Dat laatste hebben we in de nieuwe contracten met aanbieders geborgd. Dit betekent dat bepaalde thema’s (die niet donkeroranje zijn gekleurd) nu niet prioritair worden opgepakt op het niveau van de jeugdhulpregio. Bepaalde thema’s worden getemporiseerd en pas later opgepakt of lenen zich meer voor een aanpak op een ander niveau zoals bovenregionaal, subregionaal of lokaal. Vervolgens zijn niet alle blaadjes beschreven. Het is een ontwikkeling die we met jeugdige, ouders en partners willen vormgeven. Andere leidende principes en ontwikkelopgaves voor de komende jaren kunnen ontstaan. Daar willen we de ruimte voor geven in dit beleidskader. Het betekent wel dat we dan een nieuwe afweging maken, waar we gezamenlijk de prioriteit aan geven.
3.2 Eerder juiste hulp op maat
3.2.1 Vindplaats is werkplaats
•Verbinding leggen door knooppunten
•Er is een goede vraagverheldering
•Er zijn stevige lokale teams
Het is belangrijk om aanwezig te zijn daar waar zich uitdagingen voordoen, bijvoorbeeld bij de sportclub, de huisarts en op school (‘vindplaats=werkplaats’). Samenwerking met personen en partijen in het voorliggend veld en basisvoorzieningen als het onderwijs en de kinderopvang is cruciaal om de meest passende hulp te bieden. Onderwijs en kinderopvang zijn een belangrijk onderdeel van de leefwereld van jeugdigen. Als zich hier uitdagingen in de ontwikkeling voordoen, nemen we dit in één integrale aanpak mee waar ook de thuissituatie en andere levensdomeinen onderdeel van uitmaken.
“Ik word niet van het kastje naar de muur gestuurd.”
We hanteren goede afspraken over gespreksvoering en vraagverheldering die direct aansluiten bij de leefwereld van jeugdigen en hun gezinnen. We praten met de jeugdige, diens ouder(s) en vertrouwenspersoon/mentor over wat kan helpen vanuit hun eigen kracht. Als inzet van jeugdzorg nodig is, willen we meteen de goede zorg inzetten. Daarbij staat het perspectief en dat wat nodig is om dat te bereiken centraal. Onze professionals in de toegang, bij de GI’s en de praktijkondersteuner huisartsen (POH) Jeugd zijn toegerust om deze afwegingen te maken.
Alle gemeenten spreken hierbij eenzelfde taal en voeren goede vraagverheldering uit. Daarvoor is het belangrijk dat de lokale toegang voldoende tijd en ruimte ervaren om dit te realiseren.
“Waar ik ook woon, mijn vraag en behoefte zijn duidelijk.”
Er zijn laagdrempelige lokale teams nodig waar jeugdige en ouders met vragen terecht kunnen, die zelf ook ondersteuning bieden. Om zo vroeg mogelijk te doen wat nodig is, is ‘aan de voorkant’ wel voldoende expertise nodig. Dat begint met elkaar weten te vinden en de flexibiliteit hebben om elkaar ‘in te vliegen’ als een situatie daar om vraagt. Dit principe geldt voor gemeenten, haar voorliggende partners (bijvoorbeeld JGZ, welzijn, POH-jeugd, etc.) en zorgaanbieders. Een speciale rol is weggelegd voor wettelijke verwijzers naar jeugdzorg, aangezien zij als ‘poortwachters’ de regionale visie rond normaliseren moeten doorleven bij het inschatten van het perspectief en het tijdig inzetten van specialistische hulp.
“Samen doen we wat voor mij nodig is, zonder het ingewikkeld te maken.”
3.2.2 Zo thuis mogelijk
•Kennis en expertise is eenvoudig beschikbaar
•Alternatieve mogelijkheden
Gemeenten voorkomen de inzet van duurdere jeugdzorg door het vergroten van expertise en mogelijkheden bij partijen in het voorliggend veld. Jeugdigen ervaren dat ze eerder en laagdrempelig geholpen worden, zonder dat meteen een medisch label of diagnose nodig is. Dit is ook vastgelegd in ontwikkelagenda’s van de contracten tussen gemeenten en zorgaanbieders.
Het regionale expertteam en bovenregionale expertisenetwerk spelen daarbij een belangrijke rol bij het adviseren in en leren van complexe casuïstiek.
We zetten de kennis en expertise in om de alternatieve mogelijkheden ten aanzien van verblijf te vergroten. Dit is als aparte ontwikkelopdracht meegenomen bij de contractering van schaarse hulpvormen.
Ook investeren we in gezinsgerichte woonvoorzieningen. Dit betekent komende jaren inzetten op de werving van nieuwe pleeggezinnen en gezinshuizen en het investeren in de ondersteuning van huidige pleeg- en gezinshuisouders (met het Mockingbird Family Model). Ook faciliteren we in samenwerking met andere domeinen gezinsopnames als alternatieve mogelijkheid.
“Ik kan thuis blijven wonen, met de passende zorg lukt dit en dat zorgt ervoor dat ik me veilig voel.”
3.2.3 Effectieve kind- en gezinsbescherming
•Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
Jeugdigen die in een onveilige situatie verkeren, waarbij sprake is van jeugdbescherming (of jeugdreclassering), moeten zo snel mogelijk de best passende hulpverlening ontvangen. Landelijk wil men de jeugdbeschermingsketen vereenvoudigen en verbeteren door het invoeren van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Deze maatregelen hebben niet alleen effect op de gecertificeerde instellingen die via de centrumgemeente gesubsidieerd worden, maar ook op partijen van andere domeinen zoals Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. De jeugdzorgregio Zuid-Limburg neemt kennis van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, monitort deze ontwikkeling en onderzoekt hoe zij zich hiertoe verhouden zal.
3.2.4 Eerder juiste hulp samengevat
Het doel ‘eerder juiste hulp op maat, op de juiste plek’ en de bijbehorende leidende principes zijn in onderstaande bloem gevisualiseerd. De prioriteit bij eerder juiste hulp ligt op de verbinding met de knooppunten en zo thuis mogelijk. Vanuit de landelijke ontwikkeling moeten we inzetten op het toekomstscenario kind- en jeugdbescherming. Dit betekent dat bepaalde thema’s (die niet donkeroranje zijn gekleurd) nu niet prioritair worden opgepakt op het niveau van de jeugdhulpregio. Deze thema’s worden getemporiseerd en pas later opgepakt of lenen zich meer voor een aanpak op een ander niveau zoals bovenregionaal, subregionaal of lokaal. Niet alle blaadjes zijn beschreven. Het is een ontwikkeling die we met jeugdigen, ouders en partners willen vormgeven. Andere leidende principes en ontwikkel- opgaves voor de komende jaren kunnen ontstaan. Daar willen we de ruimte voor geven in dit beleidskader. Het betekent wel dat we dan een nieuwe afweging maken, waar we gezamenlijk de prioriteit aan geven.
3.3 Integraal kijken en werken
3.3.1 Zorg is systeemgericht
•Bevorderen van bestaanszekerheid
•Verbinding leggen met volwassen GGZ
Aansluiten bij de leefwereld van de jeugdige en zijn ouder(s) is een voorwaarde om een goed beeld te krijgen van het systeem en de omgeving. Vooral omdat blijkt dat de jeugdige vaak niet de bron van de problemen is maar de gezinssituatie, zoals armoedeproblematiek in het gezin of ouders met volwassen GGZ problemen. De zorg en ondersteuning organiseren we rondom de jeugdige en de ouder(s), ieder domein draagt daar zijn steentje aan bij. Ook het jeugddomein.
Ieder neemt zijn eigen verantwoordelijkheid en vanuit die kracht zoeken we elkaar op.
We maken samenwerkingsafspraken expliciet.
Het bevorderen van de bestaanszekerheid is een brede maatschappelijke opgave. Dat kunnen we niet vanuit het jeugddomein. Het is van belang dat we het gehele gezinssysteem centraal stellen en op een eenduidige wijze benaderen. Hiervoor is voldoende tijd en energie nodig. Als er op meerdere domeinen vragen zijn, verwachten we van de professionals dat die gezamenlijk tot een afgestemde aanpak komen met de ouders en de jeugdige. Vooral daar waar het gaat om bestaanszekerheid en volwassen GGZ.
Daarbij maken we gebruik van elkaars deskundigheid. Daardoor staat de integrale ontwikkeling van het gezin centraal.
“Mijn ouders hebben steun bij hun financiële problemen. Daardoor zijn er nu minder ruzies thuis en durf ik weer met vriendjes af te spreken.”
3.3.2 Integrale ontwikkeling centraal
•Verbinding leggen met trendbreuk
•Verbinding leggen met sport, vrije tijd en cultuur
•Verbinding leggen met het onderwijs
Bij de ontwikkeling van de jeugdige staat niet zijn vraag centraal, maar het perspectief dat hij en de ouder(s) willen bereiken. Dat omvat meer dan alleen hulp bieden, maar ook ondersteuning en verbinding leggen met de basis- en voorliggende voorzieningen zoals (voor) schoolse voorzieningen, JGZ, maatschappelijke organistatie en vrijetijdsbestedingen. Die zijn nodig om te komen tot een groei van de jeugdige en het gezin. Het gaat om het versterken van het vermogen van mensen om zich zoveel mogelijk te redden met behulp van vrienden, buren, familie en vrijwilligers: samenredzaamheid.. Soms is alleen investeren hierin al voldoende. We stimuleren om meer aandacht te hebben voor lichtere ondersteuning of ondersteuning uit het netwerk om doelen en resultaten te bereiken al dan niet in samenhang met jeugdzorg. Daar zijn we al mee bezig door de ontwikkeling van Trendbreuk.
We willen hierbij aansluiten en de verbinding sterker maken ten gunste van de jeugdige en zijn ouder(s) en daarnaast de verbinding met het onderwijs verstevigen (zie hoofdstuk spiegelparagraaf onderwijs). Het betekent ook dat jeugdzorgaanbieders domein- en organisatie- overschrijdend de samenwerking op moeten zoeken.
“Met wat hulp durf ik nu bij de sportvereniging in de buurt mee te doen.”
3.3.3 Zorg rondom de jeugdige
•Bevorderen overgang 18-/18+
•Inzet op collectieve oplossingen
•Centrale aanpak van complexe problematiek
Zorg organiseren we rondom de jeugdige.
Daar waar een jeugdige, vanwege meervoudige en complexe problematiek, behoefte heeft aan verschillende expertises, zetten we deze op maat en in samenhang in. Als jeugdigen uit huis zijn geplaatst verhuizen ze niet meer van instelling naar instelling. Daarbij worden ook de mogelijkheden van collectieve voorzieningen onderzocht zoals dat nu met de doelgroeparrangementen gebeurt.
Als de vraag te complex is of vastloopt is er het regionaal expertteam om in samenspraak met de jeugdige en de ouder(s) en betrokken professionals meteen de best passende integrale zorg te bepalen.
Sturen op zorg rondom de jeugdige houdt ook in dat gemeenten lokaal intern en extern moeten samenwerken. Als de jeugdige 18 jaar wordt is er een integrale aanpak met toekomstperspectief, zodat de jeugdige een woonplek heeft of aansluiting heeft op de voorziening vanuit beschermd wonen of WMO als dat nodig is.
“Als ik 18 jaar word, weet ik al waar ik ga wonen.”
3.3.4 Integraal samengevat
Het doel ‘integraal’ en de bijbehorende leidende principes zijn in onderstaande bloem gevisualiseerd. De prioriteit bij integraal ligt op de verbinding leggen met trendbreuk, onderwijs en de volwassen GGZ en daarnaast is het verplicht om samen te werken voor de complexe problematiek op regionale dan wel bovenregionale schaal. Dit betekent dat overige thema’s (die niet donkeroranje zijn gekleurd) nu niet prioritair worden opgepakt op het niveau van de jeugdhulpregio. Bepaalde thema’s worden getemporiseerd en pas later opgepakt of lenen zich meer voor een aanpak op een ander niveau zoals bovenregionaal, subregionaal of lokaal. Niet alle blaadjes zijn beschreven. Het is een ontwikkeling die we met jeugdige, ouders en partners willen vormgeven. Andere leidende principes en ontwikkelopgaves voor de komende jaren kunnen ontstaan. Daar willen we de ruimte voor geven in dit beleidskader. Het betekent wel dat we dan een nieuwe afweging maken, waar we gezamenlijk de prioriteit aan geven.
3.4 Sturen op resultaat
3.4.1 Sturen op het gewenste resultaat voor een jeugdige en de ouder(s) (Samen beslissen)
•Goede cliëntinformatie verstrekken
•Het stimuleren van de gezinsaanpak waarin
•gezamenlijk het perspectief wordt geschetst
•Helderheid rondom regie
Voor het sturen op het gewenste resultaat voor een jeugdige en de ouder(s) is het van belang te onderzoeken welke mogelijkheden tot ontwikkeling aanwezig zijn en wat de vooruitzichten zijn.
Dit onderzoeken we door gesprekken te voeren met jeugdigen en de ouder(s), waarbij we goede informatie aan de jeugdige en de ouder(s) verstrekken. In het perspectief van een jeugdige en ouders schetsen we vooraf wat realistisch en haalbaar is en waar we naartoe werken uitgaande van zijn of haar leefwereld en de rol van de ouder(s). Ouders zijn eerstverantwoordelijke en voeren de regie. Als zij dit niet kunnen is duidelijk belegd wie deze rol heeft en hoe dit zich verhoudt tot de jeugdige, zijn ouder(s) en de betrokken partners.
De gemeenten zorgen ervoor dat de lokale toegang de basis op orde heeft en de ruimte om op een goede en volledige manier de methodiek 1 gezin 1 plan 1 regisseur uit te voeren.
“Als het me zelf niet lukt de regie te voeren, weet ik wie mij hierbij ondersteunt en waar ik al mijn vragen kan stellen.”
3.4.2 Sturen op het gewenste resultaat bij de aanbieders (Samen maken we de jeugdzorg beter)
•Sturen op KPI’s vanuit integrale contractregieteams
•Het realiseren van gezamenlijke ontwikkelagenda’s
•Het toepassen van waardegerichte benadering
We sturen op het gewenste resultaat van de jeugdzorg (veilig, gezond, meedoen en zelfredzaam) die aanbieders leveren door middel van de contracten. In deze contracten zijn (beleids)doelstellingen geformuleerd, waarop gestuurd wordt door middel van (kritieke) prestatie-indicatoren. Dit doen we door het goede gesprek gezamenlijk te voeren, integraal op alle niveaus in vertrouwen en transparantie.
Samen kijken we waar we waarde kunnen toevoegen aan de jeugdigen en de jeugdzorg, dit is de waardegerichte benadering die we willen toepassen. Op deze manier zetten we in op partnerschap en bevorderen we de ontwikkelingen in het zorglandschap.
“Ik weet waar ik direct geholpen kan worden en waar er langere wachttijden zijn.”
3.4.3 Sturen op de gewenste kwaliteit van jeugdzorg (Doen wat werkt)
•Het realiseren van goede monitoring
•Het opzetten van leercirkels
•Het verbeteren van de kwaliteit van zorg
Bij de verwerving van de jeugdzorg is een vast onderdeel het realiseren van een goede monitoring. Dit is de basis van het gesprek over de kwaliteit van jeugdzorg, naast de beschikbare informatie vanuit het CBS. Hiervoor zijn het afgelopen jaar een dashboard en een prognosemodel opgezet. Vervolgens sturen we op jeugdzorg die effectief is. De randvoorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de contractering.
Echter er is nog onvoldoende jeugdzorg bewezen effectief. Samen met aanbieders en het NJI stimuleren we meer bewezen effectieve jeugdzorg. Tot slot verbeteren we de jeugdzorg door van elkaar te leren in Zuid-Limburg. Er zijn al voldoende best practises in onze regio, zowel bij gemeenten als bij onze partners. We brengen dit in beeld en faciliteren leercirkels.
“De hulp die ik krijg, leert mij hoe ik zelf mijn problemen aan kan pakken.”
3.4.4 Sturen op resultaat samengevat
Het doel ‘sturen op resultaat’ en de bijbehorende leidende principes zijn in onderstaande bloem gevisualiseerd. De prioriteit bij sturen op resultaat ligt op samen de jeugdzorg beter maken, waar we op sturen met de contract- regieteams zowel op KPI’s als op het stimuleren van de ontwikkeling op basis van vertrouwen en partnerschap (waarde gerichte benadering).
Niet alle blaadjes zijn beschreven. Het is een ontwikkeling die we met jeugdigen, ouders en partners willen vormgeven. Andere leidende principes en ontwikkelopgaves voor de komende jaren kunnen ontstaan. Daar willen we de ruimte voor geven in dit beleidskader. Het betekent wel dat we dan een nieuwe afweging maken, waar we gezamenlijk de prioriteit aan geven.
Samenwerking tussen onderwijs en gemeenten
spiegelparagraaf 5
Zowel in de Jeugdwet als in de Wet Passend Onderwijs staat dat we gezamenlijk beleid moeten formuleren om de verbinding tussen onderwijs en jeugdzorg te verstevigen. Dit doen we door in ieder van onze beleidskaders een spiegelparagraaf op te nemen waarin onze gezamenlijke doelen staan opgeschreven.
Samenwerking tussenonderwijs en gemeenten5
Bijlage 1 Definitielijst
Bovenregionaal Expertisenetwerk
Nederland telt 8 Bovenregionale Expertisenetwerken Jeugd die voorkomen dat jeugdigen met complexe hulpvragen tussen wal en schip vallen. Vanuit een onafhankelijke positie ondersteunen ze de jeugdhulpregio’s en de regionale expertteams om samen met jeugdigen, ouders, hulpverleners en gemeenten een onvoorwaardelijke oplossing te vinden. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft opdracht en financiert de bovenregionale netwerken.
Contractregieteam
Multidisciplinaire gemeentelijke teams die komende jaren met gecontracteerde zorgaanbieders sturen op de contractafspraken en het realiseren van de transformatiedoelen. Dit is een vorm van samenwerking gebaseerd op gelijkwaardigheid en partnerschap. Elk segment heeft een eigen contractregieteam.
Doorstroom (binnen segment)
Startdatum van de toewijzing ligt tussen 14 dagen voor de einddatum van de vorige toewijzing en 14 dagen erna.
Expertteam
Het expertteam bestaat uit professionals van gemeenten, jeugdhulpaanbieders en Bureau Jeugdzorg Limburg. Zij buigen zich over complexe casussen waar medewerkers van gemeenten of jeugdhulpaanbieders, artsen of praktijkondersteuners niet mee verder komen. Dat kan bijvoorbeeld doordat ze tegen wachtlijsten aan lopen of omdat de begeleiding voor de jeugdige niet wordt opgepakt. Het expertteam kan door het samen bespreken van deze casus adviezen geven en zorgen dat hulp alsnog snel van start gaat. Het expertteam is door de stuurgroep Zuid-Limburg in het leven geroepen en heeft daardoor bevoegdheden om een ‘doorbraak’ te bereiken.
Gecertificeerde instellingen
Gecertificeerde instellingen (GI’s) worden gecertificeerd om maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering te mogen uitvoeren. Zij moeten voldoen aan landelijke kwaliteitseisen.
Gesloten jeugdhulp
In sommige situaties is het nodig om vrijheidsbeperkende maatregelen in te zetten, bijvoorbeeld wanneer een jeugdige zich (structureel) onttrekt aan de hulpverlening die nodig is om voldoende veilig, zelfstandig en zelfredzaam op te groeien. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om verblijf in een gesloten instelling. Dit kan zowel vrijwillig als gedwongen plaatsvinden. Er is wel altijd een rechterlijke uitspraak nodig. De gesloten jeugdhulp maakt onderdeel uit van GIKJ.
Gezinsplan
Het plan waarin (als hulpmiddel bij 1Gezin, 1Plan, 1Regisseur) heldere afspraken en resultaten, verantwoordelijkheden en regie tussen gemeenten en/of gecertificeerde instellingen en betrokken zorgaanbieders worden vastgelegd.
Het Gezinsplan geeft daarmee overzicht aan het gezin en versterkt zo de mogelijkheid van ouders om regie te voeren op hun hulpvraag.
Hernieuwde instroom (in segment)
Startdatum van de toewijzing ligt 180 dagen na de einddatum van de vorige toewijzing.
Instroom (binnen segment)
Er is geen vorige toewijzing binnen dit segment.
Jeugdhulp
Bij hulpvragen over opgroeien en opvoeden van jeugdigen, maar ook bij psychische problematiek of jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking, dan is er jeugdhulp beschikbaar. Dit varieert van begeleidingstrajecten tot intensieve behandeling. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van een adequaat jeugdhulp aanbod en maken hierover afspraken met gespecialiseerde zorgaanbieders.
Jeugdigen
Kinderen en jongeren tot 18 jaar. Bij jeugdzorg kan het ook gaan om jongeren tot 23 jaar als er sprake is van verlengde jeugdzorg. In onze regio gebruiken we voor deze hele groep de aanduiding jeugdigen.
Jeugdbescherming
Jeugdbescherming is dwingend door de rechter opgelegd wanneer een gezonde en veilige ontwikkeling van een jeugdige (ernstig) wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet (voldoende) helpt. Denk aan een onder toezichtstelling, ontzetting uit de ouderlijke macht of ontheffing uit de ouderlijke macht. Gecertificeerde Instellingen voeren jeugdbescherming uit.
Jeugdreclassering
Jeugdreclassering is bedoeld voor jeugdigen die met de politie of leerplicht in aanraking zijn gekomen en voor wie de rechter een jeugdreclasseringsmaatregel heeft uitgesproken. Er volgt dan een begeleidingstraject met als doel om, in samenwerking met ouders en netwerk, het gedrag te veranderen en herhaling te voorkomen. Gecertificeerde Instellingen voeren jeugdreclassering uit.
Jeugdzorg
Jeugdzorg is de verzamelnaam voor alle vormen van jeugdhulp, inclusief jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Kritische prestatie indicator (KPI)
Gemeenten stellen indicatoren vast om te meten of de inhoudelijke beleidsdoelen behaald worden. Hierover gaan zij in gesprek met zorgaanbieders. Een indicator is kritiek als deze van doorslaggevend belang is voor het behalen van de doelstellingen.
Ouders
We spreken in dit beleidskader veelal over ouders. We bedoelen niet alleen de biologische ouders.
Dit kunnen ook andere personen zijn die de opvoedingstaken/verantwoordelijkheden voor een jeugdige op zich nemen, zoals pleegouders.
Recidive (binnen segment)
Startdatum van de toewijzing ligt tussen 14 en 180 dagen na de einddatum van de vorige toewijzing.
Segmenten
Verschillende vormen van jeugdzorg zijn geclusterd op basis van de nodige expertise en het beoogde doel. Deze clustering noemen we segmentering. In Zuid-Limburg kennen we de volgende segmenten:
1Hoog specialistische jeugdhulp (GIK-J) en het gedwongen kader (GI’s)
2Wonen
3Ambulant (groep en individueel)
4Crisis
Per segment zijn contracten afgesloten, ontwikkeldoelen geformuleerd en contractregieteams samengesteld.
Segment ambulant
Ambulante jeugdhulp gaat over hulp die jeugdigen en hun gezinnen krijgen in hun thuissituatie, op school of een andere plek waar zich (ingewikkelde) hulpvragen voordoen bij het opgroeien en/of opvoeden. Denk bijvoorbeeld aan verschillende vormen van behandeling en begeleiding. Dit kan in groepsverband of individueel worden geboden, en variëren van ’lichte’ ondersteuning tot specialistische hulpverleningstrajecten om een jeugdige thuis te laten wonen.
Segment crisis
Wanneer er sprake is van een acute crisissituatie, dan is er ambulante crisishulp of crisisverblijf beschikbaar door het regionale samenwerkingsverband Crisishulp Jeugd Zuid-Limburg. Iedereen werkt samen volgens vaste protocollen en werkafspraken om een crisissituatie zo snel mogelijk op te lossen en/of perspectief te bieden voor vervolghulp.
Segment GIK-J
Gesloten en intensief klinische jeugdhulp (GIK-J) richt zich op kwetsbare jeugdigen met gedrags- en/of psychiatrische problematiek, vaak ook nog in combinatie met een verslaving en/of een verstandelijke beperking. Door de combinatie en zwaarte van problematieken hebben deze jeugdigen zeer gespecialiseerde zorg nodig. De jeugdregio Zuid-Limburg heeft besloten om één opdrachtnemer te contracteren. Deze opdrachtnemer is een samenwerkingsverband van meerdere aanbieders, omdat het zeer specialistische hulpverlening is die niet door één aanbieder kan worden geboden.
Segment wonen
Dit segment gaat over het woonaanbod voor jeugdigen die tijdelijk of langdurig niet thuis kunnen wonen. Wanneer de thuissituatie geen veilige woonomgeving voor de jeugdige vormt, moet er een alternatieve woonvorm gevonden worden. Bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis, leefhuis of begeleid zelfstandig wonen.
Stapeling (binnen segment)
Startdatum van de toewijzing ligt meer dan 14 dagen voor de einddatum van de vorige toewijzing.
Verwerving
‘Verwerven’ is een verzamelterm voor meerdere manieren waarop gemeenten afspraken maken over het afnemen van diensten bij zorgaanbieders.
Bijvoorbeeld door middel van subsidiëring of het inkopen van zorg via een aanbestedingstraject.
Afhankelijk van de manier van verwerven gelden er andere soorten contracten en worden er verschillende afspraken gemaakt over bijvoorbeeld verantwoording.
Zorg in natura
Hulp en zorg op basis van de Jeugdwet, welke in natura door de zorgaanbieder is geleverd aan de jeugdige (en diens ouder(s)). Dit is dus exclusief PGB gefinancierde hulp. Zorg in natura wordt rechtstreeks door gemeenten aan zorgaanbieders vergoed.
Bijlage 2 Resultaten
Hieronder staat welke resultaten we verwachten met de inzet op de geprioriteerde doelen vanuit de regio en de inzet van de lokale gemeenten op hun verantwoordelijkheden. Voor de ambulante jeugdhulp, wordt dit alleen gemeten in het dashboard voor de 13 gemeenten, Heerlen, Voerendaal en Landgraaf kopen deze zorg zelf in.
1Instroom
•Neemt af bij ambulante jeugdzorg door samenwerking voorliggend veld/ onderwijs, afbakening jeugdzorg en stevige lokale teams (lichte vormen).
•Neemt toe bij ambulante jeugdzorg door ambulantisering van wonen/GIKJ (zware vormen).
•Neemt toe (korte termijn) bij wonen door verschuiving van GIKJ naar wonen.
•Neemt af (langere termijn) bij wonen door ambulantisering.
•Neemt af bij GIKJ door ambulantisering, de mogelijkheden van wonen en pilot achtervang.
2Uitstroom
•Neemt toe door afbakening jeugdzorg bij ambulante jeugdzorg.
•Neemt toe bij leefhuizen en GIKJ door meer gezinsgericht verblijf.
3Zorgduur
•Neemt af door afbakening jeugdzorg bij ambulante jeugdzorg.
•Neemt af bij wonen en GIKJ door integrale samenwerking en geen verhuizing meer van jeugdige tussen de woonvoorzieningen.
4Recidive
•Neemt af door eerder juiste hulp, integrale samenwerking, nazorg en warme overdracht.
5Clienttevredenheid
•Neemt toe, er wordt beter geluisterd naar de jeugdige, het perspectief van hun staat centraal en zij voeren hun eigen regie.
jeugdhulpzuidlimburg.nl