Aanhef
DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,
gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.19 maart 2013, team Milieu en Mobiliteit , no. ;
gehoord de commissie Stadsbeheer, Milieu en Mobiliteit
BESLUIT:
Het Beleidskaderbodem 2012 de Bodemkwaliteitskaart 2012 inclusief de Bodemfunctieklassenkaart 2012 vast te stellen.
Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 23 april 2013.
De Griffier,
De Voorzitter,
Samenvatting
Aanleiding
In het Beleidskader bodem 2005 heeft de gemeente Maastricht voor de eerste keer in een eigen bodembeleidskader vastgelegd welke ambities de gemeente Maastricht heeft inzake de (aanpak van de) bodem(verontreiniging), welke bodemkwaliteitsdoelstellingen de gemeente Maastricht nastreeft en hoe de gemeente Maastricht, bij het uitoefenen van haar wettelijke taken, omgaat met de bodem.
Sinds 2005 zijn er diverse ontwikkelingen geweest in het landelijke bodembeleid en de bodemgerelateerde wetgevingen. De meest relevante beleidsontwikkelingen bestaan uit het Besluit bodemkwaliteit (waarin het grondstromenbeheer geregeld is), de Wet bodembescherming en daaraan gerelateerd de van toepassing zijnde Circulaire bodemsanering en het 'Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties' (waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over de aanpak van spoedlocaties, de ruimtelijke ordening van de ondergrond en de gebiedsgerichte aanpak van grootschalige grondwaterverontreinigingen).
Deze ontwikkelingen leiden er toe dat op gemeentelijk niveau andere keuzes gemaakt kunnen/moeten worden dan de keuzes die in 2005 zijn gemaakt. Actualisatie van het Beleidskader bodem 2005 is dan ook noodzakelijk om ten volle invulling te kunnen geven aan de mogelijkheden die de huidige regelgeving kent en om tegemoet te komen aan de verplichtingen die de gemeente Maastricht heeft vanuit de diverse wettelijke kaders. Bovendien is actualisatie nodig omdat het Beleidskader bodem 2005 een beperkte geldigheidsduur kent.
Doelgroep
Het Beleidskader bodem 2012 is primair bedoeld voor interne en externe deskundigen op bodemgebied die op zoek zijn naar de specifieke richtlijnen en procedures met betrekking tot de bodem in de gemeente Maastricht. Door in het Beleidskader bodem 2012 zo veel mogelijk te verwijzen naar andere documenten blijft het plan relatief eenvoudig en steeds actueel. Hierdoor is het ook toegankelijk voor een brede doelgroep (burgers en bedrijven) die op zoek zijn naar basisinformatie over de aanpak van de bodemproblematiek in de gemeente Maastricht.
Opbouw van het Beleidskader bodem 2012
Het Beleidskader bodem 2012 is opgesteld als een algemeen document waarbinnen alle relevante bodemthema’s een plaats krijgen. Nadere specificatie/uitwerking van de onderwerpen vindt plaats in een aantal separate documenten. Op deze manier is het Beleidskader bodem 2012 te beschouwen als een parapluplan.
De keuze voor een parapluplan houdt in dat onderdelen van het bodembeleid (in de toekomst) nader uitgewerkt worden in afzonderlijke documenten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van ecologie en asbestonderzoek in de bodem. Deze uitwerkingen zullen (separaat en onafhankelijk) worden vastgesteld en zullen dan ook deel (gaan) uitmaken van het algemene gemeentelijke bodembeleid. Deze opbouw wordt schematisch weergegeven in hoofdstuk 2, figuur 1.
Kenmerken van het bodembeleid in de gemeente Maastricht
4-sporenbeleid voor een samenhangend en logisch ruimtelijk relevant bodembeleid
De gemeente Maastricht is vanuit verschillende wettelijke kaders betrokken bij het beoordelen van de bodemkwaliteit. Uitgangspunt van het gemeentelijke bodembeleid is dat de uitkomst van de beoordeling van de bodemkwaliteit onafhankelijk dient te zijn van het wettelijk kader dat ten grondslag ligt aan de beoordeling. Het maakt immers niet uit of de vereiste bodemkwaliteit voor een woning met tuin wordt bereikt via een sanering (omdat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging), via het aanvoeren van grond (omdat het terrein te laag ligt), via een bestemmingsplanherziening (omdat het tot nu toe een bestemming agrarische doeleinden of bedrijfsdoeleinden had), of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het realiseren van bouwwerken. Door in een 4-sporenbeleid één uniforme bodemkwaliteitsdoelstelling te hanteren/na te streven ontstaat een helder en eenduidig beleid voor de burgers en bedrijven in de gemeente Maastricht.
Waar mogelijk aansluiten bij het provinciale meersporenbeleid
In 2009/2010 is in de Beleidsgroep Bodembeheer Limburg (BBL) gewerkt aan een doorontwikkeling van het meersporenbeleid voor de aanpak van de diffuse bodemverontreiniging in Limburg. Bij deze doorontwikkeling is (o.a.) rekening gehouden met de ervaringen die de afgelopen jaren in de Limburgse gemeenten (waaronder de gemeente Maastricht) zijn opgedaan.
Deze nieuwe invulling van het meersporenbeleid is verankerd in het provinciale beleidskader bodem 2010.
Kenmerk van het meersporenbeleid is dat maatregelen ter verbetering van de bodemkwaliteit alleen nodig zijn, indien er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dat de maatregelen dan moeten leiden tot een bodemkwaliteit die voldoet aan de functiegerelateerde eisen uit het Besluit bodemkwaliteit.
Gebiedsspecifieke aanpak als uitgangspunt voor het Maastrichtse beleid
Bekend is dat de bodem van het stedelijk gebied én van het buitengebied van de gemeente Maastricht diffuus verontreinigd is. Deze diffuse verontreiniging kan er toe leiden dat er, bij het hanteren van de generieke landelijke bodemkwaliteitseisen, een stagnatie optreedt van maatschappelijke ontwikkelingen.
Om dergelijke stagnatie te vermijden hanteert de gemeente Maastricht als uitgangspunt een gebiedsspecifieke aanpak van de bodemverontreiniging. Hiermee wordt aangesloten bij werkwijze die de gemeente Maastricht het afgelopen decennium heeft gehanteerd en waarbij gebiedsspecifieke bodemkwaliteitsdoelstellingen zijn vastgesteld en gehanteerd. De onderbouwing en de concrete invulling van de gebiedsspecifieke aanpak binnen de gemeente Maastricht wordt gegeven in de Nota Bodembeheer.
Historie van Landsdekkend beeld naar spoedlocaties
De LDB-tabel (LandsDekkend Beeld bodemverontreiniging) van de gemeente Maastricht is begin 2004 opgeleverd aan VROM. Op deze locaties hebben verdachte activiteiten plaatsgevonden die mogelijk geleid hebben tot een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierbij dient gedacht te worden aan bijvoorbeeld tankstations, chemische wasserijen, metaal bewerkingsbedrijven of drukkerijen. Op een groot deel van deze locaties is nog geen vooronderzoek (historisch) onderzoek uitgevoerd en is de bodemkwaliteit ook niet in beeld gebracht. Het gaat hierbij om verontreinigingen die zijn ontstaan voor 1987.
Voor de programmaperiode 2010-2014 gaat de aandacht (en de door VROM te verdelen budgetten) niet meer uit naar de landsdekkend beeld locaties, maar vooral naar de spoedlocaties. Dit zijn locaties waar een mogelijke bodemverontreiniging heeft geleid tot onaanvaardbare risico’s. Dit kunnen humane, ecologische dan wel verspreidingsrisico’s of een combinatie van meerdere van deze risico’s zijn. De identificatie van deze spoedlocaties heeft landelijk alsook voor de gemeente Maastricht de hoogste prioriteit.
Bij deze identificatie worden de locaties waar nog niet met zekerheid kan worden gesteld dat er geen sprake is van een spoedlocatie aanvullend onderzocht. Bij de locaties waar op basis van de onderzoeksgegevens en met behulp van het progamma Sanscrit blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een spoedlocatie zal een Wet bodembescherming procedure worden doorlopen.
4. Algemene beschrijving van de uitgangspunten en kenmerken van het bodembeleid in de gemeente Maastricht
4.1 4-sporenbeleid voor een samenhangend en logisch ruimtelijk relevant bodembeleid
4.1.1 4-sporenbeleid blijft het uitgangspunt
De afgelopen jaren heeft de gemeente Maastricht het 4-sporenbeleid gehanteerd als uitgangspunt voor het bodembeleid. De bodembeheerplannen die in 1999, 2004 en 2007 zijn opgesteld hebben hier invulling aan gegeven. Vanuit oogpunt van consistent beleid zal dan ook de komende jaren het 4-sporenbeleid als uitgangspunt gelden.
4.1.2 Basisfilosofie van het 4-sporenbeleid
De gemeente Maastricht kan vanuit verschillende wettelijke kaders verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van de bodemkwaliteit: de Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Bij het 4-sporenbeleid wordt gestreefd naar een bodembeleid waarbij de eisen die gesteld worden aan de bodemkwaliteit onafhankelijk zijn van de wet- en regelgeving die aanleiding is om de bodemkwaliteit te beoordelen. Dat betekent dat voor de sporen hergebruik, saneren, bouwen en ruimtelijke plannen (zo veel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving) één uniforme doelstelling wordt nagestreefd. Dit maakt het beleid helder en eenduidig voor de burgers en bedrijven in de gemeente Maastricht alsook bedrijven die binnen de gemeentegrens werkzaamheden in de bodem uitvoeren. Er geldt vanuit alle vier de sporen eenzelfde ambitieniveau/bodemkwaliteitsdoelstelling.
4.1.3 Wijzigingen in wet- en regelgeving leiden tot nieuwe invulling van het 4-sporenbeleid
In de oude bodembeheerplannen was het 4-sporenbeleid gebaseerd op het gedachtegoed van Actief Bodembeheer Limburg (hierna: ABL), dat in 1997 (en in 2006 geactualiseerd) door de Limburgse gemeenten, samen met de provincie Limburg was opgesteld. Kern van ABL was dat de gebiedseigen kwaliteit gehanteerd werd als algemene bodemkwaliteitsdoelstelling. Op locaties waar de bodemkwaliteit voldeed aan de gebiedskwaliteit hoefde op grond van ABL niet gesaneerd te worden en grond met een gebiedskwaliteit kon worden hergebruikt.
Met de inwerkingtreding van het Bbk en met de Circulaire bodemsanering 2009 was het beleid ABL echter grotendeels achterhaald. Het Bbk geeft sedert 2008 een uniform kader voor het hergebruik van grond dat landelijk gebruikt wordt en dat andere mogelijkheden biedt dan het hergebruikkader uit ABL. De van toepassing zijnde Circulaire bodemsanering stelt duidelijk dat er geen sanerende maatregelen nodig zijn indien er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Door deze aanpak uit de van toepassing zijnde Circulaire bodemsanering door te trekken naar het ruimtelijk kader hoeven er vanuit de Wro en de Wabo ook geen sanerende maatregelen te worden getroffen indien er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Hiermee vervalt het uitgangspunt uit ABL dat de gebiedskwaliteit leidend is. Vanuit het geactualiseerde 4-sporenbeleid hoeven er namelijk geen sanerende maatregelen meer getroffen te worden indien er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Naar aanleiding hiervan heeft de provincie Limburg haar beleid voor de aanpak van diffuse bodemverontreinigingen, Actief Bodembeheer Limburg (ABL), in 2010 ingetrokken.
Dat betekent dat er binnen de gemeente Maastricht gezocht kan/moet worden naar een nieuw kader voor het 4-sporenbeleid. Indien en voor zover de bodemkwaliteit in de gemeente Maastricht het toelaat is hierbij aangesloten bij de aanpak als beschreven in de notitie “Doorontwikkeling meersporenbeleid aanpak bodemverontreiniging in Limburg” die op 21 oktober 2010 door de Beleidsgroep Bodembeheer Limburg is vastgesteld. Dit nieuwe meersporenbeleid is ook verankerd in het provinciale Beleidskader bodem 2010 dat op 28 september 2010 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld.
Deze algemene kenmerken van het bodembeleid worden in volgend schema samengevat.
Figuur 2: Schematische weergave van het meersporenbeleid.
Opm.1: voor een toelichting bij de bepaling van een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt verwezen naar de van kracht zijnde circulaire bodemsanering.
Bijlage 1: Afkortingen en referentielijst
Afkortingen
ABL
Actief Bodembeheer Limburg
AW2000
Achtergrondwaarden 2000
Bbk
Besluit bodemkwaliteit
BKK
Bodemkwaliteitskaart
BUS
Besluit Uniforme Saneringen
B en W
Burgemeester en Wethouders
EHS
Ecologische Hoofdstructuur
GS
Gedeputeerde Staten
Kwalibo
Kwaliteitsborging bij bodemintermediairs
Kwalizo
Kwaliteitszorg bij de bevoegde gezagen Wbb
LMW
Lokale Maximale Waarde
MTR
Maximaal toelaatbaar risico
NEN
Nederlandse norm
RUS
Regeling Uniforme Saneringen
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wbb
Wet bodembescherming
Wkpb
Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijk Beperkingen
Wm
Wet milieubeheer
Wro
Wet Ruimtelijke Ordening
Ww
Woningwet
Referentielijst
Ref. 1
Beleidskader Bodem, provincie Limburg; Aanpak bodemverontreiniging in Limburg
Ref. 2
Circulaire bodemsanering
Ref. 3
Convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties
Ref. 4
Nota Bodembeheer Maastricht
Ref. 5
Omgevingsverordening Limburg
Ref. 6
Handboek kwaliteitssysteem Bodem, gemeente Maastricht
Ref. 7
Bevelsbeleid
Ref. 8
Doorstart A5
Ref. 9
Asbestbeleid ten aanzien van asbestonderzoek in de bodem, gemeente Maastricht