Gemeentelijke regelgeving

Beheerplan Openbare Verlichting 2025-2029

Gemeente Maastricht · geldt sinds 26 april 2025

Aanhef

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 18 maart 2025, Afdeling Stadsbeheer, registratienummer. 2025.00936;

BESLUIT:

Vaststellen van het Beheerplan Openbare Verlichting 2025-2029

4. Beheervisie en kaders

4.1. Beheervisie

4.1.1. Assetmanagement en de beheercirkel

Assetmanagement is het vergroten van de waarde van assets of kapitaalgoederen door optimaal beheer te realiseren op basis van afgewogen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets. Wat van waarde is, is afhankelijk van de doelstellingen, van de aard en het doel van de organisatie, en de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden (inwoners, het bestuur/college, bedrijven).

Om enerzijds invulling te geven aan de beleidsmatige kaders/doelstellingen en anderzijds het beheerproces ten behoeve van de assets in de openbare ruimte goed in te richten, heeft de gemeente Maastricht de keuze gemaakt voor de implementatie van assetmanagement in de beheerorganisatie. Deze keuze zal in de loop van de komende jaren leiden tot verdere professionalisering en een slagvaardige beheerorganisatie. Dit sluit tevens aan bij het gestelde Veranderplan Stadsbeheer om van Stadsuitvoering naar Stadsbeheer over te stappen en daarmee “in control” te komen.

De ambities, organisatiedoeleinden en budgetten worden vertaald in beleidsplannen dan wel zijn vastgelegd in de Nota IBOR 2024-2028. Deze kaders worden gebruikt voor het opstellen van beheer- en uitvoeringsplannen. Met de monitoring wordt getoetst of de gewenste ambitie gehaald wordt. Bij afwijkingen dient er bijgestuurd te worden in prestatie of budgetten. Met als doel tegen aanvaardbare kosten en binnen acceptabele risico’s te beschikken over de juiste prestaties van alle assets in de openbare ruimte gedurende hun totale levenscyclus volgen we de werkwijze “Plan-Do-Check-Act”-cyclus.

Op basis van vigerende wet- en regelgeving, gemeentelijke kaders en landelijke ontwikkelingen de beleidskaders vastgesteld in de Nota IBOR 2024-2028, en ligt daarmee de basis vast voor het beheer van de assets.

4.1.2. Beheerproces

De beheercirkel omvat de hoofdprocesstappen van assetmanagement. De beleidsafdeling binnen de gemeente vervult de rol van gedelegeerd eigenaar en stelt samen met de beheerorganisatie de kaders en financiering op voor het beheer van de kapitaalgoederen. Vervolgens wordt het wordt het onderhoud voorbereid, aanbesteed en uitgevoerd. Dit gebeurt deels binnen de beheerorganisatie zelf en deels met ondersteuning van andere organisatieonderdelen binnen de Gemeente Maastricht. Stadsbeheer is als beheerorganisatie de “spin in het web” en in de basis verantwoordelijk voor de processtappen Voorbereiden, Bouwen, Onderhouden en Dienstverlening.

Het beheerproces gaat over de taken die behoren tot het Regiebureau en omvat de volgende activiteiten:

✓ Databeheer: actuele betrouwbare en complete informatie over de objecten in de openbare ruimte.

✓ Risicodossier: bepalen risico’s, beheersmaatregelen en acceptatieniveau om te kunnen voldoen aan de eisen die aan het object zijn gesteld.

✓ Bepalen van de huidige staat van het areaal.

✓ Opstellen onderhoudsconcepten en meerjaren onderhoudsplannen en afstemming tussen risico’s prestaties en kosten.

✓ Opstellen uitvoeringsplannen en contracten om het werk buiten daadwerkelijk te realiseren.

✓ Realisatie van de aanbestede contracten.

✓ Monitoren van de voortgang en toetsing of werkzaamheden worden uitgevoerd zoals afgesproken.

✓ Evalueren en rapporteren richting bestuur.

✓ Bijsturen of bijstellen indien mogelijk of noodzakelijk.

Het beheerproces kent naast het technisch instandhouden ook andere activiteiten waaronder:

◼︎ Het afhandelen van meldingen en klachten

◼︎ Bijdrage leveren aan Initiatieven, Burgerbegroting

◼︎ Beantwoorden van Raadsvragen

◼︎ In behandeling nemen van WOO-verzoeken

◼︎ Bijdrage leveren aan projecten en vergunningaanvragen

Ongeveer de helft van de tijd is nodig voor deze activiteiten. De andere helft van de tijd is beschikbaar voor het eigenlijke beheerproces

4.2. Beheerkader

4.2.1. Beleid Gemeente Maastricht

Gemeente Maastricht heeft naast de geldende wetten en regels in relatie tot het beheer en onderhoud van Verhardingen ook eigen kaders en ambities vastgelegd. De meest relevante beleids- en visiedocumenten ten aanzien van de openbare ruimte worden hieronder worden genoemd.

Omgevingsvisie Maastricht 2040

De Omgevingsvisie beschrijft hoe men wil dat Maastricht er in 2040 uitziet en hoe hieraan gewerkt moet worden om dat te bereiken. Maastricht wil een aantrekkelijke stad blijven voor zijn inwoners en gebruikers. Aan de ene kant door zijn rol in de (Eu)regionale economie te versterken. Aan de andere kant door de lokale kwaliteit van leven te verbeteren. Door nu al vooruit te kijken, houden we de stad aantrekkelijk. En maken we Maastricht klaar voor de toekomst. Goede verbindingen tussen bijvoorbeeld ontmoetingsplekken door middel van onder andere voldoende en veilig berijdbare fiets- en wandelpaden en goed openbaar vervoer maken hier onderdeel vanuit en zijn een belangrijk item hierin.

De gemeente Maastricht heeft in de omgevingsvisie 12 gebiedsprofielen gedefinieerd. Ieder gebiedsprofiel heeft een eigen identiteit waarop de openbare verlichting kan worden aangepast. Ook de technische kwaliteit kan per deelgebied ruimte bieden voor meer vrijheid of juist strakker gehandhaafd dienen te worden. Hier zal voor de openbare verlichting dan ook op ingedeeld en gestuurd worden. De 12 gebiedsprofielen zijn als volgt gedefinieerd:

1"Stadsrand (met of zonder dorpskernen)

a.Stadsranden

b.Dorpskernen

2Parkwijken

3Dorpen

4Stedelijk gebied

5Dynamische centra (bestaand en gewenst)"

6Levendige gebieden (bestaand en gewenst)"

7Levendige routes (bestaand en gewenst)"

8Ontmoetingsplekken (met en zonder detailhandel)"

9Stedelijke werklocaties

10Industrie-/ bedrijvenparken

11Mogelijke transitiegebieden

12Groen- en natuurgebieden

Coalitieakkoord 2022-2026

In haar akkoord op hoofdlijnen 2022-2026 zet de coalitie vooral in op Verbondenheid. Bij thema Wonen zet ze in op leefbare, groene en veilige wijken waarbij kwaliteit van wonen het uitgangspunt voor alle bewonersgroepen blijft. De huidige regelingen borgen de balans tussen een veranderende wijk en de leefbaarheid op dit moment nog onvoldoende. Goede bereikbaarheid en veilige wegen maken hier onderdeel van uit. Het gemeentebestuur heeft voor de meerjarenbegroting 2024 en verder een aantal belangrijke speerpunten benoemd.

✓ Burgerparticipatie;

✓ Gebiedsgericht werken;

✓ Veilige buurten;

✓ Vergroening;

✓ Ruimte om te ontmoeten.

Zowel bij de instandhouding, incidenteel- en grootonderhoud als rehabilitaties (vervangingen) hebben deze speerpunten raakvlakken.

Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte 2024-2028

Middels de Nota IBOR 2024-2028 is in november 2023 het strategische beleid (incl. de kwaliteitsniveaus) voor het onderhoud van de openbare ruimte vastgesteld. In de nota is de huidige kwaliteit van de openbare ruimte en daarmee ook de Openbare Verlichting op een rij gezet en hoe we deze kunnen behouden en waar nodig op peil brengen dan wel verbeteren.

De beoogde kwaliteit wordt hierbij in vier aspecten verdeeld:

✓ Veiligheid;

✓ Technische kwaliteit;

✓ Functionaliteit

✓ Beeldkwaliteit.

De aspecten veiligheid en functionaliteit zijn de minimale basis kwaliteitseisen waarbij geen verschillende niveaus mogelijk zijn. De technische kwaliteit en de beeldkwaliteit zijn eisen die invloed op elkaar uitoefenen. Bij een onvoldoende technische kwaliteit is een gestelde beeldkwaliteit eis niet haalbaar. Bij een onvoldoende beeldkwaliteit zal de technische kwaliteit achteruitgaan. Voor de openbare verlichting zijn in de nota en het raadsvoorstel de onderstaande minimale eisen vastgesteld:

◼︎ We blijven streven naar een zo gunstig mogelijk effect op de fauna, en de vleermuizen in het bijzonder, maar kiezen voor het uitgangspunt ‘sober en doelmatig’. We plaatsen verlichting daar waar het voor de mens nodig is, met de juiste lichtintensiteit. De verlichting is in basis functioneel en veilig.

◼︎ We passen vleermuisvriendelijke verlichting alleen toe als dat absoluut nodig is.

◼︎ De keuze voor de eisen die we stellen aan de aansturing van het openbare verlichtingssysteem maken we op verantwoorde wijze in relatie tot de kosten.

◼︎ Bijgedragen aan projecten (specifieke projecten dienen in principe zélf de kosten te dragen voor de openbare verlichting).

◼︎ We gaan meer programmatisch werken en willen ad hoc maatregelen terugdringen.

◼︎ De openbare verlichting wordt gemonitord en onderhouden op basis van technische kwaliteit en levensduur en niet meer op basis van beeldkwaliteit.

◼︎ Tussentijds onderhoud vindt alleen plaats als er tekortkomingen worden geconstateerd in de afgesproken technische kwaliteit.

◼︎ De vereiste installatieverantwoordelijkheid van de elektrische installaties is een belangrijk aandachtspunt. Die zal gemeente breed worden bezien en waar nodig nog beter en op een meer uniforme wijze worden geregeld.

Financiën 2025-2029

In de Nota IBOR is aangegeven welke financiële middelen nodig zijn om het areaal op een bepaald kwaliteitsniveau te brengen en te houden. Hoofdstuk 7 van dit plan beschrijft welke activiteiten we hier allemaal voor doen In de begroting is onderscheid gemaakt in:

◼︎ Exploitatiegelden: budget nodig voor instandhouden van het bestaande areaal. Binnen dit instandhoudingsbudget is een aparte post opgenomen voor het uitvoeren van onderhoud.

◼︎ Investeringen: budget nodig voor de vervangings- en duurzaamheidsopgave

Exploitatie

2025

2026

2027

2028

2029

Onderhoud

845.534

845.534

845.534

845.534

845.534

Energie en levering

1.205.874

1.205.874

1.205.874

1.205.874

1.205.874

Werkbudget

102.498

102.498

102.498

102.498

102.498

Schades

49.225

49.225

49.225

49.225

49.225

Kapitaallasten

906.387

1.073.857

1.240.171

1.412.794

1.544.744

Storting reserve OVL

957.887

1.088.192

1.217.923

1.347.078

1.347.078

Totaal

4.067.405

4.365.180

4.661.225

4.963.003

5.094.953

Investeringen

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Krediet OVL

11.961.854

4.039.996

4.049.996

4.262.996

3.254.996

1.000.000

De Nota IBOR heeft een planperiode tot 2028. In 2028 zal de nota worden geactualiseerd voor de periode 2029-2033. Het beheerplan heeft een planperiode tot 2029. Dat betekent dat planjaar 2029 nog via de nota IBOR 2029-2033 vastgelegd moet worden. In dit beheerplan is voor 2029 daarom gerekend met continuering van het huidig financieel kader.

Klimaatakkoord 2030

Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. De Gemeente Maastricht doet automatisch mee aan dit akkoord, omdat het landelijk beleid is.

Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5 ℃

Burgerbegroting Maastricht

Bij de Burgerbegroting beslissen inwoners over de besteding van overheidsgeld. Sinds 2022 heeft de gemeente Maastricht een Burgerbegroting.

De definitie van een Burgerbegroting:

“Een Burgerbegroting is een georganiseerd proces waarin inwoners van een bepaald gebied (zoals een gemeente) samen bepalen welke onderwerpen en vraagstukken ze belangrijk vinden, waar ze in willen investeren, welke oplossingen en innovaties ze waardevol vinden, en welke eindkeuzes ze maken.”

Veel burgerinitiatieven vinden plaats in de fysieke buitenruimte en hebben daardoor directe gevolgen voor het beheer. Afhankelijk van het type project en de impact hiervan op de openbare ruimte kan dit van invloed zijn op de beheerkeuzes.

4.2.2. Wet- en regelgeving

Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte moet worden uitgevoerd binnen de geldende wet- en regelgeving.

De belangrijkste daarin is het Burgerlijk Wetboek en de daarin gestelde zorgplicht en risicoaansprakelijkheid. Voor wat betreft dit laatste is de trend zichtbaar aan het worden dat mede ten gevolge van de veranderde maatschappij steeds sneller en meer gebruikers een al dan of niet terechte claim indienen bij de beheerder.

In dit beheerplan worden de meest relevante wetten, regels en normen benoemd. Deze vormen de basis voor het beheer en onderhoud.

Algemeen

Gemeentewet

Verplichting tot het opstellen van jaarlijkse begroting en verantwoordingsstukken. Dit is nader beschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO)

Samenvoeging van vergunningen, ontheffingen en meldingen tot één vergunning: Omgevingsvergunning.

Europese aanbestedingswetgeving

Wetgeving die de regels en voorwaarden beschrijft voor het aanbesteden van werken of diensten conform de Europese regels.

ARW 2016

Wetgeving voor aanbestedingen van werken en diensten binnen Nederland.

Aansprakelijkheid

Burgerlijk wetboek

Verplichting tot een deugdelijk functionerende openbare ruimte, gezien vanuit de aansprakelijkheid.

Wegenwet 1930

Verplichting tot een deugdelijk functionerende openbare ruimte, gezien vanuit de veiligheid.

Archiefwet 1995

Verplichting tot het beheren en toegankelijk maken van overheidsarchieven.

Financieel

Besluit begroting en verantwoording (BBV)

BBV beschrijft de systematiek van activering en afschrijving voor investeringen:

Investeringen met een maatschappelijk nut dienen, evenals investeringen met een economisch nut, te worden geactiveerd en over de verwachte levensduur te worden afgeschreven. Daarmee wordt tevens bevorderd, dat de kosten van de investeringen ten laste komen van burgers en bedrijven, op het moment dat zij er nut van hebben.

Notitie Materiële Vaste Activa

In januari 2020 heeft de commissie BBV een nieuwe notitie Materiële vast activa gepubliceerd. Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante aspecten waar rekening mee moet worden gehouden als het gaat om het financieren van de diverse vormen van onderhoud. Daarbij wordt een relatie gelegd met de financiële verordening Maastricht 2018.

Veiligheid en milieu

Wet geluidhinder

Wetgeving inzake geluidsproductie van geluidsgevoelige locaties.

Arbowet

Wetgeving met als doel het voorkomen van ongevallen tijdens werkzaamheden.

Wibon

Vanuit de “Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken” is de gemeente verplicht haar kabels en leidingen beschikbaar te stellen aan derden om met name graafschades te voorkomen.

Natuur en cultuur

Flora en fauna wet

Wetgeving ter bescherming van inheemse planten en diersoorten.

Monumentenwet

Wetgeving ter bescherming van objecten van historische waarde.

Normen en richtlijnen

NEN 1010

Dit is een richtlijn om te voldoen aan het Bouwbesluit. Ze beschrijft de veiligheidsrichtlijnen voor elektrische laagspanningsinstallaties. Deze norm geeft eisen voor ontwerp, installatie en inspectie om veiligheid te waarborgen

NEN 3140

Dit is een richtlijn om te voldoen aan de Arbowet. Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning", is de Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden nabij, aan of met elektrische objecten in het laagspanningsgebied.

Overige technische normen

Er zijn diverse technische normen waaraan de producten in de openbare verlichting moeten voldoen. Het is gebruikelijk dat leveranciers aantonen aan deze normen te voldoen.

DarkSky International

Deze organisatie geeft duidelijke richtlijnen voor de maximale kaders voor lichtoverlast naar de donkere hemellichaam te beperken.

NPR13201:2018

Richtlijn voor openbare verlichting. Deze wordt landelijk door overheden gehanteerd en is uitgevaardigd door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde en de NEN.

Richtlijn lichthinder

De richtlijn beschrijft de maximale kaders voor lichtoverlast uit kunstverlichting naar de totale omgeving zoals de mens en flora & fauna.

4.2.3. Trends en ontwikkelingen

Internationale ontwikkelingen

Klimaatverandering en energietransitie:

Het weer wordt steeds extremer, de fossiele energievoorraden raken op. We moeten zuiniger met energie omgaan willen we de opwarming van de aarde vertragen. Openbare velrichting is een energieverbruiker waar veel winst te behalen door te verduurzamen.

Tekort aan materialen:

Bouwmaterialen worden steeds schaarser en duurder. Dit heeft tot gevolg dat levertijden langer worden en materiaalkosten blijven stijgen.

24-uurs economie:

Doordat we wereldwijd handel drijven moeten we ook 24 uur per dag beschikbaar zijn. Transport vindt overdag en ’s nachts plaats om aan de vraag te kunnen voldoen.

Data is het nieuwe goud:

We maken steeds meer gebruik van digitale systemen om informatie over de openbare ruimte te borgen. Deze informatie is waardevol, maar vraagt ook om een zorgvuldig proces om deze informatie actueel betrouwbaar en compleet te hebben en te houden. De mogelijkheden volgens zich in rap tempo op, maar overheden kunnen dit nog niet bijbenen

Landelijke ontwikkelingen

Onduidelijkheid energietransitie en netcongestie

De uitstoot moet terug en tegelijkertijd moeten er meer woningen komen om aan de vraag te kunnen voldoen. Welke aanpak landelijk hierin wordt gekozen is onduidelijk. Dat betekent dat gemeenten zelf keuzes moeten maken een tot uitvoering brengen.

Duurzaamheid en circulariteit

De circulariteit is momenteel een actueel onderwerp. Doel van de Rijksoverheid is “Nederland Circulair in 2050”. Dit betekent dat er geen afval meer wordt geproduceerd, alle grondstoffen blijven in de keten. Om dit te realiseren is er een ingrijpende omslag nodig. Dit vraagt inzet van alle ketenpartijen. Ook het werkveld openbare verlichting is volop bezig met circulariteit. Het is een uitdaging om concreet invulling te geven aan dit thema. Er zijn veel manieren om te komen tot meer circulariteit.

Tekort aan personeel:

De energietransitie vraagt zoveel capaciteit van technisch gekwalificeerd personeel dat hier een schaarste zal ontstaan. Dit kan gevolgen hebben voor de oplostermijnen van defecten, projecten evenals de kostprijs voor deze werkzaamheden.

Lokale ontwikkelingen

Kennis van het areaal verdwijnt:

Met de komst van het principe “De markt tenzij” is getracht om de rol van de Gemeente Maastricht te verleggen naar die van regievoerder. De markt was veel beter in staat het beheer en onderhoud van de gemeente uit te voeren. Met de komst van dit principe is door de jaren heen de kennis over het areaal verlegd naar de markt en versnipperd geraakt. Deze markt heeft geen baat bij het delen van deze areaalkennis en gebruikt dit voordeel bij aanbestedingen. Daarnaast kan de aannemer zelf keuzes maken. Hij zal in de meeste gevallen kiezen voor de meest winstgevende optie en niet de juiste. Daarnaast geen op korte termijn veel mensen met pensioen, de kennis en ervaring welke deze mensen hebben is lastig vast te leggen of over te dragen.

Inzicht in data stijgt:

De Gemeente Maastricht wil steeds meer een informatie gestuurde gemeente zijn. Alhoewel dit een traject een proces van jaren is, worden waar mogelijk binnen de beperkte middelen wel al stappen gezet. Door middel van eisen in de nieuwe onderhoudscontracten op het gebied van data, gaan we dit proces versnellen.

5. Beheerstrategie

5.2. Thema’s en keuzes

5.2.1. Areaal op orde

Goed areaalbeheer is van groot belang bij het beheren van de assets. De omvang van het areaal en het beheer daarvan wordt alle data van masten, armaturen, lichtbronnen en communicatiemodules van de openbare verlichting vastgelegd en bijgehouden in het beheersysteem. Ook het beheren en registreren van de elektrische gegevens van de eigen netten is van groot belang. Hierbij te denken aan de installatietekeningen en bijbehorende kastpakketten.

Op dit moment is de kwaliteit van de digitale informatie ondermaats. Om dit op orde te krijgen moet alles opnieuw geïnventariseerd en geregistreerd worden. Naast dat dit een behoorlijke financiële inspanning is, kost het ook een aantal jaren voordat alle data is bijgewerkt.

We kiezen voor een andere aanpak. Omdat bijna 70 procent van het areaal wordt vervangen is het beter om bij vervanging de aannemer de data meteen bij te laten werken. Dat doen we ook bij onderhoud en storingen. Vooraf wordt in het contract aangegeven wat en op welke wijze aan data moet worden opgeleverd.

Door in te zetten op het “slim” maken van de verlichting wordt de data over het armatuur automatisch in het beheersysteem gezet. Dat scheelt tijd en is veel minder foutgevoelig. Zo verwachten we binnen drie jaar meer dan 95% van onze data op orde te hebben.

5.2.2. Financiën op orde

De komende periode staat vooral in het teken van het wegwerken van de achterstanden. De verwachting is dat in 2028 al een groot deel van deze achterstanden is weggewerkt en we op het moment van actualisatie Nota IBOR een meer stabiel beeld gaan zien van het onderhoudsbudget. De komende jaren zal het nog kunnen voorkomen dat het budget voor het wegwerken van storingen wat achterblijft op de werkelijkheid. De P&C-cyclus is het instrument om eventuele eenmalige tekorten op te vangen.

5.2.3. Voldoen aan normen

Verlichtingsnormen

We werken volgens het verlichtingsprincipe Dark-Sky. De NPR-norm voor verlichting samen met het verlichtingsprincipe bepalen de lichtkwaliteit. Deze is afgestemd op de gebiedsprofielen uit de Omgevingsvisie.

Inspectie

Middels inspectie wordt de technische staat van de verlichting vastgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de CROW-beeldcatalogus; onderdeel technische staat. Elk jaar wordt een kwart van het areaal getoetst op de volgende technische punten:

✓ Verdraaiing van mast/ uithouder

✓ Armatuur vlak en juiste kantelhoek

✓ Maststicker aanwezig/ leesbaar

✓ Mastluik aanwezig

✓ Verkeersborden aanwezig

✓ Voorhangend groen

✓ Scheefstand

✓ Deuken en gaten

Op basis van deze inspectie wordt een rapportage opgesteld. Op basis van deze rapportage kunnen correctieve en/of preventieve maatregelen worden getroffen. Resultaten kunnen ook aanleiding geven tot nader onderzoek, bijvoorbeeld een stabiliteitsmeting.

Daarnaast worden bij de overspanverlichting eenmaal per vijf jaar de spandraden en ankers getoetst op stabiliteit

Op dit moment werken we binnen de deelgebieden enkel met één kwaliteitsniveau en dat is basis (B) voor de technische staat. Deze past binnen het kwaliteitsniveau “Sober en Doelmatig”

Installatieverantwoordelijkheid

Een belangrijke beheertaak binnen de openbare verlichting is het regelen van de installatieverantwoordelijkheid. Dit moet voor alle installaties binnen de gemeente geregeld zijn. Voor de openbare verlichting is dit nog onvoldoende afgehecht:

De hoogst verantwoordelijke binnen de organisatie is eigenaar van de installatie. Volgens de Arbowet is de eigenaar verantwoordelijk voor de elektrische veiligheid van de installatie en hoe hiermee om gegaan wordt. Omdat de hoogst verantwoordelijke zelden tot nooit elektrotechnische kennis heeft, wordt hier iemand voor aangewezen. Hoe hieraan voldoen kan worden, helpt NEN3140 bij. De NEN3140 vertelt wat je moet doen, niet hoe. Aan de Arbowet voldoen is een wettelijke verplichting en NEN3140 is een hulpmiddel.

De gemeente Maastricht zal een Installatieverantwoordelijke moeten aanwijzen. Dit kan iemand zijn uit de eigen organisatie maar kan ook extern worden aangesteld. In beide gevallen moet de installatieverantwoordelijke schriftelijk aangewezen worden door of namens de hoogste verantwoordelijke in de organisatie voor de naleving van de arbeidsomstandighedenwet. Met het aanwijzen van deze installatieverantwoordelijke begint het gehele proces van toetsen, verbeteren, borgen en daarmee voldoen aan de wettelijke zorgplicht. De komende periode wordt een handboek opgesteld moeten worden waarin de handelingen en processen beschreven staan. En naleving wordt geborgd. Eventuele verbeteringen en financiële gevolgen worden (indien acceptabel) bij de actualisatie van de nota IBOR meegenomen.

5.2.4. Inkoop op orde

Ten aanzien van het beheer en onderhoud als ook de gehele verduurzamingsopgave kiezen we voor een complete aanbesteding bestaande uit twee onderdelen:

1Aanbesteding onderhoud en vervangingen aan de verlichting zelf gericht op het plaatsen en onderhouden van lichtmasten en armaturen door onderhoudsaannemers

2Aanbesteding voor “slim” maken van verlichting gericht op hard en software voor telecommunicatie

Door beide aanbestedingen gelijktijdig te publiceren, streven we naar optimale synergie tussen softwareleveranciers en aannemers, zonder daarbij afbreuk te doen aan het feit dat het twee verschillende soorten disciplines zijn met elk hun eigen markt.

5.2.5. Programmamatig en integraal beheer

De gekozen inkoopstrategie is juist gekozen om zo planmatig mogelijk de verduurzamingsopgave te realiseren. Per wijk wordt de verduurzaming aangepakt. Middels de beheertafel en integrale ontwikkeltafel zorgen we ervoor dat integraal afstemming plaatsvindt met andere disciplines en taakvelden. Middels het projectenoverzicht wordt de integraliteit waar nodig geduid en vastgelegd.

5.2.6. Duurzaam waar mogelijk

Binnen de openbare verlichting zijn er nog geen vastgestelde procedures. Voor de uitvoering zal voor de materialen minimaal een materiaalpaspoort worden uitgevraagd bij leveringen. Deze materiaalpaspoorten bevatten minimaal het type materiaal en hoeveelheden van deze materialen. Dit kan dienen als grondstofregistraties in de toekomst.

Voor wat betreft de diensten zal in de aanbesteding op basis van BPKV worden beoordeeld op het werken met zo min mogelijk CO2-uitstoot. Dit kan worden gedaan op de inzet van materieel die weinig uitstoot veroorzaakt, maar ook het efficiënt werken.

Gekozen materialen zullen worden beoordeeld op onderhoudbaarheid en de mogelijkheid tot upgraden van het product. Dit met als doel het eenvoudige kunnen onderhouden van de objecten evenals het verlengen van de levensduur door het product te upgraden naar nieuwe standaarden.

Tot slot zullen bedrijven zich moeten houden aan de regels voor de stadslogistiek. Zero-emissie stadslogistiek treedt in Maastricht op 1 januari 2025 in werking. Diverse vracht- en bestelauto’s moeten dan emissievrij zijn. Vanaf 1 januari 2030 moeten álle vracht- en bestelauto’s emissievrij zijn. Om de overstap voor ondernemers te vergemakkelijken, is er een overgangsregeling. Die is landelijk vastgesteld.

5.2.7. Uniformiteit in beheer

Alle acties en maatregelen die uitgevoerd worden om de doelstellingen te kunnen halen, moeten wel eenduidig worden uitgevoerd, herleidbaar en controleerbaar zijn. Er wordt hiertoe een handboek openbare verlichting als ook een handboek BEI (Bedrijfsvoering Elektrotechnische installaties) opgesteld in de periode 2025-2026.

7. Onderhoudsstrategie

7.1. Onderhoudsconcept

7.1.1. Functioneel:

We doen enkel het noodzakelijke onderhoud:

Verhelpen van storingen

De Gemeente Maastricht maakt gebruik van een digitaal meldingssysteem voor onder andere de openbare ruimte. Bewoners kunnen storingen melden. Deze worden weer doorgegeven aan de onderhoudsaannemer en deze handelt de storing af.

Herstellen van schades en onvolkomenheden

Het komt regelmatig voor dat een lichtmast wordt aangereden. Uit inspecties kan naar voren komen dat lichtmasten scheef staan. Niet alles wordt gemeld helaas en niet alle schades kunnen we verhalen op de veroorzaker. Binnen het herstellen van schades valt ook het verhelpen van bevindingen uit inspecties.

Uitvoeren van levensduur verlengend onderhoud

Onder levensduur verlengend onderhoud wordt verstaan het onderhoud dat bijdraagt aan het behalen of overschrijden van de technische levensduur. Bij openbare verlichting moet worden gedacht aan de volgende onderhoudsactiviteiten:

✓ Het 5-jaarlijks reinigen van de armaturen (met name het lichtdoorlatende deel); vogelpoep vreet in en verkort de levensduur aanzienlijk

✓ Het periodiek schilderen van lichtmasten. Gemiddeld vindt dit om de tien jaar plaats.

✓ Controle overspanningen op constructiesterkte en veiligheid.

Vervangen na einde levensduur

We gaan vervangen op het moment dat de technische levensduur bereikt is, én alleen als het buiten uit inspectie en onderzoek ook echt blijkt. Hiervoor worden de volgende termijnen aangehouden:

Voorziening

Termijn

Draagconstructie

40jaar

Draagconstructie, gietijzer

60jaar

Verlichtingstoestel functioneel

20jaar

Verlichtingstoestel architecturaal

15jaar

Overspanning

40jaar

Verdeelkast

25jaar

Kabels

60jaar

Communicatiesysteem

10jaar

De volgende vervangingsopgaven staan voor de periode 2025-2029 in de planning:

Totaal Maastricht – Per jaar

Jaar

M <=5m

M >5m

A <=5m

A >5m

M+A <=5m

M+A >5m

2024

125

264

6.854

2.690

1.837

1.018

2025

101

105

152

153

12

0

2026

89

162

160

125

0

0

2027

147

186

78

233

1

49

2028

146

192

175

362

0

1

2029

110

151

748

819

0

1

2030

802

1624

504

557

0

0

Totaal

1.520

2.684

8.671

4.939

1.850

1.069

Noot: M staat voor Mast en A staat voor Armatuur

7.1.2. Inclusief:

Alle soorten onderhoud worden ondergebracht bij één partij. Nu wordt het onderhoud uitgevoerd door een andere aannemer dan bijvoorbeeld het vervangen van verlichting. Het komt voor dat een storing (bijvoorbeeld lichtmast staat scheef) wordt verholpen door de onderhoudsaannemer en twee maanden later de vervangingsaannemer de lichtmast vervangt voor een nieuwe omdat de lichtmast te oud is. Dat mag niet de bedoeling zijn.

Daarnaast zijn aannemers niet zo geïnteresseerd in onderhoud alleen. De combinatie met vervangen van openbare verlichting maakt een contract interessant. In tijd van schaarste is het belangrijk dat het contract ook aantrekkelijk is voor de markt.

7.1.3. Gebiedsgericht:

We delen de gemeente op in twee gebiedsdelen (een perceel West en een perceel Oost) welke weer zijn onderverdeeld in wijken. Per gebiedsdeel is één partij verantwoordelijk en hoofdaanspreekpunt.

Als we kiezen voor gebiedsgericht, moet ieder perceel een ongeveer gelijk aantal objecten bevatten met een soortgelijke vervangingsopgave. In de tabel hieronder is weergegeven hoe deze verdeling eruitziet.

Perceel 1 OOST: Stadsdeel Noord, Oost, Zuid

Stadsdeel

M Totaal

M <=5m

M >5m

Wand

A Totaal

A <=5m

A >5m

LED

Noord

2.032

484

1.548

0

2.072

804

268

732

Oost

5.057

2.019

3.022

16

5.265

2.349

2.916

1.064

Zuid

3.187

1.570

1.615

2

3.472

1.746

1.726

573

Totaal

10.276

4.073

6.185

18

10.809

4.899

5.910

2.369

Perceel 2 WEST: Stadsdeel Noord-West, West, Zuid-West, Centrum

Stadsdeel

M Totaal

M <=5m

M >5m

Wand

A Totaal

A <=5m

A >5m

LED

Noord-West

2.613

1.136

1.476

1

2.665

1.354

1.311

1087

West

4.309

2.621

1.679

9

4.393

2.858

1.535

937

Zuid-West

1.672

631

1.037

4

1.701

767

934

445

Centrum

3.046

1.262

1.403

381

3.510

2.347

1.163

414

Totaal

11.640

5.650

5.595

413

12.269

7.326

4.943

2883

Noot: M staat voor Mast en A staat voor Armatuur

7.1.4. Procesgericht:

We werken zo gestructureerd mogelijk en maken daarbij gebruik van procesbeschrijvingen en hulpmiddelen om ons werk zo efficiënt en effectief mogelijk uit te kunnen voeren.

Het procesgericht werken is nog onvoldoende uitgewerkt en ingeregeld. Dit vormt dan ook een belangrijk ontwikkelpunt, waarbij gebruik gemaakt wordt van de principes van assetmanagement. In de aanbesteding welke in 2025 plaatsvindt wordt de aannemer uitgedaagd om samen met de Gemeente Maastricht het procesgerichte onderhoud vorm te geven.

Binnen het onderhoudscontract wordt areaalbeheer ook als een proces kwalitatief uitgevraagd. Dat betekent dat de aannemer aangeeft op welke wijze hij borgt dat het areaal binnen 3 jaar na gunning actueel, betrouwbaar en compleet is. Welk proces hij daarvoor inricht is van essentieel belang.

7.2. Monitoren onderhoud

7.2.1. Exploitatie en investeringen

Monitoren serviceonderhoud

Voor het verhelpen van storingen werken we met zogeheten KPI’s, in dit geval servicenormen. Voor het nieuwe contract hanteren we voor onderhoud de volgende KPI’s:

KPI naam

Interval

Zeer urgent met veiligheidsrisico’s

2uur na afroep

Urgente storing

1dag

Noodreparatie

1dag

Definitieve reparatie

10werkdagen

Reguliere storing

10werkdagen

Herhaalstoring

5werkdagen

Monitoren technische kwaliteit

Naast het monitoren van de snelheid van afhandelen storingen, monitoren we ook de kwaliteit. Dat doen we middels inspecties. In het verleden werd een beleidsmonitor hiervoor ingezet. Deze was echter zeer globaal en gaf daardoor een verkeerd beeld. We kiezen nu voor een beter inspectieregime (1/4 van het areaal per jaar) en betere rapportages waar we ook daadwerkelijk is mee kunnen.

De constructieve veiligheid gaan we meer meten. De overspanverlichting wordt getest en lichtmasten worden getoetst of zo nog wel voldoende stabiel zijn. Dit gaan we jaarlijks planmatig uitvoeren waarbij de overspanverlichting eenmaal per vijf jaar wordt getest en op basis van leeftijd en inspectie geclusterd stabiliteitsmetingen worden uitgevoerd.

Monitoren voortgang vervangingen

Ten aanzien van de vervangingsopgave is belangrijk dat de doelstelling 2030 wordt behaald. Hoe lang dat nog lijkt de opgave is groot en vraagt vanaf dag één om een gestructureerde en actieve houding om de vaart erin te houden en de voortgang te borgen. Dit doen we door periodiek voortgangsoverleggen te voeren met de aannemer en bij te sturen waar nodig.

Monitoren contract

We gaan de naleving op de eisen uit het contract meer controleren. Gebleken is dat werken conform het principe “de markt tenzij” op het gebied van beheer en onderhoud niet werkt. Om hier invulling aan te kunnen geven gaan we werken met een contractbeheersplan.

7.2.2. Opleveren en overdracht

Een essentieel onderdeel van instandhouding is naast voorbereiden en uitvoeren van onderhoud en vervangingen en opleveren van het geleverde werk en de overdracht van informatie. Dit proces is nieuw en nog onvoldoende uitgewerkt en ingeregeld. Om hier snel stappen in te zetten wordt deze opgave als kwalitatieve vraag meegenomen in het nieuwe contract.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.