Aanhef
gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 25 maart 2025, Afdeling Stadsbeheer, registratienummer. 2025.01051;
BESLUIT:
Vaststellen van het Beheerplan Civieltechnische kunstwerken 2025-2029
4. Beheervisie en kaders
4.1. Beheervisie
4.1.1. Beheerproces
De beheercirkel omvat de hoofdprocesstappen van assetmanagement. De beleidsafdeling binnen de gemeente vervult de rol van gedelegeerd eigenaar en stelt samen met de beheerorganisatie de kaders en financiering op voor het beheer van de kapitaalgoederen. Vervolgens wordt het wordt het onderhoud voorbereid, aanbesteed en uitgevoerd. Dit gebeurt deels binnen de beheerorganisatie zelf en deels met ondersteuning van andere organisatieonderdelen binnen de Gemeente Maastricht. Stadsbeheer is als beheerorganisatie de “spin in het web” en in de basis verantwoordelijk voor de processtappen Voorbereiden, Bouwen, Onderhouden en Dienstverlening.
Het beheerproces gaat over de taken die behoren tot het Regiebureau en omvat de volgende activiteiten:
✓ Databeheer: actuele betrouwbare en complete informatie over de objecten in de openbare ruimte.
✓ Risicodossier: bepalen risico’s, beheersmaatregelen en acceptatieniveau om te kunnen voldoen aan de eisen die aan het object zijn gesteld.
✓ Bepalen van de huidige staat van het areaal.
✓ Opstellen onderhoudsconcepten en meerjaren onderhoudsplannen en afstemming tussen risico’s prestaties en kosten.
✓ Opstellen uitvoeringsplannen en contracten om het werk buiten daadwerkelijk te realiseren.
✓ Realisatie van de aanbestede contracten.
✓ Monitoren van de voortgang en toetsing of werkzaamheden worden uitgevoerd zoals afgesproken.
✓ Evalueren en rapporteren richting bestuur.
✓ Bijsturen of bijstellen indien mogelijk of noodzakelijk.
Het beheerproces kent naast het technisch instandhouden ook andere activiteiten waaronder:
◼︎ Het afhandelen van meldingen en klachten
◼︎ Bijdragen leveren aan Initiatieven, Burgerbegroting
◼︎ Beantwoorden van Raadsvragen
◼︎ In behandeling nemen van WOO-verzoeken
◼︎ Bijdragen leveren aan projecten en vergunningaanvragen
Ongeveer de helft van de tijd is nodig voor deze activiteiten. De andere helft van de tijd is beschikbaar voor het eigenlijke beheerproces
4.2. Beheerkader
4.2.1. Beleid Gemeente Maastricht
Gemeente Maastricht heeft naast de geldende wetten en regels in relatie tot het beheer en onderhoud van civieltechnische kunstwerken ook eigen kaders en ambities vastgelegd. De meest relevante beleids- en visiedocumenten ten aanzien van de openbare ruimte worden hieronder worden genoemd.
Omgevingsvisie Maastricht 2040
De Omgevingsvisie beschrijft hoe men wil dat Maastricht er in 2040 uitziet en hoe hieraan gewerkt moet worden om dat te bereiken. Maastricht wil een aantrekkelijke stad blijven voor zijn inwoners en gebruikers. Aan de ene kant door zijn rol in de (Eu)regionale economie te versterken. Aan de andere kant door de lokale kwaliteit van leven te verbeteren. Door nu al vooruit te kijken, houden we de stad aantrekkelijk. En maken we Maastricht klaar voor de toekomst. Goede verbindingen tussen bijvoorbeeld ontmoetingsplekken door middel van onder andere voldoende en veilig berijdbare fiets- en wandelpaden en goed openbaar vervoer maken hier onderdeel vanuit en zijn een belangrijk item hierin.
De gemeente Maastricht heeft in de omgevingsvisie 12 gebiedsprofielen gedefinieerd. Ieder gebiedsprofiel heeft een eigen identiteit waarop de openbare verlichting kan worden aangepast. Ook de technische kwaliteit kan per deelgebied ruimte bieden voor meer vrijheid of juist strakker gehandhaafd dienen te worden. Hier zal voor de openbare verlichting dan ook op ingedeeld en gestuurd worden. De 12 gebiedsprofielen zijn als volgt gedefinieerd:
1"Stadsrand (met of zonder dorpskernen)
a.Stadsranden
b.Dorpskernen
2Parkwijken
3Dorpen
4Stedelijk gebied
5Dynamische centra (bestaand en gewenst)"
6Levendige gebieden (bestaand en gewenst)"
7Levendige routes (bestaand en gewenst)"
8Ontmoetingsplekken (met en zonder detailhandel)"
9Stedelijke werklocaties
10Industrie-/ bedrijvenparken
11Mogelijke transitiegebieden
12Groen- en natuurgebieden
Coalitieakkoord 2022-2026
In haar akkoord op hoofdlijnen 2022-2026 zet de coalitie vooral in op Verbondenheid. Bij thema Wonen zet ze in op leefbare, groene en veilige wijken waarbij kwaliteit van wonen het uitgangspunt voor alle bewonersgroepen blijft. De huidige regelingen borgen de balans tussen een veranderende wijk en de leefbaarheid op dit moment nog onvoldoende. Goede bereikbaarheid en veilige wegen maken hier onderdeel van uit. Het gemeentebestuur heeft voor de meerjarenbegroting 2024 en verder een aantal belangrijke speerpunten benoemd.
✓ Burgerparticipatie;
✓ Gebiedsgericht werken;
✓ Veilige buurten;
✓ Vergroening;
✓ Ruimte om te ontmoeten.
Zowel bij de instandhouding, incidenteel- en grootonderhoud als rehabilitaties (vervangingen) hebben deze speerpunten raakvlakken.
Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte 2024-2028
Middels de Nota IBOR 2024-2028 is in november 2023 het strategische beleid (incl. de kwaliteitsniveaus) voor het onderhoud van de openbare ruimte vastgesteld. In de nota is de huidige kwaliteit van de openbare ruimte en daarmee ook de Openbare Verlichting op een rij gezet en hoe we deze kunnen behouden en waar nodig op peil brengen dan wel verbeteren.
De beoogde kwaliteit wordt hierbij in vier aspecten verdeeld:
✓ Veiligheid;
✓ Technische kwaliteit;
✓ Functionaliteit
✓ Beeldkwaliteit.
De focus de komende jaren op instandhouding, waarbij de aantoonbare constructieve veiligheid centraal staat. Een areaal civieltechnische kunstwerken van voldoende kwaliteit zal bijdragen aan de continue bereikbaarheid van de gemeente. Beeldkwaliteit is hierbij niet van toepassing.
Voor civieltechnische kunstwerken wordt al lang én in toenemende mate gewerkt volgens de principes van assetmanagement. Het onderhoud gebeurt op basis van een risico-gestuurde methodiek. Het onderhoudsniveau is in de leidraad technisch bepaald en via de zogenaamde RAMS-systematiek vertaald in de te hanteren niveaus van veiligheid, functioneren en duurzaamheid. Gekozen is voor het versoberd scenario (‘sober maar doelmatig onderhoud’) waarbij alleen schades worden aangepakt die een veiligheidsrisico vormen of een verhoogde kans op kapitaalvernietiging hebben. Anders gezegd, het verantwoord minimaliseren van risico’s.
Voor de civieltechnische kunstwerken zijn in de nota en het raadsvoorstel de onderstaande minimale eisen vastgesteld:
◼︎ We continueren het risico gestuurd beheren en onderhouden van onze civieltechnische kunstwerken conform het versoberd scenario.
◼︎ We gaan de differentiatie tussen objecten verder uitwerken.
◼︎ We gaan de onderhoudsbehoefte nog beter in beeld brengen.
◼︎ Voor de inspecties gaan we de keuze tussen de objecten die meer en minder intensief gemonitord moeten worden baseren op risico’s.
◼︎ Voor de constructieve veiligheid is de verzwaring van het verkeer een belangrijk aandachtspunt. Voor een deel van de objecten is dit inzichtelijk gemaakt en de komende periode gaan we hiermee verder.
◼︎ We gaan meer aandacht geven aan leuningen en hekwerken. Deze gaan we structureel inspecteren en via programmatisch onderhoud weer op niveau brengen.
◼︎ De vereiste installatieverantwoordelijkheid van de elektrische installaties is een belangrijk aandachtspunt. Die zal gemeente breed worden bezien en waar nodig nog beter en op een meer uniforme wijze worden geregeld.
Financiën 2025-2029
In de Nota IBOR is aangegeven welke financiële middelen nodig zijn om het areaal op een bepaald kwaliteitsniveau te brengen en te houden. Hoofdstuk 7 van dit plan beschrijft welke activiteiten we hier allemaal voor doen.
In de begroting is onderscheid gemaakt in:
◼︎ Exploitatiegelden: budget nodig voor dagelijks onderhoud aan het bestaande areaal. Binnen dit instandhoudingsbudget is een aparte post opgenomen voor het uitvoeren van onderhoud.
◼︎ Bestemmingsreserve budget dat nodig is voor groot onderhoud uit te kunnen voeren. Deze is reserve maakt onderdeel uit van het exploitatiebudget.
◼︎ Investeringen: budget nodig voor de vervangings- en duurzaamheidsopgave.
De Nota IBOR heeft een planperiode tot 2028. In 2028 zal de nota worden geactualiseerd voor de periode 2029-2033. Het beheerplan heeft een planperiode tot 2029. Dat betekent dat planjaar 2029 nog via de nota IBOR 2029-2033 vastgelegd moet worden. In dit beheerplan is voor 2029 daarom gerekend met continuering van het huidig financieel kader. Voor de periode 2025-2029 is het financieel kader in de onderstaande tabel weergegeven.
Exploitatie
2025
2026
2027
2028
2029
Onderhoud
1.512.494
1.512494
1.512494
1.512.494
1.512.494
Werkbudget
158.108
158108
158.108
158.108
158.108
Kapitaallasten
584.267
921157
1.354.098
1.587.642
1.587.642
Storting bestemmingsreserve CTK
949.767
877.675
870.989
823.633
823.633
Totaal
3.204.636
3.469.434
3.895.689
4.081.877
4.081.877
Investeringen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Krediet CTK
1.341.727
5.245.264
7.212.510
3.440.516
169.016
169.016
Burgerbegroting Maastricht
Bij de Burgerbegroting beslissen inwoners over de besteding van overheidsgeld. Sinds 2022 heeft de gemeente Maastricht een Burgerbegroting.
De definitie van een Burgerbegroting:
“Een Burgerbegroting is een georganiseerd proces waarin inwoners van een bepaald gebied (zoals een gemeente) samen bepalen welke onderwerpen en vraagstukken ze belangrijk vinden, waar ze in willen investeren, welke oplossingen en innovaties ze waardevol vinden, en welke eindkeuzes ze maken.”
Veel burgerinitiatieven vinden plaats in de fysieke buitenruimte en hebben daardoor directe gevolgen voor het beheer. Afhankelijk van het type project en de impact hiervan op de openbare ruimte kan dit van invloed zijn op de beheerkeuzes.
Wet- en regelgeving
Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte moet worden uitgevoerd binnen de geldende wet- en regelgeving.
De belangrijkste daarin is het Burgerlijk Wetboek en de daarin gestelde zorgplicht en risicoaansprakelijkheid. Voor wat betreft dit laatste is de trend zichtbaar aan het worden dat mede ten gevolge van de veranderde maatschappij steeds sneller en meer gebruikers een al dan of niet terechte claim indienen bij de beheerder.
In dit beheerplan worden de meest relevante wetten, regels en normen benoemd. Deze vormen de basis voor het beheer en onderhoud.
Algemeen
Gemeentewet
Verplichting tot het opstellen van jaarlijkse begroting en verantwoordingsstukken. Dit is nader beschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO)
Samenvoeging van vergunningen, ontheffingen en meldingen tot één vergunning: Omgevingsvergunning.
Europese aanbestedingswetgeving
Wetgeving die de regels en voorwaarden beschrijft voor het aanbesteden van werken of diensten conform de Europese regels.
ARW 2016
Wetgeving voor aanbestedingen van werken en diensten binnen Nederland.
Aansprakelijkheid
Burgerlijk wetboek
Verplichting tot een deugdelijk functionerende openbare ruimte, gezien vanuit de aansprakelijkheid.
Wegenwet 1930
Verplichting tot een deugdelijk functionerende openbare ruimte, gezien vanuit de veiligheid.
Archiefwet 1995
Verplichting tot het beheren en toegankelijk maken van overheidsarchieven.
Financieel
Besluit begroting en verantwoording (BBV)
BBV beschrijft de systematiek van activering en afschrijving voor investeringen:
Investeringen met een maatschappelijk nut dienen, evenals investeringen met een economisch nut, te worden geactiveerd en over de verwachte levensduur te worden afgeschreven. Daarmee wordt tevens bevorderd, dat de kosten van de investeringen ten laste komen van burgers en bedrijven, op het moment dat zij er nut van hebben.
Notitie Materiële Vaste Activa
In januari 2020 heeft de commissie BBV een nieuwe notitie Materiële vast activa gepubliceerd. Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante aspecten waar rekening mee moet worden gehouden als het gaat om het financieren van de diverse vormen van onderhoud. Daarbij wordt een relatie gelegd met de financiële verordening Maastricht 2018.
Veiligheid en milieu
Wet geluidhinder
Wetgeving inzake geluidsproductie van geluidsgevoelige locaties.
Arbowet
Wetgeving met als doel het voorkomen van ongevallen tijdens werkzaamheden.
Bouwbesluit
Wetgeving die regels voorschrijft aan veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu van een object op de omgeving.
Eurocodes
Normbladen die in relatie tot het bouwbesluit, voorschriften bevatten voor het borgen van de veiligheid van nieuwe en bestaande bouwconstructies.
Natuur en cultuur
Flora en fauna wet
Wetgeving ter bescherming van inheemse planten en diersoorten.
Monumentenwet
Wetgeving ter bescherming van objecten van historische waarde.
Normen en richtlijnen
NEN 1010
Dit is een richtlijn om te voldoen aan het Bouwbesluit. Ze beschrijft de veiligheidsrichtlijnen voor elektrische laagspanningsinstallaties. Deze norm geeft eisen voor ontwerp, installatie en inspectie om veiligheid te waarborgen
NEN 3140
Dit is een richtlijn om te voldoen aan de Arbowet. Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning", is de Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden nabij, aan of met elektrische objecten in het laagspanningsgebied.
CUR 117: Inspectie, advies, vervanging en renovatie civiele kunstwerken
Deze publicatie geeft een raamwerk voor inspectie en advies dat vooral voor opdrachtgevers helpt in het formuleren van de vraag die ze aan marktpartijen kunnen stellen. Marktpartijen kennen de aanbeveling ook, waardoor onderling begrip over doel van inspectie en advies helder is en de verwachtingen kunnen worden waargemaakt.
CUR 124: Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden
Deze aanbeveling is specifiek gericht op de beoordeling van de constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten die in het beheer en/of eigendom zijn van decentrale overheden en is bestemd voor zowel beheerders/eigenaars als constructeurs en technisch adviseurs.
Handboek Inspectie hout
Dit handboek vormt samen met de CROW-CUR Aanbeveling 117 en de overige Handboeken inspectie een onlosmakelijk geheel met een uniforme opbouw en bevat specifieke kennis over het inspecteren van constructies gemaakt van hout.
Handboek inspectie metselwerk
Idem maar dan gericht op van metselwerk.
4.2.2. Trends en ontwikkelingen
Internationale ontwikkelingen
Klimaatverandering:
Het weer wordt steeds extremer. Wateroverlast en droogte hebben direct invloed op de functie van de civieltechnische kunstwerken en kan leiden tot het bezwijken van kademuren,
Groeiende mobiliteit:
Het verkeer blijft nog steeds in aandeel groeien. Ook worden autoverkeer steeds zwaarder. Dit heeft tot gevolg dat veel bruggen minder lang zullen meegaan of verstevigd moeten worden.
Tekort aan materialen:
Bouwmaterialen worden steeds schaarser en duurder. Dit heeft tot gevolg dat levertijden langer worden en materiaalkosten blijven stijgen.
24-uurs economie:
Doordat we wereldwijd handel drijven moeten we ook 24 uur beschikbaar zijn. Transport vindt overdag en ’s nachts plaats om aan de vraag te kunnen voldoen.
Data is het nieuwe goud:
We maken steeds meer gebruik van digitale systemen om informatie over de openbare ruimte te borgen. Deze informatie is waardevol, maar vraagt ook om een zorgvuldig proces om deze informatie actueel betrouwbaar en compleet te hebben en te houden. De mogelijkheden volgens zich in rap tempo op, maar overheden kunnen dit nog niet bijbenen
Landelijke ontwikkelingen
Duurzaamheid en circulariteit
De circulariteit is momenteel een actueel onderwerp. Doel van de Rijksoverheid is “Nederland Circulair in 2050”. Dit betekent dat er geen afval meer wordt geproduceerd, alle grondstoffen blijven in de keten. Om dit te realiseren is er een ingrijpende omslag nodig. Dit vraagt inzet van alle ketenpartijen. Ook binnen de civiele technisch is men volop bezig met circulariteit. Het is een uitdaging om concreet invulling te geven aan dit thema. Er zijn veel manieren om te komen tot meer circulariteit.
Tekort aan personeel:
Het wordt steeds moeilijker om technisch gekwalificeerd personeel te vinden. En dat terwijl de vraag de laatste jaren alleen maar blijft groeien. We merken nu al dat aannemers niet meer inschrijven op uitvragen omdat ze het te druk hebben. Deze trend zal zonder ingrijpen zich, door het aantal pensioengerechtigde vakmensen en achterblijvende aanwas, versneld doorzetten.
Lokale ontwikkelingen
Kennis van het areaal verdwijnt:
Met de komst van het principe “De markt tenzij” is getracht om de rol van de Gemeente Maastricht te verleggen naar die van regievoerder. De markt was veel beter in staat het beheer en onderhoud van de gemeente uit te voeren. Met de komst van dit principe is door de jaren heen de kennis over het areaal verlegd naar de markt en versnipperd geraakt. Deze markt heeft geen baat bij het delen van deze areaalkennis en gebruikt dit voordeel bij aanbestedingen. Daarnaast kan de aannemer zelf keuzes maken. Hij zal in de meeste gevallen kiezen voor de meest winstgevende optie en niet de juiste.
Daarnaast gaan op korte termijn veel mensen met pensioen, de kennis en ervaring welke deze mensen hebben is lastig vast te leggen of over te dragen.
Inzicht in data stijgt:
De Gemeente Maastricht wil steeds meer een informatie gestuurde gemeente zijn. Alhoewel dit een traject een proces van jaren is, worden waar mogelijk binnen de beperkte middelen wel al stappen gezet.
5. Beheerstrategie
5.1. Versoberd scenario
5.1.1. Versoberd scenario samengevat
Het uitleggen van het versoberd scenario op basis van risico’s is een heel technisch verhaal. Alle andere producten in de openbare ruimte, zoals wegen en groen worden getoetst aan de hand van een kwaliteitsniveau. Voor civieltechnische kunstwerken is dat lastig te beschrijven en daarom is gekozen voor een kwalitatieve doelstelling:
“We houden het areaal veilig en voorkomen kapitaalvernietiging. Daar waar een positieve bijdrage nodig is op het gebied van aanzien, realiseren wij een basisniveau zonder extra inspanningen.”
5.1.2. Versoberd scenario inhoudelijk uitgelegd
Om het versoberd scenario inhoudelijk uit te kunnen leggen moet eerst uitleg worden gegeven over het beheersen van risico’s. Risico’s beheersen wil zeggen grip houden op de functies die een object moet leveren. Hierbij maken we gebruik van een algemeen geaccepteerd en internationaal erkende methodiek; functieaspecten. Deze worden ook wel RAMSSHE€P-aspecten genoemd en betreft een samenstelling van Engelstalige risico-aspecten. Hieronder volgt een toelichting
Betrouwbaarheid (Reliability)
De waarschijnlijkheid dat de vereiste functie wordt uitgevoerd onder gegeven omstandigheden gedurende een bepaald tijdsinterval. Betrouwbaarheid wordt weergegeven door de kans dat een auto met een reistijd van 1 uur zonder technische storing van A naar B kan rijden.
Beschikbaarheid (Availabiliy)
De waarschijnlijkheid dat de vereiste functie op een gegeven willekeurig moment kan worden uitgevoerd onder gegeven omstandigheden. Dit komt overeen met de fractie van de tijd dat de vereiste functie kan worden uitgevoerd onder gegeven omstandigheden. Een auto faalt gemiddeld éénmaal per jaar. Dit zegt iets over de betrouwbaarheid van de auto. Maar het zegt nog niets over de beschikbaarheid. Daarvoor is extra informatie nodig, namelijk de duur dat de auto door de storing niet gebruikt kan worden. Deze tijdsduur is een optelsom van verschillende deeltrajecten, zoals de tijd totdat de storing opgemerkt wordt en de tijd die nodig is om de auto te herstellen zodat deze weer gebruikt kan worden (beschikbaar is). De niet-beschikbaarheid neemt dus toe bij een toenemende hersteltijd.
Onderhoudbaarheid (Maintainability)
De waarschijnlijkheid dat de activiteiten voor onderhoud mogelijk zijn binnen de hiervoor vastgestelde tijden, onder gegeven omstandigheden om de vereiste functie te kunnen (blijven) uitvoeren. Een brug is ter verhoging van de onderhoudbaarheid voorzien van een inspectie- en verfwagen aan de onderzijde. Het aanbrengen van deze voorziening voorkomt dat voor het uitvoeren van bijvoorbeeld conserveringswerkzaamheden een deel van de brug moet worden afgesloten.
Veiligheid (Safety)
Het vrij zijn van onaanvaardbare risico’s in termen van letselschade aan mensen. Een brug is voorzien van een leuning om de kans dat voetgangers van de brug kunnen vallen tot een minimum te beperken. Indien er geen leuning staat of de leuning is zodanig beschadigd dat deze instabiel is, bestaat er een verhoogd tot onacceptabel risico op letsel.
Beveiliging (Security)
De veiligheid van een systeem met betrekking tot vandalisme en onredelijk menselijk gedrag. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld het bewust omtrekken of duwen van een leuning, het bedienen van een sluis door iemand anders dan de sluiswachter, kortom het ‘hufterproof’ zijn van onderdelen van een kunstwerk.
Gezondheid (Health)
Welzijn in lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk opzicht. Het aspect gezondheid komt grotendeels overeen met het begrip Arbo-veiligheid. Het gaat hier vooral om het binnen de wettelijke kaders voor gezond werken.
Omgeving en milieu (Enviroment)
Hier gaat het om de fysieke omgeving. Dit aspect is vooral van toepassing bij nieuwbouw en vervanging; welke impact heeft het project op de omgeving. Denk hierbij aan geluidsoverlast, verontreiniging, verstoring van de flora en fauna.
Economie (Economics)
Het verband tussen kosten en waarde. Het periodiek vervangen van een distributieriem waarborgt dat de kans dat de auto niet meer kan rijden en hoge herstelkosten heeft minimaal is. De kosten voor het vervangen zijn beduidend lager dan het vervangen van de motor bij falen. De kosten voor het periodiek vervangen van de distributieriem moet echter worden afgewogen tegen de restwaarde van de auto en de aanschafwaarde van een nieuwe auto. Er kan een moment komen dat het kostentechnisch niet meer interessant is om de riem nog te vervangen omdat de motor haar einde aan het bereiken is.
Politiek (Politics)
Politiek-bestuurlijke en maatschappelijke aspecten. Niet alle besluitvorming is een resultante van rationele keuzes. Een brug kan worden vervangen omdat voorbeeld het gebied een nieuwe kwaliteit impuls moet krijgen. De brug zelf is echter nog niet rijp voor de sloop.
Versoberd scenario uitgelegd op basis van risico’s
Alle risicoaspecten optimaal willen beheersen is een onbetaalbare optie. Dat hoeft ook niet. We kijken naar de waarde die het object moet leveren om de gemeentelijke doelen te behalen. Op het hoogste niveau gaat het om de doelen uit de omgevingsvisie: een aantrekkelijke, bereikbare en leefbare stad.
Deze doelen zijn afgezet tegen de risicoaspecten met de naam “versoberd scenario”.
Bij het versoberd scenario wordt gestuurd op het beheersen van risico’s die vooral te maken hebben met het functioneel en veilig houden van de objecten. Deels wordt aan de eisen onderhoudsbaarheid (M) en economie (€) voldaan. Dit betekent dat de focus niet ligt bij omgeving & milieu en politiek. Alleen de maatregelen met een risiconiveau “verhoogd” of hoger worden uitgevoerd. Dit betekent dat de kunstwerken veilig blijven en dat kapitaalvernietiging wordt voorkomen (ingrijpen op het meest efficiënte moment). Qua aanzien en verzorging wordt het allemaal wat soberder maar nog niet slordig en verpauperd.
De bereikbaarheid wordt geborgd, net als bij het optimale scenario. In beginsel zal dit ook het geval zijn bij het minimale scenario. Echter risico’s kunnen in de loop der jaren wijzigen. Zo kan er eerst een risico zijn dat te maken heeft met onderhoudskosten ten opzichte van vervangingskosten. Indien wordt besloten om niets te doen, kan een nieuw risico ontstaan dat betrekking heeft op de veiligheid. Een leuning kan bijvoorbeeld niet worden geschilderd uit kostenoverweging. Op de lange termijn zal de leuning gaan roesten en ontstaat er een probleem ten aanzien van de stabiliteit van de leuning.
Het uitvoeren van onderhoud kost naast geld ook energie en veroorzaakt een bepaalde mate van vervuiling. Denk aan het verven van een leuning. In het versoberd scenario is gezocht naar het optimale moment van het uitvoeren van onderhoudsmaatregelen. Hierdoor zal minimale verspilling ontstaan van materiaal, energie en geld.
5.2. Thema’s en keuzes
5.2.1. Areaal op orde
Voor wat betreft de bruggen en viaducten hebben we het areaal al goed in beeld. We missen echter vaak informatie over de bouw van het object en weten niet welke onderhoud in de loopt der jaren is uitgevoerd.
Het aandeel trappen en muurtjes hebben we minder in beeld.
Om de informatie beter in beeld te krijgen gaan we de markt actief betrekken bij het op orde brengen van onze informatie. We gaan de komende periode bijzonder aandacht besteden aan het proces en de kwaliteit van het opleveren van het werk en het overdragen van de juisten objectinformatie.
5.2.2. Financiën op orde
De komende periode staat vooral in het teken het verder nog beter in beeld brengen van de onderhoudsbehoefte op een meer gedetailleerd niveau en gezien vanuit een meerjarenplanning. Per object of een cluster van objecttypes (bijvoorbeeld trappen) hebben we een Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) op te stellen. Rond 2028 hebben we voor de actualisatie van de Nota IBOR een totaalbeeld van de onderhoudsbehoefte van het areaal tot 2035. Voor een aantal grote objecten hebben we dit al. Een voorbeeld daarvan is de Marktmaastunnel en Hoeg Brögk.
Bij de vaststelling van de nota IBOR is voor het product civieltechnische kunstwerken aangegeven dat nog niet de gehele onderhoudsbehoefte in beeld is dat deze wel de komende jaren in verder in beeld wordt gebracht. We hebben voor de beheerperiode 2025-2029 een vrij compleet beeld van de onderhoudsopgave. Dit leidt niet tot een extra financiële claim. Wel moet binnen het budgettair kader een herverdeling plaatsvinden van budgetten. Omdat we binnen het budgettair kader blijven, wordt volstaan met een voorstel tot bijstelling in de eerste Berap van 2025 welke door de Raad middels de Berap wordt bekrachtigd.
5.2.3. Veiligheid voor alles
In de afgelopen periode hebben we via het programma “Constructieve Veiligheid” een groot deel constructief beschouwd. De uitkomsten zijn positief. Er zijn geen bruggen met een constructief probleem. Wel zijn nog niet alle bruggen en alle kritieke elementen beschouwd. Het programma “Constructieve Veiligheid” zetten we de komende periode door.
Voor wat betreft inspectie en onderhoud zien we dat de huidige methodiek niet altijd voldoende is om constructieve schades tijdig waar te nemen. Deze schades bevinden zich namelijk vaak op die plekken waar je net niet bij kunt komen of die verscholen zitten achter rubbers en platen. De komende periode staat in het teken van meer gedetailleerd inspecteren van “gevoelige” locaties en op basis van risico’s “verdachte” elementen van een brug.
5.2.4. Voldoen aan normen
Een belangrijke beheertaak is het regelen van de installatieverantwoordelijkheid. Dit moet voor alle installaties binnen de gemeente geregeld zijn. De volgende objecten bevatten een technische installatie:
–Marktmaastunnel
–Liften Hoeg Brögk
–Severentunnel (Corporaal Petri Crijns)
–Antieke sluizen (Sluis 19 en 20)
–Antieke ophaalbrug sluis 19
De hoogst verantwoordelijke binnen de organisatie is eigenaar van de installatie. Volgens de Arbowet is de eigenaar verantwoordelijk voor de elektrische veiligheid van de installatie en hoe hiermee om gegaan wordt. Omdat de hoogst verantwoordelijke zelden tot nooit elektrotechnische kennis heeft, wordt hier iemand voor aangewezen. Hoe hieraan voldoen kan worden, helpt NEN3140 bij. De NEN3140 vertelt wat je moet doen, niet hoe. Aan de Arbowet voldoen is een wettelijke verplichting en NEN3140 is een hulpmiddel.
De gemeente Maastricht zal een Installatieverantwoordelijke moeten aanwijzen. Dit kan iemand zijn uit de eigen organisatie maar kan ook extern worden aangesteld. In beide gevallen moet de installatieverantwoordelijke schriftelijk aangewezen worden door of namens de hoogste verantwoordelijke in de organisatie voor de naleving van de arbeidsomstandighedenwet. Met het aanwijzen van deze installatieverantwoordelijke begint het gehele proces van toetsen, verbeteren, borgen en daarmee voldoen aan de wettelijke zorgplicht. Op dit moment is enkel de installatieverantwoordelijkheid voor de Marktmaastunnel geregeld. Aan de andere objecten wordt de komende periode aan een installatieverantwoordelijke toegewezen.
De komende periode wordt een handboek opgesteld waarin de handelingen en processen beschreven staan. En naleving wordt geborgd. Eventuele verbeteringen en financiële gevolgen worden (indien acceptabel) bij de actualisatie van de nota IBOR meegenomen.
5.2.5. Inkoop op orde
Het product civieltechnische kunstwerken is een van de meest diverse en daarmee het meest complexe product in de openbare ruimte. We hebben te maken met diverse soorten objecten; diverse soorten gebruik en belang. Het plegen van onderhoud aan de Martkmaastunnel is iets heel anders dan het onderhouden van de kademuren langs de binnenstedelijke Jeker. Deze diversiteit maakt dat dit product ook de meeste onderhoudscontracten kent. De afgelopen periode is de inkoop op orde gebracht door al de werken en diensten weg te zetten bij dienstverleners, aannemers en specialistische bureaus.
5.2.6. Programmamatig en integraal beheer
De gekozen inkoopstrategie is nodig om kwalitatief hoogwaardig werk te krijgen binnen acceptabele prijzen. Dat vergt voor het beheerteamteam ook extra inspanning om de werken programmatig uit te kunnen laten voeren. Momenteel werken we met een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) per object die we de komende jaren verder ontwikkelen en completeren. Middels de beheertafel en integrale ontwikkeltafel zorgen we ervoor dat integraal afstemming plaatsvindt met andere disciplines en taakvelden. Middels het projectenoverzicht wordt de integraliteit waar nodig geduid en vastgelegd.
5.2.7. Duurzaam waar mogelijk
Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in de gehele levenscyclus (aanleg, onderhoud en vervanging). In toenemende mate worden duurzame materialen en technieken toegepast of wordt hiermee geëxperimenteerd. Een bewezen alternatief is bijvoorbeeld het toepassen van glasvezelversterkte kunststoffen in plaats van beton of staal. Qua materiaalgebruik is het doel om zoveel mogelijk vrijkomende materialen te hergebruiken (circulariteit). Op dit moment is er een bruggenbank waar je tweedehands producten kunt kopen die vooraf getest zijn op sterkte en restlevensduur.
Voor wat betreft de diensten zal in de aanbesteding op basis van BPKV worden beoordeeld op het werken met zo min mogelijk CO2-uitstoot. Dit kan worden gedaan op de inzet van materieel die weinig uitstoot veroorzaakt, maar ook het efficiënt werken. Bedrijven zullen zich moeten houden aan de regels voor de stadslogistiek. Zero-emissie stadslogistiek treedt in Maastricht op 1 januari 2025 in werking. Diverse vracht- en bestelauto’s moeten dan emissievrij zijn. Vanaf 1 januari 2030 moeten álle vracht- en bestelauto’s emissievrij zijn. Om de overstap voor ondernemers te vergemakkelijken, is er een overgangsregeling. Die is landelijk vastgesteld.
5.2.8. Uniformiteit in beheer
Alle acties en maatregelen die uitgevoerd worden om de doelstellingen te kunnen halen, moeten wel eenduidig worden uitgevoerd, herleidbaar en controleerbaar zijn. Er wordt hiertoe een handboek Civieltechnische Kunstwerken als ook een handboek BEI (Bedrijfsvoering Elektrotechnische installaties) opgesteld in de periode 2025-2026.
6. Areaal en kwaliteit
6.1. Areaal
6.1.1. Kunstwerksoort
Het areaal civiele kunstwerken van de gemeente Maastricht wordt in sterke mate beïnvloed door de hoofdverkeersaders (de singels), spoorlijnen en de Maas met aansluitende wateren. Verder kent de gemeente Maastricht hoogteverschillen waardoor een groot deel van het areaal bestaat uit trappartijen en keermuren.
In totaal zijn er circa 600 civiele kunstwerken binnen de grenzen van de gemeente Maastricht gelegen. Van deze kunstwerken zijn er circa 500 in eigendom en beheer bij de gemeente. Ze zijn als volgt onderverdeeld:
Binnen de gemeentegrenzen zijn civiele kunstwerken aanwezig die niet of gedeeltelijk eigendom zijn van de gemeente Maastricht. Voorbeelden zijn spoorbrug station Maastricht Noord van ProRail en de Sint Servaas brug. Van de Sint Servaasbrug is het vaste deel eigendom van de gemeente Maastricht en het beweegbare gedeelte eigendom van Rijkswaterstaat. Bijzonder bij het gedeelde eigendom zijn delen van de kerende constructies langs de Jeker die particulier eigendom zijn. Hiervan wordt onderste meter van de muur beheerd door de gemeente Maastricht.
Nadere toelichting
◼︎ De meeste bruggen zijn vaste bruggen die wateren zoals de Maas, de Jeker en het Bassin kruisen. Van deze bruggen kruisen 5 bruggen de Maas. Deze bruggen hebben een grote overspanning en een grote economische waarde. Deze economische waarde komt voort door de verbinding tussen het centrum met de hoofdinfrastructuur van provinciale- en rijkswegen.
◼︎ In de afgelopen jaren is er een toename geweest van het areaal. Onder andere zijn er 5 bruggen en viaducten in het Noorderbrugtracé en 50 trappen, lage keermuren en schanskorven aan het areaal toegevoegd.
◼︎ De komende jaren wordt verder gewerkt aan het in beeld brengen van het areaal. Vooral kleinere objecten (trappen en lage keermuurtjes in woonwijken) zijn nog niet volledig in beeld. Met het uniform coderen van objecten moet het ook eenvoudiger worden om het areaal in beeld te krijgen.
◼︎ Objecten van derden worden eveneens opgenomen in het beheersysteem en voorzien van een codering. In het geval van meldingen en/of calamiteiten kan snel worden geschakeld met de betrokken eigenaar.
6.1.2. Soorten materialen
Het areaal civiele kunstwerken van de gemeente Maastricht is eveneens op te delen naar de gebruikte materialen om het kunstwerk te realiseren. Vanuit het oogpunt van beheer is, gezien de onderhoudsbehoefte van materialen, dit belangrijke informatie. De areaalinformatie is, voornamelijk, voor de kleinere objecten nog niet geheel op orde, maar de tabel geeft een goed indicatie van de gebruikte materialen.
Nadere toelichting
◼︎ Veel trappen bestaan uit beton of natuursteen bestratingsmateriaal. Deze materialen hebben over het algemeen een lange levensduur. Reparatie van trappen bestaat in veel gevallen uit het opnieuw aanbrengen van de bestaande materialen.
◼︎ Vanuit levensduur kan worden gesteld dat houten constructies een beduidend kortere levensduur hebben als betonnen constructies. Ook zijn houten constructies over het algemeen slecht te repareren. Uit oogpunt van circulariteit scoort hout, omdat het hernieuwbaar is, weer beter.
◼︎ Stalen constructies hebben, in vergelijking met betonnen constructies, een vergelijkbare ontwerplevensduur. Wel vragen stalen constructies meer onderhoud (specifiek conserveren) om deze levensduur te behalen. Aan het einde van de levensduur zijn stalen onderdelen, mits goed onderhouden, nog direct her te gebruiken. Voor de huidige betonnen constructies is dit vrijwel onmogelijk.
6.1.3. Leeftijdsopbouw
Van het areaal is een opsplitsing gemaakt het bouwjaar van het areaal. In onderstaande tabel is dit weergegeven. Uit oogpunt van beheer vragen oudere objecten over het algemeen meer onderhoudswerk.
Nadere toelichting
◼︎ Ongeveer 15% van het areaal heeft een bouwjaar tot en met 1900. Het betreft hier voornamelijk de monumentale constructies in het historisch centrum waarvan van een groot deel het exacte bouwjaar niet bekend is. Dit zijn de kerende constructies, bruggen en overkluizingen van de Jeker.
◼︎ Vanaf de jaren 1960 / 1970 is, met de uitbreiding van de gemeente Maastricht, de uitbreiding van het areaal gestart.
◼︎ Uit de periode na 1970 stamt ook het grootste gedeelte van de trappen.
Als de theoretische levensduur van objecten in ogenschouw wordt genomen (80 jaar) en dit afzetten tegen de leeftijdsopbouw van het areaal betekent dit dat de objecten tot en met 1945 alle het einde van de technische levensduur hebben bereikt of deze zelfs ruim hebben overschreden (objecten tot en met 1900). De objecten uit de wederopbouw jaren naderen het einde van hun technische levensduur.De praktijk leert dat in veel gevallen deze oude objecten dusdanig robuust zijn ontworpen en uitgevoerd dat de risico’s beperkt zijn op basis van rekenkundige aantoning en vervanging niet noodzakelijk (uitzonderingen daargelaten) is mits tijdig en regelmatig onderhoud wordt uitgevoerd. In de jaren 70 en 80 was het nauwkeurig rekenen in opkomst. Deze objecten hebben dan ook vaak minder restcapaciteit. De aangehouden ontwerpbelastingen in deze periode wijken ook af van de huidige belastingen. In de praktijk blijkt dat deze objecten de grootste onderhoudsbehoefte hebben.
6.1.4. Areaalontwikkeling
Zoals uit de voorgaande paragrafen blijkt is het areaal constant in ontwikkeling met betrekking tot aantallen. Deze ontwikkeling spitst zich voornamelijk toe op de trappen en lage keermuurtjes. Ook in de komende periode zal deze ontwikkeling zich naar verwachting verder doorzetten.
Daarnaast is er onvoldoende inzicht in het aantal te onderhouden trappen en muurtjes die er al jaren staan. Deze inhaalslag moet de komende beheerperiode worden gerealiseerd met als doel te komen totaal een actueel totaalbeeld en dit totaalbeeld ook te behouden.
6.1.5. Herbouwwaarde
Herbouwwaarde van het areaal wordt vastgesteld op basis van een kengetal per eenheid, voor bruggen wordt bijvoorbeeld een kengetal per m2 oppervlakte gebruikt. In deze kengetallen wordt geen rekening gehouden met architectonische en/of monumentale waarde van het object. Er moet dus vanuit worden gegaan dat de daadwerkelijke herbouwwaarde van het areaal vele malen hoger ligt. Om bijvoorbeeld ter vervanging van de St. Servaasbrug of Hoeg Brögk te rekenen met een ‘gewone brug met gelijke oppervlakte zijn deze kengetallen te gebruiken om een indicatie te geven. Om soortgelijke bruggen terug te bouwen zullen de kosten vele malen hoger liggen. Op basis van kengetallen wordt er op dit moment vanuit gegaan dat de herbouwwaarde van het areaal rond de €300.000.000 ligt.
6.2. Kwaliteit
6.2.1. Conditiescore
Bij het uitvoeren van de periodieke toestandsinspectie (elke 3 tot 5 jaar) van de grotere objecten wordt een conditiescore voor onderdelen het object vastgesteld. Op basis van een doorloop van de rapportage kan indicatief iets worden gezegd over de conditiescore van het object. Voor de trappen en lage keermuren wordt geen conditiescore vastgelegd.
De conditiescore geeft een globale indicatie van de kwaliteit, vergelijkbaar met een visuele inspectie van wegen. Bij civieltechnische kunstwerken is het een stuk lastiger om alle onderdelen binnen handbereik te kunnen inspecteren als ook visueel te kunnen beoordelen. Denk bijvoorbeeld aan het inspecteren van pijlers in het midden van de Maas.
In 2025 wordt een nieuwe overeenkomst aanbesteed voor het uitvoeren van conditiemetingen. Met deze overeenkomst en verdere verbeteringen in het assetmanagement wordt het zicht op de conditiescore en de onderhoudstoestand van het areaal verder verbeterd.
Op basis van de conditiescore zoals we dit nu meten kan worden gesteld dat het areaal er voldoende bijligt. Er zijn aandachtspunten om op te lossen, maar verreweg de meeste objecten scoren goed. Hiermee is de gebruiksveiligheid van de objecten geborgd.
6.2.2. Risicoscore
Geconstateerde gebreken uit de inspectie worden binnen het vastgestelde versoberd scenario geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat:
◼︎ De meeste gebreken te maken hebben met de economische (rest)waarde)
◼︎ Er nauwelijks tot geen risico’s zijn met een politiek risico
◼︎ Er wel risico’s zijn met betrekking tot veiligheid die aandacht vereisen.
Op dit moment zijn er zijn drie objecten die ‘slecht’ scoren op het risico veiligheid:
1Een vissteiger bij de Geusseltvijver; deze is veiliggesteld. Aan afdeling Ruimte is gevraagd te achterhalen of deze steiger nog nodig is.
2De brug aan de Oude Smeermaeserweg. Deze brug ligt in het buitengebied, maar wordt niet meer gebruikt. Deze brug wordt verwijderd.
3De Jekervoetbrug in het stadspark. Deze brug heeft haar einde levensduur bereikt en wordt in 2025 vervangen voor een nieuwe.
6.2.3. Kwaliteitsontwikkeling
In de afgelopen beheer periode is de kwaliteitsontwikkeling van het areaal achtergebleven bij de verwachting. Door de Corona heeft het opstellen en aanbesteden van de contracten ten behoeve van het onderhoud van het areaal vertraging opgelopen.
In 2022 is een inhaalslag gemaakt bij de kleinere objecten. In 2023 is een contract gestart om de onderhoudstoestand van de overige objecten te verbeteren. Er wordt in de komende beheer periode een kwaliteitsontwikkeling verwacht van het areaal. Bij het uitvoeren van werkzaamheden worden bewuste keuzes gemaakt voor kwalitatief hoogwaardige oplossingen die gelijktijdig een vermindering van de onderhoudsbehoefte met zich meebrengen.
De kwaliteit van de monumentale kademuren langs de Jeker is als gevolg van de al uitgevoerde en nog uit te voeren werkzaamheden al aanzienlijk verbeterd.
7. Onderhoudsstrategie
7.1. Onderhoudsconcept
7.1.1. Risico gestuurd:
Het gaat bij risico gestuurd onderhoud om de balans tussen prestaties, risico’s en kosten
–Prestaties: Wat is de functie van het object, wat moet het kunnen?
–Risico’s: Wat heeft invloed op het niet kunnen vervullen van deze functie en hoe erg is dat?
–Kosten: Wat kost het om risico’s te beheersen of te voorkomen?
–Balans: Wat is acceptabel; nul risico bestaat niet
Hieruit volgt het onderhoud dat past bij het versoberd scenario:
–Onderhoud nodig om het object haar functie te kunnen vervullen
–Onderhoud nodig om het object veilig haar functie te laten vervullen
–Onderhoud nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen
7.1.2. Gedifferentieerd:
Bij onderhoud maken we onderscheidt in de diverse kunstwerksoorten. Het onderhoud aan trappen is eenvoudiger dan het onderhoud aan de Martkmaastunnel. We kopen de onderhoudsdiensten dan ook zodanig in dat het onderhoud, de onderhoudsaannemer, en het type contract past bij de opgave. We maken onderscheidt in vier hoofdgroepen
1.Bijzondere objecten:
Monumentale bruggen en kades
De monumentale bruggen en kades in het centrum van de stad dragen bij aan de uitstraling van de gemeente Maastricht. Dit vraagt voor het beheer om ook te sturen op de ruimtelijke kwaliteit.
Stroomvoorziening Vrijthof
De stroomvoorziening heeft een economisch doel, namelijk het leveren van stroom voor evenementen welke inkomsten genereren en goed zijn voor het imago en aantrekkelijkheid van de stad. De stroomvoorziening is echter een gevoelig object en dient periodiek te worden geïnspecteerd preventief onderhoud is nodig om uitval of gevaarlijke situaties te voorkomen. Vandaar dat voor het beheer en onderhoud een langjarig contract is afgesloten.
Markt-Maastunnel
Voor de Markt Maastunnel met bijbehorende installaties geld eveneens dat dit object een belangrijke functie vervuld waarbij langdurig uitval leidt tot economische schade (niet bereikbaar zijn van de parkeergarage, de bevoorrading en de doorstroom in het stadscentrum). Het beheer en onderhoud is in 2024 aanbesteed voor 15 jaar, waarbij het totale pakket aan activiteiten met als doel het operationeel houden van de tunnel bij één partij ligt. De tunnelbediening maakt onderdeel van onze eigen meldkamer en is verantwoordelijk voor het operationeel houden van de tunnel.
HoegBrögk
Dit uniek ontwerp is beeldbepalend, maar ook onderhoudsintensief. Liften in de openbare ruimte zijn vele malen gevoelig voor storingen dan liften in gebouwen. Ook worden ze niet gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn en vandalismegevoelig vanwege het openlijke karakter. De brug zelf is door zijn ontwerp en beperkte belastbaarheid bijzonder moeilijk te onderhouden. De komende periode worden zowel de liften als de brug zelf volledig onder handen genomen.
Antieke sluizen
De antieke sluizen worden nog met de hand bediend. Dit gebeurt deels elektrisch aangedreven en deels nog traditioneel met spindels. Hun authentieke karakter als ook gevoeligheid voor storingen vragen om specialistisch onderhoud met specifiek vakmanschap. Voor deze sluizen is net als bij de andere bijzondere objecten om een meerjarig contract af te sluiten, dat momenteel nog minimaal twee jaar loopt.
2.Trappen en lage (keer)muurtjes
Onderhoud aan deze objecten wordt uitgevoerd op basis van bij de veiligheidsschouw vastgestelde gebreken.
Een groot deel van de trappen in het areaal bestaat uit bestratingsmaterialen. Voornemen is om voor onderhoud van dit areaal samen te werken met wegbeheer en het straatwerk bij een partij onder te brengen die onderhoud aan straatwerk verzorgd. De trappen in beton, metselwerk en natuursteen worden ondergebracht in een overeenkomst met een deskundig (restauratie) aannemer. Een deel van deze objecten zijn monumentaal waardoor een verdergaande expertise voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden benodigd is.
3.Leuningen en hekwerken
Voor het conserveren van leuningen en hekwerken wordt jaarlijks een onderhoudsprogramma opgesteld op basis van een uitgevoerde schouw. Uitgangspunt is dat door tijdig onderhoud van de conservering de levensduur van stalen leuningen wordt verlengd.
4.Overige objecten
De overige objecten bestaan voornamelijk uit bruggen, viaducten en kademuren. Voor het klein en groot onderhoud aan deze objecten zijn op dit moment twee contracten beschikbaar. Voornemen is om deze contracten in een enigszins aangepaste vorm weer aan te besteden na afloop van de huidige contracten. Het verschil tussen deze beide contracten is dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de monumentale constructies en de jongere objecten. Het aan te besteden onderhoud bestaat voornamelijk uit het klein- en dagelijks onderhoud voortkomend uit schouw en meldingen uit het publiek.
7.1.3. Procesgericht:
We werken zo gestructureerd mogelijk en maken daarbij gebruik van procesbeschrijvingen en hulpmiddelen om ons werk zo efficiënt en effectief mogelijk uit te kunnen voeren. Het procesgericht werken is nog onvoldoende uitgewerkt en ingeregeld. Dit vormt dan ook een belangrijk ontwikkelpunt, waarbij gebruik gemaakt wordt van de principes van assetmanagement. In de aanbesteding welke in 2025 plaatsvindt wordt de aannemer uitgedaagd om samen met de Gemeente Maastricht het procesgerichte onderhoud vorm te geven. Binnen het onderhoudscontract wordt areaalbeheer ook als een proces kwalitatief uitgevraagd. Dat betekent dat de aannemer aangeeft op welke wijze hij borgt dat het areaal binnen 3 jaar na gunning actueel, betrouwbaar en compleet is. Welk proces hij daarvoor inricht is van essentieel belang.
7.3. Monitoren onderhoud
7.3.1. Exploitatie, bestemmingsreserve en investeringen
Monitoren risico-ontwikkeling
Door het uitvoeren van onderhoud zou de kwaliteit moeten aansluiten op het versoberd scenario. Maar we maken bewuste keuzes door bepaald onderhoud uit te stellen en daarmee in beperkte mate risico’s te aanvaarden. Ook dat monitoren we. Blijft het risiconiveau hetzelfde of gaat deze zodanig achteruit dat we moeten ingrijpen? Dit hebben we nog onvoldoende gedaan en gaan de komende periode verder door ontwikkelen.
Monitoren technische kwaliteit
Het monitoren van de technische kwaliteit blijven we doen zoals we dat voorheen ook hebben gedaan. Dat is voor de meeste objecten in de basis voldoende. De manier waarop gaat echter veranderen en is al aan bod gekomen in hoofdstuk 5 van dit document.
Monitoren voortgang renovaties en vervangingen (V&R opgave)
Ten aanzien van de V&R opgave is belangrijk dat deze nogal een impact heeft op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de stad. Daar zal extra aandacht voor zijn. Belangrijk is dat tijdens de werkzaamheden de vaart erin blijft. Dat houdt in dat dagelijks contact met uitvoerende partijen nodig is om grip te houden op de uitvoering en het beperken van overlast en vertraging.
Monitoren contract
We gaan de naleving op de eisen uit het contract meer controleren. Gebleken is dat werken conform het principe “de markt tenzij” op het gebied van beheer en onderhoud niet werkt. Om hier invulling aan te kunnen geven gaan we werken met een contractbeheersplan.
7.3.2. Opleveren en overdracht
Een essentieel onderdeel van instandhouding is naast voorbereiden en uitvoeren van onderhoud en vervangingen, het opleveren van het geleverde werk en de overdracht van informatie. Dit proces is nieuw en nog onvoldoende uitgewerkt en ingeregeld. Om hier snel stappen in te zetten wordt deze opgave als kwalitatieve vraag meegenomen in de nieuwe contracten. Bij een aantal bestaande contracten is dit al gedaan.