Aanhef
Inhoud
Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeente Maassluis. Dit programma biedt een overzicht van de geplande activiteiten, gebaseerd op rekenbladen en een tekstuele toelichting, waarin de taken zijn uitgewerkt en vertaald naar de benodigde capaciteit. Deze benodigde capaciteit is vergeleken met de beschikbare capaciteit, waarbij de benodigde middelen, zoals opgenomen in de gemeentelijke begroting, zijn gekoppeld aan de verwachte en geraamde activiteiten.
Doel en wijze van totstandkoming uitvoeringsprogramma VTH
Het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (UP VTH) van de gemeente Maassluis is een verplicht instrument op grond van de Omgevingswet en sluit aan bij de Landelijke Kwaliteitscriteria VTH 3.0. Deze kwaliteitscriteria, die sinds 1 juli 2019 van kracht zijn, beogen de professionalisering en kwaliteitsborging van VTH-taken bij gemeenten en provincies. Ze vormen het kader voor een transparante, uniforme en risicogerichte uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Het UP VTH omvat zowel reguliere, wettelijk verplichte taken als specifieke, lokaal relevante thema’s en projecten. De prioritering binnen het programma is gebaseerd op een risicoanalyse, waarin per taakveld risico’s worden gewogen op aspecten als veiligheid, gezondheid, leefomgeving en bestuurlijk imago. Deze analyse maakt het mogelijk om schaarse capaciteit effectief in te zetten op taken met het hoogste maatschappelijk belang.
Het Uitvoeringsprogramma heeft drie hoofddoelstellingen:
•Het leggen van een duidelijke verbinding tussen prioriteiten, risico’s en beleidsdoelstellingen;
•Het bieden van overzicht in de concrete activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;
•Het vertalen van deze activiteiten in een uitvoerbare werkplanning voor alle betrokken afdelingen en externe partners.
Het VTH-beleid 2022 van de gemeente Maassluis vormt de strategische en inhoudelijke basis onder dit uitvoeringsprogramma. Dit beleid biedt richting aan de wijze waarop wordt omgegaan met toetsdiepte, toezichtfrequentie, juridische interventies en de inzet van beschikbare middelen. Ook anticipeert het beleid op belangrijke externe ontwikkelingen, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de gefaseerde invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze ontwikkelingen vragen om een integrale en vernieuwde benadering van de fysieke leefomgeving.
Naast het versterken van kwaliteit en effectiviteit, streeft de gemeente Maassluis ook naar een dienstverlenende, oplossingsgerichte werkwijze. Waar mogelijk wordt ingezet op het beëindigen van overtredingen in de informele fase – via communicatie, advies of overleg – zonder direct over te gaan tot formele handhaving. Als de overtreding niet op korte termijn wordt beëindigd via overleg, zal de gemeente direct overgaan tot handhavend optreden. Deze benadering versterkt het vertrouwen tussen gemeente en inwoners.
Omgevingswet:
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Dit markeerde een belangrijke mijlpaal in het Nederlandse omgevingsrecht, waarbij 26 wetten en tal van regels en voorschriften over de fysieke leefomgeving zijn gebundeld in één wet.
Net als andere gemeenten heeft gemeente Maassluis zich voorbereid op de implementatie van de Omgevingswet. Gemeenten hebben hun processen aangepast en medewerkers zijn opgeleid om conform de nieuwe wet te kunnen werken.
Een belangrijk aspect van de Omgevingswet is de ontwikkeling van het omgevingsplan. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om hun omgevingsplan volledig uit te werken en in overeenstemming te brengen met de nieuwe wet. De komende jaren zullen worden gebruikt om het omgevingsplan verder uit te werken, waarbij ook medewerkers van VTH betrokken zullen zijn bij dit ontwikkelingsproces.
De implementatie van de Omgevingswet is een geleidelijk proces is. Hoewel de wet nu van kracht is zal gemeente Maassluis de komende jaren blijven werken aan de volledige integratie van de wet in hun beleid en processen.
Wet Kwaliteitsborging:
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) introduceert een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor bouwwerken. Deze wet is gelijktijdig met de Omgevingswet in werking getreden op 1 januari 2024.
Gevolgklasse 1
Onder de Wkb verandert de procedure voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Dit zijn over het algemeen eenvoudigere bouwwerken, zoals grondgebonden woningen en kleine bedrijfspanden. Voor deze categorie geldt:
1Geen preventieve toets: De gemeente voert tijdens de vergunningsfase geen technische toets meer uit conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit;
2Meldingsplicht: In plaats van een vergunningplicht komt er een meldingsplicht voor deze bouwwerken vanuit de initiatiefnemers;
3Kwaliteitsborging door de markt: De technische toetsing en controle aan de hand van het Bbl wordt uitgevoerd door onafhankelijke, private, gecertificeerde kwaliteitsborgers.
4Instrument voor kwaliteitsborging: Het bouwen wordt onderworpen aan een instrument van kwaliteitsborging, zoals vastgelegd in artikel 7ab van de Woningwet.
Rol van de gemeente
Hoewel de gemeente Maassluis geen preventieve technische toets meer uitvoert, blijft zij wel verantwoordelijk voor:
•Het beoordelen van de ruimtelijke aspecten van het bouwplan.
•Het ontvangen en beoordelen van de wkb-, bouw- en gereedmelding.
•Het houden van toezicht op de naleving van de bouwregelgeving.
Fasering
De Wkb geldt in eerste instantie alleen voor bouwwerken in gevolgklasse 1. Voor bouwwerken in gevolgklassen 2 en 3 (waaronder bijvoorbeeld appartementengebouwen) blijft voorlopig de naast de ruimtelijke ook de technische vergunningplicht gelden. Na een aantal jaar zal het stelsel landelijk worden geëvalueerd om te bepalen of het ook voor de hogere gevolgklassen kan worden ingevoerd.
Leeswijzer
Dit Uitvoeringsprogramma is als volgt gestructureerd:
•Wat willen we bereiken?
In dit hoofdstuk wordt kort de verbinding gelegd met het beleidskader van de gemeente. Hierin wordt uitgelegd welke doelen we nastreven en hoe deze aansluiten bij het bredere beleid.
•Wat gaan we daarvoor doen?
Hierin worden de taken voor het komende jaar beschreven. Deze werkzaamheden geven inzicht in de benodigde capaciteit. Het omvat taken op het gebied van vergunningverlening en aanverwante activiteiten zoals juridische zaken, beleidsvorming, advisering, consulentschap en kwaliteitszorg.
•Hoe worden de taken uitgevoerd?
Dit hoofdstuk biedt een korte beschrijving van wanneer de geplande of verwachte werkzaamheden uitgevoerd worden.
•Welke restrisico’s zijn aan de orde?
Hier wordt ingegaan op de resterende (bestuurlijke) risico's die kunnen voortvloeien uit kwalitatieve keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma binnen het kader van VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving).
2. Wat gaan we daarvoor doen
2.2 Toezicht en handhaving
2.2.1 Toezicht en handhaving op bouwen, slopen en gevolgen voor de fysieke leefomgeving
Het toezicht en de handhaving op bouwen, slopen en overige omgevingsplanactiviteiten vormen een kernonderdeel van het gemeentelijk VTH-beleid. Onder de Omgevingswet heeft de gemeente Maassluis een centrale verantwoordelijkheid als bevoegd gezag in het waarborgen van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De uitvoering van toezicht en handhaving is risicogestuurd en programmatisch ingericht, waarbij beschikbare capaciteit wordt ingezet op activiteiten met de grootste maatschappelijke impact.
De hoogste prioriteit ligt bij situaties met een aanzienlijk risico voor veiligheid, gezondheid of leefkwaliteit, zoals bouwen of slopen zonder vergunning, het gebruiken van bouwwerken in strijd met het geldende omgevingsplan, en het negeren van voorschriften tijdens realisatie van bouwprojecten. De focus ligt niet alleen op overtredingen in de bestaande gebouwde omgeving, maar ook op toezicht tijdens realisatie van nieuwbouwprojecten.
Voor nieuwbouwprojecten wordt in Maassluis, op basis van prioritering, toezicht uitgevoerd vanaf de start van de bouw, met extra aandacht voor kritieke fases zoals fundering, constructieve elementen en brandwerende voorzieningen. Op basis van de risicoanalyse worden deze projecten ingeschaald op risicocategorie (volgens het VTH-beleid 2022), wat bepalend is voor het aantal controles en de diepgang ervan. De toezichthouders werken hierbij samen met kwaliteitsborgers, constructeurs en – waar nodig – met externe partners zoals de brandweer of DCMR. Voor complexe projecten met een publiek toegankelijke functie of risicovolle constructies worden aanvullende controles uitgevoerd.
Daarnaast blijft specifieke aandacht nodig voor toezicht op situaties waarin sprake is van (mogelijke) overbewoning of de huisvesting van arbeidsmigranten.
2.2.2 Toezicht en handhaving in het kader van brandveiligheid
Brandveiligheid heeft voor de gemeente Maassluis de hoogste prioriteit in het domein toezicht en handhaving, zoals ook blijkt uit de risicoanalyse in het VTH-beleid. Het betreft met name wooncomplexen, publieksgebouwen en locaties waar kwetsbare groepen verblijven. De gemeente hanteert hierbij een gelaagde toezichtstrategie in nauwe samenwerking met de brandweer, gebaseerd op een meerjarenplanning waarin alle objecten zijn opgenomen. Daarbij worden frequentie en diepgang van de inspecties afgestemd op het risicoprofiel.
Controle op brandveiligheid vindt zowel repressief (n.a.v. meldingen) als programmatisch plaats, bijvoorbeeld bij evenementen en tijdelijke constructies zoals tenten. Tijdens controles ligt de focus op de vier belangrijkste thema’s: compartimentering, vluchtroutes, brandmeldinstallaties en gebruiksvoorschriften. Indien nodig wordt handhavend opgetreden met bestuursdwang of een last onder dwangsom.
2.2.3 Toezicht en handhaving milieuzaken
Toezicht en handhaving op milieuzaken worden grotendeels uitgevoerd door de DCMR Milieudienst Rijnmond, conform het basistakenpakket. Dit betreft onder andere de controle op milieubelastende activiteiten, asbest, geluidhinder, bodemverontreiniging, energieverbruik en afvalbeheer. Op basis van risicoanalyse zijn bedrijven en activiteiten ingedeeld in klassen met prioriteit hoog, midden en laag. Jaarlijks wordt een bedrijvenlijst vastgesteld in samenspraak met de DCMR.
De gemeente voert aanvullend toezicht uit op meldingsplichtige activiteiten en coördineert integrale controles waar milieuvraagstukken samenkomen met bouw, RO of brandveiligheid. Bij overtredingen wordt aangesloten bij de Landelijke Handhavingsstrategie, waarbij passende bestuursrechtelijke interventies worden ingezet. Er is extra aandacht voor sloopwerkzaamheden met asbestverwijdering, geurklachten en overtredingen in de afvalketen.
2.2.4 Toezicht en handhaving in het kader van de Wet goed verhuurderschap
Sinds de inwerkingtreding van de Wet goed verhuurderschap beschikt de gemeente Maassluis over aanvullende handhavingsbevoegdheden om misstanden op de woningverhuurmarkt actief tegen te gaan. Deze wet biedt kaders om ongewenst gedrag zoals intimidatie, discriminatie, het vragen van onredelijke servicekosten en het hanteren van ondeugdelijke huurovereenkomsten aan te pakken.
De gemeente zet stevig in op toezicht op verhuurders van particuliere huurwoningen en panden met kamerverhuur, met bijzondere aandacht voor kwetsbare doelgroepen zoals arbeidsmigranten en jongeren. Er is inmiddels een meldpunt ingericht waar huurders signalen en klachten kunnen melden. Via dit meldpunt komt waardevolle informatie binnen, maar het handhavend optreden vindt vooral plaats op basis van signalen uit de praktijk en gerichte interventiestrategieën.
Ter ondersteuning van de uitvoering heeft de gemeente een beleidsregel Wet goed verhuurderschap vastgesteld. Deze geeft richting aan de toepassing van de bevoegdheden uit de wet. Daarnaast is er een beleidsregel bestuurlijke boete opgesteld, waarin is vastgelegd hoe wordt omgegaan met overtredingen, inclusief waarschuwingen, lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes. De gemeente treedt handhavend op waar nodig en maakt daarbij gebruik van het volledige instrumentarium dat de wet biedt.