Gemeentelijke regelgeving

Regionale koers handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 - 2024

Gemeente Maassluis · geldt sinds 18 april 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Maassluis;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 augustus 2024

besluit

1In te stemmen met de verlenging van de Koers Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 - 2024 tot en met 2026.

2. Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ: de context

2.1 Het wettelijk kader

Fraude

In 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW (de Fraudewet) ingevoerd. Met de invoering van deze wet werd fraude gelijk gesteld met “het niet nakomen van de inlichtingenplicht”. De inlichtingenplicht verplicht alle uitkeringsgerechtigden om “onverwijld en uit eigen beweging, dan wel op verzoek van de gemeente, alle voor de bijstandsverstrekking relevante gegevens door te geven”. Houdt men zich niet aan deze verplichting dan spreekt de wet over fraude. Voor de wet doet het er niet toe of deze schending van de inlichtingenplicht onbewust of bewust gedaan is. Daarmee ontstond een breed spectrum variërend van bijvoorbeeld per vergissing een paar dagen te laat een wijziging doorgeven tot aan het jarenlang verzwijgen van inkomsten. In geval van fraude dient de gemeente het teveel ontvangen uitkering door de uitkeringsgerechtigde terug te vorderen.

Bestuurlijke boetes

Naast de vordering wegens teveel ontvangen uitkering wordt in de meeste gevallen ook een boete opgelegd. Het opleggen van een bestuurlijke boete volgt ook uit de Fraudewet. De bestuurlijke boete is de maatregel op het schenden van de inlichtingenplicht. Aan het opleggen van een boete moet altijd een individuele beoordeling ten grondslag liggen. Daarbij moet, behalve naar de mate van verwijtbaarheid, ook worden gekeken naar de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de persoon die de inlichtingenplicht geschonden heeft. Als het een persoon betreft die voor de eerste keer een overtreding begaat dan kiezen wij er in bepaalde gevallen voor om eerst een waarschuwing af te geven. Bijvoorbeeld als de overtreding niet geleid heeft tot een benadelingsbedrag of als de persoon binnen 60 dagen uit eigen beweging de inlichtingen alsnog verstrekt. Verder moet er uitzicht zijn op het kunnen aflossen van de boete binnen redelijke termijn en houden we rekening met de ‘beslagvrije voet’. Als er beslag gelegd wordt op iemands uitkering dan heeft deze persoon recht op deze beslagvrije voet. Dit is een deel van het inkomen waarop in feite geen beslag gelegd kan worden. De reden hiervoor is dat de overheid vindt dat iedereen recht heeft op een minimaal inkomen ook als er schulden moeten worden afbetaald. Zonder beslagvrije voet zou iemand letterlijk geen enkel inkomen meer over kunnen houden.

2.2 Doelen van handhaving

Het voornaamste doel binnen het sociaal domein is dat iedereen zo goed mogelijk kan participeren in de samenleving. Het liefst zien wij dat alle burgers zelfstandig via betaald werk deelnemen aan de samenleving en, als dat niet lukt, via andere werkzaamheden of maatschappelijke activiteiten. Binnen het werkgebied van de Participatiewet en de aanverwante inkomensregelingen geven wij dit doel vorm door mensen zoveel mogelijk naar betaald werk te begeleiden. Handhaving is onlosmakelijk verbonden aan deze dienstverlening vanwege meerdere redenen. Allereerst zorgt handhaving voor het rechtmatig en doelmatig verstrekken van uitkeringen, wat bijdraagt aan een zo efficiënt en effectief mogelijke bijstandsverstrekking. Daarnaast draagt handhaving bij aan:

•Het versterken van de vertrouwensrelatie met de inwoner;

•Het behouden van de solidariteit voor het sociale stelsel;

•Het beheersen van de uitkeringsgelden;

•Het signaleren van problemen bij inwoners zoals schuldenproblematiek en andere zorgwekkende situaties.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.