Gemeentelijke regelgeving

Participatiebeleid gemeente Maassluis 2024

Gemeente Maassluis · geldt sinds 14 juni 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Maassluis;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 maart 2024

besluit

De Participatieverordening en het Participatiebeleid Maassluis 2024 vast te stellen.

Bijlage 1 Instrumenten Participatie Gereedschapskist

Format Ringen van invloed

Om alle belanghebbenden volgens Factor C methodiek in te delen in typen belanghebbenden en betrokkenheid (beïnvloeders, beslissers, toeleveranciers of gebruikers) en mate van invloed (meeweten, meedenken, meewerken/ doen, meebepalen/beslissen).

Format participatieplan

Het participatieplan bestaat minimaal uit de volgende onderdelen:

1.Categorie

a.(Schaal)niveau

b.Belangen

c.Impact

2.Doel

a.Doelstellingen

b.Onderwerpen

3.Doelgroepen

a.Rol inwoners en belanghebbenden

4.Participatieniveau

a.Wat is de participatieruimte?

b.Welk niveau past daar bij?

5.Aanpak

a.Hoe bereiken en betrekken wede doelgroepen?

b.Welke vormen en middelen?

Format participatieverslag checklist

Het participatieverslag bevat de volgende onderdelen:

a.Overzicht benaderde personen/ doelgroepen

b.Overzicht gebruikte communicatiemiddelen

c.Overzicht gebruikte participatievormen

d.Beschrijf wie er hebben meegedaan (en wie niet)

e.Welke randvoorwaarden zijn vooraf meegegeven?

f.Waren rollen, taken en verantwoordelijkheden duidelijk?

g.Beschrijf de inhoudelijke resultaten van de participatie

h.Welke adviezen, opmerkingen en keuzes zijn overgenomen? En welke niet? Waarom (niet)?

i.Op welke wijze zijn de resultaten teruggekoppeld naar de deelnemers?

j.Heeft een evaluatie plaatsgevonden?

k.Is voor iedereen duidelijk hoe het verder verloopt?

Kleinschalige Participatie:

Inspiratielijst participatievormen

Deze lijst biedt een breed scala aan participatievormen en -middelen die zowel kleinschalige als grootschalige participatie mogelijk maken op verschillende niveaus. Het is belangrijk om de juiste mix van participatiemiddelen te kiezen op basis van de specifieke behoeften en context van het participatieproces.

1.Meeweten:

a.Informatiebijeenkomsten

b.Lunchdate voor inwoners en ambtenaren

c.Nieuwsbrieven

d.Sociale media-updates

e.Buurtpanels

f.Bewonersvergaderingen

2.Meedenken:

a.Werkgroepen

b.Buurtbijeenkomsten

c.Focusgroepen

d.Online en straatenquêtes

e.Wijkkranten

3.Meedoen:

a.Buurtfeesten en -activiteiten

b.Ideeënboxen

c.Burgerbegrotingen

d.Co-creatieprojecten

4.Meebeslissen:

a.Burgerjury’s

b.Wijkraadplegingen

c.Participatieve budgettering

Grootschalige Participatie:

1.Meeweten:

a.Stadsmagazines

b.Online platforms voor nieuws en updates

c.Digitale nieuwsbrieven

d.Informatieborden in openbare ruimtes

e.Gemeentelijke website metprojectinformatie

2.Meedenken:

a.Simulatiespellen/VR

b.Enquête/flitspeiling

c.Digitale ideeënplatforms

d.Participatieve workshops

e.Online discussieforums

3.Meedoen:

a.Participatieve budgettering op stadsniveau

b.Stadslabs

c.Co-creatieplatforms

d.Hackathons en datathons

e.Stadsbrede evenementen en festivals

4.Meebeslissen:

a.Referenda op stadsniveau

b.Stadsvergaderingen

c.Burgerbegroting op stadsniveau

d.Adviesraden op stadsniveau

e.Digitale besluitvormingsplatforms

f.Burgerberaad

Bijlage 2 Participatie onder de Omgevingswet - beleidsnotitie 2023

Inleiding

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Participatie is een belangrijk onderdeel van deze Omgevingswet. De gedachte is dat door het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij projecten en plannen niet alleen meer draagvlak ontstaat voor die projecten en plannen, maar dat ook de kwaliteit ervan en van de besluitvorming erover beter wordt.

Daarbij is participatie geen doel op zich, maar helpt participatie de doelen van de Omgevingswet te realiseren door een betere benutting en bescherming van de fysieke leefomgeving tot stand te brengen door initiatieven en plannen in een vroeg stadium met alle belanghebbenden te doorleven.

De gemeente Maassluis betrekt de inwoners en andere partijen nu al bij plannen, projecten en werkzaamheden in de stad. Op welk moment dit gebeurt en hoe het participatieproces wordt ingericht hangt af van de situatie; participatie is maatwerk. Daarbij is het van belang dat inwoners, bedrijven en organisaties inzicht hebben in het participatiebeleid en de regels die gelden. Daarom heeft de gemeente de ambitie het algemene participatiebeleid verder te ontwikkelen.

Dit algemene participatiebeleid behelst meer dan participatie onder de Omgevingswet.

Vooruitlopend op het algemene participatiebeleid wordt daarom in deze notitie aangeven hoe Maassluis omgaat met participatie onder de Omgevingswet. Dit doen we aan de hand van de volgende onderwerpen:

•participatie per instrument;

•de verplichtingen van initiatiefnemers met betrekking tot participatie;

•hoe we met het begrip maatwerk omgaan;

•de rol die we als gemeente op ons nemen;

•de wijze waarop we participatie meewegen in de beoordeling van initiatieven.

Participatie per instrument

De verplichtingen vanuit de Omgevingswet voor participatie verschillen per instrument. Voor instrumenten waarvoor de gemeente initiatiefnemer is, moet de gemeente aangeven hoe belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Dit geldt voor de instrumenten Omgevingsvisie, programma en omgevingsplan. De gemeente is van oordeel dat participatie voor deze instrumenten maatwerk is. Daarom wordt, voorafgaand aan het opstellen van deze plannen, een participatie- en communicatieplan opgesteld.

Voor de omgevingsvergunning geldt een uitzondering. Hier is niet de gemeente maar de initiatiefnemer verantwoordelijk voor participatie. De verplichtingen volgens artikel 7.4 van de Omgevingsregeling zijn, dat de initiatiefnemer bij zijn aanvraag aangeeft of:

•De initiatiefnemer aan participatie heeft gedaan

•Zo ja; hoe de initiatiefnemer dit heeft gedaan en wat de resultaten zijn.

Dit is een aanvraagvereiste (voor het aanvragen van een vergunning) en geen verplichting om aan participatie te doen. Hierop bestaat één uitzondering. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), waarvoor het college het bevoegd gezag is.

Verplichtingen

De gemeenteraad heeft de behoefte een ondergrens aan te brengen voor verplichte participatie. Deze ondergrens leggen we bij die initiatieven waarvoor moet worden afgeweken van het omgevingsplan. De verplichtingen houden in dat de initiatiefnemer aangeeft:

•wie (en welke verschillende belangen) hij betrokken heeft bij het participatietraject;

•hoe participatie is uitgevoerd;

•wat de uitkomsten zijn van het participatietraject.

•In hoeverre de participatie van invloed is geweest op de aanvraag (m.a.w. in hoeverre de inbreng heeft geleid tot aanpassing van de aanvraag).

De initiatiefnemer legt bovenstaande bevindingen vast in een participatieverslag. Het is aan de initiatiefnemer hoe die zijn participatietraject inricht. De Handreiking en desgewenst ondersteuning vanuit de gemeente (zie onder ‘de faciliterende overheid) kunnen daar een hulpmiddel bij zijn. In de handreiking lichten we deze verplichtingen nader toe.

Maatwerk en proportionaliteit

In het participatiebeleid ‘Maassluis denkt mee’ is aangegeven dat participatie maatwerk is.

Praktisch gezien betekent dit dat participatie voor het aanbrengen van een dakkapel er anders uitziet dan bij het ontwikkelen van 140 woningen door een projectontwikkelaar of het aanleggen van infrastructuur door de gemeente. We noemen dit proportionaliteit: participatie moet in verhouding staan tot de impact van het project op de omgeving. Deze proportionaliteit komt onder meer tot uiting in de belanghebbenden die worden betrokken (bij de dakkapel vooral de buren, bij de woonwijk omwonenden, belangenorganisaties, e.d.) en in de vormgeving van het participatietraject (de buren uitnodigen op de koffie om de plannen toe te lichten of verschillende sessies beleggen voor belangstellenden in de buurt in een vroeg stadium van de planvorming). Nagegaan moet dus worden op wie het initiatief impact heeft, welke verschillende belangen er spelen, hoe die belangen zoveel mogelijk vertegenwoordigd kunnen worden en welke werkwijze of participatievormen daar het beste bij passen. Het beleid en de Handreiking bieden aanknopingspunten om tot dit maatwerk te komen.

De faciliterende overheid

Participatieadvies en het checken van het participatieplan. Ondanks dat de initiatiefnemer verantwoordelijk blijft, biedt de gemeen- te ondersteuning voor particuliere initiatiefnemers. Dat zijn niet alleen bewoners van Maassluis maar dat betreft ook bijvoorbeeld (sport)verenigingen, een maatschappelijk initiatief of een organisatie zonder winstoogmerk (zoals een school). Kenmerk is dat dit non­profit organisaties zijn. Bedrijven (met winstoogmerk) zijn beter in staat het participatietraject zelf te organiseren, dan wel deskundigheid op dit vlak in te huren.

De ondersteuning die de gemeente kan bieden, bestaat bijvoorbeeld uit het doen van suggesties over de te betrekken doelgroepen en het plaatsen van voorbeelden van werkvormen op de website. Duidelijk moet zijn dat de gemeente het niet over gaat nemen van de initiatiefnemer. Die is en blijft verantwoordelijk voor het participatietraject.

Beoordeling

Bij de verplichte vorm van participatie beoordeelt de gemeente of aan de participatievereisten is voldaan. Dat gebeurt op twee manieren;

1Procesmatig: de gemeente beoordeelt of alle verplichte processtappen zijn uitgevoerd. Dit doet de gemeente aan de hand van het participatieplan en het participatie verslag. Zo nodig kan dit worden geverifieerd door betrokkenen te bevragen naar het verloop van het proces;

2Inhoudelijk: De gemeente neemt de uitkomsten van het participatietraject mee bij de evenredige belangenafweging die plaats vindt bij de beoordeling van het initiatief. Daarbij onderscheiden we drie beoordelingsgronden:

a.De gemeente beoordeelt of het initiatief past binnen haar beleid, of dat het daarin ieder geval niet strijdig mee is. Dit doet de gemeente overigens altijd, los van het participatietraject;

b.De gemeente weegt draagvlak af tegen het maatschappelijk belang van het initiatief. Zo kan een specifieke doelgroep binnen het participatietraject bezwaar hebben tegen het initiatief, maar kan het maatschappelijk belang toch dermate groot zijn, dat dit zwaarder weegt dan een beperkt draagvlak. Omgekeerd komt ook voor; veel draagvlak maar strijdig met maatschappelijke belangen. De gemeente is bij uitstek de partij om dit maatschappelijk belang op een integrale manier te betrekken in de uiteindelijke afweging.

c.De gemeente beoordeelt of de inbreng van participanten het plan integraal verbetert en of de initiatiefnemer dit voldoende in het oorspronkelijke plan heeft verwerkt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.