Aanhef
Inleiding
Voor u ligt de Nota Toezicht en Handhavingsbeleid Domein I 2023-2026. Deze nota is een nadere uitwerking van het Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026.
Doelstelling
Het doel is: Het behoud en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde woon-, werk- en leefomgeving in Maassluis.
Kaders en prioriteiten
Na elke raadsverkiezing wordt een Integraal veiligheidsbeleid (IVB) voor de komende 4 jaar door de raad vastgesteld. In het IVB legt de raad de kaders en prioriteiten voor de komende 4 jaar vast. Elk jaar wordt door het college een uitvoeringsprogramma Integraal Veiligheidsbeleid vastgesteld. Daarin staat ook de verbinding met toezicht en handhaving. In het uitvoeringsprogramma geeft het college aan op welke manier zij in dat jaar uitvoering geeft aan de door de raad vastgestelde prioriteiten. Eventuele tussentijdse wetswijzigingen worden ingevoerd per datum van ingang van de wetswijzigingen. Mogelijke keuzes hierbij voor het lokaal bestuur worden tussentijds voorgelegd. Toezicht en handhaving vindt plaats op verschillende terreinen, ook wel domeinen genoemd. Er zijn zes handhavings-domeinen:
•domein I: openbare ruimte
•domein II: milieu, welzijn en infra
•domein III: onderwijs/ leerplicht
•domein IV: openbaar vervoer
•domein V: werk, inkomen en zorg
•domein VI: generieke opsporing
Ieder domein heeft specifieke taken, met daarbij behorende opleiding en bevoegdheden voor toezicht en handhaving. Voor de uitvoering van toezicht en handhaving zijn Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s) aangesteld. Een Boa is in dienst bij de overheid (zoals gemeente, domein I), de semioverheid (zoals Staatsbosbeheer, domein II) of de publieke sector (bv. NS, domein IV). Deze nota is specifiek gericht op de Boa’s van de gemeente in domein I: openbare ruimte. Een Boa domein I bestrijdt kleine ergernissen, overlast en andere feiten die de leefbaarheid in de openbare ruimte aantasten.
Boa domein I
De politie is primair aan zet wanneer het gaat om het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Voor toezicht en handhaving in de openbare ruimte zijn Boa’s aangesteld. Gemeentelijke Boa’s zijn de ogen en oren op straat en kunnen ingrijpen daar waar de leefbaarheid wordt aangetast, maar hebben geen strafrechtelijke bevoegdheden. De afgelopen jaren wordt meer en meer een beroep gedaan op de inzet van Boa’s domein I, zoals tijdens COVID-19 en de vele demonstraties. Dit heeft geleid tot een discussie over de positie van Boa’s domein I. Discussiepunten zijn uitbreiding van taken van deze Boa’s, het toekennen van geweldsmiddelen en de samenwerking met de politie. Discussie en lobby hebben geresulteerd in een wijziging van de wet- en regelgeving. Deze nota geeft duidelijkheid over de gewijzigde regelgeving, de taken en bevoegdheden van de Boa’s domein I en hoe de handhavingscapaciteit in Maassluis wordt ingezet.
Leeswijzer
Het Toezicht en Handhavingsbeleid Domein I 2023-2026 bestaat uit drie delen. Deel I is het algemene deel, met daarin de wettelijke kaders, bevoegdheden, taken, de landelijke werkwijze en organisatie van de Boa’s. Deel II is toegespitst op de lokale situatie. Hier leest u de organisatie in de gemeente Maassluis, de taken en prioritering bij inzet van de Boa’s en de ambities voor 2023 en verder. In Deel III vindt u de bijlagen met verwijzingen naar achtergrondinformatie.
DEEL I ALGEMEEN
BIJLAGE 1 INSTRUMENTEN
Voor Team Toezicht en Handhaving zijn verschillende instrumenten beschikbaar om naleving van de regels te bevorderen. Van het aanspreken en informeren van overtreders tot verscherpt toezicht, last onder dwangsom en last onder bestuursdwang of het opleggen van een boete. De uitvoering van toezicht en handhaving is aan de gemeente, echter de hoogte van de boetes zijn landelijk bepaald.
Preventie
In de handhavingsketen is het uitgangspunt preventie. Door het actief betrekken van de doelgroep bij de uitvoering en handhaving van beleid kan het aantal overtredingen worden voorkomen of verminderd. Door te communiceren over het handhavingsbeleid en de daarin opgenomen stappen bij geconstateerde overtredingen kunnen onduidelijkheden over de regelgeving, of de interpretatie daarvan, worden weggenomen. Normconform gedrag is aanmerkelijk groter naarmate de inwoner beter begrijpt waarom de handhaver een bepaald besluit neemt. We vinden het daarom belangrijk om met inwoners en bedrijven in gesprek te gaan om uit te leggen welke afwegingen worden gemaakt en waarom.
Voorlichting en communicatie
Onderdeel van preventie is goede voorlichting en communicatie. Adequate preventie houdt in dat de wet- en regelgeving duidelijk en ook bekend is bij inwoners en bedrijven. Met goede voorlichting en communicatie over de invulling en uitvoering van het beleid willen we bewerkstelligen dat inwoners, bedrijven en instellingen binnen de gemeente Maassluis weten wat de taken en verantwoordelijkheden van de handhavende partijen binnen gemeente Maassluis zijn. Kortom, de inwoners en bedrijven moeten weten wat zij van ons kunnen verwachten en wat er van hen verwacht wordt.
Toezicht
Onder toezicht verstaan we het controleren of en in hoeverre de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezicht vormt een belangrijke fase in de handhavingsketen. Toezicht vindt plaats op basis van verleende vergunningen en ontheffingen, in het kader van projecten en naar aanleiding van meldingen, handhavingsverzoeken en klachten/calamiteiten. Een overzicht van al deze toezichtactiviteiten in Maassluis wordt jaarlijks opgenomen en geprioriteerd in het uitvoeringsplan.
Handhaven
De gemeente Maassluis heeft verschillende formele en informele instrumenten ter beschikking in de handhavingspraktijk. Preventief, zoals voorlichting, bemiddeling of een waarschuwing, maar ook repressief. Bij repressieve handhaving is sprake van een overtreding door niet-naleving van een regel. De instrumenten zijn daarom gericht op beëindiging van die overtreding. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving.
Bestuursrechtelijke handhaving
Binnen de bestuursrechtelijke handhaving kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende instrumenten. De belangrijkste instrumenten betreffen de last onder bestuursdwang of dwangsom en de bestuurlijke boete.
•Preventieve dwangsom: De gemeente kan in sommige gevallen preventief een dwangsom opleggen. Dit is een dwangsom die wordt oplegt als er nog geen overtreding plaatsvindt, maar het zeer waarschijnlijk is, dat op zeer korte termijn een overtreding zal gaan plaatsvinden.
•Bestuursdwang en dwangsom: De last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom zijn herstelsancties, waarbij de overtreder een last tot beëindigen en beëindigd houden van de overtreding krijgt opgelegd. Wanneer het herstel niet tijdig wordt uitgevoerd heeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om de last door feitelijke handelen ten uitvoer te leggen of de verplichting tot betaling van een geldsom op te leggen. Uitgangspunt is een last onder dwangsom in te zetten, tenzij de aard van de overtreding dermate is dat een last onder bestuursdwang meer in de rede ligt
11De dwangsom is efficiënt bij (toekomstige) herhalingen: de sanctie werkt voor onbepaalde tijd en blijft bestaan na het stoppen van de overtreding. Na een jaar zonder recidive kan de overtreder verzoeken het besluit tot dwangsom in te trekken.
.
•Bestuurlijke boete: Een bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie die zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het betreft een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom en kan worden opgelegd naast bijvoorbeeld een last onder bestuursdwang.
•Vergunning of ontheffing: Het intrekken van een verleende vergunning of ontheffing kan een passende interventie zijn. De wet- en regelgeving op basis waarvan de vergunning of ontheffing is verleend bevat regels ten aanzien van het intrekken van betreffende vergunning of ontheffing.
Strafrechtelijke handhaving
Strafrechtelijke handhaving is gericht op het bestraffen van de overtreder en onderscheidt zich daarin van de last onder dwangsom en de last onder bestuursdwang, die juist gericht zijn op herstel. Binnen de strafrechtelijke handhaving kan onderscheid worden gemaakt tussen een proces-verbaal of een bestuurlijke strafbeschikking. Beiden kunnen worden opgesteld door een buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa).
•Proces-verbaal: Een proces-verbaal (PV) is een schriftelijke verslaglegging, waarmee Justitie op de hoogte wordt gebracht van een overtreding. Het is aan de Officier van Justitie om te beslissen of tot vervolging wordt overgegaan. Bij vervolging wordt het proces-verbaal door de rechter gebruikt om een rechtvaardig besluit te nemen.
•Bestuurlijke strafbeschikking: Op grond van de Wet OM-afdoening
12Wet OM-afdoening
hebben Boa’s de bevoegdheid om een strafbeschikking (een boete) uit te schrijven voor een aantal kleine overtredingen, waarbij over de schuldvraag geen twijfel bestaat. Het betreft veel voorkomende en overlast veroorzakende, lichte overtredingen van de APV en de Afvalstoffenverordening. Een bestuurlijke strafbeschikking kan zowel door de Boa als door de politie worden opgelegd, zonder tussenkomst van het OM. De bestuurlijke strafbeschikking wordt ingezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De gemeente ontvangt per ingediend proces verbaal een vaste vergoeding.
Afstemming bestuursrecht met strafrecht
Bij ernstige overtredingen kan parallel aan bestuursrecht ook een strafrechtelijk handhavingstraject worden ingezet. Dit gebeurt in Maassluis bijvoorbeeld bij de huisverboden en het sluiten van drugspanden. Het bestuursrecht en het strafrecht kunnen elkaar op verschillende handhavingsthema’s versterken, bijvoorbeeld als het gaat om ondermijning en andere taakvelden die zijn genoemd in het Integraal Veiligheidsplan van Maassluis. De strafrechtelijke handhaving valt primair onder Justitie en politie. Afstemming vindt plaats met de burgemeester in onder meer de driehoek.
Convenanten
Via een aantal convenanten is de verantwoordelijkheid van verschillende partijen op elkaar afgestemd. Een belangrijk doel van deze convenanten om ook de eigen verantwoordelijkheid bij de naleving van wet- en regelgeving van de doelgroep te benadrukken, hetgeen bijdraagt aan de effectiviteit. Het maken van concrete afspraken met bijvoorbeeld horecaondernemers over de eigen acties en verantwoordelijkheden en over de consequenties van het niet voldoen aan deze afspraken, vergroot de legitimiteit van zowel de regelgeving als de handhaving en sanctionering. Zo zijn in het kader van het hennepconvenant afspraken gemaakt met politie, het Openbaar Ministerie, woningcorporaties, Belastingdienst, en energieleveranciers. Verder hebben we convenanten met horecaondernemers (convenant Veilig Uitgaan), met het onderwijs (convenant veilig in en om school), convenant voor de aanpak van ondermijning (convenant RIEC Rotterdam).
Begunstigingstermijn
De overtreder wordt een redelijke termijn gegund om de overtreding ongedaan te maken. De begunstigingstermijn wordt vooral bepaald door de ernst van de overtreding en de tijd die nodig is om de overtreding ongedaan te maken. Hoe zwaarder de overtreding, hoe korter de termijn. Bij sprake van acuut gevaar, kan spoedshalve bestuursdwang worden toegepast. Bezwaar en beroep zijn achteraf mogelijk.
Hoogte dwangsom
De last onder dwangsom moet in verhouding staan tot de overtreding (proportionaliteit) en is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of nieuwe overtredingen te voorkomen. Hoe zwaarder de overtreding, hoe hoger de dwangsom. Geeft de overtreder geen gehoor of wordt het maximumbedrag van de dwangsom bereikt, dan wordt het bedrag van de dwangsom verhoogd of bestuursdwang toegepast.
BIJLAGE 2 SAMENWERKING
Zoals vermeld in hoofdstuk 6 is samenwerking een belangrijk onderdeel van integrale handhaving. Team Toezicht en Handhaving werkt samen met interne partners, zoals de afvalinzameling en de afdeling verkeer, en met externe partners, zoals de politie en onderstaande ketenpartners:
Samenwerkingsverband
Taken
RIEC Rotterdam
Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) Rotterdam is gericht op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC heeft geen zelfstandige bevoegdheden, maar verbindt informatie, expertise en slagkracht van verschillende overheidsinstanties. Daarnaast stimuleert en ondersteunt het RIEC de publiek-private samenwerking bij aanpak van ondermijning.
Veiligheidsregio Rotterdam (VRR)
De Veiligheidsregio Rotterdam is een samenwerkingsverband van alle gemeenten in de regio Rotterdam, Politie, Brandweer en de geneeskundige zorg. Kerntaak van Veiligheidsregio is om iedereen die in de regio woont, werkt of verblijft tegen risico's en rampen te beschermen. De VRR is ook een adviesorgaan voor de gemeente bij het verstrekken van vergunningen.
Buurtpreventie
Buurtpreventie kijkt en observeert en maakt Fixi-meldingen op voor allerlei zaken met betrekking tot een schone en veilige leefomgeving, zoals fietswrakken en afval op straat.
Stichting Welzijn E25 (jongerenwerk)
Stichting Welzijn E25 zorgt voornamelijk voor het eerste contact met de jongeren en is gericht op stimuleren en ondersteunen van jongeren en jongvolwassen bij de ontwikkeling naar volwassenheid, waar nodig.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)
De Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) verbetert de kwaliteit van de BRP en bestrijdt fraude met adresgegevens. LAA is een samenwerking van de rijksoverheid, uitvoeringsorganisaties en meer dan 260 gemeenten.
BIJLAGE 3 DOELGROEP BENADERING
Team Toezicht en Handhaving werkt met een passende aanpak. Per doelgroep wordt rekening gehouden met de inzet van middelen. Als voorbeeld: Iemand die doelbewust strenge regels overtreedt, hoeft niet nog een keer te worden gewaarschuwd.
De onderstaande tabel maakt de benadering per doelgroep zichtbaar:
Doelgroep
Toelichting type nalever/overtreder
Benadering en inzet instrumenten
Bewuste naleven van gestelde regels
Persoon kent de regels en leeft die ook bewust na, ongeacht wel of geen toezicht van toezicht en handhaving.
○ Informeren over nieuwe regels, waarbij de focus ligt op argumenten en feiten.
○ Begeleiden in regelgeving (makkelijker maken bij de uitvoering van de geldende regels).
Goedwillend en onbewust overtreden
Persoon overtreedt per ongeluk de regels en is in de basis goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen.
○ Motiveren om de regels op te volgen waarbij de focus ligt op gewenst gedrag en bewustwording van eigen gedrag.
○ Bekendmaken met geldende regels en inzet van positieve handhavingsacties, zoals belonen van bij goed gedrag.
Afgedwongen naleven van regels
Persoon leeft de regels na omdat hij afgeschrikt wordt door controles en sancties. Heeft vaak een ‘moet kunnen’/ onverschillige houding en neemt het niet zo nauw met het algemeen belang.
○ Bekendmaken met het nut van geldende regels.
○ Informeren over de pakkans en sanctiedreiging.
○ Benadrukken van de nadelen van niet-naleving.
Calculerend en bewust (structureel) overtreden
Persoon overtreedt willens en wetens de regels en neemt daarbij bewust het risico om gepakt te worden.
○ Inzetten van handhavingsinstrumenten.
InterventieKompas
Wanneer er gebrek aan inzicht is waarom een bepaalde groep zich in Maassluis niet aan de regels houdt, dan is het InterventieKompas een goed instrument. Het onderzoekt welke gedragsmechanismen een rol spelen en geeft voorbeelden van (gedrags)interventies die kunnen worden gebruikt voor een passende aanpak. Het is gemaakt volgens de laatste inzichten binnen de gedragswetenschap. De komende jaren willen we dit instrument gaan inzetten voor de thema’s waar een handhavingstekort wordt ervaren.