Aanhef
De raad van de gemeente Maassluis;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 maart 2024
besluit
Het college stelt de raad voor:
1De Nota Softdrugsbeleid 2024 vast te stellen;
2De Nota Softdrugsbeleid 2010 (2010-4150) in te trekken;
3Kennis te nemen van de door de burgemeester vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het Coffeeshopbeleid 2024.
Inleiding
Voor u ligt de Nota Softdrugsbeleid 2024. Het Nederlands drugsbeleid richt zich op het tegengaan en reduceren van drugsgebruik, zeker voor zover leidend tot gezondheids- en sociale schade. Gemeente Maassluis volgt het nationale beleid, wat tevens gericht is op het voorkomen en verminderen van schade die aan het gebruik, de productie en de handel in drugs is verbonden. Dit betekent dat verschillende maatregelen en interventies in samenhang worden ingezet voor diverse doelgroepen en de omgeving.
Het softdrugsbeleid van de gemeente Maassluis is na 14 jaar toe aan actualisatie. Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen in wetgeving en beleid geweest in de afgelopen jaren. Hieronder wordt een kort overzicht geschetst van de belangrijkste veranderingen, deze ontwikkelingen hebben invloed op onze kijk op het gebruik van middelen en vormen kaders voor het lokale beleid.
Sinds 2014 is de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol van 16 naar 18 jaar verhoogd. In 2014 is ook het rookverbod in openbare ruimte, horeca en het op het werk ontstaan, gevolgd door het verbod op tabaksreclame in 2016. De overheidsmaatregelen die in 2021 en in 2022 zijn ingevoerd richten zich op het uitstalverbod van tabaksproducten, neutrale verpakkingen op tabaksproducten en een verbod op sigarettenautomaten. Vanuit het Nationaal Preventieakkoord is in 2024 ook de verkoop van tabaksproducten in supermarkten verboden. Het gebruik van lachgas is sinds 2015 toegenomen en om het recreatieve gebruik terug dringen en het aanbod te beperken is lachgas per 1 januari 2023 op de lijst II van de Opiumwet geplaatst. Tevens zijn er afgelopen jaren enkele nieuwe psychoactieve stoffen toegevoegd aan de Opiumwet. Sinds 2019 heeft de burgemeester de bevoegdheid (op grond van het verruimde art. 13b van de Opiumwet) om woningen of andere panden ook te sluiten als er sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen voor het bereiden of telen van drugs. Cannabis is nog steeds de meest gebruikte illegale drug in Nederland en het percentage (bijna) dagelijkse gebruikers nam toe tussen 2017 en 2018, maar bleef daarna stabiel.
Het landelijke drugsbeleid is gericht op de volksgezondheid. Het beleid is er op gericht het gebruik van drugs te ontmoedigen en normalisering van drugsgebruik tegen te gaan. Uit het oogpunt van justitie en veiligheid is het drugsbeleid juist gericht op bestrijding van de productie en handel van drugs. Hierbij ligt vooral de focus op ondermijnende criminaliteit rondom illegale drugs.
Doelstelling
Beschermen van de volksgezondheid, beheersen van de overlast en onveiligheid en het tegengaan van (georganiseerde) criminaliteit in Maassluis.
Kaders en prioriteiten
In Nederland is het kweken van cannabis, de zogenaamde hennepteelt, wettelijk niet toegestaan (uitgezonderd de deelnemers aan het Experiment Gesloten Coffeeshopketen van het ministerie van VWS). Toch zijn er naar schatting 10.000 tot 30.000 hennepkwekerijen. Het gaat daarbij niet om burgers die een paar plantjes voor eigen gebruik hebben, maar om teelt voor financieel gewin met veel apparatuur die normaal gesproken voor reguliere tuinbouw wordt ingezet. Deze zijn vaak te vinden in woningen en veroorzaken veiligheidsrisico’s voor omwonenden, zoals brandgevaar door overbelasting van de elektriciteit. Per jaar wordt er 200 miljoen euro aan energie illegaal afgetapt en zijn er ten minste 65 woningbranden als gevolg van hennepteelt. Handel, productie, teelt en andere illegale activiteiten rondom zowel hard-, soft- en synthetische drugs als xtc, hebben een ondermijnend en potentieel ontwrichtend effect op de samenleving. Het ontwrichtend effect wordt veroorzaakt door de verwevenheid van onder- en bovenwereld, corruptie en de innesteling van gemeenschappen en maatschappelijke sectoren.
In de Opiumwet en het Nederlandse drugsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen softdrugs -en harddrugs. Harddrugs bevatten stoffen met een onaanvaardbaar risico (voor de volksgezondheid). Zowel landelijk als lokaal wordt beoogd om:
○ De markt voor softdrugs te scheiden van de markt voor harddrugs;
○ Overlast en verstoring van de openbare orde te beperken en beheersbaar te houden;
○ Gezondheidsrisico’s te beperken, met name voor jongeren.
Voor het effectief voorkomen en terugdringen van drugsgebruik is een integrale aanpak noodzakelijk. Dit betekent dat verschillende maatregelen en interventies in samenhang worden inzet voor verschillende doelgroepen en hun omgeving. Dit doen we aan de hand van vier thema’s:
○ voorlichting en educatie;
○ signalering advies en ondersteuning;
○ fysieke en sociale omgeving;
○ regelgeving en handhaving.
Leeswijzer
Het Softdrugsbeleid Maassluis 2024 bestaat uit twee delen. Deel I is het algemene deel, met daarin de wettelijke kaders, bevoegdheden, de landelijke werkwijze en organisatie. Deel II is toegespitst op de lokale situatie en de vier pijlers voor een integrale aanpak.
DEEL II GEMEENTE MAASSLUIS
Tekst
Een effectief softdrugsbeleid werkt integraal. Dit betekent dat verschillende maatregelen en interventies in samenhang worden inzet voor verschillende doelgroepen en de omgeving. We doen dit aan de hand van vier thema’s:
•voorlichting en educatie;
•signalering advies en ondersteuning;
•fysieke en sociale omgeving;
•regelgeving en handhaving.
Het lokale bestuur stelt binnen de landelijke kaders op gemeentelijk niveau het drugsbeleid vast en voert daarop de regie. Het is aan de lokale driehoek om het beleid concreet in te vullen en prioriteiten te stellen aan de dagelijkse handhaving. Een handhavingsarrangement, waarbinnen het optreden van bestuur, politie en OM op elkaar aansluit en elkaar aanvult, vormt de basis voor de inzet van het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumentarium. Het handhavingsarrangement, waarin per gedoogcriterium de eventuele bestuurlijke en strafrechtelijke sancties zijn opgenomen, wordt in de driehoek afgestemd.