Aanhef
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maassluis,
overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Maassluis,
gelet op artikel 3, derde lid van de Algemene Subsidieverordening Maassluis en artikel 156 van de Gemeentewet
besluiten
vast te stellen de
‘Nadere Subsidieregels 2018’
De “Nadere Subsidieregels 2018” zijn algemeen verbindende voorschriften
1Toelichting: Dit houdt in dat de naleving van deze regels krachtens de wet kan worden afgedwongen.
en door het college vastgesteld op grond van artikel 3, derde lid van de Algemene Subsidieverordening Maassluis en artikel 156 van de Gemeentewet.
In deze regels worden per beleidsterrein de beleidsdoelstelling, de soort subsidie, de specifieke subsidiecriteria, de hoogte van de subsidie en de verdeelregels beschreven. De specifieke subsidiecriteria zijn aanvullend op de weigeringsgronden zoals beschreven in artikel 12 van de Algemene Subsidieverordening Maassluis.
Subsidie wordt verstrekt voor de uitvoering van activiteiten, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Een organisatie licht bij haar subsidieaanvraag toe aan welke gemeentelijke beleidsdoelstelling zij met haar activiteiten een bijdrage levert. Voor dezelfde activiteiten kan maar één keer subsidie worden aangevraagd.
Het is mogelijk om ook op terreinen waarvoor geen nadere subsidieregels zijn vastgesteld subsidies te verlenen.
De gemeenteraad stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast. Hierna stel het college het overzicht 'Subsidieverdeling' vast in een apart besluit.
Nadere afspraken over de uit te voeren activiteiten en subsidiebudgetten tussen de subsidieaanvrager en de gemeente kunnen worden vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening, eventueel uitgewerkt in een uitvoeringsovereenkomst.
In geval van subsidies voor activiteiten in de vorm van evenementen is de aanvrager verantwoordelijk voor het verkrijgen van de benodigde vergunning(en).
Deze regels zijn niet van toepassing op gemeenschappelijke regelingen en inkoop/ aanbesteding door de gemeente Maassluis.
1. SOCIAAL DOMEIN
1.1 ONDERSTEUNING AAN KWETSBARE INWONERS
Artikel 1.1.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het zo lang mogelijk zelfstandig wonen en functioneren van kwetsbare inwoners door middel van het bieden van ondersteuning, informatie en advies en praktische diensten. Daarnaast wordt subsidie verstrekt voor activiteiten die er aan bijdragen inwoners uit een sociaal isolement te halen. Onder kwetsbare inwoners verstaan wij mensen met beperkingen (lichamelijk en/of verstandelijk), mensen met een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om de activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 1.1.2 Specifieke subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager werkt samen met andere lokale organisaties om te komen tot een afgestemd en samenhangend aanbod dat tegemoet komt aan de vraag van de inwoners van Maassluis.
2In overleg met de gemeente wordt voor de activiteiten een eigen bijdrage van deelnemers of bezoekers gevraagd.
3De subsidieaanvrager richt zich op een of meer van de volgende activiteiten:
a.Het stimuleren van een gezonde leefstijl.
b.Het vroegtijdig signaleren van problemen binnen onderwijs en zorg.
c.Het vroegtijdig signaleren van gezinsproblematiek.
d.Het vroegtijdig signaleren bij opvoeden en opgroeien.
e.Het ondersteunen van mantelzorgers in Maassluis.
f.Het ondersteunen van kwetsbare inwoners in Maassluis door middel van informatie, advies en begeleiding op individueel en gezinsniveau, lotgenotencontact, cursussen en voorlichting.
g.Het bieden van praktische hulp en ondersteuning aan kwetsbare inwoners waaronder advies bij financiële problemen en juridische kwesties.
4De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn toegankelijk en bereikbaar.
5De subsidieaanvrager heeft activiteiten ondernomen om andere inkomsten te werven.
6De subsidieaanvrager zet waar mogelijk vrijwilligers in voor de activiteiten.
7De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn aantoonbaar afgestemd op de vraag van de inwoners van Maassluis in het algemeen of op één van de drie gebieden in het bijzonder (vraaggericht en gebiedsgericht).
8Vrijwilligersvacatures van de subsidieaanvrager worden aangemeld bij het Steunpunt Vrijwilligers van de gemeente Maassluis.
Artikel 1.1.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 1.1.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
1.2 PARTICIPATIE VOOR KWETSBARE INWONERS
Artikel 1.2.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de participatie van kwetsbare inwoners door middel van het aanbieden van sociaal-culturele en recreatieve activiteiten. Onder kwetsbare inwoners verstaan wij mensen met beperkingen (lichamelijk en/of verstandelijk), mensen met een chronisch psychisch probleem, mensen met een psychosociaal probleem en mantelzorgers.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om de activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 1.2.2 Specifieke subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager werkt samen met andere lokale organisaties om te komen tot een afgestemd en samenhangend aanbod voor de kwetsbare inwoners van Maassluis.
2De subsidieaanvrager heeft activiteiten ondernomen om andere inkomsten te werven.
3In overleg met de gemeente wordt voor de activiteiten een eigen bijdrage van deelnemers of bezoekers gevraagd.
4De activiteiten worden bij voorkeur uitgevoerd door vrijwilligers.
5Vrijwilligersvacatures van de subsidieaanvrager worden aangemeld bij het Steunpunt Vrijwilligers van de gemeente Maassluis.
6Aan bovengenoemde activiteiten dient bekendheid te worden gegeven door publicatie in de lokale media, zodat alle inwoners van Maassluis hierover worden geïnformeerd.
Artikel 1.2.3 Hoogte subsidie
1Het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de door het college noodzakelijk geachte subsidiabele kosten, met inachtneming van de verdeelregels.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 1.2.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
1.3 PARTICIPATIE JEUGDIGEN
Artikel 1.3.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de zelfontplooiing van jeugdigen, het bieden van kansen en het voorkomen van overlast en uitval (onderwijs, arbeid of sociale verbanden) door middel van het aanbieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding aan jeugdigen van 6 tot 21 jaar.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om de activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 1.3.2 Specifieke subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager voert de volgende activiteiten uit:
a.Het bieden van bijeenkomsten aan jongeren tot 25 jaar in het kader van accommodatie gebonden jongerenwerk.
b.Het bieden van flexibele begeleiding aan jongeren tot 25 jaar en hun omgeving in het kader van ambulant jongerenwerk.
c.Het bieden van activiteiten en bijeenkomsten aan jongeren tot 25 jaar in het kader van sport en sportbuurtwerk.
d.Het deelnemen aan netwerken en overleggen, inclusief het georganiseerde bewonerscontact om de effectiviteit van netwerken in de keten te vergroten.
2De subsidieaanvrager betrekt jongeren, gezinnen, scholen en sportverenigingen bij het wijkgericht jongerenwerk.
3De subsidieaanvrager stimuleert jongeren tot zelforganisatie en participatie.
4De subsidieaanvrager bevordert de integratie van verschillende groepen jongeren.
5De subsidieaanvrager werkt samen met andere (gemeentelijke) organisaties en (zorg)instellingen die zich inzetten voor jeugdigen en is als zodanig een ketenpartner binnen de Jeugdhulp.
6De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn aantoonbaar afgestemd op de vraag van de inwoners en jeugdigen van Maassluis in het algemeen of op één van de drie gebieden in het bijzonder.
7De subsidieaanvrager heeft activiteiten ondernomen om andere subsidies en/of fondsen te werven.
8In overleg met de gemeente wordt voor de activiteiten een eigen bijdrage van deelnemers of bezoekers gevraagd.
Artikel 1.3.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 1.3.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
1.4 PARTICIPATIE MENSEN IN ACHTERSTANDSPOSITIES
Artikel 1.4.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de deelname aan het maatschappelijk leven van mensen in achterstandsposities door middel van het verbeteren van hun positie. Of mensen in een achterstandspositie verkeren wordt afgemeten aan de volgende indicatoren:
-De mate van zelfredzaamheid, eigen kracht en burgerkracht, de 0-lijn
-De noodzaak tot preventie
-De behoefte aan ondersteuning
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om de activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 1.4.2 Specifieke subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager maakt duidelijk op welke groep mensen hij zich richt.
2De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn openbaar toegankelijk voor de doelgroep.
3De subsidieaanvrager toont aan hoe zijn/haar activiteiten bijdragen aan het verbeteren van de positie van de doelgroep.
4De subsidieaanvrager bereikt een naar het oordeel van het college substantieel deel van de doelgroep.
5De subsidieaanvrager heeft activiteiten ondernomen om andere subsidies en/of fondsen te werven.
6In overleg met de gemeente wordt voor de activiteiten een eigen bijdrage van deelnemers of bezoekers gevraagd.
Artikel 1.4.3 Hoogte subsidiebedrag
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 1.4.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
1.5 PARTICIPATIE NIEUWKOMERS
Artikel 1.5.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die eraan bijdragen dat vreemdelingen (statushouders, gezinsherenigers, inburgeringsoplichtingen en –behoeftigen) bekend zijn met de algemene voorzieningen op het gebied van onderwijs, wonen, werk/inkomen, welzijn, gezondheidszorg, sport en recreatie.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om de activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 1.5.2 Specifieke subsidiecriteria
1Alle statushouders die zich willen vestigen in Maassluis worden bereikt;
2De subsidieontvanger werkt aan een lokaal draagvlak voor de opvang van statushouders;
3De subsidieontvanger ondersteunt statushouders bij hun vestiging en de integratie in de samenleving;
4De subsidieontvanger stimuleert dat vreemdelingen deelnemen aan de activiteiten op het gebied van ontspanning, ontmoeting, inburgering en integratie en begeleidt ze daarbij.
Artikel 1.5.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 1.5.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Het college verleent subsidie aan één organisatie.
3Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
2. EDUCATIE EN ONTWIKKELING
2.1 VOORSCHOOLSE VOORZIENINGEN MAASSLUIS
Artikel 2.1.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen van 2 en 3 jaar door middel van Voorschoolse Educatie (VE) op kindercentra met het doel ontwikkelings- en/of leer- en taalachterstanden te voorkomen.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag. De subsidie bestaat uit twee delen:
1Subsidie peuteropvang (peuterplaats)
2Subsidie VVE-vergoeding
Artikel 2.1.2 Subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager voldoet aan de geldende wetgeving en kwaliteitseisen die gesteld worden aan de kinder- en peuteropvang. De subsidieaanvrager voldoet voor de kwaliteit van VVE op alle onderdelen ten minste aan het niveau voldoende (3 punten), zoals bepaald in de meest recente bestandsopname/controle van de Inspectie van het Onderwijs.
2Voor de aanvraag en vaststelling wordt gebruik gemaakt van een namens het college vastgestelde formulieren in het subsidieportaal.
3Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door subsidieaanvragers voor peuteropvang die als kinderdagverblijf staan vermeld in het landelijk register kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP), die gevestigd zijn in de gemeente Maassluis en die bij voorkeur gekoppeld zijn aan een of meerdere basisscholen in de gemeente.
4De subsidieaanvrager werkt aantoonbaar samen met het basisonderwijs zodat sprake is van een doorgaande ontwikkelingslijn met het basisonderwijs.
5Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor peuters die woonachtig zijn in de gemeente Maassluis.
6De subsidieaanvragers hanteren de door het college vastgestelde:
a.(maximum) uurprijs per (VVE-)peuterplaats
b.hoogte van de VVE-vergoeding
c.inkomensafhankelijke ouderbijdrage.
7De peuteropvang voor is toegankelijk voor peuters in de leeftijd van 2 tot en met 3 jaar met een maximum van 6 uur (2 dagdelen) per week. Kinderen met een doelgroep/VVE indicatie (verstrekt door de arts van het Centrum voor Jeugd en Gezin) hebben vanaf de leeftijd van 2,5 jaar recht op uitbreiding van opvanguren met 6 uur (2 dagdelen). Om redenen van continuïteit nemen kinderen ten minste één jaar ononderbroken deel aan de opvang.
8Het college maakt onderscheid in volgende typen subsidie:
a.Subsidie voor peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag, maximaal 40 weken per jaar, 6 uren per week (2 dagdelen). De door de subsidieaanvrager ontvangen ouderbijdrage wordt in mindering gebracht op de subsidie.
b.Subsidie voor peuters met een VVE-indicatie zonder recht op kinderopvangtoeslag, maximaal 40 weken per jaar, 12 uren per week (4 dagdelen). De door de subsidieaanvrager ontvangen ouderbijdrage wordt in mindering gebracht op de subsidie.
c.Subsidie voor peuters met een VVE indicatie met recht op kinderopvangtoeslag maximaal 40 weken per jaar, 6 uren per week (3e en 4e dagdeel) .
d.Naast de in het vorige lid genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-vergoeding beschikbaar. Deze vergoeding wordt verstrekt voor alle peuters die een VVE-peuterplaats bezetten met een indicatie voor voorschoolse educatie, als tegemoetkoming van aanvullende kosten voor het bieden van voorschoolse educatie. Indien een doelgroep peuter de VVE-plaats niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt.
9De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen en te factureren ouderbijdragen. De vaststelling vindt plaats op basis van het daadwerkelijk gebruik van de peuterplaatsen
10Subsidieaanvragers innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van wanbetalers.
11De subsidieaanvragers zijn bij de plaatsing van peuters op beschikbare peuterplaatsen verplicht doelgroep peuters voorrang te geven.
12De subsidieaanvrager verschaft op verzoek informatie, of kan binnen een redelijke termijn gegevens beschikbaar stellen, aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of andere door de gemeente aangewezen instanties. Ook draagt de subsidieaanvrager zorg voor de archivering van de benodigde gegevens voor het uitvoeren en verantwoorden van de activiteiten. Voor een specificatie verwijzen wij naar de beschikking en/ of uitvoeringsovereenkomst.
13De subsidieaanvrager evalueert jaarlijks de interne kwaliteit van de voorschoolse educatie en geeft op basis daarvan verbeterpunten aan. De subsidieaanvrager verstrekt de gewenste informatie voor het opstellen van de jaarlijkse vve-monitor. Voor een specificatie verwijzen wij naar de beschikking en/ of uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 2.1.3 Weigeringsgronden
Onverminderd de subsidievoorwaarden als opgenomen in deze Nadere regels, kan de subsidie worden geweigerd indien:
1voor één van de gesubsidieerde vestigingen van de subsidieaanvrager in Maassluis vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt;
2de aanvraag na de gestelde termijn is ingediend;
3het door het college vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Artikel 2.1.4 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 2.1.5 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Het college geeft de voorkeur aan een de organisatie die naar het oordeel van het college het meest bijdraagt aan het bereiken van de gemeentelijke beleidsdoelstelling.
3De subsidieaanvragen die binnen de daarvoor gestelde aanvraagtermijn zijn ontvangen worden met elkaar vergeleken teneinde de aanvragen, en de toetsing aan de genoemde criteria, ook in relatie tot elkaar te kunnen beoordelen. Indien na berekening van het totale bedrag waarop de aanvragers aanspraak kunnen maken, het subsidieplafond wordt overschreden, worden slechts de aanvragen gehonoreerd die het meest bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen, daarbij worden ook de geografische spreiding, de risico-inventarisatie, het openbare inspectierapport van de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) en de Maassluise voorwaarden voor goed bestuur meegewogen, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
4Indien na toepassing van de verdeling die is opgenomen in het vorige lid het subsidieplafond alsnog wordt overschreden, behoudt het college zich het recht voor de subsidie naar rato te verdelen.
2.2 SCHAKELKLASSEN BASISONDERWIJS MAASSLUIS
Artikel 2.2.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor onderwijsactiviteiten die bijdragen aan de taalontwikkeling van leerlingen van 4,5 tot 13 jaar die korter dan een jaar in Nederland zijn en/of de Nederlandse taal onvoldoende beheersen om onderwijs op de basisschool te volgen.
Het doel is om leerachterstanden te voorkomen of te verhelpen door het geven van intensief taalonderwijs. Om deze activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 2.2.2 Specifieke subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager biedt een voltijd schakelklas basisonderwijs.
2De nadere afspraken zijn vastgelegd in een schoolbestuurlijk convenant ten aanzien van de schakelklassen in Maassluis dat door de gemeente, de schakelklas en alle betrokken schoolbesturen wordt onderschreven. Hierin zijn minimaal de bevoegdheden, verantwoordelijkheden, taakverdeling en financiering benoemd.
Artikel 2.2.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling. De bijdrage van de gemeente aan de kosten van de schakelklas worden jaarlijks vastgesteld. Dit betreft een cofinanciering. De totale kosten van de schakelklas worden door gemeenten en het basisonderwijs in Maassluis gezamenlijk beschikbaar gesteld.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 2.2.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Het college geeft de voorkeur aan de organisatie die door de inspectie van het onderwijs positief is beoordeeld op de onderwijskwaliteit en schoolbestuur en het vertrouwen geniet van de besturen van de basisscholen in Maassluis.
3Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
2.3 AANVULLENDE ACTIVITEITEN VROEG- EN VOORSCHOOLSE VOORZIENINGEN MAASSLUIS
Artikel 2.3.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
In deze nadere regels wordt onder aanvullende activiteiten vroeg- en voorschoolse educatie verstaan (VVE): activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan het vergroten van de opbrengst(en) van de vroeg- en voorschoolse educatie voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar. Deze activiteiten worden aanvullend of ondersteunend op het reguliere VVE-programma zoals dit op peuteropvang, kinderdagverblijven en vroegscholen wordt aangebonden, georganiseerd.
Deze activiteiten dragen hiermee bij aan het realiseren van de gemeentelijke beleidsdoelen VVE. Om de activiteiten te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 2.3.2 Specifieke subsidiecriteria
1Er wordt, met inachtneming van artikel 2 slechts subsidie verleend voor activiteiten die aantoonbaar het rendement van het reguliere vve-traject verhogen. Deze activiteiten concurreren in doelstelling niet met het reguliere VVE- aanbod, maar zijn aanvullend of ondersteunend.
2De activiteiten die hier onder worden verstaan zijn:
a.De subsidieaanvrager signaleert achterstandssituaties en ontplooit activiteiten die leiden tot overbrugging van die achterstanden aanvullend op het reguliere VVE-aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, en/of;
b.de subsidieaanvrager verzorgt toeleiding, plaatsing en/of nazorg van deelname aan de vroeg- en voorschoolse educatie, en/of;
c.de subsidieaanvrager verzorgt activiteiten op het gebied van taal en opvoeding van ouders van kinderen die deelnemen aan een VVE-traject of schakelklas.
Artikel 2.3.3 Weigeringsgronden
1De subsidie wordt geweigerd indien sprake is van één van de weigeringsgronden zoals neergelegd in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Maassluis.
2het door het college vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Artikel 2.3.4 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 2.3.5 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2De subsidieaanvragen die binnen de daarvoor gestelde aanvraagtermijn zijn ontvangen worden met elkaar vergeleken teneinde de aanvragen, en de toetsing aan de in artikel 2 en 4 genoemde criteria, ook in relatie tot elkaar te kunnen beoordelen. Indien na berekening van het totale bedrag waarop de aanvragers aanspraak kunnen maken, het subsidieplafond wordt overschreden, worden slechts de aanvragen gehonoreerd die het meest bijdragen aan het bereiken van de gemeentelijke beleidsdoelen, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
2.4 PREVENTIEPROJECTEN JEUGD
Artikel 2.4.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op jeugdigen van 4 tot en met 23 jaar, gericht op het voorkomen van probleemgedrag van jeugdigen en het verhogen van de (ervaren) veiligheid van de inwoners van Maassluis.
Om deze beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 2.4.2 Specifieke subsidiecriteria
1De activiteiten richten zich op jeugdigen in het primair en voortgezet onderwijs (kinderen van 4 tot en met 23 jaar).
2De activiteiten vallen onder een of meerdere van onderstaande categorieën:
a.Informatieve activiteiten;
b.activiteiten die zich richten op bewustwording en gedragsverandering;
c.activiteiten die de jeugdigen ontwikkelingskansen bieden;
d.activiteiten die de (ervaren) veiligheid van jeugdigen verhogen.
3De activiteiten worden aangeboden in samenwerking met de scholen in het primair onderwijs en/ of de scholen in het voortgezet onderwijs.
Artikel 2.4.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 2.4.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
2.5 VERGROENEN SCHOOLPLEINEN
Artikel 2.5.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
De gemeente Maassluis acht het van belang dat basisscholen in Maassluis gestimuleerd worden tot het herinrichten c.q., vergroenen van hun schoolpleinen. Dit heeft geleid tot de mogelijkheid om voor het opknappen van schoolpleinen een subsidie aan te vragen.
Artikel 2.5.2 Subsidievoorwaarden
1De aanvragende basisschool beschikt over een degelijk onderbouwd plan van aanpak.
2Het plan van aanpak is aantoonbaar tot stand gekomen in samenspraak met de leerlingen van de school
3Het plan van aanpak is gericht op het vergroenen van het schoolplein.
4Het plan geeft aan op welke wijze het onderhoud van het groen zal plaatsvinden.
5De voorgestelde herinrichting c.q. vergroening van het schoolplein is vandalisme bestendig.
6De basisschool zorgt voor de inzet van eigen mensen en financiële middelen voor het realiseren van de vergroening c.q. herinrichting.
Artikel 2.5.3 Hoogte subsidies en verdeelregels
Jaarlijks is er per basisschool/schoolplein een bedrag beschikbaar van € 7.500,-. Er kunnen per jaar maximaal 4 schoolpleinen worden “vergroend”.
3. SPORT EN BEWEGEN
3.1 SPORTVERENIGINGEN
Artikel 3.1.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de volgende doelstellingen:
> Iedere inwoner van Maassluis kan deelnemen aan een vrijetijdsbeoefening
> Bevorderen van een gezonde levensstijl en voorkomen van overgewicht en bewegingsarmoede bij jeugdigen door het ondersteunen van sportverenigingen.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college jaarlijkse en eenmalige subsidies na ontvangst van een subsidieaanvraag. Er zijn vier soorten subsidies:
1basissubsidie sportverenigingen
2jeugdleden subsidie
3aanvullende subsidies
4OZB-subsidie
Artikel 3.1.2 Specifieke subsidiecriteria
Artikel 3.1.2.1 Basissubsidie sportverenigingen
1Er wordt een activiteit georganiseerd, die minimaal een dagdeel duurt, die toegankelijk is voor zowel leden als niet-leden;
2De subsidieaanvrager is een sportvereniging
* Een sportvereniging is een aanbieder van binnen- en/of buitensportactiviteiten, handelend zonder winstoogmerk met tenminste 50% leden (of geregistreerde deelnemers) uit Maassluis.
, die het mogelijk maakt dat inwoners van Maassluis al op jonge leeftijd kennismaken met een vorm van sportbeoefening.
3aan bovengenoemde activiteit dient bekendheid te worden gegeven door publicatie in lokale media, zodat alle inwoners van Maassluis hierover worden geïnformeerd.
4De activiteit wordt minimaal 4 weken tevoren aangemeld bij het sportservicepunt voor vermelding op de website van de gemeente.
5De basissubsidie dient in één keer samen met eventuele subsidie jeugdleden en aanvullende subsidies te worden aangevraagd via het aanvraagformulier sportsubsidies.
6De subsidie dient aangevraagd te worden vóór 1 september van het jaar van de subsidieverlening.
7De subsidieaanvrager zorgt ervoor dat de medewerkers van subsidieaanvrager, die werken met jeugd en mensen met een verstandelijke beperking, beschikken over een actuele Verklaring omtrent Gedrag (VOG, niet ouder dan 12 maanden).
Artikel 3.1.2.2 Jeugdleden sportverenigingen
1De jeugdledensubsidie is gekoppeld aan de basissubsidie. Om in aanmerking te komen voor deze jeugdledensubsidie dient de aanvrager ook in aanmerking te komen voor een basissubsidie en een activiteit in dit kader te organiseren.
2De bijdrage per jeugdlid geldt voor leden tot en met 17 jaar, die woonachtig zijn in Maassluis.
3Peildatum voor het aantal jeugdleden is 1 januari van het lopende jaar.
Artikel 3.1.2.3 Aanvullende subsidies
1De aanvullende subsidies zijn gekoppeld aan de basissubsidie. Om in aanmerking te komen voor deze aanvullende subsidies(s) dient de aanvrager ook in aanmerking te komen voor een basissubsidie en een activiteit in dit kader te organiseren.
2De subsidieaanvrager organiseert een of meer van de hieronder genoemde activiteiten, waarvoor verschillende criteria van toepassing zijn:
a.Scholierentoernooi Er wordt voor maximaal 1 scholierentoernooi per jaar subsidie verleend.
b.Opleiding/ training jeugdkader Er is een bijdrage per jeugdlid aangevraagd en verleend.
c.Nevenactiviteit eigen jeugdleden
-De subsidie is bedoeld voor vervoerskosten en/of entree
-De activiteit is aan de eigen sport gerelateerd
-De activiteit vindt plaats in Nederland
d.Speciaal sportevenement
-De activiteit, anders dan de eigen sport, heeft een openbaar karakter, is gericht op leden en niet-leden en is gericht op actieve sportdeelname
-Aan de activiteit dient bekendheid te worden gegeven door publicatie in lokale media zodat alle inwoners van Maassluis hierover worden geïnformeerd.
-De activiteit duurt minimaal 1 dagdeel;
e.Anders / overig De subsidieaanvrager organiseert andere activiteiten die naar het oordeel van het college bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelstelling. Aanvragen voor deze activiteiten worden indien nodig voorgelegd aan de werkgroep Breedtesport, waarin ook de Maassluise Sport- en Recreatieraad (MSR) is vertegenwoordigd.
Artikel 3.1.2.4 OZB-subsidie
1De aanvrager is eigenaar van de accommodatie.
2De aanvraag voor de OZB-subsidie dient in hetzelfde jaar ingediend te worden als het jaar waarop de OZB-aanslag van toepassing is. In afwijking van de overige soorten subsidie dient de aanvraag uiterlijk 12 weken na ontvangst van de OZB-aanslag ingediend te worden. Indien bezwaar is aangetekend op de aanslag dan moet dit binnen de hiervoor genoemde termijn van 12 weken schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.
Artikel 3.1.3 Hoogte subsidies
Artikel 3.1.3.1 Basissubsidie sportverenigingen
1De hoogte van het basisbedrag is een vast bedrag van € 336,= per jaar.
2De basissubsidie sportverenigingen wordt maximaal één keer per jaar verleend.
Artikel 3.1.3.2 Jeugdleden sportverenigingen
1Per jeugdlid wordt een subsidiebedrag van € 6,50 per jaar verstrekt.
2De subsidie jeugdleden sportverenigingen wordt maximaal één keer per jaar verleend.
Artikel 3.1.3.3 Aanvullende subsidies sportverenigingen
Per activiteit is een vast subsidiebedrag beschikbaar:
1Scholierentoernooi: € 116,= per dagdeel met een maximum van zes dagdelen;
2Opleiding / training jeugdkader: het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de noodzakelijk geachte kosten, met een maximum van € 500,=.
3Nevenactiviteit eigen jeugd: maximaal € 500,=. Per deelnemer bedraagt de subsidie maximaal € 10,= als bijdrage in vervoerskosten en/of entree.
4Speciaal sportevenement: het college bepaalt de hoogte van de subsidie op basis van de noodzakelijk geachte kosten, met een maximum van € 250,=.
Artikel 3.1.4 Hoogte OZB-subsidie
De subsidiehoogte is gelijk aan het door de instelling betaalde bedrag aan Onroerend Zaak Belasting (OZB).
Artikel 3.1.5 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de basissubsidie, de jeugdledensubsidie en de aanvullende subsidies.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, wordt het bedrag per organisatie naar rato verlaagd.
3Voor de OZB-subsidies sport wordt geen subsidieplafond vastgesteld.
3.2 SCOUTING & ZEEKADETTENWERK
Artikel 3.2.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de sociale en fysieke ontwikkeling van jeugdigen tot en met 17 jaar door middel van het in groepsverband organiseren van knutsel- en spelactiviteiten in een veilige speelomgeving, waarbij plezier, uitdaging en samenwerking centraal staan.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college jaarlijkse subsidies na ontvangst van een subsidieaanvraag. Er zijn drie soorten subsidies:
1basissubsidie
2jeugdledensubsidie
3OZB-subsidie
Artikel 3.2.2 Specifieke subsidiecriteria
Artikel 3.2.2.1 Basissubsidie
1De aanvrager is een scoutingvereniging/zeekadettenkorps en is aangesloten bij de landelijke koepelorganisatie.
2De aanvrager biedt activiteiten gedurende het hele jaar aan.
3De jeugdigen worden ondersteund door een volwassen en vakkundig kader.
4De aanvrager heeft minimaal 15 Maassluise jeugdleden.
5De aanvrager voert minimaal een keer per jaar een activiteit uit gericht op de werving van nieuwe jeugdleden en besteedt daarbij aandacht aan het werven van allochtone en gehandicapte jeugd.
Artikel 3.2.2.2 Jeugdledensubsidie
Om voor de jeugdledensubsidie in aanmerking te komen dient de aanvrager tevens in aanmerking te komen voor het basisbedrag.
Artikel 3.2.2.3 OZB-subsidie
1De aanvrager is eigenaar van de accommodatie.
2De aanvraag voor de OZB-subsidie dient in hetzelfde jaar ingediend te worden als het jaar waarop de OZB-aanslag van toepassing is. In afwijking van de overige soorten subsidie dient de aanvraag uiterlijk 12 weken na ontvangst van de OZB-aanslag ingediend te worden. Indien bewaar is aangetekend op de aanslag dan moet dit binnen de hiervoor genoemde termijn van 12 weken schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.
Artikel 3.2.3 Hoogte subsidiebedrag
Artikel 3.2.3.1 Basissubsidie
Het basisbedrag bedraagt € 1.000,= per jaar.
Artikel 3.2.3.2 Jeugdledensubsidie
De subsidie per jeugdlid wordt bepaald aan de hand van het door de aanvrager opgegeven aantal jeugdleden op 1 januari van het jaar voorafgaand aan de subsidieperiode. Wisselingen in het aantal leden vanaf genoemd tijdstip tot en met de looptijd van de verstrekte subsidie, hebben geen invloed op de hoogte van de subsidie.
Artikel 3.2.3.3 OZB-subsidie
De hoogte van de OZB is maximaal de aan de gemeente betaalde Onroerend Zaak Belasting (OZB).
Artikel 3.2.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks voor de basissubsidie en de ledensubsidie een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, wordt het bedrag per organisatie naar rato verlaagd.
3Voor de OZB-subsidies wordt geen subsidieplafond vastgesteld.
3.3 KLEEDKAMERS BUITENSPORTACCOMMODATIES
Artikel 3.3.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Om te bereiken dat inwoners van Maassluis gezond zijn, deelnemen aan de samenleving en dat er goede voorzieningen bestaan in Maassluis (Sociale Structuurvisie en de Sportnota Maassluis), zorgt de gemeente onder andere voor een passend aanbod van accommodaties. Om buitensportverenigingen te ondersteunen bij het ontwikkelen of vernieuwen van hun eigen accommodatie, die voor het in stand houden van het aanbod van de activiteiten direct noodzakelijk zijn, kan de gemeente een investeringssubsidie beschikbaar stellen. Het gaat hier om organisaties die op non-profit basis activiteiten aanbieden op het gebied van sport.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college eenmalige subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 3.3.2 Specifieke subsidiecriteria.
1Deze subsidie voor kleedkamers (en aanvullende sport gebonden ruimten voor scheidsrechters, EHBO, bestuurskamer, materiaal e.d.) dient te worden bestemd voor de aanschaf, bouw en/of verbouw van nieuwe of vervanging/renovatie van bestaande kleedkamervoorzieningen.
2Deze subsidie wordt uitsluitend verleend als het vernieuwen, of renoveren van de kleedkamers onderdeel uitmaakt van een te realiseren totaalplan voor het verbeteren van de opstallen van de vereniging. Dat totaalplan bevat ook verbetering van andere ruimten of opstallen dan kleedkamers, zoals bijv. een kantine.
3De opzet van de onroerende zaak dient gebaseerd te zijn op een niveau dat in het algemeen maatschappelijke verkeer als sober kan worden beschouwd, dit ter beoordeling van de subsidieverlener.
4Deze subsidie wordt verleend voor nieuwbouw wegens capaciteitsuitbreiding, vervangende nieuwbouw van een accommodatie van minimaal 40 jaar oud en voor een renovatie van een accommodatie van minimaal 25 jaar oud.
5Uitgangspunt is dat de nieuwbouw een levensduur van 40 jaar en een renovatie van 25 jaar heeft. Binnen deze periode kan geen aanspraak worden gemaakt op een nieuwe subsidie op grond van deze regeling.
6Deze subsidie kan niet worden verleend als voor dezelfde activiteit een investeringssubsidie ingevolge nadere regel 6.2 is of wordt verleend.
Artikel 3.3.3 Verdeelregels
Voor deze subsidie is binnen de gemeentebegroting geen expliciete ruimte beschikbaar. In voorkomende gevallen is subsidieverlening slechts mogelijk indien de raad besluit dat hier expliciet budget voor vrijgemaakt kan worden.
4. KUNST EN CULTUUR
4.1 CREATIVITEITSONTWIKKELING
Artikel 4.1.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit van de inwoners van Maassluis.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college jaarlijkse en eenmalige subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 4.1.2 Specifieke subsidiecriteria
1De subsidieaanvrager werkt met gekwalificeerde, professionele docenten.
2De subsidieaanvrager werkt samen met lokale onderwijsinstellingen en/of lokale instellingen en verenigingen.
3De subsidieaanvraag voldoet aan de doelstellingen die zijn opgenomen in de Cultuurvisie Maassluis 2015-2020.
4Voor de activiteiten wordt een eigen bijdrage van de bezoekers, gebruikers of leden gevraagd.
Artikel 4.1.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
Artikel 4.1.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de organisaties die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.
4.2 MUZIEKVERENIGINGEN EN KOREN
Artikel 4.2.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het verlevendigen en bevorderen van amateurkunst- en cultuurbeoefening.
De activiteiten van de subsidieaanvrager zijn gericht op het realiseren van de in dit hoofdstuk vermelde, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college jaarlijkse en eenmalige subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag. Er zijn vier soorten subsidies:
1basissubsidie muziekverenigingen en koren
2subsidie voor actieve leden
3subsidie voor extra activiteiten
4OZB-subsidie
Artikel 4.2.2 Specifieke subsidiecriteria
Artikel 4.2.2.1 Basissubsidie muziekverenigingen en koren
1De subsidieaanvrager is actief op het gebied van amateurkunst en cultuurbeoefening.
2De subsidieaanvrager stelt zich ten doel om in georganiseerd verband en op amateuristische basis kunst te beoefenen.
3De subsidieaanvrager verzorgt per jaar minimaal één lokaal openbaar toegankelijk optreden, concert, presentatie of manifestatie in Maassluis. Met “met openbaar toegankelijk” wordt bedoeld een activiteit die voor alle inwoners van Maassluis toegankelijk is of waaraan zij kunnen deelnemen tegen een niet commerciële deelnameprijs.
4De subsidieaanvrager geeft bekendheid aan dit optreden, concert, presentatie of manifestatie door middel van publicatie in de lokale media of anderszins.
5De subsidieaanvrager werkt met inhoudelijk gekwalificeerde deskundigen, blijkend uit het CV. Hierbij valt te denken aan een dirigent en/of lesgevende.
6De subsidieaanvrager heeft minimaal 15 leden.
7Minimaal 50% van de leden is woonachtig in Maassluis.
8De subsidieaanvrager is statutair gevestigd in Maassluis.
Artikel 4.2.2.2 Extra activiteiten
Alleen subsidieaanvragers die het basisbedrag ontvangen kunnen subsidie voor extra activiteiten ontvangen. Deze extra activiteiten moeten vernieuwend, bijzonder en uniek zijn en niet tot de reguliere optredens/concerten behoren. De uitgangspunten van de geldende Cultuurvisie zijn daarbij leidend. Activiteiten waarbij de samenwerking wordt aangegaan met andere instellingen, waaronder ook niet-culturele instellingen, hebben prioriteit.
Aanvragen voor deze extra activiteiten zullen ter advisering worden voorgelegd aan de Culturele Raad Maassluis (CRM). De CRM zal een niet-bindend advies uitbrengen aan het college over de aanvraag. Indien de activiteit daarna jaarlijks terugkeert in het programma van de vereniging dan valt dit optreden onder het optreden genoemd in artikel 4.2.2.1 lid 3.
Artikel 4.2.2.3 OZB-subsidie
1De aanvrager is eigenaar van de accommodatie.
2De aanvraag voor de OZB-subsidie dient in hetzelfde jaar ingediend te worden als het jaar waarop de OZB-aanslag van toepassing is. In afwijking van de overige soorten subsidie dient de aanvraag uiterlijk 12 weken na ontvangst van de OZB-aanslag ingediend te worden. Indien bewaar is aangetekend op de aanslag dan moet dit binnen de hiervoor genoemde termijn van 12 weken schriftelijk kenbaar te worden gemaakt
Artikel 4.2.3 Hoogte subsidie
Artikel 4.2.3.1 Basissubsidie muziekverenigingen en koren
Het basisbedrag per kunstcategorie is:
1Voor muziekgezelschappen is de basissubsidie € 500,= per jaar.
2Voor muziekgezelschappen is de bijdrage per actief lid € 20,=
3Voor koren is de basissubsidie € 350,= per jaar
4Voor koren is de bijdrage per actief lid is € 10,=
5De hierboven genoemde basissubsidie en de bijdrage per actief lid wordt maximaal één keer paar jaar verleend.
Artikel 4.2.3.2 Extra activiteiten
De hoogte van de subsidie voor extra activiteiten is:
Extra activiteit
Muziek
Zang
De subsidieaanvrager levert een bijdrage aan een ongesubsidieerd (niet commercieel) lokaal evenement. Indien de organisator van het evenement hier al subsidie voor ontvangt, zijn geen aanvullende subsidies van deelnemende partijen mogelijk.
€ 250,= (is ook maximumbedrag)
€ 100,= (is ook maximumbedrag)
De subsidieaanvrager geeft een extra nieuw, bijzonder en uniek openbaar toegankelijk optreden (anders dan de reguliere), waaraan via de lokale media bekendheid wordt gegeven. Prioriteit wordt gegeven aan samenwerkings-verbanden met andere instellingen.
€ 250,=, met een maximum van € 500,=
€ 100,=, met een maximum van € 500,=
De subsidieaanvrager organiseert vernieuwende activiteiten met als doel jeugdleden te werven. De kwaliteit en het vernieuwende karakter van de activiteit wordt beoordeeld door het college op advies van de Culturele Raad Maassluis.
€ 400,= (is ook maximumbedrag)
€ 200,= (is ook maximumbedrag)
Artikel 4.2.3.3 OZB-subsidie
De hoogte van de OZB is maximaal de aan de gemeente betaalde Onroerend Zaak Belasting (OZB).
Artikel 4.2.3.4 Verdeelregels
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, wordt het bedrag per organisatie naar rato verlaagd.
6 OVERIG
6.1 JUBILEUMSUBSIDIE
Artikel 6.1.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Ter gelegenheid van een jubileum organiseren instellingen vaak extra activiteiten. Ter ondersteuning hiervan én bij wijze van waardering van de vrijwilligers en de activiteiten die zij organiseren, kan een eenmalige subsidie worden verstrekt voor activiteiten in het kader van de viering van een 25-jarig jubileum – of een veelvoud van 25 - van een maatschappelijke organisatie die gevestigd is in Maassluis. Een maatschappelijke organisatie heeft geen winstoogmerk.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college eenmalige subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 6.1.2 Specifieke subsidiecriteria
1De activiteiten worden uitgevoerd door vrijwilligers.
2De activiteiten zijn openbaar toegankelijk voor de inwoners van Maassluis.
3De subsidieaanvrager geeft bekendheid aan de activiteiten door publicatie in de lokale media.
Artikel 6.1.3 Hoogte subsidie
1Subsidiabel zijn de kosten van activiteiten die het college noodzakelijk acht voor het bereiken van de doelstelling.
2Kosten voor consumpties en receptiekosten behoren niet tot de subsidiabele kosten.
De subsidie bedraagt maximaal € 250,-
3Maximaal wordt 100% van de subsidiabele kosten gesubsidieerd.
6.2 INVESTERINGSUBSIDIE
Artikel 6.2.1 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Om te bereiken dat inwoners van Maassluis gezond zijn, deelnemen aan de samenleving en dat er goede voorzieningen bestaan in Maassluis (Sociale Structuurvisie en de Sportnota Maassluis), zorgt de gemeente onder andere voor een passend aanbod van accommodaties. Om vrijwilligersorganisaties te ondersteunen bij het ontwikkelen of vernieuwen van hun eigen accommodatie, die voor het in stand houden van het aanbod van de activiteiten direct noodzakelijk zijn, kan de gemeente een investeringssubsidie beschikbaar stellen. Het gaat hier om organisaties die op non-profit basis activiteiten aanbieden op het gebied van sport, cultuur en scouting.
Om bovengenoemde beleidsdoelstelling te realiseren verleent het college eenmalige subsidies na ontvangst en positieve beoordeling van een subsidieaanvraag.
Artikel 6.2.2 Specifieke subsidiecriteria
1Investeringssubsidies dienen te worden bestemd voor de aanschaf, bouw en/of verbouw van (nieuwe) onroerende zaken c.q. uitbreiding van bestaande onroerende zaken. Onder verbouw wordt geen renovatie verstaan. De aanvrager wordt geacht hiervoor voorzieningen te treffen
2De kosten voor commerciële bouw (bijvoorbeeld bar/keuken/sponsorruimten) zijn niet subsidiabel
3De opzet van de onroerende zaak dient gebaseerd te zijn op een niveau dat in het algemeen maatschappelijk verkeer als sober kan worden beschouwd, dit ter beoordeling van de subsidiegever
4De waarde van zelfwerkzaamheid van leden enz. wordt niet meegenomen in de subsidiabel geachte investeringssom
5De aanvrager kan maar eens in de drie jaar een subsidie voor investeringen aanvragen.
Artikel 6.2.3 Hoogte subsidie
Een investeringssubsidie kan maximaal 10% van de subsidiabel geachte investeringssom bedragen tot een maximum van € 25.000,-.
Artikel 6.2.4 Verdeelregels
Voor investeringssubsidies is in de gemeentebegroting geen expliciete ruimte beschikbaar. In voorkomende gevallen is subsidieverlening slechts mogelijk indien de raad besluit dat hier expliciet budget voor vrijgemaakt kan worden.