Gemeentelijke regelgeving

Detailhandelsvisie Maassluis 2012

Gemeente Maassluis · geldt sinds 15 april 2014

Aanhef

De gemeenteraad van Maassluis heeft op 27 november 2012 besloten de ‘Detailhandelsvisie Maassluis 2012’ vast te stellen. Abusievelijk heeft de bekendmaking van deze beleidsregels niet plaatsgevonden. Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking per 6 december 2012.

De beleidsregels zijn met ingang van 25 april 2014 te raadplegen via www.overheid.nl.

Bijlage 1 Proces

Begeleidingscommissie

Tijdens de totstandkoming van deze Detailhandelsvisie Maassluis heeft meerdere malen afstemming plaatsgevonden met een begeleidings- commissie bestaande uit een vertegenwoordiging van de gemeente Maassluis en winkeliers.

Mevrouw C. Kaman-van der Hout

Gemeente Maassluis (Stadsontwikkeling)

Mevrouw D. van Daelen

Gemeente Maassluis (Projecten)

Mevrouw A. Hewitt

Gemeente Maassluis (Beleidsmedewerker RO)

De heer J. van Dalen

Ondernemers Federatie Maassluis

De heer C. Paalvast

Ondernemers Federatie Maassluis

De heer T. Dekker

Stadshart Maassluis

De heer C. Booster

Winkeliersvereniging Koningshoek

De heer M. Hokke

Kamer van Koophandel

Sleutelgesprekken

DTNP heeft daarnaast input van winkeliers uit het historische centrum (Stadshart Maassluis) en de eigenaar van Koningshoek (Wereldhave) verkregen tijdens aparte sleutelgesprekken over het huidige functioneren en de plannen voor deze winkelgebieden.

Gesprek Stadshart Maassluis

13april 2012

Mevrouw J. van Dijk

Daan Damesmode

Mevrouw N. Verboon

Monsieur Paul Horeca

De heer J. Voorberg

Voorberg Zonwering

De heer T. Dekker

Intersport Biesheuvel

Gesprek Wereldhave

2mei 2012

De heer R. Reulink

Directeur Ontwikkeling Nederland

De heer W. van de Braak

Ontwikkelingsmanager Retail

Bijlage 2 Branche-indeling detailhandel

Branchegroep

Hoofdbranche

Dagelijks

•Supermarkten

•Speciaalzaken (versspeciaalzaak, minisuper, slijter, tabak en lectuur)

•Persoonlijke verzorging

Mode

•Kleding en modeaccessoires

•Schoenen en lederwaren

Overig niet-dagelijks

•Warenhuizen

•Juwelier en optiek

•Huishoudelijke en luxe

•Antiek en kunst

•Sport

•Spel

•Hobby

•Media

•Wit/bruingoed en computershops

•Fiets- en autoaccessoires

•Overige detailhandel

•Plant en dier(excl. tuincentra)

Huis en tuin

•Woninginrichting (o.a. meubelen, keukens, sanitair, vloerbedekking)

•Doe-het-zelf (o.a. bouwmarkten)

•Tuincentra

Bijlage 3 Overzicht winkelaanbod Maassluis

Winkelaanbod kern Maassluis en gemiddeld in kernen met een gelijk inwonertal (in m² wvo, per 1 april 2012)

Hoofdbranche

Maassluis

Gemiddeld

•Supermarkten

6.898

8.185

•Speciaalzaken

1.820

1.879

•Persoonlijke verzorging

1.453

1.720

•Kleding en modeaccessoires

3.903

8.090

•Schoenen en lederwaren

2.438

2.230

•Warenhuizen

1.046

1.656

•Juwelier en optiek

653

637

•Huishoudelijke en luxe

1.806

2.007

•Antiek en kunst

0

255

•Sport

826

2.070

•Spel

428

637

•Hobby

191

541

•Media

531

860

•Wit/bruingoed en computershops

729

1.656

•Fiets- en autoaccessoires

1.988

1.274

•Overige detailhandel

412

1.752

•Plant en dier(excl. tuincentra)

1.819

2.102

•Woninginrichting

8.471

16.435

•Doe-het-zelf

5.786

6.943

•Tuincentra

0

2.994

•TOTAAL

41.199

63.923

•Leegstand

6.930

6.784

Bijlage 4 Begrippenlijst

Branche

Een groep van bedrijven die zich richt op de verkoop van één (dominante) artikelgroep (bijvoorbeeld schoenen) of op de verkoop van een veel voorkomende combinatie van artikelgroepen (bijvoorbeeld sport).

Bouwmarkt

Een winkel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlak van minimaal 1.000 m² waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelfproducten aan zowel vakman als particulier wordt aangeboden op basis van zelfbediening.

Brutovloeroppervlak (bvo)

De totale ruimte van een winkel bestaande uit winkelvloeroppervlak en niet voor consumenten toegankelijke ruimten (opslag, kantine, etc.). Het winkelvloeroppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak.

Dagelijkse artikelen

Artikelen in de branches voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging.

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse.

Doe-het-zelf

Een winkel in de doe-het-zelfbranche voert een assortiment dat gericht is op gebruik door particuliere consumenten voor werkzaamheden in, aan en om het huis. We onderscheiden bouwmarkten, breedpakketwinkels, ijzerwarenwinkels en verf-/behangspecialisten.

Dienstverlening (publieksgericht commercieel)

Een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een dienstverlenende of verzorgende taak. Onder dienstverlening verstaan wij administratieve/ financiële dienstverlening (bijv. assurantiekantoor, bank etc.), publieksgerichte dienstverlening (bijv. stomerij, reisbureau) en ambachtelijke dienstverlening (bijv. schoenmaker, kapper etc.)

Filiaalbedrijf/grootwinkelbedrijf/winkelketen/formule

Detailhandelsonderneming met 7 of meer eigen winkels.

Horecabedrijf

Een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd.

Koopkrachtbinding

Het aandeel (%) van de totale bestedingen van inwoners dat wordt gedaan in het winkelapparaat in het eigen verzorgingsgebied, noemen we de koopkrachtbinding.

Koopkrachttoevloeiing

Het deel van de omzet dat van buiten het primaire verzorgingsgebied komt, ofwel het aandeel vreemde koopkracht.

Leisure

Commerciële en niet-commerciële vrijetijdsvoorzieningen (bijv. restaurant, museum, winkel, ijsbaan, bioscoop, theater etc.)

Niet-dagelijkse artikelen

Alle artikelen, met uitzondering van artikelen in de branches supermarkten, speciaalzaken en persoonlijke verzorging.

Perifere detailhandel

Detailhandel gevestigd buiten de reguliere winkelconcentraties, maar binnen bestaand of te ontwikkelen stedelijk gebied (bijv. op een bedrijventerrein).

Primair verzorgingsgebied

Het aaneengesloten gebied rond een voorzieningencluster dat zorgt voor circa 50% van de omzet in het voorzieningencluster

Tuincentrum

Detailhandel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlak waar bedrijfsmatig boomkwekerijproducten, planten, bloembollen en bloemen ten verkoop worden aangeboden, alsmede materialen voor de aanleg, de verfraaiing en het onderhoud van tuinen.

Verkooppunt (vkp)

Een detailhandelsvestiging met winkelpersoneel en een eigen kassa.

Verkoopvloeroppervlak (vvo)

Gelijk aan winkelvloeroppervlak (wvo).

Vloerproductiviteit

De gemiddelde omzet per m² winkelvloeroppervlak. Deze varieert per type winkelgebied, branche en winkelformule.

Warenhuis

Een winkel waarin ten minste zes van de volgende artikelgroepen worden aangeboden: voedings- en genotmiddelen, kleding/textiel, meubelen/ woninginrichting, verlichting, huishoudelijke artikelen, consumentenelektronica, doe-het-zelfartikelen, educatie- en vrijetijdsartikelen. De artikelgroep kleding/textiel is altijd aanwezig. De afzonderlijke artikelgroepen nemen tussen de 5% en 50% van het winkelvloeroppervlak in beslag.

Winkel

Ieder voor het publiek vrij toegankelijk pand dat bedoeld is voor de verkoop van artikelen aan particulieren en dat een winkelvloeroppervlak van minimaal 10 m² heeft.

Winkelgebied

Een geografisch geheel waarbinnen minimaal 5 winkels zijn gevestigd, eventueel in samenhang met andere consumentverzorgende functies (horeca, dienstverlening etc.).

Winkelvloeroppervlak (wvo)

De voor het publiek toegankelijke winkelruimte ten behoeve van detailhandel, inclusief zichtbare ruimten zoals bijvoorbeeld etalages en de ruimte achter toonbanken en kassa’s. Het winkelvloeroppervlak bedraagt, afhankelijk van de branche, circa 70 à 80% van het brutovloeroppervlak.

Woninginrichting

De woninginrichtingsbranche wordt gevormd door winkels met een assortiment dat gericht is op gebruik door particuliere consumenten voor de inrichting van het huis. In de woninginrichtingsbranche onderscheiden we meubelspeciaalzaken, slaapkamerspeciaalzaken, woningtextielzaken, verlichtingszaken, gemengde zaken, tegelhandel, keukenspeciaalzaken, kurk- en parketzaken, badkamer- en sanitairzaken en zonweringszaken.

Bijlage 5 Distributieve mogelijkheden

Distributie-planologisch onderzoek (dpo)

In vroegere dpo’s werd het haalbare winkelaanbod vaak nauwkeurig berekend. Door grote onderlinge verschillen in typen winkelgebieden, branches en winkelformules moeten dergelijke berekeningen genuanceerd worden beoordeeld. De haalbaarheid van winkels wordt veel meer bepaald door de potentiële functie en kwaliteit van het winkelgebied. Niettemin kan een kwantitatieve analyse van vraag en aanbod een indicatie geven van overbewinkeling of uitbreidingspotenties.

Variabelen

Bij deze kwantitatieve analyse gaat het om de verhouding tussen vraag en aanbod. De vraagzijde wordt bepaald door de omzet per hoofd, de omvang van het verzorgingsgebied (aantal inwoners), de mate waarin het omzetpotentieel terecht komt in het betreffende winkelgebied (koopkrachtbinding) en de mate waarin omzet van elders toevloeit (koopkrachttoevloeiing). Aan de aanbodzijde spelen de omvang (m² winkelvloeroppervlak) en benodigde omzet per m² wvo (vloerproductiviteit) een rol.

Verzorgingsgebied

Het primaire verzorgingsgebied voor Maassluis is de gemeente Maassluis. In 2020 telt de gemeente, afhankelijk van de economische situatie, 31.000 tot 33.000 inwoners. Inwoners uit de nabijgelegen kernen Maasland (± 6.500 inwoners) en Maasdijk (± 4.000 inwoners) zijn voor hun winkelbestedingen voor een deel georiënteerd op Maassluis.

Gemiddelde omzet per inwoner

In distributieve berekeningen gaan we uit van de landelijk gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking per jaar. Bij de gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking zijn niet alleen bestedingen van consumenten meegenomen, maar ook bestedingen van bedrijven in winkels.

We maken onderscheid tussen winkels met dagelijkse aanbod (Dagelijks), winkels met niet-dagelijks aanbod (Niet-Dagelijks). Winkels met dagelijks aanbod zijn supermarkten, versspeciaalzaken en winkels in persoonlijke verzorging (o.a. drogisterij). Winkels met niet-dagelijkse aanbod zijn modewinkels (kleding, schoenen en lederwaren), winkels met overig niet-dagelijks aanbod (o.a. warenhuizen, winkels in media-, huishoudelijke en luxe artikelen, sport-, speelgoedzaken, winkels in wit- en bruingoed, bloemist en dierenspeciaalzaken) en winkels met volumineus aanbod (tuincentra, doe-het-zelf en winkels in woninginrichting).

In Nederland is de totale omzet van winkels in 2010 circa € 83,5 mld (exclusief BTW). Dit betekent een gemiddelde omzet per hoofd van de bevolking per jaar van circa € 5.040. Hiervan wordt € 2.310 omgezet in winkels met dagelijks aanbod en € 2.730 in winkels met niet-dagelijks aanbod

*HBD (2011), Omzetkengetallen ten behoeve van ruimtelijk-economisch onderzoek

.

Wanneer het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het verzorgingsgebied afwijkt van het Nederlands gemiddelde is het gewenst de gemiddelde omzetcijfers per hoofd aan te passen. Voor winkels met dagelijks aanbod is het gebruikelijk het omzetcijfer per hoofd aan te passen met een correctie van ¼ van het percentage dat het inkomen lager of hoger is dan het Nederlands gemiddelde. Voor winkels met niet-dagelijks aanbod is het gebruikelijk een correctie door te voeren van ½ van het percentage dat het inkomen lager of hoger is dan het gemiddelde. Omdat het gemiddeld besteedbaar inkomen in de gemeente Maassluis circa 4% boven het landelijk gemiddelde ligt (CBS, 2012), gaan we uit van iets hogere omzetcijfers per inwoner. Voor winkels met dagelijkse artikelen gaan wij uit van € 2.330 (€ 2.310 + (¼ x 4% x € 2.310)). Voor winkels met niet-dagelijkse artikelen (exclusief volumineus aanbod) gaan we uit van € 2.780 (€ 2.730 + (½ x 4% x € 2.730)).

Koopkrachtbinding en -toevloeiing

Niet alle bestedingen van inwoners van Maassluis komen terecht in het eigen winkelapparaat. Het aandeel van de totale bestedingen van inwoners van Maassluis dat terecht komt in de eigen winkels noemen we de koopkrachtbinding.

In het Koopstromenonderzoek Randstad 2011 (I&O, KSO 2011) is een lokale binding van 91% aan winkels met dagelijks aanbod in de gemeente gemeten. Afhankelijk van de economische situatie en de mate waarin ook dagelijkse artikelen meer via internet verkocht gaan worden is een koopkrachtbinding van 85% tot 93% reëel (berekening met drie scenario’s). Voorwaarde voor een stijging van de koopkrachtbinding is uitbreiding van het supermarktaanbod in Koningshoek met een discountsupermarkt en het op maat brengen van te kleine supermarkten in het historische centrum en Steendijkpolder.

In het KSO 2011 is een lokale binding van 51% aan winkels met niet- dagelijks aanbod in Maassluis gemeten. Afhankelijk van de economische situatie, de mate waarin niet-dagelijkse artikelen meer via internet verkocht gaan worden en de verandering van de regionale concurrentiepositie is een koopkrachtbinding 45% tot 55% reëel.

Voorwaarde voor een stijging van de koopkrachtbinding is een zo groot mogelijke concentratie van niet-dagelijks aanbod (exclusief volumineus aanbod) op één locatie. Verplaatsing van niet-dagelijks aanbod van perifere clusters naar Koningshoek en toevoeging van ontbrekende publiekstrekkers kunnen hieraan bijdragen.

Behalve bestedingen van inwoners van de gemeente Maassluis (primair verzorgingsgebied) ontvangen de winkels in Maassluis ook bestedingen van inwoners van buiten het primair verzorgingsgebied. Dit aandeel binnen de totale omzet noemen we de koopkrachttoevloeiing.

Koopkrachttoevloeiing aan het dagelijkse winkelaanbod in de gemeente Maassluis bedraagt volgens het KSO 2011 momenteel 15%. Toevloeiing beperkt zich tot de naastgelegen gemeenten, naar verwachting voornamelijk uit de kernen Maasland en in iets mindere mate Maasdijk. De omvang van de omzet aan koopkrachttoevloeiing beweegt naar verwachting mee met een eventueel veranderende binding door bovengenoemde factoren economie en internet. Hierdoor blijft de toevloeiing relatief gezien gelijk met de huidige situatie: 15% ten opzichte van het totaal.

Koopkrachttoevloeiing aan het niet-dagelijkse winkelaanbod in de gemeente Maassluis bedraagt volgens het KSO 2011 momenteel 29%. Toevloeiing beperkt zich hoofdzakelijk tot de naastgelegen gemeenten, naar verwachting voornamelijk uit de kernen Maasland en Maasdijk. Ook voor niet-dagelijks winkelaanbod geldt naar verwachting dat de omvang van de omzet aan koopkrachttoevloeiing meebeweegt met de veranderende binding, waardoor toevloeiing relatief gelijk blijft met de huidige situatie van 29% ten opzichte van het totaal.

Gemiddelde omzet per m2

De gemiddelde jaaromzet per m² (uit de verkoop aan consumenten en bedrijven) die winkels in Maassluis over 10 jaar nodig hebben, dient tenminste gelijk te liggen aan de huidige omzet per m². Voor dagelijks winkelaanbod in Maassluis is de gemiddelde huidige jaaromzet per m² circa € 7.800,- excl. BTW (zie tabel). Dit is iets hoger dan gemiddeld in Nederland: € 7.130,- excl. BTW (HBD 2011). De gemiddelde jaaromzet per m² in winkels met niet-dagelijks aanbod in Maassluis bedraagt circa 2.050,- excl. BTW. Deze omzet per m² ligt nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde: € 2.070,- excl. BTW (HBD 2011).

Scenario’s

Vanwege de onzekerheid van de mate waarin landelijke trends (o.a. economische situatie en toename internetverkoop) en lokale ontwikkelingen (o.a. woningbouwontwikkeling) de komende jaren zullen ontwikkelen worden marktmogelijkheden voor winkelaanbod in Maassluis aan de hand van meerdere scenario’s verkend. Voor de situatie in Maassluis in 2020 zijn drie scenario’s indicatief doorgerekend: somber, neutraal en positief.

Somber scenario

In dit scenario wordt uitgegaan van het uitblijven van economisch herstel:

•De woningbouwproductie komt volledig stil te liggen. De voortgaande trend van huishoudensverdunning zorgt voor een lichte krimp van het inwonertal van Maassluis.

•Consumenten kunnen gemiddeld minder besteden aan luxe- goederen (o.a. door toename werkloosheid).

•Het online winkelen (prijsvergelijken) neemt toe, waardoor de lokale koopkrachtbinding in fysieke winkels afneemt.

•Marktruimte voor uitbreiding van het winkelaanbod is er niet, waardoor de lokale koopkrachtbinding afneemt, ten faveure van de sterkere centra in de regio, die een completer aanbod kunnen blijven bieden. Het functioneren van het huidige winkelaanbod komt sterk onder druk te staan.

Neutraal scenario

In dit scenario wordt uitgegaan van beperkt economisch herstel:

•Dijkpolder wordt in tranches ontwikkeld. Hierdoor neemt de woningvoorraad toe en groeit het inwonertal zeer beperkt (onderkant bandbreedte bevolkingsprognose wordt gehaald).

•Het online winkelen neemt toe, waardoor de lokale koopkrachtbinding in fysieke winkels met niet-dagelijks aanbod afneemt. Frequente dagelijkse aankopen blijven consumenten vooral doen in nabij- gelegen boodschappencentra.

•De huidige koopkrachtbinding en -toevloeiing worden vastgehouden. Om dit te bereiken is modernisering (schaalvergroting en uitbreiding) van het aanbod noodzakelijk. Distributieve ruimte hiervoor ontbreekt.

Positief scenario

In dit scenario wordt uitgegaan van economische groei:

•In het jaar 2020 zijn Dijkpolder en andere woningbouwprojecten grotendeels gerealiseerd, waardoor het inwonertal in Maassluis groeit (bovenkant bandbreedte bevolkingsprognose wordt gehaald).

•De toename van het online winkelen vlakt af. Frequente dagelijkse aankopen blijven consumenten vooral doen in nabij gelegen boodschappencentra. (Recreatief) winkelen blijft een populaire tijdbesteding. Consumenten blijven koopkrachtig.

•Marktpartijen willen investeren en de gemeente stelt duidelijke kaders, zodat deze investeringen op de juiste locaties landen, en de winkelstructuur duurzaam versterken.

•Met een completer en beter winkelaanbod kan de lokale koopkrachtbinding toenemen. Ook bestedingen uit omliggende kernen Maasland en Maasdijk nemen toe. Hierdoor ontstaan distributieve mogelijkheden voor schaalvergroting en uitbreiding van winkelaanbod.

Indicatie distributieve mogelijkheden

Op basis van bovenstaande cijfers wordt een indicatieve berekening gemaakt van de distributieve mogelijkheden voor winkels met dagelijks en niet-dagelijks aanbod in de gemeente Maassluis.

TabelIndicatie distributieve ruimte dagelijks winkelaanbod in Maassluis in 2012 en in 2020

Huidig (2012)

2020 Somber

2020 Neutraal

2020 Positief

Inwoners Maassluis

31.800

31.000

32.000

33.000

Omzet per hoofd

€ 2.330

€ 2.330

€ 2.330

€ 2.330

Koopkrachtbinding

91%*

85%

91%

93%

Omzet uit Maassluis

€ 67,6 mln

€ 58,6mln

€ 67,9 mln

€ 71,6 mln

Koopkrachttoevloeiing

15%*

15%

15%

15%

Totale omzet

€ 79,5 mln

€ 68,9mln

€ 79,9mln

€ 84,2 mln

Normvloerproductiviteit

€ 7.800**

€ 7.800

€ 7.800

€ 7.800

Huidig aanbod wvo

10.200 m²

10.200 m²

10.200 m²

10.200 m²

Haalbaar aanbod wvo

10.200 m²

8.800 m²

10.200 m²

10.800 m²

Uitbreidingspotentie wvo

-

-900 m² wvo

0m² wvo

600m² wvo

TabelIndicatie distributieve ruimte niet-dagelijks winkelaanbod in Maassluis in 2012 en in 2020

Huidig (2012)

2020 Somber

2020 Neutraal

2020 Positief

Inwoners Maassluis

31.800

31.000

32.000

33.000

Omzet per hoofd

€ 2.780

€ 2.500

€ 2.780

€ 2.780

Koopkrachtbinding

51%*

45%

45%

55%

Omzet uit Maassluis

€ 45,2 mln

€ 43,9mln

€ 40,1 mln

€ 50,5mln

Koopkrachttoevloeiing

29%*

29%

29%

29%

Totale omzet

€ 63,6 mln

€ 49,2mln

€ 56,4mln

€ 71,1mln

Normvloerproductiviteit

€ 2.050**

€ 2.050

€ 2.050

€ 2.050

Huidig aanbod wvo

31.000 m²

31.000 m²

31.000 m²

31.000 m²

Haalbaar aanbod wvo

31.000 m²

24.000 m²

27.500 m²

34.700 m²

Uitbreidingspotentie wvo

-

-7.000 m² wvo

-3.500 m² wvo

3.700 m² wvo

* Koopkrachtbindingspercentages en -toevloeiingspercentages betreffen de gemeten percentages uit het Koopstromenonderzoek Randstad 2011 (I&O).

** De huidige vloerproductiviteit wordt voor de situatie in 2020 als de minimale vloerproductiviteit aangehouden.

Bijlage 6 Vergelijking Koningshoek met referentiecentra

Om een indruk te krijgen van het haalbare winkelprogramma voor Koningshoek, passend bij de gewenste functie en omvang van het verzorgingsgebied, is een vergelijking gemaakt met planmatige hoofd- dan wel stadsdeelcentra met een vergelijkbare functie (boodschappen en overige aankopen) en vergelijkbaar verzorgingsgebied (30.000 tot 45.000 inwoners).

Hoofdbranche

Koningshoek Maassluis

(32.000 inw.)

Stadshart Capelle a/d IJssel (Zuid 44.000 inw.)

Walburg Zwijndrecht (41.000 inw.)

Stadshart Hoogvliet (34.000 inw.)

De Meent Papendrecht (32.000 inw.)

•Supermarkten

3.507

3.157

3.717

6.042

3.859

•Speciaalzaken

546

700

434

668

599

•Persoonlijke verzorging

624

950

1.188

892

1.321

•Kleding en modeaccessoires

2.422

3.730

5.898

4.923

7.486

•Schoenen en lederwaren

449

1.676

348

2.421

1.476

•Warenhuizen

1.046

455

1.162

445

875

•Juwelier en optiek

411

532

398

456

437

•Huishoudelijke en luxe

190

1.909

749

2.120

1.673

•Antiek en kunst

0

0

0

0

0

•Sport

0

209

513

366

556

•Spel

192

247

273

378

538

•Hobby

0

135

0

124

543

•Media

234

446

725

304

895

•Wit/bruingoed en computershops

177

220

1.105

409

198

•Fiets- en autoaccessoires

0

195

209

265

391

•Overige detailhandel

0

102

70

22

50

•Plant en dier(excl. tuincentra)

208

204

438

225

521

•Woninginrichting

0

653

138

1.055

1.212

•Doe-het-zelf

0

0

0

60

0

•Tuincentra

0

0

0

0

0

•TOTAAL

10.006

15.520

17.365

21.175

22.630

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.