Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis,
overwegende dat in de Algemene Subsidieverordening Maassluis (ASM) de wettelijke grondslag voor de verstrekking voor activiteiten is vastgelegd,
gelet op artikel 3 van de ASM en artikel 156 lid 3 van de Gemeentewet,
besluiten vast te stellen de Nadere subsidieregel ‘Huiswerkbegeleiding’.
Beleidskader
Onderwijskansenbeleid ‘Samen bouwen aan gelijke kansen’
Artikel 1 Begripsbepalingen (reikwijdte en definities)
In deze nadere subsidieregel wordt verstaan onder:
a.gezinsspecialist: wijkteammedewerker lid van het ondersteuningsteam op basisscholen voor opvoedvraagstukken en sociaal-emotionele ondersteuning in het gezin;
b.college: college van burgemeester en wethouders van Maassluis
c.huiswerkbegeleiding: talentontwikkeling en/of bijles voor kinderen uit groep 6,7 en/of 8.
d.ondersteuningsbrief: brief van de school waarin staat dat het kind huiswerkbegeleiding nodig heeft;
e.Verklaring Omtrent Gedrag (VOG): een verklaring waaruit blijkt dat een (justitieel) verleden van de aanvrager geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.
Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het college wil gelijke kansen bieden aan kinderen en jongeren, ongeacht hun startpositie, door het ontwikkelen van talenten bij jeugdigen centraal te zetten. Voor kinderen die dat voor een optimale ontwikkeling nodig hebben, wil het college huiswerkbegeleiding mogelijk maken. Er kan subsidie worden verstrekt voor de activiteit huiswerkbegeleiding. De basisscholen bepalen op grond van criteria, in overleg met de gezinsspecialist, welke kinderen uit groep 6,7 of 8 in aanmerking komen voor deze vorm van huiswerkbegeleiding. Zij verwijzen een kind door naar de huiswerkbegeleiding met een ondersteuningsbrief.
Artikel 3 Eisen aan de aanvrager
Conform artikel 8 uit de ASM kan de subsidie huiswerkbegeleiding worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. De weigeringsgronden in de artikelen 4:25 en 4:35 van de AWB en artikel 12 van de ASM zijn onverminderd van kracht.
Artikel 4 Eisen aan de subsidieaanvraag
De subsidieaanvraag moet aan de volgende eisen voldoen:
1de activiteiten zijn vrij toegankelijk en gratis beschikbaar voor kinderen met een ondersteuningsbrief vanuit de basisschool;
2met een kwalificatie wordt aangetoond dat de activiteit wordt uitgevoerd door gekwalificeerde leerkrachten en/of deskundige begeleiders;
3de leerkrachten en/of begeleiders dienen in het bezit te zijn van een VOG;
4bij de aanvraag wordt een inhoudelijk plan ingediend waarin in ieder geval duidelijk is verwoord:
a.om hoeveel kinderen en uren begeleiding het gaat;
b.welke doelen en effecten worden nagestreefd;
5in welke vorm en stadia wordt teruggekoppeld naar ouders/verzorgers, de basisschool en de gemeente de leerkrachten en/of begeleiders dienen in het bezit te zijn van een VOG;
6bij de aanvraag wordt een inhoudelijk plan ingediend waarin in ieder geval duidelijk is verwoord:
a.om hoeveel kinderen en uren begeleiding het gaat;
b.welke doelen en effecten worden nagestreefd;
c.in welke vorm en stadia wordt teruggekoppeld naar ouders/verzorgers, de basisschool en de gemeente.
Artikel 5 Indieningstermijn subsidieaanvraag
In afwijking van artikel 10 van de ASM kunnen subsidieaanvragen conform deze regeling gedurende het gehele jaar ingediend worden.
Artikel 6 Hoogte subsidie
De hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op het aantal kindplaatsen dat geboden wordt.
Er kan maximaal €25,- per uur, per kind worden gerekend, met een minimum aantal kindplaatsen van 5. Er dient een specificatie van de opbouw van het uurloon meegezonden te worden.
Artikel 7 Beoordeling subsidieaanvraag
Aan de hand van onderstaande kwalitatieve criteria worden aanvragen beoordeeld. De aanvrager dient in de subsidieaanvraag te beargumenteren hoe hij aan onderstaande criteria denkt te voldoen. Het totaal aantal punten bepaalt uiteindelijk of een aanvraag wordt gehonoreerd of afgewezen. Er moet minimaal voldaan worden aan de onderstaande criteria 1 tot en met 4. Hiermee is de minimale score 8.
Toetsingscriteria
Score
1(Verwachte) doelen en effect voor de doelgroep
2
2Meting van deze doelen en effecten
2
3Ouderbetrokkenheid
2
4Samenwerking met andere partners
2
5Mengen van doelgroepen vanuit de inclusie gedachte
1
Organisatiekracht
6De zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager
1
7Werken met professionals en vrijwilligers
1
8Verhouding kosten/kwaliteit
2
9Co-financiering met fondsen/bedrijven
1
Artikel 8 subsidieplafond en verdeelregel
1Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.
2Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, dan wordt aan de hand van de criteria uit artikel 7 beoordeeld welke aanvragen worden gehonoreerd. Een aanvraag die beter voldoet aan alle criteria wordt eerder gehonoreerd dan een aanvraag die daar minder aan voldoet.
3Als het subsidieplafond is bereikt kan de aanvraag worden afgewezen op grond van onvoldoende budget.
Artikel 9 Besluitvorming
1De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld.
2Het college beslist op een aanvraag binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
3Het college kan deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen.
4Het college brengt de subsidieaanvrager hiervan uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de beslistermijn op de hoogte.
Artikel 10 Evaluatie
Het onderwijskansenbeleid, in welk kader de subsidie huiswerkbegeleiding wordt ingezet, wordt jaarlijks geëvalueerd. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze subsidieregel.
Artikel 11 Hardheidsclausule
Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregel, indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze nadere subsidieregel
1treedt in werking op de dag na bekendmaking van deze beleidsregel en
2kan worden aangehaald als ‘Nadere subsidieregel Huiswerkbegeleiding’.