Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Maassluis houdende regels omtrent ernstig woonoverlast Beleidsregel Ernstige Woonoverlast

Gemeente Maassluis · geldt sinds 25 januari 2018

Aanhef

De burgemeester van Maassluis;

Gezien het bepaalde in artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2.1d van de Algemene Plaatselijke verordening Maassluis

Overwegende dat per 1 juli 2017 de “Wet aanpak woonoverlast” in werking is getreden. Daarbij is een nieuw artikel 151d Gemeentewet ingevoerd dat onder meer de bevoegdheid van de burgemeester omvat tot toepassing van bestuursdwang in de vorm van het geven van een gedragsaanwijzing ter bestrijding van ernstige woonoverlast voor omwonenden, veroorzaakt door (een) andere bewoner(s) in de nabije omgeving. De bevoegdheid strekt niet tot handhaving van de openbare orde, maar ziet enkel toe op het in bestuursrechtelijke zin ingrijpen bij ernstige hinder in of vanuit een woning of in de onmiddellijke nabijheid ervan.

In deze beleidsregel geeft de burgemeester aan op welke wijze hij van de bevoegdheid van artikel 2.1d APV gebruik kan maken. Het bepaalde in deze beleidsregels laat onverlet dat de burgemeester een afwijkingsbevoegdheid heeft, indien dit door bijzondere omstandigheden noodzakelijk is.

1. Juridisch kader

Artikel 151d Gemeentewet

1De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.

3Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.

De gemeenteraad heeft bij besluit van 19 december 2017 besloten om de burgemeester de bevoegdheid te geven voor toepassing van artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet.

Het nieuw ingevoegde artikel 2.1d van de APV van de gemeente Maassluis luidt als volgt:

Artikel 2.1d Aanpak Woonoverlast

1Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

3De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:

a.geluid- of geurhinder;

b.hinder van dieren;

c.hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

d.overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Bijlage verkorte weergave procedure

stap

wanneer

Wat

1Onderzoek

Melding van ernstige en herhaaldelijke overlast

Onderzoek naar de ernst en aard van de overlast en de reeds genomen maatregelen.

2waarschuwing

Ernstige en herhaaldelijke overlast. Vastgesteld op basis van een dossier

De overlastveroorzaker ontvangt een brief waarin hem wordt gemeld dat hij de overlast binnen een vastgestelde termijn dient te beëindigen. In die brief staat dat een maatregel volgt als de overlast voortduurt.

3Voornemen

De overlast duurt voort

De overlastveroorzaker ontvangt een brief waarin de burgemeester mededeelt dat hij voornemens is hem een maatregel op te leggen. De overlastgever heeft de gelegenheid zijn zienswijze schriftelijk te geven

4Opleggen

Een maatregel is noodzakelijk om de overlast te beëindigen.

De overlastveroorzaker ontvangt een brief met het besluit dat de burgemeester, met inachtneming van een eventuele zienswijze, heeft genomen (een verbod of een gebod).

5herstelsanctie

De overlast duurt ondanks de opgelegde maatregel voort.

Er wordt of een dwangsom opgelegd of er wordt bestuursdwang toegepast.

1Dwangsom: de overlastveroorzaker ontvangt een brief waarin hem op straffe van een dwangsom wordt gesommeerd de overlast te beëindigen. 2. Bestuursdwang: de overlast-veroorzaker ontvangt een brief waarin hem wordt medegedeeld dat bestuursdwang wordt toegepast.

6Handhaving

Na opleggen maatregel

Politie en team Handhaving en toezicht controleren of de overlastgever zich aan de opgelegde maatregel houdt. Zij leggen hun bevindingen vast.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.