Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader Misbruik en Oneigenlijk gebruik

Gemeente Maassluis · geldt sinds 20 december 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Maassluis;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 november 2024

besluit

1Het vaststellen van de beleidskader Misbruik & Oneigenlijk met als ingangsdatum het boekjaar 2025;

2Kennis te nemen van de M&O-risicoanalyse 2024 (geheim).

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maassluis van d.d. 3 december 2024.

De griffier,

J. Vinke

De voorzitter,

drs. J.G. de Vries

1 Inleiding

1.1 Begrippen

1.1.1 Definitie “misbruik”

Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen.

Bij misbruik van overheidsgelden is er sprake van het plegen van fraude

2Fraude suggereert dat er vanuit de verstrekkende (interne) organisatie hulp is geboden. Bij misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het echter om het (on)bewust misleiden van buitenaf zonder interne hulp (externe gerichtheid).

om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen. Bij misbruik passen beheersmaatregelen zoals fraudepreventie, handhaving, fraudeopsporing en sancties.

1.1.2 Definitie “oneigenlijk gebruik”

Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.

Bij oneigenlijk gebruik wordt feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik passen beheersmaatregelen zoals handhaving, voorlichting, analyse van de toepassing en actualisering wet- en regelgeving.

1.1.3 Definitie “regelingen”

In dit beleidskader wordt het begrip “regelingen” gebruikt om te verwijzen naar alle gemeentelijke belastingen, subsidies, vergunningen, voorzieningen, verordeningen, etc. die tot financiële transacties leiden. Regelingen komen tot stand door een onderliggend proces te doorlopen. Een proces dient - afhankelijk van de M&O-gevoeligheid van een regeling – lichtere of zwaardere beheersmaatregelen te bevatten om M&O te voorkomen, te detecteren en te herstellen.

3 Beheersmaatregelen

3.1 Preventieve maatregelen

3.1.1 Regelgeving

Heldere en eenduidige regelgeving beperkt de ruimte voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Onder regelgeving wordt verstaan: verordeningen, beleidsregels, nadere regels en richtlijnen van de gemeente. Adequate en handhaafbare regelgeving is een belangrijke beheersmaatregel en voldoet aan de volgende eisen:

-eenvoud, inzichtelijkheid en begrijpelijkheid;

-eenduidige definities;

-nauwkeurig omschreven doel en doelgroep van de regeling;

-rechten, plichten en voorwaarden zijn opgenomen;

-geen overbodige en/of met elkaar strijdige bepalingen;

-de afhankelijkheid van gegevens afkomstig van derden is zoveel mogelijk beperkt;

-herstelmaatregelen en/of sancties bij geconstateerd M&O zijn in de regeling opgenomen;

-ingangsdata en overgangsregels zijn in de regeling opgenomen.

3.1.2 Voorlichting

Wet- en regelgeving wordt door middel van voorlichting onder de aandacht gebracht van belanghebbenden. Er dient informatie te worden verstrekt over het bestaan van een regeling, aard en doel van de regeling, de specifieke doelgroep, geldende voorwaarden en controle- en sanctiebeleid. Voorlichting draagt in preventieve zin bij aan het voorkomen van M&O van een regeling, zeker als ook duidelijk wordt gecommuniceerd over mogelijke sancties. Daarnaast werkt actieve voorlichting over de omgang met M&O via de website van de gemeente stimulerend op de naleving van regelgeving.

3.1.3 Controle vooraf

Controle in de uitvoering is een middel om (de kans op) M&O vroegtijdig te signaleren. Controle vooraf richt zich op de toetsing van de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en of aan de voorwaarden van de regeling wordt voldaan. Uitgangspunt is dat voordat wordt uitbetaald, verstrekt of beschikt, een andere medewerker controleert of de onderliggende werkzaamheden zichtbaar, volledig en juist zijn uitgevoerd (vier-ogen principe).

In beleid wordt bepaald welke controlemethoden worden gebruikt ten aanzien van regelingen. Controles kunnen variëren van integraal, steekproefsgewijs tot incidenteel. Hierbij is van belang hoe M&O-gevoelig een regeling is. Gevoelige processen moeten voldoende maatregelen bevatten om de tijdigheid, juistheid, volledigheid en prestatielevering te toetsen van door belanghebbende(n) verstrekte gegevens.

3.2 Repressieve maatregelen

3.2.1 Controle achteraf

Controle achteraf omvat de controle van gegevens nadat het proces is doorlopen of activiteit is uitgevoerd. Manieren om te controleren zijn onder meer: verzoeken om inlichtingen, inspecties, waarneming, bevestigingen, herberekeningen en cijferanalyses. Deze controles kunnen integraal, steekproefsgewijs of incidenteel worden uitgevoerd. Het vastleggen van de controleresultaten is essentieel. De resultaten kunnen (later) leiden tot aanpassing van de regelgeving en/of het controlebeleid.

Bij de VIC is expliciet aandacht voor M&O. Deze controles worden periodiek uitgevoerd om vanuit de organisatie inzicht te verkrijgen in tenminste de getrouwe en rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties. Hierbij wordt onder meer aandacht geschonken aan de opzet, het bestaan en de werking van relevante beheersmaatregelen, waaronder die tegen M&O.

3.2.2 Herstelmaatregel en sancties

Uitgangspunt is dat het behaalde voordeel wordt teruggevorderd (maatregel) en indien nodig een boete wordt opgelegd (sanctie). Concreet leidt het tot terugvordering van teveel betaalde bedragen, naheffing van ten onrechte gederfde ontvangsten en intrekking van een ten onrechte verstrekte vergunning. In bepaalde gevallen kan ook de ontbinding van een overeenkomst of de intrekking van een erkenning als niet-financiële sancties worden opgelegd. Ingeval van een misdrijf (fraude of diefstal) wordt aangifte gedaan bij de politie.

Sancties worden opgelegd als reactie op een vaststelling van misbruik, alleen misbruik is immers onrechtmatig en moet worden hersteld en/of beboet. Maatregelen en sancties moeten voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Dit houdt onder andere in dat deze proportioneel moeten zijn in relatie tot het vergrijp. Van sanctionering gaat een afschrikeffect uit en draagt om die reden bij aan het voorkomen en beperken van misbruik van gemeentelijke regelingen.

Bijlage: Initiële M&O-risicoanalyse (geheim)

[Separaat bestand]

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.