Aanhef
Besluit
1de uitvoeringsregels voor de huisvesting van internationale werknemersgemeente Maashorst gewijzigd vast te stellen;
2de huidige uitvoeringsregels voor de huisvesting van internationalewerknemers gemeente Maashorst vastgesteld op 5 maart 2025 in te trekken.
Hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten en -uitvoeringsregels
3.1.1 Legale, tijdelijke huisvesting (logies) voor internationale werknemers
De beschreven uitvoeringsregels zijn van toepassing voor tijdelijke huisvesting (logies) van internationale werknemers die op grond van een EU-ID-bewijs, EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning legaal in of in de omgeving van de gemeente Maashorst werkzaam zijn en hun hoofdverblijf elders hebben. Deze personen hoeven niet allemaal in de gemeente Maashorst werkzaam te zijn, aangezien de gemeente ook een aandeel heeft in de regionale opgave voor de tijdelijke huisvesting van internationale werknemers. De in dit document beschreven uitvoeringsregels hebben niet het doel om tijdelijke huisvesting (logies) van andere groepen werknemers in de beschreven huisvestingsvarianten te verbieden. De in dit document beschreven uitvoeringsregels zijn ook niet bedoeld voor internationale werknemers die zich hier permanent willen vestigen (longstay). Zij zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt.
3.1.2 Ruimtelijke effecten en inpasbaarheid
We kiezen om te sturen op ruimtelijke effecten en inpasbaarheid en op (sociale) draagkracht. Per locatie bepalen we wat de (sociale) draagkracht is van de locatie en van de omgeving (maatwerk). Op basis van de ruimtelijke inpasbaarheid, stedenbouwkundige afwegingen en effecten op (of door) omliggende bedrijfsmatige- of woonactiviteiten (milieuaspecten, stedenbouwkundige inpassing, landschappelijke inpassing, verkeersbewegingen, parkeren e.d.), bepaalt de gemeente of en (eventueel) onder welke voorwaarden een initiatief mogelijk is.
3.1.3 Spreiding van tijdelijke huisvestingsmogelijkheden
Vanwege de leefbaarheid in de wijken, de druk op de woningmarkt en het feit dat deze uitvoeringsregels uitgaan van shortstay en midstay kiest de gemeente Maashorst ervoor om de huisvestingsvoorzieningen voor internationale werknemers te spreiden en daarbij bij voorkeur de woongebieden in onze kernen te ontzien. Woongebieden in de kernen zijn bedoeld voor “wonen” en “woningen” ten behoeve van huisvesting van een “huishouden”. Daar vallen ook longstay internationale werknemers onder die zich permanent in Nederland willen vestigen en willen integreren in de samenleving. Vanwege het tijdelijke karakter van huisvesting van shortstay en midstay internationale werknemers is geen sprake van wonen in huishoudensverband en is integratie in de samenleving vrijwel niet aan de orde.
Voor iedere vorm van tijdelijke huisvesting van internationale werknemers is altijd een omgevingsvergunning nodig (tenzij een bestemmingsplan dat deel uitmaakt van het omgevingsplan dit van rechtswege toestaat). Op deze manier kan de gemeente regie voeren op de spreiding én de kwaliteit van huisvestingsvoorzieningen voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers.
3.1.4 Voorkomen van overlast
Om overlast in de omgeving van tijdelijke huisvestingsvoorzieningen voor internationale werknemers te voorkomen is voor het bieden van deze huisvesting naast een omgevingsvergunning ook altijd een verhuurvergunning nodig, op grond van de Verhuurverordening onder de Wet goed verhuurderschap. Een verhuurvergunning is vanaf 2026 op grond van de Verhuurverordening altijd verplicht om een verblijfsruimte voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers te mogen exploiteren (zie ook par. 1.3). Aan de verhuurvergunning worden door het college van B&W op grond van de Verhuurverordening nadere regels gesteld. Deze nadere regels worden opgenomen in de vergunning en, indien nodig, in een separate privaatrechtelijke prestatieovereenkomst tussen de gemeente en de exploitant van de tijdelijke huisvestingsvoorziening. In ieder geval zullen nadere regels worden gesteld over het voorkomen van overlast, het bijhouden en op verzoek verstrekken van een actueel en doorlopend digitaal nachtregister en voorschriften uit de Wet goed verhuurderschap. Indien de gemeente aan een initiatief medewerking verleend én indien de exploitant vanuit het verleden huisvesting biedt aan internationale werknemers in reguliere (verkamerde) woningen in de kernen, worden ook afspraken opgenomen over het afbouwen van het gebruik van deze woningen voor logies. Het doel van het afbouwen is dat deze woningen weer beschikbaar komen voor de reguliere woningmarkt (dus ook voor longstay internationale werknemers).
Bij (herhaald) niet nakomen van afspraken en/of overtreding van de nadere regels kan de burgemeester de verhuurvergunning intrekken.
3.1.5 Zorgplicht
Vanuit de Wmo geldt voor alle ingezetenen de zorgplicht. De gemeente heeft op basis van de Wmo een zorgplicht ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie ten behoeve van kwetsbare groepen in de gemeente. De Wet goed verhuurderschap verplicht verblijfsbieders om informatie te bieden en zorgt te dragen dat internationale werknemers een huisarts weten te vinden, dat zorg (aan ‘huis’) geleverd kan worden door medebewoners en/of door een professional in aanvulling op wat mensen zelf en voor elkaar kunnen en willen doen. Afspraken hierover kunnen onderdeel uitmaken van de prestatieovereenkomst.
3.1.6 Huidige en toekomstige varianten voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers
In de gemeente Maashorst komen momenteel zes varianten voor de tijdelijke huisvesting van internationale werknemers (logies) voor. In de uitvoeringsregels wordt voor elke variant aangegeven óf, en onder welke voorwaarden de variant in de toekomst voorstelbaar, wenselijk of onwenselijk is:
1Grootschalige huisvestingsvoorzieningen: dit zijn logiesvoorzieningen waarin internationale werknemers tijdelijk gehuisvest worden (logies), die bij verschillende werkgevers of uitzendbureaus werkzaam kunnen zijn en die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben. In de toekomst zijn dergelijke logiesgebouwen (onder voorwaarden
1Regels zijn opgenomen in ‘Ruimtelijk interim beleid niet-agrarische ontwikkelingen buitengebied gemeente Maashorst
) in het buitengebied voorstelbaar op VAB-locaties
2De term VAB-locatie staat voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing, waarbij de bebouwing niet meer in gebruik is voor de oorspronkelijke agrarische bestemming
in -of in plaats van- bestaande bebouwing en binnen het bestaande bouwvlak. VAB-locaties die in de kernrandzone liggen hebben de voorkeur vanwege de korte afstand tot voorzieningen in de nabijgelegen woonkern. Op bedrijventerreinen is deze variant in de toekomst afweegbaar aan die randen die op korte afstand van voorzieningen in de nabijgelegen woonkern liggen en waar dit milieukundig inpasbaar is en niet belemmerend werkt.
Bij deze huisvestingsvariant is de verblijfsbieder verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van de logiesvoorziening. Deze variant van tijdelijke huisvesting is altijd op basis van logies (hoofdverblijf buiten Nederland). Voor het bepalen van de omvang zijn draagkracht, ruimtelijke inpasbaarheid in de omgeving en spreiding bepalend (zie verder hoofdstuk 3 (Algemene uitgangspunten en -uitvoeringsregels) en hoofdstuk 4 (specifieke uitvoeringsregels).
2Huisvestingsvoorziening op het terrein van de werkgever: dit zijn logiesvoorzieningen waarbij de werkgever ook de verblijfsbieder is voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers die werkzaam zijn bij het ter plaatse aanwezige eigen bedrijf. De gemeente Maashorst wil in de toekomst mogelijkheden blijven bieden voor deze variant, waarbij voor het bepalen van de omvang van de huisvestingsvoorziening de huisvestende werkgever moet aantonen hoe groot zijn behoefte aan internationale werknemers voor zijn bedrijfsvoering is. De tijdelijke huisvesting vindt altijd plaats op basis van logies (hoofdverblijf buiten Nederland) en kan (onder voorwaarden) zowel plaatsvinden in het buitengebied als op bedrijventerreinen (zie verder hoofdstuk 3 (Algemene uitgangspunten en -uitvoeringsregels) en hoofdstuk 4 (specifieke uitvoeringsregels).
3Tijdelijke huisvesting in (verkamerde) bedrijfswoningen: Deze variant komt zowel op bedrijventerreinen als in het buitengebied voor, waarbij momenteel niet altijd een koppeling is tussen de bewoning en de bedrijvigheid ter plaatse. Op bedrijventerreinen wordt deze variant in de toekomst alleen nog onder voorwaarden toegestaan als de koppeling tussen de bedrijfsactiviteiten en de bewoning op de locatie aangetoond wordt. De huisvesting vindt altijd plaats op basis van logies en is alleen toegestaan in bestaande slaapkamers en/of daarvoor geschikt gemaakte kantoorruimten in de bedrijfswoning. De tijdelijke huisvesting is niet toegestaan in de hal, woonkamer, keuken, bijkeuken, garage en bijgebouwen van de bedrijfswoning en overige bedrijfsruimten op de locatie. De omvang hangt af van de beschikbare ruimte, echter altijd voor minder dan 10 personen (kleinschalige tijdelijke huisvesting) (zie verder hoofdstuk 3 (Algemene uitgangspunten en -uitvoeringsregels) en hoofdstuk 4 (specifieke uitvoeringsregels).
4Tijdelijke huisvesting in verkamerde reguliere woningen en plattelandswoningen in het buitengebied. Deze variant komt op dit moment voor en kan in de toekomst in het buitengebied (onder voorwaarden) toegestaan blijven worden op locaties waar het omgevingsplan ‘wonen’ toestaat. De huisvesting vindt altijd plaats op basis van logies en is alleen toegestaan in bestaande slaapkamers en/of daarvoor geschikt gemaakte (kantoor)ruimten in de bedrijfswoning. De tijdelijke huisvesting is niet toegestaan in de hal, woonkamer, keuken, bijkeuken, garage en bijgebouwen van de woning en overige bedrijfsruimten op de locatie. De omvang hangt af van de beschikbare ruimte, echter altijd voor minder dan 10 personen (kleinschalige tijdelijke huisvesting; zie verder hoofdstuk 3 (Algemene uitgangspunten en -uitvoeringsregels) en hoofdstuk 4 (specifieke uitvoeringsregels).
5Tijdelijke huisvesting in reguliere (verkamerde) woningen in de kernen: deze variant is vanuit het verleden veelvuldig toegepast waardoor deze woningen feitelijk niet meer beschikbaar zijn voor de reguliere woningmarkt. Vanwege de grote druk op de reguliere woningmarkt én op de leefbaarheid in de woongebieden (o.a. veroorzaakt door de hoge doorstroomsnelheid in dergelijke panden), is het voortzetten van deze variant in de toekomst onwenselijk. De gemeente Maashorst kiest er voor om mogelijkheden te bieden voor bovengenoemde varianten 1, 2, 3 en 4 en tijdelijke huisvesting in reguliere (verkamerde) woningen in de kernen middels een overgangsregeling
3Zie paragraaf 4.4 van deze uitvoeringsregels.
af te bouwen. Het bieden van tijdelijke huisvesting in reguliere (verkamerde) woningen in de kernen is voor bestaande en nieuwe situaties in de toekomst alleen nog mogelijk op basis van een verhuurvergunning. Het verlenen van een verhuurvergunning voor nieuwe situaties zal in de toekomst eerder uitzondering dan regel zijn.
6Tijdelijke huisvesting van internationale werknemers in chalets of stacaravans op campings en vakantieparken: Ook deze variant is in het verleden toegepast. De gemeente Maashorst heeft in haar Omgevingsvisie de ambitie beschreven om een aantrekkelijke toeristische gemeente te zijn. Vermenging van het gebruik van chalets of stacaravans door toeristen én door internationale werknemers op hetzelfde vakantiepark doet afbreuk aan de kwaliteit van het vakantiepark én aan de ambitie van de gemeente. Om die reden wordt deze variant in de toekomst geleidelijk afgebouwd. Als toeristen geen belangstelling meer blijken te hebben voor (een deel van) een vakantiepark dan kan bij de gemeente een conceptverzoek worden ingediend zodat onderzocht kan worden of kan worden meegewerkt aan wijziging naar een huisvestingsvoorziening voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers voor het gehele vakantiepark.
3.1.7 Vereiste vergunningen
Voor het realiseren en exploiteren van huisvesting voor internationale werknemers geldt een meervoudig vergunningstelsel:
•Het is niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) tijdelijke huisvesting te bieden aan internationale werknemers, tenzij een bestemmingsplan dat deel uitmaakt van het Omgevingsplan die huisvesting van rechtswege of met een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) toestaat.
•Het is niet toegestaan om een bouwwerk zonder gebruiksmelding brandveilig gebruik in gebruik te nemen voor kamergewijze verhuur. Minimaal vier weken voor het in gebruik nemen moet een gebruiksmelding brandveilig gebruik zijn ingediend.
•Het is niet toegestaan om een huisvestingsvoorziening te exploiteren voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers zonder een verhuurvergunning (op grond van de verhuurverordening). Voor bestaande situaties van tijdelijke huisvesting zonder verhuurvergunning krijgt de verblijfsbieder na vaststelling van de nieuwe uitvoeringsregels een termijn van zes maanden om een verhuurvergunning aan te vragen. Als deze aanvraag betrekking heeft op tijdelijke huisvesting in reguliere (verkamerde) woningen en is toegestaan in het nu geldende bestemmingsplan (onderdeel van het omgevingsplan) zal de verhuurvergunning tijdelijk verleend worden (maximaal 5 jaar, korter als wordt meegewerkt aan een alternatieve huisvestingsvariant; maatwerk). Hiermee wordt de aanvrager een redelijke termijn geboden om te kunnen voorzien in een alternatieve huisvestingsvariant en het gebruik van reguliere (verkamerde) woningen in de kernen voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers af te bouwen.
•Het college van B&W stelt nadere regels aan de verhuurvergunning die, voor zover deze niet in de verhuurvergunning kunnen worden opgenomen, worden vastgelegd in een prestatieovereenkomst tussen de gemeente en de verblijfsbieder (de vergunninghouder).
3.1.8 Huisvestingsmogelijkheden in bestaande leegstaande gebouwen
Met het oog op de druk op de woningmarkt worden leegstaande panden binnen woonwijken en kernen in eerste instantie bij voorkeur ingezet voor transitie of herontwikkeling naar reguliere woningen of andere maatschappelijke doelen. Bij langdurige leegstand kan, ter overbrugging, tijdelijk medewerking gegeven worden aan vormen van tijdelijke bewoning. In het buitengebied kunnen (onder voorwaarden) leegstaande gebouwen (bijvoorbeeld VAB-locaties) ingezet worden voor transitie naar zelfstandige logiesgebouwen voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid, de aanwezigheid van leegstaande gebouwen en daarmee, zuinig ruimtegebruik heeft transitie binnen de bestaande bebouwing de voorkeur. Als vervangende nieuwbouw van bestaande bebouwing duurzamer is dan inpandige aanpassing dan heeft vervangende nieuwbouw de voorkeur.
3.2 Algemene uitvoeringsregels
3.2.1 Deugdelijke/verantwoorde huisvesting
De tijdelijke huisvesting voor internationale werknemers dient zowel voor de internationale werknemers als voor de omgeving op een maatschappelijk verantwoorde wijze te gebeuren. De volgende algemene uitvoeringsregels zijn van toepassing:
•de huisvesting dient te voldoen aan geldende wet- en regelgeving zoals Omgevingswet, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Omgevingsplan, Verordening Fysieke Leefomgeving, verhuurvergunning etc.;
•tijdelijke huisvestingsvoorzieningen dienen te beschikken over een geldig SNF of AKF certificaat én minimaal te voldoen aan de gemeentelijke normen voor gebruiksruimteoppervlak (7 m2 slapen, per 4 personen een douche/toilet en kookvoorziening, zoals die sinds 2022 in de gehele gemeente als ondergrens gelden), tenzij in de toekomst het Omgevingsplan, SNF- of AKF-normeringen hogere eisen stellen. Bestaande (vergunde) situaties van vóór 2022, waarvoor deze gemeentelijke normen niet waren voorgeschreven zijn hierop een uitzondering;
•de tijdelijke huisvestingsvoorziening moet voldoen aan een Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL). Dit moet aangetoond worden door middel van een onderbouwing;
•de huisvesting mag geen belemmering vormen voor de planologische en milieutechnische ontwikkelingsmogelijkheden van in de nabijheid gelegen bedrijfs- en/of woonfuncties;
•er mogen geen gezinnen met kinderen gehuisvest worden in huisvestingsvoorzieningen die gebruikt worden voor de tijdelijke huisvesting van twee of meer internationale medewerkers die geen duurzame onderlinge verbondenheid hebben (zie definitie van huishouden;
•bij de huisvesting moet sprake zijn van adequaat beheer. Het beheer is een verantwoordelijkheid van de betreffende verblijfsbieder. Uitgangspunt van het beheer is dat de huisvesting schoon, heel en veilig is. Hoe groter de huisvestingslocatie, hoe intensiever het beheer. Nadere afspraken over het beheer worden vastgelegd in een beheerprotocol of in een prestatieovereenkomst tussen de gemeente en de verblijfsbieder, waarbij onderscheid gemaakt wordt in;
o Kleinschalige tijdelijke huisvesting: beheer is op ad hoc-basis. De directe buren worden op de hoogte gebracht van de tijdelijke huisvesting van internationale werknemers. De contactgegevens van de beheerder moeten bekend zijn bij de directe buren, de gemeente en de hulpdiensten, zodat bij vragen en/of klachten contact opgenomen kan worden met de beheerder. Indien nodig kan de beheerder altijd binnen een half uur ter plaatse zijn.
o Middelgrote tijdelijke huisvesting: beheer is minimaal dagelijks aanwezig. De omgeving is op de hoogte van de huisvesting. De contactgegevens van de beheerder zijn bekend bij de omgeving, de gemeente en de hulpdiensten, zodat bij vragen en/of klachten contact opgenomen kan worden met de beheerder. Aanwezigheid van de beheerder (tijd per dag) is afhankelijk van de omvang van de huisvestingslocatie en wordt in overleg met de verblijfsbieder vastgelegd in het beheerprotocol of de prestatieovereenkomst.
o Grootschalige tijdelijke huisvesting: beheer is 24 uur per dag aanwezig. De omgeving is op de hoogte van de tijdelijke huisvesting. De contactgegevens van de beheerder zijn bekend bij de omgeving, de gemeente en de hulpdiensten, zodat bij vragen en/of klachten contact opgenomen kan worden met de beheerder.
•In elke huisvestingsvariant voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers moet een huisreglement goed zichtbaar op een centrale plek worden opgehangen. Het huisreglement dient afgestemd te worden op de specifieke situatie van de huisvestingsvariant en bevat informatie over het handelen in geval van calamiteiten, de huisregels en de belangrijkste contactgegevens van zowel hulpdiensten als van de beheerder. Dit huisreglement moet opgesteld worden in zowel het Nederlands als de gesproken taal van de bewoners. De verblijfsbieder voegt het huisreglement tevens toe aan de huurovereenkomst met de internationale werknemer;
•In geval van het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, is de verblijfsbieder op grond van de verhuurvergunning verplicht een actueel en doorlopend digitaal nachtregister bij te houden.
•Nadere regels en voorschriften uit de Wet goed verhuurderschap worden onderdeel van de verhuurvergunning en, voor zover nodig, opgenomen in een prestatieovereenkomst. Voorbeelden daarvan zijn afspraken dat de verblijfsbieder bij eventueel einde van de arbeidsovereenkomst de tijdelijke huisvesting met een redelijke termijn van vier weken blijft voorzetten zodat de betreffende persoon gelegenheid heeft om elders woonruimte te vinden, of afspraken over het geleidelijk laten afnemen van het gebruik van verkamerde woningen in de woonkernen.
•Bij (herhaald) overtreden van de verhuurvergunning, de prestatieovereenkomst of anderszins buitenwettelijk handelen, kan de burgemeester, als ultiem middel, de verhuurverordening op grond van de verhuurverordening intrekken. Op deze manier beschikt de gemeente over een middel om nakoming van de gemaakte afspraken en handelen binnen de wet te borgen.
•Initiatiefnemers die een huisvestingsvoorziening willen realiseren kunnen eventuele zorgen bij omwonenden verminderen door te laten zien welke afspraken in de verhuurvergunning en prestatieovereenkomst worden vastgelegd en hen erop wijzen dat de initiatiefnemer de afspraken zal nakomen om te voorkomen dat de verhuurvergunning wordt ingetrokken. In de prestatieovereenkomst kunnen daarvoor ook specifieke aanvullende afspraken worden opgenomen als omwonenden daar behoefte aan hebben en de initiatiefnemer bereid is in die behoefte te voorzien.
3.2.2 Eisen aan parkeervoorzieningen, stallingen en afvalinzameling
•Logiesvoorzieningen moeten op eigen terrein voldoen aan de geldende parkeernormen (zie Uitvoeringsregels parkeerbeleid gemeente Maashorst 2023). Bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen dient ook de parkeerbehoefte te worden meegenomen van de overige functies op de locatie (bedrijven, kantoren, woningen etc.);
•In het pand of op eigen terrein is voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen, etc.;
•In de logiesvoorziening of op eigen terrein dient voldoende ruimte te zijn voor het plaatsen van afvalcontainers ten behoeve van de bewoners van de voorziening en overige functies, zodat overlast door zwerfvuil wordt voorkomen.
3.2.3 Eisen aan woonruimte en bijbehorende voorzieningen
•In en bij de logiesvoorziening dienen voldoende voorzieningen aanwezig te zijn voor een goed woon- en leefklimaat. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 is in alle gemeentelijke omgevingsplannen (via de bruidsschat) opgenomen dat de gebruiksoppervlaktenorm minimaal 12 m2 per persoon is. De commissie Roemer heeft tenminste 15 m2 geadviseerd en 1 persoon per slaapkamer met een oppervlak van minimaal 5,5 m2. De gemeente Maashorst hanteert vooralsnog de gemeentelijke normen zoals aangegeven in paragraaf 3.2.1. Als het Omgevingsplan, SNF óf AKF hogere normen hanteren volgt gemeente Maashorst de hoogste normen. Voor alle huisvestingsvoorzieningen voor tijdelijke werknemers is een geldig SNF of AKF certificaat verplicht. Voor bestaande situaties met lagere normen worden in de prestatieovereenkomst afspraken vastgelegd over een redelijke overgangstermijn naar de geldende normen.
3.2.4 Verantwoordelijkheid werkgevers
•Indien de eigenaar van een bedrijf rechtstreeks arbeidscontracten sluit met internationale werknemers, dan wordt deze in het kader van dit document gezien als werkgever. Als er sprake is van een uitzend- of bemiddelingsbureau, dat als tussenschakel fungeert, dan wordt dat bureau eveneens in het kader van dit document gezien als werkgever. De werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor het organiseren van tijdelijke huisvesting voor hun internationale werknemers. De gemeente Maashorst stelt met uitvoeringsregels de kaders voor deze tijdelijke huisvesting (logies).
3.2.5 Brandveiligheid
•De veiligheid van bewoners van alle huisvestingsvarianten voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers dient gewaarborgd te zijn. Alle hiervoor in gebruik zijnde gebouwen moeten brandveilig gebruikt kunnen worden en voldoen aan de regels die opgenomen zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Een gebruiksmelding voor brandveiligheid is altijd verplicht bij kamerverhuur en logies, ongeacht het aantal personen dat wordt gehuisvest.
3.2.6 Omgevingsdialoog/participatie
Voor het realiseren van een initiatief voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers dat niet past binnen het Omgevingsplan dient de initiatiefnemer een omgevingsvergunning Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) aan te vragen. Op basis van de uitvoeringsregels stelt de gemeente hierbij een omgevingsdialoog altijd verplicht, omdat het initiatief impact kan hebben op de omgeving. De omgeving wordt bepaald door iedereen waarop het initiatief effect kan hebben. Alle eigenaren en/of gebruikers van opstallen in de omgeving zijn deelnemers aan de dialoog. Door middel van het voeren van een dialoog hebben de belanghebbenden de gelegenheid om hun belangen, bezwaren en vragen te delen ten aanzien van het initiatief. Het voeren van een dialoog met de omgeving is niet gericht op het verkrijgen van consensus, maar richt zich met name op het verkrijgen van inzicht in de belangen. Gelet op de maatschappelijke gevoeligheid dient deze omgevingsdialoog te worden voorbereid met in acht name van het Participatieplan gemeente Maashorst 2025 en de Handreiking omgevingsdialoog (of hun rechtsopvolgers). Op basis van het verslag van de omgevingsdialoog, draagvlak én draagkracht van de locatie en de omgeving bepaalt de gemeente óf en (eventueel) onder welke voorwaarden aan het initiatief medewerking verleend kan worden.
3.2.7 Draagvlak en sociale- en ruimtelijke draagkracht
•De verblijfsbieder is de eerst verantwoordelijke voor een goede relatie met de omgeving en goed beheer. Dit houdt onder meer in dat voorafgaande aan de huisvesting transparant en tijdig dient te worden gecommuniceerd met de omgeving, om vooraf het draagvlak voor de beoogde huisvesting te vergroten. Voor het behouden van draagvlak zijn blijvend communiceren en goed beheer noodzakelijk.
o Sociale draagkracht
Sociale draagkracht omvat aspecten die samenhangen met openbare orde en veiligheid en sociaal werk. Sociale draagkracht is afhankelijk van de samenstelling van een buurt of straat, de mate van zelfredzaamheid, verloop (doorloopsnelheid) en de mate van (bestaande) inzet van het sociaal werk/buurnetwerk. De aanwezigheid van een logiesvoorziening mag niet leiden tot een ontoelaatbare wijziging hierin. Daarnaast mag de openbare orde en veiligheid niet door de aanwezigheid van een logiesvoorziening in het gedrang komen.
o Ruimtelijke draagkracht
Ruimtelijke draagkracht omvat aspecten die samenhangen met de ruimtelijke effecten en ruimtelijke inpasbaarheid. De ruimtelijke draagkracht is afhankelijk van en mag niet leiden tot een ontoelaatbare verandering in de gebruiksintensiteit en/of het bouwvolume, de verkeer-aantrekkende werking, verkeersveiligheid, parkeerdruk, bedrijfsmatige mogelijkheden etc. in relatie tot de functie en de aard van de omgeving. Daarbij dient er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar en/of realiseerbaar te zijn. De privacy en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen en functies mogen niet onevenredig benadeeld worden.
3.2.8 Geen (overige) negatieve effecten op de omgeving
Vanuit de uitvoeringsregels zoals beschreven in dit document komt naar voren dat de omgeving de beperkingen (en daarmee de mogelijkheden) van een locatie bepaalt. Om te bepalen of en onder welke voorwaarden aan een initiatief medewerking kan worden verleend worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd:
•Een eventuele extra parkeervraag wordt niet afgewenteld op de openbare ruimte. Er moet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar of realiseerbaar zijn;
•De huisvesting mag niet leiden tot een onevenredige publieks- en/of verkeer aantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en). Met betrekking tot het aantal inritten, wordt het gemeentelijke inrittenbeleid als uitgangspunt gehanteerd, zoals opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving en Uitvoeringsregels uitwegen gemeente Maashorst;
•Een afwijking van het omgevingsplan (BOPA) is alleen mogelijk wanneer er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De huisvesting is vanuit milieuoogpunt (externe veiligheid, lucht, bodem, geluid, geur, volksgezondheid etc.) en planologisch oogpunt aanvaardbaar (goed woon- en leefklimaat);
•De huisvesting is vanuit milieuoogpunt niet belemmerend voor omliggende bestaande en toekomstige bedrijfsmatige activiteiten;
•De kwaliteit van een huisvestingslocatie dient te worden gewaarborgd. De uitstraling van een huisvestingslocatie en van de omgeving is hierbij belangrijk (zie verder hoofdstuk 4 voor specifieke uitvoeringsregels per huisvestingsvariant).
3.2.9 Landschappelijke inpassing
Indien de locatie van het initiatief in het buitengebied van de gemeente Maashorst is gelegen dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschappelijk inpassingsplan of, indien van toepassing, op basis de Uitvoeringsregel kwaliteitsverbetering landschap. Het landschappelijk inpassingsplan moet bij de aanvraag worden ingediend.
3.2.10 Hardheidsclausule
Het college kan gemotiveerd afwijken
4Zie artikel 4:84 Abw
van de uitvoeringsregels zoals beschreven in dit document.