Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader Sterke Sociale Basis Gemeente Maashorst

Gemeente Maashorst · geldt sinds 7 augustus 2024

2. Wat is een sterke sociale basis in Maashorst

2.2. Hoe gaan we aan de slag?

2.2.1. Bouwsteen 1: actieve vrijwilligers en inwoners

Veel activiteiten, gemeenschappen, ontmoetingsplekken en initiatieven in wijken/kernen bestaan dankzij vrijwillige inzet van mensen. Denk aan de vrijwilligers in de kantine van de sportclub, de activiteiten in de bibliotheek of de voedselbank evenals praktische hulp die inwoners aan elkaar bieden, zoals de boodschappen die gedaan worden voor een (zieke) buurvrouw.

Door al dit soort activiteiten worden inwoners ondersteund in het deelnemen aan de samenleving en voelen ze zich opgenomen in hun wijk/kern. De hulp van familie of dorpsgenoten wordt vaak als laagdrempeliger ervaren dan professionele hulp en kan er zelfs voor zorgen dat professionele hulp minder snel nodig is.

Maar vrijwillige inzet is niet alleen goed voor het collectief. Het draagt ook bij aan het geluk van het individu. Het belangrijkste motief van mensen om vrijwillig iets voor een ander of de samenleving te doen is vaak simpelweg dat ze dat zelf graag willen. Het versterkt daarmee niet alleen de sociale veerkracht in een wijk/kern, maar ook de eigen kracht van de persoon zelf.

In de praktijk worden de begrippen vrijwilligerswerk en vrijwillige inzet door elkaar gebruikt. Bij ‘vrijwilligerswerk’ ligt de nadruk op werk, terwijl voor vrijwilligers juist veelal de vrijwilligheid voorop staat. Er zijn daarom verschillende vormen van vrijwillige inzet:

•Vrijwillige inzet gaat om inwoners die zich, zonder betaald te worden, actief inzetten voor anderen of de samenleving. Dat kan via een formele organisatie, zoals een vereniging, maar ook via een bewonersinitiatief. Vrijwillige inzet is altijd in meer of mindere mate georganiseerd. Daarmee is het anders dan bijvoorbeeld het af en toe ondersteunen van de buren.

•Bewonersinitiatieven zijn een vorm van actief burgerschap en vrijwillige inzet. Het gaat over activiteiten van inwoners die een maatschappelijk vraagstuk aanpakken. Het zijn bewoners van een wijk, buurt of dorp die zich verenigen om samen iets positiefs te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan een veilige speelplek voor kinderen of een ontmoetingsplek, maar ook het regelen van een collectieve energievoorziening.

•Ongeorganiseerde vrijwillige hulp is de ondersteuning vanuit vrienden, kennissen, buren en buurtbewoners die niet vanuit organisaties of georganiseerd wordt geboden. Dit kan incidenteel zijn, maar ook meer structureel. Denk aan het brengen van een kom soep, het aan de weg zetten van de container of iemand halen en brengen naar de sportvereniging.

In onze gemeente is er veel vrijwillige inzet en hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de sterke sociale basis. Wij willen dan ook graag de vrijwillige inzet en de helpende hand van onze inwoners koesteren, stimuleren en ondersteunen. Inwoners zijn de voelsprieten in de wijk, versterken de kracht van inwoners en kennen de leefomgeving als geen ander. Wij als gemeente kunnen vanuit onze rol juist weer sturen op versterking en faciliteren en zorgen voor de nodige randvoorwaarden zodat inwoners die zich vrijwillig willen inzetten daartoe de mogelijkheid voelen en gestimuleerd worden.

Wat betekent dit concreet?

1.Aandacht voor de mens achter de vrijwilliger: coördinatie en waardering

We vinden het belangrijk dat iedereen die zich vrijwillig wil inzetten hiertoe de mogelijkheid heeft. Voor inwoners die lid zijn van een vereniging of betrokken zijn bij een stichting lijkt het voor de hand te liggen om bij deze organisatie vrijwilligerswerk te doen. Maar er zijn legio opties, zoals bij een dorpshuis of wijkgebouw activiteiten organiseren of het zijn van een maatje voor een dorpsgenoot. Maar hoe weet je als inwoner waar jouw inzet gewenst is en word je op een fijne manier ondersteund bij je vrijwillige inzet?

Coördinatie van vrijwillige inzet

1In de wijk/kern

We gaan erop inzetten dat in iedere wijk/kern binnen de gemeente er lokale professionals actief zijn die op een laagdrempelige manier hulp en ondersteuning bieden aan inwoners. Dit zijn de zogenaamde ‘preventiewerkers’ (zie bouwsteen 4). Onderdeel van hun takenpakket is dat zij zich richten op het verbinden van inwoners aan elkaar en het stimuleren van vrijwillige inzet en bijbehorende activiteiten.

Kortom, zij helpen inwoners die zich vrijwillig willen inzetten maar nog zoekende zijn in waar ze moeten beginnen. Hun aandacht richt zich op de gehele wijk/kern en de diverse locaties, collectieven en initiatieven die daarin aanwezig zijn.

Ook is er een speciaal regionaal platform voor inwoners die zich vrijwillig willen inzetten: Help als vrijwilliger - ONS welzijn (ons-welzijn.nl). Inwoners kunnen via dit platform zien wat voor mogelijkheden er zijn binnen en buiten de gemeente en zich aanmelden. We zetten de opdracht aan ONS welzijn om dit te continueren voort.

2Bij wijk- en dorpshuizen

Binnen de gemeente zijn er diverse wijk- en dorpshuizen. Zij zijn er allemaal op gericht om een gastvrije ontmoetingsplek te zijn waar inwoners elkaar lokaal kunnen treffen en kunnen deelnemen aan activiteiten (zie bouwsteen 3). Binnen deze locaties is vrijwillige inzet ontzettend belangrijk. Inwoners zorgen er met elkaar voor dat er activiteiten plaatsvinden in de gebouwen, ondersteunen in de horeca of zijn zelfs verantwoordelijk voor het dagelijks beheer als bestuurslid van de lokale beheerstichting.

Doorgaans is er een diversiteit aan inwoners actief binnen deze locaties. Veel van hen kunnen volledig zelfstandig de nodige taken en activiteiten uitvoeren en hebben het organiserend vermogen om elkaar en zelfs anderen daarin aan te sturen. Anderen daarentegen hebben iets meer begeleiding nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor inwoners met een achterstand tot de arbeidsmarkt of met een migratieachtergrond die via vrijwillige inzet op deze locatie invulling geven aan hun dag, zoeken naar sociaal contact of zelfs op die wijze stappen zetten in de (re)-integratie. Voor hen is het belangrijk dat er iemand met hen meekijkt.

We zien nu dat deze coördinerende en begeleidende rol vaak bij de beheerder dan wel beheerstichting van het gebouw komt te liggen. In sommige wijk- en dorpshuizen werkt dit prima, bijvoorbeeld omdat de hoeveelheid activiteiten overzichtelijk is en de betrokken inwoners zelfstandig zaken oppakken. Op andere locaties zie je echter dat het zorgt voor een grote belasting, onder andere omdat de locatie gevestigd is in een gebied met aanzienlijke sociale problematiek (armoede, diverse culturen, verslavingen). Waar nodig gaan we in overleg met de lokale professionele en vrijwillige organisaties onderzoeken of een oplossing gevonden kan worden via een algemene voorziening (zie bouwsteen 2).

Waardering uitspreken

We vinden het belangrijk dat alle inwoners die zich vrijwillig inzetten voelen dat wat zij doen gewaardeerd wordt en dat er oog is voor de ondersteuning die zij nodig kunnen hebben. Zeker inwoners die niet vanuit een collectief actief zijn, maar als individu iets voor een ander doen, moeten daarbij niet vergeten worden.

Het is hierbij belangrijk om te investeren in persoonlijk contact, het stilstaan bij elkaar, de persoon achter de vrijwilliger te zien én door de waardering uit te spreken. We zien hierbij in de dagelijkse gang van zaken een voorname taak weggelegd voor de preventiewerkers die actief zijn in de wijk, evenals de beheerders van ontmoetingsplekken zoals wijkgebouwen. Daarnaast is het van belang dat het gemeentebestuur aandacht heeft voor deze inwoners. Op bezoek gaan, een kijkje nemen bij activiteiten en een praatje maken maakt al het verschil.

2.Inwoners collectieven en -initiatieven geven we een rol in het lokale netwerk en de lokale aanpak

We hebben op diverse plekken in onze gemeente al gezien dat inwoners gezamenlijk succesvol activiteiten en voorzieningen hebben opgezet. Voorbeelden hiervan zijn de Zorgcoöperaties in de kernen Schaijk, Zeeland en Reek, Stichting Zorg en Welzijn Odiliapeel en de beheerstichtingen die in enkele wijken/kernen actief zijn. De kracht van deze initiatieven is dat inwoners zelf de verantwoordelijkheid op zich nemen om in georganiseerd verband een rol te spelen in het zelfredzamer en zorgzamer worden van individuen binnen de gemeenschap en de gemeenschap als geheel. Zij vinden dat ze als inwoners zelf ook eigenaar zijn van de uitdagingen in de samenleving en gaan hiermee in samenwerking met anderen aan de slag.

De ervaring leert dat dergelijke organisaties een bijdrage leveren aan het realiseren van de nodige cultuurverandering om tot een meer zelfredzame en zorgzame gemeenschap te komen. Ze versnellen, versterken en borgen deze beweging door zelf activiteiten op te zetten en te onderhouden. Om die reden willen we de komende jaren deze organisaties blijven ondersteunen en tevens stimuleren dat ook in andere wijken/kernen inwonerscollectieven ontstaan die deze motorfunctie willen vervullen.

Bouwsteen 4 beschrijft hoe we in de diverse wijken/kernen van onze gemeente lokale teams gaan introduceren. We gaan actief stimuleren dat binnen iedere wijk/kern er een lokale sociale agenda wordt opgesteld (zie verderop). Op deze sociale agenda staan ieder jaar activiteiten die georganiseerd worden op basis van waar lokaal energie, animo en noodzaak voor is, specifiek gericht op zorg, welzijn en deelname aan de samenleving. De inhoud van de sociale agenda wordt bepaald op basis van onderlinge afstemming en afspraken tussen de diverse partijen die lokaal actief zijn, waaronder de lokale beheerstichting, dorpsvereniging, inwonerscollectief en preventiewerker. Hierin wordt ook de verbinding gelegd met andere lokaal opgestelde plannen zoals de Kernen CV’s.

3.Een financieel zetje in de rug

Als een inwoner of een vrijwilligersorganisatie een idee of een initiatief heeft vinden we het belangrijk om dit mede mogelijk te maken. We geven ze op diverse manieren een financieel zetje in de rug.

Jaarlijkse waarderingssubsidie

We willen dat lokale vrijwilligersorganisaties krachtig zijn en blijven. Vrijwilligersorganisaties kunnen daarom subsidie krijgen voor hun reguliere activiteiten en evenementen. De gemeente waardeert hiermee hun belangrijke bijdrage aan onze vitale wijken/kernen.

We vinden het belangrijk dat soortgelijke organisaties/collectieven kunnen rekenen op een gelijke vorm van waarderingssubsidie. We zetten in op het creëren van overzicht en eenduidigheid met een passende subsidieregeling zodat de organisaties de ruimte krijgen en gestimuleerd worden om dichtbij de inwoner met én voor elkaar activiteiten te blijven organiseren.

Maashorstfonds

Bovenstaande waarderingssubsidie is bedoeld voor formele vrijwilligersorganisaties, zoals stichtingen en verenigingen, met doorlopende of jaarlijks terugkerende activiteiten. Daarnaast zijn er ook inwoners die op zichzelf of met een non-formeel, gezelschap een activiteit willen organiseren voor elkaar én anderen in hun eigen wijk/kern of elders in de gemeente. Denk daarbij aan de plaatsing van een bankje in het park of een zomercamping voor kinderen.

Voor dit soort initiatieven hebben we binnen de gemeente Maashorst het Maashorstfonds. Dit is een fonds dat bestuurd wordt door inwoners van de gemeente Maashorst en als doel heeft om met eenmalig geld, goederen of kennis de initiatieven die in Uden, Schaijk, Odiliapeel, Volkel, Reek en Zeeland ontstaan te ondersteunen en een handje te helpen. Inwoners kunnen zelf rechtstreeks met dit fonds contact opnemen: Stichting Maashorstfonds | Bestem voor inwoners van de Gemeente Maashorst

Een wijk/kernbudget

We zien op dit moment dat er in iedere wijk/kern al diverse vrijwilligersorganisaties, inwonercollectieven en professionals actief zijn. We vinden het belangrijk dat deze organisaties elkaar blijvend opzoeken in een netwerk om zo vanuit een gezamenlijke kracht de leefbaarheid van hun wijk/kern te vergroten. Daarbij willen we verder gaan dan enkel op de hoogte zijn van elkaars activiteiten en zo nu en dan de verbinding maken. Wat we juist willen stimuleren is dat de lokale betrokkenen samen aan de slag gaan om de leefbaarheid in de wijk/kern te versterken en in te spelen op (grote) maatschappelijke ontwikkelingen, zoals eenzaamheid of vergrijzing. Gemeenschapszin komt echt tot bloei als inwoners zelf de verantwoordelijkheid nemen én krijgen voor de toekomst van hun eigen dorp of wijk, en zelf nadenken over de vraag waar het dorp of de wijk voor gaat. We willen samen met inwoners(initiatieven), professionals een sociale agenda opstellen voor ieder dorp of kern. In de sociale agenda staan de belangrijkste sociale vraagstukken van de wijk/kern, en de verschillende perspectieven van betrokkenen (inwoners en wijkprofessionals). We sluiten hierbij aan bij de reeds opgestelde kernen cv’s. Door eerst te bepalen waar ze mee aan de slag willen gaan kunnen ze daarna bepalen welke activiteiten en ontwikkelingen lokaal nodig zijn om de leefbaarheid te vergroten (zie bouwsteen 2).

Om zowel lokale samenwerking als lokale preventieve activiteiten te stimuleren zetten we jaarlijks een budget per wijk/kern in. Dit budget is bedoeld om initiatieven die vanuit een gezamenlijke (meerjarige) aanpak in de kern tot stand komen financieel te ondersteunen. Het budget is jaarlijks beschikbaar en het is aan het lokale netwerk van betrokken organisaties om te kiezen waarvoor het wordt ingezet. Dat kan voor iets nieuws zijn, maar ook om een bestaand initiatief te continueren. Van belang is dat de keuze lokaal in het netwerk wordt gemaakt. Het bijbehorende budget wordt beheerd door de lokale ‘verbinder in de wijk’ (zie bouwsteen 5) die actief is binnen de lokale teams in iedere wijk/kern.

2.2.2. Bouwsteen 2: een breed, laagdrempelig, vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen

De definitie van de sterke sociale basis zegt dat bewoners, vrijwilligers en professionals samen aan een breed, laagdrempelig en vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt werken.

Om dit te realiseren ligt onze focus op collectief werken, op algemene voorzieningen en op de herkenbaarheid van het aanbod in de sociale basis.

Van individuele activiteiten naar collectieve activiteiten

Om het aanbod breed en laagdrempelig te maken verleggen we de focus van het individu naar het collectief. We stimuleren collectief werken.

Wat is collectief werken?

Collectief werken houdt in dat daar waar een probleem of vraag van een inwoners eerst individueel werd opgepakt we nu inwoners met dezelfde problemen of vragen samenbrengen en inzetten op een gezamenlijke aanpak. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan op initiatieven (activiteiten) die er al zijn in een wijk/kern en faciliteren we wat er ontbreekt.

Volgens onderzoek van Movisie zetten inwoners gemakkelijker stappen in hun eigen ontwikkeling als ze dat via een collectieve activiteit kunnen doen in plaats van individueel. We gaan inzetten op collectief werken omdat onder andere:

-Daarmee meer inwoners kunnen worden geholpen met minder inzet van personeel, dit is ook helpend in deze tijd van arbeidskrapte.

-Het sociale netwerk wordt vergroot

-De onderlinge zorgzaamheid en omzien naar elkaar wordt versterkt

-Het persoonlijke ontwikkeling en competenties stimuleert

Van geïndiceerde voorzieningen naar Algemene voorzieningen

Om het aanbod vrij toegankelijk te maken verleggen we de focus van geïndiceerde voorzieningen naar algemeen voorzieningen, dan wel basisaanbod.

De algemeen voorziening van de sterke sociale basis richt zich op de minder zelfredzame en kwetsbare inwoners die lichte ondersteuning nodig hebben. Deze voorziening wordt georganiseerd met vrijwillige inzet van inwoners samen met de professionals binnen de sociale basis.

Het aanbod is vrij toegankelijk waardoor een indicatie niet nodig is. Hiermee draagt het aanbod ertoe bij dat kwetsbare inwoners weer mee kunnen doen en dat zwaardere geïndiceerde zorg en individuele maatwerkvoorzieningen voorkomen of uitgesteld kunnen worden.

Daarmee is de algemene voorziening voorliggend aan de geïndiceerde zorg.

Een herkenbaar en vindbaar aanbod

Een belangrijke reden voor het verstevigen van de sociale basis is de behoefte aan grotere herkenbaarheid van de beschikbare activiteiten en ondersteuning in de wijk/kern. We willen dat meer inwoners terecht kunnen bij de activiteiten en ondersteuning in de sociale basis en daarom moeten ze goed te vinden en goed toegankelijk zijn. Dit is vooral van belang voor inwoners die nog niet vanzelfsprekend meedoen, een beperkt netwerk hebben of ook zwaardere ondersteuning krijgen van eerstelijns professionals. Grotere herkenbaarheid zorgt er ook voor dat formele en informele partijen elkaar (beter) weten te vinden.

Wat betekent dit concreet? Wat gaan we doen

1.Vergroten herkenbaarheid van het aanbod in de sociale basis

We onderzoeken als gemeente op welke wijze we de veelheid aan vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en ondersteuning overzichtelijk in kaart kunnen brengen op 1 centrale plek. Het gaat dan om al het aanbod gericht op zorg, welzijn en deelname aan de samenleving van inwoners dus ook daar waar het om sport en cultuur gaat. Op deze manier kunnen inwoners op overzichtelijke wijze zien wat er allemaal te doen is in de wijk/kern om deel te kunnen nemen of vrijwilligerswerk te doen. Maar ook voor professionals in de wijk/kern is dit een middel om inwoners te kunnen helpen in het oplossen van hun vraag of behoefte. Bij het neerzetten van het complete beeld en het bekendmaken hiervan betrekken we onze partners in de wijk/kern.

2.Stimuleren collectief werken en algemene voorzieningen vanuit de wijk/kern

We definiëren algemene voorzieningen zodat voor iedereen duidelijk is wat we onder een algemene voorziening verstaan. Hierbij hoort ook het opstellen van duidelijke kaders en een passende financiering. Heldere kaders en financiering dragen ertoe bij dat we de initiatieven van inwoners en professionals die passen bij de doelstellingen van de sterke sociale basis snel kunnen beoordelen en eenvoudig kunnen stimuleren. Hierbij haken we ook aan op het wijk/kernbudget (zie bouwsteen 1).

We gaan samen met de partners in het netwerk van de wijk/kern zicht krijgen op veelvoorkomende problematiek en kijken wat daarop de juiste vervolgstappen zijn in het realiseren of versterken van de algemene voorzieningen. We maken hierbij gebruik van het drie stappenmodel van Movisie als tool en het lokale team (zie bouwsteen 4) is hiervoor de kartrekker.

2.2.3. Bouwsteen 3: Gastvrije ontmoetingsplek

Naast de bovenstaande twee bouwstenen is een ander belangrijk onderdeel van een sterke sociale basis dat inwoners in een wijk/kern elkaar en de lokaal actieve professionals kunnen ontmoeten en dat er een plek is waar preventieve en voorliggende activiteiten kunnen plaatsvinden. Inzetten op gastvrije ontmoetingsplekken is dan ook een belangrijk middel dat bijdraagt aan de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners.

Wat betekent dit concreet?

Bij een gastvrije ontmoetingsplek denken we aan diverse soorten van ‘plekken’ om te ontmoeten, te bewegen en te participeren: van de lokale sportkantine, tot het schoolplein, van het parkje om de hoek, de bibliotheek, snackbar, kerk en het wijkgebouw tot het dorpshuis. Het gaat om formele en informele ontmoetingsplekken en accommodaties. Binnen de gemeente Maashorst zijn er al veel van deze ontmoetingsplekken aanwezig. Zo zijn er onder andere dorpshuizen, wijkaccommodaties en multifunctionele accommodaties verspreid door de gemeente.

Er hoeft niet in iedere wijk/kern een ‘traditioneel’ ontmoetingsgebouw aanwezig te zijn. Er kan ook gedacht worden aan de aula van een school die in de avonduren beschikbaar is voor de lokale wijkactiviteiten. Daarnaast gaat het om plekken in de fysieke ruimtelijke sfeer, zoals een voetbalveldje, park en speeltuin. Het gaat er vooral om dat de locatie laagdrempelig is: vrij te benutten door inwoners die zich er welkom voelen. Het is een plek die mensen als ‘thuis’ ervaren, waar een goede sfeer is en waarin gastvrijheid en betrokkenheid naar elkaar toe centraal staan.

Hoe creëren we die laagdrempelige plekken?

Die laagdrempelige ontmoetingsplekken willen we enerzijds realiseren door in te blijven zetten op het beschikbaar stellen van de gemeentelijke multifunctionele accommodaties, sporthallen, cultuurpanden en wijk- en dorpshuizen zodat inwoners en organisaties hier gebruik van kunnen maken. Daarbij is het van belang dat de ruimtes geschikt zijn voor diverse activiteiten en tegen een passend (maatschappelijk) huurtarief worden aangeboden. Ook is het voornaam dat deze locaties vaste openingsmomenten per week kennen zodat gebruikers weten wanneer ze er terecht kunnen voor georganiseerde activiteiten en vrije inloop. In het gemeentelijke accommodatiebeleid wordt dit nader uitgewerkt.

Aansluitend is het belangrijk dat de verschillende lokaal betrokken inwoners en organisaties (professionals en vrijwilligers) op een fijne manier met elkaar (blijven) samenwerken binnen deze locaties. Een gedegen rol en taakverdeling tussen de diverse partijen die actief zijn in een wijk- of dorpshuis is ontzettend belangrijk. Het zorgt ervoor dat er duidelijkheid is, schept orde en geeft daarmee de nodige ruimte om elkaars krachten te bundelen. Zo kan het meeste effect bereikt worden voor de lokale inwoner.

In en rondom het wijk- en dorpshuis kennen we diverse professionele rollen. Enkele daarvan lichten we in het bijzonder toe, omdat zij in directe samenhang zich inzetten voor de inwoner:

1)Beheerder

De beheerder, in samenhang met de beheerstichting, draagt zorg voor de dagelijkse operationele zaken in het gebouw. Kerntaak van de beheerder is het organiseren en aansturen van de dagelijkse gang van zaken in de accommodatie. Hiernaast speelt de beheerder een rol bij het signaleren van problemen en zorgvragen van inwoners. Het is echter geen taak van de beheerder om zelf die zorg te gaan verlenen. Het begeleiden van en zorgverlening aan ‘kwetsbare’ medewerkers of bezoekers ligt bij professionele partners (toeleiding naar arbeidsmarkt, maatschappelijk werk etc.). De beheerder moet met betrekking tot de zorgtaken goed kunnen doorverwijzen naar partners.

2)Preventiewerker

De preventiewerker is lokaal het aanspreekpunt voor inwoners die hulp of ondersteuning nodig hebben.

Dit is ook de professional naar wie de beheerder kan doorverwijzen of met wie signalen over wat er lokaal speelt gedeeld kunnen worden. Een uitgebreide beschrijving van deze functie is opgenomen in bouwsteen 4.

Naast deze professionals zijn er ook andere personen en organisaties actief in en rondom een ontmoetingsplek. Het gaat dan bijvoorbeeld om een sociaal raadslid dat een spreekuur voor juridisch advies houdt in een dorpshuis, een maatschappelijk werker, de lokale wijkagent, de huisarts, leden van de Zorgcoöperatie of een ander vrijwilligerscollectief, een buutsportcoach en een contactpersoon van AREA of MooiLand. Ook voor hen is het belangrijk om goed in contact te staan met elkaar en de bovengenoemde professionals. Zo kunnen zij signalen en ervaringen met elkaar delen, naar elkaar verwijzen of zorgen voor een warme overdracht en tevens zich gezamenlijk inzetten voor een lokale aanpak van (preventieve) activiteiten in de wijk/kern. Om dit te stimuleren gaan we actief inzetten op de vorming van een lokaal netwerk (zie bouwstenen 4 en 5).

Anderzijds is het belangrijk om bij ruimtelijke opgaven en gebiedsontwikkelingen oog te hebben voor een openbare ruimte en groeninrichting die inwoners uitnodigt om naar buiten te gaan en elkaar in de open lucht te ontmoeten en activiteiten daar te organiseren, zoals een buurtbarbecue, een voetbaltoernooi en het gezamenlijk maken van een wandeling. Om dit te stimuleren gaan we de samenwerking tussen het ruimtelijke en het sociale domein de komende jaren intensiveren. We zien gelukkig al dat beide beleidsdomeinen elkaar steeds vaker weten te vinden bij nieuwe projecten en ontwikkelingen. De komst van de omgevingsvisie ondersteunt daarin en vraagt ons als gemeente om bij ruimtelijke opgaven en afwegingen ook gezondheid een plek te geven. De volgende stap die we hierin willen zetten is door niet alleen binnen de gemeente de samenwerking op te zoeken, maar vooral ook de personen en organisaties in het lokale netwerk, zoals de preventiewerker, te vragen input te geven bij ruimtelijke vraagstukken. Op die manier zorgen we ervoor dat de dagelijkse ervaringen van lokaal betrokkenen een nog betere plek krijgen in de planvorming.

2.2.4. Bouwsteen 4: Samenwerken en netwerken in de wijk/kern

Overal in de gemeente Maashorst wordt zowel met vrijwillige als professionele inzet aan inwoners ondersteuning geboden op tal van onderwerpen, zoals wonen, veiligheid, zorg, werk en inkomen, sport en creativiteit. Om inwoners preventief te ondersteunen is het belangrijk dat de beschikbare hulp en ondersteuning bekend is bij inwoners en dat deze gemakkelijk toegankelijk is. Dat begint al door het zichtbaar te maken in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner: de eigen straat, het schoolplein van de kinderen, de huiskamer bij een zorgcomplex, bestaande lokale gemeenschappen en bijbehorende locaties zoals de moskee en het dorpshuis/wijkgebouw etc. Kortom: advies en lichte hulp en ondersteuning zijn in de eigen buurt beschikbaar, zichtbaar en kan snel worden geleverd.

We zien nu al dat er in veel wijken/kernen van onze gemeente diverse personen en organisaties actief bezig zijn om inwoners de nodige voorliggende ondersteuning te bieden. Denk daarbij aan professionals zoals een opbouwwerker, een boa of wijkagent en een preventiewerker, evenals vrijwillige inzet vanuit bijvoorbeeld de Zorgcoöperaties, KBO’s en beheerstichtingen. Ieder van hen werkt hierbij vanuit een eigen expertise, doelstelling en motivatie. Voor een goede ondersteuning aan inwoners is het van belang dat deze lokale partijen elkaar goed weten te vinden, afstemming hebben en vanuit één gezamenlijk netwerk aan de slag gaan om de leefbaarheid in de wijk/kern te vergroten.

Wat betekent dit concreet?

Gelukkig zien we dat in veel wijken/kernen lokale partijen elkaar al in steeds grotere mate weten te vinden. Binnen deze bouwsteen beogen we geen big bang of grootschalige verandering, maar vooral een meer gestructureerde wijze van de gebiedsgerichte aanpak en een intensivering van de onderlinge samenwerking. Daarmee geven we de beweging naar de voorkant en preventie meer kracht en creëren we een gedegen basis om dit mogelijk te maken. Dit doen we door:

1Inzet van preventiewerkers in iedere wijk/kern

We investeren in de inzet van preventiewerkers (werktitel) in iedere wijk/kern die aldaar gezamenlijk als een lokaal team optreden. Deze teams zijn voor de inwoners een eerste aanspreekpunt in hun wijk/kern voor zorg- en hulpvragen gericht op tal van onderwerpen uit hun leefwereld. Denk daarbij aan: geldzorgen, welzijnsvragen, zorgen rondom opvoeding, signalen van onveiligheid. Aan de preventiewerkers kunnen inwoners vragen stellen (fysiek, telefonisch en digitaal) en zij zijn voor hen ook een luisterend oor. Een preventiewerker pakt samen met de inwoner zijn/haar vraag op en beantwoordt deze vanuit eigen expertise of gaat hierin de samenwerking aan met andere gespecialiseerde professionals die actief zijn in de wijk of lokale vrijwilligers(organisaties). Om wat voorbeelden te geven:

Een inwoner is in contact met een preventiewerker omdat deze mentaal niet lekker in zijn vel zit. De preventiewerker spreekt drie keer met deze persoon af om te praten over de situatie en te zoeken naar een oplossing. Als er blijkt toch meer nodig is om deze man te helpen schakelt de preventiewerker met een maatschappelijk werker of huisarts om de persoon verder te helpen.

Een oudere dame voelt zich eenzaam en wil graag meer in contact staan met dorpsgenoten maar vindt het moeilijk om zelf de stap te zetten. Via haar directe buurvrouw is ze in contact gekomen met de preventiewerker die samen met haar kijkt wat de mogelijkheden zijn en wat ook past bij haar eigen interesses en persoonlijke situatie. Op basis daarvan zet mevrouw de stap om samen met anderen te gaan dineren bij een eetpunt in de wijk.

In april 2023 is al een team preventie jeugd gestart. Dit bestaat uit medewerkers van GGD, Compass (jongerenwerk) en ONS welzijn, aangevuld met de praktijkondersteuner jeugd. Er is bewust voor gekozen om vanuit diverse ‘moederorganisaties’ professionals aan te wijzen als preventiewerker om op die manier diverse expertises en ervaringen te bundelen. Dit biedt een bredere blik om naar (lokale) situaties te kijken. Iedere teamlid heeft een kern/wijk als focusgebied en is in dat werkgebied het vaste gezicht voor vragen van inwoners en zoekt actief de samenwerking op met andere lokale partijen.

In navolging op deze eerdere ervaringen gaan we de inzet van het preventieteam uitbreiden naar alle leeftijdscategorieën (van 0 tot 100+). Daarbij blijven we samenwerken in een breed verband met diverse expertises en moederorganisaties. Het gaat dan onder meer om bovenstaande organisaties, maar ook andere lokale partijen gericht op zorg en welzijn, zoals Pantein en BrabantZorg. De preventiewerkers die in dit team actief zijn hebben een expertise op jeugd of volwassenen om zo alle inwoners te kunnen ondersteunen. Ondanks dat verschil benaderen ze hun werk vanuit dezelfde gemeenschappelijke opdracht. Daarbij maakt het ook niet uit bij welke moederorganisatie ze formeel zijn aangesteld.

Hun opdracht is:

1Lichte ondersteuningsvragen van inwoners in beeld brengen

Het ondersteunen van individuele inwoners bij ondersteuningsvragen, waarbij voor oplossingen in eerste instantie gezocht wordt binnen het eigen en/of informele netwerk. Indien de ondersteuningsvragen qua intensiteit (max. een gerichte oplossing kunnen bieden in 5 gesprekken met één persoon) niet passen bij de taken van de preventiewerker, vindt er een warme overdracht plaats naar een andere voorliggende voorziening of de gemeentelijke toegang. Daarbij denken de preventiewerkers actief mee over welke oplossingen passend kunnen zijn voor de inwoner.

2Bewoners stimuleren om mee te doen

De preventiewerker coacht de inwoner om vanuit eigen kracht mee te doen aan activiteiten in de lokale samenleving en mogelijk ook eigen oplossingen te gaan ontwikkelen op het gebied van welzijn en zorg.

3Leefbaarheid in de wijk vergroten

De preventiewerker is present en aanwezig in de wijk/kern en daar actief om een fijn leefklimaat te vergroten. Dit onder andere door inwonersinitiatieven/-groepen te stimuleren en te verbinden met andere inwoners, overheid en partners (community building)

4Oplossingen in de wijk en in het eigen informele circuit stimuleren

Het initiëren van individuele of groepsgerichte voorlichting (collectiveren) en advies aan burgers en organisaties. Dit is met name gericht op samenleving, herkennen van signalen, verstevigen van het netwerk (preventief). Initiatieven stimuleren en zo nodig kanaliseren. De preventiewerkers kunnen aansluiten vanuit hun expertise, maar zijn geen structurele trekkers bij het organiseren van collectieve ondersteuning.

5Samenwerken met partners in de wijk/kern

De preventiewerker werkt vanuit een multidisciplinair netwerk in een wijk/kern. De preventiewerker vervult een brugfunctie tussen de 0e en 1e lijn, waarbij zij samen komen tot vernieuwende oplossingen. Ook kan deze in samenwerking met het lokale netwerk individuele of groepsgerichte voorlichting en andere collectieve activiteiten organiseren.

Uit het gemeente brede preventieteam worden professionals als afvaardiging in de wijk/kern geplaatst, daar vormen zij samen het lokale wijk-/kernteam. Hoeveel professionals zijn dat er per wijk/kern?

Minimaal is er in iedere wijk/kern 1 preventiewerker met expertise op jeugd en 1 preventiewerker met expertise op volwassenen. Ieder van hen is er 16 uur actief. Op basis van evaluaties over de behoeften in de wijk/kern kan het aantal preventiewerkers aangepast worden. De precieze verhouding daarin willen we samen met de organisaties die maatschappelijk actief zijn per wijk/kern bepalen. Maatwerk dus. Dat doen we door enerzijds te kijken naar cijfers (bevolkingsopbouw, sociaal economische positie, aantal indicaties zorg, meldingen over overlast etc..) per gebied, maar vooral ook door te luisteren naar de verhalen van de lokaal betrokken professionals en inwoners.

Daarbij is het belangrijk dat de diverse personen (vrijwillig of professioneel) die actief zijn in een wijk/kern in hun contact met inwoners werken vanuit eenzelfde benadermethode wanneer zij in gesprek gaan met een inwoner. Zo wordt er op eenzelfde manier een (brede)vraagverkenning uitgevoerd en het goede gesprek gevoerd met de inwoner. Zodat informatie op een gelijke manier wordt opgehaald waardoor het uitwisselen van ervaringen, het doen van suggesties en het bepalen van een aanpak beter gaat.

De lokale situaties worden ook op regelmatige basis geëvalueerd om te zien of de gekozen inzet nog wel passend is: wellicht moet het uitgebreid worden, of kan er juist een verschuiving plaatsvinden van de ene naar de andere wijk/kern. Door te werken vanuit een basisbenadering met voldoende beschikbare professionals creëren we hierin flexibiliteit.

2.Investeren in een lokaal netwerk per wijk/kern

Het lokale team biedt een laagdrempelige basis voor ondersteuning in de wijk/kern, maar zij doen dit zeker niet alleen. In iedere wijk/kern zijn er ook andere personen en organisaties, zowel professioneel als vrijwillig, actief betrokken bij het verbeteren van de lokale leefbaarheid en het beantwoorden van zorg- en hulpvragen. Denk daarbij aan lokale woningcorporaties (AREA/Mooiland), vrijwilligers van een Zorgcoöperatie, de wijkverpleging, een wijkagent, huisarts en fysiotherapeut, de directeur van de lokale basisschool, de beheerder en beheerstichting van het lokale wijkgebouw en betrokken professionals vanuit de gemeente. Voor het lokale team is het belangrijk dat zij korte lijnen hebben met deze samenwerkingspartners en dat ze gezamenlijk gaan opereren in een netwerk. Op die manier kunnen de preventiewerkers niet alleen inwoners ‘warm’ begeleiden naar de juiste (preventieve) activiteit of gespecialiseerde professional, maar kunnen ze ook van elkaars ervaringen en bevindingen leren en gezamenlijk activiteiten te ontplooien.

We stimuleren daarom de vorming van een lokaal netwerk in iedere wijk/kern. Een eerste weergave van deze werkwijze en de betrokken partijen is te zien in onderstaand figuur. De precieze samenstelling van het lokale team en netwerk kan per wijk/kern in de praktijk variëren als gevolg van de lokale omstandigheden. Daarnaast kan dit in de loop van de jaren op basis van de ervaringen en ontwikkelingen veranderen als de omstandigheden daarom vragen.

In het lokale netwerk hebben de lokaal betrokken personen en organisaties – zowel professioneel als vrijwilliger - regelmatig contact met elkaar. Het opgebouwde netwerk in de wijk/kern is breed en richt zich op cultuur, sport, gezondheid, en vrije tijd. De bedoeling is dat de partijen het netwerk voor een aantal zaken benutten:

•Gebruik maken van elkaars aanbod en expertise. Samen hebben ze zo een breed aanbod aan interventies waarmee de professionals lichte zorg- en ondersteuningsvragen van bewoners snel, op maat en in de wijk/kern op kunnen lossen.

•Gezamenlijk activiteiten initiëren als gemerkt wordt dat er lokaal een behoefte onder inwoners aanwezig is waar nu geen passende (maatschappelijke) voorzieningen of activiteiten voor zijn.

•Het netwerk is een vraagbaak en eerste ingang om ook buiten specifieke activiteiten gericht op zorg- en welzijn breed mee te denken over het vergroten van de leefbaarheid in hun wijk/kern. Het gaat dan bijvoorbeeld om ruimtelijke- of duurzaamheidsvraagstukken.

De in bouwsteen 1 genoemde inzet op een lokale sociale agenda en een wijk-/kernbudget per gebied sluiten hierop aan en ondersteunen de vorming van een lokaal netwerk. Preventiewerkers stellen samen met lokale inwoners en (professionele) organisaties uit het netwerk (1ste en 2de ring) een sociale agenda op. De input komt van wensen, behoeften en signalen van de lokaal betrokkenen en van de wijkfoto met informatie met algemene- en gezondheidsdata, knelpunten en krachten van de specifieke wijk/kern.

De lokale sociale agenda van de wijk/kern zorgt voor een visie op de gewenste ontwikkeling van een gebied die door alle belanghebbende partijen wordt herkend en erkend. Zo’n gezamenlijke visie is essentieel om met een lange adem aan leefbaarheidsvraagstukken in een wijk/kern te kunnen werken. Het zorgt bovendien voor samenhang tussen projecten en maatregelen. Daarnaast draagt het eraan bij dat het proces van het werken aan een toekomstbestendige wijk/kern in gezamenlijkheid en samenhang tussen de betrokken partijen gebeurt. De lokale plannen bestaan uit activiteiten en ontwikkelingen op het gebied van zorg, welzijn, participatie en andere zaken die raken aan de lokale leefbaarheid. De lokaal betrokkenen voelen een gedeelde energie om hiermee aan de slag te gaan. De betrokkenen opereren hierin in gelijkwaardigheid, ongeacht of zij professionals of vrijwilligers zijn, en zij bepalen samen waar per jaar de focus op komt te liggen.

De intensiteit waarmee organisaties in het lokaal netwerk elkaar treffen, onder andere om de lokale sociale agenda vorm te geven, zal per gebied verschillen en afhankelijk zijn van de lokale uitdagingen en kansen. We zijn wel van mening dat er minimaal twee keer per jaar overleg plaats moet vinden om de aansluiting te vinden bij elkaar. De zogenaamde ‘verbinder in de wijk’ (bouwsteen 5) neemt initiatief om deze overleggen te organiseren.

3.Goed schakelen tussen lichte en zware vormen van ondersteuning

De komende jaren willen we een situatie creëren waarbij inwoners met een hulp- of ondersteuningsvraag allereerst terecht komen bij het lokale team en andere partijen uit het lokale netwerk in hun wijk/kern. Dat betekent ook dat als een inwoner contact heeft met een professional van de gemeente er allereerst gekeken wordt of er al contact is geweest met het lokaal team om ondersteuning te bieden. Dat geldt ook voor andere zorgprofessionals zoals huisartsen, die gestimuleerd worden om niet alleen door te verwijzen naar gespecialiseerde voorzieningen, maar vooral de relatie te leggen met het lokale team.

De lokaal aanwezige maatschappelijke voorzieningen en preventieve activiteiten bieden echter niet altijd de (volledige) oplossing voor een hulpvraag. Soms is er meer nodig. Mocht dat blijken dan is het aan de lokale preventiewerker in samenwerking met het netwerk om de inwoner warm te begeleiden naar de juiste gespecialiseerde inzet. Dat kan bijvoorbeeld een consulent van de gemeente zijn die zorgt dat de inwoner toegang heeft tot een gespecialiseerde maatwerkvoorziening maar het kan ook een medische behandeling zijn via een specialist.

Het proces stopt daar echter niet. We vinden het belangrijk dat wanneer een inwoner gespecialiseerde hulp heeft erop ingezet wordt om wanneer het kan de zorg weer af te schalen en terug te leiden naar het aanbod van algemene voorzieningen. De eigen kracht van de inwoner moet blijvend worden gestimuleerd. Daarin zijn alle betrokken organisaties aan zet en dit is iets waar we zowel binnen onze eigen gemeentelijke werkprocessen als in afspraken met uitvoeringsorganisaties op gaan sturen.

2.2.5. Bouwsteen 5: Verbinder in de wijk

Binnen het lokale team in een wijk/kern is het belangrijk dat één van deze professionals zich naast de reguliere taken positioneert als een ‘verbinder in de wijk’. Vanuit deze rol is deze professional een verbindende schakel om te coördineren dat de samenwerking lokaal op een goede manier vorm krijgt, netwerken onderhouden blijven en initiatieven worden verbonden. Dit is ook iemand die overzicht houdt op de overall ontwikkeling in een wijk/kern en vanuit daar een aanjagende rol heeft in het inspelen op wat er gebeurt en het mogelijk initiëren van bijbehorende activiteiten of aanpakken. Hierin is hij/zij ook voor de gemeente het eerste aanspreekpunt.

Wat betekent dit concreet?

Binnen het lokale team krijgt één van de professionals de neventaak om als verbinder in de wijk op te treden. Dit kan ook een preventiewerker volwassenen zijn die wordt aangestuurd door een Zorgcoöperatie.

In beginsel gaan we ervan uit dat deze persoon circa 8 uur in de week hiervoor beschikbaar heeft. De verbinder in de wijk stelt samen met de andere professionals, samenwerkingspartners en inwoners een lokale sociale agenda op en beheert deze ook. Dit plan focust zich op activiteiten gericht op zorg en welzijn en wordt gevoed door lokale signalen, trends/ontwikkelingen en is gebaseerd op datgene waar lokaal energie en draagvlak voor is.

Het is nadrukkelijk niet de taak van de verbinder om de trekker te zijn van dorpsontwikkelingsplannen die een breder karakter hebben en zich ook richten op ruimtelijke opgaven. Wel kan de verbinder vanuit het perspectief zorg en welzijn aansluiten bij dergelijke gesprekken en input leveren.

We geloven erin dat met deze vijf bouwstenen het mogelijk is om in iedere wijk/kern een sterke sociale basis neer te zetten. De bouwstenen vormen samen een krachtig informeel en formeel netwerk waarmee diverse thema’s en vragen snel binnen de wijk kunnen worden opgepakt. En hoewel de bouwstenen essentieel zijn om wijkgericht te kunnen werken, bieden ze ook ruimte voor lokaal maatwerk. Iedere wijk/kern is immers anders. Ook bieden de bouwstenen ruimte om aan te sluiten bij bestaande goed werkende initiatieven in de wijk/kern waar bewoners zich aan hebben verbonden.

Bijlage 1. Gebiedsindeling Maashorst

Binnen dit beleid hanteren we de gebiedsindeling zoals vastgesteld in het Beleidsprogramma wonen en zorg. Alle kleine kernen zijn één gebied; de kern Uden is opgedeeld in 6 gebieden.

In onderstaande tabel staat welke buurtcodes met elkaar een gebied vormen.

Gebied Centrum (01)

-Centrum: 19910101

-Hoevenseveld 19910106

-Schutveld 19910107

Gebied West (02)

-Bogerd-Vijfhuis 19910102

-Moleneind-Groenewoud: 19910103

-Buitengebied Uden west 19910198

Gebied Midden (03)

-Flatwijk 19910104

-Sportpark Volkelseweg (de Gaarden) 19910112

-Zoggel 19910113

-Vluchtoord 19910114

-Loopkant-Liessent 19910115

Gebied Noord (04)

-Bitswijk 19910105

-Buitengebied Maashorst 19910199

Gebied Oost (05)

-Buurtschap Hoeven 19910108

-Hoeven 19910109

-Melle 10010110

-Raam 19910111

-Buitengeb. Oost 19910196

Gebied Zuid (06)

-Hoenderbos-Velmolen 19910116

-Eikenheuvel 19910117

-Buitengebied Uden zuid 19910197

Gebied Volkel (07)

-Kom Volkel 19910201

-Vliegbasis Volkel 19910298

-Buitengebied Volkel 19910299

Gebied Odiliapeel (08)

-Kom Odiliapeel 19910301

-Buitengebied Odiliapeel 19910399

Gebied Schaijk (09)

-Kom Schaijk 19910401

-Schaijkse Heide 19910402

-Mun 19910403

-Overig verspreide huizen Schaijk 19910404

Gebied Reek (10)

-Kom Reek 19910501

-Reekse Heide en Bovenland 19910502

Gebied Zeeland (11)

-Kom Zeeland 19910601

-Nabbegat-Voederheil 19910602

-Oventje 19910603

-Trent-Graspeel 19910604

-Zevenhuis 19910605

-Duifhuis-Kreitsberg 19910606

-Verspreide huizen Peel 19910607

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.