Aanhef
De raad van de gemeente Maasgouw;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Maasgouw d.d. 20 december 2022;
mede gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en voorts gelet op de Wegenwet;
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:
Wegenbeheerplan 2023-2026 van de gemeente Maasgouw
3 Wat willen we?
3.1 Sterk
3.1.1 Intern: Samen voor een sterke gemeente, meer onderlinge samenwerking
Door al bij de start van een project integrale sessies te houden met de verschillende disciplines binnen de gemeente komt men samen in een vroeg stadium tot een sterk resultaat met een breed draagvlak.
Als extra toegevoegde waarde is het van belang om aandacht te hebben aan de achterkant van de uitgevoerde projecten door te evalueren met alle disciplines om integraal te beoordelen of de gestelde doelen behaald zijn en/of uitdagingen zijn ontstaan die bij een volgend project aan de voorkant al getackeld kunnen worden.
Samen komen we tot sterkere plannen voor de toekomst!
In Maasgouw wordt het beheer en onderhoud van de openbare ruimte deels door onze eigen dienst uitgevoerd. De eigen dienst werkt goed en zij zijn het gezicht van de gemeente in de wijken. Dat kunnen we verder uitbreiden door de zichtbaarheid in de wijken te vergroten en door onze eigen dienst nog meer ruimte te geven om service te verlenen richting de bewoners en meer in te laten spelen op hun wensen.
Daarnaast is binnen onze eigen dienst veel vakmanschap en ervaring aanwezig. Van deze (praktijk)kennis moeten we gebruik maken door meer afstemming te zoeken met onze dienst en zo in het beheer en onderhoud ons voordeel doen met hun praktijkervaring. Taken die onze eigen dienst niet kan oppakken, zetten we uit op de markt.
3.1.2 Extern: Handhaven participatie
De wens om samen sterk te staan, geldt niet alleen voor de eigen organisatie. Ook buiten de eigen organisatie maken we gebruik van de mogelijkheden om samen te werken en meer van elkaar te leren. Voor de start van een project is het belangrijk om te weten hoe de bewoners en gebruikers van de openbare ruimte deze ruimte beleven en ervaren. Bij de grotere (reconstructie)projecten wordt er zonder ontwerp of plan eerst naar onze bewoners en gebruikers van de openbare ruimte toe gegaan. Hier hebben we goede ervaringen mee. Voor ons dagelijks beheer doen we dit nog in beperkte mate. We willen daarbij ook niet te hard van stapel lopen.
Participatie heb je in vele verschillende vormen en niveaus. In eerste instantie willen wij ons gedurende de planperiode vooral richten op het behouden en verfijnen van het participatieproces bij reconstructies. Hiermee krijgen wij meer gevoel bij de tevredenheid en wensen van gebruikers.
Daarnaast heeft Maasgouw heeft een eigen buitendienst die met beide voeten in de wijk staan en hier veel kennis en informatie ophalen bij de mensen. Elke wijk heeft zijn eigen entiteit die de buitendienst kan vertalen naar het juiste onderhoud. Door de uitwisseling van de kennis tussen binnen- en buitendienst is het mogelijk om in het onderhoud meer aan te sluiten bij het karakter van de wijk en de beleving van de bewoners.
Ook biedt dat ruimte aan de eigen dienst om binnen de wijken het onderhoud gemakkelijk integraal aan te pakken.
3.2 Sociaal
3.2.1 Werkbedrijf
Bij calamiteiten of klein straatwerk wordt binnen de gemeente gebruik gemaakt van de eigen buitendienst/werkbedrijf. Door met een groep mensen uit de wet sociale werkvoorziening, ondersteund door medewerkers uit buurtbeheer (langdurig werklozen), samen te werken aan de openbare ruimte leren zij elkaar vaardigheden te ontwikkelen. Op deze manier probeert Maasgouw middels een sociaal maatschappelijke aanpak bij te dragen aan het klaarstomen voor de re-integratie op de arbeidsmarkt. Daarnaast werken we op deze manier aan een prettige leefomgeving voor de inwoners en recreanten van Maasgouw. Ook de komende jaren willen we deze werkvorm voortzetten.
3.2.2 Samen in actie
Uit onder meer het coalitieakkoord komt naar voren dat we bewoners stimuleren om de kwaliteit van de openbare ruimte in hun eigen buurt of dorp te verbeteren. Dit kan ook bereikt worden door gezamenlijk op te trekken bij aanleg of onderhoud van voorzieningen. Bewonersinitiatieven welke binnen het beleid passen worden gesteund en gefaciliteerd door de gemeente. Dikwijls gaat het om initiatieven voor het verbeteren van de openbare ruimte waarbij de sociale cohesie van de buurt of dorp centraal staat en/of verbeteringen zijn op het gebied van klimaatadaptatie / duurzaamheid en verkeersveiligheid. Integrale aanpak tussen wegen, groen, water en verkeer is hierbij van belang.
3.2.3 Bermmonumenten
Eind 2021 zijn de aanwezige bermmonumenten in de gemeente geïnventariseerd. Bermmonumenten worden dikwijls geplaatst door nabestaanden of bevriende relaties als relatief jonge mensen komen te overlijden. De meeste bermmonumenten zijn tijdelijk en verdwijnen weer in stilte.
De huidige bermmonumenten worden regelmatig bezocht en onderhouden, hierbij is geen sprake van schade aan de omgeving zoals bijvoorbeeld bomen of aantasting van de verkeersveiligheid.
Aangezien het gaat om een relatief klein aantal monumentjes en om sociaal en emotioneel beladen plekken willen we terughoudend zijn met het nemen van maatregelen.
Gezien bovenstaande bevindingen is er geen noodzaak om een vergunning /ontheffingsregime in een verordening te gaan invoeren, al dan niet gecombineerd met het vragen van een vergoeding.
Daarom willen we voor de bermmonumentjes de huidige gang van zaken continueren:
–We gedogen de bestaande en eventuele nieuwe bermmonumenten.
–Bij verrommeling proberen we contact te zoeken met initiatiefnemers en ruimen we (onderdelen) op. We gaan hier terughoudend mee om.
–Bij het ontstaan van verkeersonveilige situaties zoeken we contact met initiatiefnemers en passen zo nodig de situatie aan.
–Bij wegreconstructies nemen wij standaard het bermmonument tijdelijk weg, dit ter voorkoming van beschadiging. Met de familie / initiatiefnemers van het bermmonument nemen wij contact op over een eventuele herplaatsing.
–Deze werkwijze bespreken binnen het groenoverleg en beide wijkbeheerteams.
3.3 Duurzaam
3.3.1 Weten wat we hebben
Om ons areaal goed te kunnen onderhouden en beheren is het essentieel om te weten wat we hebben. Dat is een eerste voorwaarde om weloverwogen keuzes te kunnen maken en een duurzaam beleid voor het beheer en onderhoud op te stellen. Ook voor de komende planperiode is het van belang dat veranderingen in ons areaal voortdurend in ons datasysteem worden doorgevoerd. Dit gebeurt steeds consequenter waardoor een beter actueel beeld ontstaat. In deze planperiode blijven we intern werken aan het werkproces om dit verder te optimaliseren.
3.3.2 Klimaatrobuust inrichten
We zien dat het klimaat aan het veranderen is. Hierdoor ontstaat de noodzaak om een openbare ruimte te creëren die beter bestand is tegen het veranderende klimaat.
Bij reconstructies is klimaatadaptatie een belangrijk thema dat we zoveel mogelijk implementeren in de nieuwe inrichting. Ook bij kleine- en grootschalige onderhoudswerkzaamheden, zoals herstraten of het vervangen van deklagen, dienen we klimaatrobuustheid een vast thema te maken en kritischer te kijken naar waar verharding, zowel binnen als buiten de bebouwde kom daadwerkelijk nodig is in de tijdsgeest van nu en in de toekomst.
Bij het aanpassen van de openbare ruimte kan het gaan om een kleine ingreep zoals bloemrijke bermmengsels naast een overlaagde rijbaan aan te brengen, wat ten goede komt aan de biodiversiteit. Of het versmallen van trottoirs en rijbanen en het aanbrengen van een groenstroken om het verhardingsoppervlak te verminderen. Groen heeft namelijk meer adaptief vermogen om in te spelen op het veranderende klimaat. Bovendien zien we dat de biodiversiteit op veel plekken achteruit gaat. Ook vanuit dat oogpunt is het belangrijk om groen ruimte te bieden.
Als besloten wordt dat verharding nodig is, kijken we kritisch naar welk type verharding gedurende de technische en economische levensduur het beste aansluit bij het beheer/onderhoud en de functie, maar ook bijdraagt in het klimaatadaptiever en biodiverser inrichten van de openbare ruimte. Dit sluit onder meer aan bij de Groenvisie 2030, Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Maasgouw 2022-2026 en de Global Goals van Maasgouw.
3.3.3 Reductie onderhoud kern gebieden
In de oude kernen binnen onze gemeente zien we typerende materialen die kenmerkend, dan wel beeldbepalend zijn voor de uitstraling van de kern. Deze typerende materialen zijn duur in beheer en onderhoud.
Omdat de wens bestaat om deze inrichting die bij de persoonlijkheid van de kern horen te behouden, is er afgelopen planperiode al gezocht naar mogelijkheden om hierin te verduurzamen. In eerste instantie betekent dit dikwijls een extra investering die zich echter na verloop van tijd terugverdient. Een voorbeeld is het dichtvoegen van de natuurstenen voetpaden. Hoewel de aanleg-/beheerkosten hoger zijn, kunnen de onderhoudskosten (voor het in stand houden) lager uitvallen. Dit komt onder meer doordat onkruid niet meer intensief bestreden hoeft te worden met gasbranders. Dit voorbeeld toont aan dat een keuze voor een ander materiaal of inrichting zowel in financieel als in duurzaam opzicht voordelen heeft. Momenteel wordt bij lopende projecten hier al rekening mee gehouden zoals bij het project “Reconstructie oude kern Stevensweert”. Het is dan ook van belang om al bij de ontwerpfases van de projecten meer aandacht besteden aan de toepassing van andere materialen en een andere manier van het beheer van deze verhardingen voor duurzaamheid en effectieve inzet van budgetten.
Figuur 1. Natuursteengebruik centrum Stevensweert
3.3.4 Omvormen onderhoudsintensieve verharding
Naast overbodige verhardingen en de reductie van het onderhoud in de kerngebieden zijn in de overige openbare ruimte ook onderhoudsintensieve verhardingen te vinden. Denk hierbij aan niet gesloten halfverharding (zoals grind en split) en verhardingen met veel voegen (waalformaat, kinderkopjes, ect.). Deze type verhardingen zijn moeilijk te beheren en zorgen voor hoge kosten. Omvorming naar onderhoudsvriendelijke verhardingen (verhardingen met minder voegen) of het aanbrengen van voegvulling zorgt voor minder onderhoud, lagere beheerkosten en een lagere milieubelasting.
Bij onderhoud aan bovengenoemde verhardingen wordt vóór het uitvoeren van onderhoud met (groen)beheer bekeken welke gebieden de hoogste prioriteit hebben en waar omvorming het meest doeltreffend is.
Daarnaast is het van belang om te blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor duurzaam en inventiever onderhoud van verhardingen.
3.3.5 Eenduidigheid van de inrichting
Hoewel we verschil willen gaan maken tussen wijken, kan er binnen de wijken en andere entiteiten wel meer eenduidigheid in de inrichting nagestreefd worden. Dat draagt bij aan een rustige uitstraling en aan een efficiënt beheer. Daarbij worden zoals aangegeven in het GVVP, zoveel mogelijk de inrichtingsprincipes van Duurzaam Veilig gehanteerd. Dit doen we vanuit het oogpunt van duurzaamheid maar ook voor het belang van verkeersveiligheid en leefbaarheid in Maasgouw.
Het Handboek Inrichting Maasgouw (HIM) is momenteel in ontwikkeling en zal in de toekomst richting geven aan een (meer) eenduidige inrichting van diverse technische onderdelen binnen de openbare ruimte.
3.3.6 Stimuleren van voet- en fietsverkeer
Maasgouw wil het graag zo aantrekkelijk mogelijk maken voor mensen om zich te voet of met de fiets te verplaatsen. Onderhoud van de fietspaden draagt bij aan het verbeteren van comfort en de veiligheid van fietsers en overig langzaam verkeer.
In het bijzonder willen we aandacht geven aan de school-thuisroutes van schoolgaande kinderen. Naast de jeugd hebben ook de ouderen onze bijzondere aandacht. Maasgouw is een gemeente die vergrijst. Het beleid is om langer thuis te wonen en daarom vinden we het belangrijk om hier in de openbare ruimte op in te spelen. We zien graag de ouderen in onze gemeente wandelen, fietsen of als dat niet meer goed gaat met hun scootmobiel zich door onze buurten verplaatsen. Daarvoor zijn, zoals ook al in het GVVP is gesignaleerd, aanvullende voorzieningen nodig. Denk hierbij aan verlaagde trottoirs en verbeterde oversteken.
Het verbeteren van fietsverbindingen maakt het daarnaast aantrekkelijker om de fiets in te zetten voor woon- werkverkeer en de auto te laten staan.
Dat het verbeteren van de fietsvoorzieningen en de veiligheid de aandacht heeft, blijkt uit het feit dat deze doelstelling opgenomen is in zowel het coalitieakkoord, strategische visie Maasgouw, omgevingsvisie Maasgouw, de Global Goals en het GVVP. Inzet is een toegankelijke ruimte voor iedereen en fietsroutes op kwaliteitsniveau te houden.
3.3.7 Global Goals
In het coalitieakkoord is aangegeven dat jaarlijks een actieprogramma opgesteld wordt voor de Global Goals binnen de gemeente. Bij het opstellen van dit wegenbeheerplan is er nog geen actieprogramma bekend. Het is goed mogelijk dat gedurende de looptijd van dit wegenbeheerplan vanuit het actieprogramma jaarlijks extra acties opgepakt moeten worden in het kader van de Global Goals.
5 Wat hebben we?
5.2 Huidige kwaliteit / uitkomsten inspectie
5.2.1 Huidige kwaliteit wegen en ambities
Voor het bepalen van de technische staat van de wegen is in het eerste kwartaal van 2022 een weginspectie uitgevoerd. De technische inspectiecijfers hiervan zijn omgezet naar de kwaliteitsniveaus conform de CROW- systematiek. Hierdoor is inzicht verkregen in de kwaliteit van het wegenareaal welke vergeleken met het ambitieniveau zoals is afgesproken in 2018: alles op minimaal kwaliteitsniveau B. Figuur 11 en 12 geven respectievelijk inzicht in de huidige technische kwaliteit en de beeldkwaliteit:
Figuur 11. Beeldkwaliteit 2022
Figuur 12. Technische kwaliteit 2022
Verreweg het grootste deel van het wegenareaal (96,2%) voldoet aan het in 2018 vastgestelde ambitieniveau; alles minimaal B-niveau. Hierbij is het grootste deel van het areaal van goede tot zeer goede kwaliteit (90,6%) en voldoet daarmee ruim aan onze ambitie.
Van het wegenareaal scoort 3,8% onder de CROW-richtlijn en waarbij 3,2% van het hele areaal van achterstallige kwaliteit is. Vergeleken met 2018 (3,5% C/D niveau en 2,5% achterstallig onderhoud) betreft dit een beperkte stijging (+0,3% areaal onder de CROW-richtlijn en een toename van 0,7% achterstallig onderhoud).
Figuur 13. Kwaliteit per wegtype 2022
Met betrekking tot de wegtypen, scoren de wegen in het woongebied het minst met 4,6% onder de richtlijn en 4,1% aan achterstallig onderhoud. Daarnaast bevindt zich een kleine hoeveelheid aan achterstallig onderhoud onder de gemiddeld belaste wegen (2,4%) en in het verblijfsgebied (3,6%).
De (verharde) fietspaden zijn in de regel kwalitatief goed.
Figuur 14. Kwaliteit per verhardingstype 2022
Wat betreft verhardingstypen valt op dat het meeste achterstallige onderhoud zich onder de elementen- verharding bevindt. 3,9% van de elementen is van achterstallige kwaliteit. Vergeleken met de 4% in 2018 is dit vrijwel gelijk gebleven. Asfalt scoort met 2,8% achterstallig onderhoud momenteel minder dan in 2018 waar dit slechts 1% was. Vrijwel alle cementbeton, wat maar een klein deel van het areaal betreft, scoort goed tot zeer goed. Ten opzichte van 2018 is er nu echter wel een klein gedeelte (0,8%) waar achterstallig onderhoud aanwezig is.
Figuur 15. Kwaliteit per verhardingsfunctie 2022
In de kwaliteitsverdeling onder de verhardingsfuncties valt op dat met name onder de parkeerfunctie een relatief groot deel (7,4%) van achterstallige kwaliteit is, al is dit ten opzichte van 2018 (9%) met 1,6% afgenomen.
De kwaliteit van onze fietspaden is relatief gezien goed met maar 1,3% achterstallig onderhoud.
Wat opvalt is dat de kwaliteit van de overige verhardingsfuncties met 6,2% zich onder de norm bevinden. Dit betreft met name verkeersgeleidingen en een parkeerplaats. Gezien het geringe “overige” areaal (ca. 1.800m2) heeft dit maar beperkte invloed op het totaalgemiddelde.
Figuur 16. Kwaliteit per structuurelement 2022
Ingezoomd op structuurelementen (gebieden) valt op dat met name de begraafplaatsen een relatief hoog percentage aan achterstallige kwaliteit in de (half)verharding hebben met 21%. Doordat dit slechts een minimaal onderdeel van het areaal betreft (minder dan 0,5%) heeft dit weinig invloed op de gemiddelde kwaliteit van het gehele areaal. Ook de bedrijventerreinen zitten voor 13% onder het ambitieniveau waarvan 7% achterstallig onderhoud.
Wat verder opvalt is dat de kwaliteit van de parken flink omhoog gegaan is. Momenteel scoort hier 99% van de oppervlakte goed tot zeer goed, in 2018 was hier voor maar liefst 8% achterstallig onderhoud aanwezig al betreft dit maar een zeer beperkte oppervlakte ten opzichte van het totaal.
Verder voldoen de hoofdwegen ook goed, met maar slechts 1% van de oppervlakte onder het gewenste niveau. Doordat de woongebieden en het buitengebied verreweg het grootste deel van het wegenareaal bepalen, is de kwaliteit hier van grote invloed op de gemiddelde kwaliteit van het areaal.
6 Beheerstrategie: hoe gaan we het doen?
6.3 Zaken die we met wegbeheer/-onderhoud integreren
6.3.1 Klein onderhoud
Naast het geplande onderhoud, dat op basis van de inspectiegegevens in combinatie met de gedragsmodellen uit de systematiek wordt bepaald, dient te allen tijde geld beschikbaar te zijn voor onvoorziene (niet voorspelbare) schades. Dit wordt ook wel klein onderhoud genoemd. Dit zijn vaak ernstige schades van kleine omvang, zoals gaten of losliggende tegels die direct gevaar kunnen voorzaken en dus opgelost dienen te worden. Meestal wordt via het meldingenloket en/of via de kleine onderhoudsinspectie melding gemaakt van dergelijke schades. De kosten voor klein onderhoud zijn variabel en hangen sterk af van het aantal meldingen dat binnenkomt. Op basis van onze ervaringen en gemaakte kosten in voorgaande planperiode, wordt het jaarlijkse budget voor het uitvoeren van klein onderhoud op € 25.000 geraamd.
6.3.2 Advieskosten, onderzoekskosten en toezicht
De globale visuele inspectie kijkt alleen naar zichtbare schades aan het oppervlak. Regelmatig is extra onderzoek nodig om meer inzicht te krijgen in de onderliggende lagen en/of fundering van de verhardingen. Zo kan nauwkeuriger worden bepaald welke problemen er onder het oppervlak spelen en kunnen de maatregelen hierop afgestemd worden. Daarbij dient er toezicht gehouden te worden op het uitvoeren van de werkzaamheden buiten (die vanuit het reguliere budget worden bekostigd) en dient te worden getoetst of vastgestelde problemen die voortkomen uit de onderzoeken op de juiste wijze zijn verholpen. Op basis van de ervaringen en kosten in voorgaande jaren, dient hiervoor jaarlijks een budget van € 10.000 beschikbaar te worden gesteld.
6.3.3 Actualisatie databestand
Het up-to-date houden van de beheergegevens is noodzakelijk om ook in de toekomst een betrouwbare inschatting te kunnen maken van het onderhoud en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Alleen met actuele en betrouwbare gegevens kan er worden gestuurd en getoetst op beleid, ambitie en gewenste kwaliteit. Iedere wijziging, herinrichting of toevoeging in het areaal dient te worden verwerkt in de beheergegevens. De werkzaamheden die hiervoor nodig zijn worden geraamd op een gemiddeld bedrag van jaarlijks € 3.500.
Aanvullend daarop wordt het interne werkproces verbeterd, zoals omschreven in hoofdstuk 3.3.1, om de volledigheid/ nauwkeurigheid van onze areaaldata op orde te houden. Hiervoor is geen extra budget nodig.
6.3.4 Het uitvoeren van globale weginspectie
Eens per twee jaar wordt door een externe partij een globale visuele weginspectie uitgevoerd om de actuele kwaliteit van het gehele wegenareaal in kaart te brengen. Deze inspectiecijfers vormen een belangrijke input voor de beleids- en beheerplannen. Een visuele inspectie over het gehele areaal kost € 15.000. Doordat de globale visuele inspectie tweejaarlijks wordt uitgevoerd, nemen we dit bedrag op als incidentele kosten in de betreffende jaren 2024 en 2026 van dit beheerplan.
6.3.5 Beheerplan wegen opstellen/actualiseren
Iedere vier jaar wordt dit wegenbeheerplan geactualiseerd. Hiermee krijgen we inzicht in de actuele staat van ons wegenareaal zowel kwantitatief als kwalitatief en kan er getoetst worden of onze (kwaliteit)ambities van de afgelopen periode waargemaakt zijn. De inspectiecijfers zijn hiervoor een belangrijke input. Op basis hiervan wordt vooruit gekeken naar de komende vijf jaar. We bepalen nieuwe ambities en plannen nieuwe maatregelen om deze ambities waar te maken. Het actualiseren van dit plan kost elke vier jaar € 25.000. Dit bedrag wordt incidenteel opgenomen voor het jaar 2026.
6.3.6 Straatmeubilair
Er is geen apart beheerbudget voor het straatmeubilair (banken, fietsrekken, etc.) in onze gemeente. Het onderhoud hiervan wordt bekostigd vanuit het onderhoudsbudget voor wegen. Op basis van onze eigen ervaringen en onderhoudskosten aan straatmeubilair in de afgelopen jaren ramen wij het jaarlijks benodigde budget op een bedrag van € 15.000 in de periode 2023-2026.
6.3.7 Onverharde wegen aanvullen en profileren
De CROW-systematiek is enkel gericht op onderhoud aan verhardingen (asfalt, elementen en cementbeton). De inspectiemethodiek legt geen schades vast voor onverharde (en half-verharde) wegen en paden en er bestaan geen gedragsmodellen die de kwaliteitsontwikkeling en maatregelen van onverharde wegen en paden kunnen voorspellen. Toch is onderhoud hier nodig, zeker op fietsroutes die veel bereden worden en waar gaten en oneffenheden een direct risico kunnen vormen. Uit ervaring blijkt dat het ieder jaar nodig is om deze paden en wegen op een aantal plaatsen aan te vullen en te profileren. Dit gebeurt in het voorjaar voordat het ‘fietsseizoen’ begint. Op basis van onze ervaringen en onderhoudskosten in de afgelopen jaren blijkt dat het jaarlijks benodigde budget hiervoor uitkomt op gemiddeld € 30.000.
6.3.8 Bermen verlagen/vijzelen
In de loop der jaren worden de begroeide bermen, die grotendeels langs onze buitenwegen liggen, steeds hoger ten opzichte van het wegdek. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het aanwaaien van zand en natuurlijk afval en maaisel dat zich in deze bermen opbouwt. De bermen vormen zo een opstaande rand langs de wegen waardoor het regenwater vanaf de weg niet meer de bermen in kan stromen. Zo kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan zoals watergladheid (aquaplaning) en kunnen de wegen beschadigd raken door het water dat langdurig op de rand van de weg tegen de berm blijft liggen.
Door de toenemende hoeveelheden regenwater is het extra van belang om de bermen te verlagen. Zo kan regenwater door de bermen wegstromen naar de sloten en waterbuffers waar het op een natuurlijke manier wordt opgevangen. Om de vijf à zes jaar dient een berm opnieuw te worden verlaagd, waarbij de berm tot het liefst enkele centimeters onder het wegdek teruggebracht wordt. Op basis van de ervaringen en kosten in voorgaande jaren, dient hiervoor jaarlijks een budget van € 15.000 beschikbaar te worden gesteld.
6.3.9 Verkeersmaatregelen
In het gemeentelijk beheer en onderhoud nemen we regelmatig maatregelen voor de verkeersveiligheid. Hiermee wordt aangesloten bij het principe van Duurzaam Veilig en het streven om integraal te werken. Voorbeelden van dergelijke aanpassingen zijn: het verhogen van een kruising, het versmallen van een weg, het maken van een drempel of het realiseren van een as-verspringing. Dit betekent dat hier in het onderhoudsbudget rekening mee gehouden moet worden. Vanuit onze ervaringen en daadwerkelijke kosten in de afgelopen jaren, ramen we het budget hiervoor op jaarlijks € 50.000.
6.3.10 Omvorming onderhoudsintensieve verhardingen
Naast overbodige verhardingen en de reductie van het onderhoud in de kern gebieden zijn in de overige openbare ruimte ook diverse onderhoudsintensieve verhardingen te vinden. Hierbij kan gedacht worden aan niet gesloten halfverharding (zoals grind en split) en verhardingen met veel voegen (waalformaat, kinderkopjes, ect.). Deze type verhardingen zijn moeilijk te beheren en zorgen voor hoge kosten. De wens bestaat om deze kosten omlaag te brengen door in te zetten op onderhoudsvriendelijke verhardingen. Voor de omvorming van deze verhardingen verwachten we jaarlijks € 15.000 nodig te hebben.
6.3.11 Vorstschades
Vorstschades aan wegen kunnen naast oncomfortabel gevoel ook risico’s ten aanzien van veiligheid met zich meebrengen. Adequaat handelen na het constateren van dergelijke schades is van belang. Omdat vorstschades in grote mate samenhangen met de (onvoorspelbare) temperaturen in de winterperiode, wordt hier geen vast bedrag voor opgenomen. De vorstschades worden na constatering zo spoedig mogelijk hersteld en de kosten daarvoor worden middels de ProRap opgevoerd.
6.3.12 Klimaatrobuuste inrichting
Ook in de komende planperiode wordt met het beheer en onderhoud een bijdrage geleverd aan een klimaatrobuuste inrichting. De aanvullende maatregelen die we nemen in ons beheer en onderhoud worden gefinancierd vanuit het GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan). Hiervoor zijn geen aanvullende budgetten nodig.
6.3.13 Verduurzaming en reductie onderhoud
We willen in de komende planperiode pilots gaan uitvoeren met betrekking tot het verduurzamen en reduceren van ons onderhoud. Aan de hand van deze pilots willen we meer gevoel krijgen bij de daadwerkelijke kosten en baten. Het doel hierbij is dat de voorafgaande (hogere) beheers-/ onderhoudskosten zich in de tijd terug verdienen. Eventuele meerkosten op het regulier onderhoud moeten per pilotproject bepaald worden en zullen in de ProRap terecht komen.
6.3.14 Burgerparticipatie/-initiatieven
Vanuit de omgeving waarin we werkzaamheden (gaan) verrichten krijgen we regelmatig verzoeken, tips en ideeën. In een aantal gevallen wordt hier ook de meerwaarde van gezien en stemmen we met onze portefeuillehouder af hoe we hier eventueel in mee kunnen gaan. Eventueel extra werk is te combineren met de werkzaamheden die al op de planning staan. Dit extra werk mag niet ten laste van het beheer- en onderhoudsbudget komen. Om deze kansen toch te benutten en snel te kunnen schakelen wordt in dit plan ruimte gemaakt om aan dergelijke kansen invulling te kunnen geven. De daaruit voortvloeiende meerkosten kunnen we op voorhand niet inschatten en zullen om die reden eventueel later in de begroting/ProRap opgenomen worden.
Bijlage 1: Verdeling areaal 2018
Figuur 1. Verdeling verhardingstypen 2018
Figuur 2. Verdeling verhardingsfuncties 2018
Figuur 3. Verdeling verharding per structuurelement
Bijlage 2: Kwaliteit 2018
In deze bijlage wordt middels grafieken de kwaliteit weergegeven per verhardingstype, wegtype, verhardingsfunctie en structuurelement. Hier is te zien dat met name de fietspaden en hoofdwegen in een goede staat verkeren zonder achterstallig onderhoud. Op de overige wegtypes is er slechts beperkt achterstallig onderhoud aanwezig.
Onderstaande gegevens worden in hoofdstuk 5.2 als basis gebruikt en vergeleken met de vastgestelde kwaliteit in 2022.
Figuur 1. Kwaliteitsverdeling per verhardingstype
Figuur 2. Kwaliteitsverdeling per wegtype
Figuur 3. Kwaliteitsverdeling per verhardingsfunctie
Figuur 4. Kwaliteitsverdeling per structuurelement
Bijlage 3: Meerjarenbegroting en overige kosten 2019-2022
Onderstaande tabellen behorende bij hoofdstuk 5.4. Meerjarenbegroting en overige kosten 2019-2022.
Planjaar
Kosten
2019
€ 1.049.800
2020
€ 967.800
2021
€ 881.700
2022
€ 881.700
TOTAAL
€ 3.781.000
Tabel 1. Kosten regulier onderhoud 2019 – 2022
Aanvullende kostenposten 2018- 2022
Bedrag p/j:
Incidenteel:
1Klein onderhoud
€20.000
2Advies, onderzoek en toezicht
€10.000
3Actualisatie databestand
€3.000
4Globalevisuele inspectie (tweejaarlijks)
Begroting 2020 €20.000
Begroting 2022 €20.000
5Actualiseren beheerplan (om de vierjaar)
Begroting 2022 €20.000
6Straatmeubilair(vanuit wegenbudget)
€15.000
7Onverharde wegen;aanvullen/ profileren
€30.000
8Bermen verlagen/ vijzelen
€15.000
9Verkeersmaatregelen bijonderhoud
€50.000
10Kabel- en Leidingwerken
n.v.t.
11Vorstschades
ProRap
12Klimaatrobuuste inrichting
GRP
13Verduurzaming en reductie onderhoud
ProRap
14Burgerparticipatie/-initiatieven
Begroting/ProRap
15Groot onderhoud fietspaden
Bijlage 4
TOTAAL:
€143.000
Tabel 2. Kosten overige werkzaamheden vanuit wegenbeheerbudget 2019-2022
Over de periode 2019-2022 was er sprake van een voordeel van €211.000 ten opzichte van het budget van de periode 2015-2018. In onderstaande tabel zijn de gegevens overzichtelijk weergegeven
Planjaar
Regulier onderhoud
Aanvullende kostenposten
Incidenteel
Benodigd budget
Beschikbaar budget
Overschot (beschikbaar – benodigd)
2019
€ 945.250
€ 143.000
€ 1.088.250
€1.156.000
€ 67.750
2020
€ 945.250
€ 143.000
€ 20.000
€ 1.108.250
€1.156.000
€ 47.750
2021
€ 945.250
€ 143.000
€ 1.088.250
€1.156.000
€ 67.750
2022
€ 945.250
€ 143.000
€ 40.000
€ 1.128.250
€1.156.000
€ 27.750
TOTAAL
€ 3.781.000
€ 572.000
€ 60.000
€ 4.413.000
€4.624.000
€ 211.000
Tabel 3. Beschikbaar budget VS benodigd budget 2019-2022
Bijlage 4: Aanvullende overzichten areaal 2022
Oppervlakte per specifieke verhardingssoort 2022
Verhardingssoort
Oppervlakte m2
Totalen in m2
Totaal Beton
1402,11
Totaal Betonverharding
32119,17
Totaal Inritelementen
26,68
Totaal Rabatband 400*200 mm.
249,18
Totaal Stelconplaten
1473,45
Totaal Trapelementen
347,35
Totaal Zitelementen
4,21
34.220
Cementbeton
Totaal Asfaltdekl. (rood) 2 comp. acr.
7596,27
Totaal Asfaltdeklaag
787163,22
Totaal Asfaltdeklaag (rood)
59709,12
Totaal Asfalt deklaagmet slijtlaag
1,78
846.874
Dicht asfaltbeton
betonstraatstenen overig
30,77
Sierbestrating
129,28
Totaal Beton
40,82
Totaal Betonverharding
102,30
Totaal Betonelementen gemengd
30833,23
Totaal Betonsteen 100*100*60
2019,27
Totaal Betonsteen 210*70*60 dikformaat
4510,29
Totaal Betonsteen 213*105*80 BKK
305686,96
Totaal Betonsteen 213*105*80 BKK waterdoorlatend
1625,98
Totaal Betonsteen 213*55*80 waalformaat
4133,40
Totaal Betonsteen graskeien
1539,27
Totaal Betonsteen klein 150*35*60
89,55
Totaal Betonstenen 200*200*60
11546,90
Totaal Betonstenen 200*300*60
817,66
Totaal Betonstenen 213*68*80 dikform
23339,10
Totaal Betontegels 150*300*45
1217,78
Totaal Betontegels 150*300*60
241,11
Totaal Betontegels 200*200*60
8897,46
Totaal Betontegels 300*300*45
233757,01
Totaal Betontegels 300*300*60
43199,10
Totaal Betontegels 300*300*60 rood
76,37
Totaal Betontegels groot formaat
5431,02
Totaal Betontegels zeskant
1,32
Totaal Geb.Kl. dikformaat 195*85*64
50339,14
Totaal Geb. Kl. keiformaat 195*85*92
61224,78
Totaal Geb. Kl. waalformaat 195*85*48
12764,31
Totaal Gitruittegels 300*300*..
3501,96
Totaal Grasbetontegels
13352,05
Totaal Graskunstoftegels
1756,49
Totaal Inritelementen
19,22
Totaal Kinderkoppen overigen
10109,14
Totaal Koperslakkeien 20x20
260,02
Totaal Natuursteen algemeen
29921,53
Totaal Natuursteen maaskeien
14613,55
Totaal Overig
129,59
Totaal Rabatband 400*200 mm.
41,54
Totaal Semi verhard korrelmix/grind
34,42
Totaal Stelconplaten
93,66
Totaal Stortsteen
98,26
Totaal Trapelementen
109,89
Totaal Zitelementen
104,96
877.740
Elementen
Totaal Asfalt dekl. (rood) 2 comp. acr.
9,75
Totaal Asfalt deklaag (rood)
14,31
Totaal Asfalt deklaag met slijtlaag
421479,64
Totaal Slijtlaag
278,14
Totaal Slijtlagen (Alleen)
2461,63
424.234
Oppervlakte behandeling
Totaal Geb. Kl. dikformaat 195*85*64
15,26
Totaal IJzer (wildrooster)
78,99
Totaal Natuursteen algemeen
589,90
Totaal Natuursteen maaskeien
54,25
Totaal Onverhard
8926,13
Totaal Schanskorf gegalvaniseerd
56,53
Totaal Semi verhard grauwacke
4452,06
Totaal Semi verhard gravel
1305,32
Totaal Semi verhard kalksteen
4443,79
Totaal Semi verhard korrelmix/grind
324248,63
Totaal Semi verhard kunstofgrasplaten
1259,38
Totaal Zand
137401,75
482.817
Overige
Eindtotaal
2.674.908
m2
Areaalomvang en verhardingstypen per structuurelement 2022
Structuurelement
Asfalt
Elementen
Cement-beton
Overig/onverhard
TOTAAL
Centra
49.311
192.700
763
7.980
250.754
Hoofdwegen
47.103
7.948
12.930
98
68.079
Woongebied
622.392
576.179
3.382
51.693
1.253.645
Groengebied / parken
267
750
5
1.256
2.278
Begraafplaats
3.994
2.231
162
4.357
10.743
Bedrijventerrein
32.873
22.944
2.474
2.669
60.960
Sportparken
9.639
23.334
94
0
33.067
Buitengebied
507.645
51.179
15.694
409.663
984.182
Onbekend
5.490
476
118
0
6.085
Totaal
1.278.714
877.740
35.622
477.716
Bijlage 5: Maatregeloverzicht 2023-2026 (B-niveau)
Maatregel
2023
2024
2025
2026
Totaal
Conserveren asfalt fietspaden
€ 25.939
€ 25.939
Conserveren asfalt gemiddeld belast BIBEKO
€ 77.494
€ 70.183
€ 147.678
Conserveren asfalt gemiddeld belast BUBEKO
€ 274
€ 6.355
€ 6.629
Conserveren asfalt lichtbelast BUBEKO
€ 11.146
€ 11.146
Conserveren asfalt verblijfsgebied
€ 12.601
€ 12.601
Conserveren asfalt woongebied
€ 406
€ 53.242
€ 53.648
Conserveren asfalt gekleurd
€ 22.081
€ 22.081
Conserveren beton wegtype3 en 4
€ 1.304
€ 1.304
Conserveren beton wegtype5, 6 en 7
€ 379
€ 379
Conserveren oppervlakbehandeling
€ 64.563
€ 36.512
€ 280.026
€ 381.101
Ged. groot onderhoud asfalt fietspaden
€ 563
€ 43.524
€ 7.496
€ 51.584
Ged. groot onderhoud asfalt gemiddeld belast BIBEKO
€ 27.509
€ 8.660
€ 36.169
Ged. groot onderhoud asfalt gemiddeld belast BUBEKO
€ 6.633
€ 6.633
Ged. groot onderhoud asfalt licht belastBUBEKO
€ 34.955
€ 5.428
€ 40.383
Ged. groot onderhoud asfalt woongebied
€ 22.012
€ 19.027
€ 41.039
Ged. groot onderhoud asfalt gekleurd
€ 9.339
€ 1.407
€ 10.746
Ged. grootonderhoud en conserveren asfalt fietspaden
€ 11.910
€ 11.910
Ged. groot onderhoud en conserveren asfaltgekleurd
€ 8.727
€ 9.785
€ 1.691
€ 20.203
Ged. grootonderhoud en conserveren asfalt gemiddeld belast BIBEKO
€ 247.051
€ 22.139
€ 269.190
Ged. grootonderhoud en conserveren asfalt gemiddeld belast BUBEKO
€ 121.174
€ 121.174
Ged. grootonderhoud en conserveren asfalt licht belast BUBEKO
€ 6.403
€ 5.435
€ 16.863
€ 28.701
Ged. groot onderhoud en conserveren asfalt verblijfsgebied
€ 1.617
€ 1.617
Ged. groot onderhoud en conserveren asfalt woongebied
€ 81.444
€ 49.870
€ 46.186
€ 12.414
€ 189.913
Ged. groot onderhoud en conserveren OB
€ 176.745
€ 138.347
€ 79.309
€ 394.402
Ged. groot onderhoud OB
€ 11.131
€ 93.992
€ 33.445
€ 138.567
Gedeeltelijk groot onderhoud BDF 30%
€ 34.852
€ 41.736
€ 18.602
€ 95.189
Gedeeltelijk groot onderhoud BDF 50%
€ 17.358
€ 2.793
€ 7.440
€ 25.960
€ 53.551
Gedeeltelijk groot onderhoud BKF 30%
€ 234.859
€ 149.367
€ 66.876
€ 451.102
Gedeeltelijk groot onderhoud BKF 50%
€ 105.671
€ 8.554
€ 42.824
€ 283.328
€ 440.377
Gedeeltelijk groot onderhoud BO 30%
€ 11.396
€ 16.220
€ 16.179
€ 43.795
Gedeeltelijk groot onderhoud BO 50%
€ 16.351
€ 7.559
€ 1.007
€ 26.958
€ 51.876
Gedeeltelijk groot onderhoud BWF 30%
€ 13.942
€ 5.169
€ 19.111
Gedeeltelijk groot onderhoud BWF 50%
€ 6.800
€ 34.150
€ 40.950
Gedeeltelijk groot onderhoud GDF 30%
€ 23.389
€ 27.786
€ 12.916
€ 64.092
Gedeeltelijk groot onderhoud GDF 50%
€ 8.029
€ 4.736
€ 9.979
€ 136.631
€ 159.375
Gedeeltelijk groot onderhoud GKF 30%
€ 45.874
€ 22.529
€ 7.064
€ 75.466
Gedeeltelijk groot onderhoud GKF 50%
€ 19.071
€ 1.732
€ 293
€ 26.322
€ 47.418
Gedeeltelijk groot onderhoud GRSTN 30%
€ 1.541
€ 1.541
Gedeeltelijk groot onderhoud GWF 30%
€ 2.908
€ 5.872
€ 11.509
€ 20.289
Gedeeltelijk groot onderhoud GWF 50%
€ 418
€ 7.021
€ 69.563
€ 77.002
Gedeeltelijk groot onderhoud NAT 30%
€ 48.946
€ 61.578
€ 25.465
€ 135.989
Gedeeltelijk groot onderhoud NAT 50%
€ 6.719
€ 13.419
€ 33.146
€ 219.501
€ 272.785
Gedeeltelijk groot onderhoud TEG 30%
€ 102.567
€ 130.712
€ 61.185
€ 294.464
Gedeeltelijk groot onderhoud TEG 50%
€ 37.049
€ 3.522
€ 165
€ 363.419
€ 404.156
Gedeeltelijk groot onderhoud TEGO 50%
€ 1.947
€ 1.947
Verbeteren vlakheid asfalt verblijfsgebied
€ 545
€ 545
Verbeteren vlakheid asfalt woongebied
€ 2.982
€ 2.982
Verbeteren vlakheid BDF
€ 5.319
€ 5.319
Verbeteren vlakheid beton wegtype 5, 6 en 7
€ 4.948
€ 882
€ 5.830
Verbeteren vlakheid BKF
€ 16.341
€ 3.150
€ 5.758
€ 2.565
€ 27.814
Verbeteren vlakheid BO
€ 1.000
€ 1.000
Verbeteren vlakheid GDF
€ 1.903
€ 550
€ 2.453
Verbeteren vlakheid GKF
€ 6.604
€ 643
€ 7.247
Verbeteren vlakheid GRSTN
€ 531
€ 531
Verbeteren vlakheid NAT
€ 481
€ 3.086
€ 3.567
Verbeteren vlakheid OB
€ 4.512
€ 876
€ 5.388
Verbeteren vlakheid TEG
€ 3.403
€ 1.085
€ 15.194
€ 19.682
TOTAAL
€ 1.242.697
€ 1.223.360
€ 1.173.816
€ 1.217.695
€ 4.857.569
Artikel 1. Intrekking oude beleidsregel
Het Wegenbeheer- en beleidsplan 2019-2022 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.
Artikel 2. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2023.
2Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Wegenbeheerplan 2023-2026 van de gemeente Maasgouw.