Aanhef
.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Wet: de Huisvestingswet;
b.Bestuursorgaan: het College van Burgemeester en Wethouders;
c.Eigenaar: de eigenaar, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid van de wet;
d.Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet;
e.Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1 lid 1 onder e van de wet);
f.Standplaatszoekende: het huishouden, dat in het register als bedoeld in artikel 2.1. lid 1 is ingeschreven;
g.Woonwagen/ chalet: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats;
h.Hoofdbewoner: Degene die de huurovereenkomst met de verhuurder heeft gesloten voor een bepaalde standplaats, of eigenaar van een bepaalde standplaats is, en ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie op het adres van die standplaats.
i.Wachtlijst: lijst van gegadigden, die voor een standplaats in aanmerking willen komen.
j.Voorrangslijst: lijst van gegadigden, die voor een standplaats in aanmerking willen komen en kunnen aantonen dat zij tevens vóór 1 maart 1999 legaal in een woonwagen of chalet op een standplaats woonden of hebben gewoond.
k.Ambtshalve inschrijving: Inschrijving in het register van standplaatszoekenden op initiatief van het bestuursorgaan zonder voorafgaand verzoek om inschrijving.
Artikel 1.2 Toepassingsbereik
Deze verordening is van toepassing op de toewijzing van in de gemeente gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen voor woonwagens of chalets.
Hoofdstuk 2 Regels voor inschrijving voor standplaatsen
Artikel 2.1 Register van standplaatszoekenden
1Het bestuursorgaan draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van standplaatszoekenden.
2Het register bestaat uit twee lijsten te weten:
I. De Wachtlijst en
II. De voorrangslijst.
3Iedere registerlijst vermeldt de datum van de kandidaten in volgorde van inschrijvingsdatum.
Artikel 2.2 Inschrijving op verzoek
1Het verzoek om in de gemeente Maasgouw als standplaatszoekende te worden ingeschreven in het in artikel 2.1. bedoelde register wordt gericht aan het bestuursorgaan op een door dat orgaan vast te stellen aanvraagformulier.
2De aanvrager verstrekt bij het indienen van de aanvraag aan het bestuursorgaan de volgende gegevens:
a.de naam, burgerlijke staat en personalia van de aanvrager en van de eventueel tot het huishouden behorende personen;
b.het adres van herkomst;
c.het adres van de voorkeurslocatie/-standplaats waar de aanvrager standplaats wenst in te nemen.
3Het bestuursorgaan gaat na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het vorige lid over tot inschrijving in het in artikel 2.1. bedoelde register indien:
a.de standplaatszoekende 18 jaar of ouder is;
b.het aanvraagformulier volledig is ingevuld en ondertekend.
4Het bestuursorgaan verstrekt aan standplaatszoekenden die op verzoek zijn ingeschreven, een bewijs van inschrijving.
5Als datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van het aanvraagformulier. De inschrijving is maximaal 2 jaar geldig.
Artikel 2.3 Ambtshalve inschrijving
1In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2. kan inschrijving in het Register voor standplaatszoekenden op initiatief van het bestuursorgaan plaatsvinden zonder voorafgaand verzoek om inschrijving (ambtshalve inschrijving).
2Het bestuursorgaan verstrekt aan standplaatszoekenden die ambtshalve zijn ingeschreven, een bewijs van inschrijving.
Artikel 2.4 Vervallen van de inschrijving
1Het bestuursorgaan zal een inschrijving doorhalen in het register indien:
a.blijkt dat de ingeschrevene reeds een door het bestuursorgaan aangeboden woonruimte – zoals een andere standplaats of een woonwagen/ chalet - heeft geweigerd;
b.de ingeschrevene andere woonruimte – zoals een andere standplaats of een woonwagen/ chalet - heeft aanvaard;
c.de ingeschreven standplaatszoekende daarom verzoekt;
d.bij overlijden van de ingeschrevene;
e.naar het oordeel van het bevoegd gezag redenen ten aanzien van de persoon aanleiding geven om de inschrijving door te halen.
2De ingeschrevene als bedoeld in lid 1, dan wel de rechtsopvolger van deze ingeschrevene, wordt van de doorhaling schriftelijk in kennis gesteld.
3In het register wordt de datum aangegeven dat de betreffende gegadigde in het register is doorgehaald.
Artikel 2.5 Weigeren van de inschrijving
1Het bestuursorgaan zal een inschrijving in het register weigeren indien:
a.blijkt dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan genoemd in artikel 2.2 lid 3 van deze verordening;
b.naar het oordeel van het bevoegd gezag redenen ten aanzien van de persoon aanleiding geven om de inschrijving te weigeren.
Hoofdstuk 3 Indeling en toewijzingsvolgorde Registerlijsten
Artikel 3.1 Wachtlijst
1Burgemeester en wethouders stellen een wachtlijst vast van gegadigden, die voor een standplaats in aanmerking wensen te komen.
2Gegadigden kunnen zich laten inschrijven op de wachtlijst, als bedoeld in het eerste lid, indien voldaan is aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.2. lid 3.
3Inschrijving op de wachtlijst als gegadigde voor een standplaats kan ook ambtshalve door het bestuursorgaan plaatsvinden.
4De wachtlijst vermeldt de namen van de gegadigden in volgorde van inschrijving.
5De gegadigden voor een standplaats die onder vigeur van de Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens voor de gemeente Maasbracht (1999) ambtshalve of op verzoek zijn ingeschreven op de Wachtlijst blijven met behoud van inschrijvingsduur op de wachtlijst gehandhaafd.
Artikel 3.2 Voorrangslijst
1Als gegadigden die in aanmerking komen voor de artikel 3.1, bedoelde wachtlijst kunnen aantonen dat zij tevens vóór 1 maart 1999 legaal in een woonwagen op een standplaats woonden of hebben gewoond, wordt hun naam vermeld op de voorrangslijst.
2Inschrijving op de voorrangslijst als gegadigde voor een standplaats kan ook ambtshalve door het bestuursorgaan plaatsvinden.
3De Voorrangslijst vermeldt de namen van de gegadigden in volgorde van inschrijving.
4De gegadigden voor een standplaats die onder vigeur van de Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens voor de gemeente Maasbracht (1999) ambtshalve of op verzoek zijn ingeschreven op de Voorrangslijst blijven met behoud van inschrijvingsduur op de voorrangslijst gehandhaafd.
Artikel 3.3 Toewijzingsvolgorde standplaatsen
1Burgemeester en wethouders wijzen alleen dan een standplaats toe indien de aanvrager staat ingeschreven op de in artikel 3.1 genoemde wachtlijst, dan wel op de in artikel 3.2 genoemde voorrangslijst.
2Toewijzing van een standplaats aan een gegadigde geschiedt op basis van voorrang met inachtneming van de navolgende voorrangsregels:
De standplaats wordt toegewezen aan de aanvrager wiens naam bovenaan de lijst staat, met dien verstande dat gegadigden die geplaatst zijn op de voorranglijst, als bedoeld in artikel 3.2, voorgaan boven de gegadigden, die geplaatst zijn op de wachtlijst, als bedoeld in artikel 3.1.
Degenen die ingeschreven staan op de wachtlijst komen in aanmerking voor de toewijzing van een standplaats, indien de ingeschrevenen van de voorrangslijst geen gebruik maken van de toewijzing van een standplaats dan wel er geen ingeschrevenen meer op de voorrangslijst staan vermeld.
3Het bestuursorgaan is bevoegd, indien dit in het belang van een rechtvaardige en doelmatige toewijzing van standplaatsen noodzakelijk is, af te wijken van de toewijzingsvolgorde van de registerlijsten.
Hoofdstuk 4 Toewijzing en vergunningverlening
Artikel 4.1 Vergunningvereiste
1Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning met een woonwagen een standplaats in gebruik te geven, te nemen of bezet te houden.
2De huisvestingsvergunning voor een standplaats is persoons- en plaatsgebonden en niet overdraagbaar, en wordt verleend voor onbepaalde periode.
Artikel 4.2 Toewijzing en vergunningverlening aan ambtshalve ingeschreven standplaatszoekenden
1Het bestuursorgaan wijst aan de ambtshalve ingeschreven standplaatszoekende die op grond van het bepaalde in artikel 3.3 als eerste voor toewijzing van een standplaats in aanmerking komt, de beschikbare standplaats toe middels verzending van een bericht van toewijzing.
2In het bericht van toewijzing als bedoeld in lid 1 stelt het bestuursorgaan de standplaatszoekende in de gelegenheid de toegewezen standplaats binnen een termijn van 2 weken na verzending van het bericht van toewijzing, schriftelijk te aanvaarden.
3Na ontvangst van de schriftelijke aanvaarding van de toegewezen standplaats, verleent het bestuursorgaan de voor ingebruikname van de toegewezen standplaats vereiste huisvestingsvergunning en zal door huurder en gemeente de huurovereenkomst worden ondertekend.
4Indien de standplaatszoekende de toegewezen standplaats niet binnen de gestelde termijn schriftelijk aanvaardt, dan wordt de standplaats toegewezen aan de standplaatszoekende die alsdan op grond van het bepaalde in artikel 3.3 als eerstvolgende hiervoor in aanmerking komt. De toewijzing wordt in dat geval geacht fictief te zijn geweigerd.
Artikel 4.3 Toewijzing en vergunningverlening aan op verzoek ingeschreven standplaatszoekenden
1Het bestuursorgaan wijst aan de op verzoek ingeschreven standplaatszoekende die op grond van het bepaalde in artikel 3.3 als eerste voor toewijzing van een standplaats in aanmerking komt, de beschikbare standplaats toe middels verzending van een bericht van toewijzing.
2In het bericht van toewijzing als bedoeld in lid 1 stelt het bestuursorgaan de standplaatszoekende in de gelegenheid de toegewezen standplaats binnen een termijn van 2 weken na verzending van het bericht van toewijzing, schriftelijk te aanvaarden.
3Na ontvangst van de schriftelijke aanvaarding van de toegewezen standplaats, verleent het bestuursorgaan de voor ingebruikname van de toegewezen standplaats vereiste huisvestingsvergunning en zal door huurder en gemeente de huurovereenkomst worden ondertekend.
4Indien de standplaatszoekende de toegewezen standplaats niet binnen de gestelde termijn schriftelijk aanvaardt, dan wordt de standplaats toegewezen aan de standplaatszoekende die alsdan op grond van het bepaalde in artikel 3.3 als eerstvolgende hiervoor in aanmerking komt. De toewijzing wordt in dat geval geacht fictief te zijn geweigerd.
Artikel 4.4 Intrekken vergunning
1Het bestuursorgaan zal de huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a.de standplaats niet binnen een in de vergunning gestelde termijn van ten hoogste vier weken, is ingenomen;
b.gebleken is van onjuistheid van de door de aanvrager bij de inschrijving verstrekte gegevens.
2Een besluit tot intrekking van de vergunning wordt schriftelijk aan betrokkene medegedeeld.
Hoofdstuk 5 Overige bepalingen
Artikel 5.1 Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, af te wijken van deze verordening.
Artikel 5.2 Restbepaling
In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het bestuursorgaan, waarbij deze zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking hebbend op een evenredige en rechtvaardige verdeling van de standplaatsen.
Hoofdstuk 6 Toezicht en Sancties
Artikel 6.1 Sancties
1Hij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 4.1. van deze verordening wordt krachtens artikel 7 juncto artikel 84 lid 2 van de wet, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie.
2De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 6.2 Toezicht
1Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
2Met de opsporing van de bij artikel 6.1 strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de in artikel 75 van de wet aangewezen ambtenaren, belast de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor zover zij door de minister van justitie daartoe zijn aangewezen.
3De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheid als genoemd in artikel 77 van de wet.
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 7.1 Overgangsbepaling
1De op het moment van inwerkingtreding van deze verordening ingeschreven standplaatszoekenden worden met behoud van de oorspronkelijke inschrijvingsdatum in het register als bedoeld in artikel 2.1 ingeschreven.
2De standplaatszoekenden als bedoeld in lid 1 van dit artikel worden conform het bepaalde in hoofdstuk 3 ingedeeld. Van deze inschrijving en indeling wordt de standplaatszoekenden mededeling gedaan.
3Bestaande huisvestingsvergunningen worden gelijkgesteld met vergunningen verleend conform deze verordening.
Artikel 7.2 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op het tijdstip, als bedoeld in artikel 142 van de Gemeentewet.
2Op de datum van inwerkingtreding wordt de huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens voor de gemeente Maasbracht 1999, ingetrokken.
Artikel 7.3 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens en chalets Maasgouw 2008”.