Aanhef
De raad van de gemeente Maasgouw;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Maasgouw d.d. 5 oktober 2021;
mede gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en voorts gelet op de Wet Milieubeheer en de Waterwet;
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:
Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026 van de gemeente Maasgouw
1 Samenvatting
Tekst
Dit gemeentelijk rioleringsprogramma is de actualisatie van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en geldt voor de periode 2022 tot en met 2026. Met dit gemeentelijk rioleringsprogramma geeft de gemeente Maasgouw invulling aan haar zorgplicht voor (stedelijk) afvalwater, hemelwater en grondwater, maar ook aan een doelmatig en duurzaam beheer van de gemeentelijke riool- en watervoorzieningen. Bij de actualisatie van dit plan is het kostendekkingsplan Riolering opnieuw doorgerekend en de berekening van de rioolheffing bijgesteld met actuele cijfers.
Met de indeling van dit rioleringsprogramma sluiten we aan bij de nieuwe Omgevingswet. De hoofdstukken kunnen na de invoering van de Omgevingswet eenvoudig gescheiden worden naar de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan.
Huidige situatie
In Maasgouw ligt 193 km riolering, hiervan is het grootste deel gemengde riolering en een deel gescheiden riolering. De leeftijd van het stelsel is vrij gelijkwaardig verdeeld. De gemiddelde levensduurverwachting van de riolering is 75 jaar, daarom verwachten we in de periode 2045-2055 een kleine piek in de vervanging en renovatie van het rioolstelsel.
Naast vrijvervalriolen bestaat ons rioolstelsel uit gemalen, drukrioolunits, pers- en drukleidingen en waterinfiltrerende voorzieningen. Deze beheren we, zodat ze goed blijven functioneren.
Doorzetten huidig beleid
We werken volgens de gedachte, doe de goede dingen en doe die dingen vervolgens goed. De afgelopen periode ging er veel goed, een groot deel van het huidige beleid zetten we daarom door.
Aandacht voor klimaatadaptatie
Het klimaat verandert. Vanuit de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater merken we de gevolgen. Neerslag valt over een jaar genomen steeds ongelijkmatiger en de intesiteit van buien neemt toe. Hierdoor neemt de kans op hinder, overlast en schade als gevolg van overtollig hemelwater toe. Ook perioden van extreme droogte komen vaker voor, met lage grondwaterstanden als gevolg.
Al in het vorige GRP is daarom een start gemaakt met maatregelen om wateroverlast te voorkomen. De volgende uitgangspunten zetten we door:
•We sluiten hemelwater van nieuwbouw niet aan op riolering;
•We blijven particulieren stimuleren om af te koppelen of de hoeveelheid verharding te verminderen. We blijven subsidie verlenen om hieraan bij te dragen;
•We gaan programmamatig te werk met afkoppelen van de openbare ruimte of gemeentelijke gebouwen en scholen. Zodra er vanuit wegbeheer of gebouwbeheer aanleiding is om onderhoud uit te voeren zullen we met het afkoppelen meeliften. Zo maken we werk met werk.
Ontwikkelingen en nieuwe inzichten
Een deel van het beleid stellen we bij. De afgelopen periode hebben nieuwe ontwikkelingen zich voorgedaan en hebben we nieuwe inzichten verkregen. De wijzigingen ten opzichte van het vorige beleidsplan zijn:
Verwachte invoering van de Omgevingswet (juli 2022)
Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit rioleringsprogramma is de komst van de Omgevingswet. De structuur van dit rioleringsplan past bij de planstructuur van de Omgevingswet, zodat dit plan makkelijk overgenomen kan worden in de gemeentelijke Omgevingsvisie, -programma en -plan. Inhoudelijk bevat het plan dezelfde onderdelen. We geven invulling aan de zorgplichten voor afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. De verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen blijft bestaan en ook de separate financiële positie voor rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing.
Extra aandacht voor klimaatadaptatie
We hebben steeds beter inzicht in de gevolgen van hevige neerslag en lange perioden van droogte voor Maasgouw. Daarom weten we ook steeds beter hoe we dit aanpakken.
De volgende uitgangspunten zijn aanvulllend op de klimaatadaptatie strategie die we vanuit het vorige GRP doorzetten:
•Wanneer we afkoppelen, doen we dit bij voorkeur met bovengrondse maatregelen. Daarmee wordt de gemeentelijke zorgplicht voor afvloeiend hemelwater in Maasgouw meer bovengronds zichtbaar in wegen en groen. De samenwerking met vakgebieden ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening wordt hierdoor ook steeds belangrijker;
•Water op straat na hevige neerslag zal vaker voorkomen, dit accepteren we. Water in een gebouw door hevige neerslag willen we voorkomen.
Programma
We beheren de objecten in de waterketen. Regelmatig reinigen we de objecten en voeren we inspecties uit. Daarnaast vervangen we de objecten wanneer deze niet meer goed functioneren.
Op een aantal locaties voeren we verbetermaatregelen door die ervoor zorgen dat het systeem goed blijft functioneren. Vanuit uitgevoerde onderzoeken (SSW 2021 en Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie) zijn maatregelen naar voren gekomen die we de komende periode gaan uitvoeren.
We voeren zoveel mogelijk werkzaamheden gezamenlijk met andere vakgebieden, zoals wegen en groen uit. Op deze manier beperken we de overlast voor onze inwoners en zorgen we ervoor dat een projecten tegen de laagst maatschappelijke kosten kan worden uitgevoerd.
Maatregelen, middelen en kostendekking
In de berekeningen van het kostendekkingsplan rioleringen zijn alle kosten en inkomsten op de lange termijn (75 jaar) doorgerekend. Hierbij is ook rekening gehouden met rente (3%) en inflatie (1,5%). De berekening is uitgevoerd op prijspeil 2021.
De kosten bestaan uit vaste jaarljikse kosten (exploitatie), onderzoekskosten en kapitaallasten. De kosten van verbetermaatregelen worden samen met de vervangingsinvesteringen op lineaire basis afgeschreven. Afhankelijk van het soort object gelden verschillende afschrijvingstermijnen tussen 15 en 70 jaar. Dit resulteert in kapitaallasten van nieuwe investeringen. (Wijzigingen ten aanzien van de financiële afschrijvingstermijnen worden bij de eerst volgende aanpassing van de financiele verordening art. 212 doorgevoerd.)
Met een gelijkblijvend tarief van € 310,- per heffingseenheid, exclusief inflatie, is de riolering kostendekkend berekend over de rekenperiode van 75 jaar. Dit tarief is lager dan in het vorige GRP. Het is ook mogelijk om geleidelijk naar een kostendekkend tarief te groeien, hiervoor kan de voorziening ingezet worden.
Bijlage 1 Uitgangspunten kostendekkingsberekening
Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing:
1Berekeningsmethode
Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. Het streven is dat de rioolheffing over de beschouwde periode 100 procent kostendekkend blijft.
2Planningshorizon
Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 75 jaar: 2022 t/m 2096. Binnen een periode van 75 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen.
3Inflatie
Er gerekend met 1,5% inflatie in de kostendekkingberekening.
4Rentevoet
Er is een rente van 3% op de kapitaallasten gehanteerd. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend.
5Prijspeil
Alle in het GRP genoemde uitgaven zijn op prijspeil 1 januari 2021, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief btw. De rioolheffingsberekening is inclusief de compensabele btw.
6Eenheidsprijzen
Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen uit de Kennisbank Stedelijk Water.
7Staartkosten
Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%.
8Indexering rioolheffing
Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld.
9Afschrijvingsmethode
Investeringen worden lineair afgeschreven, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd.
10Afschrijvingstermijnen
Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens.
De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief berekend met de contante waarde methode (zie 1).
De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur.
De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B3.1.
Tabel B3.1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar)
Object
Afschrijvingstermijn
Technisch
Economisch
Vrijvervalriolen
75
70
Bergbezinkvoorzieningen
60
60
gemalen – bouwkundig
60
60
gemalen – mechanisch / elektrisch
15
15
Pers- en drukleidingen
60
60
drukriolering – bouwkundig
60
60
drukriolering – mechanisch / elektrisch
15
15
Klimaatmaatregelen
60
60
11Tariefegalisatievoorziening/reserve
In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in het rioolrecht te voorkomen (art. 44, lid 2).
12Rioolheffing en btw
De geraamde btw op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het tarief is inclusief de compensabele btw over de exploitatie en de kapitaallasten verrekend per jaar.
13Nieuwe investeringen voor nieuwbouw
Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden niet verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie.
14Straatvegen
De kosten van straatvegen wordt voor 1/3 toegerekend aan de rioleringszorg.