Gemeentelijke regelgeving

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasdriel 2019

Gemeente Maasdriel · geldt sinds 23 juli 2019

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel;

gelet op artikel 5 lid 3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasdriel 2019;

besluit:

vast te stellen het volgende: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasdriel 2019

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

•college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel;

•CVV: Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (Regionaal vervoersysteem Versis);

•dienstverlening: hulp die een persoon, instantie of onderneming biedt aan de cliënt;

•huishoudelijke hulp: het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe een persoon behoort;

•kortdurend verblijf: logeren gedurende maximaal drie etmalen per week met als doel het overnemen van de zorg ter ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt biedt;

•pgb: persoonsgebonden budget

•verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasdriel 2019;

•zzp: een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, waarbij voor de vaststelling of er sprake is van een ondernemer de volgende criteria gelden:

a.zelfstandigheid bij de inrichting van de eigen werkzaamheden en het uitvoeren daarvan;

b.het voor eigen rekening en risico verrichten van werkzaamheden;

c.het gericht zijn op en het perspectief hebben van het maken van winst;

d.bekendmaking van het ondernemerschap;

e.het streven naar meerdere opdrachtgevers;

f.de onderneming is gericht op zorg.

Artikel 2 Cliëntondersteuning

1Een cliënt kan gratis gebruikmaken van onafhankelijke cliëntondersteuning verzorgd door MEE Gelderse Poort.

2Geen vergoeding wordt gegeven voor zelfgekozen cliëntondersteuning, tenzij daarvoor door het college vooraf toestemming is gegeven.

Artikel 3 Verslag

De cliënt dient het getekende verslag van het onderzoek binnen 7 werkdagen terug te sturen aan de contactpersoon waarmee hij het gesprek heeft gevoerd.

Artikel 4 Aanvraag

Een aanvraag voor een voorziening dient binnen 6 weken na het verstrijken van de termijn genoemd in artikel 3, ingediend te worden.

Artikel 5 Jaarlijkse indexering

Jaarlijks per 1 januari vindt indexering van de door de gemeente verstrekte maatwerkvoorzieningen als volgt plaats:

a.zorg in natura zoals vastgelegd in de contracten met zorgaanbieders en leveranciers;

b.pgb’s voor:

-vervoer (lokaal verplaatsen met een vervoermiddel);

-woonvoorzieningen (wonen in een geschikt huis);

-het verplaatsen in en rond de woning worden verhoogd met de Consumenten Prijsindex (CPI). Dit CPI-percentage is gebaseerd op de "nominale ontwikkelingen t.b.v. actualisering" die het Rijk verstrekt in augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de gewijzigde bedragen gaan gelden.

c.Bij pgb’s voor dienstverlening wordt aangesloten bij de prijs die de gemeente betaalt voor de voorziening in natura. Is in het contract geen indexering voorzien, dan wordt ook het pgb niet aangepast.

HOOFDSTUK 2 HULPMIDDELEN

Artikel 6 Hulpmiddelen

Hulpmiddelen tot maximaal € 250,00 incl. btw worden in eigendom verstrekt.

Artikel 7 Pgb voor een sportvoorziening

Voor een sportvoorziening wordt uitsluitend een gemaximeerd pgb verstrekt. De hoogte is gelijk aan de werkelijke kosten van de sportvoorziening tot een maximum van € 3.000,00.

HOOFDSTUK 3 WOONVOORZIENINGEN

Artikel 8 Primaat van verhuizen

1Als de kosten van een woningaanpassing € 7.500,00 of meer bedragen, dan dient belanghebbende te verhuizen naar een voor hem geschikte en beschikbare woning.

2Als niet binnen 6 maanden na het verhuisprimaat een geschikte woonruimte beschikbaar is, komt belanghebbende in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing.

3In afwijking van het gestelde in lid 1 kan belanghebbende in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing als:

a.de kosten van het aanpassen van de huidige woning lager zijn dan het verstrekken van een pgb voor verhuiskosten verhoogd met een pgb voor het geschikt maken van de nieuwe woonruimte;

b.er voldoende sociale omstandigheden zijn, zoals de nabijheid van een noodzakelijk sociaal netwerk, om niet te verhuizen naar een geschikte woning;

c.het inkomen niet toereikend is om te verhuizen naar een geschikte woning.

Artikel 9 Levensduur woonvoorzieningen

1Het college houdt bij de toekenning rekening met de algemeen gebruikelijk te achten levensduur van een te vervangen voorziening. Hiervoor wordt aangesloten bij de afschrijvingstermijnen die door de vereniging Overleg Voorzitters Huurcommissie zijn vastgelegd in het Beleidsboek Huurverhoging na Woningverbetering (bijlage 1 bij dit besluit).

2Het college draagt bij in de kosten van de woonvoorziening voor het deel dat nog niet is afgeschreven volgens de algemeen gebruikelijke levensduur.

Artikel 10 Pgb voor verhuis- en herinrichtingskosten

1De hoofdbewoner van een woonruimte kan een gemaximeerd pgb voor verhuis-en inrichtingskosten ontvangen van € 5.000,00.

2Voor tijdelijke huisvesting geldt als maximale tegemoetkoming de geliberaliseerde huurgrens.

Artikel 11 Bezoekbaar maken woning

1Voor het bezoekbaar maken van een woning geldt dat de cliënt toegang heeft tot de woning en één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet kan gebruiken.

2Er worden geen aanpassingen vergoed om het logeren mogelijk te maken.

Artikel 12 Woningsanering

1Bij een woningsanering, noodzakelijk in verband met een allergische aandoening, of vervanging van tapijt dat niet geschikt is voor rolstoelgebruik, bedraagt de vergoeding maximaal € 2.000,00.

2Bij het bepalen van het pgb wordt rekening gehouden met afschrijving van de te vervangen gordijnen, vitrage en vloerbedekking in een periode van 8 jaar, op de volgende wijze:

a.leeftijd tot 2 jaar: vergoeding van 100 % van het normbedrag;

b.leeftijd tot 4 jaar: vergoeding van 75 % van het normbedrag;

c.leeftijd tot 6 jaar: vergoeding van 50 % van het normbedrag;

d.leeftijd tot 8 jaar: vergoeding van 25 % van het normbedrag;

e.ouder dan 8 jaar: geen vergoeding omdat de artikelen economisch zijn afgeschreven.

Het normbedrag staat voor de goedkoopst adequate oplossing in natura.

Artikel 13 Gereed melden

Nadat de woonvoorziening is gerealiseerd meldt de cliënt dit binnen veertien dagen schriftelijk aan het college onder overlegging van de betreffende nota’s.

HOOFDSTUK 4 VERVOERSVOORZIENINGEN

Artikel 14 Pgb voor vervoerskosten

1Als een cliënt vanwege zijn specifieke situatie geen gebruik kan maken van het CVV kan hij in aanmerking komen voor een gemaximeerd pgb om zelf in het vervoer te voorzien van:

a.€ 1.000,00 per jaar op declaratiebasis, of

b.€ 700,00 per jaar op basis van een forfaitaire vergoeding.

c.voor gebruik van een taxi: € 900,00.

2De tarieven (lid 1 sub a en b) zijn gebaseerd op de voorziening in natura (CVV) waarbij maximaal 2.640 kilometers gereisd mag worden.

3Als een cliënt geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, CVV niet mogelijk en eigen vervoer niet beschikbaar is en op geen enkele andere manier een goedkopere passende vervoersvoorziening gegeven kan worden, wordt aan de cliënt een pgb verstrekt om met een reguliere (rolstoel)taxi te reizen.

Artikel 15 Autoaanpassing

Een cliënt komt voor een autoaanpassing in aanmerking als blijkt dat er geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer en CVV en de verstrekking van de autoaanpassing de goedkoopste of enige oplossing is om het vervoersprobleem op te lossen. De maximale hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van de laagst uitgebrachte offerte om de noodzakelijke aanpassingen te realiseren.

Artikel 16 Parkeerplaats

Als een cliënt niet of onvoldoende gecompenseerd wordt met het CVV en het gebruik van een auto wel voldoende compensatie biedt, kan hij, als een gehandicaptenparkeerplaats voor hem noodzakelijk is, in aanmerking komen voor een pgb in verband met de aanleg en legeskosten van die parkeerplaats. De hoogte van het pgb is gelijk aan de kosten die de gemeente in rekening brengt voor het aanleggen van de parkeerplaats.

Artikel 17 Eigen bijdrage CVV

Voor het gebruik van het CVV betaalt de gebruiker per keer de betreffende ritprijs. Daarnaast is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd.

HOOFDSTUK 5 DIENSTVERLENING

Artikel 18 Kortdurend verblijf

1Kortdurend verblijf dient ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en vervangt niet het wonen in een instelling.

2De duur bedraagt maximaal drie etmalen per week gedurende één kalenderjaar.

3In afwijking van het bepaalde in het voorafgaande lid kan maximaal eenmaal per kalenderjaar een aaneengesloten periode van drie weken worden ingezet.

4Er geldt een maximum van 54 dagen kortdurend verblijf per jaar.

Artikel 19 Informele hulp

Inzet van informele hulp is niet mogelijk voor:

a.begeleiding complex;

b.dagbesteding complex;

c.kortdurend verblijf (incl. ondersteuning).

Artikel 20 Pgb voor dienstverlening

1De maximale vergoeding zoals bepaald in artikel 11, lid 5 onder b van de verordening geldt voor informele hulp voor:

a.nachtverzorging;

b.dagbesteding;

c.kortdurend verblijf (excl. ondersteuning).

2De vergoeding voor informele hulp voor vervoer (met en zonder rolstoel) bedraagt 50% van de betreffende kosten voor zorg in natura.

HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit besluit treedt in werking de eerste dag na bekendmaking daarvan en werkt terug tot en met 1 mei 2019.

2Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasdriel 2019.

BIJLAGE 1 AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN

Zie externe bijlage

BIJLAGE 2 TARIEVEN PGB HUISHOUDELIJKE HULP EN BEGELEIDING

Per 1 mei 2019 gelden de volgende tarieven

Product

Eenheid

ZIN

Zzp

Informeel

1Huishoudelijke Hulp

uur

€ 28,60

€ 25,74

€ 11,19

2Begeleiding

uur

€ 43,80

€ 39,42

€ 11,19

3Begeleiding complex

uur

€ 61,80

€ 55,62

n.v.t.

4Nachtverzorging

dagdeel

€ 9,20

€ 8,28

€ 4,60

5Dagbesteding

dag

€ 36,80

€ 33,12

€ 18,40

6Dagbesteding complex

dag

€ 48,80

€ 43,92

n.v.t.

7Kortdurend Verblijf (excl. ondersteuning)

etmaal

€ 58,65

€ 52,79

€ 29,33

8Kortdurend Verblijf (incl. ondersteuning)

etmaal

€ 103,33

€ 93,00

n.v.t.

9Vervoer zonder rolstoel voor producten 2 t/m 8 voor alle doelgroepen

dag

€ 6,11

€ 5,50

€ 3,06

10Vervoer met bijvoorbeeld rolstoel voor producten 2 t/m 8 voor alle doelgroepen

dag

€ 16,27

€ 14,64

€ 8,14

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.