Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Wegen Maasdriel 2026-2030

Gemeente Maasdriel · geldt sinds 6 juni 2026

Aanhef

De basis voor gefundeerd beheer en onderhoud van verhardingen.

F2 , snelfietspad in Hedel aangelegd in 2024

VOORWOORD

De gemeente Maasdriel is mooi gelegen in het open landschap van de Bommelerwaard, centraal aan de A2 en dicht bij ’s-Hertogenbosch. Dit is een mooi uitgangspunt om een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen, werken en te recreëren. De openbare ruimte is een belangrijke factor voor fijn en veilig wonen en leven. Een prettige woon- en leefomgeving is mooi, schoon, veilig en groen. Een groot gedeelte van de openbare ruimte bestaat uit verhardingen. Deze verhardingen dragen onder andere bij aan de bereikbaarheid, veiligheid, toegankelijkheid en leefbaarheid van onze gemeente.

Vanuit de Wegenverkeerswet heeft de gemeente een zorgplicht voor het goed onderhouden van het wegenareaal dat zij beheert, dit betreft zowel verhardingen en bermen. Onder de verhardingen vallen de rijbanen, fietspaden, voetpaden, pleinen, parkeervoorzieningen en alle overige (half) verhardingen.

In voorliggend Beleidsplan Wegen Maasdriel 2026-2030 legt de gemeente de basis hoe zij de komende 5 jaar om wil gaan met haar wegenareaal. Inwoners krijgen, waar mogelijk, zelf de ruimte om in actie te komen om de leefbaarheid en voorzieningen in hun dorp in stand te houden of te verbeteren. De gemeente helpt hierbij door inwoners te inspireren. Samen met onze inwoners, verenigingen en bedrijven zorgen we voor een fijne leef- en werkomgeving.

3 Areaal

3.2 AREAAL

3.2.1 AREAAL VERHARDINGEN

De gemeente heeft in totaal circa 1.934.000 m2 aan verhardingen in beheer. In figuur 5 is een overzicht opgenomen van de wegen in Maasdriel, de blauwe wegen zijn in beheer en eigendom van de gemeente. De overige verhardingen zijn in eigendom van Rijkswaterstaat, provincie, waterschap, ondernemers en particulieren.

Figuur 5 Overzicht areaal verhardingen

In figuur 6 is inzichtelijk gemaakt wat de verdeling is op basis van functie van het areaal. In figuur 7 is inzichtelijk gemaakt wat de verdeling is op basis van materiaalgebruik van het areaal

In bijlage 5 is een totaaloverzicht opgenomen van alle verhardingen per functie per materiaal.

Figuur 6 Overzicht areaal per functie.

Figuur 7 Overzicht areaal per materiaal.

3.2.2 AANLEG JAAR

Figuur 8 geeft globaal inzicht in het jaar van aanleg van de verhardingen die in beheer zijn bij de gemeente. Op deze wijze wordt inzicht verkregen in de leeftijdsopbouw van het gehele beheerareaal. Het overgrote deel van het beheerareaal is op dit moment 40 jaar of ouder. De technische levensduur die de gemeente hanteert voor open verharding is 50 jaar, voor asfaltverharding is dit 50 en voor bermen 20 jaar.

Van circa 15 % van het asfalt is de technische levensduur verstreken. Van de open verharding is circa 8 % verstreken.

Figuur 8 Jaar van aanleg in m2 per periode van vijf jaar.

3.2.3 AREAAL BERMEN

In figuur 9 is de totale lengte van de bermen per structuurgebied opgenomen.

Structuurgebied

Lengte[m1]

Centrum

-

Wonen

81.800

Hoofdstructuur

450

Parken en grote groengebieden

5.800

Begraafplaats

-

Bedrijvigheid

800

Buitengebied intensief

37.900

Buitengebied extensief

176.800

Buitendijks

28.700

Totaal

332.250

Figuur 9 Overzicht areaal bermen in buitengebied.

3.2.4 AREAALUITBREIDING.

In de afgelopen jaren heeft er een aanzienlijke areaaluitbreiding plaatsgevonden als gevolg van diverse ruimtelijke ontwikkelingen. Met name de realisatie van nieuwe woonwijken, zoals Velddriel-Zuid, de Kersenbuurt in Kerkdriel en de ontwikkeling aan de Maaijenstraat in Well, hebben geleid tot uitbreiding van het gemeentelijk weg- en voorzieningenareaal.

Na afronding van de onderhoudsperiode worden deze nieuw aangelegde gebieden formeel aan de gemeente overgedragen. Vanaf dat moment vallen onder andere de verhardingen onder het gemeentelijk beheer en onderhoud.

3.4 KWALITEIT VERHARDINGEN

3.4.1 STREEFBEELD VERHARDINGEN

Voor de planperiode 2017-2021 heeft de gemeenteraad gekozen om het areaal te onderhouden op niveau C (laag). Vanaf die periode tot heden is dit onderhoudsniveau voortgezet. In figuur 11 is een beknopt overzicht opgenomen over de kenmerken van Niveau C.

Figuur 11 Kwaliteitsbeschrijving niveau C, laag.

3.4.2 KWALITEIT AREAAL

De kwaliteit van het areaal is op basis van de inspecties van het 2024 in beeld gebracht. Het algemene beeld van de kwaliteit van het areaal is laag. Een overzicht per kwaliteitsniveau is in figuur 12 weergegeven. Circa 13.1 % van het wegenareaal dient binnen nu en twee jaar onderhouden te worden.

Figuur 12 Kwatsniveaus van verhardingen op basis van inspecties 2024

3.4.3 KWALITEIT VERHARDINGEN

In figuur 13 en 14 zijn overzichten opgenomen waarin de kwaliteit per type verharding, per functie en per structuurgebied is weergegeven.

Functie

Percentage

Verharding

tov totaal areaal

Asfalt

Elementen

Cementbeton

Totaal

Rijbaan

64

C

C

A

C

Fietspad

8

B

B

A+

B

Voetpad

13

B

B

A+

B

Parkeervak

8

D

B

A+

B

Overige

7

D

C

C

C

Totaal

100

C

C

A

C

Figuur 13 Kwaliteitsniveaus

Structuurgebied

Percentagetov totaal

Asfalt

Elementen

Beton

Totaal

Centrum

1,6

A

B

A+

B

Wonen

25,9

D

C

D

C

Fietspaden

8

B

B

A+

B

Hoofdstructuur

2,4

D

C

D

D

Parken en grote groengebieden

2,4

D

A

A+

C

Begraafplaats

0,1

-

D

-

D

Bedrijvigheid

3,3

B

D

D

C

Buitengebied intensief

6,7

A

B

A+

A

Buitengebied extensief

20,2

C

C

A

C

Buitendijks

2,6

D

A+

A

C

Figuur 14 Kwaliteitsniveaus van verhardingen per functie op basis van inspecties 2024

3.4.4 KWALITEIT BERMEN

In figuur 15 is een overzicht opgenomen van de kwaliteit van de bermen per functiegebied.

Structuurgebied

Lengte[m1]

Kwaliteit

Centrum

-

-

Wonen

81.800

C

Hoofdstructuur

450

B

Parken en grote groengebieden

5.800

B

Begraafplaats

-

-

Bedrijvigheid

800

D

Buitengebied intensief

37.900

B

Buitengebied extensief

176.800

C

Buitendijks

28.700

D

Totaal

332.250

C

Figuur 15 Kwaliteitsniveaus van verhardingen per functie op basis van inspecties 2025

8 FINANCIËN

8.2 KOSTEN

8.2.1 EXPLOITATIEKOSTEN

Deze kosten zijn gegroepeerd en weergegeven per type maatregel: planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen, facilitair. De gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode staan in figuur 27 aangegeven.

Gemiddelde algemene exploitatiekosten per jaar in €

Planvorming

35.000

Onderzoek

63.000

Beheer en Onderhoud

1.657.000

Facilitair

39.000

Totaal

1.794.000

Figuur 27 Gemiddelde exploitatiekosten per jaar voor planperiode.

8.2.2 INVESTERINGEN

De gemiddelde investeringen per jaar voor de planperiode staan in figuur 16 aangegeven. Dit betreft de aanleg van bermverhardingen levensduur verlengend onderhoud en rehabilitatie. De belangrijkste uitgangspunten hiervoor zijn dat nieuwe aan te leggen voorzieningen een levensduur hebben van 20 of 50 jaar en dat de een jaar na realisatie de kapitaalslasten gaan lopen.

Gemiddelde algemene investeringen per jaar in €

Investeringen

Kapitaalslasten

Rehabilitatie/ reconstructie

136.000

20.000

Stelpost rehabilitatie/ reconstructie

3.076.000

161.000

Levensduur verlengend onderhoud

509.000

115.000

Bermverhardingen

455.000

78.000

Totaal

4.176.000

374.000

Figuur 28 Gemiddelde investeringen per jaar voor planperiode

8.2.3 TOTALE KOSTEN PER JAAR.

Om de komende vijf jaar te voldoen aan de wettelijke zorgplichten, op basis van onderhoudsniveau C, is circa € 11,4 miljoen nodig. In figuur 29 is een overzicht opgenomen van de gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode. In bijlage 10 is het uitvoeringsprogramma opgenomen, hierin is een overzicht opgenomen van de benodigde activiteiten inclusief de financiële planning.

Overzicht gemiddelde kosten per jaar in €

Investeringen gekapitaliseerd

Exploitatie kosten

1.794.000

Investeringen gekapitaliseerd

374.000

Totaal

2.168.000

Figuur 29 Gemiddelde kosten per jaar voor de planperiode

8.3 KOSTENDEKKING

8.3.1 HUIDIGE KOSTENDEKKING

In de programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 tot en met 2029, zijn diverse exploitatiebudgetten en kapitaalslasten van investeringen opgenomen. Beide komen ten laste van de algemene dienst. Op dit moment is er geen egalisatievoorziening voor de kosten van het onderhoud aan de verhardingen. Voor de komende jaren zijn in de meerjarenbegroting de, in figuur 30 aangegeven, middelen opgenomen.

Opgenomen middelen programmabegroting 2026 in €

Jaar

Exploitatie

Investeringen (gekapitaliseerd)

Totaal

2026

1.905.000

-

1.920.000

2027

1.905.000

75.000

1.980.000

2028

1.905.000

149.000

2.054.000

2029

1.905.000

223.000

2.128.000

2030

1.905.000

223.000

2.201.000

Gemiddeld

1.905.000

149.000

2.054.000

Figuur 30 Opgenomen middelen in meerjarenbegroting 2026

8.3.2 BESTAANDE KREDIETEN

In de vorige beheerplannen is al budget opgenomen voor grootschalig onderhoud aan verhardingen.

Doordat er nog ontwikkelingen zijn hebben een aantal projecten vertraging opgelopen. In figuur 31 is een overzicht opgenomen van de nog openstaande kredieten inclusief het verwachte jaar van uitvoering.

Locatie

Verwacht jaar van uitvoering

Bedrag [€]

Velddriel - Drielse Veldweg

2025/2026

300.000

Rossum - Burchtstraat/Kerkstraat

2026

849.000

Ammerzoden - Winkelcentrum de Haar

2026

412.000

Kerkdriel - De Zandmeren

2026

240.000

Velddriel - Kromhoevenseweg, Vliertseweg, Lange Weistraat

2026

480.000

Hurwenen - Hogeweg

2026

800.000

Levensduur verlengend en groot onderhoud 2026

2026

750.000

Ammerzoden Reeuwijkstraat/ Clarastraat

2026/2027

425.000

Figuur 31 Openstaande kredieten

8.3.3 KOSTENDEKKING PLANPERIODE 2026-2030

Het beheer en onderhoud van de verhardingen op onderhoudsniveau C heeft financiële consequenties. In de begroting zijn financiële middelen opgenomen ter dekking van de exploitatielasten en kapitaallasten.

Exploitatiekosten

De exploitatielasten passen binnen de opgenomen budgetten in de begroting. In totaal is er jaarlijks € 1.794.000 nodig en is er € 1.905.000 beschikbaar.

Investeringen en kapitaalslasten

Voor 2026 is een totaalbedrag van € 3.239.000 aan investeringen nodig. In 2026 staan hier nog geen kapitaallasten tegenover. De jaren erna is dat € 24.000 per jaar. Voor de jaren 2027 en verder is een stelpost opgenomen voor een investeringsvolume van € 3.844.000 per jaar. Vanaf 2028 betekent dit een aanvullende last van ongeveer € 133.000 oplopend per jaar in de begroting. De benodigde investeringskredieten leggen we jaarlijks, vanaf de begroting 2027, in de programmabegroting vast, de kapitaallasten worden uit de stelposten gedekt. In figuur 32 is het kostendekkingsplan opgenomen.

Kostendekking in €

2026

2027

2028

2029

2030

Beschikbaar begroting exploitatie

1.905.000

1.905.000

1.905.000

1.905.000

1.905.000

Beschikbaar begroting investeringen

-

75.000

149.000

223.000

296.000

Totaal beschikbaar

1.905.000

1.980.000

2.054.000

2.128.000

2.201.000

Kosten exploitatie

1.794.000

1.794.000

1.794.000

1.794.000

1.794.000

Kosten investeringen

-

191.000

367.000

582.000

721.000

Totaal kosten

1.794.000

1.985.000

2.161.000

2.376.000

2.515.000

Saldo Beschikbaar - kosten exploitatie

111.000

111.000

111.000

111.000

111.000

Saldo Beschikbaar - kosten investeringen gekapitaliseerd

-

-116.000

-218.000

-359.000

-425.000

Effect op begrotingssaldo

111.000

-5.000

-107.000

-248.000

-314.000

Figuur 32 Kostendekkingsplan periode 2026-2030

BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST

Begroting

Financieel overzicht van de voorgestelde maatregelen.

Beheergegevens/ -data

Verzamelde gegevens (zowel t.a.v. kwantiteit als kwaliteit) van een verhardingsfunctie (rijbaan, voetpad, et cetera).

Beheerareaal

Verharde vlakken die in eigendom en/of beheer zijn van de gemeente

BLOR

Basis Leidraad Openbare Ruimte

CROW

Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek.

Gedragsmode

Voorspellingsmodel waarin het kwaliteitsverloop van een schadebeeld in de tijd wordt beschre­ven.

Groot onderhoud

Onder groot onderhoud vallen de onderhoudsmaatregelen die periodiek worden uitgevoerd. De maatregelen betreffen het tegengaan van structurele achteruitgang van de kwaliteit van de verharding en het handhaven van de oppervlakte eigenschappen op een acceptabel niveau. Groot onderhoud wordt planmatig opgesteld.

Inspectiegegevens

Gegevens waarmee de kwaliteit van het object beschreven wordt.

Klein onderhoud

Het Klein onderhoud zijn onderhoudsmaatregelen, die voortkomen uit het feit dat niet alle schadebeelden in een schadecijfer te bevatten zijn. Bij een Globale Visuele Inspectie is een bepaalde ernst en omvang van een schade nodig om deze vast te kunnen leggen in een schadecijfer. Wanneer er een ernstige schade is geconstateerd, maar door de omvang niet opgenomen wordt in een schadecijfer, wordt deze schade separaat weergegeven in de beheerdata en/of in een tekening. Tevens is het klein onderhoud een sturingsmechanisme met betrekking tot de kwaliteit, er kan een mate van ernst afgesproken worden waardoor alle schade onder een vastgesteld kwaliteitsniveau in beeld komt en verwerkt kan worden.

Kwaliteitsaspect

Factor die geïsoleerd van andere aspecten bepalend is voor de kwaliteit van voorzieningen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld: technische staat (de mate waarin een voorziening ‘heel’ is), verzorgingsgraad (de mate waarin een voorziening schoon is).

Kwaliteitsniveaus

Vijf schalen waarin ‘kwaliteit’ wordt uitgedrukt met behulp van een score of een te behalen doel, variërend van ‘zeer hoog’ tot ‘zeer laag’.

Kwaliteitsnorm

Objectieve maat voor ‘kwaliteit’, absoluut (bijvoorbeeld: ‘maximaal 2 stuks hondenpoep per 100 strekkende meter’) dan wel relatief (bijvoorbeeld: ‘minder dan 5% van de palen in een damwand wijkt in lijn af van de rest’).

HIOR

Handboek inrichting openbare ruimte

Norm

Waarde die een wegkenmerk minimaal moet hebben om de kwaliteit (en daarmee de veiligheid en het rijcomfort) van de weg niet in gevaar te laten komen.

Prioriteit

Volgorde in de belangrijkheid van geografiegegevens, inventarisatiegegevens en schade­beel­den. Deze wordt bepaald aan de hand van weegfactoren.

Rafeling

Schadebeeld vallende onder de schadegroep textuur dat het verdwijnen van mineraal aggre­gaat (grind, zand, steenslag) uit het verhardingsoppervlak van asfaltverhardingen beschrijft.

Reconstructie

Herinrichting van een onderdeel van de buitenruimte.

Rehabilitatie

Rehabilitatie is het terugbrengen van de voorziening in de oorspronkelijke staat aan het eind van de levensduur (geen functie wijziging). Inclusief aanpassen fundering.

Referentieniveaus

Niveau van gewenste of getoetste kwaliteit (CROW-publicatie 145)

Samenhang

Mate waarin de verhardingsmaterialen met elkaar zijn verbonden of waarin zij zijn samenge­voegd.

Schadebeeld

Bepaalde zichtbare, typerende vorm waarin schade aan een verharding aan de dag treedt.

BIJLAGE 2 BELEIDKADERS

Kaders landelijk

Besluit asbestwegen milieubeheer

Besluit bodemkwaliteit

Stelt eisen aan hergebruik van grond en bouwstoffen waaronder teerhoudend asfalt.

Bestrijdingsmiddelenwet

Burgerlijk Wetboek

Volgens het Burgerlijk Wetboek kan de wegbeheerder aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van gebreken aan de openbare weg. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

▪ Risicoaansprakelijkheid (artikel 6:174 BW): de beheerder is aansprakelijk voor gebreken aan de weg, ook als hij hiervan niet op de hoogte was.

Artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek (BW) regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is sprake van een gebrek aan de weg indien de weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en daardoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in onafhankelijk van de vraag of de wegbeheerder het gebrek kende of behoorde te kennen. Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de wegbeheerder een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep op de zogenaamde ‘tenzij clausule’. De tenzij clausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is als een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden onderbouwd.

▪ Schuldaansprakelijkheid (artikel 6:162 BW): bij schade door losse voorwerpen of substanties op de weg moet de beheerder aantoonbaar tekort zijn geschoten in zijn zorgplicht.

Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf maar van de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg), kan als praktische vuistregel gesteld worden dat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW. Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht om de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot artikel 6:174 BW geldt voor artikel 6:162 BW dat de wegbeheerder aan de aansprakelijkheid kan ontkomen door aan te tonen dat zij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie.

Gemeentewet

Artikel 16

Het college van B&W moet eens in de vier jaar een nota over onderhoud van kapitaalgoederen, inclusief de openbare ruimte, opstellen en in de begroting opnemen. Dat betekent dat onderhoudsbeleid en -prioriteiten bestuurlijk verantwoord moeten worden

CMW, Code Milieuverantwoord wegbeheer

De Code Milieuverantwoord Wegbeheer is een vrijwillige richtlijn waarin wegbeheerders zich committeren aan milieuvriendelijk wegbeheer. De richtlijn is vastgelegd in CROW-publicatie 210 en beschrijft de omgang met vrijkomend asfalt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen teerhoudend en teervrij asfalt.

CROW richtlijnen

Bevatten nationale technische en juridische kaders voor professioneel beheer.

Wegenverkeerswet 1994

De wegbeheerder (bijvoorbeeld de gemeente) moet maatregelen treffen die de verkeersveiligheid en functionaliteit waarborgen. Deze wet verplicht geen specifieke onderhoudsmaatregelen, maar legt een publieke zorgplicht op

Wegenwet (1930)

Artikel 15:

Rijk, provincie, gemeente of waterschap zijn verplicht tot onderhoud van een weg die bestemd is als openbare weg, inclusief berm of bermsloot, voor zover dat nodig is voor bruikbaarheid en instandhouding

Artikel 16:

De gemeente moet ervoor zorgen dat binnen haar gebied liggende wegen (behalve rijks- of provinciale wegen) in goede staat verkeren.

Artikel 18:

De onderhoudsplicht is vervuld wanneer een bevoegde ander (bijvoorbeeld een netbeheerder) zijn taak heeft uitgevoerd, of de weg goed onderhouden is en voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in de officiële wegenlegger.

Wet ARBO

Borgt veilige werkomstandigheden bij aanleg en onderhoud.

Wet geluidhinder

Verplicht de wegbeheerder maatregelen te nemen tegen verkeerslawaai.

Wet Milieubeheer en Bouwstoffenbesluit

De Wet milieubeheer vormt het fundament van het landelijke milieubeleid. Deze wet biedt instrumenten om milieuschade te voorkomen en te beperken. Voor de wegbeheerder zijn met name het Besluit asbestwegen milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit relevant, waarin regels zijn vastgelegd voor het omgaan met verontreinigde wegen en de toepassing van bouwstoffen in infrastructuurprojecten.

Wet natuurbescherming 2017

Het onderhoud van wegen in gebieden die onder de Wet Natuurbescherming vallen, vereist een zorgvuldige afweging van de mogelijke impact op de natuur. Bij werkzaamheden die invloed kunnen hebben op beschermde natuurgebieden of -soorten, moeten vergunningen en ontheffingen aangevraagd worden. Daarnaast moeten ecologische waarden, zoals beschermde dieren en plantensoorten, in acht worden genomen en kunnen er bepaalde periodes zijn waarin werkzaamheden niet uitgevoerd mogen worden om de natuur te beschermen.

Beleidskaders regionaal

Provinciaal verkeers- en vervoerspan (PVVP)

Regionaal is er sprake van een Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (PVVP), een beleidsdocument waarin het verkeers- en vervoersbeleid van de provincie uiteen wordt gezet. De Planwet Verkeer en Vervoer verplicht de provincies om een dergelijk plan op te stellen, in samenspraak met het rijk, de naastgelegen provincies en de gemeenten. Het PVVP is echter niet overkoepelend en bestrijkt uitsluitend de provinciale wegen.

RAS, Regionale Adaptatiestrategie

De RAS is een plan dat de gezamenlijke ambities, strategieën en opgaven van de regio Rivierenland beschrijft om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het is een onderdeel van het grotere kader van het Klimaatakkoord en het Gelders Energie Akkoord.

RES, Regionale Energie Strategie

De RES is een plan dat wordt opgesteld door de gemeente Maasdriel, samen met andere overheden, netbeheerders en maatschappelijke organisaties, om de duurzame opwekking van elektriciteit en warmte in de regio te bevorderen. Het doel is om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te halen, zoals het verminderen van CO2-uitstoot en het overschakelen op duurzame energiebronnen.

Beleidskaders Lokaal

Een globale beschrijving van het lokale beleid is meegenomen in bijlage 3 als flankerend beleid

Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) 2024

Beleidsregel uitwegen Maasdriel 2019

Beleidsplan Openbare verlichting 2015

Bestuursakkoord ‘Samen doen’2022

Groenvisie 2019

GVVP 2019 en Beleidsregel parkeren 2025

Handboek kabels en leidingen 2016

Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2025

Kernenvisie Ammerzoden, Hedel en Kerkdriel 2024

Omgevingsvisie Bommelerwaard 2022

Participatie fysieke leefomgeving Maasdriel 2023

Speelbeleidsplan 2021

Verkeerstudie Maasdriel 2025

Water- en rioleringsplan 2022-2026 incl. hemelwaterbeleid 2023

Wegenlegger

Op basis van de Wegenwet is elke gemeente in Nederland verplicht te beschikken over een wegenlegger. Een wegenlegger is een register waarin de openbare wegen staan beschreven die buiten de bebouwde kom zijn gesitueerd en toegangswegen naar het station. In de wegenlegger kan men inzien hoe lang de openbare wegen buiten de bebouwde kom zijn, van wat voor materiaal het wegdek is gemaakt, wie onderhoudsplichtig is en wat voor kunstwerken, zoals bruggen of viaducten, er in de weg zijn opgenomen.

BIJLAGE 3 FLANKEREND BELEID

Vakgebied verkeer

Gemeentelijk Verkeer en Vervoers Plan (GVVP)

In april 2019 heeft de gemeenteraad het GVVP van de gemeente Maasdriel vastgesteld. Het GVVP is vanuit een integrale visie opgesteld en is breed gedragen. Het bevat een beeld van de huidige stand van het verkeers- en vervoerssysteem, en de visie op de toekomstige mobiliteit.

Verkeersvisie en mobiliteitsplan

Uitritten

In 2019 is de beleidsregel Uitwegen Maasdriel 2019 vastgesteld, dit beleid geeft de kaders aan voor het ontsluiten van percelen. Bij de aanvraag voor een nieuwe uitrit dient de aanvrager een verzoek in voor een omgevingsvergunning via het online Omgevingsloket.

Parkeernormen

In de openbare ruimte worden de ruimtes steeds nijpender terwijl er een groei is in autogebruik. Dit betekent dat er zich meer voertuigen op de weg bevinden en er hiermee ook een parkeerdruk ontstaat om de voertuigen te kunnen herbergen.

Het doel van het parkeerbeleid en parkeernormen is om een juiste parkeerbalans op te kunnen stellen zodat bij ontwikkelingen, wijzigingen in gebruik en bij (ver-)bouwen de (parkeer)leefbaarheid gewaarborgd is.

Om dit te reguleren is in 2025 de beleidsregel parkeren vastgesteld.

Exceptionele transporten

Exceptionele transporten of uitzonderlijk vervoer is een transport van goederen dat de regelgeving qua afmetingen en/of massa niet naleeft. Indien zulk transport moet plaatsvinden dient men een vergunning aan te vragen bij het RDW (Rijksdienst wegverkeer). Het RDW doet vervolgens een voorzet richting de gemeente Maasdriel van een route welke door de gemeente beoordeeld wordt. In april 2021 is de “Beleidsregel toestemming ontheffingsverlening exceptionele transporten Maasdriel 2021” vastgesteld.

Vakgebied Groen

Deelvisie groen

De deelvisie groen is vastgesteld in augustus 2019 als vervanger van het groen en bomen beleidsplan. In de deelvisie is geformuleerd hoe men om wil gaan met groen en bomen, het bevat een integrale beschrijving op hoofdlijnen van groen beleid voor de fysieke leefomgeving, gericht op de lange termijn.

Vakgebied civieltechnische kunstwerken

Naast wegen vallen ook civieltechnische kunstwerken zoals houten/betonnen bruggen, duikerbruggen en duikers onder het wegbeheer. De komende planperiode willen we deze elementen gaan onderhouden op niveau B. Deze kunstwerken zijn in 2020 geïnventariseerd en geïnspecteerd om de omvang en kwaliteit te bepalen. Aan de hand van deze inspecties zijn inmiddels een aantal bruggen onderhouden of vervangen. Gezien de leeftijd en kwaliteit van de bruggen zullen een aantal hiervan de komende jaren groot onderhoud nodig hebben. Uit een volgende inspectie in het voorjaar van 2023 zal blijken welke bruggen de komende jaren daadwerkelijk in onderhoud komen.

Vakgebied riolering

WRP, Water en rioleringsplan

In 2017 is het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2017-2021 vastgesteld. Binnen dit plan zijn er diverse raakvlakken met het wegbeheer. Dit betreft met name het vervangen van de riolering, aansluiten van woningen en bedrijven op de bestaande riolering en het afkoppelen van verhard oppervlak. In 2021 zal een nieuw WRP vastgesteld worden voor de planperiode 2022-2026

Vakgebied kabels en leidingen

Graafvergunning

Schade door onderhoudswerkzaamheden geeft maatschappelijke overlast door uitval van nutsvoorzieningen en diensten. Dit moet tot een minimum beperkt worden. Bij de inrichting van de openbare ruimte dient men rekening te houden met de (toekomstige) aanwezigheid van kabels en leidingen in de ondergrond. De locatie van riolering en bomen (zoals boomsoort en standplaats grootte) zijn daarbij hoofdelementen. Voor toestemming aan nutsbedrijven om kabels en/of leidingen aan te brengen zal er een vergunning aangevraagd moeten worden bij de gemeente, deze zal bij goedkeuring verleend worden.

Handboek

Binnen de gemeente is er een beleid met betrekking tot de ligging van kabels en leidingen, dit is vastgelegd in het Handboek Kabels & Leidingen d.d. december 2016. Deze is opgesteld en van kracht in meerdere omliggende gemeenten. Hierin staat vermeld hoe het tracé bepaald wordt en waaraan deze moet voldoen. Ook is er een dwarsprofiel aanwezig waarin staat aangegeven wat de minimale dekking boven een bepaalde leiding of kabel moet zijn.

Degeneratievergoeding

Nadat een nutsbedrijf nieuwe kabels en/of leidingen heeft aangelegd of daaraan onderhoud heeft gepleegd, worden de verhardingen opnieuw aangebracht. Echter door inklinking van de grond en het zandbed zal de beheerder vaak de verharding opnieuw moeten onderhouden doordat deze verhardingen verzakt zijn. De gemeente Maasdriel ontvangt vanuit de nutsbedrijven een degeneratievergoeding per vierkante meter voor deze herstelwerkzaamheden.

Vervangen water en gasleidingen

Vanuit de nutsbedrijven hebben het water- en gasbedrijf de taak om de oudere gevaarlijke leidingen te vervangen. De te vervangen waterleidingen van asbestcement en gietijzeren gasleidingen zullen in grote getalen vervangen worden. De gemeente Maasdriel gaat vanuit IBOR-rekening houden met deze projecten door ze, daar waar mogelijk, integraal uit te voeren met andere projecten. Hierdoor bestaat de mogelijkheid om alle infra aan één kant van de weg te laten leggen onder een voetpad waardoor er aan de andere zijde meer ruimte is voor groenaanleg en het planten van bomen

BIJLAGE 5 AREAAL VERHARDINGEN

Asfalt

Elementen

Cementbeton

Half- / onverhard

Totaal

Functie

Lengte[m1]

Oppervlakte[m2]

Lengte[m1]

Oppervlakte [m2]

Lengte [m1]

Oppervlakte[m2]

Lengte [m1]

Oppervlakte [m2]

Lengte[m1]

Oppervlakte [m2]

Rijbaan

288.000

833.000

139.000

398.000

3.000

11.000

5.000

6.000

434.000

1.246.000

Fietspad

86.000

124.000

29.000

26.000

4.000

6.000

1.000

1.000

118.000

155.000

Voetpad

11.000

6.000

237.000

241.000

3000

1000

4.000

4.000

253.000

251.000

Parkeervlak

5.000

18.000

98.000

128.000

1000

2.000

1.000

1.000

102.000

148.000

Overige

26.000

10.000

471.000

120.000

7.000

5.000

31.000

3.000

533.000

137.000

Totaal

416.000

991.000

974.000

913.000

18.000

25.000

42.000

15.000

1.440.000

1.937.000

BIJLAGE 6 KWALITEITSBEPALING VAN VERHARDINGEN

Het bepalen van de kwaliteit van verhardingen is een noodzakelijk onderdeel binnen het wegbeheer. Het vormt de basis voor het programmeren van onderhoudsmaatregelen, het opstellen van meer jaren onderhoudsplannen (MJOP) en het verantwoorden van het onderhoudsniveau. Binnen de CROW-systematiek gebeurt dit op basis van meerdere typen gegevens:

Basisgegevens

De eerste stap is het verzamelen van objectgegevens, ook wel de basisgegevens genoemd. Hierbij gaat het om vastliggende kenmerken zoals ligging, oppervlakte type verharding (asfalt, elementen, beton), functie, oppervlakte, aanlegjaar en eerder uitgevoerde onderhoudsmaatregelen. Deze informatie vormt de referentie voor het beoordelen van technische prestaties in de tijd.

Actuele gegevens – (CROW-publicatie 146b)

Voor het vaststellen van de actuele staat van de verhardingen wordt gebruikgemaakt van visuele weginspecties zoals beschreven in CROW-publicatie 146b. Deze gegevens geven een objectieve weergave van de technische toestand van de wegvakken.

Aanvullende gegevens – specialistische metingen

Naast de reguliere visuele kunnen aanvullende metingen worden ingezet. Een veel gebruikte methode is een deflectiemeting, waarmee de draagkracht en restlevensduur van de verhardingsconstructie bepaald wordt. Andere aanvullende technieken zijn valgewichtmetingen, langs- en dwarsprofielen, stroefheidsmetingen en akoestische radar.

Technische kwaliteit

Op basis van de verzamelde gegevens wordt de technische kwaliteit vastgesteld. Dit betreft een beoordeling van constructieve eigenschappen (draagkracht, laagopbouw, slijtage) en oppervlaktekenmerken (egalisatie, schadebeelden). Deze beoordeling vormt de basis voor het bepalen of onderhoud op korte, middellange of lange termijn nodig is.

Van technische kwaliteit naar beeldkwaliteit – CROW-publicatie 380

De technische beoordeling wordt vervolgens vertaald naar een beeldkwaliteit zoals die door de gebruiker wordt ervaren. Deze vertaalslag is noodzakelijk in de communicatie met bestuurders en burgers. In CROW-publicatie 380 (Kwaliteitscatalogus openbare ruimte) zijn kwaliteitsniveaus beschreven in termen van beeldkwaliteit: bijvoorbeeld visuele schade, comfort en netheid. Zo ontstaat een integrale kijk op onderhoud: technisch onderbouwd, maar afgestemd op maatschappelijke wensen.

BIJLAGE 7 BEELDKWALITEIT

Onderhouds niveau

Beeldkwaliteit

Technische kwaliteit

Omschrijving beeldkwaliteit

Omschrijving technische kwaliteit

Relatie met wegbeheer

Risico

A+

Zeer hoog

nieuwstaat

Zeer representatieve, hoogwaardige uitstraling. Geen zichtbare gebreken of vervuiling

Geen sprake van schade als dwarsonvlakheid, spoorvorming, scheurvorming of rafeling. De weg is als nieuw; er zijn geen zichtbare reparaties.

Er is geen schade

Veilig gebruik zonder risico’s.

A

Hoog

Voldoende

Goede staat, kleine afwijkingen zijn zichtbaar maar hebben geen invloed op gebruik of esthetiek.

Er is lichte schade in de vorm van dwarsonvlakheid, spoorvorming, scheurvorming of rafeling. De weg is gebruikt, maar er zijn weinig reparaties zichtbaar

Er is enige schade maar de waarschuwinggrens is nog niet overschreden.

Veilig gebruik zonder risico’s.

B

Basis

Matig

Functioneel in orde, maar met duidelijke visuele onvolkomenheden.

Er is enige dwarsonvlakheid, spoorvorming, scheurvorming of rafeling. De waarschuwingsgrens is overschreden. Er zijn redelijk veel reparaties zichtbaar.

De waarschuwinggrens is overschreden. Er is klein ondehoud nodig of binnen 5 jaar groot onderhoud

Er is in principe nog sprake van veilig gebruik zonder risico’s.

C

Laag

Onvoldoende

Duidelijke gebreken die het gebruik of de uitstraling beïnvloeden. Onderhoud noodzakelijk.

Er is aanzienlijke schade aanwezig in de vorm van dwarsonvlakheid, spoorvorming, scheurvorming of rafeling. Er zijn veel reparaties zichtbaar. De richtlijn van de CROW is overschreden Veilig gebruik is discutabel.

De richtlijn is overschreden er is binnen 2 jaar groot onderhoud nodig

Enige mate van risico

D

Zeer laag

Achterstallig

Slechte staat, zowel esthetisch als functioneel onvoldoende. Direct ingrijpen vereist.

Er is veel ernstige dwarsonvlakheid, spoorvorming, scheurvorming of rafeling. Er zijn zeer veel reparaties zichtbaar Er is sprake van een onderhoud achterstand, direct ingrijpen is noodzakelijk

De richtlijn is meer dan één klasse overschreden er is direct groot onderhoud nodig

Er is sprake van een onderhoud achterstand, dit leidt tot onveilig gebruik en hoge mate van risico’s en kapitaalvernietiging

BIJLAGE 8 KAPITAALVERNIETIGING BIJ VERHARDINGEN

AANLEIDING

Op 3 september 2024 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden over het Beleidsplan Wegen Maasdriel 2026-2030. Naar aanleiding hiervan heeft de fractie van D66 verzocht om een nadere toelichting op het begrip kapitaalvernietiging bij het onderhoud van verhardingen.

SAMENVATTING

Kapitaalvernietiging ontstaat wanneer onderhoud aan wegen, fietspaden en voetpaden niet tijdig wordt uitgevoerd. Lichte maatregelen zijn dan niet langer afdoende waardoor ingrijpende en veel duurdere reconstructies noodzakelijk zijn. Daarnaast gaat ook een deel van de resterende levensduur verloren. Door structureel onderhoud op niveau B, basis, te handhaven, wordt kapitaalvernietiging voorkomen. Hierdoor zijn de lasten van het onderhoud beheersbaar en wordt er voldaan aan de wettelijke zorgplicht uit de Wegenwet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

ALGEMEEN

De openbare ruimte is een belangrijke factor voor fijn en veilig wonen en leven. Een prettige woon- en leefomgeving is mooi, schoon, veilig en groen. Een groot gedeelte van de openbare ruimte bestaat uit verhardingen. Deze verhardingen dragen onder andere bij aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en leefbaarheid van onze gemeente.

Zorgplicht beheer en onderhoud verhardingen.

Op grond van artikel 16 van de Wegenwet is de gemeente verantwoordelijk voor het in goede staat houden van het gehele wegenareaal, inclusief alle verhardingen en bermen. Daarmee heeft de gemeente de plicht om doelmatig beheer en onderhoud te waarborgen. De bekostiging van deze wettelijke taak vindt plaats uit de algemene middelen.

BBV

Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn gemeenten verplicht hun kapitaalgoederen doelmatig en rechtmatig te beheren. In de BBV is geregeld dat bij achterstallig onderhoud er een voorziening gevormd moet worden.

Huidige onderhoudssituatie

Het huidige onderhoudsniveau van de verhardingen in Maasdriel is niveau C, laag. Dit betekent dat de verkeersveiligheid nog net geborgd is, maar dat er een risico bestaat op afglijden naar niveau D, achterstallig onderhoud. Wanneer dit gebeurt, zijn lichte maatregelen niet langer afdoende en worden ingrijpende en veel duurdere reconstructies noodzakelijk.

DOELMATIG BEHEER EN ONDERHOUD

In het gemeentelijk beleid wordt vastgelegd welke kwaliteit van de openbare ruimte wordt nagestreefd. Het beheer en onderhoud worden vervolgens afgestemd op deze kwaliteitsdoelstellingen. De gemeenteraad stelt zowel het beleid als de bijbehorende kwaliteitsnormen vast.

Onderstaand schema geeft de cyclus van doelmatig beheer en onderhoud weer.

Figuur 1. Schematisch overzicht beheercyclus conform CROW

LEVENSCYCLUS VERHARDINGEN

Bij het bepalen van het onderhoud wordt uitgegaan van het theoretische model van de levenscyclus van verhardingen (zie figuur 2). Dit model beschrijft hoe de kwaliteit van een wegverharding na aanleg geleidelijk afneemt door gebruik en veroudering. Door tijdig klein of groot onderhoud uit te voeren, kan de kwaliteit telkens worden hersteld en de levensduur worden verlengd. Rehabilitatie vindt pas plaats wanneer regulier onderhoud niet langer doelmatig of effectief is.

Figuur 2 Theoretische levenscyclus verhardingen

De gemeente hanteert voor open verhardingen een technische levensduur van circa 60 jaar en voor asfaltverhardingen van circa 40 jaar.

KAPITAALVERNIETIGING

Definitie:

Kapitaalvernietiging is het verschil tussen de kosten van tijdig onderhoud en de (veel hogere) kosten van uitgesteld onderhoud bij verhardingen.

Richtlijnen CROW

Voor het bepalen van de technische staat van het areaal maken we gebruik van de CROW kwaliteits-normen. Hierbij worden vijf niveaus onderscheiden, variërend van zeer goed tot slecht: A+, A, B, C en D.

In figuur 3 zijn de diverse kwaliteitsnormen toegelicht.

Landelijk wordt kwaliteitsniveau D aangemerkt als achterstallig onderhoud. Volgens de systematiek van CROW is een onderhoudsachterstand nog acceptabel zolang niet meer dan 5% van het gemeentelijke areaal dit kwaliteitsniveau bereikt.

Onderhouds

niveau

Beeld

kwaliteit

Omschrijving

Onderhoud mogelijk

Voorbeelden

Indicatie Herstelkosten

per m2

A+

Zeer hoog

Zeer representatieve, hoogwaardige uitstraling. Geen zichtbare gebreken of vervuiling.

Lichte maatregelen

regulier onderhoud

Herstraten,

Dunne slijtlaag

€ 5-25

A

Hoog

Goede staat.

Kleine afwijkingen zijn zichtbaar maar hebben geen invloed op gebruik of esthetiek.

Lichte maatregelen

regulier onderhoud

Herstraten

Dunne slijtlaag

€ 5-25

B

Basis

Functioneel in orde, maar met duidelijke visuele onvolkomenheden.

Preventief onderhoud volstaat

Herstraten en aanvullen voegen.

Dunne slijtlaag

€ 25-40

C

Laag

Duidelijke gebreken die het gebruik of de uitstraling beïnvloeden. Onderhoud noodzakelijk.

Reactief onderhoud

Groot onderhoud noodzakelijk

Vervangen tegels

Nieuwe asfaltlaag.

€ 50-80

D

Zeer laag

Slechte staat, zowel esthetisch als functioneel onvoldoende. Direct ingrijpen vereist.

Reactief onderhoud

Alleen reconstructie mogelijk

Vernieuwing fundering

Volledige herinrichting

€ 100-150

Figuur 3 Theoretische levenscyclus verhardingen

Het onderscheid tussen onderhoudsniveau B en C is dat bij B sprake is proactief en preventief onderhoud, bij niveau C is dat reactief onderhoud.

Gevolgen van te laat onderhoud

Wanneer onderhoud te laat wordt uitgevoerd, vervalt de mogelijkheid om met lichte, goedkope maatregelen de kwaliteit te herstellen en zijn ingrijpende en veel duurdere reconstructies noodzakelijk. Daarnaast heeft het lagere kwaliteitsniveau ook negatieve effecten op de verkeerveiligheid, economie en milieu.

Tijdig ingrijpen met de juiste maatregel op het juiste moment is daarmee cruciaal om onder andere kapitaalvernietiging te voorkomen.

Voorbeelden van maatregel per kwaliteitsniveau

Niveau conform CROW

B

C

D

Voetpad

Herstraten

Herstraten met nieuwe materialen

Reconstructie inclusief banden en fundering

Fietspad

Dunne slijtlaag

Volledige deklaag

Reconstructie inclusief fundering

Rijbaan

Dunne deklaag

Volledige deklaag

Reconstructie inclusief fundering

VOORKOMEN KAPITAALVERNIETIGING

Het voorkomen van kapitaalvernietiging bij het onderhoud van verhardingen vraagt om een strategische en proactieve aanpak. Hierbij staan de volgende uitgangspunten centraal:

▪ Regelmatig en preventief onderhoud op basis van inspecties en reparaties ter voorkoming van toename van de schade.

▪ Een cyclisch onderhoudsprogramma dat is afgestemd op de resterende levensduur van de verhardingen.

▪ Toepassing van duurzame materialen en moderne technieken die beter bestand zijn tegen belasting en klimaatinvloeden.

▪ Afstemming met andere projecten, zoals rioolvervanging en herinrichting, om efficiëntie te vergroten en dubbel werk te voorkomen.

CONCLUSIE

Het handhaven van onderhoudsniveau B is noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Uitstel naar niveau C heeft de navolgende gevolgen:

▪ Financieel: de kosten bij uitstel worden exponentieel hoger.

▪ Technisch: verlies van bruikbare levensduur van de verharding.

▪ Juridisch: sprake van niet-doelmatig beheer van kapitaalgoederen, in strijd met de BBV.

▪ Maatschappelijk: toename van klachten, verslechtering van de verkeersveiligheid en een negatieve uitstraling op de leefomgeving.

Het huidige uitgangspunt van niveau C leidt op korte termijn tot kapitaalvernietiging door hogere investeringskosten en verminderen van de restlevensduur.

BIJLAGE 10 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN

Ten behoeve van de financiële doorrekening zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gehanteerd.

Algemeen

Aspect

Uitgangspunt

Startjaar

2026

Beschouwde periode

5

Prijspeil

December 2024

Rente, inflatie en BTW

Aspect

Uitgangspunt

Rente op schulden

1,5 %

Rentetoerekening

1jaar na oplevering werken

Rente op tegoeden

0%

Indexering

Nee

BTW

21%

Vervangingen/rehabilitatie

Aandachtspunt

Uitgangspunt

Aanlegjaar/leeftijd

Informatie in beheersysteem

Kwaliteit

Informatie in beheersysteem

Prijspeil eenheidsprijzen

December 2024

Eenheidsprijzen planperiode

Eenheidsprijzen gemeente Maasdriel

Afschrijven

Afschrijvingsmethode bij activatie

Lineair

Afschrijftermijnen

Object

Theoretische technische levensduur [Jaar]

Financiële afschrijvingstermijn [Jaar]

Klein onderhoud

0

Groot onderhoud

0

Levensduur verlengend onderhoud

20

20

Rehabilitatie

50

50

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.