Gemeentelijke regelgeving

VTH-beleid gemeente Losser 2025-2028

Gemeente Losser · geldt sinds 3 april 2025

1. Inleiding

1.3 Uitgangspunten

1.3.1 Kwaliteit en dienstverleningsprincipes

We zetten in op het continue verbeteren van de kwaliteit van onze producten, processen, diensten en organisatie. We hanteren daarbij de Losserse kwaliteitsverordening (Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht) als uitgangspunt. Deze verordening richt zich op het waarborgen van een goede kwaliteit van onze VTH-taken binnen het Omgevingsrecht. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per

1januari 2024 maakt dat we het een en ander op een andere manier moeten doen. Landelijk zijn er dienstverleningsprincipes benoemd die voor deze andere manier van werken centraal staan. Deze dienstverleningsprincipes vormen richtlijnen voor de gewenste klantbeleving.

Figuur 2: De landelijke dienstverleningsprincipes

Met onze kwaliteit van dienstverlening willen we een positieve bijdrage leveren aan het leefplezier en het leefgemak van onze inwoners en ondernemers. Dit doen we door te werken vanuit de bedoeling, wat betekent dat we aansluiten bij vragen en behoeften van inwoners en ondernemers. We gaan open het gesprek aan, we luisteren, stellen vragen en we denken in mogelijkheden, waarbij we rekening houden met onze rol en het algemeen belang. Met onze Losserse visie op de dienstverlening “betrouwbaar en dichtbij” sluiten we aan op de dienstverleningsprincipes die horen bij de Omgevingswet.

1.3.2 Risicogestuurd werken

Een belangrijk uitgangspunt van dit beleidsplan is risicogestuurd werken. Daarmee leggen we de focus waar de risico’s het hoogst en/of de effecten het grootst zijn. Door risicogestuurd te werken richten we ons voornamelijk op de meest risicovolle en prioritaire zaken. Uitgangspunt is dat we de dingen doen die er echt toe doen. We beschikken niet over de capaciteit om alles te doen. Daarom moeten we keuzes maken. Door risicogestuurd te werken, zetten we de beschikbare capaciteit daar in waar de problemen en risico’s het grootst zijn. Zo dragen we bij aan het beschermen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.

1.3.3 Informatie- en datagedreven werken

Data wordt steeds belangrijker in de samenleving. Als overheidsorgaan beschikken wij over veel data, zowel gemeentelijke data als open data. De afgelopen jaren is de hoeveelheid aan data enorm toegenomen. Gemeente Losser heeft de ambitie om zich de komende jaren verder te ontwikkelen tot een datagedreven organisatie. Zo kunnen we maatschappelijke opgaven vanuit een datagestuurde aanpak analyseren, zodat we met behulp van data (beleid)keuzes kunnen onderbouwen, verbeteren en monitoren.

Voor de uitvoering van onze VTH-taken is het essentieel dat we data uit systemen kunnen halen en onze medewerkers beschikken over de kennis om effectief met data te werken. De komende jaren zetten we als organisatie in op het worden van een datagedreven organisatie, zodat we:

▪ onze beleidskeuzes beter en objectiever onderbouwen;

▪ de voortgang van de uitvoering monitoren;

▪ duidelijke en meetbare doelen stellen;

▪ negatieve trends op tijd om te buigen;

▪ effecten van beleid voortijdig in beeld brengen.

5. Strategieën

5.2 Vergunningenstrategie

5.2.1 Casemanagement

Binnen de vergunningverlening hebben wij de taak om verschillende belangen vanuit verschillende disciplines te coördineren. In lijn met de Omgevingswet hanteert de gemeente Losser hierbij het principe “ja, mits…”. Onder de Wabo werkten we al met casemanagers. Bij elke aanvraag krijgt de initiatiefnemer een casemanager toegewezen. De initiatiefnemer beschikt hierdoor over één vast aanspreekpunt. Deze lijn zetten wij onder de Omgevingswet door. De casemanager krijgt vanuit de betrokken disciplines adviezen aangereikt die toezien op het integrale karakter van de omgevingsvergunning. De casemanager voert in ieder geval de volgende taken uit:

▪ Is centraal aanspreekpunt voor de aanvrager;

▪ Toetsen van het verzoek of aanvraag op volledigheid, indieningsvereisten en dwarsverbanden;

▪ Bewaken van de procesvoortgang, integraliteit en voortgang van de aanvraag;

▪ Heeft oog voor relevante omgevingsfactoren en politieke of bestuurlijke gevoeligheid;

▪ Heeft een signalerende rol om ondermijning te voorkomen;

▪ Schakelt vakdisciplines in en wanneer nodig externe partijen/adviseurs;

▪ Waakt voor tegenstrijdige besluiten en zorgt voor samenhang in de besluitvorming;

▪ Stelt het besluit op en zorgt dat deze gereed is voor verzending aan de aanvrager;

▪ Is scherp op de mogelijkheden om processen en systemen aan te passen en te verbeteren. Dit om een optimale dienstverlening te kunnen blijven bieden.

5.2.2 Sturen op conceptverzoek

In lijn met de Omgevingswet benadrukken we initiatiefnemers op de voordelen van het indienen van een conceptverzoek. Het conceptverzoek is bedoeld om sneller duidelijkheid te krijgen over de haalbaarheid van een plan. Het voordeel is dat we met de initiatiefnemer kunnen meekijken of de juiste informatie is aangeleverd waarmee wij een beslissing kunnen nemen over het initiatief. Dit voorkomt onnodige vertraging bij een daadwerkelijke vergunningaanvraag. Een conceptverzoek heeft geen juridische status. Dit betekent dat we het proces voor de behandeling van een vooroverleg relatief vormvrij kunnen vormgeven. Het conceptverzoek past binnen onze visie op de dienstverlening waarbij we nieuwe ontwikkelingen bij voorkeur samen oppakken met de samenleving en waarbij we ons faciliterend opstellen.

Overigens is het niet voor elke activiteit mogelijk om een conceptverzoek aan te vragen. Bij de gemeente Losser kan een conceptverzoek worden ingediend voor een reguliere omgevingsvergunning, de uitgebreide omgevingsvergunning en bij maatwerkvoorschriften.

Het indienen van een complete aanvraag is de verantwoordelijkheid van de aanvrager. We sturen op het indienen van een conceptverzoek vanwege de voordelen voor de aanvrager, maar ook omdat we zelf uiteindelijk gebaat zijn bij een volledige en complete aanvraag. Onze ervaring is dat het regelmatig voorkomt dat een aanvraag niet volledig is, en dat we om aanvullende documenten of onderzoeken moeten vragen. Dit zorgt voor vertraging in het vergunningverleningsproces. Door eerst een conceptverzoek aan te vragen, draagt dit bij aan een beter geïnformeerde, efficiëntere aanvraag en samenwerking. En dit bespaart uiteindelijk tijd en kosten.

5.2.3 Onderscheid vier typen vergunningen

In de vergunningverlening onderscheiden we vier typen vergunningen die in het schema hieronder schematisch worden weergegeven.

In het schema worden twee assen weergegeven. De eerste as geeft de technisch-inhoudelijke complexiteit van de activiteit weer. Wanneer de technische complexiteit van de situatie laag is, richten we ons vooral op standaardvoorschriften. Specifieke voorschriften zijn dan minder belangrijk. Omgekeerd ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften als de technisch-inhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of omgeving) groot is.

Is een aanvraag technisch-inhoudelijk complex, dan vindt meer afstemming plaats. We hanteren een vier-ogen principe, en de motivering is uitgebreider. Mogelijk vragen we extern advies.

De tweede as geeft de sociaal-maatschappelijke complexiteit weer. Wanneer de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de omgeving gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning rechttoe rechtaan zijn. Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de omgeving daarentegen groot is, ligt het proces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatiefnemer en diens voorgeschiedenis, het economisch belang of belangenorganisaties die zich roeren.

Is een aanvraag sociaal-maatschappelijk complex, dan vindt meer ambtelijke en/of bestuurlijke afstemming plaats. We hanteren een vier-ogen principe, en de motivering is uitgebreider. Ook hebben we meer contact met de initiatiefnemer en omgeving en vragen we mogelijk om extern advies. Kortom, een sociaal-maatschappelijke complexe aanvraag vraagt om meer participatie.

In combinatie met de technisch-inhoudelijke complexiteit en de sociaal-maatschappelijke complexiteit leidt dit tot vier typen vergunningen:

1Vergunning eenvoudig

Zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk is de aanvraag niet complex. Dit betekent dat de casemanager de vergunning zelfstandig kan behandelen, waarbij de vergunning met name zal zijn opgebouwd uit standaardvoorschriften.

2Vergunning eenvoudig +

Technisch-inhoudelijk zit de vergunning niet complex in elkaar, maar de sociaal-maatschappelijke impact is daarentegen groot. Dit betekent dat de vergunning hoofdzakelijk bestaat uit standaardvoorschriften, maar door de grote sociaal-maatschappelijk impact moet er extra aandacht zijn voor een zorgvuldige afstemming tussen samenwerkingspartners, het bestuur, initiatiefnemer en eventueel belanghebbenden (participatie).

3Vergunning specifiek

De situatie waarop de aanvraag ziet is technisch-inhoudelijk complex, maar daarentegen is de sociaal-maatschappelijke impact klein. De casemanager kan de vergunning zelfstandig voorbereiden. Door de technisch-inhoudelijke complexiteit bestaat de vergunning voornamelijk uit specifieke voorschriften.

4Vergunning specifiek +

Zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk betreft het een complexe aanvraag. Dit betekent dat de vergunning met name bestaat uit specifieke voorschriften. Door de grote sociaal-maatschappelijk impact is er ook extra aandacht voor een zorgvuldige afstemming tussen samenwerkingspartners, het bestuur, initiatiefnemer en eventueel belanghebbenden (participatie).

5.2.4 Van aanvraag tot vergunning

Het vergunningenproces onder de Omgevingswet sluit zoveel mogelijk aan bij de Awb. Op grond van de Awb kennen we twee typen voorbereidingsprocedures: de reguliere voorbereidingsprocedure en de uitgebreide voorbereidingsprocedure.

De reguliere voorbereidingsprocedure is het uitgangspunt onder de Omgevingswet. Hierbij is de beslistermijn 8 weken. Daarna is er nog de mogelijkheid tot bezwaar en beroep. De beslistermijn kan door de gemeente gemotiveerd worden verlengd met 6 weken (artikel 16.64, lid 2 Omgevingswet). De uitgebreide voorbereidingsprocedure is de uitzondering. Daarbij geldt een beslistermijn van 6 maanden. Er wordt toegewerkt naar een ontwerpbesluit dat ter inzage wordt gelegd en waarover de mogelijkheid bestaat tot het indienen van zienswijzen. Na de definitieve besluitvorming is beroep bij de rechtbank mogelijk.

De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing als dat in de Omgevingswet is bepaald en in die gevallen zoals bepaald in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit.

5.3 Toezichtstrategie

5.3.1 Verschillende soorten van toezicht

In ons werk onderscheiden we negen soorten van toezicht, die we hieronder uitlichten.

1Toezicht bij oplevering (bouwtoezicht)

2Periodiek toezicht

3Thematisch toezicht

4Gebiedsgericht toezicht

5Toezicht na klachten en meldingen

6Administratief toezicht

7Vrije veld toezicht

8Toezicht tijdens lopende handhavingsprocedures

9Multidisciplinaire integrale actie (MIA)

1.Toezicht bij oplevering (bouwtoezicht) en evenementen

Toezicht bij oplevering voeren we uit als gevolg van het afgeven van een omgevingsvergunning, evenementenvergunning of het accepteren van een melding voor nieuwe activiteiten of wijzigingen daarvan. Het gaat hier om een controle, waarbij we nagaan of aan de voorschriften en eisen wordt voldaan, zoals opgenomen in de vergunning en/of regelgeving. Ook kan er sprake zijn van een nieuwe of andere situatie, die extra aandacht vraagt voor de uitvoering of aanwezigheid van voorgeschreven voorzieningen en bekendheid met de regels. Deze controle levert een goed beeld op van hoe het gesteld is met de naleving van regelgeving en kan dan ook van invloed zijn op de frequentie waarmee we in de toekomst toezicht uitoefenen.

Bij evenementen controleren we tijdens of voorafgaand het evenement. We noemen deze controle ook wel de schouw. Het doel is om de veiligheid van bezoekers en de naleving van wet- en regelgeving te waarborgen. Dit kan betrekking hebben op aspecten zoals vergunningen, brandveiligheid, sanitaire voorzieningen, verkeersbeveiliging, geluidsnormen, en medische zorg. Toezichthouders kunnen ter plaatse aanwezig zijn om te controleren of het evenement veilig verloopt en of de regels worden nageleefd.

2.Periodiek toezicht

Bij periodiek toezicht is er sprake van geplande controles, waarbij een bedrijf of activiteit aan de hand van voorschriften uit een vergunning of ontheffing, dan wel geldende wet- en regelgeving wordt bekeken. Dit type toezicht vindt plaats op vaste momenten, bijvoorbeeld jaarlijks of volgens een ander vastgestelde tijdsfrequentie. Het doel is om te controleren of een organisatie, bedrijf of instelling doorlopend voldoet aan de relevante wet- en regelgeving.

3.Thematisch toezicht

Bij thematisch toezicht richten we ons op specifieke thema’s of onderwerpen die op dat moment relevant zijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan over specifieke risico's of actuele ontwikkelingen, zoals energie en duurzaamheid, of als hierover een besluit komt van een hogere overheid waar wij als gemeente uitvoering aan moeten geven (bijvoorbeeld rond het toezicht op brandbare gevels). Het doel is om gericht te onderzoeken of er binnen het specifieke thema normen of regels worden nageleefd. Vaak vallen dit soort controles binnen een project waarvoor een projectplan wordt geschreven.

4.Gebiedsgericht toezicht

Gebiedsgericht toezicht is gericht op een bepaald geografisch gebied. Dit kan bijvoorbeeld een wijk, regio of specifieke activiteit zijn. Het toezicht richt zich niet alleen op specifieke bedrijven of instellingen, maar op het totaalbeeld van een bepaald gebied. Dit kan helpen bij het aanpakken van bredere problematiek, zoals overlast, milieuvervuiling of integrale veiligheidsvraagstukken in een regio.

5.Toezicht na meldingen

Dit type toezicht wordt ingezet na ontvangst van meldingen van een mogelijke illegale situatie of incident. Als er vermoedens zijn van overtredingen of incidenten, onderzoeken we of de melding klopt en of maatregelen nodig zijn. Dit kan zowel administratief als fysiek toezicht inhouden en kan leiden tot het nemen van handhavingsmaatregelen. Door actief te reageren op klachten en meldingen, deze snel in behandeling te nemen en de resultaten terug te koppelen, zien wij deze vorm van toezicht als een interactieve en dienstverlenende vorm van toezicht die uitstekend past binnen onze Dienstverleningsvisie. Het is een manier om contact te houden met onze inwoners en ondernemers, te blijven weten wat er speelt en de manier voor inwoners en ondernemers om zaken die hen dwarszitten in te brengen.

Adequaat toezicht op klachten en meldingen draagt - meer dan andere typen van toezicht - bij aan maatschappelijk draagvlak voor bestuur en de uitvoerende organisatie. In beginsel pakken we alle meldingen op. Mocht op gegeven moment blijken dat we niet aan de behandeling van alle meldingen toekomen, dan geven we prioriteit aan meldingen die gaan over:

▪ Levensbedreigende situaties;

▪ Constructieve veiligheid;

▪ Brandveiligheid;

▪ Omgevingsveiligheid.

6.Administratief toezicht

Administratief toezicht is een vorm van toezicht die ook wel de controle ‘van achter het bureau’ genoemd wordt. Een administratieve controle richt zich op de juiste registratie van wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld het controleren of aan keurings- of certificeringsverplichtingen is voldaan. Zo nodig kunnen we ook een controle ter plaatse uitvoeren. In de meeste gevallen wordt administratief toezicht naast een andere vorm van toezicht ingezet.

7.Vrije veld toezicht

Dit is een meer informele vorm van toezicht, waarbij de toezichthouder zonder dat er een bepaalde aanleiding is, toezicht gaat houden. Deze vorm van toezicht passen we enkel toe als we voor een andere vorm van toezicht op pad gaan.

8.Toezicht tijdens lopende handhavingsprocedures

Wanneer al een handhavingsprocedure opgestart is, kan toezicht worden uitgevoerd om te monitoren of de situatie verbetert en of de overtreder zijn of haar verplichtingen nakomt. Dit toezicht zetten we in om de voortgang van de procedures te bewaken, en om te zorgen dat daadwerkelijk maatregelen worden genomen om de illegale situatie op te heffen. Deze vorm van toezicht doen we na een vooraanschrijving, een opgelegde last onder dwangsom of last onder bestuursdwang, na het intrekken van een vergunning of als gevolg van een gedoogbrief.

9.Multidisciplinaire integrale actie (MIA)

Een MIA houdt in dat meerdere ketenpartners (politie, brandweer, NVWA, douane, enzovoort) samenwerken om een breder scala aan kwesties in één keer aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld het combineren van milieu-, bouw- en veiligheidscontrole in één (onaangekondigde) actie zijn. Het voordeel van een multidisciplinaire aanpak is dat meerdere invalshoeken worden meegenomen en er sneller en effectiever kan worden ingegrepen bij complexe problemen die verschillende wet- en regelgevingen overschrijden.

7. Borging en uitvoering

7.3 Monitoring en bijsturing

7.3.1 VTH Uitvoeringsprogramma en jaarverslag

Jaarlijks maken wij een uitvoeringsprogramma en jaarverslag als onderdeel van een sluitende BIG-8. In het uitvoeringsprogramma dat het college vaststelt, beschrijven we op welke (kwaliteits-)doelen we het jaar daarop gaan inzetten en hoe we dat monitoren. In het jaarverslag omschrijven we vervolgens in hoeverre we hebben gewerkt aan de (kwaliteits-)doelen en de daarbij horen indicatoren en streefwaarden.

De monitoring van ons beleid vindt jaarlijks plaats bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag. Om de monitoring zo goed mogelijk vorm te geven, haken we zoveel mogelijk aan bij het Datagedreven werken binnen de gemeente Losser. Dit vraagt om het maken van goede afspraken over bijvoorbeeld de registratie van informatie en gegevens. Voor de monitoring van ons VTH-beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag, richten we een dashboard in die actuele informatie en inzichten geeft ten aanzien van de VTH-processen.

Het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag sturen we na vaststelling door het college naar het IBT van de provincie. De gemeenteraad ontvangt het uitvoeringsprogramma en jaarverslag ter kennisname.

Bijlage 1 Risicoanalyse

Risicoanalyse (nieuw)bouw

Risicoanalyse gebruik omgeving

Bijlage 2 Kwaliteitsdoelen

Doelen Kwaliteitsverordening

Beleidsdoel

Indicator

Streefwaarde

Eventuele toelichting

Dienstverlening

Bereikbaarheid voor calamiteiten

24/7

100%

We houden bij of er calamiteiten zijn geweest en in hoeverre we bereikbaar waren.

Team PVH is bereikbaar voor vragen over vergunningen, toezicht en handhaving

We zijn bereikbaar op werkdagen tussen 8:30 – 12:30

100%

Tussen 8:30 – 12:30 is altijd iemand van administratie PVH aanwezig om de telefoon aan te nemen en vragen te beantwoorden, dan wel door te verbinden.

Tijdige afhandeling van aanvragen

Aanvragen om omgevingsvergunningen en meldingen handelen we binnen de (wettelijke) termijn af.

Minstens 95%

In Centric Leefomgeving hebben we inzichtelijk in hoeveel gevallen wij omgevingsvergunningen en meldingen buiten de (wettelijke) termijn afhandelen.

Het aantal omgevingsvergunning aanvragen waarin de beslistermijn wordt verlengd.

Maximaal 33,3%

In Centric Leefomgeving leggen we het aantal verleende omgevingsvergunningen langs het aantal brieven waarin we de termijn voor het nemen van een beslissing, verlengen.

Goede, gezonde dienstverlening

Het aantal gegronde klachten over hoe wij ons werk verrichten.

0%

Jaarlijks wordt er een jaarverslag klachtenbehandeling opgesteld. Daarin is ook een overzicht opgenomen van alle klachten die bij de klachtenfunctionaris binnen zijn gekomen en in behandeling zijn genomen. Uit dit jaarverslag halen we de benodigde data.

Uitvoeringskwaliteit

Naleefgedrag verbeteren: de overtreding beëindigd bij hercontrole toezicht

Percentage waarin bij de hercontrole van toezichtszaken de overtreding is beëindigd

Minstens 25%

In Centric Leefomgeving vergelijken we het aantal zaken waarin een hercontrole plaatsvindt met het aantal zaken waarin juridische opvolging is geweest op basis van de LHSO (waarschuwing of voornemen tot handhaving).

We hanteren de LHSO

Het aantal keren dat gemotiveerd wordt afgeweken van de LHSO.

Maximaal 5%

De juristen houden zelf een werklijst bij die zij wekelijks met de portefeuillehouder handhaving bespreken. Op basis van die werklijst hebben wij inzichtelijk in hoeveel gevallen wij gemotiveerd afwijken van de LHSO.

Bij bezwaar is het bezwaar ongegrond

Het aantal bezwaarzaken dat heeft geresulteerd in een ongegrond bezwaar.

Minstens 85%

Deze data halen we jaarlijks uit het jaarverslag van de commissie bezwaarschriften

Bij beroep/hoger beroep is het beroep/hoger beroep ongegrond

Het aantal beroep/hoger beroep zaken dat heeft geresulteerd in een ongegrond beroep/hoger beroep.

Minstens 90%

Deze data halen we uit ons zaaksysteem Centric Leefomgeving.

Financiën

We heffen indien mogelijk leges die kostendekkend zijn

Vastgestelde legesverordening

100%

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.