Gemeentelijke regelgeving

Verordening Burgerinitiatief Losser 2005

Gemeente Losser · geldt sinds 15 juni 2005

Aanhef

De raad van de gemeente Losser;

Gezien het voorstel van 20 april 2005 van de werkgroep Burgerinitiatief;

BESLUIT:

vast te stellen de Verordening Burgerinitiatief Losser 2005

Artikel 1

1In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de betreffende raadscommissie.

2Nadat een burgerinitiatiefvoorstel is behandeld in een commissievergadering wordt het op de agenda van de raadsvergadering geplaatst, met daarbij het advies van de raadscommissie over het initiatiefvoorstel.

Artikel 2

1Een burgerinitiatiefvoorstel wordt op de agenda van de betreffende raadscommissie geplaatst, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend.

2Ongeldig is het verzoek dat:

a.niet wordt ondersteund door ten minste 10 initiatiefgerechtigden

b.een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of

c.niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.

Artikel 3

1Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, alsmede ingezetenen van de gemeente van veertien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad.

2Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend.

Artikel 4

Een burgerinitiatiefvoorstel kan geen betrekking hebben op:

1een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;

2een vraag over het gemeentelijk beleid en/of de uitvoering ervan;

3voorstellen die een wijziging in beleid betreffen dat al in een ver gevorderd stadium van ontwikkeling is of al in uitvoering is;

4een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een

gedraging van het gemeentebestuur;

5een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur; 6. een voorstel waarover al eerder door de raad een besluit is genomen in dezelfde

raadsperiode en waarbij zich geen nieuwe feiten hebben voorgedaan;

7voorstellen die privé-belangen betreffen en daarmee niet in het belang zijn van buurt, wijk, dorp of stad, of

8voorstellen die expliciet nadeel of schade opleveren voor specifieke bewonersgroepen.

Artikel 5

1Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raadscommissie wordt schriftelijk ingediend bij de raadsgriffier.

2Het verzoek bevat ten minste:

a.een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel;

b.een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;

c.de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en

d.een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en

handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.

3Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van een standaardformulier burgerinitiatieven.

Artikel 6

1De raadscommissie beslist in een volgende vergadering na de datum van indiening van het burgerinitiatiefvoorstel of het op de agenda van de vergadering van een volgende commissie wordt geplaatst, met dien verstande dat tenminste twee weken zijn gelegen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatiefvoorstel en de dag van de vergadering waarin de commissie beslist of het voorstel op de agenda van de commissie wordt geplaatst.

2Indien de commissie agendering van het voorstel afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a moet de commissie het voorstel doorzenden aan burgemeester en wethouders indien het een onderwerp betreft waarover het college beslissingsbevoegdheid heeft. Dit moet ook worden medegedeeld aan de indiener van het voorstel.

3Indien de commissie agendering van het burgerinitiatiefvoorstel toewijst, dan agendeert zij het voor de eerstvolgende vergadering van de commissie.

4De raadsgriffier nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten.

5De commissie kan tijdens de vergadering waarin het burgerinitiatiefvoorstel geagendeerd is, besluiten dat nader onderzoek vereist is alvorens door de raad een besluit kan worden genomen over het burgerinitiatiefvoorstel.

6Na inhoudelijke behandeling van een burgerinitiatiefvoorstel in een commissievergadering, dient het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst te worden.

7Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.

8Voorafgaand aan de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.

Artikel 7

De burgemeester brengt over elk jaar een verslag uit in het burgerjaarverslag over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.

Artikel 8

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Burgerinitiatief Losser 2005”

Artikel 9

Deze verordening treedt de dag van bekendmaking in werking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.