Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Losser;
Vanwege de urgentie van het voorkomen van blootstelling voor mens en milieu van te hoge concentraties aan poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) in de bodem heeft de landelijke overleid vorig jaar landelijk een tijdelijke normering voor PFAS vastgesteld.
Gelet op het ontbreken van PFAS in de het regionale bodemkwaliteitskaart is het noodzakelijk geacht deze stof na het bepalen van de aanwezigheid van deze stof in de Twentse bodem (de achtergrondwaarden) toe te voegen aan de regionale bodemkwaliteitskaart.
De bodemkwaliteitskaart en de beleidsnotitie voor PFAS zijn opgesteld binnen dezelfde kaders als de bestaande bodemkwaliteitskaart en nota bodembeer. Daarom is het college bevoegd volgens artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit om deze kaart en notitie vast te stellen.
BESLUIT:
1De bodemkwaliteitskaart PFAS en de bijbehorende notitie beleidsregels PFAS vast te stellen
2Dit besluit in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.
Losser, 7 juli 2020
Het college van burgemeester en wethouders van Losser,
secretaris,
drs. J. van Dam
burgemeester,
ir.C.A.M. Kroon
Bezwaar
Tegen dit besluit kan men schriftelijk bezwaar maken bij het college van burgemeester en wethouders, Postbus 90, 7580 AB Losser. Dit bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en bevat tenminste:
-uw naam en adres;
-de dagtekening;
-een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift moet zijn ingediend binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt.
Beleidsregels PFAS regiogemeenten Twente
2 Beschrijving bodemkwaliteit PFAS
2.1 Regiogemeenten Twente
De algemene bodemkwaliteit ten aanzien van PFAS is beschreven in de bodemkwaliteitskaart PFAS (Twente bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw, projectnummer 1272743, 20 mei 2020). Voor de bodemkwaliteitskaart PFAS is dezelfde zonering aangehouden als de regionale bodemkwaliteitskaart uit 2018. Zo kan de bodemkwaliteitskaart PFAS eenvoudig als aanvulling op de bestaande bodemkwaliteitskaart worden gehanteerd.
Er is één wijziging in de zonering. In de bodemkwaliteitskaart voor de genormeerde stoffen (2018) is de ondergrond van de zones AW2000 en Wonen gecombineerd in één zone. Dit is voor de PFAS-bodemkwaliteitskaart niet het geval.
De zones zijn gekwalificeerd aan de hand van de 80-percentielwaarden (het gehalte waar 80 % van de waarnemingen onder ligt). Deze waarde is ook gebruikt in de bodemkwaliteitskaart voor de genormeerde stoffen. Als deze 80-percentielwaarden (P80) worden getoetst aan de voorlopige nomen uit het THK dan ontstaat de classificering zoals is opgenomen in tabel 2.1. Hierbij is er verschil te zien in de kwaliteit, maar de maximale toepassingsnormen worden in geen van de zones overschreden. Belangrijk is te realiseren dat er getoetst wordt aan voorlopige normen. Naar verwachting worden eind 2020 definitieve normen voor PFAS vastgesteld. De classificering kan dan nog wijzigen.
Tabel 2.1 P80 voor som PFOS, som PFOA en overige PFAS
In tabel 2.1 (laatste kolom) is voor de volledigheid ook de classificering op basis van de genormeerde parameters opgenomen (Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen + Bos, projectcode ES349-1, 23 maart 2018).
De kaart is opgesteld tot een diepte van 2,0 m-mv. Omdat er dieper dan 2,0 m -mv geen hogere gehalten aan PFAS te verwachten zijn wordt de kwaliteit van de ondergrond voor PFAS ook representatief geacht voor de diepere ondergrond beneden 2,0 m -mv. Dit met uitzondering van de verdachte locaties.
De bodemkwaliteitskaarten PFAS zijn opgenomen in bijlage 2.
2.2 Zandvangers waterschap Vechtstromen
De zandvangers van het waterschap Vechtstromen zijn steekproefsgewijs onderzocht, omdat deze ook zijn opgenomen in de bodemkwaliteitskaart uit 2018. Uit het onderzoek blijkt dat bij twee van 40 zandvangers gehalten boven de maximale toepassingsnorm zijn aangetroffen. In 37 zandvangers liggen de gehalten beneden de voorlopige achtergrondwaarden. De aangetroffen kwaliteit ten aanzien van PFAS is echter slechts een momentopname. Vanwege de mobiliteit van PFAS en het grote hechtingsvermogen van baggerspecie kan de kwaliteit variëren. De werkwijze van de bodemkwaliteitskaart voor PFAS leent zich dan ook minder goed voor de kwalificatie van zandvangers. Voorgaande constatering heeft geleid tot aanvullende maatregelen voor de toepassing van vrijkomend materiaal uit deze zandvangers (zie paragraaf 5).