Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser houdende regels omtrent standplaatsen Nota standplaatsen gemeente Losser

Gemeente Losser · geldt sinds 8 juni 2018

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:

a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser;

b.incidentele standplaats: geen vaste locaties en gedurende een beperkte tijd;

c.seizoensgebonden standplaatsen: tijdelijke standplaats waar seizoensgebonden producten worden verkocht, zoals ijs, oliebollen en kerstbomen;

d.standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;

e.standplaatslocatie: door het college aangewezen stuk grond waarop een standplaats mag worden ingenomen;

f.terras: de oppervlakte die voor en ter breedte of bij de standplaats wordt ingenomen met de plaatsing van meubilair;

g.vaste standplaats: vaste locatie die door verschillende vergunninghouders gedurende één of meerdere dag(del)en per week wordt ingenomen;

h.vergunninghouder: degene die in het bezit is van de standplaatsvergunning;

i.APV: Algemene plaatselijke verordening gemeente Losser;

Hoofdstuk 2 Aanvraag van de vergunning

Artikel 2.1 Aanvraag

1Voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning komt uitsluitend in aanmerkingen een natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag via het aanvraagformulier van de gemeente heeft ingediend bij het college.

2De aanvraag om een standplaatsvergunning bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten:

a.naam, adres en woonplaats;

b.de locatie die ingenomen wordt inclusief locatiekaart;

c.de periode en dag van voorkeur dat de standplaats ingenomen wordt;

d.het doel van inname van de standplaats;

e.een omschrijving van het fysieke hulpmiddel en de afmetingen daarvan;

f.een uittreksel van de kamer van koophandel, niet ouder dan zes maanden;

g.indien van toepassing, een verklaring van de eigenaar van de betreffende grond, waarin toestemming wordt gegeven voor het gebruik van particuliere grond.

Artikel 2.2 Weigeringsgronden

De standplaatsvergunning kan door het college van burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 1:8 en 5:18 APV worden geweigerd;

1wegens strijd met een geldend bestemmingsplan;

2in het belang van:

a.de openbare orde;

b.de openbare veiligheid;

c.de volksgezondheid;

d.de bescherming van het milieu;

3indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;

4indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Hoofdstuk 3 Vaste standplaatsen

Artikel 3.1 Aanwijzingen, aantal en branchering vaste standplaatslocaties

1Als locaties waar vaste standplaatsen kunnen worden ingenomen worden aangewezen:

Kern

Locatie

Branchering

Maximum aantal standplaatsen per dag

Losser (kern)

In kernwinkelgebied centrum (zie bijlage 1)

-

2

Overdinkel

Parkeerterrein bij de supermarkt aan de Hoofdstraat (Plus), trottoir nabij Hoofdstraat 234 en terrein Kulturhus (zie bijlage 1)

-

2

De Lutte

Parkeerterrein bij de R.K. kerk aan de Plechelmusstraat (zie bijlage 1)

Uitsluitend kebab en

shoarma, Vietnamese

loempia’s en

verwante artikelen,

textiel, bloemen en

planten of

gebakken vis en

verwante artikelen

1

Glane

Binnen de bebouwde kom, exacte locatie nader te bepalen

-

1

Beuningen

Binnen de bebouwde kom, exacte locatie nader te bepalen

-

1

2Het college behoudt het recht ingevolge bijzondere omstandigheden en/of onverwachte situaties van de aangewezen locaties af te wijken.

3In bijlage 1 zijn voor zover van toepassing locatiekaarten opgenomen voor de locaties van de standplaatsen.

Artikel 3.2 Dagen en tijden in te nemen vaste standplaats

1Het innemen van standplaatsen is slechts toegestaan tussen 08.00 – 19.00 uur.

2In afwijking van artikel 3.1 wordt in de kernen waar een weekmarkt plaatsvindt geen vaste standplaats vergund gedurende de weekmarkt.

Artikel 3.3 Geldigheidsduur vergunning voor een vaste standplaats

1Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor maximaal 3 jaar verleend, danwel voor een kortere periode indien hierom wordt gevraagd;

Artikel 3.4 Voorschriften en beperkingen verbonden aan een vaste standplaatsvergunning

1Met betrekking tot de verlening van een standplaatsvergunning kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden verbonden aan een vaste standplaatsvergunning.

Hoofdstuk 4 Incidentele en seizoensgebonden standplaatsen

Artikel 4.1 Incidentele standplaatsen

1Voor incidentele standplaatsen wordt een vergunning verleend op een door het college van burgemeester en wethouders akkoord bevonden locatie voor een maximale periode van 2 maanden per jaar;

2Voor een incidentele standplaats komen in aanmerking:

a.Verenigingen met een ideële of politieke grondslag;

b.Instellingen die voorlichting geven en preventiewerk verrichten op het gebied van de volksgezondheid;

c.Activiteiten die de veiligheid van personen en goederen bevorderen;

d.Promotionele doeleinden ter promotie van een (nieuw) product, zoals bijvoorbeeld mobiele telefonie, tv enzovoorts.

e.Ten opzichte van artikel 4.1 sub 2, a tot en met d naar aard gelijk te stellen standplaatsen;

3De onder lid 2 genoemde instellingen / personen dienen een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering te hebben;

4Met betrekking tot de verlening van een standplaatsvergunning kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden verbonden aan een vergunning voor een incidentele standplaats.

Artikel 4.2 Seizoensgebonden standplaatsen

1Voor seizoensgebonden standplaatsen wordt een vergunning verleend op een door het college van burgemeester en wethouders akkoord bevonden locatie voor een maximale periode van 3 maanden per jaar;

2een seizoensgebonden standplaatsvergunning wordt per jaar verleend voor:

a.de periode van 1 oktober tot en met 31 januari voor de verkoop van oliebollen;

b.de periode van 6 tot en met 24 december voor de verkoop van kerstbomen;

c.de periode van 1 mei tot en met 30 september voor de verkoop van ijs;

d.een door het college nader te bepalen periode in afwijking van het hierboven bepaalde onder 1 tot en met 3 indien en voor zover sprake is van een ander seizoensgebonden product;

3Met betrekking tot de verlening van een standplaatsvergunning kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden verbonden aan een vergunning voor een seizoensgebonden standplaats.

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen

Artikel 6.1 Standplaatsen tijdens evenement

1Tijdens een evenement kan er binnen de kern waar dat evenement plaatsvindt geen gebruik worden gemaakt van de standplaatsvergunningen om redenen van openbare orde.

Artikel 6.2 Terras

1Bij de standplaats mag geen terras worden geplaatst. Het is toegestaan om maximaal 2 statafels te plaatsen bij de standplaats;

2De statafels moeten binnen een strook van 1,5 meter vanuit de standplaats blijven en mogen maximaal over de breedte van de standplaats worden geplaatst;

3Voor hulpverleningsverkeer dient ten allen tijde een vrije doorgang van tenminste 3,50 meter vrijgehouden te worden;

4Voor voetgangers dient ten allen tijde een vrije doorloopruimte van ten minste 1,50 meter gewaarborgd te blijven.

Artikel 6.3 Intrekking of wijziging van vergunning

1Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van de APV kan een vergunning worden ingetrokken of gewijzigd, indien:

a.Veranderde omstandigheden of inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel;

b.De standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal per kwartaal niet wordt ingenomen, gevallen van overmacht en incidentele standplaatsen uitgezonderd.

2Indien als gevolg van een ingetrokken vergunning als bedoeld in lid 1 een vaste standplaats vrijkomt, vindt via bekendmaking plaats via de wijze zoals bepaald in Hoofdstuk 5 sub 2.

Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7.1 Overgangsrecht

1Deze beleidsregels zijn van toepassing op de vergunningaanvragen die na de inwerkingtreding worden ingediend;

2De reeds verstrekte vergunningen blijven van kracht tot de einddatum van de betreffende vergunning.

Artikel 7.2 Hardheidsclausule

Het college van burgemeester en wethouders behandelt aanvragen voor een standplaatsvergunning volgens deze beleidsregel, tenzij dit voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 7.3 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking. Met de inwerkingtreding van deze regels vervalt de ‘Nota inzake het standplaatsen en ventvergunningenbeleid gemeente Losser’ d.d. 15 augustus 1995.

Artikel 7.4 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Nota standplaatsen gemeente Losser’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.