Hoofdstuk 1 Inleiding
1.2. Algemene beleidsuitgangspunten
1.2.1 Functie gemeentelijk groen
Gemeente Loon op Zand heeft in de meeste buurten gemeentelijke groenvoorzieningen. Gemeentelijk groen heeft een maatschappelijke waarde. Het groen in de wijk is van groot belang, omdat dit bijdraagt aan de duurzame leefomgeving en zorgt voor extra biodiversiteit. De groenstroken in de openbare ruimte geven voor de gemeente kansen om in te spelen op klimaatverandering op buurtniveau. Verder is dit het groen dat voor de inwoner dagelijks zichtbaar is. Naast een ecologische functie rondom bebouwing heeft het groen ook andere functies. Wonen vraagt in de directe omgeving om groen als verblijfs- en speelruimte. Groen heeft dan een recreatieve betekenis, maar groen heeft ook een educatieve en esthetische functie.
1.2.2 Definitie snippergroen
Onder snippergroen wordt verstaan een perceel grond dat:
1op grond van het vigerende (en het eventueel in voorbereiding zijnde) omgevingsplan de bestemming ‘groen’, een gelijkwaardige (openbare) groenbestemming of de bestemming ‘verkeer’ heeft;
2eigendom is van de gemeente, behorend tot de openbare ruimte;
3niet groter is dan 100 m². Er kunnen evenwel uitzonderingsgevallen ontstaan, waardoor het wenselijk is om de maximale oppervlakte van 100 m² te overschrijden, bijvoorbeeld als het restant van het gemeentelijk groen niet meer functioneel kan worden onderhouden of ligt tussen de (toekomstige) privétuin en een andere bestemming.
1.2.3 Vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen
In juridische zin wordt onder ‘vervreemding’ verstaan: overdracht van het eigendom van de onroerende zaak. Vervreemding ziet zodoende op verkoop, ruil en schenking. Daarnaast kan ook sprake zijn van verhuur, bruikleen, of het vestigen van zakelijke rechten, het eigendom wijzigt in die gevallen niet.
Het uitgangspunt van de gemeente is: Geen vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen.
1.2.4 Waarom geen vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen?
Er zijn verscheidene redenen om niet over te gaan tot de vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen. De gemeente moet maatregelen nemen om de kernen leefbaar te houden in het veranderende klimaat en heeft hierdoor alle openbare ruimte nodig om mogelijke ingrepen te kunnen nemen. Verder is snippergroen van belang voor de lokale ecologie, denk aan het bieden van habitat voor flora en fauna, het voorkomen van wateroverlast en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Daarnaast heeft openbaar groen vaak een belangrijke recreatieve functie voor buurtbewoners, te denken valt aan speeltuinen of parken. Vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen kan tot gevolg hebben dat dergelijke functies, en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving, worden aangetast.
De energietransitie brengt een grote uitbreiding van het energienet met zich mee. Dit heeft ook grote invloed op de openbare ruimte met een ruimtevraag waarvoor aanwezig groen mogelijk gebruikt kan worden.
Met het oog op dit alles, kiest de gemeente ervoor om in beginsel niet over te gaan tot vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen.
1.2.5 Bruikleen
Indien de situatie het toelaat, kan de gemeente bij wijze van uitzondering een bruikleenovereenkomst aangaan met een inwoner of derde. Dit is bijvoorbeeld van belang in het geval dat een inwoner of derde een perceel gemeentegrond onrechtmatig in gebruik heeft. In zo’n geval van niet gelegaliseerd grondgebruik dient de gemeente te voorkomen dat zij haar eigendom van de grond verliest. Hiermee wordt een mogelijk beroep op verjaring voorkomen.
1.2.6 Terugvordering / Handhaving
Indien de ingebruikname van gemeentegrond niet kan worden gelegaliseerd of als een inwoner of derde weigert mee te werken aan legalisatie van het gebruik, dan zal de gemeente het eigendom van de grond terugvorderen. Dit is voor de gemeente echt een uiterst middel om het onrechtmatig gebruik te beëindigen. De gemeente neemt bij de terugvordering de volgende procedure in acht.
De eerste stap is het sturen van een eerste brief waarin wordt aangegeven dat legalisatie van het gebruik niet mogelijk is en dat de grond op basis van het geldend beleid dient te worden ontruimd en door de gemeente wordt teruggevorderd. In deze brief moet duidelijk gemotiveerd worden waarom het gebruik niet gelegaliseerd kan worden en hoe de procedure loopt.
De inwoner of derde krijgt 8 weken de tijd om de grond te ontruimen en het onrechtmatig grondgebruik te beëindigen. Na het verstrijken van deze termijn zal er een controle plaatsvinden of de grond is ontruimd en niet meer onrechtmatig wordt gebruikt. Indien de grond nog steeds onrechtmatig wordt gebruikt, dan zal er een tweede brief worden gestuurd met een nieuwe termijn van 4 weken. Als het daarna nog onrechtmatig in gebruik is, zal de gemeente het perceel terugvorderen en de eventueel hiermee gepaard gaande kosten in rekening brengen bij de inwoner of derde.
1.2.7 Verjaring
De gemeente is bevoegd tot het terugvorderen van een perceel welke door een inwoner of derde zonder recht hierop in gebruik is genomen, tenzij de bezitter/gebruiker met succes een beroep kan doen op (verkrijgende / bevrijdende) verjaring. De gemeente kan voorkomen dat zij grond verliest door verjaring, door het stuiten van een lopende verjaring. Het stuiten van een lopende verjaring gebeurt door een daad van rechtsvervolging, een schriftelijke aanmaning of erkenning door de schuldenaar. Indien de bezitter de stuiting van de verjaring betwist, dan dient binnen 6 maanden na de stuiting een rechtsvervolging te worden ingezet.
Er zijn twee vormen van verjaring:
1Verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW)
Er is sprake van verkrijgende verjaring indien men eigenaar wordt van een zaak door die zaak voor een bepaalde tijd in bezit te nemen. Om succesvol een beroep te doen op verkrijgende verjaring moet:
a.er sprake zijn van bezit;
b.de bezitter moet ‘te goeder trouw’ zijn;
c.het bezit minimaal tien jaar onafgebroken door de bezitter (of zijn rechtsvoorgangers) zijn uitgeoefend.
Bij verkrijgende verjaring geldt dat er een onderzoeksplicht rust op degene die aanspraak maakt op verkrijgende verjaring. Indien het beroep van een verkrijger te goeder trouw gebaseerd is op onbekendheid met feiten in de kadastrale registers, is beroep op verjaring ongegrond aangezien de kadastrale registers openbaar en voor iedereen toegankelijk zijn. Wanneer een beroep op verkrijgende verjaring gegrond is, dan verleent de gemeente medewerking aan het inschrijven van een akte van verjaring in de openbare registers van het kadaster.
2Bevrijdende verjaring (artikel 3:105 BW)
Er is sprake van bevrijdende verjaring indien men eigenaar wordt van een zaak door die zaak voor een bepaalde tijd in bezit te nemen. Om succesvol een beroep te doen op bevrijdende verjaring moet:
a.er sprake zijn van bezit;
b.de bezitter kan zowel ‘te goeder als te kwader trouw’ zijn;
c.de verjaringstermijn van twintig jaar zijn voltooid.
Een gebruiker van gemeentegrond die aanspraak maakt op bevrijdende verjaring, moet zelf een verzoek indienen en bewijs aanleveren bij de gemeente. Er dient sprake te zijn van overtuigend bewijs van de feiten en omstandigheden wil het beroep slagen. Wanneer een beroep op bevrijdende verjaring gegrond is, dan verleent de gemeente medewerking aan het inschrijven van een akte van verjaring in de openbare registers van het kadaster.
Het is een belangrijke wettelijke taak voor de gemeente om te voorkomen dat gemeentelijk eigendommen door verjaring verloren gaan. Handhaving vindt plaats op grond van privaatrecht.
1.2.8 Jurisprudentie
Het Didam-arrest van de Hoge Raad is van grote invloed bij het vervreemden dan wel het anderszins in gebruik geven van gronden. Nog meer dan voorheen is de gemeente nu gebonden aan de regels van mededinging en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Hoge Raad heeft in dit arrest geoordeeld dat overheden zich bij elke voorgenomen vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van onroerend goed moet afvragen of er meerdere gegadigden zijn. Overheidsinstanties dienen bij de verkoop of het anderszins in gebruik geven van onroerend goed ruimte te bieden aan potentiële kandidaten, waarna een selectieprocedure wordt gevolgd op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Het niet toepassen van de regels uit het arrest leidt tot strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de nietigheid van overeenkomsten. Uitzonderingen zijn mogelijk als redelijkerwijs kan worden verwacht dat slechts één serieuze kandidaat in aanmerking zal komen, maar daar zal zorgvuldig mee moeten worden omgegaan. De overheid moet deze afweging dan tijdig, voor de verkoop dan wel het anderszins in gebruik geven van de grond, openbaar maken. Partijen die het daar niet mee eens zijn, krijgen de gelegenheid om te proberen de verkoop dan wel het anderszins in gebruik geven van de grond, tegen te houden.
Bij vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van snippergroen, zoals omschreven in voorgaande paragraven van deze nota door de gemeente, zijn er zodoende twee mogelijkheden;
a.2 of meer serieuze geïnteresseerde partijen: selectieprocedure en
b.slechts één serieus geïnteresseerde partij: één-op-één vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven.
Voor beide trajecten moet de gemeente een afzonderlijke werkwijze volgen. Het is daarom van belang dat vanaf het begin duidelijk wordt vastgesteld welk traject van toepassing is.
Het is in het belang van een eerlijk proces, noodzakelijk om een mededeling tot voornemen van vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven eerst openbaar te publiceren, in ieder geval in het gemeenteblad (via overheid.nl). Er worden in het Didam-arrest geen concrete uitspraken gedaan over de termijn tussen publicatie waarbinnen gegadigden kunnen reageren op de publicatie. De gemeente acht het redelijk om 20 kalenderdagen aan te houden.
De strekking van het Didam-arrest is dat overheden bij de vervreemding dan wel het anderszins in gebruik geven van onroerende zaken aan alle potentiële gegadigden de gelegenheid moeten bieden om mee te dingen.