Gemeentelijke regelgeving

Grondstoffenbeleid 2022 – 2027

Gemeente Loon op Zand · geldt sinds 3 november 2022

Aanhef

Samenvatting

Op basis van de inzamelcijfers (2020 en 2021) is geconcludeerd dat de ingezette trend, ondanks een goede richting, op dit moment onvoldoende effectief is om de beoogde doelstellingen van restafval vermindering en hergebruik van grondstoffen te behalen. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Belangrijkste bevindingen uit de analyse van het huidige aanbod in loon op Zand zijn:

■ Het totaal ongescheiden ingezamelde restafval ligt hoger dan vergelijkbare gemeenten uit de benchmark. Vooral de hoeveelheid grof huishoudelijk vuil valt op

■ Aandacht dient uit te gaan naar een verbetering van de gescheiden inzameling van GFT-, PMD- en oud papier en karton (OPK).

■ Vanaf 2019 is het contact met de inwoners teruggelopen als het gaat om informatie over afval en bewustwording voor een betere afvalscheiding.

Inwoners bevestigen dit, zo blijkt uit de recent gehouden enquête (inwonerspanel).

Doelstellingen 2023 en 2025

Loon op Zand heeft in 2020: 72% afvalscheiding met een aanbod van 176 kg/inwoner

1Dit betreft een optelling van fijn huishoudelijk restafval (aan huis) en grof huishoudelijk restafval (op de milieustraat).

.

■ Voor 01-01-2023: 75% afvalscheiding en een reductie van 20 tot 30 kg restafval per inwoner.

■ Voor 01-01-2025: 80% afvalscheiding en tussen de 100 kg en 75 kg restafval per inwoner.

Gefaseerde aanpak

Met fase 1 (Draagvlak, bewustwording en quick-wins) wordt opnieuw geïnvesteerd in het leggen van een stabiele basis. Dit voordat we met fase 2 (Ingrijpen op het aanbod van restafval), ingrijpende maatregelen nemen.

Fase 1 – Draagvlak, bewustwording en quick-wins (realisatie gedurende 2022)

Maatregelen binnen deze fase betreffen:

1Communicatie:

o Communicatie

o Campagne(s)

o Inzet afvalcoach

2Quick-wins en optimalisaties aan huis:

o Verbeteren gescheiden inzameling GFT

o Verbeteren gescheiden inzameling PMD

o Verbeteren gescheiden inzameling Textiel

o Verbeteren gescheiden inzameling OPK

o Verbeteren gescheiden inzameling Glas

3Quick-wins en optimalisaties op de milieustraat:

o Acceptatiebeleid, betalingen en samenwerking exploitant

o Communicatie en informatieverschaffing

o Inrichting terrein

o Onderzoek toegangsmogelijkheden milieustraat

Resultaten, kosten en dekking

De bovenstaande maatregelen zorgen voor hernieuwde aandacht van de inwoners, bewustwording en beter scheidingsgedrag dat resulteert in een vermindering van het restafval met 24,9 kg/inwoner en zorgt voor stijging van het scheidingspercentage tot 75,3 %. De effecten van deze maatregelen zien we in de loop van 2022, waarbij we de beoogde resultaten begin 2023 bereiken. Dit heeft de volgende financiële consequenties:

■ Eenmalige communicatiecampagne: € 50.000,-

■ Jaarlijkse kostenstijging voor communicatie: € 40.000,-

■ Jaarlijkse kostenstijging voor de inzet van een afvalcoach: € 25.000,-

■ Investering in uitbreiden van verzamelvoorzieningen verschillende fracties: € 120.000,-

■ Jaarlijkse kostenstijging voor de inzet op de milieustraat: € 20.000,-

De kosten kunnen worden gedekt uit de vrijvallende kapitaallasten binnen het cluster afval, de minder kosten van de verwerkingskosten en hoger opbrengsten.

■ Fase 2 – Ingrijpen op het aanbod van restafval / inzamelsystematiek (realisatie in 2023 t/m 2025)

Het voorstel is om daarbij uit te gaan van het diftar volume / frequentie model. Hierbij betalen inwoners per keer dat zij restafval aanbieden. Hierbij wordt een vaste frequentie aangehouden (net als nu) waarin ledigingsvoertuigen een route rijden. Inwoners hebben hierbij vervolgens zelf de keuze om de container aan te bieden. Deze bewezen methode wordt het meest gehanteerd in Nederland en behaald daarmee goede resultaten. In onderstaand figuur worden de effecten van de keuze in beeld gebracht.

Om inwoners goed in staat te stellen om te wennen aan een dergelijk nieuw systeem wordt voorgesteld om de afvalstoffenheffing op te bouwen uit een hoger vastrecht en te starten met een lager ledigingstarief (prijsprikkel) en dit jaarlijks te herijken. Hiermee kunnen inwoners rustig kennis maken met diftar en zal door de geleidelijkheid de weerstand afnemen.

Het besluit om de maatregelen voor fase 2 uit te gaan voeren ligt nu voor.

2 Beleidskaders en ambities

2.4 Global Goals

2.4.1 Global Goals in het Grondstoffenbeleid

Binnen het grondstoffenbeleid van gemeente Loon op Zand wordt bij meerdere global goals aangesloten. Een tweetal wordt nader toegelicht.

8Fatsoenlijk werk en een gezonde economie

Binnen het grondstoffenbeleid, en daarmee het omgaan met productie en consumptie, worden de volgende stappen gezet richting een circulaire economie. Grondstoffen worden alsmaar schaarser en raken in veel gevallen verloren in het huidige proces van consumeren. Door in te zetten op het terugwinnen van zoveel mogelijk grondstoffen wordt ingezet op een gezonde circulaire economie voor de toekomst.

12Verantwoorde consumptie en productie

In lijn met de wens om een gezonde, volledig circulaire economie te bereiken is een kritische blik op de huidige consumptiemaatschappij noodzakelijk. Huidige productieprocessen zijn ingericht op het snel produceren van goederen, het liefste tegen zo laag mogelijke kosten. Veel van deze processen maken hierbij gebruik van grondstoffen die alsmaar schaarser worden. Middels het grondstoffenbeleidsplan, en de daaruit volgende maatregelen krijgen inwoners meer zicht op het effect dat dit gedrag heeft op natuur en milieu en wordt een meer verantwoorde wijze van consumeren (en daarmee afvalaanbod) gestimuleerd.

3 Opbrengst gevoerd beleid 2017-2021

3.1 Gerealiseerde maatregelen en effecten omgekeerd inzamelen

3.1.1 Verloop maatregelen gedurende planperiode

De maatregelen zoals hierboven beschreven zijn voornamelijk geïmplementeerd in 2018. Sindsdien heeft er steeds minder inzet plaatsgevonden, in het bijzonder op het gebied van communicatie. Hierbij spelen twee ontwikkelingen een grote rol:

1De financiële omstandigheden in 2019

2De COVID-crisis in 2020

Hiermee is het gevolg dat de ingezette daling van het restafval in 2018 geen vervolg heeft kunnen krijgen en dat er nu sprake is van een stabiele (te hoge) hoeveelheid restafval.

3.1.2 Plastic, Metalen en drankenkartons (PMD)

Voor zowel de hoog- als laagbouwaansluitingen in de gemeente wordt het PMD-afval middels zakken ingezameld. Bij de hoogbouw worden deze wekelijks opgehaald en bij de laagbouw 1x per 2 weken. De speciale PMD-zakken worden door de gemeente beschikbaar gesteld en kunnen kosteloos worden verkregen bij 7 verschillende ophaal punten binnen de gemeente Loon op Zand. In 2020 werd 30,1 kg/inwoner ingezameld, ten opzichte van 26,6 kg/inwoner in 2019. Een positieve trend.

3.1.3 Oud Papier en Karton (OPK)

Oud papier en karton wordt bij laagbouw aansluitingen verzameld in minicontainers (140 of 240 liter) en 1x per 4 weken ingezameld. Daarnaast kunnen inwoners van zowel hoog- als laagbouw het OPK verzamelen in de ondergrondse containers. Tevens is het mogelijk voor de inwoners om OPK gratis aan te bieden bij de milieustraat op vertoon van de milieupas.

Het overgrote gedeelte van de uitstaande minicontainers in gemeente Loon op Zand kennen een inhoud van 140 liter (97%). Slechts in een beperkt aantal gevallen heeft men gekozen voor het 240 liter exemplaar. Verder staan, verspreid over de gemeente, 21 ondergrondse containers geplaatst. In 2020 werd 52,5 kg/inwoner ingezameld, ten opzichte van 53,2 kg/inwoners in 2019. Hiermee is sprake van een lichte afname.

3.1.4 Textiel

Textiel wordt ingezameld met bovengrondse verzamelcontainers die op 14 verschillende locaties zijn geplaatst. Tevens kan textiel ook gratis (mits gescheiden aangeboden) worden ingeleverd bij de milieustraat. In 2020 werd 5,7 kg/inwoner ingezameld, ten opzichte van 4,7 kg/inwoners in 2019. Hiermee is sprake van een lichte positieve trend.

3.1.5 Glas

Voor het inzamelen van glas zijn er 29 containers (boven- en ondergronds) op 24 verschillende locaties geplaatst. De gemiddelde hoeveelheid ingezameld glas is vergelijkbaar tussen de jaren 2020 en 2019. In 2020 werd er 26,1 kg/inwoner ingezameld ten opzichte van 25,9 kg/ inwoner in 2019.

3.1.6 Groente, Fruit- en Tuinafval (GFT)

GFT wordt iedere 2 weken ingezameld en inwoners (laagbouw) kunnen gebruik maken van een minicontainer (140- of 240 liter). De gemeente Loon op Zand kent voornamelijk 240 liter exemplaren (80%). Verder kan het tuinafval tot 2m3 gratis bij de milieustraat worden aangeboden op vertoon van de milieupas. Alles samengenomen, in 2020 werd er gemiddeld 129,9 kg/inwoner aan GFT afval ingezameld. Dit is meer dan in 2019 (118,2 kg/inwoner), ook hier is sprake van een positieve trend.

3.1.7 Restafval

Het restafval wordt huis aan huis 1x per 4 weken ingezameld met minicontainers. Als uitwijkmogelijkheid kan men, tegen betaling, ook afvalzakken op de milieustraat aanbieden. De frequentiewijziging heeft in 2018 plaatsgevonden. Hiermee werd ten opzichte van 2017 een daling van 58 kg/inw. behaald. Ondanks de maatregelen is er inmiddels sprake van een stijgende lijn in de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval (129 kg/inwoner in 2020, t.o.v. 123 kg/inwoners in 2019). Deze toename is mede te verklaren door de invloed van de landelijke COVID-19 crisis. Men werkte in de lockdown meer thuis, waarmee een verschuiving van afval van het kantoor richting thuis heeft plaatsgevonden. In lijn met het geldende beleid, en de voordelen die thuiswerken kan bieden wordt verwacht dat een aanzienlijk deel, ook na de COVID-crisis, thuis zal blijven werken. Hiermee ontstaat een grotere druk op het restafvalaanbod.

3.1.8 Luiers

Luiers en incontinentiematerialen worden op 8 verschillende punten binnen de gemeente ingezameld. Deze zijn voor iedereen gratis toegankelijk. In 2020 werd er gemiddeld 4,9 kg/inwoner ingezameld wat vergelijkbaar is met het resultaat van 2019 (4,8 kg/ inwoner).

3.1.9 Pilot en onderzoeken

In 2018 en 2019 zijn verschillende pilots en onderzoeken gestart en afgerond

7Geheel aan maatregelen, pilots en onderzoeken is te raadplegen in de Raadsinformatiebrief – Evaluatie nieuw afvalbeleid van 16 april 2020.

. Hiervan worden er een aantal nader toegelicht:

■ Wekelijkse inzameling GFT in de zomermaanden: de extra service voor inwoners had geen grote gevolgen voor het ingezamelde GFT. De aanzienlijke extra kosten voor deze extra inzameling wogen daarbij niet op tegen de opbrengst.

■ 100-100-100 campagne: in mei 2018 hebben 50 gezinnen zich aangemeld voor de proef met erg positieve resultaten. Deze gezinnen boden een fractie van het restafval van een gemiddeld gezin in Loon op Zand aan (factor 1/8).

■ Voorzieningen bij de hoogbouw op orde maken: dit betreft voornamelijk het verzorgen van een juiste inrichting om inwoners met een goed scheidingsgedrag te kunnen belonen.

■ Mogelijkheden voor een beloningsysteem (diftar): hierbij is onderzoek gedaan naar een mogelijke bonus-/ malus regeling. Het beprijzen van restafval zorgt niet voor technische problemen, het uitkering van eventuele bonussen wel.

4 Beschrijving en evaluatie huidig beleid

4.1 Service

4.1.1 Inzamelmiddelen en inzamelwijzen

De inzamelmiddelen die inwoners tot hun beschikking hebben en de wijze van inzameling, wordt in onderstaande figuur weergegeven. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het vergroten van de geboden service aan inwoners.

Figuur 2: Huidige inzamelwijze gemeente Loon op Zand

Laagbouw

Hoogbouw

Milieustraat

Restafval

Met minicontainer van 140 of 240 liter (1x per 4 weken)

Verzamelcontainer onder- of bovengronds met pas of sleutel

Tegen betaling aan te bieden

GFT-Afval

Minicontainer van 140 of 240 liter (1x per 2 weken)

Verzamel container bovengronds*

Tot 2m3 grof tuinafval gratis aan te bieden

PMD

Zakken 60 liter, 1 keer per 2 weken

Zakken 60 liter, 1 keer per week

Zakken, 60 liter

OPK

Met minicontainer van 140 of 240 liter (1x per 4 weken)

21ondergrondse containers*

Gratis aan te bieden

Glas

29onder- en bovengrondse containers*

Textiel

14bovengrondse containers*

Grof huishoudelijk afval

Op afspraak (1e woensdag van de maand) tegen een betaling van € 28,55 exc. BTW per kubieke meter.

Luiers en incontinentie producten

8bovengrondse containers*

* Voor de exacte locatie kan de gemeentelijke website geraadpleegd worden.

4.1.2 Communicatie

Een belangrijk gedeelte van de service richting inwoners betreft de mate van communicatie ten aanzien van afval, grondstoffen en scheiding. De gemeente heeft sinds 2017/2018 een aanzienlijk aantal beleidsmatige wijzigingen doorgevoerd. In aanloop naar de frequentiewijzigingen is hierbij voorzien in flink wat communicatie. Dit zorgde ervoor dat de wijzigingen beter landde bij inwoners en dat het scheidingsgedrag in lijn daarmee verbeterde. De afgelopen jaren is de mate van actieve communicatie echter teruggelopen en worden inwoners niet langer frequent actief geïnformeerd of geraadpleegd op het gebied van afval en grondstoffen. Via de gemeentelijke website en de afvalwijzer worden inwoners op de hoogte gehouden van praktische zaken, maar worden geen aanvullende acties ondernomen. De voornaamste oorzaak voor het opschorten van de communicatie zijn de financiële omstandigheden in de gemeente.

4.2 Milieurendement

4.2.1 Inzamelresultaten

In de onderstaande tabel worden de inzamelresultaten van de gemeente vergeleken met de inzamelresultaten uit de benchmark van vergelijkbare gemeenten met dezelfde hoogbouwklasse (Klasse-D). Ook wordt inzichtelijk gemaakt hoe de beste gemeenten binnen de benchmark scoren, de zogenaamde best-practice gemeenten. Dat laat zien hoe Loon op Zand presteert ten opzichte van vergelijkbare gemeenten én wat in het beste geval haalbaar is bij vergelijkbare gemeenten. Wat opvalt is dat deze best-practice gemeenten veelal al jaren geleden (rigoureus) overgegaan zijn naar een andere wijze van inzamelen of tariefstelling. Gemeente Loon op Zand heeft deze stap meer recentelijk gemaakt.

Figuur 3: Ingezamelde hoeveelheid per fractie, 2020

2020

Afvalstroom (kg/inw.)

Gemeente Loon op Zand

Benchmark hoogbouwklasse D

Verschil t.o.v. BM

VANG-doel

2020

BM best-practice D

Ongescheideningezameld

Restafval (fijn)

9Fijn huishoudelijk restafval is het afval dat met regelmaat bij huishoudens wordt ingezameld.

129,9

111

+ 18,9

30

Restafval (grof)

10Grof huishoudelijk restafval is het grotere materiaal dat bij een huishouden vrij kan komen en dat op de milieustraat aangeboden dient te worden.

45,7

17

+ 28,5

10

Totaalhuishoudelijkrestafval

175,6

128

+ 47,6

100

40

Gescheideningezameld

Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT)

126,5

137

-10,5

230

Oud Papier en Karton (OPK)

52,5

58

-5,5

74

Glas

26,1

22

+ 4,1

29

Textiel

5,7

6

-0,3

12

Plastic, Metalen en Drankenkartons (PMD)

30,8

32

-1,2

50

Klein ChemischAfval (KCA)

2,1

1,5

+ 0,6

2

Overig (luiersenfrituurvet)

11Er wordt in gemeente Loon op Zand een aanvullende service geboden voor luiers in de vorm van 8 bovengrondse containers.

5,4

4,3

+ 1,1

0,2

Gescheidengrofhuishoudelijkafval

12Dit zijn alle grove fracties die gescheiden ingezameld worden op de milieustraat, m.u.v. het grof restafval.

196,4

130

+ 66,4

30

TotaalAfval

621,1

518,8

+ 102,3

445

Mate van afvalscheiding

72%

75%

-3 %

75%

91%

Uit het bovenstaande overzicht kunnen de volgende conclusies getrokken worden:

■ Het totaal ongescheiden ingezamelde restafval ligt hoger dan vergelijkbare gemeenten uit de benchmark.

■ Vooral de hoeveelheid grof huishoudelijk vuil valt op (ongescheiden ruim 28 kg/inwoner meer), ten opzichte van de Benchmark.

■ Aandacht dient uit te gaan naar het gescheiden ingezameld GFT- en OPK-afval. Beide deelstromen scoren nog onder de benchmark met (GFT -10,9 kg en OPK -5,7 kg/inwoner).

■ Opvallend is ook dat de PMD (ook een goed te scheiden fractie) ook nog iets minder dan de benchmark scoort (-1,3 kg/ inwoner).

4.2.2 Mate van afvalscheiding

Om een accuraat beeld te kunnen schetsen van de potentie in het restafval in gemeente Loon op Zand is een sorteeranalyse richtinggevend. Deze sorteeranalyse laat de samenstelling zien van het aangeboden restafval. In het onderstaande figuur wordt dit gemiddelde samenstelling van het fijn huishoudelijk restafval uit Loon op Zand (129kg/inwoner, figuur 3) weergegeven. De gehanteerde sorteeranalyse is onderdeel van de halfjaarlijkse steekproef uit het jaar 2020.

Figuur 4: Samenstelling fijn huishoudelijk restafval Loon op Zand (2020)

Uit het bovenstaande overzicht blijkt:

■ Veruit het grootste gedeelte van het ‘’als restafval’’ aangeboden afval geen restafval, maar herbruikbare grondstof blijkt te zijn.

■ Ruim 40kg betreft Groente, fruit en etensresten

■ Bijna 30kg bestaat uit papier en karton (OPK), glas, textiel en plastic, metalen en drankenkartons (PMD).

Op basis van deze bevindingen, gecombineerd met de behaalde inzamelresultaten kan de potentie van de afvalscheiding in beeld gebracht worden. Hiermee kan bepaald worden op welke fracties de potentiele verbetering het grootste is. In het figuur hieronder (fig. 5) wordt dit potentieel inzichtelijk gemaakt.

Figuur 5: Mate van afvalscheiding, per fractie

Afvalstroom (Kg/Inw.)

Gescheiden ingezameld (2020)

Via het restafval aangeboden

13Bron: sorteeranalyse De Afvalspiegel, 2020.

Totale potentie

Huidig goed gescheiden grondstoffen

Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT)

126,1

50

14De verhouding binnen het GFT-afval is verschoven daar het gedeelte groente en fruit een geschatte 42kg (84%) beslaat.

176,1

71,6 %

Oud Papier en Karton (OPK)

52,3

6

58,3

89,7 %

Plastic, Metalen en Drankenkartons (PMD)

30,7

18

48,7

63%

Glas

26,0

5

31,0

83,9 %

Textiel

5,7

9

14,7

38,8 %

Klein Chemisch Afval (KCA)

2,0

0,7

2,7

74,1 %

Luiers

5,2

1,7

6,7

75,4 %

Uit de bovenstaande overzichten valt op te maken dat:

■ Het totaal aangeboden restafval ligt aanzienlijk hoger dan gemiddeld in Nederland. Bovendien ligt het huidige aanbod van 176 kg/inwoner totaal restafval (waarvan 129 kg/inwoner fijn huishoudelijk restafval) nog een stuk verwijderd van de 100kg/inwoner uit de VANG-doelstellingen en de Duurzaamheidsagenda.

■ Het restafval voor het grootste gedeelte uit GFT bestaat (38,4%), waarmee een beperkt scheidingspercentage (71,6 %) op GFT behaald wordt. Er is dus nog aanzienlijke verbetering mogelijk. In totaal hebben inwoners van de gemeente jaarlijks ruim 176 kg/inwoner GFT-afval, waarvan nu 126 kg/inwoner gescheiden wordt ingezameld.

■ Het scheidingspercentage van plastic, metaal en drankenkartons (PMD) laat met 63% ook nog veel ruimte voor verbetering. Er zit nog ca 18 kilo PMD in het restafval. Belangrijk hierbij is om aan te merken dat dit qua volume een groter aandeel van het totaal vormt.

■ Het scheidingspercentage van het glas (83,9%) op, of net boven het gemiddeld niveau zit.

■ De gescheiden inzameling van textiel verbeterd kan worden, met een beperkt scheidingspercentage van 38,8 % is hier nog winst te behalen.

4.2.3 Milieustraat - Grof huishoudelijk afval

Bij het evalueren van het milieurendement verdiend de milieustraat in Loon op Zand aanvullende aandacht. Op de milieustraat kunnen inwoners het grof huishoudelijk afval aanbieden. Hierbij kan men eveneens afval scheiden middels verschillende daartoe aangewezen afzetcontainers en stortvakken. Per inwoner wordt echter 45,6 kg grof ongescheiden huishoudelijk restafval aangeleverd. Dit betreft een enorm aanbod wat een groot effect heeft op het totaal huishoudelijk restafval van een gemiddelde inwoner van Loon op Zand. Andere gemeenten uit de benchmark kennen een aanzienlijk lager aanbod van circa 17 kg/inwoner.

Onder invloed van COVID is het aanbod op de milieustraat gestegen. Het aandeel grof huishoudelijk afval was voor deze tijd ook al erg hoog. En hoewel een stijging van het aanbod op de milieustraat een landelijke trend betreft, geeft dit geen verklaring in de hoge cijfers van Loon op Zand. Een aantal beleidsmatige keuzes uit het verleden verklaren het hoge aanbod mogelijk wel. Zo worden kleine bedrijven en het aanbieden van huisvuilzakken op de milieustraat toegestaan, is er sprake van een beperkte personele bezetting en wordt een coulante afrekenmethodiek gehanteerd. De huidige inrichting van het terrein (met een klein bordes, beperkte toegang en géén gescheiden gratis route) werkt een goede doorstroom en daarmee goed gebruik van de milieustraat tegen. Tenslotte is er tevens een aanzienlijke verbeteringsslag te slaan in de afstemming met de exploitant

15Gemeente Loon op Zand heeft de exploitatie van de milieustraat uitbesteed aan de markt. Het contract met deze exploitant is onder aanvullende voorwaarden verlengd tot en met 2022.

van de milieustraat.

4.3 Financiële prestaties

4.3.1 Afvalstoffenheffing

Inwoners van Loon op Zand betalen afvalstoffenheffing op basis van de omvang en samenstelling van het huishouden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen 1-persoons huishoudens (€ 247.20 per jaar in 2021) en meerpersoonshuishoudens (€ 342.48 per jaar in 2021). In 2021 stonden in Loon op Zand 2.756 1-persoons huishoudens en 7.042 meerpersoonshuishoudens geregistreerd. Het gemiddeld gewogen afvalstoffentarief

16Het gemiddeld gewogen afvalstoffentarief wordt berekend op basis van de typering huishoudens en de alle bijkomende tariefstellingen, gedeeld door het totaal aan huishoudens (gewogen voor de verdeling hoog- en laagbouw).

bedraagt hiermee € 318. De afvalstoffenheffing is hiermee 100% kostendekkend.

Vergeleken met omliggende gemeenten is de Afvalstoffenheffing in Loon op Zand iets hoger dan gemiddeld, zoals in het onderstaande figuur inzichtelijk wordt gemaakt.

Figuur 6: Cijfers Loon op Zand, in relatie tot omliggende gemeenten (o.b.v. benchmark gegevens)

Gemeente

Inwoners

Klasse

Restafval

Grof restafval

Gemiddeldeheffing

Systeem

Variabelvoor

Dongen

26.372

D

137,8 kg

32,4 kg

€ 279,00

Huishouden

1- of meer

Gilze en Rijen

26.742

D

118,8 kg

22,9 kg

€ 244,00

Dure Zak

140- of 240 liter mc

Heusden

44.692

D

44,3 kg

15,2 kg

€ 211,00

Dure Zak

140- of 240 liter mc

Loon op Zand

22.929

D

129kg

46kg

€ 318,00

Huishouden

1- of meer

Oosterhout

56.195

C

69,7 kg

12,3 kg

€ 248,00

Diftar

Kilotarief

Waalwijk

48.801

C

90,9 kg

16kg

€ 164,00

Gewicht en frequentie

1- of meer

Hierbij moet opgemerkt worden dat de hoogte van de afvalstoffenheffing veelal gepaard gaat met het aanbod van vooral het restafval in een gemeente. Hierbij valt meteen op dat de andere omliggende gemeenten van vergelijkbare omvang (Gilze en Rijen en Heusden) op dit vlak beter scoren dan Loon op Zand. Deze gemeenten hanteren (in verschillende vormen) het principe van: ‘’de vervuiler betaald’’. Inwoners betalen direct voor het restafval dat zij aanbieden. Een dergelijke vorm van Diftar zorgt voor een reductie van het restafval en daarmee de afvalbeheerskosten, met uiteindelijk een lagere afvalstoffenheffing tot gevolg.

Dongen behaald grofweg dezelfde resultaten en kent een vergelijkbare methodiek van toerekening van de kosten. Het verschil met Dongen zit voornamelijk in de toegerekende kosten aan de afvalstoffenheffing. Niet iedere gemeenten hanteert hiervoor dezelfde methodiek, waardoor het trekken van waarheidsgetrouwe conclusies op basis van ‘’slechts’’ de afvalstoffenheffing lastig is.

Vergelijkbare gemeenten uit de benchmark kenden gemiddelde afvalbeheerskosten van € 244 - € 279 per huishouden. De best-practice gemeenten uit de benchmark wisten de afvalbeheerskosten nog verder te beperken, met een gemiddelde van €211 per huishouden. De afvalbeheerskosten van Loon op Zand zijn hierbij hoger dan gemiddeld.

5 Participatietraject

5.3 Bewonersonderzoek – inwonerspanel

5.3.1 Inleiding

Hiervoor is een enquête uitgezet onder het bestaande inwonerspanel van de gemeente (respons 169 van 209) en is via social media een oproep gedaan aan inwoners om de enquête online in te vullen (respons van 283). In totaal hebben 452 inwoners tussen 31 maart 2022 en 7 april 2022 deelgenomen aan het onderzoek. Op basis van dit aantal respondenten kunnen betrouwbare uitspraken gedaan worden ten aanzien van de gehele gemeenten.

5.3.2 Stellingen rondom afvalscheiding en doelstellingen

Om goed inzicht te verschaffen in de houding van inwoners ten aanzien van afval, afvalscheiding en hergebruik zijn een aantal stellingen geformuleerd. Uit de resultaten van de sorteeranalyse blijkt nog veel ruimte voor verbeterde scheiding mogelijk te zijn, om goed te kunnen duidden waar op in gezet moet worden en welke eventuele kennishiaten inwoners ervaren is het belangrijk om hier goed inzicht in te kunnen verschaffen.

Bijna 83% van de respondenten is dagelijks/wekelijks bezig met thema’s rondom afvalscheiding, afvalvermindering en hergebruik. Slechts 2% geeft aan zich niet met deze thema’s bezig te houden. Dit toont aan dat inwoners open staan om met de thematiek aan de slag te gaan.

Om meer inzicht te krijgen in wat inwoners zoal bezig houdt zijn 5 aanvullende stellingen voorgelegd:

Uit bovenstaande beantwoording blijkt dat er voldoende basis onder de inwoners van Loon op Zand is om afvalscheiding te verbeteren en hergebruik te stimuleren. Dit geeft in potentie voldoende draagvlak voor nieuw te formuleren beleid om deze doelstellingen te bewerkstelligen.

5.3.3 Vragen rondom grondstoffenfracties

Zoals bleek uit de sorteeranalyse blijken sommige grondstoffenfracties nog met enige regelmaat in het restafval te belanden. Om te achterhalen wat hiervoor zorgt zijn specifieke vragen gesteld met betrekking tot deze grondstoffen (GFT, OPK, PMD, Glas en Textiel).

GFT

De fractie GFT is nog veruit het meeste aanwezig in het restafval. Onder respondenten blijkt dat veel mensen de GFT container toch goed gebruiken (94% voor bloemen en tuinafval). Met name op etensresten blijkt nog winst te behalen (23% scheidt dat nog onvoldoende, 39% voor resten van rauw vlees en vis). Voornaamste redenen voor inwoners om GFT nog niet altijd even goed te scheiden (angst voor stank – 33%, angst voor ongedierte – 32%, onvoldoende kennis wat waar hoort – 30% en ik kan dit niet scheiden in huis – 14%). Tevens geven inwoners aan over het algemeen tevreden te zijn (70%) met de wijze van inzamelen.

OPK

Papier en oud karton is voor iedereen één van de meest voor de hand liggende stromen om goed te scheiden. Veel inwoners (79%) delen dit gevoel. Echter geeft een aanzienlijk groep (13%) aan dit beter te kunnen doen als het OPK vaker opgehaald worden en/of als er meer ondergrondse containers worden geplaatst. Verder blijkt men goed op de hoogte van hetgeen aangeboden mag worden en op welke locaties voorzieningen te vinden zijn. Al met al is ruim 60% tevreden met de huidige wijze van inzamelen.

PMD

Ook PMD is nog regelmatig aanwezig in het restafval. Uit het onderzoek is gebleken dat de meeste inwoners (70%) aangeven het PMD al goed gescheiden te houden. Ook hier blijkt ook winst te behalen door middel van meer informatie, 13% van de respondenten geeft aan PMD beter te kunnen scheiden als bekend is wat er precies bij mag. 10% gaf aan PMD beter te scheiden als hiervoor ook een container beschikbaar komt en 8% als het eenvoudiger wordt om zakken te verkrijgen. Uiteindelijk blijkt ruim 80% tevreden met de huidige wijze van inzameling.

Glas

In Loon op Zand geeft 83% van de inwoners aan het glas al goed te scheiden! Een erg mooi resultaat, dat verder verbeterd kan worden door extra inzamelpunten te creëren (4%) en de glasbakken vaker te legen (5%). Het lijkt hier dus veelal een capaciteitsvraagstuk te zijn voor inwoners.

Textiel

Van de respondenten geeft 59% aan textiel al goed te scheiden, maar lijkt voldoende ruimte voor verbetering mogelijk, 14% geeft aan niet goed te weten waar inzamelpunten staan en 14% geeft aan niet goed te weten wat er precies aangeboden mag worden. Ook het inzamelen aan huis (9%) en meer kennis over wat er uiteindelijk mee gedaan wordt (6%) kunnen als mogelijke verbeterpunten meegenomen worden.

Luiers- en incontinentiemateriaal

Tenslotte wordt in Loon op Zand ook luier- en incontinentiemateriaal gescheiden ingezameld. De meeste respondenten (tussen 70-75%) is hier zeer tevreden mee. Verbetering lijkt hierin vooral mogelijk als het goed om bekendheid over de locaties.

5.3.4 Ingezoomd op restafval aan huis en op de milieustraat

Naast de focus op verschillende grondstoffen kan scheidingsgedrag verbeterd worden door in te grijpen op het aanbieden van restafval. Deze fractie wordt uiteindelijk verbrand, waarbij vaak dus onnodig grondstoffen worden mee verbrand. Door het aanbieden van restafval minder aantrekkelijk te maken worden grondstoffen automatisch beter gescheiden. Inwoners kregen hierover enkele stellingen voorgelegd. Op dit moment bleek een ruime meerderheid (ruim 75%) tevreden te zijn over de inzameling van restafval aan huis en een minder groot deel (rond de 60%) over de inname op de milieustraat.

Om restafval verder terug te dringen werden onderstaande stellingen uitgevraagd:

Gemiddeld gezien blijken respondenten te denken dat ingrijpen op verschillende manieren tot een reductie van het restafval zou kunnen leiden.

Ook ten aanzien van de milieustraat zijn aanvullende vragen gesteld om eventuele optimalisaties in beeld te kunnen brengen.

Hierbij blijkt vooral de wachttijd, hoogte van de tarieven en de openingstijden van de milieustraat voor inwoners beter te kunnen.

5.3.5 Communicatie en informatieverschaffing

Zoals eerder in dit rapport al gesteld werd is de communicatie de afgelopen jaren minder intensief geweest. Belangrijk onderdeel in het bewonersonderzoek betrof dan ook het achterhalen van het huidige kennisniveau en vooral ook het in beeld brengen van de informatiebehoefte onder inwoners. Waar kan de gemeente kennishiaten opvullen. Beide vragen zijn in het onderzoek opgenomen:

6 Grondstoffenbeleid 2022-2027

6.3 Fase 1 – Draagvlak, bewustwording en quick-wins

6.3.1 Effecten maatregelen fase 1

De hierboven genoemde maatregelen kennen een sterke onderlinge verbondenheid waardoor ze als pakket een sterker effect uitoefenen op het gedrag en bewustzijn van inwoners. De effecten van het totaal aan maatregelen worden als volgt samengevat:

Restafval (fijn)

-14,9 kg/inwoner

Restafval (grof)

-10 kg/inwoner

GFT

+ 10,1 kg/inwoner

OPK

+ 1,3 kg/inwoner

PMD

+ 1,5 kg/inwoner

Glas

+ 0,7 kg/inwoner

Textiel

+ 0,3 kg/inwoner

Totaal

-24,9 kg/inwoner restafval ten behoeve van betere afvalscheiding

De bovenstaande vermindering van het restafval zorgt voor stijging van het scheidingspercentage tot 75,3%. De effecten van deze maatregelen zullen zich gedurende 2022 voordoen, waarbij de beoogde resultaten begin 2023 bereikt zullen worden. Dit heeft de volgende financiële consequenties:

■ Eenmalige communicatiecampagne: € 50.000,-

■ Jaarlijkse kostenstijging voor communicatie: € 40.000,-

■ Jaarlijkse kostenstijging voor de inzet van een afvalcoach: € 25.000,-

■ Investering in uitbreiden van verzamelvoorzieningen verschillende fracties: € 120.000,-

■ Investering in aanpassingen op de milieustraat: € 20.000,-

Met de maatregelen van fase 1 wordt ingezet op het vergroten van het bewustzijn onder inwoners (middels communicatie), het optimaliseren van het huidige inzamelsysteem (aan huis) en het laagdrempelig verbeteren van de acceptatie en inrichting van de milieustraat.

6.4 Fase 2 – Ingrijpen op restafval en optimalisatie inzamelsystematiek, de mogelijkheden

6.4.1 Fase 2 – Scenario A. Aanpassen inzamelfrequentie/omvang minicontainers voor het restafval aan huis

Binnen dit scenario wordt ingezet op het beperken van de mogelijkheden om restafval aan huis aan te bieden. Inwoners kunnen in de huidige situatie 1x per 4 weken de minicontainer aanbieden. Dit betreft in veruit de meeste gevallen (8.843 aansluitingen) 240 liter containers. Het verder verlagen van de ledigingsfrequentie, naar bijvoorbeeld 1x in de 5 of in de 6 weken wordt door inwoners vaak als een flinke aderlating in de service gezien. Bovendien is het effect hiervan marginaal te noemen.

Een effectieve aanpak is om alle minicontainers voor 240 liter in te nemen en om te ruilen voor een 140 liter minicontainer. Hiermee wordt hetzelfde doel behaald (minder aanbiedmogelijkheid, door minder volume), maar wordt minder direct ingegrepen in de service voor inwoners. Echter zal dit nog altijd gezien worden als een vermindering van het huidige serviceniveau. Een dergelijke wijziging vergt minimale aanpassingen in de huidige systematiek en sorteert direct effect. Om deze omzetting goed te laten verlopen kan gekozen worden om de GFT en OPK-minicontainer niet langer uit te geven in het 140 liter exemplaar, maar alleen als de 240 liter editie. Hiermee kan het uitstaande areaal aan minicontainers goed ingezet blijven en krijgen inwoners meer handelingsperspectief om beter te scheiden. Dit vergt aan huis iets meer ruimte om de minicontainers kwijt te kunnen.

De beoogde maatregelen zorgen voor een vermindering van het restafval (- 21,9 kg/inw) en zorgen voor een verder stijging van het scheidingspercentage tot 77,6%. Hiermee gepaard gaan een aantal investeringen en structurele lastenwijzigingen die gezamenlijk uiteindelijk een toename van € 2,69 op de afvalstoffenheffing tot gevolg hebben.

Hierbij vertaald deze ontwikkeling zich als volgt wat betreft de afvaldriehoek:

De toepassing van dit scenario zorgt voor een volgende stap om te komen tot 80% scheiding en een verdere afname van het restafval tot richting de 100 kg/inw. Het doel wordt echter niet onmiddellijk na invoering behaald (afname tot circa 128 kg/inw.). Inwoners lopen in dit kader vaak ook tegen de praktische beperking van capaciteit aan. Een kleinere container, of een container die minder vaak opgehaald wordt zal daarmee tot weerstand en klachten leiden. Het ligt echter in de lijn der verwachting dat er sprake is van een groeimodel waarmee de doelstellingen rond 2025 toch benaderd kunnen worden. Hier zal echter tussentijdse bijsturing op gevoerd moeten worden.

6.4.2 Fase 2 – Scenario B. Invoeren van ‘’omgekeerd inzamelen’’

Binnen dit scenario wordt ingezet op het beperken van de mogelijkheden om restafval aan huis aan te bieden. Inwoners krijgen hierbij 3 minicontainers aan huis voor de grondstoffenfracties (GFT, OPK en PMD). Dit zijn veelal grote exemplaren (240 liter). Hiermee hebben inwoners alle mogelijkheden om grondstoffen goed gescheiden aan te bieden. Vervolgens worden verspreid over de gemeente ondergrondse containers geplaatst voor het restafval. Deze bevinden zich veelal op een wat grotere afstand van de woning (tussen de 150 en 250 meter enkele reis), waardoor inwoners een fysieke handeling moeten verrichten om ‘’van het restafval af te komen’’. Hiermee wordt aangezet tot betere afvalscheiding (meer inzamelen van grondstoffen) en wordt het restafval verder teruggebracht.

Om een dergelijke wijze van inzameling mogelijk te maken in Loon op Zand zijn flinke investeringen noodzakelijk. Op dit moment worden circa 1.000 aansluitingen bediend met ondergrondse containers voor restafval. Dit betreft hoogbouwaansluitingen. Om de gehele gemeente aan te sluiten op ondergrondse inzameling voor restafval moeten er circa 130 ondergrondse containers bijgeplaatst worden. Verder dient geïnvesteerd te worden in de optimalisatie van mogelijkheden om GFT, OPK en PMD

22Voor PMD kan ook besloten worden om op de huidige wijze in te blijven zamelen (met zakken). De financiële consequenties hiervan zijn beperkt, het schei-dingsrendement zal hiermee iets teruglopen.

gescheiden in te zamelen bij hoogbouwaansluitingen.

De beoogde maatregelen zorgen voor een vermindering van het restafval (- 37,2 kg/inw) en zorgen voor een verder stijging van het scheidingspercentage tot 79,4%. Hiermee gepaard gaan een aantal investeringen

23Dit betreft voornamelijk de aanschaf en plaatsing van ondergrondse containers.

en structurele lastenwijzigingen die gezamenlijk uiteindelijk een toename van € 11,55 op de afvalstoffenheffing tot gevolg hebben.

De ontwikkelingen vertalen zich als volgt in de afvaldriehoek:

De toepassing van dit scenario zorgt voor de noodzakelijke winst om te komen tot 80% scheiding en een verdere afname van het restafval tot richting de 100 kg/inw. Het doel ten aanzien van het restafval wordt niet onmiddellijk na invoering behaald (afname tot circa 113 kg/inw.). Dit zal in de jaren daarna de aandacht nodig blijven hebben om het laatste stapje te zetten. Met flankerende maatregelen kan dat alsnog behaald worden. Inwoners zullen een dergelijke wijziging in eerste instantie als minder prettig ervaren, men moet gaan lopen met het afval. Ervaring leert dat dit na een periode van gewenning (1 jaar) als het nieuwe normaal gezien wordt en weerstand veelal verdwenen is (mits de containers tijdig geleegd blijven worden en verder technisch goed blijven functioneren).

6.4.3 Fase 2 – Scenario C. Invoeren van een prijsprikkel op het aan huis aanbieden van restafval (Diftar)

Binnen dit scenario wordt ingezet op het ‘’de vervuiler betaald’’ principe. Het aanbod van restafval wordt ontmoedigd middels de invoering van een prijsprikkel. De huidige inzamelwijze blijft hierbij intact, maar inwoners gaan betalen voor het restafval dat zij daadwerkelijk aanbieden. Hiermee gaan inwoners die veel restafval produceren meer betalen dan inwoners die goed scheiden en het aanbod restafval beperken.

Binnen de huidige inzamelstructuur voor restafval (met minicontainers en voor de hoogbouw met ondergrondse containers) wordt door middel van chips geregistreerd welke aansluitingen restafval aanbieden, en uiteindelijk wordt op basis daarvan de afvalstoffenheffing voor dat betreffende huishouden berekend.

Om een dergelijke wijze van afrekenen mogelijk te maken in Loon op Zand zijn investeringen noodzakelijk. Dit betreft in eerste instantie de noodzakelijke hardware op de inzamelmiddelen (chips), maar vooral ook investeringen in het achterliggende systeem. Er wordt in een diftar systeem veel met data gewerkt en hiervoor dient een goed systeem ingericht te worden, ook moeten noodzakelijke koppelingen gemaakt worden om de afvalstoffenheffing op de juiste wijze door te belasten.

Binnen het principe van ‘’de vervuiler betaald’’ en diftar zijn verschillende uitwerkingen denkbaar.

1De meest gehanteerde in Nederland is het zogenaamde volume/frequentie systeem. Inwoners betalen simpelweg per keer dat zij gebruik maken van het inzamelmiddel. Zodra men beter gaat scheiden, en daarmee minder restafval heeft, hoeft er minder vaak gebruik gemaakt te worden van het inzamelmiddel en zijn de kosten lager.

2Een andere methode die gebruikt kan worden betreft het beprijzen op gewicht. Hierbij betalen inwoners niet voor het aantal keren dat zij gebruik maken van een inzamelmiddel, maar voor het gewicht van hetgeen aangeboden wordt. Deze methode wordt door inwoners veelal als ‘’eerlijker’’ bestempeld, maar is lastiger om in te regelen. Dit vergt namelijk betrouwbare weeginstallaties op de inzamelvoertuigen, wat soms een extra investering tot gevolg kan hebben.

3Tenslotte is het ook denkbaar om een gecombineerde aanpak te hanteren waarbij inwoners een bedrag betalen per keer dat zij het inzamelmiddel gebruiken, en daarbovenop een prijs per kilo betalen. Hiermee worden inwoners zoveel mogelijk gestimuleerd om het restafval te verminderen.

De beoogde maatregelen zorgen voor een vermindering van het restafval (- 52,6 kg/inw) en zorgen voor een verder stijging van het scheidingspercentage tot circa 81,4%

24Afhankelijk van de methode die gekozen wordt kan dit nog iets hoger uitvallen.

. Hiermee gepaard gaan een aantal investeringen en structurele lastenwijzigingen die gezamenlijk uiteindelijk een afname van de afvalstoffenheffing tot gevolg hebben. De mate van daling is afhankelijk van de noodzakelijke investeringen. De laagste investeringen zijn noodzakelijk als er gekozen wordt voor een volume/frequentiemodel, de hoogste voor een combinatie van zowel frequentie als gewicht. In de hierop volgende overzichten worden de effecten in beeld gebracht.

1Diftar – volume / frequentie

2Diftar - Gewicht

3Diftar – Frequentie / gewicht

De toepassing van dit scenario zorgt voor vrijwel direct voor de noodzakelijke winst om te komen tot 80% scheiding en een reductie van het restafval tot onder de 100 kg/inw. Hierin zal in de daaropvolgende jaren een gestage groei van het scheidingspercentage en verdere afname van het restafval zichtbaar worden. Dit stelt de gemeente in staat om na enige tijd (1 á 2 jaar) verder te kijken naar een faciliterende rol in het kader van afvalpreventie.

De resultaten van diftar vertalen zich als volgt in de afvaldriehoek:

7 Voorstel stap 2 grondstoffenbeleid

7.2 Voorkeursscenario fase 2

7.2.1 Afwegingen

Met de invoering van diftar wordt direct en effectief ingegrepen op de ‘’dure’’ stroom restafval. De grootste uitdaging voor gemeente Loon op Zand ligt in deze reductie van het aangeboden restafval. Ingrijpen op de service op restafval is in het verleden reeds geprobeerd, maar had na een initiële daling onvoldoende structureel effect. Met de focus op de kostenkant van de afvalinzameling ligt daarmee voor de hand. Naast het directe effect op het aanbod van restafval (zowel fijn aan huis, als grof op de milieustraat) is gebleken dat diftar gemeenten gemiddeld gezien een lagere afvalstoffenheffing hebben. Bovendien behalen deze gemeenten ook nog eens de beste scheidingsresultaten. Onderstaande grafiek laat een vergelijking van alle gemeenten in Nederland zien. De grafiek laat duidelijk zien dat diftar gemeenten gemiddeld goedkoper zijn voor inwoners, met minder restafval dat verbrand moet worden.

Vergelijking tussen gemeenten met vast afvaltarief en diftar. Bron: Rapport van Rijkswaterstaat Afvalstoffenheffing 2019

De oranje bollen zijn gemeenten die werken met een volledig vast tarief voor afval (zoals Loon op Zand nu), de blauwe bollen zijn gemeenten die werken met diftar. De verticale as laat zien hoe veel inwoners in die gemeenten betalen voor hun restafval. De horizontale as laat zien hoeveel restafval er per inwoner per jaar in die gemeenten zijn. Hierbij is duidelijk zichtbaar dat diftar niet alleen zorgt voor betere scheidingsresultaten, maar ook voor lagere kosten.

Tenslotte geeft een diftar systematiek veel ruimte om de huidige kostenstructuur en tariefstelling op de milieustraat anders vorm te geven, aangezien er met de overgang tot diftar een herstructurering van de afvalstoffenheffing en – verordening plaats zal vinden.

25Het introduceren van een prijsprikkel stelt je simpel in staat om het huidige betalingssysteem op de milieustraat opnieuw vorm te geven en dure fracties hier te beprijzen. Het grote aanbod op de milieustraat in Loon op Zand betreft deze dure fracties, waarmee een flinke reductie vrijwel direct behaald kan worden.

In deze afwegingen is ook aandacht geschonken aan de benoemde alternatieven uit hoofdstuk 6 (wijziging van de omvang van de minicontainers en het omgekeerd inzamelen). Beide alternatieven worden als minder wenselijk beschouwd om de volgende redenen:

■ Een kleinere minicontainer met een inzamelfrequentie van 1x per 4 weken zal door inwoners (met name grotere gezinnen) beperkend werken. Men verliest het handelingsperspectief. Hiermee wordt heel nadrukkelijk ingegrepen op het verlagen van de service. Het uitgangspunt van de gemeente is altijd geweest om de service naar inwoners niet teveel onder druk te zetten. Een uitgangspunt dat met deze keuze in het gedrang kan komen.

■ Een algehele overgang tot omgekeerd inzamelen is om een andere reden af te raden. En dat betreft de noodzakelijke investeringen (en bijkomende praktische problemen). Het opnieuw inrichten van de inzamelstructuur (waarbij overal ondergrondse containers geplaatst zullen moeten worden) vergt een grote investering voor een minder milieurendement (dan met diftar). Verder vergt dit de nodige voorbereidingen (qua zienswijzen, kabels en leidingen, etc.), waardoor uitvoering op verschillende vlakken vertraging op kan lopen. Tenslotte heeft ook deze keuze invloed op de mate waarin inwoners service ervaren vanuit de gemeente. Over het algemeen wordt omgekeerd inzamelen daarbij als minder prettig ervaren dan de mogelijkheid om aan huis (met een minicontainer) het restafval aan te bieden.

7.2.2 Vorm

Het voorstel is om daarbij uit te gaan van het volume / frequentie model. Hierbij betalen inwoners per keer dat zij restafval aanbieden. Hierbij wordt een vaste frequentie aangehouden (net als nu) waarin ledigingsvoertuigen een route rijden. Inwoners hebben hierbij vervolgens zelf de keuze om de container aan te bieden, of niet. Deze bewezen methode wordt het meest gehanteerd in Nederland.

7.2.3 Implementatie

Het implementatietraject voor diftar vraagt de nodige voorbereidingstijd. Gedurende deze periode dienen namelijk alle inzamelmiddelen voor restafval in de gemeente voorzien te worden van registratieapparatuur en moeten softwarematig een aantal stappen gezet worden. Daarnaast zullen we nieuwe (milieu)passen moeten uitreiken

26Deze stappen en de bijbehorende kosten zijn opgenomen in de scenario berekeningen zoals weergegeven in de tabel.

.

In de praktijk houdt dit dat uitstaande minicontainers voor restafval voorzien moeten worden van chips en ondergrondse containers voorzien moeten worden van een zogenaamd toegangscontrolesysteem. De chip en toegangsgegevens dienen vervolgens in een softwaresysteem ondergebracht te worden, dat gekoppeld is aan de belastingenregistratie van de gemeente Loon op Zand. Het is aan te raden hiervoor additionele ondersteuning in te schakelen in de vorm van een externe projectleider.

Om de waarborgen dat het systeem goed functioneert wordt doorgaans een (gewenning) proefperiode aangehouden van zo’n 3 maanden. In deze tijd kunnen inwoners (kosteloos) wennen aan het nieuwe systeem en kunnen kinderziekten ontdekt en opgelost worden. Bij daadwerkelijke beprijzing van het restafval is dan sprake van een goed werkend en bekend systeem voor inwoners. Het is hierbij gebruikelijk om de start van diftar gelijk te laten lopen aan het kalenderjaar. Dit heeft voornamelijk te maken met de doorlooptijd van verschillende verordeningen en de belastingwetgeving.

Om inwoners de gelegenheid te geven te wennen aan de nieuwe systematiek wordt voorgesteld om te starten met een variabel tarief dat relatief laag ligt. Hiermee worden inwoners die meer restafval hebben in staat gesteld om het gedrag te verbeteren zonder daar direct ingrijpende financiële consequenties aan te verbinden. Jaarlijks kan de samenstelling tussen het vastrecht en het variabele tarief dan herijkt worden, zodat het meegroeit met het verminderde restafvalaanbod en de mogelijkheden van inwoners om afval te scheiden.

Bijlage 1: Scenario berekeningen

Fase 1

Fase 2 – Scenario A

Fase 2- Scenario B

Fase 2 – Scenario C

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.