Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad van Lochem houdende regels voor de werkwijze en het functioneren van de commissie Bezwaarschriften 2019 (Verordening commissie Bezwaarschriften 2019)

Gemeente Lochem · geldt sinds 1 januari 2019

Aanhef

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Lochem;

ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

gezien het voorstel van het college van 16 oktober 2018;

gelet op het bepaalde in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

B E S L U I T

vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

1verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

2commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;

3college: college van Burgemeester en Wethouders.

Artikel 2 Inleidende bepaling commissie

1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.

2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:

a.een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken;

b.wettelijke voorschriften met betrekking tot de rechtspositie van ambtenaren als bedoeld in de Ambtenarenwet;

c.de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lochem die betrekking hebben op de maatwerkvoorziening beschermd wonen.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.

4Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.

5De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

Artikel 4 Benoeming en ontslag

1De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

2De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

3De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Ze zijn bij hun aftreden opnieuw benoembaar.

4De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

5De voorzitter en de leden van de commissie treden af indien zij een leeftijd van 70 jaar hebben bereikt.

6De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

7De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn voor maximaal twee perioden herbenoembaar. De eerste termijn vangt aan met het eerste benoemingsbesluit van de leden door het college.

Artikel 5 Waarborgen voor privacy

1De leden zijn, in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, verplicht tot geheimhouding van de aangelegenheden die de individuele burger betreffen. Deze verplichting is ook van toepassing na beëindiging van het lidmaatschap van de commissie.

De leden zijn gehouden de stukken, die hen voor de uitoefening van hun taken worden toegezonden, met inachtneming van de voor de gemeente geldende regelgeving na afhandeling te vernietigen.

Artikel 6 Secretaris

De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen ambtenaren.

Het college kan tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen.

Artikel 7 Ingediend bezwaarschrift

1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 8 Bemiddeling

De commissie onderzoekt of de zaak in de minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen.

Artikel 9 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb kunnen voor de toepassing van deze verordening mede uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

a.artikel 2:1, tweede lid;

b.artikel 6:6 in samenhang met artikel 6:5, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

c.artikel 6:10 tweede lid;

d.artikel 6:14;

e.artikel 6:15, eerste en tweede lid;

f.artikel 6:17, voor zover de commissie over de behandeling van het bezwaar nog geen advies heeft uitgebracht;

g.artikel 7:4;

h.artikel 7:6;

i.artikel 7:10, voor zover de commissie over de behandeling van het bezwaar nog geen advies heeft uitgebracht.

Artikel 10 Vooronderzoek

1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 11 Hoorzitting

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.

3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

Artikel 12 Horen minderjarige

1De commissie stelt een minderjarige van twaalf jaar of ouder die bij een bezwaarschrift in het kader van de Jeugdwet en daarop gebaseerde regelgeving is betrokken, in de gelegenheid zijn mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken. De commissie kan besluiten een minderjarige jonger dan twaalf jaar te doen horen.

2In afwijking van artikel 10 lid 1 van deze Verordening wordt de minderjarige in beginsel voorafgaand aan de hoorzitting afzonderlijk gehoord. De minderjarige wordt alleen gehoord door de voorzitter in bijzijn van de secretaris. Ouder(s) mogen hierbij aanwezig zijn, mits de jeugdige daarmee instemt. Het verwerende orgaan wordt hiervoor niet uitgenodigd.

3De voorzitter van de commissie beslist over de aanwezigheid van ouders bij het horen van de minderjarige.

4Indien de voorzitter dit nodig acht, wordt een deskundige gevraagd om bij het horen aanwezig te zijn en samen met de voorzitter de minderjarige te horen.

5Van het horen van de minderjarige wordt geen verslag gemaakt. Tijdens de hoorzitting geeft de voorzitter kort en zakelijk weer wat de minderjarige heeft verklaard.

6Aan de belanghebbenden wordt geen kopie verstrekt van documenten van de minderjarige.

Artikel 13 Uitnodiging zitting

1De voorzitter nodigt de belanghebbenden, de minderjarige en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. Gebruikmaking van de elektronische verzending is mogelijk nadat de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.

2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden, de minderjarige of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden, de minderjarige en het verwerend orgaan meegedeeld.

4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 14 Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist dat ten minste twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig zijn.

Artikel 15 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Artikel 16 Openbaarheid zitting

1De zitting van de commissie is openbaar.

2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

4De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats voor wat betreft bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.

5Het horen van de minderjarige zoals bedoeld in artikel 12 van het internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind vindt plaats met gesloten deuren.

Artikel 17 Verslaglegging

1Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb kan zowel schriftelijk als digitaal worden vastgelegd.

2Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb bestaat in de regel uit een digitale geluidsopname, die op verzoek aan de belanghebbende(n) ter beschikking kan worden gesteld.

3De secretaris maakt op basis van de geluidsopname een schriftelijk verslag wanneer het bestuursorgaan dat nodig acht voor zijn besluitvorming of wanneer een belanghebbende daar om verzoekt dan wel dat een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure.

4Het schriftelijke verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat ter zitting is voorgevallen.

5Het schriftelijke verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

6Het schriftelijke verslag treedt in plaats van het digitale verslag.

Artikel 18 Nader onderzoek

1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19 Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

6Indien een hoorzitting heeft plaatsgevonden vermeldt het advies de namen van de aanwezigen en de hoedanigheid waarin zij de hoorzitting hebben bijgewoond.

7Indien op grond van artikel 7:3 van de Awb is afgezien van het horen van belanghebbende(n) wordt dat gemotiveerd vermeld in het advies van de commissie.

8Indien een hoorzitting achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden of indien belanghebbende(n) niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord wordt dit met opgave van redenen in het advies vermeld.

9Indien ter zitting nog nadere stukken zijn overgelegd wordt dit in het advies vermeld; voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt worden deze stukken als bijlage bij het advies gevoegd.

10Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 20 Uitbrengen advies en verdaging

1Het advies wordt, onder eventuele medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.

3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

Artikel 21 Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 22 Intrekking oude regeling

De Verordening commissie bezwaarschriften van 15 mei 2017 wordt ingetrokken.

Artikel 23 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.

Artikel 24 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie Bezwaarschriften 2019.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.