Aanhef
‘Beleidsregels Beter benutten bestaande woningvoorraad, gemeente Lochem 2025’
Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Lochem op 10 juni 2025
Hoofdstuk 1 Woningsplitsing
ARTIKEL 1.1 DEFINITIES
1Bebouwde kom: het gebied binnen de verkeerskomborden.
2College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem.
3Gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte van de woning, zoals gedefinieerd in de NEN 2580.
4Huishouden: onder een huishouden wordt verstaan een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een persoonlijke binding hebben met elkaar en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
5Inhoud van de woning: inhoud berekend zoals bedoeld in de NEN 2580.
6Ondergeschikte architectonische bebouwing: bebouwing die voor het oog in omvang ondergeschikt is aan de zelfstandige woningen en die bedoeld is om deze woningen aan elkaar te verbinden.
7Oorspronkelijke woning: De woning zoals deze bestond voordat deze voor het eerst gesplitst werd met een omgevingsvergunning en op grond van het Omgevingsplan is toegestaan.
8Wezenlijke woonvoorzieningen: keuken/eetkamer, toilet en douche-/badruimte, woonkamer en slaapkamer(s) en berging/stallingsruimte.
9Woning: het complex van ruimten dat een zelfstandige woonruimte vormt. Het gaat niet om bijgebouwen en bedrijfsgebouwen.
10Woningsplitsing: het opsplitsen van één zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen. De splitsing van een woning mag grondgebonden woningen en gestapelde woningen (appartementen) opleveren.
11Zelfstandige woning: een gebouw dat blijkens zijn indeling en inrichting en de vergunde situatie bestemd is voor de huisvesting van één huishouden en beschikt over alle wezenlijke woonvoorzieningen.
ARTIKEL 1.2 TOETSINGSKADER VOOR WONINGSPLITSING
Hoofdstuk 2 Woningdelen
Inleiding
Een eigenaar/bewoner kan ervoor kiezen om de woning niet te splitsen, maar om de woning te delen met een tweede huishouden. Het tweede huishouden krijgt dan geen zelfstandige woonruimte. De huishoudens delen dan enkele ruimtes, zoals keuken, woonkamer en/of badkamer. Voorbeelden van woningdelen zoals hier bedoeld zijn: meergeneratiewonen (ouders en kinderen wonen in een huis en helpen elkaar), de woning delen met een goede bekende omdat het gezelliger is en men elkaar kan helpen of het verhuren van een kamer als hospita (hospitaverhuur).
Woningdelen kan fiscale en financiële gevolgen hebben. Er gelden regels vanuit het huurrecht, huurtoeslag en de inkomensbelasting. Daarnaast is woningdelen niet altijd toegestaan volgens de hypotheekvoorwaarden.
Op deze manier kan een eigenaar van een woning ervoor kiezen om zijn woning te delen, zonder de (bouwkundige) maatregelen te hoeven treffen om de woning te splitsen.
Werkingssfeer
De beleidsregels voor woningdelen gelden voor het hele grondgebied van de gemeente Lochem. Hieronder vallen de kernen en het buitengebied. Deze beleidsregels voor woningdelen zijn niet van toepassing op toeristische verhuur, recreatiewoningen en bedrijfswoningen.
ARTIKEL 2.1 DEFINITIES
1College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem.
2Huishouden: onder een huishouden wordt verstaan een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een persoonlijke binding hebben met elkaar en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
3Woning: het complex van ruimten dat een zelfstandige woonruimte vormt. Het gaat niet om bijgebouwen en bedrijfsgebouwen.
4Wezenlijke woonvoorzieningen: keuken/eetkamer, toilet en douche-/badruimte, woonkamer en slaapkamer(s) en berging/stallingsruimte.
5Woningdelen: het delen van een woning met een tweede huishouden waarbij wezenlijke woonvoorzieningen worden gedeeld.
6Zelfstandige woning: een gebouw dat blijkens zijn indeling en inrichting en de vergunde situatie bestemd is voor de huisvesting van een huishouden en beschikt over alle wezenlijke voorzieningen.
7Onzelfstandige woonruimte: de ruimte waar de huurder zijn slaapverblijf heeft, niet zijnde de keuken/ eetkamer, douche/badkamer, woonkamer of berging.
8Gemeenschappelijke ruimten: dit zijn de woonkamer, keuken, badkamer/toilet en berging-/ stallingsruimte.
9Huurder: een persoon die een contract afsluit met de verhuurder voor het huren van een onzelfstandige woonruimte en het gebruik maken van de gezamenlijke ruimten in de woning.
10Kamerverhuur: het verhuren van onzelfstandige woonruimte in een zelfstandige woning waarbij de gemeenschappelijke ruimten worden gedeeld met andere huurders (zie Beleidsregels kamerverhuur gemeente Lochem, 2025). De hele woning is verkamerd, de eigenaar woont elders.
11Hospitaverhuur: een vorm van verhuur, waarbij een deel van de woonruimte als onzelfstandige woonruimte door de hoofdbewoner (hospita) aan een derde wordt verhuurd. De huurder en de verhuurder (de hospita) wonen in dezelfde woning, maar vormen geen gemeenschappelijk huishouden. Een voorwaarde is dat de toegang wordt gedeeld en vaak ook gemeenschappelijke voorzieningen zoals de keuken of badkamer. Hospita en huurder hebben een huurcontract afgesloten waardoor zij een aantoonbaar zakelijke relatie hebben.
ARTIKEL 2.2 TOETSINGSKADER VOOR WONINGDELEN
Hoofdstuk 3 Pré-mantelzorgwoningen
Inleiding
De huidige wetgeving biedt mogelijkheden voor het realiseren van mantelzorgwoningen. Dit kan echter alleen als er daadwerkelijk sprake is van mantelzorg. Vooruitlopend op een toekomstige mantelzorgbehoefte wil de gemeente Lochem het mogelijk maken dat senioren al bij familie of vrienden gaan wonen en voor elkaar zorgen (zoals elkaar helpen, klusjes doen, sociaal contact) voordat er sprake is van ‘echte’ mantelzorg. De beleidsregels pré-mantelzorgwoningen voorzien hierin.
Werkingssfeer
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een tijdelijke en/of een persoonsgebonden omgevingsvergunning voor het afwijken van het Omgevingsplan ten behoeve van pré-mantelzorgwoningen, niet zijnde reguliere mantelzorgwoningen, binnen de gehele gemeente Lochem.
1De tijdelijke omgevingsvergunning zal voor maximaal 10 jaar verleend worden in combinatie met een persoonsgebonden omgevingsvergunning. Na 10 jaar of bij overlijden of verhuizing naar een verpleeghuis, vervalt de vergunning. Ook als in de loop van de 10 jaar een ‘echte’ mantelzorgsituatie ontstaat vervalt de vergunning, omdat de mantelzorgwoning vergunningvrij wordt. Indien er na 10 jaar nog geen sprake is van een ‘echte’ mantelzorgsituatie neemt de gemeente een besluit over al dan niet handhavend optreden tegen het afwijkend gebruik van het Omgevingsplan.
2De persoonsgebonden omgevingsvergunning zal worden verleend voor de duur dat de persoon/personen aan wie de vergunning is verleend hier gebruik van maken.
3Binnen 2 maanden na afloop van de pré-mantelzorgbehoefte, dient de woning ontmanteld of verwijderd te worden en/of in overeenstemming te worden gebracht met de regels die op dat moment gelden.
ARTIKEL 3.1 DEFINITIES
1Hoofdwoning: de woning die op het perceel waar de pré-mantelzorglocatie is voorzien op grond van het ter plaatse geldende Omgevingsplan is toegestaan.
2Huishouden: onder een huishouden wordt verstaan een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een persoonlijke binding hebben met elkaar en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
3Huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting (in een zelfstandige wooneenheid), in of bij een hoofdwoning, van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning.
4Huisvesting in verband met pré-mantelzorg: huisvesting (in een zelfstandige wooneenheid,) in of bij een hoofdwoning, van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg gaat verlenen aan of ontvangen van een bewoner van de hoofdwoning.
5Mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige, medewerker van ’t Baken, Welzijn Lochem of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Er is sprake van overstijgen van gebruikelijke hulp als de zorg minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden wordt verleend.
6Mantelzorgwoning: zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing, nieuw op te richten bebouwing of in een woonunit waar huisvesting in verband met mantelzorg plaatsvindt, die kan worden aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk (bij de hoofdwoning) in de zin van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
7Medische indicatie: een medische indicatie is een bewijs van een arts of (andere) relevante specialist voor een bepaalde aandoening of ziekte en het al dan niet voortschrijdend karakter ervan.
8Pré-mantelzorg: de situatie waarin wordt geanticipeerd op een te verwachten zorgbehoefte waarbij wordt verwacht dat binnen 10 jaar sprake is van een mantelzorgsituatie waardoor wel wordt voldaan aan de criteria voor huisvesting in een vergunningsvrije mantelzorgwoning.
9Pré-mantelzorgwoning: zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing, nieuw op te richten bebouwing of in een woonunit, waar huisvesting in verband met pré-mantelzorg plaatsvindt.
10Sociale relatie: de band tussen twee of meerdere mensen op maatschappelijk (sociaal) gebied. Dit kan een familieband zijn maar ook een andere relatie is mogelijk bijvoorbeeld vrienden of buren.
11Voortschrijdende aandoening: een voortschrijdende aandoening ofwel progressieve ziekte is een chronische ziekte die steeds ernstiger wordt. Het kan gaan om lichamelijke, verstandelijke of psychische toestand van een persoon.
12Zelfstandige wooneenheid (met een eigen huisnummer en voordeur): een woonruimte welke een eigen toegang heeft (eventueel via een centrale hal) en welke door één huishouden kan worden bewoond en beschikt over de wezenlijke voorzieningen zoals sanitair, kookgelegenheid en wasgelegenheid.
13Zorgverlener: een persoon met familiaire of andere sociale relatie die mantelzorg verleent aan de zorgontvanger.
ARTIKEL 3.2 TOETSINGSKADER VOOR PRÉ-MANTELZORGWONINGEN
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
ARTIKEL 4.1 JURIDISCHE STATUS
4.1.3 Voorrangsregeling met ander beleid
ARTIKEL 4.2 INWERKINGTREDING
De beleidsregels beter benutten bestaande woningvoorraad, gemeente Lochem 2025 treden in werking op de dag na bekendmaking van deze beleidsregels.
Toelichting
De beleidsregels treden na bekendmaking in werking. Er is geen overgangsrecht opgenomen.
ARTIKEL 4.3 CITEERTITEL
Deze notitie wordt aangehaald als: “Beleidsregels Beter benutten bestaande woningvoorraad, gemeente Lochem 2025”.