Gemeentelijke regelgeving

VTH-Beleidsplan Gemeente Lisse 2024-2027

Gemeente Lisse · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Samenvatting

In het VTH-beleidsplan gemeente Lisse 2024-2027 is op strategisch niveau beschreven hoe de taken op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) de komende vier jaar worden opgepakt. Het gaat hierbij zoal om taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten. Dit VTH-beleidsplan is tot stand gekomen in nauwe samenspraak tussen de teams Vergunningen (Publieksservice) en Toezicht en Handhaving (Buitenruimte).

Waarom dit VTH-beleid?

De gemeenteraad heeft de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Lisse vastgesteld. In deze verordening heeft de gemeenteraad de doelen gesteld waarop de kwaliteit van de VTH uitvoeringstaken in elk geval betrekking moet hebben. Deze doelen zijn dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van producten en diensten en financiën. Op grond van de Omgevingswet c.q. het Omgevingsbesluit en met in acht name van de door de gemeenteraad gestelde doelen, is het college van burgemeester en wethouders als het bevoegde gezag, verplicht VTH-beleid te formuleren. Hiervoor gelden wettelijke en beleidsmatige kaders welke beknopt worden beschreven.

De doelstellingen

In het voorliggende beleidsplan heeft het college doelen gesteld. Deze doelen worden nader uitgewerkt in het Vergunningen - Uitvoeringsplan (VUP) en Handhaving - Uitvoeringsplan (HUP) naar concrete activiteiten op team-niveau. Daarin wordt onder andere ook aandacht besteed aan de kwaliteit en kwantiteit van de beschikbare formatie. Het college zal jaarlijks beoordelen ‘of het goed gaat’ ten aanzien van de door henzelf geformuleerde beleidsdoelen en hierover rapporteren. Wanneer dit nodig blijkt kan het VTH-beleid tussentijds aangepast worden.

De VTH doelstellingen voor de komende beleidsperiode zijn:

•Risico gestuurd werken

•Werken conform Omgevingswet

•Werken conform Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

•Aansluiting Raadsakkoord 2022-2026 ‘Samen voor Lisse’

De VTH doelstellingen zijn bepaald op basis van de missie en visie op het gebied van VTH, lokale, landelijke en organisatorische ontwikkelingen, het wettelijk/juridisch kader en een risicoanalyse.

Werkwijzen, technieken en instrumenten

De uniforme werkwijzen voor de uitvoering van de VTH taken zijn vastgelegd in procesbeschrijvingen. Om er voor te zorgen dat de wet- en regelgeving wordt nageleefd, wordt gewerkt volgens de beschreven toetsingsprotocollen en de nalevingsstrategie. Hierbij is onderscheid gemaakt in de preventiestrategie en handhavingsstrategie. Het heeft de voorkeur om zoveel mogelijk de preventieve handhavingsinstrumenten in te zetten. De handhavingsstrategie wordt uiteen gezet. Deze is onderverdeeld in de toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie.

Borging uitvoering

Beschreven wordt hoe de uitvoering van het VTH-beleidsplan is geborgd. Het gaat hierbij om de beschikbare middelen en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s: het Vergunningverlening Uitvoeringprogramma (VUP) en het Handhaving Uitvoeringprogramma (HUP). Beide uitvoeringsprogramma’s worden jaarlijks geëvalueerd. Hierbij wordt onder andere beoordeeld of de uitvoeringsprogramma’s hebben bijgedragen aan de beleidsdoelstellingen uit het VTH-beleidsplan. De resultaten worden kenbaar gemaakt aan de gemeenteraad. In het kader van het Interbestuurlijk toezicht wordt ook de Provincie Zuid Holland hierover geïnformeerd.

2. Kaders

2.1 Missie, visie op het gebied van VTH

2.1.1 Missie

Een veilige, duurzame en leefbare woon- en werkomgeving waarin de eigen identiteit van de gemeente Lisse geborgd blijft en inwoners en bedrijven kunnen rekenen op professionele en kwalitatief hoogstaande dienstverlening.

2.1.2 Visie

De gemeente Lisse is en blijft graag met de inwoners van de gemeente, maatschappelijke organisaties en bedrijven in verbinding. Wij zijn een deskundige gesprekspartner, die goed op de hoogte is van de lokale situatie en de context. Wij denken mee, ook als het gaat om legalisatiemogelijkheden binnen de handhaving. Wij versnellen en versterken initiatieven. Daarnaast werken wij aan kwalitatief hoogwaardige producten en diensten. Wij ondersteunen, mits het bijdraagt aan en geen afbreuk doet aan een veilige, duurzame en leefbare woon- en werkomgeving. Dit kan ook betekenen dat wij handhavend kunnen/moeten optreden.

2.2 Wettelijk kader

2.2.1 Wat valt er niet onder het VTH-Beleidsplan

Handhaving Alcoholwet

Niet alle onderwerpen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is met betrekking tot de handhaving zijn meegenomen in dit VTH-beleidsplan. Op 21 januari 2014 is de handhavingsstrategie Drank en Horecawet van de gemeente Lisse vastgesteld. Aangezien er voor de handhaving op de Alcoholwet separaat beleid is, maakt dit daarom geen deel uit van deze nota. Wel is het toezicht op de Alcoholwet in deze nota opgenomen bij de prioritering.

Toezicht en handhaving brandveiligheid

Het toezicht op de brandveiligheid is de taak van de Brandweer Hollands Midden en zij adviseert de gemeente op dit gebied. De Brandweer Hollands Midden heeft separaat beleid voor de Veiligheidsregio Hollands Midden en stelt jaarlijks zelf een uitvoeringsprogramma en een evaluatie hiervan op. Om deze reden is dit onderwerp geen onderdeel van het VTH-beleid. Wel blijft de gemeente/het college het bevoegd gezag en indien nodig zal samen met de Brandweer Hollands Midden handhavend worden opgetreden. Voor deze handhaving zal het bestuursrechtelijke handhavingstraject worden bewandeld, zoals in dit beleid is omschreven.

Toezicht en Handhaving Milieuwetgeving

Toezicht en handhaving op het gebied van milieu wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst West-Holland (hierna: ODWH). De ODWH houdt toezicht en handhaaft op basis van de gemeenschappelijke regeling en de door de gemeente toegekende mandaten, op strijdigheden met de Omgevingswet m.b.t. milieu. Daarnaast voert de ODWH op mandaatbasis voor de gemeente Lisse ook milieu gerelateerde taken op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) uit.

Bij de ODWH zijn op dit moment 12 gemeenten aangesloten en de Provincie Zuid-Holland. Het algemeen bestuur van de ODWH heeft de Nota Gemeentelijk Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving Omgevingswet (milieu en bodem) 2023-2024 Omgevingsdienst West-Holland vastgesteld namens de deelnemende de gemeenten waaronder Hillegom, Lisse en Teylingen. Het beoogt een uniforme regionale uitvoering op basis van een landelijk kwaliteitsniveau te verbinden aan lokale maatschappelijke doelstellingen en uitvoering. In dit beleid en in de jaarlijkse werkplannen worden tevens de handhavingsprioriteiten benoemd.

Gezien de omstandigheid dat in het kader van het toezicht en de handhaving op het gebied van milieu sprake is van separaat beleid, maken de milieu gerelateerde werkzaamheden geen onderdeel uit van het voorliggende beleid.

3. Risicoanalyse en prioriteitenberekening

3.4 Prioritering

3.4.1 Vergunningverlening Omgevingswet

ONDERWERPEN

PRIORITERING

Slopen met asbest

2Hoog

Gezondheidszorgfunctie (met bedgebied)

2Hoog

Bijeenkomstfunctie scholen en kinderopvang

2Hoog

Logiesfunctie

2Hoog

Logiesfunctie specifiek buitenlandse werknemers

2Hoog

Onderwijsfunctie (middelbaar onderwijs)

2Hoog

Bijeenkomstfunctie horeca

3Gemiddeld

Woonfunctie onder Wkb gevolgklasse 3

3Gemiddeld

Bijeenkomstfunctie overig

3Gemiddeld

Industriefunctie

3Gemiddeld

Industriefunctie (zwaar)

3Gemiddeld

Agrarische functie

3Gemiddeld

Winkelfunctie

3Gemiddeld

Bouwwerk geen gebouwzijnde (bruggen, tunnels)

3Gemiddeld

Slopen

3Gemiddeld

Kappen

3Gemiddeld

Monumenten

3Gemiddeld

Kantoorfunctie

3Gemiddeld

Woonfunctie onder Wkb Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken

4Laag

Woonfunctie onder Wkb gevolgklasse 1 en 2

4Laag

Gezondheidszorgfunctie (overig)

4Laag

Parkeerfunctie/stalling voertuigen

4Laag

Celfunctie(s)

4Laag

Aanlegactiviteiten

4Laag

Uit- inrit

4Laag

3.4.2 Vergunningverlening APV & Alcoholwet

ONDERWERPEN

PRIORITERING

Alcohol vergunning commercieel (geen onderscheid tussen technisch en overig) voor beide

2Hoog

Exploitatievergunning horeca

2Hoog

Evenement C

2Hoog

Afdeling APV: Seksbedrijf

2Hoog

Voorwerpen op of aan de weg (containers, driehoekborden, reclame, terrassen, verkoop, uitstallingen, steigers

3Gemiddeld

Alcoholwet vergunning para commercieel

3Gemiddeld

Alcoholwet Slijterij

3Gemiddeld

Exploitatie speelautomatenhal

3Gemiddeld

Ontheffing sluitingstijden

4Laag

Exploitatie coffeeshop

4Laag

Meldingsplichtige evenementen

4Laag

Marktstandplaats

4Laag

Kansspelen

5Zeer laag

Evenement A

5Zeer laag

Evenement B

5Zeer laag

3.4.3 Bouwtoezicht

ONDERWERPEN

PRIORITERING

Kamerverhuur

2Hoog

Hotels/pension

2Hoog

Verpleeghuizen/wonen met 24uurszorg

2Hoog

Hospice

2Hoog

Psychiatrische instellingen

2Hoog

Kinderopvang

2Hoog

Scholen

2Hoog

Horecagelegenheden

3Gemiddeld

Productiebedrijven

3Gemiddeld

Theaters

3Gemiddeld

Winkels

3Gemiddeld

Zalen(verhuur)

3Gemiddeld

Kantoorgebouwen

3Gemiddeld

Kantines

3Gemiddeld

Religieuze gebouwen

3Gemiddeld

Appartementen

3Gemiddeld

Opslagloodsen

4Laag

Vrijstaande woningen

4Laag

Gekoppelde woningen

4Laag

3.4.4 T&H Bouwen/Ruimtelijke Ordening

ONDERWERPEN

PRIORITERING

Huisvesting arbeidsmigranten/kamerverhuur

2Hoog

Brandveiligheid

2Hoog

Illegale bouwwerken

2Hoog

Strijdig gebruik in het buitengebied uitsluitend in gebouwen

2Hoog

Strijdig gebruik in het buitengebied anders dan in gebouwen

3Gemiddeld

Illegale sloop (geen asbest)

3Gemiddeld

Overige illegale bewoning

3Gemiddeld

Strijdig gebruik binnen de bebouwde kom uitsluitend in gebouwen

3Gemiddeld

Bestaande bouw constructief

3Gemiddeld

Monumenten

3Gemiddeld

Bestaande bouw overig

3Gemiddeld

Illegale aanlegwerkzaamheden

3Gemiddeld

Strijdig gebruik binnen de bebouwde kom anders dan in gebouwen

4Laag

Wet goed verhuurderschap (excl. Bbl)

4Laag

Illegale bouwwerken die naar hun aard en omvang geen grote impact hebben op hun omgeving (bijv. afdakjes, erfafscheidingen, speeltoestellen, etc.)

5Zeer laag

Welstandsexces

5Zeer laag

Archeologie

5Zeer laag

3.4.5 Alcoholwet, APV, overige verordeningen, Regelement voor verkeersregels en verkeerstekens (RVV)

ONDERWERPEN

PRIORITERING

Ondermijning

2Hoog

H.2 Afd. 10 Consumentenvuurwerk. Vuurwerkcontroles.

2Hoog

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade - Verboden en hinderlijk drankgebruik

2Hoog

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade - Lachgas

2Hoog *

H.2 Afd. 5 APV: Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten

2Hoog *

H.2 Afd.11 APV: Drugsoverlast

2Hoog *

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade - Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en verboden gedrag bij of in gebouwen (jeugdoverlast)

2Hoog *

Aanbieden huiselijk afval

2Hoog *

Zwerfafval

2Hoog *

toezicht Alcoholwet op evenementen

2Hoog *

Toezicht Alcoholwet openbare ruimte 18-

2Hoog *

Gevaarlijk en hinderlijk parkeren

2Hoog **

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – sluiting gebouw en betreden gesloten woning of lokaal

2Hoog **

Aanbieden bedrijfsafvalstoffen

2Hoog **

H.3 APV: Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

2Hoog **

H.2 Afd.3 APV: Evenementen

3Gemiddeld

H.2 Afd.4 APV: Toezicht op openbare inrichtingen, zoals horecabedrijven

3Gemiddeld

H.5 Afd.1 APV: Parkeerexcessen

3Gemiddeld

H.2 Afd. 7 APV: Toezicht op speelgelegenheden

3Gemiddeld

H.2 Afd. 1 APV: voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden

3Gemiddeld

H.5 Afd.7 APV: Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

3Gemiddeld

toezicht Alcoholwet inrichtingen (leeftijd)

3Gemiddeld *

Verkeersveiligheid rondom basisscholen

3Gemiddeld *

H.2 Afd.2 APV: Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen - Reclame-uitingen

3Gemiddeld *

H.5 Afd.6 APV: Openbaar water en waterstaatswerken – ligplaats vaartuigen

3Gemiddeld *

Terrassen

3Gemiddeld *

Toezicht Alcoholwet inrichtingen (vergunning) incl. paracommercieel

3Gemiddeld *

H. 4 Afd. 5 APV: Kamperen buiten kampeerterreinen

3Gemiddeld *

Uitstallingen

3Gemiddeld *

H.2 Afd. 9 Bestrijding van heling van goederen

3Gemiddeld **

Blauwe zone

3Gemiddeld **

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade - Honden

4Laag -

H.5 Afd.6 APV: Openbaar water en waterstaatswerken

4Laag

H.2 Afd. 6 APV: Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

4Laag

H.4 Afd. 2 APV: Bodem-, weg- en milieuverontreiniging

4Laag

Bomenverordening

4Laag

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – Stallen van (brom)fietsen

4Laag

H.5 Afd.8 APV: Vuurverbod

4Laag

H.5 Afd. 4 APV: Standplaatsen

4Laag

H.2 Afd.2 APV: Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

4Laag

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – Houden of voeren hinderlijke of schadelijke dieren

4Laag

H.5 Afd. 2 en 3 APV: Collecteren, venten

4Laag

H.4 Afd. 4 APV: Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast

4Laag

Fout parkeren niet zijnde hinderlijk of gevaarlijk

5Zeer laag

Marktverordening

5Zeer laag

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – plakken en kladden

5Zeer laag

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – middelen inbraak en diefstal

5Zeer laag

H.2 Afd. 1 APV: voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden - Verspreiden van gedrukte stukken

5Zeer laag

H.5 Afd. 5: Snuffelmarkten

5Zeer laag

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – loslopend vee, duiven en bijen

5Zeer laag

H.2 Afd. 1 APV: voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden - Betoging, meldingsplichtige evenementen

5Zeer laag

H.2 Afd. 8 APV: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade – bedelarij

5Zeer laag

H.5 Afd.9 APV: Asverstrooiing

5Zeer laag

Door de bepaling van het negatieve effect van de overtreding en/of de vermenigvuldiging met de kans op slecht naleefgedrag, kan soms de prioriteit lager uitvallen dan bestuurlijk/politiek wenselijk is. Aantasting van de leefbaarheid is niet altijd meetbaar aan de hand van het negatieve effect (risico) of hoe vaak een overtreding wordt begaan.

Bij de prioriteiten waar een * of ** is aangegeven, is de prioriteit -gebaseerd op de risicoanalyse- opgehoogd en bij een – is de prioriteit verlaagd in het kader van bijv. bestuurlijk belang, output van raadsbijeenkomst of beleidsafspraken.

* = prioriteit eenmaal opgehoogd

** = prioriteit tweemaal opgehoogd

-= prioriteit eenmaal verlaagd

4. Doelstellingen

4.3 Beleidsdoelstellingen

4.3.1 Risico gestuurd werken

Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 stelt het college aan de hand van een risico-inschatting prioriteiten ten aanzien van de uitvoering van de VTH taken. De teams Vergunningen en Toezicht en Handhaving hebben in de vorige beleidsperiode risico gestuurd gewerkt volgens de voor die periode vastgestelde prioritering.

Activiteit:

De komende beleidsperiode 2024 - 2027 zetten team Vergunningverlening en team Toezicht en Handhaving het risico gestuurd werken conform de prioritering uit hoofdstuk 3 voort. Dit wordt jaarlijks nader op uitvoeringsniveau uitgewerkt in de uitvoeringsprogramma’s HUP en VUP.

4.3.2 Werken conform de Omgevingswet.

De Omgevingswet is de basis voor een nieuw regelgevingsstelsel voor de fysieke leefomgeving en behelst een grootschalige transitie van het Omgevingsrecht. Deze treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking.

Het kabinet wil met de Omgevingswet het aantal regels verminderen, bereiken dat de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar worden afgestemd en dat duurzame projecten gestimuleerd worden. Tevens wil men meer ruimte geven aan gemeenten, provincies en waterschappen, zodat zij hun omgevingsbeleid kunnen afstemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen.

De Omgevingswet zal voor de vergunningverlening en de toezicht en handhaving grote veranderingen brengen.

Flexibiliteit in benadering en contact worden onder invloed van de Omgevingswet nog belangrijker. Wij moeten kunnen inspelen op maatwerk vraagstukken (burgerinitiatieven, co-creatie en meervoudige, complexe vragen). Ook zal de doorlooptijd van het vergunningentraject verkort worden naar 8 weken en worden initiatieven in samenwerking met alle betrokkenen tegelijkertijd aan de omgevingstafel besproken. Dit vergt complementaire kwaliteiten van medewerkers.

Vanzelfsprekend zullen de teams Vergunningen en Toezicht en Handhaving zich goed moeten voorbereiden op de komende veranderingen. De komende beleidsperiode zal daarom in het teken staan van het verwerven van kennis en het aanpassen van applicaties en werkprocessen. De voorbereiding op de Omgevingswet is vanwege de omvang van de transitie in de loop van de vorige beleidsperiode reeds gestart.

Activiteit:

De komende beleidsperiode 2024 - 2027 zetten team Vergunningverlening en team Toezicht en Handhaving de implementatie van de Omgevingswet voort. Dit wordt op uitvoeringsniveau jaarlijks ingebed in de uitvoeringsprogramma's HUP en VUP.

4.3.3 Werken conform de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

Onder invloed van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zal het technische deel van de VTH werkzaamheden (vooralsnog gedeeltelijk, voor bouwwerken vallend onder risicoklasse 1) meer naar de achtergrond verdwijnen. Met dit nieuwe stelsel wordt verbetering van de bouwkwaliteit beoogd door middel van onafhankelijke kwaliteitscontroles en grotere aansprakelijkheid van de aannemers. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert gedeeltelijk door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw worden in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw deels uitgevoerd door een marktpartij en niet meer automatisch door de gemeente. De gemeente behoudt haar handhavende taak en haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor (toezicht op) welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en de bouwwerken die niet onder de Wkb vallen.

De Wkb (onderdeel Omgevingswet) treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking voor de nieuwbouw en voor de verbouwactiviteiten op 1 juli 2024. In de vorige beleidsperiode zijn de teams Vergunningen en Toezicht en Handhaving al bezig geweest met de voorbereiding hierop.

Activiteit:

In de beleidsperiode 2024 – 2027 gaan de teams Vergunningen en Toezicht en Handhaving de implementatie van de Wkb verder voortzetten en zorgdragen voor aanpassing van de werkprocessen.

Dit wordt op uitvoeringsniveau jaarlijks ingebed in de uitvoeringsprogramma's HUP en VUP.

4.3.4 Aansluiting Raadsakkoord 2022-2026 ‘Samen voor Lisse’

Voor de bestuursperiode 2022-2026 is een raadsakkoord gesloten, het Raadsakkoord 2022-2026 ‘Samen voor Lisse’. In dit raadsakkoord is de bestuurlijke koers vastgelegd voor deze periode en bevat een samenwerkings- en een ontwikkelagenda.

Dit raadsakkoord staat los van het voorliggende VTH-beleidsplan Lisse 2024 – 2027. Wel zijn er raakvlakken. In het raadsakkoord staan onderwerpen welke op uitvoeringsniveau de VTH-taken raken of hier onderdeel van zijn. Deze luiden o.a.: de problematiek rond de arbeidsmigranten (met name in relatie tot landelijke ontwikkelingen naar aanleiding van commissie Roemer), het afvalbeleid, beleid op het gebied van duurzaamheid en parkeren en het Veiligheidsbeleid 2024-2027.

Activiteit:

De onderwerpen die zijn genoemd in het Raadsakkoord 2022-2026 ‘Samen voor Lisse’ en dus ook in het Veiligheidsbeleid 2024-2027 (waaronder de aanpak van Ondermijning), die betrekking hebben op de VTH-taken, zullen op uitvoeringsniveau zo nodig worden afgestemd en jaarlijks worden ingebed in de uitvoeringsprogramma's HUP en VUP.

5. Werkwijzen, technieken en instrumenten

5.3 Nalevingsstrategie

5.3.1 Preventiestrategie

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom worden zo veel mogelijk preventieve handhavingsinstrumenten gebruikt om het gedrag en de naleving van inwoners en ondernemers op een positieve manier te beïnvloeden.

Hierdoor kunnen onveilige en ongewenste situaties worden voorkomen en zijn er minder tijdrovende en kostbare repressiemiddelen nodig.

Het blijft altijd de verantwoordelijkheid van de inwoner of ondernemer zelf om op de hoogte te zijn van de geldende wet- en regelgeving. Wij helpen hen hierbij door te verwijzen naar regelgeving op het internet, website en/of de huis-aan-huisbladen. Daarnaast is er de mogelijkheid om contact op te nemen met de gemeente om telefonisch vragen te stellen, te mailen, of een afspraak te maken voor een persoonlijk gesprek.

Regels moeten eenduidig en controleerbaar zijn. Dit geldt met name voor de verleende omgevingsvergunningen. Het is hierbij van belang dat de in de vergunning gestelde voorschriften en eventuele voorwaarden begrijpelijk en uitvoerbaar zijn. Dit voorkomt dat er onduidelijkheid en/of verschil in interpretatie over ontstaat. Door de voorschriften uitvoerbaar te maken zorgen wij er tevens voor dat deze beter te controleren zijn.

Bij het opstarten van een handhavingsproject wordt per geval bekeken welke vorm van communicatie hiervoor wordt ingezet. Bij deze keuze wordt er gekeken aan welke informatie behoefte is, wie het aanspreekpunt is en welke mogelijke publicatieplicht er is vanuit wet- en regelgeving. Bovendien kan er voor gekozen worden om meerdere communicatiemiddelen in te zetten in het kader van transparantie en preventie.

De gemeentelijke toezichthouders spelen ook een grote rol bij de preventie. Zij functioneren als aanspreekpunt in het veld. Ook kunnen zij signalen uit de buurt opvangen en hierop preventief reageren.

Daarnaast is veel winst te behalen door goede communicatie aan de voorkant van het vergunningenproces. Dit doen wij door tijdens vooroverleg, intakeoverleg en tijdens het vergunningaanvraag- en meldingsproces de aanvrager duidelijk te informeren. Dit voorkomt in grote mate het onbewust overtreden van de regels.

5.3.2 Handhavingsstrategie

De handhavingsstrategie is veelomvattend en wordt daarom onderverdeeld in drie afzonderlijke strategieën: toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. De werkwijzen van Toezicht en Handhaving staan beschreven in bijlage 5.

Toezichtstrategie

Het doel van de toezichtstrategie is om door middel van controle naleving van de wet- en regelgeving te bevorderen. De mate van toezicht wordt bepaald door de prioriteit die aan een onderwerp is toegekend. Per onderwerp wordt de intensiteit van toezicht bepaald.

•Zeer hoge prioriteit. Door middel van o.a. surveillances wordt actief gecontroleerd op overtredingen. Bij 100% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt.

•Hoge prioriteit. Door middel van o.a. surveillances wordt actief gecontroleerd op overtredingen. Bij 80% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie.

•Gemiddelde prioriteit. Het toezicht vindt steekproefsgewijs plaats. Bij 60% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie.

•Lage prioriteit. In beginsel wordt niet actief toegezien op naleving van de regels. Bij 10% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie.

•Zeer lage prioriteit. In beginsel wordt niet actief toegezien op naleving van de regels. Bij 5% van de mogelijke overtredingen wordt doorgepakt afhankelijk van de urgentie.

Preventieve controles

Een preventieve controle is een controle waarbij wordt gecontroleerd of de wet- en regelgeving wordt nageleefd zonder dat er een vermoeden is van een overtreding. Dit begint al bij de toetsing van o.a. een vergunningsaanvraag en de bouwmelding en achtereenvolgens het (bouw)toezicht. Daarnaast worden er preventieve controles uitgevoerd in de vorm van surveillance. Het gaat dan om overtredingen op basis van o.a. de APV en de Omgevingswet. Dit is tevens prioriteit gestuurd. Dit houdt in dat overtredingen met de hoogste prioriteit eerst zullen worden opgepakt, vervolgens de overtredingen met een lagere prioriteit. De beschikbare capaciteit voor deze surveillance wordt verder vertaald in de handhavingsuitvoeringsprogramma’s. Team Toezicht en Handhaving houdt geen routinematige controles, omdat de werkzaamheden zich daar niet voor lenen. Dit is wel het geval bij handhaving op milieuwetgeving en brandveiligheid. Deze controles worden echter door de Omgevingsdienst West Holland en Brandweer Hollands Midden uitgevoerd en vallen buiten de scoop van dit beleid. Wel worden er strijdigheden, waar mogelijk, projectmatig opgepakt. Zie hiervoor “projectmatig toezicht”.

Administratieve controles

Met administratieve controles wordt bedoeld dat via administratieve gegevens inwoners/bedrijven kunnen aantonen dat zij voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Hierbij valt te denken aan certificeringen, keuringsbewijzen ed.

Controles naar aanleiding van een melding en handhavingsverzoek

Wij ontvangen meldingen van inwoners, bedrijven of van in- en externe collega’s. Bij een dergelijke melding wordt door de toezichthouder een controle uitgevoerd om te constateren of er sprake is van een overtreding. Bij het oppakken van deze meldingen wordt tevens gekeken naar de prioritering. Meldingen die betrekking hebben op overtredingen met een hoge prioriteit worden eerst opgepakt. Handhavingsverzoeken worden vrijwel direct opgepakt, omdat deze urgentie hebben vanwege de korte beslistermijn (8 weken).

Vergunningsgericht toezicht

Vergunningsgericht toezicht heeft betrekking op toezicht op verleende (omgevings)vergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Hierbij wordt er, voor zover mogelijk integraal, gecontroleerd of men zich houdt aan de vergunning of melding inclusief de hierin opgenomen voorschriften. Daarnaast wordt er zo veel mogelijk in- en/of extern afgestemd. De inzet van de capaciteit is grotendeels afhankelijk van het aantal verleende vergunningen en meldingen.

Signaaltoezicht

Signaaltoezicht houdt in dat indien een toezichthouder een overtreding constateert die niet binnen zijn of haar bevoegdheden valt, dit signaal doorgeeft aan de partij die wel bevoegd is hiertegen handhavend op te treden.

Projectmatig toezicht

Bij projectmatig toezicht worden de controles projectmatig uitgevoerd waarbij er resultaat-, doelgericht en efficiënt wordt gewerkt. Hierbij worden specifieke veelomvattende handhavingszaken of een bepaalde categorieën overtredingen die een (belangrijke) gemeenschappelijke factor hebben, eenduidig opgepakt. Ook bij deze vorm van toezicht wordt er indien mogelijk samengewerkt met verschillende disciplines.

Toezicht op bouwprojecten

Grotendeels is het toezicht op bouwprojecten afhankelijk van het aantal bouwmeldingen en verleende omgevingsvergunningen die betrekking hebben op de activiteit bouwen. Het bouwtoezicht wordt risicogestuurd uitgevoerd. Indien er bouwprojecten gelijktijdig plaatsvinden kunnen op basis van de prioritering keuzes worden gemaakt. Hierbij worden bouwprojecten met een hoge prioriteit eerst gecontroleerd, vervolgens de bouwprojecten met een lagere prioriteit.

Op elk bouwterrein kan hinder ontstaan door geluid, stoffen en trillingen. De toezichthouder toetst deze aspecten op basis van waarneming. Indien er risico ontstaat voor de gezondheid of veiligheid wordt de betrokkene aangesproken en indien noodzakelijk zal er worden ingegrepen.

Toezicht op bouwprojecten die onder het “oude” regime vallen

De bouwprojecten waarbij het bouwtoezicht onder het “oude” regime valt, zijn de bouwwerken die buiten de gevolgklasse 1 vallen en de bouwwerken waarbij de aanvraag vóór 1 januari 2024 bij nieuwbouw (en vóór 1 juli 2024 bij verbouwactiviteiten) is ingediend. Voordat een bouwcontrole wordt uitgevoerd, worden de relevante documenten beoordeeld, zoals o.a. constructietekeningen en gewaarmerkte bouwtekeningen. Daarnaast wordt gecontroleerd op de in de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften. Indien noodzakelijk worden er stukken opgevraagd, zoals o.a. een bouw- en sloopveiligheidsplan.

Het bouwtoezicht is risicogestuurd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de bouwtoezicht prioritering welke is doorvertaald in het bouwtoezichtprotocol (zie bijlage 6) waarin de controlemomenten zijn benoemd.

Toezicht op bouwprojecten die onder de Wkb

1Gebruikte bronnen/afbeeldingen: www.stichtingibk.nl, https://www.tlokb.nl, bestuursakkoord implementatie en invoering wetsvoorstel Wkb VNG ministerie BZK, Leidraad constructieve veiligheid voor gevolgklasse 1 bij inwerkingtreding van de WKB –Centraal overleg Bouwconstructies.

vallen

Algemeen

Met de “Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb), onderdeel van de Omgevingswet, is het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. Deze treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking voor de nieuwbouw en voor de verbouwactiviteiten op 1 juli 2024. Met dit nieuwe stelsel wordt verbetering van de bouwkwaliteit beoogd door middel van onafhankelijke kwaliteitscontroles en grotere aansprakelijkheid van de aannemers. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert gedeeltelijk door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw worden in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw deels uitgevoerd door een marktpartij en niet meer automatisch door de gemeente. De gemeente behoudt haar handhavende taak en haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor (toezicht op) welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en de bouwwerken die niet onder de Wkb vallen.

Bouwwerken die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen

Onder de Wkb vallen voorlopig de bouwwerken binnen de gevolgklasse 1 (artikel 2.17 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)), zoals o.a.: grondgebonden woningen, balkon, dakterras, optrekken achtergevel, dakopbouw, nokverhoging, geluidsscherm, kantoor (binnen of aan de industriefunctie). Na een aantal jaar wordt de werking van de Wkb door de minister geëvalueerd. Afhankelijk van de evaluatie volgt mogelijk uitbreiding van het systeem naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 (bijv. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijs- en woongebouwen tot 70m hoogte) en 3 (bijv. metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 m.).

Dit blijven de taken van de gemeente:

Taken bevoegd gezag:

•Hoofdstuk 3 Bbl (Bestaande bouw)

•Hoofdstuk 6 Bbl (Gebruik van bouwwerken)

•Hoofdstuk 7 Bbl (Bouw- en sloopwerkzaamheden)

•Toezicht en handhaving bouwregelgeving

Dit betekent o.a. dat de controle op constructies die tijdens de bouw nodig zijn voor de instandhouding en de veiligheid van de omgeving van het bouwwerk (o.a. bouwkuipen, stempelconstructies en invloed van bemaling op de bebouwde omgeving) een taak blijft van het bevoegd gezag. De kwaliteitsborger heeft hier geen rol in. Daarnaast blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de naleving van de bouwregelgeving in al zijn facetten.

Houd de kennis in huis

De gemeente behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver en is verantwoordelijk voor de naleving van de bouwregelgeving. De toekomst zal uitwijzen of de bouwtoezichttaken van de gemeente in de praktijk echt minder zullen worden. Het “normale” bouwtoezicht is al geminimaliseerd door het risicogestuurde toezicht (bouwtoezichtsprotocol). Daarnaast wil de gemeente bij (dreiging tot) een overtreding kunnen optreden en handhaven. Om die rol te kunnen uitvoeren is een gedegen kennis en kunde nodig. Bovendien moet BWT te allen tijde minimaal voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH.

Werkproces Wkb

Door de komst van de Wkb verandert ook het werkproces voor de gevolgklasse 1 bouwwerken. Zie hieronder en op de volgende pagina de schematische weergaves.

(Intern zijn hierover praktische afspraken gemaakt met team Vergunningen, omdat ook zij een aandeel hierin (blijven) hebben.)

Schema 1: beknopte schematische weergave proces Wkb met termijnen. Bron: VNG

Schema 2: proces Wkb

Schema 3: Proces Wkb met DSO. Bron: VNG

Toezicht op bouwwerken die onder de Wkb vallen

De kwaliteitsborger maakt op basis van een risicobeoordeling een borgingsplan. De kwaliteitsborger controleert op tekortkomingen en rapporteert zo nodig aan het bevoegd gezag. De gemeente blijft bevoegd gezag en behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver. Zij moet toezien op de naleving van de bouwregelgeving. Om te kunnen handhaven zal de toezichthouder van de gemeente zelf moeten constateren en vaststellen dat niet aan de regelgeving wordt voldaan. De gemeente kan de informatie van de kwaliteitsborger gebruiken bij haar toezichthoudende en handhavende taak.

De Wkb geeft de gemeente de vrijheid hoe om te gaan met het uitvoeren van haar taken (bijv. wel/niet inhoudelijk toetsen van documenten en wel/niet controle uitvoeren). Het stelsel gaat er in beginsel van uit dat het bevoegd gezag erop mag vertrouwen dat het bouwwerk bij een afgegeven verklaring van de kwaliteitsborger zal voldoen aan de bouwtechnische regels van het Bbl. De gemeente blijft echter bevoegd gezag en daarom is het van belang dat zij haar verantwoordelijkheid blijft nemen, ook omdat het stelsel zich nog niet heeft bewezen

2Leidraad constructieve veiligheid voor gevolgklasse 1 bij inwerkingtreding van de WKB –Centraal overleg Bouwconstructies.

.

Gezien voornoemde is gekozen voor onderstaande aanpak:

Bij het opstellen van de risicoanalyse en borgingsplan moet de melder rekening te houden met de bijzondere lokale omstandigheden. Deze zijn (indien van toepassing) o.a. te vinden in het Omgevingsplan. De risicovolle (constructieve) onderdelen uit de risicoanalyse zullen worden gecontroleerd. Vervolgens wordt op basis van deze risicoanalyse door de kwaliteitsborger een borgingsplan opgesteld. In dit borgingsplan wordt aangegeven welk instrument wordt gebruikt om deze risico’s te borgen.

De gemeente zal ook risicogestuurd toezicht houden bij de bouwwerken die onder de Wkb vallen. Door tijdens het werk te controleren, kunnen overtredingen worden voorkomen die mogelijk achteraf niet meer of lastig ongedaan kunnen worden gemaakt. Naast toezicht mag door de toezichthouder, ook tijdens de bouw, extra informatie worden opgevraagd. Deze informatie- en controlemomenten betreffen bijvoorbeeld controles van constructies die later aan het zicht worden onttrokken, zoals o.a. funderingen en wapening in betonconstructies. Zie bijlage 7 “bouwtoezichtprotocol Wkb” om te zien wanneer er toezicht wordt gehouden. Indien er aanleiding toe is, kan altijd extra toezicht worden gehouden om handhaving achteraf te voorkomen. Naarmate een instrument of kwaliteitsborger zich heeft bewezen, kunnen het aantal informatie- en/of controlemomenten afnemen. Om dubbel werk te voorkomen zal het toezicht door de gemeente en de controles door de kwaliteitsborger zoveel mogelijk complementair aan elkaar worden uitgevoerd.

Op basis van het borgingsplan en de verklaring dat wordt voldaan aan de bouwtechnische eisen van de kwaliteitsborger is de informatiepositie van de gemeente verzekerd. Dit kan worden gebruikt om het risicogestuurde toezicht uit te voeren.

Bij een gereedmelding volgt een as-built dossier met o.a. de verklaring van de kwaliteitsborger en de gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. De gereedmelding zal alleen op volledigheid worden gecontroleerd, omdat tijdens de bouw (zoals hiervoor omschreven) al controle heeft plaatsgevonden op de risicovolle onderdelen. Wij verwachten daarom niet dat bij de gereedmelding (bouwwerk klaar voor oplevering) nog overtredingen aanwezig zullen zijn die eerder niet door de kwaliteitsborger en/of toezichthouder zijn ontdekt. Op basis van de verklaring en deskundigheid van de kwaliteitsborger mag het bevoegd gezag er in beginsel van uitgaan dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. Indien er toch aanleiding is (bijv. op basis van een melding) zal wel op de betreffende onderdelen op inhoud worden gecontroleerd.

Toezicht door de brandweer Hollands Midden

De brandweer heeft separaat beleid voor de uitvoering van haar taken. Toch willen wij voor de volledigheid toelichting geven op wat zij doen op het gebied van toezicht in de bouw.

De brandweer houdt in principe geen toezicht bij de categorieën die vallen onder de gevolgklasse 1, omdat dergelijke controles weinig risico’s met zich meedragen en hierdoor geen meerwaarde hebben voor de brandweer. Bij de drie onderstaande thema’s zien zij op het gebied van risico’s die meerwaarde wel om toezicht te houden cq. de gemeente te ondersteunen:

•In een gebouw waar bedrijfsmatig nachtverblijf en/of verzorging zal worden verschaft, omdat er mensen aanwezig zijn die niet of verminderd zelfredzaam zijn. Deze mensen zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de toegepaste brandveiligheidsvoorzieningen;

•Als er in en rondom een gebouw extra installatietechnische voorzieningen worden aangebracht, die belangrijk zijn voor het repressieve optreden;

•Gebouwen met grote brandcompartimenten waar gelijkwaardigheid wordt toegepast (NEN 6060 en NEN 6079).

Bovenstaande thema’s zijn gebaseerd op een risico gestuurde benadering en sluit aan bij onze manier van werken.

Themacontroles

Naast het voornoemde bouwtoezicht kunnen vanuit de Rijksoverheid onderwerpen worden aangedragen om controle op uit te voeren bijv. n.a.v. een incident (voorbeelden: bollen- en breedplaatvloeren, uitkragende balkons).

Controlebezoek

De uitvoering van een controlebezoek bestaat uit een aantal onderdelen. Deze zijn hieronder uiteengezet.

•Voorbereiding

Voordat het controlebezoek plaatsvindt doet de toezichthouder eerst dossieronderzoek. De toezichthouder bestudeert de eventuele en relevante verleende vergunningen, afgegeven meldingen, correspondentie, handhavingsdocumenten, controlerapporten etc. Vervolgens wordt het controlebezoek uitgevoerd. Indien nodig wordt er een controleafspraak gemaakt met de vergunninghouder/eigenaar/bewoner etc..

•Uitvoering

De ambtenaar die de controle uitvoert is op grond van artikel 5:11 van de Awb en artikel 18.6 en 18.1.2 van de Omgevingswet als toezichthouder aangewezen. Bij het uitvoeren van de controle dient de toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich te dragen, welke is uitgegeven door het verantwoordelijke bestuursorgaan waarvoor de toezichthouder werkzaam is. De toezichthouder dient dit legitimatiebewijs bij het uitvoeren van de controle desgevraagd te tonen. De toezichthouder neemt bij de controle o.a. de veiligheidsaspecten in acht en maakt zo nodig gebruik van de bevoegdheden die hem in hoofdstuk 5 van de Awb zijn toegekend. Indien er bij de uitvoering van de controle een strijdigheid wordt geconstateerd, zal de toezichthouder de benodigde informatie verzamelen om dit aan te kunnen tonen. Dit dient als basis voor de rapportage.

Bij constatering van een strijdigheid zal er contact met de overtreder worden opgenomen en zal de overtreding worden besproken. Waar mogelijk zal er getracht worden om gezamenlijk tot een minnelijke oplossing te komen.

•Constateringsrapport

De toezichthouder stelt een constateringsrapport op wanneer er bij de controle sprake is van een overtreding. Indien er tijdens het controlebezoek een verklaring is afgegeven en/of afspraken zijn gemaakt, zal dit in de rapportage worden opgenomen.

Het constateringsrapport bevat ten minste:

•naam van de toezichthouder;

•datum van de controle;

•locatie van de controle;

•eigenaar/gebruiker van object of perceel;

•indien van toepassing een overzicht van relevante vergunning(en);

•naam met wie daadwerkelijk gesproken is;

•wet- en regelgeving waarop is gecontroleerd;

•eventuele metingen en gemaakte foto’s;

•indien van toepassing overig onderzoek (online etc.);

•beschrijving constatering(en) en strijdigheid;

•conclusies en eventuele afspraken.

Op basis van de rapportage wordt bepaald welk handhavingsinstrument wordt ingezet.

Sanctiestrategie

Om naleving van de regelgeving af te dwingen beschikt de gemeente over diverse instrumenten. Het uitgangspunt van de gemeente Lisse is het nemen van herstelmaatregelen (bestuursrechtelijk optreden) en niet het bestraffen van de inwoner en/of ondernemer. Bestuursrechtelijk optreden heeft de voorkeur boven punitief optreden (bestuurlijke boete). Wel zijn hierop een aantal uitzonderingen, zoals handhavend optreden tegen bepaalde overlastfeiten die zijn benoemd in de APV. Bij deze overtredingen is herstel van de illegale situatie niet mogelijk en wordt er opgetreden middels een bestuurlijke strafbeschikking/bestuurlijke boete.

De instrumenten en middelen van de gemeente staan beschreven in bijlage 8.

Gedoogstrategie

Onder gedogen wordt verstaan: het door het bestuur afzien van het gebruik van ter beschikking staande handhavingsmiddelen bij constatering van een overtreding van regels, alsmede het door het bestuur op verzoek vooraf verklaren dat tegen een overtreding die nog zal plaatsvinden -al dan niet vooruitlopend op vergunningverlening- niet zal worden opgetreden.

Uitgangspunt bij het opstellen van wetten en regels is dat deze regels worden nageleefd. Omdat in het kader van het opstellen van deze regels en de handhaving daarvan niet alle situaties op voorhand kunnen worden voorzien, kan het in sommige situaties voorkomen dat niet tot handhaving wordt overgegaan.

Gedogen is slechts aanvaardbaar in uitzonderingssituaties, beperkt in omvang en met een einddatum. Ook moet gedogen expliciet en na zorgvuldige kenbare belangenafweging plaatsvinden en aan controle onderworpen zijn.

Gedogen kan zich voordoen in de volgende situaties:

•Overmachtssituaties

Wanneer er sprake is van een overmachtsituatie wordt er niet handhavend opgetreden op grond van artikel 5:5 Algemene wet bestuursrecht. De overtreder dient wel aan te tonen dat hij er alles aan heeft gedaan om de overtreding ongedaan te maken, maar het niet in zijn macht heeft om te overtreding te beëindigen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is wanneer de onrechtmatigheid direct voortvloeit uit een calamiteit. In zo’n geval is er een wettelijke verplichting tot gedogen.

•Overgangssituaties

Hierbij gaat het om situaties waarin het bevoegd gezag vooruitlopend op legalisatie binnen afzienbare termijn (concreet zicht op legalisatie) gedoogt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een wetswijziging. De betreffende vergunning dient wel de overtreding direct ongedaan te maken.

•Onevenredigheid

Hierbij gaat het om situaties waarbij handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Richtlijnen voor gedogen:

•een gedoogsituatie wordt schriftelijk vastgelegd in een gedoogbeslissing, voorzien van heldere voorwaarden en een duidelijke termijnstelling;

•voordat een gedoogbeslissing wordt genomen, worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven;

•vaststelling van het gedoogbeslissing wordt aan de overtreder bekend gemaakt. Aan degenen die een zienswijze hebben ingediend, wordt een mededeling van de gedoogbeslissing gedaan;

•er moeten bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd, die afwijking van de regel rechtvaardigen. Het gedogen van een overtreding mag in principe niet tot precedentwerking leiden;

•de beslissing om een overtreding te gedogen wordt in de tijd beperkt. In de beslissing wordt altijd de reikwijdte van het gedogen beschreven, zodat duidelijk is waarop de beslissing betrekking heeft;

•indien mogelijk wordt in de beslissing aangegeven wanneer en onder welke omstandigheden de beslissing zal worden ingetrokken en eventueel alsnog handhaving volgt.

Wraking

Wraking is niet zozeer gedogen, maar een vorm van uitgestelde handhaving. Een wrakingsbrief is géén besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Door middel van een wrakingsbrief wordt de overtreder te kennen gesteld dat het college van burgemeester en wethouders zich niet berust in de overtreding, maar zich het recht voorbehoudt om op een nader te bepalen tijdstip handhavend op te treden tegen de geconstateerde overtreding, als de overtreder deze zelf niet opheft. Bij een verergering van de situatie, bij handhavingsverzoeken van derden en/of zodra de gemeente anderszins daartoe aanleiding ziet, kan alsnog handhavend worden opgetreden. Wraking wordt met name gehanteerd voor overtredingen die op het moment van constatering een lage prioriteit hebben.

Het begrip van wraking stamt uit de tijd dat bestemmingsplannen nog een legaliserende werking konden hebben, dus voordat de zogenoemde ‘etten-leurclause’ standaard werd opgenomen in bestemmingsplannen. Inmiddels is het niet meer zo dat strijdig gebruik wordt gelegaliseerd met een nieuw bestemmingsplan/omgevingsplan wanneer geen handhavingsacties/wraking heeft plaatsgevonden. Ook zonder wrakingsbrief behoudt het bestuursorgaan dus de bevoegdheid om later alsnog handhavend op te treden tegen een geconstateerde overtreding. Een wrakingsbrief kan in bepaalde gevallen wel een meerwaarde hebben. Mensen weten daarmee namelijk dat ze in overtreding zijn en kunnen hun gedrag hierop aanpassen, ook als de betreffende overtreding (tijdelijk) een lage handhavingsprioriteit heeft.

Wraking naar aanleiding van een melding of ambtshalve constatering

Bij een melding kan aan de melder en aan de overtreder worden bericht dat de overtreding een lage prioriteit heeft en daarom wordt gewraakt. Ook bij een ambtshalve constatering kan een overtreding worden gewraakt met een wrakingsbrief indien hier aanleiding voor is.

Bijlage I: Big Eight

In het Omgevingsbesluit zijn procescriteria beschreven die eisen stellen aan de beleidscyclus van de gemeentelijke organisatie voor het uitvoeren van de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door de criteria te volgen wordt een cyclus gesloten. Deze begint met het opstellen van het beleid (het strategisch beleidskader). Via de uitvoering leidt deze weer tot het bijstellen van het beleid. In de afbeelding hieronder is het model weergegeven. Het model wordt ook wel de ‘dubbele regelkring’ of ‘Big 8’ genoemd.

Hieronder procescriteria vanuit het Omgevingsbesluit:

–de uitvoeringsstrategie (artikel 13.5 en 13.6)

–de handhavingstrategie (artikel 13.5 en 13.6)

–het uitvoeringsprogramma (artikel 13.8)

–de uitvoeringsagenda (artikel 13.6)

–de uitvoeringsorganisatie (artikel 13.9)

–de borging van middelen (artikel 13.10)

–de evaluatierapportage (artikel 13.11)

Bijlage II: Nadere toelichting op Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

Deze nota spitst zich toe op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarom is het van belang dat duidelijk is wat vergunningverlening, toezicht en handhaving inhoudt.

Vergunningverlening

Vergunningverlening is wettelijk geregeld in de Wabo en de Omgevingswet. Voor activiteiten zoals het bouwen van een bouwwerk, slopen, kappen, uit- en inrit en voor bedrijfsactiviteiten die mogelijke hinder voor mens en milieu zullen veroorzaken is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Deze worden afgegeven door het college van burgemeester en wethouders.

Toezicht:

Wij onderscheiden twee vormen van toezicht:

•Bouwtoezicht:

Het uitvoeren van controles op bouwmeldingen, verleende omgevingsvergunningen en de Omgevingswet (met name het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) om ervoor te zorgen dat het voldoet aan de geldende wet- en regelgeving.

•Regulier toezicht:

Het uitvoeren van controles op de naleving van o.a. verordeningen en omgevingsplannen. Het door middel van (geplande) controles zorgen dat wordt gehandeld volgens de geldende regels.

Handhaving:

Handhaving heeft tot doel om de overtreding ongedaan te maken, maar ook wordt hiermee getracht om het naleefgedrag door inwoners , bedrijven en instellingen te bevorderen.

Door het houden van toezicht kunnen overtredingen worden geconstateerd. Vervolgens kan er handhavend worden opgetreden door het toepassen (of attenderen op het gebruik) van bestuursrechtelijke middelen. Deze middelen hebben tot doel de overtreding te beëindigen. Hiermee willen wij bereiken dat de geldende voorschriften en wet- en regelgeving worden nageleefd. Bij handhaving kan daarnaast het onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende gebieden:

•Bouwen en slopen:

Het controleren van bouwwerken op de uitvoering van een omgevingsvergunning/bouwmelding (bouw/sloop/aanleg). Hieronder valt tevens de toezicht en handhaving op bestaande bebouwing. Van toepassing zijnde wetgeving is veelal de Wabo/Omgevingswet- en het daarbij horende Bbl. ).

•Brandveiligheid:

De controle van bouwwerken en gebruik van bouwwerken op brandveiligheid. Deze controle op brandveiligheid wordt uitgevoerd door de Brandweer Hollands Midden. Van toepassing zijnde wetgeving is de Omgevingswet.

•Milieu:

Het controleren van inrichtingen op het gebied van milieu. De handhaving op dit gebied wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst West-Holland. Van toepassing zijnde wetgeving/regels: Wabo/Omgevingswet en Omgevingsplan.

•Openbare ruimte:

Het houden van toezicht in de openbare ruimte. Van toepassing zijnde wetgeving: o.a. APV, bijzondere wetten, afvalstoffenverordening, parkeerverordening, Omgevingsplan, Wegenverkeerswetgeving.

Bijlage IV: Werkwijze vergunningverlening

Procesbeschrijving procedure Omgevingswet

Doel

Het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning, met toepassing van de Omgevingswet, om te komen tot een besluit.

Verantwoordelijk

Initiatiefmanager/Casemanager.

Input

–Aanvraagformulier, tekeningen met bijbehorende stukken.

–Eventueel: Aanvullende stukken

–Eventueel: Adviezen (wettelijke) adviseurs

Output

–Automatische beantwoording ter bevestiging van het ontvangst

–Brief met daarin het bericht van ontvangst

–Eventueel: Verzoek om aanvulling van de aanvraag

–Ontwerpbesluit

–Publicatie van het ontwerpbesluit

–Eventueel: Bevestiging van ontvangst van adviezen of zienswijzen

–Definitief besluit + legesbrief

–Publicatie van het definitieve besluit

Opslag / registratie

Documentatie m.b.t. vergunningverleningsaanvragen wordt (digitaal) opgeslagen.

Processtappen

Nr.

Naam processtap

Uitvoerende

Beschrijving

Termijn

(dagen)

Benodigde documentatie

1.

In ontvangst nemen aanvraag

Vergunningen

Administratie

Vergunningen

Aanvragen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning komen via het omgevingsloket DSO of per brief binnen bij Vergunningen. De administratie van Vergunningen slaat de stukken vanuit het DSO op in Rx.Mission. Papieren stukken worden gedigitaliseerd.

Indien stukken via de balie worden afgegeven, zorgt de betreffende baliemedewerker ervoor dat alle stukken direct naar Vergunningen worden gebracht.

0

2.

Versturen

bericht van ontvangst

DSO

Vanuit het DSO wordt automatisch een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de aanvrager of gemachtigde gestuurd. In geval van een papieren aanvraag wordt dit verzorgd door de administratie van Vergunningen.

1

3.

Inboeken aanvraag.

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen boekt de aanvraag in, Rx.Mission.

1

4.

Toewijzen behandelaar

Initiatief

manager

De administratie van Vergunningen wijst een planbehandelaar toe o.b.v. volgorde en legt dit vast Rx.Mission.

1

5.

Toetsen aanvraag

Initiatief

manager

De planbehandelaar van Vergunningen toets de aanvraag (Quick -scan) aan de wet- en regelgeving, o.a. m.b.t. vergunningsvrij bouwen en aan het omgevingsplan.

Daarbij wordt ook gecheckt of in de aanvraag alle (onlosmakelijke) activiteiten zijn vermeld.

3

Bbl en Omgevingsbesluit, DSO -Ruimtelijke Plannen

6.

Vaststellen procedure

Initiatief

manager

De planbehandelaar bepaalt aan de hand van de uitgevoerde toetsingen wie bevoegd gezag is en welke procedure van toepassing is.

Wanneer de gemeente niet het bevoegde gezag is, wordt de aanvraag uiterlijk binnen drie dagen naar het betreffende bevoegde gezag doorgestuurd. De planbehandelaar stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Wanneer de reguliere procedure van toepassing is, wordt het proces vervolgd vanaf stap 7 uit de beschrijving reguliere procedure. In de workflow applicatie wordt de aanvraag omgezet.

3

Bbl en Omgevingsbesluit, DSO -Ruimtelijke Plannen

7.

Verzenden gekwalificeerde ontvangst-bevestiging

Initiatief

manager

De planbehandelaar verstuurt de aanvrager de gekwalificeerde ontvangstbevestiging en informeert de aanvrager in deze brief over de te volgen procedure en

de daarbij behorende termijnen.

5

Brief gekw. ontvangstbev.

8.

Publiceren aanvraag

Administratie

Vergunningen

Adviseurs

De administratie van Vergunningen draagt zorg voor de publicatie van de aanvraag.

5

Publicatie-sjabloon

9.

Beoordelen ontvankelijkheid

Casemanager

Adviseurs

De planbehandelaar beoordeeld de ontvankelijkheid en de benodigde adviseurs. Hij zet een verzoek om advies uit naar de adviseurs.

De adviseurs beoordelen tevens de aanvraag op ontvankelijkheid.

10

Protocollen en werk-instructies

10.

Opstellen brief ontvankelijkheid

Casemanager

De planbehandelaar stelt eventueel een brief op, met daarin het verzoek om aanvullende gegevens.

12

Brief ontv.

11.

Aanvullende gegevens

Casemanager

De planbehandelaar beoordeelt of de aanvullende gegevens tijdig en volledig zijn ingediend. Wanneer dit niet het geval is, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Indien volledig wordt de aanvraag in behandeling genomen.

25+ x

12.

Beoordelen aanvraag en opvragen advies

Casemanager

De planbehandelaar toetst de aanvraag en bewaakt de adviestermijnen.

32+ x

13.

Opstellen Ontwerpbeschikking

Casemanager

De adviezen en toetsingsresultaten worden door de planbehandelaar verwerkt tot een ontwerpbeschikking.

46+ x

14.

Verzenden en publiceren ontwerpbeschikking

Casemanager

De ontwerpbeschikking wordt verzonden naar de aanvrager. De administratie van Vergunningen verzorgt de publicatie van de ontwerpbeschikking in de h-a-h krant en op de website (evt. overheid.nl).

46+ x

15.

Zienswijzen ingekomen

Casemanager

De planbehandelaar informeert de aanvrager over de zienswijze(n) en vraagt advies over de afhandeling bij de adviseurs.

46+ x

16.

Behandelen zienswijzen

Adviseurs

De adviseurs beoordelen de zienswijzen en geven een advies daarop.

46+ x

17.

Opstellen definitieve beschikking

Casemanager

De planbehandelaar stelt, mede op basis van de beoordeling van de juridisch medewerker, het definitieve besluit op.

46+ x

18.

Ondertekenen beschikking

Casemanager

De planbehandelaar stelt de beschikking (inclusief het legesbesluit) op en ondertekent deze.

46+ x

19.

Verzenden en publiceren besluit

(+ bijlagen)

Casemanager

Administratie

Vergunningen

De beschikking wordt door de planbehandelaar verzonden aan de aanvrager. De administratie van Vergunningen verzorgt de publicatie in de h-a-h krant en op de website.

46+ x

Let op bijlagen

(aanvraag, legesbrief e.d.)

20.

Afronden proces

Casemanager

De planbehandelaar sluit het proces in Rx.Mission af en zet dit procesmatig over naar Toezicht en Handhaving.

46+ x

Procesbeschrijving uitgebreide procedure (Wabo)

De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. Aanvragen ingediend voor 1 januari 2024 worden volgens de Wabo procedures afgehandeld. De procedurebeschrijvingen die hiervoor gelden zijn nog geruime tijd relevant. Daarom zijn ook de Wabo procedures nog in dit beleidsplan opgenomen.

Doel

Het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning, met toepassing van de uitgebreide procedure, om te komen tot een besluit.

Verantwoordelijk

Procescoördinator

Input

–Aanvraagformulier, tekeningen met bijbehorende stukken.

–Eventueel: Aanvullende stukken

–Eventueel: Adviezen (wettelijke) adviseurs

Output

–Automatische beantwoording ter bevestiging van het ontvangst

–Brief met daarin het bericht van ontvangst

–Eventueel: Verzoek om aanvulling van de aanvraag

–Ontwerpbesluit

–Publicatie van het ontwerpbesluit

–Eventueel: Bevestiging van ontvangst van adviezen of zienswijzen

–Definitief besluit + legesbrief

–Publicatie van het definitieve besluit

Opslag / registratie

Documentatie m.b.t. vergunningverleningsaanvragen wordt (digitaal) opgeslagen.

Processtappen

Nr.

Naam processtap

Uitvoerende

Beschrijving

Termijn

(dagen)

Benodigde documentatie

1.

In ontvangst nemen aanvraag

Vergunningen

Administratie

Vergunningen

Aanvragen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning komen via het omgevingsloket (OLO) of per brief binnen bij Vergunningen. De administratie van Vergunningen slaat de stukken vanuit het OLO op in Rx.Mission. Papieren stukken worden gedigitaliseerd.

Indien stukken via de balie worden afgegeven, zorgt de betreffende baliemedewerker ervoor dat alle stukken direct naar Vergunningen worden gebracht.

0

2.

Versturen

bericht van ontvangst

OLO

Vanuit het OLO wordt automatisch een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de aanvrager of gemachtigde gestuurd. In geval van een papieren aanvraag wordt dit verzorgd door de administratie van Vergunningen.

1

3.

Inboeken aanvraag.

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen boekt de aanvraag in, Rx.Mission.

1

4.

Toewijzen behandelaar

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen wijst een planbehandelaar toe o.b.v. volgorde en legt dit vast Rx.Mission.

1

5.

Toetsen aanvraag

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar van Vergunningen toets de aanvraag (Quick -scan) aan de wet- en regelgeving, o.a. m.b.t. vergunningsvrij bouwen en aan het bestemmingsplan.

Daarbij wordt ook gecheckt of in de aanvraag alle (onlosmakelijke) activiteiten zijn vermeld.

3

Bor en Mor, Ruimtelijke Plannen

6.

Vaststellen procedure

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar bepaalt aan de hand van de uitgevoerde toetsingen wie bevoegd gezag is en welke procedure van toepassing is.

Wanneer de gemeente niet het bevoegde gezag is, wordt de aanvraag uiterlijk binnen drie dagen naar het betreffende bevoegde gezag doorgestuurd. De planbehandelaar stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Wanneer de reguliere procedure van toepassing is, wordt het proces vervolgd vanaf stap 7 uit de beschrijving reguliere procedure. In de workflow applicatie wordt de aanvraag omgezet.

3

Wabo, Bor en Mor

7.

Verzenden gekwalificeerde ontvangst-bevestiging

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar verstuurt de aanvrager de gekwalificeerde ontvangstbevestiging en informeert de aanvrager in deze brief over de te volgen procedure en

de daarbij behorende termijnen.

5

Brief gekw. ontvangstbev.

8.

Publiceren aanvraag

Administratie

Vergunningen

Adviseurs

De administratie van Vergunningen draagt zorg voor de publicatie van de aanvraag.

5

Publicatie-sjabloon

9.

Beoordelen ontvankelijkheid

Medewerkers

Vergunningen

Adviseurs

De planbehandelaar beoordeeld de ontvankelijkheid en de benodigde adviseurs. Hij zet een verzoek om advies uit naar de adviseurs.

De adviseurs beoordelen tevens de aanvraag op ontvankelijkheid.

10

Protocollen en werk-instructies

10.

Opstellen brief ontvankelijkheid

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar stelt eventueel een brief op, met daarin het verzoek om aanvullende gegevens.

12

Brief ontv.

11.

Aanvullende gegevens

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar beoordeelt of de aanvullende gegevens tijdig en volledig zijn ingediend. Wanneer dit niet het geval is, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Indien volledig wordt de aanvraag in behandeling genomen.

25+ x

12.

Beoordelen aanvraag en opvragen advies

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar toetst de aanvraag en bewaakt de adviestermijnen.

32+ x

13.

Opstellen Ontwerpbeschikking

Medewerkers

Vergunningen

De adviezen en toetsingsresultaten worden door de planbehandelaar verwerkt tot een ontwerpbeschikking.

46+ x

14.

Verzenden en publiceren ontwerpbeschikking

Medewerkers

Vergunningen

Administratie

Vergunningen

De ontwerpbeschikking wordt verzonden naar de aanvrager. De administratie van Vergunningen verzorgt de publicatie van de ontwerpbeschikking in de h-a-h krant en op de website (evt. Staatscourant).

46+ x

15.

Zienswijzen ingekomen

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar informeert de aanvrager over de zienswijze(n) en vraagt advies over de afhandeling bij de adviseurs.

102+ x

16.

Behandelen zienswijzen

Adviseurs

De adviseurs beoordelen de zienswijzen en geven een advies daarop.

102+ x

17.

Opstellen definitieve beschikking

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar stelt, mede op basis van de beoordeling van de juridisch medewerker, het definitieve besluit op.

123+ x

18.

Ondertekenen beschikking

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar stelt de beschikking (inclusief het legesbesluit) op en ondertekent deze.

125+ x

19.

Verzenden en publiceren besluit

(+ bijlagen)

Medewerkers

Vergunningen

Administratie

Vergunningen

De beschikking wordt door de planbehandelaar verzonden aan de aanvrager. De administratie van Vergunningen verzorgt de publicatie in de h-a-h krant en op de website.

125+ x

Let op bijlagen

(aanvraag, legesbrief e.d.)

20.

Afronden proces

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar sluit het proces in Rx.Mission af en zet dit procesmatig over naar Toezicht en Handhaving.

128+ x

Procesbeschrijving reguliere procedure (Wabo)

Doel

Het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning, met toepassing van de reguliere procedure, om te komen tot een besluit.

Verantwoordelijkheid

Procescoördinator

Input

–Aanvraagformulier, tekeningen met bijbehorende stukken.

–Eventueel: Aanvullende stukken

–Eventueel: Adviezen (wettelijke) adviseurs

Output

–Automatische beantwoording ter bevestiging van het ontvangst

–Brief met daarin het bericht van ontvangst

–Publicatie van de aanvraag

–Eventueel: Verzoek om aanvulling van de aanvraag

–Besluit + legesbrief

–Publicatie van het besluit

Opslag / registratie

Documentatie m.b.t. vergunningverleningsaanvragen wordt (digitaal) opgeslagen.

Processtappen

Nr.

Naam processtap

Uitvoerende

Beschrijving

Termijn

(dagen)

Benodigde documentatie

1.

In ontvangst nemen aanvraag

Vergunningen

Administratie

Vergunningen

Aanvragen tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning komen via het omgevingsloket (OLO) of per brief binnen bij Vergunningen. De administratie van Vergunningen slaat de stukken vanuit het OLO op in Rx.Mission. Papieren stukken worden gedigitaliseerd.

Indien stukken via de balie worden afgegeven, zorgt de betreffende baliemedewerker ervoor dat alle stukken direct naar Vergunningen worden gebracht.

0

2.

Versturen

bericht van ontvangst

OLO

Vanuit het OLO wordt automatisch een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de aanvrager of gemachtigde gestuurd. In geval van een papieren aanvraag wordt dit verzorgd door de administratie van Vergunningen.

1

3.

Inboeken aanvraag.

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen boekt de aanvraag in, in Rx.Mission.

1

4.

Toewijzen behandelaar

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen wijst een planbehandelaar toe o.b.v. volgorde en legt dit vast in Rx.Mission.

1

5.

Toetsen aanvraag

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar van Vergunningen toets de aanvraag (Quick -scan) aan de wet- en regelgeving, o.a. m.b.t. vergunningsvrij bouwen en aan het bestemmingsplan.

Daarbij wordt ook gecheckt of in de aanvraag alle (onlosmakelijke) activiteiten zijn vermeld.

3

Bor en Mor, Ruimtelijke Plannen

6.

Vaststellen procedure

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar bepaalt aan de hand van de uitgevoerde toetsingen wie bevoegd gezag is en welke procedure van toepassing is.

Wanneer de gemeente niet het bevoegde gezag is, wordt de aanvraag uiterlijk binnen drie dagen naar het betreffende bevoegde gezag doorgestuurd. De planbehandelaar stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Wanneer de uitgebreide procedure van toepassing is, wordt het proces vervolgd vanaf stap 7 uit de beschrijving uitgebreide procedure. In de workflow applicatie wordt de aanvraag omgezet.

3

Wabo, Bor en Mor

7.

Verzenden gekwalificeerde ontvangst- bevestiging

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar verstuurt de aanvrager de gekwalificeerde ontvangstbevestiging en informeert de aanvrager in deze brief over de te volgen procedure en

de daarbij behorende termijnen.

5

Brief gekw. ontvangstbev.

8.

Publiceren aanvraag

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen draagt zorg voor de publicatie van de aanvraag.

5

Publicatie-sjabloon

9.

Beoordelen ontvankelijkheid

Medewerkers

Vergunningen

Adviseurs

De planbehandelaar beoordeeld de ontvankelijkheid en de benodigde adviseurs. Hij zet een verzoek om advies uit naar de adviseurs.

De adviseurs beoordelen tevens de aanvraag op ontvankelijkheid.

10

Protocollen en werk-instructies

10.

Opstellen brief ontvankelijkheid

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar stelt eventueel een brief op, met daarin het verzoek om aanvullende gegevens.

12

Brief ontv.

11.

Aanvullende gegevens

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar beoordeelt of de aanvullende gegevens tijdig en volledig zijn ingediend. Wanneer dit niet het geval is, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Indien volledig wordt de aanvraag in behandeling genomen.

25+ x

12.

Beoordelen aanvraag en opvragen advies

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar toetst de aanvraag en bewaakt de adviestermijnen.

32+ x

13.

Opstellen Besluit

Medewerkers

Vergunningen

De adviezen en toetsingsresultaten worden door de planbehandelaar verwerkt tot een beschikking.

41+ x

14.

Ondertekenen Besluit

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar stelt de beschikking (inclusief het legesbesluit) op en ondertekent deze.

55+ x

Besluit regulier

15.

Verzenden en publiceren beschikking

(+ bijlagen)

Medewerkers

Vergunningen

Administratie

Vergunningen

De beschikking wordt door de planbehandelaar verzonden aan de aanvrager. De administratie van Vergunningen verzorgt de publicatie in de h-a-h krant en op de website.

56+ x

Let op bijlagen

(aanvraag, legesbrief e.d.)

16.

Afronden proces

Medewerkers

Vergunningen

De planbehandelaar sluit het proces in Rx.Mission af en zet dit procesmatig over naar Toezicht en Handhaving.

56+ x

Afhandelen melding (slopen en gebruik, Wabo)

Doel

Het in behandeling nemen van een melding, met toepassing van de betreffende procedure, om te komen tot een conclusie.

Verantwoordelijkheid

Procescoördinator

Asbest sloopmeldingen worden afgehandeld door de ODWH.

Input

–Meldingsformulier, tekeningen met bijbehorende stukken.

–Eventueel: Aanvullende stukken

–Adviezen (wettelijke) adviseurs

Output

–Automatische beantwoording ter bevestiging van het ontvangst

–Publicatie van de melding

–Eventueel: Verzoek om aanvulling van de aanvraag

–Bevestigingsbrief

Opslag / registratie

Documentatie m.b.t. meldingen (slopen en gebruik) wordt (digitaal) opgeslagen.

Processtappen

Nr.

Naam processtap

Uitvoerende

Beschrijving

Termijn

(dagen)

Benodigde documentatie

1.

Ontvangst melding

ODWH

De melding wordt (digitaal) bij ODWH ontvangen via het OLO.

0

2.

Versturen bericht van ontvangst

OLO

Vanuit het OLO wordt automatisch een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de aanvrager of gemachtigde gestuurd.

1

3.

Verdeling meldingen

Coördinator

ODWH

De melding wordt op basis van de sloopactiviteiten gecategoriseerd. Alle sloopmeldingen waarbij sprake is van asbest, worden afgehandeld door de Omgevingsdienst West Holland (ODWH). Indien asbest wordt verwijderd in combinatie met reguliere sloopwerkzaamheden, geeft Vergunningen advies aan ODWH t.a.v. de reguliere sloopwerkzaamheden. Reguliere sloopmeldingen (zonder asbest) worden afgehandeld door Vergunningen.

2

4.

Doorsturen melding

Coördinator

ODWH

Reguliere sloopmeldingen (zonder asbest) worden via het OLO doorgestuurd naar HLT Vergunningen.

2

5.

Inboeken aanvraag.

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen boekt de aanvraag in, in Rx.mission.

3

6.

Toewijzen behandelaar

Administratie

Vergunningen

De administratie van Vergunningen wijst een planbehandelaar toe o.b.v. volgorde en legt dit vast in Rx.Mission.

3

7.

Beoordeling op volledigheid

Medewerkers

Vergunningen

Medewerkers

ODWH

De planbehandelaar van ODWH of Vergunningen beoordeeld de melding op volledigheid.

4

8.

Opvragen aanvullende gegevens

Medewerkers

Vergunningen

Medewerkers

ODWH

De planbehandelaar van ODWH of Vergunningen vraagt bij de indiener eventueel de ontbrekende stukken op door middel van een brief

6+ x

Brief opvragen aanv. gegevens melding

9.

Melding niet volledig

Medewerkers

Vergunningen

Medewerkers

ODWH

Wanneer de melding alsnog niet volledig is, wordt deze niet geaccepteerd. Dit wordt per brief aan de indiener bekend gemaakt.

10+ x

Brief melding niet geaccepteerd

10.

Melding volledig

Medewerkers

Vergunningen

Medewerkers

ODWH

Wanneer de melding volledig is wordt deze inhoudelijk beoordeeld.

11+ x

11.

Adviesaanvraag deel reguliere sloopwerkzaamheden

Medewerkers

ODWH

ODWH vraagt eventueel via het OLO over de reguliere sloopwerkzaamheden advies bij Vergunningen.

12+ x

Adviesaanvraagformulier

12.

Adviseren reguliere sloopwerkzaamheden

Medewerkers

Vergunningen

Vergunningen geeft per mail advies aan ODWH over de reguliere sloopwerkzaamheden.

24+ x

13.

Opstellen acceptatie melding

Medewerkers

Vergunningen

Medewerkers

ODWH

De melding wordt geaccepteerd en de indiener mag de werkzaamheden uit gaan voeren

25+ x

Brief acceptatie

14.

Afronden proces

Medewerkers

Vergunningen

Medewerkers

ODWH

De planbehandelaar sluit het proces in Rx.Mission af en zet dit procesmatig over naar Toezicht en Handhaving.

25+ x

Bijlage V: Werkwijze toezicht en handhaving

Delen gegevens Politie en Openbaar Ministerie

De boa’s werken vaak samen met de Politie en het Openbaar Ministerie. Gegevens mogen niet zonder meer worden gedeeld met elkaar. Daarom is er een convenant opgesteld. Hierdoor wordt gegevensoverdracht tussen deze partijen mogelijk gemaakt en kunnen de gegevens worden gebruikt bij de strafrechtelijke handhaving.

Klantgedreven

Een van de uitgangspunten voor toezicht is dat de uitvoering hiervan de inwoners en het bedrijfsleven zo min mogelijk belast. Dit kan bijvoorbeeld door meerdere toezichtmomenten op elkaar af te stemmen. Bijvoorbeeld door een (bouwkundige) controle af te stemmen met de controle op de brandveiligheid door de Brandweer Hollands Midden.

Integraal

Integrale toezicht en handhaving houdt in dat er wordt samengewerkt bij het houden van toezicht en het handhaven met andere disciplines. Door integraal toezicht te houden stellen wij ons dienstverlenend op ten aanzien van inwoners en ondernemers. Daarnaast komt het de kwaliteit van het toezicht en de handhaving ten goede, doordat de verschillende disciplines hun expertise goed kunnen inzetten en efficiënt kunnen werken. Deze disciplines zijn bijvoorbeeld de Brandweer Hollands Midden, de politie en de Omgevingsdienst West Holland (ODWH). Er wordt alleen integraal toezicht gehouden en gehandhaafd als de overtreding of de vergunning/melding daar aanleiding toe geeft. Daarnaast wordt er intern ook integraal gewerkt met andere teams en domeinen bij de uitvoering van toezicht en handhaving. Hierbij valt te denken aan team Vergunningen en Team Ruimte bij o.a. legalisatie(onderzoeken).

Minnelijke oplossing

Door bij meldingen, handhavingsverzoeken en constateringen van een strijdigheid te zoeken naar een minnelijke oplossing, wordt getracht een juridische procedure te voorkomen. Om tot een bevredigende en juridisch houdbare oplossing te komen, vraagt dit wel meer tijdsinvestering van de toezichthouders en de juristen vooraan in het proces.

Verantwoordelijkheid inwoners en ondernemers

Het bouwtoezicht is mede gebaseerd op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven die de gemeente Lisse hen toevertrouwt. Goed naleefgedrag willen wij belonen door bijvoorbeeld een verminderde toezichtfrequentie. Dit geeft tevens ruimte om (extra) controles uit te voeren op zaken met een hoge(re) prioriteit.

Bijlage VI: Bouwtoezichtprotocol “oude regime”

Categorie

Aantal controle-momenten

heibespreking en verdere planning

werkvoor-bereiding/ uitzetten

fundering

verdieping/ dakdraag-constructie

Compar-timentering

toegankelijkheid/ bruikbaarheid (eindschouw)

vluchtwegen (eindschouw)

Geluidwerend

ventilatie (eindschouw)

Extra controle

Afschouw

0

0

dakkapel, dakopbouw

1

X

aanbouw, bijgebouw enz.

1

1.1

Vrijstaande woning

4

X

X

X

X

1.2

Gekoppelde woning

6

X

X

X

X

X

X

1.3

Kamerverhuur

7

X

X

X

X

X

X

X

1.4

Appartementen

7

X

X

X

X

X

X

X

2

2.1

Zalen(verhuur)

7

X

X

X

X

X

X

X

2.2

School

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

2.3

Kantine

7

X

X

X

X

X

X

X

2.4

Horeca

7

X

X

X

X

X

X

X

2.5

Theater

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

2.6

Winkel

7

X

X

X

X

X

X

X

2.7

Religieus gebouw

7

X

X

X

X

X

X

X

2.8

Kantoorgebouw

7

X

X

X

X

X

X

X

2.9

Hotel/pension

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

2.10

Sportcentrum

7

X

X

X

X

X

X

X

3

3.1

Verpleeghuis/ wonen met 24-uurszorg

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

3.2

Hospice

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

3.3

Psychiatrie

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

3.4

Kinderopvang

10

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

4

4.1

Productiebedrijf

6

X

X

X

X

X

X

4.2

Opslagloods

6

X

X

X

X

X

X

-1

-1

Kappen bomen

1

X

-2

-2,1

Sloop hoofdgebouw

2

X

X

-2,2

Sloop bijbehorend bouwwerk

1

X

Categorie 0: aanbouw, dakkapel, dakopbouw, dakramen, bijgebouw, erfafscheiding, reclame, gevelwijziging, steiger, brug, vlaggenmast, in- en uitrit.

Bijlage VIII: Instrumenten en middelen

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke instrumenten en middelen kunnen worden ingezet bij handhavend optreden.

1.1 Beginselplicht tot handhaven

Op basis van vaste jurisprudentie geldt een beginselplicht tot handhaven bij een geconstateerde overtreding. Er kan slechts in bijzondere omstandigheden van handhaving worden afgezien. Sinds 2004 bestaat onderstaande vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State:

“Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of met een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhaving zodanig onevenredig zijn in verhouding met de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie kan worden afgezien.”

1.2 Protocol bestuursrechtelijk handhaven

De gemeente treedt bij constatering van een overtreding in principe handhavend op volgens een vast protocol. Dit protocol kent de volgende stappen.

1Allereerst wordt onderzocht of de geconstateerde overtreding kan worden gelegaliseerd (legalisatie-onderzoek).

2Er wordt gestreefd naar een minnelijke oplossing (zie bijlage 5).

3Wanneer deze minnelijke oplossing niet wordt gevonden, wordt een vooraanschrijving (conceptbesluit) verstuurd met daarin de geconstateerde overtreding(en), het voornemen tot handhaven en een (voorgenomen) termijn waarbinnen de overtreding ongedaan gemaakt moet worden en eventuele legalisatiemogelijkheden. Tot slot bevat de vooraanschrijving een zienswijzetermijn waarbinnen de geadresseerde(n) de mogelijkheid hebben om een zienswijze in te dienen over het voornemen tot handhaven.

4Indien binnen de zienswijzetermijn geen reactie of zienswijze is ontvangen die geen redenen bevat om af te zien van handhaving en is de overtreding (na afloop van de zienswijzetermijn) nog niet ongedaan gemaakt, dan volgt na afloop van de zienswijzetermijn een formele aanschrijving. Dit is een besluit in de zin van de Awb met een termijn waarbinnen de overtreder de overtreding(en) ongedaan kan maken. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn, zal een controle worden uitgevoerd. Indien blijkt dat de strijdigheid nog altijd voortduurt wordt uitvoering gegeven aan het handhavingsbesluit.

In een aantal situaties kan van dit protocol worden afgeweken:

•Indien de toezichthouder tijdens het (bouw-/sloop- etc.) toezicht tijdens de realisatiefase (wanneer het bouwwerk wordt gebouwd) een overtreding constateert, wordt eerst getracht de overtreding binnen korte tijd en in overleg op te lossen. Als dit niet tot het gewenste resultaat leidt, dan wordt het (reguliere) handhavingstraject ingezet.

•In spoedeisende situaties, waarbij direct optreden zeer gewenst dan wel noodzaak is, worden -voor zover de wet dit toelaat- direct bestuursrechtelijke maatregelen genomen zonder eerst een vooraanschrijving te versturen.

•Indien sprake is van herhaling en reeds eerder op dezelfde situatie en grond is opgetreden, wordt -voor zover de wet dit toelaat- direct handhavend opgetreden.

1.3 Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten

Voor de bestuursrechtelijke aanpak van overtredingen heeft de gemeente de onderstaande handhavingsinstrumenten ter beschikking.

Intrekken vergunning of ontheffing

De gemeente kan een verleende vergunning, ontheffing of melding intrekken als bestuurlijke herstelsanctie op onrechtmatig gedrag van de houder van de beschikking of melding. Intrekking is slechts mogelijk op de gronden die in de wet- en regelgeving zijn opgenomen. Bijvoorbeeld het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens of het niet nakomen van de aan de vergunning, melding of ontheffing verbonden voorschriften. Omdat intrekking niet altijd leidt tot herstel van de illegale situatie, zijn in veel gevallen aanvullende handhavingsmaatregelen nodig in de vorm van o.a. een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Overigens is het intrekken van een vergunning een van de zwaardere en meest vergaande bestuursrechtelijke sancties. Wanneer van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, wordt per zaak beoordeeld. Uitgangspunt is dat eerst wordt bekeken of de illegale situatie met andere bestuursrechtelijke middelen kan worden opgelost.

Bestuurlijke boete

De bestuurlijke boete is een bestuurlijk handhavingsinstrument (bestraffende sanctie), waarbij de overtreder een geldboete moet betalen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ligt de grondslag voor het toepassen van de bestuurlijke boete in de artikelen 18.12 en 18.13. De bestuurlijke boete kan hierbij specifiek worden opgelegd bij overtredingen in het kader van bouwen en gebruik van bouwwerken en bij erfgoedovertredingen.

Het is echter de vraag of de bestuurlijke boete een waardevolle aanvulling is van het huidige handhavings-instrumentarium. Daarnaast is het nog onduidelijke welke ontwikkelingen er wettelijk gezien gaan plaatsvinden op dit gebied. Naar verwachting zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet duidelijk worden onder welke voorwaarden de bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Daarom is gekozen om (nog) geen gebruik te maken van deze bevoegdheid.

Last onder dwangsom

Bij het opleggen van een last onder dwangsom geeft de gemeente de overtreder een last om een overtreding binnen de zogenaamde begunstigingstermijn ongedaan te maken. Wanneer de overtreder de illegale situatie niet binnen de gestelde termijn opheft, verbeurt hij een dwangsom aan de gemeente. De dwangsom kan vastgesteld worden op een bedrag ineens, per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of per overtreding van de last. De dwangsom mag geen punitief (bestraffend) karakter hebben. Het is immers een herstelsanctie.

De hoogte van de dwangsom dient in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en het beoogde voordeel van de overtreding. Wanneer de dwangsom volledig is verbeurd kan opnieuw een bestuursrechtelijke sanctie, zoals een (nieuwe) last onder dwangsom, worden opgelegd. In het laatste geval mag een hogere dwangsom worden opgelegd.

Preventieve last onder dwangsom

Naast de “last onder dwangsom” is ook een “preventieve last onder dwangsom” mogelijk. Deze kan echter alleen worden opgelegd wanneer sprake is van een klaarblijkelijk gevaar van een op zeer korte termijn te verwachten overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift (ABRvS van 7 november 2001, nr. 200004502/1 (AB, 2002, 177). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een evenement zonder vergunning.

Last onder bestuursdwang, spoed en superspoed.

De last onder bestuursdwang is een herstelsanctie, inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding. Wanneer de overtreder binnen de gestelde termijn de overtreding niet beëindigt, heeft het college de bevoegdheid om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen. De last onder bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen, de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd en in hoeverre de kosten van bestuursdwang ten laste van de overtreder zullen worden gebracht. De kosten worden, in beginsel, verhaald op de overtreder.

Wanneer er sprake is van spoed, biedt de last onder bestuursdwang twee opties: spoedeisende bestuursdwang (artikel 5:31 lid 1 Awb) en “super” spoedeisende bestuursdwang (artikel 5:31 lid 2 Awb). Deze bevoegdheden zijn nuttig als er geen tijd is om de overtreder zelf nog de kans te geven om de overtreding te beëindigen.

Bij de spoedeisende bestuursdwang wordt voorafgaand een besluit genomen, over het algemeen, zonder een begunstigingstermijn. Indien mogelijk wordt een korte -van een paar uren- (mondelinge) begunstigingstermijn gegeven.

Bij super spoedeisende bestuursdwang wordt achteraf pas een besluit genomen. Voor toepassing van superspoedeisende bestuursdwang is vereist dat de situatie: “zo spoedeisend [is] dat een besluit niet kon worden afgewacht” (ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3299).

Vanwege de gevaren voor mens of milieu moet er direct worden ingegrepen. Voorbeelden hiervan zijn: acuut gevaar voor de bewoner van een pand vanwege de bouwvallige staat van het pand en acuut brandgevaar vanwege loszittende elektrische bedrading etc. In een dergelijk spoedeisend geval dient achteraf alsnog zo spoedig mogelijk de beslissing tot toepassing van bestuursdwang op schrift te worden gezet.

Bij de toepassing van (super)spoedeisende bestuursdwang kan er dus geen schriftelijke begunstigingstermijn worden gegeven.

Last onder dwangsom heeft de voorkeur

De gemeente heeft de bevoegdheid om in plaats van voor een last onder bestuursdwang, te kiezen voor een last onder dwangsom. De gemeente Lisse geeft in beginsel de voorkeur aan het opleggen van een last onder dwangsom boven het toepassen van bestuursdwang. Het opleggen van een last onder dwangsom legt de verantwoordelijkheid van de uitvoering van die taken bij de overtreder. De gemeente hoeft slechts te toetsen of na het verstrijken van de termijn de overtreding ongedaan is gemaakt. Daarnaast is de last onder dwangsom in veel gevallen voor de inwoner meer proportioneel. Toepassing van bestuursdwang leidt in de regel tot hogere bestuurslasten. Het is ook niet altijd zeker of de kosten daadwerkelijk kunnen worden verhaald op de overtreder. Bij herhaalde overtredingen is een dwangsom effectiever aangezien de last na de verwijdering of het ongedaan maken van de overtreding blijft bestaan. Wanneer de overtreding opnieuw plaatsvindt, wordt de dwangsom alsnog verbeurd.

Last onder bestuursdwang in plaats van een last onder dwangsom

Gevallen waarbij gekozen wordt voor een last bestuursdwang in plaats van het opleggen van een last onder dwangsom:

1indien het (eerdere) opleggen van een last onder dwangsom (of een aantal na elkaar) geen gewenst effect heeft (gehad);

2wanneer de overtreder niet te achterhalen is;

3indien het voortduren van de overtreding ernstige of spoedeisende risico’s met zich mee brengt dat de overtreding zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd (spoedeisende en super spoedeisende bestuursdwang).

Hierbij valt onder meer te denken aan:

–het stilleggen van illegale bouw/sloop bij illegale of onvoorziene veiligheids- of gezondheidssituaties tijdens vergunde bouw- of sloopwerkzaamheden;

–brandgevaarlijke situaties die acuut levensbedreigend kunnen zijn;

1.4 Strafrechtelijke handhaving

In de strafrechtelijke handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van regels is een belangrijke rol weggelegd voor de buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s). De politie en de boa’s werken samen ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving.

De strafrechtelijke sancties die kunnen worden opgelegd, richten zich primair op leedtoevoeging ten opzichte van de overtreder. Daarom wordt het strafrecht beschouwd als ultimum remedium (laatste redmiddel).

Bestuurlijke strafbeschikking

Uit de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar volgen de Domeinen I t/m V waaruit de bevoegdheden van de boa’s volgen. De boa’s hebben op grond van het Besluit Openbaar Ministerie de bevoegdheid om bij overtreding van aangewezen artikelen, een strafbeschikking op te leggen. Concreet betekent dit dat de strafbeschikking door een boa kan worden ingezet bij overlastfeiten in de openbare ruimte. De te handhaven feiten en boetebedragen staan in het ‘Feitenboekje parkeren en overlast’. Dit feitenboekje wordt ieder jaar opnieuw uitgegeven door het Openbaar Ministerie (hierna: OM). De inning en verzetszaken worden respectievelijk door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en door het OM uitgevoerd. Sinds 31 december 2014 krijgen gemeenten geen financiële compensatie meer voor bestuurlijke strafbeschikkingen (uitgeschreven bekeuringen).

Bovenstaande werkwijze is een richtlijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.