Gemeentelijke regelgeving

Protocol onderzoek en registratie integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Lisse

Gemeente Lisse · geldt sinds 4 november 2016

1. Algemeen

1Onder politiek ambtsdragers wordt verstaan: de burgemeester, de leden van het college, de raadsleden en de raadscommissieleden/niet-zijnde raadsleden.

2In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het seniorenconvent of de raad.

3Het protocol is openbaar en door derden te raadplegen.

4De burgemeester, de leden van het college, de raadsleden en de raadcommissieleden/niet-zijnde raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van dit protocol.

5Uitgangspunt bij het gebruik van dit protocol is de 'Gedragscode integriteit gemeenteraad Lisse 2016’ en ‘Gedragscode Integriteit college Lisse 2016’, of de gedragscode die op dat moment van kracht is.

2. Melding

1Meldingen van vermeende integriteitsschendingen worden gedaan bij de burgemeester, die deze in behandeling neemt.

2Meldingen over de burgemeester worden gedaan bij het seniorenconvent. Het seniorenconvent wijst een van zijn leden aan - bijvoorbeeld de plaatsvervangend voorzitter van de raad - die in de plaats treedt van de burgemeester bij het zetten van de stappen volgens het protocol.

3. Gesprek met betrokkene

1Alvorens de burgemeester besluit tot het instellen van een vooronderzoek en/of een feitenonderzoek kan een gesprek met betrokkene plaatsvinden.

2De burgemeester kan op grond van dat gesprek tot de conclusie komen geen vooronderzoek en/of feitenonderzoek in te stellen.

4. Vooronderzoek

1Bij twijfel over het wel of niet instellen van een feitenonderzoek kan de burgemeester besluiten een vooronderzoek te doen om te bepalen of er een feitenonderzoek nodig is.

2Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport opgemaakt, dat ter vaststelling wordt voorgelegd aan het seniorenconvent.

3Het seniorenconvent bepaalt of het vooronderzoek aanleiding geeft voor een feitenonderzoek.

4De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het doen van het vooronderzoek en van de uitkomst van het onderzoek op tijd geïnformeerd.

5De melder wordt geïnformeerd als wordt besloten geen feitenonderzoek in te stellen.

6Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging onderneemt de burgemeester actie tegen de melder in de vorm van een feitenonderzoek of een aangifte bij de politie.

5. Feitenonderzoek

1De burgemeester geeft opdracht tot een feitenonderzoek aan een interne of externe onderzoekscommissie, wanneer hiertoe aanleiding is.

2Een interne onderzoekscommissie bestaat uit de burgemeester en een vertegenwoordiger namens het seniorenconvent. De commissie wordt ambtelijk ondersteund. Aan deze commissie kunnen deskundigen worden toegevoegd.

3Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokken politiek ambtsdrager te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, dan wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld.

4Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen van buiten de organisatie.

5De externe commissie stelt een multidisciplinair team samen, opdat de juiste kennis voor het doen van het feitenonderzoek aanwezig is.

6. Opdrachtverstrekking

1De burgemeester komt een schriftelijke onderzoeksopdracht met de onderzoeker(s) overeen.

2In de opdracht staat in ieder geval vermeld de aanleiding, de onderzoeksopdracht en de verwachte duur en kosten van het onderzoek.

7. Kennisgeving aan betrokkene

1De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het instellen van een feitenonderzoek op tijd per brief geïnformeerd.

2In de brief is in ieder geval opgenomen:

a.een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek;

b.de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord;

c.de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.

8. Horen van betrokkenen en getuigen

1De betrokken politiek ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord.

2De gesprekken worden gehouden door minimaal twee personen.

3Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getuigen/betrokkene.

4De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het verslag.

5Als de gehoorde weigert te tekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gevoegd.

9. Aangifte

1Als er een vermoeden is van een misdrijf doet de burgemeester na overleg met het seniorenconvent aangifte bij de politie.

2Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.

10. Communicatie

De burgemeester zorgt voor de interne en externe communicatie.

11. Onderzoeksrapportage

1De burgemeester biedt de onderzoeksrapportage aan de raad aan. De rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending. Wanneer de betrokken politiek ambtsdrager wethouder is, informeert de burgemeester ook het college over de onderzoeksrapportage.

2De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen.

12. Formulier registratie integriteitsschendingen

De vermoedens van schendingen, de aard van de daarop volgende onderzoeken en de afdoeningen worden vastgelegd in het formulier 'registratie integriteitsschendingen'.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.