Aanhef
Op 20 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Lingewaard de ‘Nota activabeleid 2025’ vastgesteld. Deze nota treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025. Met de inwerkingtreding van deze nota vervalt de werking van de ‘Nota activabeleid Lingewaard 2020’.
Leeswijzer
Vooraan in de nota zijn de regels met betrekking tot het activabeleid in één overzicht weergegeven.
In de hoofdstukken 1 tot en met 4 lichten we de regels toe. Elke regel staat in een afzonderlijk tekst vak, direct gevolgd door de toelichting en de relevante artikelen van het BBV.
In deze hoofdstukken komen achtereenvolgens aan bod: het activeren, de waardering van activa, de kapitaallasten en de procedures. Daar waar het BBV ruimte biedt voor lokale kaderstelling, wordt een uitspraak gedaan over de gemeentelijke invulling door Lingewaard.
Hoofdstuk 5 bevat de slotbepalingen.
In de Bijlagen 1 tot en met 3 vindt u respectievelijk de voorgestelde afschrijftermijnen, alle relevante artikelen van het BBV en de toelichtingen op de gehanteerde begrippen.
In bijlage 4 bevindt zich een samenvatting van de inhoudelijke wijzigingen die we hebben aangebracht in de nota activabeleid 2025 ten opzichte van de nota activabeleid 2020.
Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen voor geactiveerde investeringen
De genoemde termijnen zijn maximale termijnen, richtinggevend en niet bindend. Wanneer in een investeringsvoorstel wordt voorgesteld om af te wijken van de afschrijvingstermijnen in de tabel, vanwege een afwijkende technische- of economische levensduur, is dit onderdeel van het investeringsbesluit. De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe soorten activa en hun maximale afschrijvingstermijnen.
In Bijlage 4 is aangegeven welke afschrijvingstermijnen zijn gewijzigd. Gewijzigde afschrijvingstermijnen gelden voor nieuwe investeringen (behalve gebouwen en installaties), tenzij zwaarwegende argumenten aanwezig zijn voor onmiddellijke ingang.
Omschrijving
Afschrijving
termijnen
Nota 2025
Gronden en terreinen
Grond
Niet
afschrijven
Woonruimten, bedrijfsgebouwen
Gebouwen
Woonruimten
Semipermanente voorzieningen
Renovatie/restauratie monumenten/bouwkundige aanpassingen
50
40
10
20
Grond-, weg en waterbouwkundige werken
Riolering1
Riolering bouwkundige voorzieningen1
Riolering IBA’s
Terreinafscheiding rondom sportaccommodaties
Ballenvangers (constructie/dubbelstaafmat/netten)
Doelen
Dug-outs
Masten lichtinstallatie
Armaturen sportveldverlichting LED
Leunhekwerk voetbal
Kunstgras; toplaag + onderbouw + drainage
Kunstgras; toplaag
Kantplan kunstgrasveld
Natuurgras; toplaag renovatie
Natuurgras; toplaag + onderbouw + drainage
Beregeningsinstallatie sportveld
40
40
10
20
20
10
20
40
25
20
20
10
20
20
40
25
Wegen/terreinverhardingen
Wegen gebakken materiaal
Wegen beton
Wegen; asfalt & fundering
Wegen; halfverharding
Beschoeiing sloten en Vijvers
Bruggen hout
Bruggen beton
Bruggen Staal & Kunststof
Keerwand metselwerk
Keerwand beton
Keerwand schanskorf
Geluidscherm
Vee-rooster
Groenvoorziening aanleg
Groenvoorziening verbetering
Begraafplaatsen (terreinverharding)
Speelterreinen aanleg
Speelterreinen herinrichting
50
50
40
25
30
40
80
60
75
80
40
80
80
20
20
25
20
20
Machines-, apparaten en installaties
Riolering/pompen
Technische installaties (klimaatbeheersing, verwarming)
Externe energieopslag (batterij)
Beveiligingsinstallaties
Openbare verlichting, masten
Openbare verlichting, armaturen
Verkeersregelinstallaties
Straatmeubilair & abri’s
Buiteninventaris (speeltoestellen)
Telefooncentrales (inclusief toestellen)
Smartphone, headsets
Kantoor- en huishoudelijke apparatuur (foto, repro, koeling)
Machines en gereedschappen²
Werktuigen & gereedschappen
Noodaggregaten
15
20
20
10
40
20
15
15
15
7
3
10
Max. 5
5
15
Overige materiële vaste activa
Personenwagens
Tractoren, vrachtwagens, veegmachines
Grasmaaiers
Aanhangwagens
Sneeuwploegen
Natzoutstrooiers
Hekwerken e.d.
Minicontainers
Bovengrondse containers
Ondergrondse containers, buitenbak
Ondergrondse containers, binnenbak
Meubels en inventaris
Centrale automatiseringsapparatuur
Computerapparatuur (desktops & laptops)
Software
Beeldschermen, docking stations
Toetsenborden, muizen
Overige investeringen volgens automatiserings- en informatiseringsplan
8
8
6
10
10
15
20
15
15
30
15
10
5
5
7
5
3
Variërend tussen 3, 4, 5 en 7 jaar
Immateriële vaste activa
Onderzoek & planvorming (toe te rekenen aan activum)
Onderzoek & planvorming (niet toe te rekenen aan activum)
5
Niet afschrijven
1in het gemeentelijk waterplan (GWP) worden de verschillende onderdelen benoemd, voorzien van afschrijvingen
2afhankelijk van soort en type in combinatie met technische en economische levensduur
Bijlage 2 Relevante artikelen BBV
Artikel 33
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.
Artikel 34
In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
b.kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
c.bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Artikel 35
1In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.investeringen met een economisch nut;
b.investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
c.investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
2Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.
Artikel 36
In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.kapitaalverstrekkingen aan:
1deelnemingen;
2gemeenschappelijke regelingen;
3overige verbonden partijen;
b.leningen aan:
1openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
2woningbouwcorporaties;
3deelnemingen;
4overige verbonden partijen;
c.overige langlopende leningen;
d.uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
e.uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
f.overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Artikel 51
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
Artikel 52
1In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.gronden en terreinen;
b.woonruimten;
c.bedrijfsgebouwen;
d.grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
e.vervoermiddelen;
f.machines, apparaten en installaties;
g.overige materiële vaste activa.
2In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
a.de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de investeringen of desinvesteringen;
c.de afschrijvingen;
d.bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
e.afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
f.de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 52d
1In de toelichting op de balans wordt ten aanzien van de bouwgronden in exploitatie voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven:
a.de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de vermeerderingen en verminderingen in het begrotingsjaar;
c.de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar;
d.de geraamde nog te maken kosten met een onderbouwing;
e.de geraamde opbrengsten met een onderbouwing;
f.het geraamde eindresultaat en de berekeningswijze die hiervoor is gehanteerd met een onderbouwing en de aannames die eraan ten grondslag liggen.
2De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op een waardering per complex.
Artikel 59
1Alle investeringen worden geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:
a.er sprake is van een investering door een derde;
b.de investering bijdraagt aan de publieke taak;
c.de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
d.de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Artikel 62
1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.
3In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Artikel 63
1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
6In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64
1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 65
1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Bijlage 3 Toelichting begrippen
Activeren
Het als bezitting opnemen (activa) op de balans en in de Investeringsstaat en de lasten spreiden over de gebruiksduur van het actief. Alle geactiveerde bezittingen worden opgenomen in de staat van kapitaallasten (staat C).
Actief
Een actief is een bezit van een organisatie, veelal bedoeld voor de uitoefening van taken van de organisatie. De term wordt vooral binnen administratieve processen gebruikt, met de actiefzijde van de balans als oorsprong.
Begrotingswijziging
Een formeel besluit van de raad tot wijziging van de begroting zoals die eerder door de raad was vastgesteld.
Categorieën (economische)
Een uniforme onderverdeling, conform BBV, van uitgaven en inkomsten in kosten- en batensoorten. Bijvoorbeeld 1.1 (salarislasten) en 7.5 (doorbelastingen)
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
Deze regeling bevat de wettelijk vastgestelde administratieve en boekhoudkundige voorschriften, voor o.a. begroting, jaarrekening en financiële administratie van provincies en gemeenten.
Economische levensduur
Periode waarin op grond van kosten- en opbrengstverhoudingen gebruik zal worden gemaakt van het betreffende actief.
Financiering
Het aantrekken van middelen om een investering te bekostigen. Dit kunnen o.a. leningen zijn en bijdragen van derden.
Grondexploitatie
De begroting van kosten en opbrengsten van één of meer percelen grond die door middel van aankoop, bouwrijp maken enz. geschikt gemaakt wordt/worden voor uitgifte aan een koper of pachter met het doel hierop te bouwen c.q. voorzieningen aan te leggen.
Inkomsten
Financiële middelen van een gemeente die kunnen worden aangewend ter dekking van uitgaven. Belangrijke inkomsten voor de gemeente zijn:
1algemene uitkering uit het gemeentefonds;
2specifieke uitkeringen;
3leges, retributies, belastingen en tarieven;
4inkomsten uit onroerend goed;
5rente.
Investering
Aanschaf en/of productie van goederen met een levensduur langer dan één jaar.
Investerings- en financieringsstaat
Een staat waarin zijn opgenomen de begrote mutaties in de vaste activa, projecten, plannummers van de grondexploitatie, onderhanden werken en de reservepositie.
Jaarrekening
De rekening is de financiële vertaling van de uitvoering van de begroting. De verwerking van de begroting in de administratie wordt zichtbaar in de exploitatierekening. Deze exploitatierekening vormt samen met de balans, de toelichtingen en alle overige voorgeschreven informatie in het kader van het BBV uiteindelijk de jaarrekening.
Kapitaallasten
De jaarlijkse lasten in de vorm van rente en afschrijvingen die voortvloeien uit het activeren van een investering.
Investeringsbudget
Door de raad beschikbaar gesteld geldbedrag om (een) investering(en) te doen.
Reserve
Een reserve is een afgezonderd vermogensbestanddeel, dat behoort tot het eigen vermogen van de gemeente en dat (al of niet met het oog op het realiseren van vooraf bepaalde doelen) in stand wordt gehouden.
Technische levensduur
Periode waarin het actief productief is.
Bijlage 4 Vergelijking Nota activabeleid 2025 en 2020
Hieronder worden alle wijzigingen van inhoudelijk aard toegelicht. Daarnaast zijn er in de tekst van deze nota enkele redactionele aanpassingen doorgevoerd. (Tekst die alleen relevant was voor de wijzigingen in de nota van 2020 ten opzichte van 2017 is verwijderd.)
Componentenbenadering (§ 2.5, 10)
In de huidige regeling staat dat de componentenbenadering alleen na een specifiek raadsbesluit wordt toegepast. We hebben de zinsnede ‘alleen na een specifiek raadsbesluit’ geschrapt. (§ 2.5, 10)
De componentenbenadering houdt in dat wanneer een investering bestaat uit bestanddelen waarvoor verschillende afschrijvingstermijnen gelden, we ook deze verschillende afschrijvingstermijnen toepassen.
Er zijn echter ook investeringen, zoals bijvoorbeeld de vervangingsinvesteringen, die niet aan de raad worden voorgelegd, waar ook de componentenbenadering gewenst is. Daarom stellen we voor deze zinsnede te schrappen.
Materiële vaste activa (§ 1.3, 4)
In de nota activabeleid 2020 staat een opsomming van kosten die we niet mogen activeren. Dit wekte de indruk dat de opsomming limitatief is. En aangezien dat niet zo is, is het lijstje vervangen door enkele voorbeelden.
Investeringsbudget (§ 4.7, 20)
De laatste zin van regel 20 is gewijzigd. De regel dat binnen drie maanden na voltooiing van een investering deze gereed wordt gemeld door de budgethouder/-beheerder bij het college, is gewijzigd in: ‘In de jaarrekening wordt na voltooiing het investeringsbudget afgesloten’.
Jaarlijks wordt de raad in de jaarrekening op de hoogte gesteld van de voltooiing van de investeringen door deze af te sluiten. Het daarnaast apart gereed melden bij het college heeft amper toegevoegde waarde, maar vereist wel personele capaciteit.
Afschrijvingstermijnen (Bijlage 1)
Naast de wijzigingen uit de kadernota 2025 (gebouwen van 40 naar 50 jaar en installaties van 15 naar 20 jaar) zijn er nog meer afschrijvingstermijnen gewijzigd. Deze zijn aangepast omdat de ervaring leert dat de inschatting van de toekomstige gebruiksduur langer of korter is. Alle wijzigingen zijn in onderstaande tabel GEEL gearceerd.
1in het gemeentelijk waterplan (GWP) worden de verschillende onderdelen benoemd, voorzien van afschrijvingen
2afhankelijk van soort en type in combinatie met technische en economische levensduur