2 Inleiding
2.1.1 Achtergrond
De huidige Beleidsnota Duurzaamheid (december 2015) bevat het huidige beleid met betrekking tot windenergie. Door de vele (technische) ontwikkelingen op het gebied van (wind)energie en de energietransitie, is dit beleid is niet meer actueel.
In 2017 heeft RoyalHaskoningDHV (RHDHV) in opdracht van het college van B&W van de gemeente Lingewaard een studie uitgevoerd, om te onderzoeken op welke locaties windenergieprojecten technisch mogelijk zijn binnen de gemeentegrenzen. De raad heeft destijds kennis genomen van het rapport van RHDHV [16].
In december 2017 is door de gemeenteraad een motie aangenomen [Bijlage B] waarin de gemeenteraad het college oproept potentiële locaties voor duurzame energieopwekking vanuit een positieve grondhouding te bezien. Deze oproep is meegenomen in het college uitvoeringsprogramma 2018-2022. Voorliggend beleidskader is een verdere uitwerking hiervan. Dit beleidskader is een wijziging ten opzichte van het nu geldende beleid en zal een integraal onderdeel worden van het nieuwe duurzaamheidsbeleid.
2.1.2 Leeswijzer
Het beleidskader omvat de volgende aspecten. In de eerste plaats wordt er een korte algemene toelichting op windenergie gegeven. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op windenergie binnen de gemeente Lingewaard. In het laatste hoofdstuk worden de beleidskaders gesteld waar potentiële projecten(ontwikkelingen) aan dienen te voldoen.
(Technische) ontwikkelingen gaan snel, daarom wordt dit kader eens in de 2 jaar geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.
Dit beleidskader is alleen van toepassing op grote windturbines (vanaf 35 meter). Voor kleine windturbines zullen kaders van toepassing zijn die sterk afwijken van de kaders voor grote windturbines. De gemeente Lingewaard zal voor kleine windmolens een separaat beleidskader opstellen.
3 Windenergie
3.1 Potentie windenergie
Gebaseerd op de huidige (technische) stand van zaken, is windenergie één van de meest uitontwikkelde, krachtigste en goedkoopste vormen van duurzame energie. Windenergie heeft binnen Nederland de potentie om een belangrijk deel van de energie-opwek voor haar rekening te nemen, door:
•Gunstig windklimaat, dat wil zeggen: goede windcondities.
•Relatief geringe benodigde ruimte voor plaatsing windturbines.
•Moderne windturbines produceren een grote hoeveelheid elektriciteit. Een moderne windturbine produceert ongeveer een vergelijkbare hoeveelheid energie als 20 hectare zonnepanelen en bespaart hiermee circa 8.190 ton CO2 per jaar
4Getallen op basis van rekenvoorbeeld, toegespitst op gemeente Lingewaard: 1 windturbine van 4MW, 136m rotor, gemiddelde windsnelheid 7m/s op ashoogte[10], productieschatting 13GWh/jaar (P50).Zonnepark Lingewal, 19ha oppervlakte, 13MWp, productieschatting 12,3GWh/jaar = 0.65GWh/ha13GWh/jaar / 0.65GWh/ha = 20haDe CO2 besparing is op basis van emissiefactor voor grijze elektriciteit = 0,63 ton/MWh[13]
.
•Windenergie en zonne-energie vullen elkaar aan, doordat het doorgaans harder waait in de avond en de nacht en in de winter.
•Tijdelijke karakter van windturbines, dat wil zeggen dat windturbines relatief snel zijn te plaatsen en eenvoudig zijn te verwijderen, zonder blijvende schade achter te laten. Windturbines hebben een technische levensduur van 20-30 jaar.
3.2 Uitdagingen windenergie
3.2.1 Leefbaarheid en maatschappelijke acceptatie
Windturbines hebben effect op de leefomgeving van mens en natuur. Gezien de inrichting van Nederland, is het onmogelijk projecten in te passen zonder effecten op de directe omgeving. Hier is veel aandacht voor bij inwoners, bestuurders en politiek.
De effecten waar veel aandacht voor is, zijn (in willekeurige volgorde):
•Geluid
•Slagschaduw
•Effecten op natuur (vogels, vleermuizen etc. en de leefgebieden)
•Visuele impact
•Veiligheid (risico van machinebreuk en afvallend ijs)
3.2.2 Landschappelijke inpassing en ruimtelijke ordening
Nederland is een dichtbevolkt en energie-intensief land. Ruimte om windenergie op te wekken is hier beperkter dan in andere landen. Toch zullen ook bij ons in de regio windturbines worden geplaatst om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Moderne windturbines hebben een totale hoogte (tiphoogte) van 150-240 meter. Hierdoor valt niet meer te spreken van landschappelijk inpassing van de windturbines, ze vormen een nieuwe dominante laag in het landschap. Vanuit beleving en leesbaarheid van het landschap moet gestreefd worden naar een ordelijk beeld. De mate waarin, hangt voor een groot deel af van het landschapstype waarin windturbines opgesteld zijn. Met name in open gebieden dragen windturbines aanzienlijk bij aan de beeldvorming en beleving van het landschap. Verder bepalen vele factoren de beleving van de windturbines in het landschap. Voorbeelden hiervan zijn:
•Opstellingsvorm (bijvoorbeeld lijn, cluster, willekeurige of solitaire opstellingen)
•Locatie (bijvoorbeeld langs netwerkstructuren)
•Zichtbaarheid
•Aantal windturbines
•Formaat windturbines
•Andere windturbines in de omgeving.
3.3 Wettelijke kaders
Het verschilt per project welk overheidsorgaan het bevoegd gezag is en welk orgaan de omgevingsvergunning verstrekt [5]:
•Windpark < 5 MW:
✓ De gemeenteraad is bevoegd om het bestemmingsplan vast te stellen;
✓ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen
•Windpark 5 - 100 MW (vanaf circa 2 turbines)
✓ Provinciale staten zijn bevoegd om het inpassingsplan vast te stellen
✓ Gedeputeerde staten zijn bevoegd om de omgevingsvergunningen te verlenen
•Windpark vanaf 100 MW (niet van toepassing in gemeente Lingewaard)
✓ De ministers van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu zijn bevoegd om het inpassingsplan vast te stellen
✓ Burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het windpark ligt, zijn bevoegd om de omgevingsvergunning te verlenen
Gezien het vermogen van de meeste windturbines, zullen alleen solitaire windturbineprojecten onder het gezag van de gemeente vallen. De provincie kan op verzoek van de gemeente van haar bevoegdheid afzien, waardoor de gemeente het bevoegd gezag wordt.
In de Elektriciteitswet 1998 (artikel 9e) staat beschreven dat indien een initiatiefnemer een principeverzoek indient bij een gemeente en die gemeente wijst dit verzoek af en de initiatiefnemer dient vervolgens een principeverzoek bij Provinciale Staten in, dan moet Provinciale Staten een inpassingsplan vaststellen, tenzij er bezwaren zijn vanuit een goede ruimtelijke ordening.
Er dient hierbij te worden gemeld dat er juridisch geen verplichting kan worden opgelegd aan initiatiefnemers tot het creëren van acceptatie/draagvlak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in relatie tot windparken meermaals uitgesproken dat er geen wettelijke regel is die bepaalt dat een ruimtelijk plan alleen mogelijk is als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Een afweging dient op ruimtelijke gronden (‘goede ruimtelijke ordening’) gemaakt te worden en niet op de mate van verzet uit de omgeving.
3.4 Provinciaal beleid
De Rijksoverheid en het Interprovinciaal Overleg (IPO) hebben bepaald dat Nederland in 2020 over 6.000 megawatt aan windvermogen zou moeten beschikken. Die afspraak is vastgelegd in het landelijke Energieakkoord. Gelderland is verantwoordelijk voor 230,5 van de 6.000 MW aan windvermogen en voor de locaties waar de windmolens komen te staan.
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (februari 2019) [14] staat over de energietransitie dat Gelderland streeft naar een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Hiervoor is ruimte nodig. Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten – zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden, het zicht op ons mooie erfgoed. Samen met haar partners moet de provincie bepalen waar de noodzakelijke extra meters gemaakt worden en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zet de provincie zich voor in en pakken ze door, als dat nodig is.
In juni 2018 heeft Provinciale Staten een motie [15] aangenomen waarin wordt opgeroepen in overleg te gaan met gemeenten langs hoofdinfrastructuur in Gelderland om met hen gezamenlijke grootschalige duurzame (wind)energieprojecten te laten realiseren.
4 Windenergie in Lingewaard
4.1 Landschappelijke inpassing en ruimtelijke ordening
Vanuit leesbaarheid van het landschap moet bij plaatsing van nieuwe windturbines in Lingewaard, gestreefd worden naar een rustig en ordelijk beeld, waarbij de windturbines onderdeel uitmaken van de totale beleving van het landschap in plaats van de landschapsbeleving te domineren. Bij plaatsing van solitaire windturbines
5Onder solitaire windturbines worden verstaan: windenergieprojecten die bestaan uit 1 windturbine die niet ruimtelijk aansluiten (vergelijkbare afmetingen en in een doorlopende opstelling) bij een bestaand/vergund project dat zich binnen een straal van 1km bevindt
ontstaat een rommelig landschappelijk beeld.
Lingewaard streeft naar een ordelijk landschappelijk beeld, waarbij windturbines worden gekoppeld aan bestaande grootschalige infrastructuur en glastuinbouw.
Binnen de gemeente Lingewaard hechten we waarde aan een goede ruimtelijke ordening en een gebalanceerd evenwicht tussen landschap en natuur en mogelijke windturbines.
Om dit te borgen:
•Beoordelen wij solitaire windturbines negatief. Bij plaatsing van solitaire windturbines ontstaat een rommelig landschappelijk beeld.
•Wijzen wij windturbines af in de uiterwaarden langs de Waal (Gendtse en Bemmelse Polder). De Gendtse en Bemmelse polders liggen in een groot, aanééngesloten natuurgebied, onderdeel van het Gelders Natuur Netwerk.
4.2 Bevoegd gezag
De gemeente Lingewaard wil graag de regie houden over elk (windenergie)project dat in de gemeente geïnitieerd wordt. Wij zijn als beste in staat de belangen van onze gemeente en onze inwoners te behartigen en aan te sturen op een zo breed mogelijk draagvlak. We willen dan ook bevoegd gezag zijn voor elk windenergieproject binnen onze gemeentegrenzen. Wanneer wij dit in beginsel niet zijn, zullen wij aan de Provincie vragen het bevoegd gezag over te dragen aan Lingewaard. Doorgaans zal de Provincie meewerken aan deze vraag.
Het bevoegd gezag stelt ons in staat om:
•Sturend te zijn binnen de eigen gemeentegrenzen
In beginsel is de provincie bevoegd gezag. Het is aan de gemeente om sturend op te kunnen treden bij mogelijke plaatsing van windturbines binnen de eigen gemeentegrenzen. Hierdoor kan de gemeente zelf onderzoek doen naar en conclusies trekken over de vraag of windenergieprojecten in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening.
•De belangen van inwoners te behartigen
Bij het verkregen bevoegd gezag kan de gemeente direct met de ontwikkelaar van het initiatief afspraken maken over communicatie, participatie (financieel en proces) en de verdeling van lusten en lasten.
•Verantwoordelijkheid te nemen voor de handhaving
Na realisatie van het windpark is het bevoegd gezag ook verantwoordelijk voor de handhaving. Hiermee is de gemeente in staat de gemaakte afspraken te handhaven en te zorgen voor naleving. Dus ook na de realisatie van het initiatief ziet de gemeente toe op de belangen van haar inwoners.
Onder de Energiewet kan een project alleen worden afgewezen op basis van ruimtelijke ordening. Het ontbreken van draagvlak heeft geen juridische gevolgen. Het is belangrijk dat hierover duidelijk wordt gecommuniceerd naar inwoners, om inwoners hiervan bewust te maken. Lingewaard is zich bewust van de realiteit en de noodzaak van de energietransitie. Vanuit de noodzaak hebben wij een positieve grondhouding over windenergie en werken wij binnen onze beleidskaders mee aan initiatieven. Deze kaders zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
5 Kaders windenergie in Lingewaard
5.1 Communicatie
Voor het project dient de initiatiefnemer, in samenspraak en samenwerking met de gemeente, een duidelijk communicatieplan, inclusief planning, op te zetten.
Hierin wordt ruimte gemaakt voor huisbezoeken, informatieavonden en een klankbordgroep.
Omwonenden worden aangeschreven, direct omwonenden worden persoonlijk benaderd. Omwonenden worden regelmatig geïnformeerd over het project, ontwikkeling en voortgang. Inwoners worden via algemene kennisgevingen geïnformeerd over het project.
De communicatie is gericht op het helder overbrengen van het nut en de noodzaak van de windturbine(s), acceptatie te vergroten en tot een zo breed mogelijk gedragen project te komen.
5.2 Klankbordgroep
De initiatiefnemer spant zich aantoonbaar in voor het oprichten van een klankbordgroep en draagt zorg dat deze klankbordgroep een afspiegeling is van betrokken inwoners en belangen.
De klankbordgroep bestaat bij voorkeur in ieder geval uit omwonenden, al kunnen er kunnen desgewenst ook inwoners en/of andere stakeholders in plaatsnemen. De klankbordgroep heeft als doel te participeren in het ontwikkelproces van het initiatief. De klankbordgroep adviseert de initiatiefnemer en is in staat keuzes voor de initiatiefnemer te maken en keuzes van de initiatiefnemer te beïnvloeden. De initiatiefnemer legt verantwoordelijkheid af aan de gemeente over de resultaten van de klankbordgroep.
De klankbordgroep is een kleine groep omwonenden/belanghebbenden die als afgevaardigden van de omgeving inspraak hebben op de ontwikkeling van het initiatief.
5.3 Milieueffectrapportage
De effecten op de omgeving worden getoetst aan de hand van een Milieueffectrapportage (m.e.r.), ook al is het plan wettelijk niet m.e.r. plichtig. Het uiteindelijke Milieueffectrapport (MER) wordt, net zoals de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie m.e.r.. De Commissie m.e.r. adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten. Dit is wettelijk niet verplicht, maar als gemeente Lingewaard hechten wij waarde aan een deskundige advisering van een onafhankelijke instantie.
In Lingewaard hechten we veel waarde aan de ruimte en natuur die de gemeente kenmerkt. Een m.e.r. dient in kaart te brengen wat het effect is op ruimte en natuur en of deze effecten acceptabel zijn.
5.4 Ruimte-ateliers
De gemeente wenst een open en onderbouwde discussie te voeren over de ruimtelijke inpassing van de windturbine(s), in een zogenoemd ruimte-atelier. De ruimte-ateliers ontstijgen de gemeentegrenzen, met name wanneer initiatieven aan de grenzen van onze gemeente worden gepland. Omwonenden dienen een stem te krijgen in deze ruimte ateliers. Daarom dienen direct omwonenden en/of leden van een klankbordgroep uitgenodigd te worden voor de ruimte-ateliers.
Belangrijke onderwerpen tijdens de ruimte-ateliers zijn de positie(s) van de windturbine(s), in relatie tot de omgeving (inclusief gebouwde en/of vergunde windprojecten in de omgeving), het formaat van de windturbine(s) en de verhouding tussen ashoogte, tiphoogte en rotordiameter. De initiatiefnemer dient hiervoor (interactieve) 3D animaties aan te leveren, eventueel met meerdere scenario’s.
Windturbines dragen aanzienlijk bij aan de beeldvorming en beleving van het landschap. Deze bijdrage dient vooraf goed in kaart te worden gebracht, met en voor de gemeente en de omgeving. Samen toetsen we of er bij plaatsing van nieuwe windturbine(s) sprake is van een ruimtelijk aanvaardbaar plan.
5.5 Omgevingsfonds
De initiatiefnemer richt een omgevingsfonds op, ten behoeve van de omwonenden en de omgeving. De oprichting en organisatie van het omgevingsfonds dient te geschieden in goed overleg tussen initiatiefnemer, gemeente en omwonenden (bij voorkeur georganiseerd in een klankbordgroep). Zodra de windturbine(s) operationeel zijn, komt gedurende de periode dat de windturbine(s) operationeel zijn jaarlijks minimaal €0,50 per geproduceerde MWh ten goede van dit omgevingsfonds. Dit bedrag van €0,50/MWh is de minimale norm waartoe de sector zichzelf verplicht en waar alleen in overleg met de omgeving van afgeweken kan worden; bijvoorbeeld in ruil voor een geheel andere toezegging [2].
Het omgevingsfonds wordt bij voorkeur beheerd door omwonenden en niet door de initiatiefnemer en/of gemeente. Het omgevingsfonds is bedoeld om te investeren in (duurzame) verbeteringen van de omgeving en/of natuur.
Het omgevingsfonds is een belangrijke randvoorwaarde voor de verdeling van lusten en lasten, met name voor omwonenden.
5.6 Compensatie grondeigenaren en omwonenden
Wanneer windturbines in een lijnopstelling en/of clusteropstelling worden gepland welke meerdere (tussenliggende) percelen bestrijkt, dient vóór vastleggen van de layout van het windpark afspraken gemaakt te worden met alle grondeigenaren binnen het projectgebied. De afspraken dienen onder andere duidelijke grondvergoedingen te bevatten, voor percelen die bebouwd gaan worden (windturbinefundament, kraanopstelplaats, toegangsweg etc.) en percelen binnen het windpark die niet bebouwd gaan worden.
Optioneel kunnen ook grondeigenaren aangrenzend aan het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied worden gecompenseerd, afhankelijk van de impact van het initiatief. Planschade (welke voor rekening van de initiatiefnemer is) is hierbij het minimum. Gebalanceerde verdeling van lusten en lasten blijft hierin de leidraad.
Compensatie is een belangrijk kader voor de verdeling van lusten en lasten voor grondeigenaren binnen het projectgebied.
5.7 Financiële participatie
Participatie betekent in dit beleidskader 2 dingen: participatie in de ontwikkeling en financiële participatie. Financiële participatie richt zich op lokaal eigenaarschap. De vorm van participatie ligt niet vast, maar gedacht kan worden aan het beschikbaar stellen van aandelen en/of obligaties. De condities voor de investerende inwoners dienen hiervoor gunstiger te zijn dan de dan geldende marktvoorwaarden.
Streven is minimaal 50% lokaal eigenaarschap, al is dit afhankelijk van de interesse van inwoners om te participeren. De initiatiefnemer moet aantonen welke stappen hij heeft ondernomen om lokaal eigenaarschap te verwezenlijken in het project.[7] Voor participatie dient de Gedragscode van de NWEA [2] als leidraad.
Financiële participatie draagt bij aan de mate waarin inwoners van Lingewaard betrokkenzijn bij windenergie projecten. Het biedt inwoners de kans om mee te profiteren van het project
5.8 Tijdelijkheid
Gezien de tijdelijkheid van windenergie bestrijken de omgevingsvergunningen initieel een termijn van 20 jaar, in overeenstemming met de ontwerplevensduur van windturbines van 20 jaar. Na het verstrijken van de omgevingsvergunning dienen de windturbine(s) volledig (inclusief fundament) afgebroken en verwijderd te worden. ). Het afbreken van de windturbine(s) en het in terrein in originele staat terug te brengen, is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de windturbine(s).
Eigenaar/initiatiefnemer kan een verzoek indienen bij de gemeente, waarbij de eigenaar van de windturbine(s) samen met de gemeente de beslissing neemt om de vergunning te verlengen, mits technisch verantwoord [8] of de windturbines te vervangen door nieuwe windturbines (mogelijk nieuwe vergunningsaanvraag
Windturbines hebben een technische levensduur. De omgevingsvergunning sluit hierop aan. Het moet duidelijk zijn wat de verantwoordelijkheden zijn van de eigenaar van de windturbine(s) als de omgevingsvergunning verloopt.
5.9 Eventuele overlast bouw- en operationele fase
Tijdens bouw en inbedrijfstelling van de windturbine(s), dient overlast voor de inwoners geminimaliseerd te worden. Tijdens de bouw en inbedrijfstelling zorgt de initiatiefnemer voor een goede informatievoorziening aan de omwonenden, en eventuele betrokken inwoners, over de werkzaamheden en eventuele gevolgen.
Tijdens de bouw- en operationele fase is het voor inwoners duidelijk waar zij terecht kunnen voor op en/of aanmerkingen.
Het is helaas onvermijdelijk dat de aanwezigheid en realisatie van windenergieprojecten tot overlast gaat leiden. Deze moet tot een acceptabel en redelijk niveau worden beperkt. De initiatiefnemer en/of eigenaar van de windturbine(s) dient zich bereikbaar te houden voor dialoog.
Bijlage B: Motie gemeenteraad
aan de raad van de gemeente lingewaard
datum : 13 december 2017
steller(s) : H. Arends, R. Derksen, J. Janssen, M. van de Woerdt, F. Schut
onderwerp : Voorkeurslocatie windenergie
De raad van de gemeente Lingewaard, in vergadering bijeen d.d. 13 december 2017
gehoord de tijdens de Inforonde d.d. 30 november 2017 verstrekte informatie en daaropvolgende gedachtewisseling
overwegende dat,
-de Lingewaardse ambities, gebaseerd op eerdere landelijke en provinciale doelstellingen, verwerkt in de Lingewaardse Beleidsnota duurzaamheid 2016-2020, nu een tijdshorizon kennen tot 2023;
-het besef groeit, dat de duurzaamheidsambitie niet ophoudt in 2023, maar er inmiddels landelijk en provinciaal gekoerst wordt op 40 à 50% duurzame energie in 2030 en CO2-neutraliteit in (uiterlijk) 2050;
-volgens het Planbureau voor de Leefomgeving in 2030 landelijk een CO2-reductie van minstens 60 procent nodig zal zijn om onder de 1,5 graad opwarming te blijven. Dit om gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan;
-om als Lingewaard een evenredige bijdrage aan de benodigde CO2-reductie te leveren alle mogelijkheden voor (alternatieve) duurzame opwekking van energie opengehouden dienen te worden;
-tijdens de Inforonde als potentiële locaties voor opwekking van windenergie naast Bergerden/NextGarden ook het toekomstige tracé A15, verkeersknooppunt Ressen en steenfabrieksterrein Huissensche Waarden werden genoemd;
roept het college op,
1Voortvarend door te gaan in het gebiedsproces voor windenergie op/voor Bergerden/NextGarden;
2Naast Bergerden ook andere potentiële locaties voor duurzame energieopwekking vanuit een positieve grondhouding te bezien;
3Als kaders voor toetsing van windenergie-initiatieven te hanteren:
a.een via omgevingsparticipatie aan te tonen voldoende maatschappelijk draagvlak met een evenwichtige verdeling van lusten en lasten, waarbij een aanzienlijk deel van de opbrengsten van de windmolens ten goede komt aan de inwoners van Lingewaard;
b.een via milieueffectrapportage aan te tonen milieuhygiënische aanvaardbaarheid en
c.een toets op financiële haalbaarheid.
en gaat over tot de orde van de dag
CDA, Lokaal Belang Lingewaard, lingewaard.NU, VVD, B06